CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Overzicht reacties op zienswijzen herziene GR VRHM

Besluitvormende raadsvergadering 11 december 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Herziene Gemeenschappelijke regeling VRHM1.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht zienswijzen herziening Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden

Gemeente

Zienswijze

Reactie

Waddinxveen

De raad vraagt aandacht voor het bepaalde in het nieuwe artikel 51, tweede lid, waar in de eerste volzin in plaats van ‘het college dat moet uittreden’ hoort te staan ‘het college van de gemeente die moet uittreden’. En in het derde lid hoort de zinsnede ‘Het uittredende college’ te luiden ‘Het college van de uittredende gemeente’. Ten slotte moet in het vijfde lid de passage ‘het uittredende college’ worden gewijzigd in ‘het college van de uittredende gemeente’.

Juridisch gezien klopt de aanvulling niet, omdat er dan staat dat een gemeente uittreedt. Dat klopt niet, omdat formeel de colleges deelnemer zijn aan de GR. ‘Colleges’ is in artikel 1 gedefinieerd als ‘colleges van burgemeester en wethouders’. Daarom neemt de VRHM dit voorstel tot aanvulling niet over.

Leiderdorp, Noordwijk, Voorschoten

De raad is de mening toegedaan dat artikel 52 lid 2 aanscherping behoeft ter verduidelijking van hoe conform wetgeving invulling wordt gegeven tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling. Daarom geeft zij u graag de volgende (aanvullende) tekstsuggestie mee voor artikel 52 lid 2, namelijk:

De VRHM neemt dit tekstvoorstel over.

Aan het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt als volgt invulling gegeven: a. Namens de colleges van de deelnemende gemeenten zendt het dagelijks bestuur het ontwerp tot wijziging van de regeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten voor zienswijzen; b. Het dagelijks bestuur zendt de ontvangen zienswijzen (of mededelingen tot afzien ervan) door naar het algemeen bestuur;

c. Het algemeen bestuur weegt de ontvangen zienswijzen en beziet of deze aanleiding geven tot het heroverwegen van het voorstel tot wijziging van de regeling; d. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel tot wijziging van de regeling voor besluitvorming aan de colleges van de deelnemende gemeenten met een toelichting op de weging die het algemeen bestuur aan de zienswijzen heeft gegeven; e. De colleges van de deelnemende gemeenten gaan niet over tot besluitvorming dan nadat zij toestemming hebben verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten. Zoeterwoude

Aan het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt als volgt invulling gegeven:

Het bovenstaande tekstvoorstel met dezelfde strekking wordt reeds overgenomen.

a. Namens de colleges van de deelnemende gemeenten zendt het dagelijks bestuur het ontwerp tot wijziging van de regeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten voor het geven van zienswijzen; b. Het dagelijks bestuur zendt de ontvangen zienswijzen door naar het algemeen bestuur; c. Het algemeen bestuur weegt de ontvangen zienswijzen en beziet of deze aanleiding geven tot het heroverwegen van het voorstel tot wijziging van de regeling; d. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel tot wijziging van de regeling voor besluitvorming aan de colleges van de deelnemende gemeenten met een toelichting op de weging die het algemeen bestuur aan de zienswijzen heeft gegeven; e. De colleges van de deelnemende gemeenten gaan niet eerder over tot besluitvorming dan nadat zijtoestemming

Pagina 2

hebben verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten. Zuidplas

Informatievoorziening Artikel 26 van het ontwerp gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden omvat een bepaling die voorziet in het periodiek en actief delen van informatie door het algemeen bestuur aan de gemeenteraden. Er wordt in het concept onvoldoende duidelijk gemaakt hoe de Veiligheidsregio Hollands Midden hier invulling aan geeft. Te denken valt aan het versturen van een kadernota, begroting, jaarrekeningen en agenda’s en notulen van het algemeen bestuur.

Artikel 26 ziet op de verantwoordingsplicht van de voorzitter aan de gemeenteraden na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis. De wijziging van de Wgr waar Zuidplas op doelt is de zogenoemde actieve informatieplicht aan de raden. Er geldt al sinds 2002 een actieve informatieplicht voor het college jegens de gemeenteraad. Het college moet via die bepaling de raad ook actief informeren over alles wat in het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan gebeurt voor zover het college dit van belang acht voor de gemeenteraad én voor zover het een collegeregeling betreft. In de praktijk kwam het echter nog weleens voor dat het ene college zijn raad wat actiever informeert dan het andere college. De wetgever heeft daarom in artikel 17 lid 2 en lid 3 van de Wgr ook een actieve informatieplicht voor het bestuur van een gemeenschappelijk openbaar lichaam, van een bedrijfsvoeringsorganisatie of voor het gemeenschappelijk orgaan geïntroduceerd. De VRHM stelt voor om artikel 9 te wijzigen door in artikel 9 een tweede lid op te nemen dat luidt: ‘Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

Hieronder vallen in ieder geval vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur.’ Het delen van de kadernota, begroting en jaarrekeningen is al geregeld in de specifieke artikelen hierover. De gedachte van de VRHM is dit niet dubbel te regelen.

Pagina 3

Zuidplas

Een gedetailleerd artikel over in of uittreden Hoofdstuk 9 van de Wgr schrijft voor dat de regeling bepalingen opneemt omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1. Tot 1 juli 2022 hoefde dit formeel slechts bij gemeenschappelijke regelingen die voor onbepaalde tijd waren getroffen, maar sindsdien geldt dit voor alle gemeenschappelijke regelingen, dus ook bij voor bepaalde tijd getroffen gemeenschappelijke regelingen. In de concept gewijzigde gemeenschappelijke regeling is in hoofdstuk 17 een summiere weergave gegeven van toetreden, uittreden, wijzigen en opheffen. Het verzoek is dit uitgebreider uit te werken.

Hetgeen Zuidplas schrijft over een uitgebreider artikel over gevolgen van uittreden geldt voor ‘reguliere’ gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen van Veiligheidsregio’s zijn in die zin uniek te noemen, omdat uittreding niet mogelijk is, tenzij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet Veiligheidsregio’s, noopt tot uittreding van een of meer bestuursorganen. Aparte voorwaarden zoals Zuidplas voorstelt (opzegtermijn, verbod uit te treden binnen bepaalde tijd na toetreding), zijn dus niet mogelijk. Zodra een werkingsgebied wijzigt d.m.v. de AMvB, dan moeten colleges toe- of uittreden. De keuze van de VRHM is daarom dit voorstel tot aanvulling niet over te nemen.

In elk geval moeten in de gemeenschappelijke regeling worden geregeld: - De voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden; - De gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband (gemeenschappelijk openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie); - De gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten (zowel de uittreder als de overblijvende gemeenten). Voorwaarden voor uittreding Bij voorwaarden kan onder andere gedacht worden aan bijvoorbeeld een opzegtermijn of een verbod de eerste jaren na toetreding/treffen van de gemeenschappelijke regeling uit te treden.

Pagina 4

Ook het besluitvormingsproces is een onderdeel van de voorwaarden voor uittreding, net als andere procedurele afspraken. Vermogensrechtelijke gevolgen Bij vermogensrechtelijke gevolgen gaat het om de financiële kant van de uittreding, maar ook om de overname van contracten (huurovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten, inkoopcontracten e.d.). In de gemeenschappelijke regeling zal bepaald moeten worden hoe hiermee omgegaan wordt én hoe de uittreedkosten berekend moeten worden. Daarbij zal vooral van belang zijn welke kosten toerekenbaar zijn aan de uittredende partij, want vaak wordt gekozen voor het principe dat de uittreder de kosten van de uittreding betaalt. Zuidplas

Een periodieke evaluatie Artikel 11a van de Wgr schrijft voor dat een regeling bepalingen omvat omtrent de evaluatie van de regeling. Ons voorstel is om ieder jaar voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezing (eens in de vier jaar) een evaluatie op te nemen waarin in ieder geval de onderwerpen governance, doelmatigheid en efficiency zijn opgenomen.

Zuidplas

Een participatie artikel waarin beschreven staat voor welke onderwerpen gebruik wordt gemaakt van stakeholders buiten de ambtelijke organisatie en bestuurders Artikel 10 lid 7 en 8 houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Het ontbreekt in de concept gemeenschappelijke regeling

De evaluatie is reeds in de ontwerpregeling geregeld in artikel 12 lid 4. Daarin staat: ‘Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaande aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur, gehoord de besturen van de deelnemende gemeenten, bepaald.’ De keuze van de VRHM is daarom dit voorstel tot aanvulling niet over te nemen. In artikel 11, lid 6 wordt kort ingegaan op participatie. Deze passage luidt: ‘Ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden worden niet betrokken bij besluiten van het algemeen bestuur.’ Bij participatie gaat het om hoe ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden betrokken. Dat is meer dan alleen besluitvorming van het Algemeen Bestuur (AB). De bepaling zoals opgenomen in artikel 11 lid 6 van de Gemeenschappelijke Pagina 5

Veiligheidsregio Hollands Midden aan een hoofdstuk die dit artikel nader uitwerkt.

Regeling sluit participatie ook niet volledig uit; de wet verzet zich er niet tegen dat inspraak via de deelnemende gemeentebesturen wordt geregeld. Dat de GR dat niet vermeldt, wil echter niet zeggen dat het AB in voorkomende gevallen niet anders kan besluiten, c.q. toch een participatietraject kan opstarten via het bestuur van het samenwerkingsverband dan wel via de gemeenteraden. Die mogelijkheid bestond overigens voor de wijziging van de Wgr ook al. Om toch concreter te zijn in de GR, stelt de VRHM voor artikel 11 lid 6 te wijzigen in: ‘Voor inspraak van ingezetenen en belanghebbenden over de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van één van de bestuursorganen van het openbaar lichaam kunnen ingezetenen en belanghebbenden gebruik maken van de bestaande mogelijkheden volgens de regelingen van de gemeente waarin zij woonachtig/gevestigd zijn.’

Alphen aan den Geen zienswijzen ingediend. Rijn, BodegravenReeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Lisse, Nieuwkoop, Oegstgeest, Teylingen

Pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14806271/2