Bijlage 3 Ondernemingsplan Promen 2025
Tekst van het document
Aangezien een integrale inventarisatie onder de staf en leiding heeft aangetoond dat er nauwelijks gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid tot verlofsparen en wij verwachten dat het totaal van de bovenwettelijke uren gelijk blijven of zullen dalen, heeft Promen in de begroting geen rekening gehouden met de vorming van een additionele voorziening Verlofsparen voor de staf en leiding.
47
F i n a n c i ë l e d e e l
48
Tabellen bij financiële begroting Overzicht van baten en lasten (inclusief meerjarenraming)
49
Personele planning Voor de personeelsplanning 2025 wordt uitgegaan van een aantal van 627,4 SE. Een aantal van 14 SE zal in 2024 deelnemen aan de in de Wsw cao opgenomen Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Voor de meerjarenbegroting wordt uitgegaan van een jaarlijkse afname vanwege pensioneringen en overig natuurlijk verloop. Met de organisatiewijziging per 1 jul 2024 zijn de bedrijfsonderdelen vervangen door units, wat geleid heeft tot een herschikking van de SE’s over de organisatie.
50
In onderstaande tabel zijn de verwachte aantallen arbeidsplaatsen per gemeente opgenomen.
De aantallen medewerkers per gemeente kunnen in de loop van de tijd wijzigen door de verhuizing van Wswmedewerkers of doordat medewerkers eerder uitstromen dan gemiddeld te verwachten was, bijvoorbeeld wegens langdurige ziekte.
51
Toelichting overzicht van baten en lasten
In onderstaande tabel is het meerjarig verloop van de kostprijs per Wsw arbeidsplaats weergegeven. De kostprijs per arbeidsplaats is berekend op basis van de bijdragen van de Wsw arbeidsplaatsen en het totaal aantal arbeidsplaatsen binnen Promen.
De kostprijs per arbeidsplaats in het ondernemingsplan 2025 is hoger dan de kostprijs in de primitieve begroting 2025, met name door hogere loonkosten dan bij primitieve begroting verondersteld. De kostprijs blijft binnen de prijsindexatie van 11,1%, zoals opgenomen in het financieel kader voor GR-en Hollands-Midden. De kostprijs per Wsw-arbeidsplaats stijgt jaarlijks, met name door de stijging van de loonkosten Wsw en de loonkosten van het niet-doelgroep personeel.
52
De gemeente Bodegraven-Reeuwijk is sinds 2012 geen onderdeel meer van de Gemeenschappelijke Regeling Promen. Sinds 2017 geldt de afspraak dat zij het verschil tussen de loonkosten en de bijdrage per arbeidsplaats (conform macro budget) vergoeden. Inmiddels is er geen ruimte meer tussen de loonkosten en de bijdrage, en verwachten wij voor 2025 geen aanvullende bijdrage van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.
Op basis van de verwachte aantallen medewerkers per gemeente, zijn in onderstaande tabel de verwachte bijdragen per gemeente opgenomen. De bijdragen zijn berekend conform de in 2018 door het bestuur vastgestelde nieuwe verdeling van buitengemeentelijke Wsw- medewerkers. Bij de jaarrekening 2025 zal afrekening plaatsvinden op basis van de werkelijke aantallen medewerkers.
53
Het Rijk heeft de komende tien jaar ca. 60 miljoen per jaar uitgetrokken voor het versterken van infrastructuur van sociaal onwikkelbedrijven en het creëren van 10.000 extra garantiebanen. Vooralsnog houden we in de begroting rekening met een aandeel van 1% van de landelijke middelen: ca. 600k per jaar. Deze middelen worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve, en zullen in een later stadium als bestedingsvoorstellen worden voorgelegd aan het bestuur.
54
Ondanks de daling van het aantal medewerkers voorzien wij een stijging in de omzet door Wsw-personeel, met name door productiviteitsverbeteringen naar aanleiding van de organisatiewijziging.
Voor 2025 wordt rekening gehouden met een aantal overige opbrengsten zoals verhuur en opbrengsten m.b.t. transport en magazijn.
55
Door de uitstroom van Wsw-medewerkers dalen de loonkosten Wsw-personeel jaarlijks. Voor het jaar 2025 wordt rekening gehouden met een stijging van de loonkosten Wsw per medewerker ten opzichte van het jaar 2024 vanwege: de stijging van de Wsw-lonen met 3,3% per 1 januari 2025 conform de in de cao vastgelegde LPO-systematiek; de stijging van het wettelijk minimum loon met 2,75% per 1 januari 2025; de stijging van de lonen met ca. 2,75% per 1 juli 2024.
Voor 2025 wordt uitgegaan van ca. 14 SE die deel zullen nemen aan de in de Wsw cao opgenomen RVU (Regeling Vervroegd Uittreden). Medewerkers die deelnemen aan de RVU zijn nog wel in dienst, maar ontvangen geen regulier salaris meer, wel een uitkering. Met ingang van 2025 wordt het Lage Inkomensvoordeel (LIV) afgeschaft. Op grond van deze regeling werd een deel van de loonkosten van medewerkers met een laag inkomen door de overheid vergoed. Bij de overige bedrijfskosten is een kostenstijging door een toename van met name de reis-en vervoerskosten (gevolg CAO) en kosten MTO.
56
Promen betaalt loonkostensubsidie aan werkgevers die Begeleid Werkers in dienst hebben. Voor 2025 wordt rekening gehouden met een bedrag van gemiddeld € 14.395 per SE.
De loonkosten van PW Regulier worden per 2025 opgenomen onder de lasten van de GR, aangezien het uitvoerende werknemers zijn en geen staf en leiding (niet-doelgroep). Voor 2025 voorzien we de inzet van 18 FTE PW Regulier.
Met ingang van boekjaar 2021 worden de huisvestingslasten (voor zover deze betrekking hebben op het primaire proces) toegerekend aan de programmarekening om te voldoen aan de notitie overhead van de Commissie BBV. De totale begrote huisvestingslasten voor 2025 bedragen € 1.149k. Van de huisvestingslasten komt 80% ten laste van het programma Begeleide participatie. De overige 20% heeft betrekking op de kantoorruimten en behoren tot de overheadkosten. De huisvestingslasten bestaan onder andere uit de kosten voor huur, afschrijving gebouwen en installaties, onderhoud, energie, verzekering en rente. Deze posten worden nader toegelicht onder de post overige bedrijfskosten.
57
Met ingang van 2025 worden ook de overige bedrijfskosten die betrekking hebben op het primair proces toegerekend aan de programmarekening (80% van de overige bedrijfskosten). Het betreft onder andere afschrijvingskosten van machines en transportmiddelen, inkoopkosten, onderhoudskosten en leasekosten wagenpark.
De loonkosten niet-doelgroep bestaan uit de loonkosten voor ambtenaren en Sterwork-medewerkers. De kosten van PW Regulier zijn vanaf 2025 geplaatst onder de lasten van de GR. Het begrote aantal ambtenaren en Sterwork-medewerkers voor 2025 bedraagt 122 FTE. De twee ten opzichte van 2024 extra FTEs bemensen de pilot Simple Switch/Basisbanen en worden extern gefinancierd. Voor het jaar 2025 wordt rekening gehouden met een stijging van de loonkosten met 5,5% ten gevolge van de Cao gemeenten. De toerekening van kosten aan Prowork BV heeft betrekking op de begeleiding van Prowork medewerkers (m.b.t. jobcoaches, leidinggevend personeel en overhead).
58
Afschrijvingskosten Voor 2025 wordt rekening gehouden met een afschrijvingslast van ca. € 752k. Huurkosten / lease De huur- en leasekosten hebben met name betrekking op de huur van het pand in Capelle aan den IJssel en de lease van het wagenpark. De hogere kosten hebben betrekking op verwachte prijsstijgingen. Onderhoudskosten De onderhoudskosten hebben met name betrekking op het onderhoud/licenties ICT, wagenpark, gebouwen en schoonmaakkosten.
59
Dotatie voorziening groot onderhoud Per 2025 vervangen we de voorziening groot onderhoud voor een bestemmingsreserve. Hiermee vervalt de dotatie. In plaats daarvan voegen we jaarlijks € 100k toe aan een bestemmingsreserve. Op basis van ons meerjarenonderhoudsplan onderhouden we onze panden. Energieverbruik De kosten voor energieverbruik hebben met name betrekking op de kosten voor gas en elektra voor de panden en brandstof voor het wagenpark. Voor 2025 wordt uitgegaan van stabiele brandstofprijzen en gasprijzen. Voor elektriciteit heeft Promen nog een lopend contract waardoor prijsstijgingen naar verwachting beperkt zullen blijven. We starten de voorbereidingen op voor een nieuwe aanbesteding. Belastingen en verzekeringen De belastingen en verzekeringen hebben met name betrekking op de belastingen en verzekeringen voor de panden en het wagenpark. Accountants- en advieskosten Onder de accountants- en advieskosten is rekening gehouden met kosten voor juridisch advies voor de afdeling HR, een budget voor de Functionaris voor de Gegevensbescherming en overige advieskosten ten behoeve van het Management Team van Promen. Indirecte productiekosten De indirecte productiekosten hebben betrekking op de kosten van gereedschappen en klein materiaal voor de diverse units van Promen. Kantine De kantinekosten hebben met name betrekking op de koffie/theevoorzieningen.
Ten aanzien van de interne cateringlocaties (in Gouda en Capelle aan den IJssel) wordt uitgegaan dat zij kostenneutraal zullen zijn. Overige De overige kosten hebben o.a. betrekking op de kosten van telefoons, abonnementen, marketing & communicatie en afvoer afval. Toerekening kosten aan Prowork B.V. Aan Prowork B.V. worden kosten toegerekend voor vervoer, huisvesting, gereedschappen en overhead op basis van het aantal medewerkers van Prowork.
60
Toerekening huisvestingskosten en overige bedrijfskosten Conform de notitie overhead van de commissie BBV worden de huisvestingslasten en overige bedrijfskosten toegerekend aan de programmarekening voor zover deze betrekking hebben op het primaire proces.
Voor 2025 wordt een post onvoorzien geraamd van € 100k..
De financiële baten en lasten hebben betrekking op de langlopende leningen bij de BNG.
61
De onttrekkingen aan de reserves hebben betrekking op dekking van afschrijvingskosten van de verbouwing Groen en Schoon en van de investeringen (aanschaf meubilair e.d.) m.b.t. de verhuizing van locatie Capelle. Vanaf 2022 is rekening gehouden met € 100k vrijval uit de reserve ter dekking van de afschrijvingslasten van de luchtbehandelingssystemen. De onttrekkingen aan de reserves hebben betrekking op dekking van afschrijvingskosten van de verbouwing Groen en Schoon en van de investeringen (aanschaf meubilair e.d.) m.b.t. de verhuizing van locatie Capelle. Vanaf 2022 is rekening gehouden met € 100k vrijval uit de reserve ter dekking van de afschrijvingslasten van de luchtbehandelingssystemen.
62
Financiële positie In de programma’s is geen nieuw beleid opgenomen met gevolgen voor de financiële positie. Op basis van de werkelijke balansstanden per 31 december 2023 en de begrote baten en lasten 2024 tot en met 2028 worden onderstaande balansstanden geprognosticeerd.
Onderstaand is het overzicht van het EMU-saldo weergegeven: het verschil tussen inkomsten en uitgaven. Een negatief saldo geeft aan dat er sprake is van meer uitgaven dan inkomsten. Het meerjarig positief saldo wordt met name veroorzaakt door de toevoegingen aan de reserves.
63
Investeringen Voor 2025 wordt een totaalbedrag aan investeringen verwacht van € 581k (excl PM’s). Deze investeringen passen binnen de in de begroting opgenomen afschrijvingslasten voor 2025. Promen zal voor zover nodig passende financiering afsluiten voor de geplande investeringen.
64
Reserves In onderstaand overzicht zijn de standen en de mutaties per reserve opgenomen.
Voorzieningen In onderstaand overzicht zijn de standen en de mutaties per voorziening opgenomen.
65
Overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht zijn de baten en lasten per taakveld opgenomen.
66