CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Omgevingsvisie1.1. Waddinxveen 2050 201816

Besluitvormende raadsvergadering 12 februari 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Actualisatie 1.1. Omgevingsvisie Waddinxveen 205024.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.4.4

Sociaal en inclusief

Ontmoeting centraal In Waddinxveen wordt ruimte gecreëerd voor de ontmoeting en menging van verschillende groepen in de samenleving. We stimuleren een differentiatie van leeftijds- en inkomensgroepen en andere kenmerken in de wijken en in de openbare ruimte. We streven naar een goede menging van doelgroepen in woonwijken, waarbij we oververtegenwoordiging van een bepaalde doelgroep op een plek voorkomen. In de openbare ruimte kan ontmoeting gestimuleerd worden door speeltoestellen, bankjes en

sportfaciliteiten te clusteren in een autovrije ruimte met hoge verblijfskwaliteit. Ook streven we naar voldoende en veilige speelruimte in de openbare ruimte van Waddinxveen. Hierbij willen we alle aspecten van het aanbieden van speelruimte aan kinderen van 0 tot 12 jaar aan bod laten komen met een evenredig verdeeld aanbod van speelvoorzieningen. Gezond opgroeien We willen dat jongeren zich op een veilige manier kunnen ontwikkelen tot gezonde, zelfstandige inwoners. We vinden het belangrijk dat er aandacht is voor het voorkomen van problemen. Er zijn laagdrempelige, algemeen toegankelijke en herkenbare vormen van voorzieningen waar de jeugdige en de ouder/opvoeder gebruik van kan maken. Ook verstevigen we de samenwerking tussen onderwijs, zorg en andere relevante partijen om aandachtspunten snel te kunnen signaleren en goede oplossingen te kunnen bieden. Toegankelijk voor eenieder De openbare ruimte is toegankelijk voor groepen die minder goed ter been zijn (zoals ouderen, kinderen en mindervaliden) en mensen met een taalachterstand. Ook voorzieningen zoals het openbaar vervoer en sociale of culture instellingen dienen goed toegankelijk te zijn. Dit betekent dat stoepen en opgangen geschikt zijn voor rolstoelen en mindervaliden, er veel zitgelegenheid is en dat bordjes en teksten begrijpelijk zijn.

Ook dienen mensen die slecht ter been zijn niet onnodig lange afstanden te moeten afleggen om voorzieningen te bereiken. De openbare ruimte is bovendien sociaal veilig en wordt ook als zodanig ervaren. Beleefbaar erfgoed en cultuurhistorie Er zijn verschillende vormen van erfgoed te vinden in Waddinxveen. Op het gebied van archeologie zijn er restanten van de prehistorie tot de tweede wereldoorlog te vinden en van alles daartussen. Een voorbeeld is een deel van de tankgracht van de Vordere Wasserstellung gebruikt door de Duitsers

25 Parkeerbeleid gemeente Waddinxveen, 2014

55 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

in de tweede wereldoorlog. Er zijn zones in de bodem aangewezen waar hogere verwachtingen zijn wat betreft vondsten in de bodem. Om ook boven de grond deze verhalen te vertellen kunnen informatievoorzieningen worden toegevoegd. Ook bij tastbaar erfgoed, zoals bijzondere gebouwen of landschappen is dit een wens. Zo worden het Waddinxveense erfgoed en de cultuurhistorie laagdrempelig beleefbaar gemaakt voor de inwoners. Verder willen we Waddinxveens erfgoed behouden en versterken. Hierbij zetten we ook in op het aanwijzen van meer gemeentelijke monumenten en eventueel beschermde dorps- en stadsgezichten. Gemeentelijke en rijksmonumenten zijn opgenomen in het erfgoedregister van Waddinxveen. Ook is per november 2022 een adviescommissie omgevingskwaliteit Waddinxveen ingesteld. Dit is in lijn met de brede en integrale advisering volgens de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet moet een brede adviescommissie ingesteld worden die welstand- en erfgoedadvisering voor rekening neemt.

percelen, dichtheid, watergang, bruggen en bomen) is leidend voor wat er mogelijk is. Zo zijn in sommige linten de oorspronkelijke structuren nog deels intact, waarbij het van belang is om de gebieden die nog cultuurhistorisch betekenisvol zijn, zoveel mogelijk te behouden. Bij linten die ingrijpend zijn getransformeerd, zijn weer andere uitgangspunten van belang, zoals het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit.

Bebouwingslinten De bebouwingslinten bepalen het oorspronkelijke karakter van Waddinxveen. Ze blijven belangrijk voor de ruimtelijke structuur en de ervaring van het landschap. De variatie in (monumentale) bebouwing met historische boerderijen, (historische) woonhuizen, bedrijfsgebouwen, tuinders- en arbeiderswoningen, nieuwbouw bepalen de kenmerkende uitstraling van de linten. De panden dateren uit verschillende tijden en zijn in verschillende stijlen gebouwd en de percelen hebben verschillende kavelbreedtes. Het is belangrijk dat deze worden beschermd. In de woonwijken gaat het bijvoorbeeld om de Dorpstraat, Plasweg, Noordkade en Zuidkade. Daarbuiten langs de Gouwe, het Noordeinde, Brugweg, Zwarteweg, Bloemendaalseweg, Tweede Bloksweg, Bredeweg, G. van Dort Kroonweg en Abraham Kroesweg. Linten zijn altijd in ontwikkeling, omdat nieuwe initiatieven zich blijven zich aandienen. Zolang die zich voegen in het karakter van het lint hoeft dit geen probleem te zijn. De structuur en opbouw van ieder lint (type bebouwing, 56 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

4.5 Innovatieve knoop aan de Gouwe 4.5.1 Inleiding Waddinxveen is goed verbonden en ondernemend. Om zo goed mogelijk gebruik te maken van deze kwaliteiten en onze positie optimaal te benutten, is het van belang dat we blijven innoveren, ook in de toekomst. Daarom zetten we in op emissieloze bereikbaarheid, een innovatieve economie en economisch gezond zijn.

Figuur 256 De ambities van de pijler 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'

57 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

4.5.2 Emissieloos bereikbaar Doel Waddinxveen werkt toe naar een emmissieloos mobiliteitssysteem door duurzaam vervoer te stimuleren en te faciliteren. Sterk openbaar vervoer Om onze drie treinstations zo goed mogelijk in te zetten vinden we het belangrijk om te werken aan een sterk aansluitend openbaar vervoersysteem: aansluitend op elkaar en op de juiste bestemmingen. We zetten daarvoor in op goede OV-bereikbaarheid binnen de kern, naar de omliggende kernen en naar andere veelgebruikte bestemmingen. Hiervoor is een sluitend busnetwerk essentieel en is het ook van belang dat de frequenties aantrekkelijk zijn en goed aansluiten op de treintijden. Hier hebben we niet direct invloed op, maar wel via lobbywerk en afspraken met vervoerders. Waar binnen de gemeentegrenzen gaten blijken te vallen in het busnetwerk, en er wel behoefte is aan extra verbindingen, gaan we op zoek naar manieren om deze op te vullen. Een belbus kan hier een oplossing zijn, evenals de OV-fiets. Aangezien de meeste mensen het openbaar vervoer te voet bereiken, zijn ook prettige toelooproutes van belang. Voetgangers moeten zich veilig voelen en kunnen genieten van aantrekkelijke wandelroutes. Aantrekkelijk betekent groen en schaduwrijk, evenals met voldoende voorzieningen zoals prullenbakken, oversteekplaatsen en bankjes.

Uitgebreid fietsnetwerk Omdat de afstanden binnen Waddinxveen goed te bereiken zijn met de fiets, is het van groot belang om een uitgebreid en aantrekkelijk fietsnetwerk te hebben. Fietsroutes moeten veilig en efficiënt zijn. We breiden fiets en wandelpaden uit en verbeteren de bestaande waarbij we ook rekening houden met veranderende fietssnelheden. Waar er obstakels ervaren

worden in overzichtelijkheid of doorstroming, zoeken we naar oplossingen. Hierbij hanteren we bij aanpassingen in de wegenstructuur het STOMPprincipe als uitgangspunt (zie. 4.4.2.1). Bovendien willen we aantrekkelijke groene routes, die mensen uitnodigen om op de fiets te stappen in plaats van de auto te pakken. Snelfietspaden richting Gouda en Alphen aan den Rijn zorgen dat de omliggende kernen aantrekkelijk zijn om met een elektrische fiets te bezoeken. Niet alleen goede fietspaden maken het aantrekkelijker om te fietsen. Ook de juiste voorzieningen zoals veilige fietsenstallingen bij het centrum, de stations, schoolzones en andere belangrijke bestemmingen doen dit. We willen ruime beveiligde stallingen, met voldoende plek voor zowel normale als elektrische fietsen. Zo kan men gerust zijn of haar fiets kwijt. Slim omgaan met de auto De auto zal voorlopig nog een rol spelen in ons verkeerssysteem. Toch zien we nu al hoe de vorm van autobezit en gebruik aan het veranderen is. Er wordt steeds meer elektrisch gereden. Dit faciliteren we met een uitgebreid netwerk van laadpalen voor elektrische voertuigen. Hierbij hanteren we een proactief beleid, wat betekent dat we niet alleen reageren wanneer er een verzoek binnenkomt maar ook zelf bepalen wat tactische plekken zijn voor laadpalen.

Door daarnaast te zorgen voor een goede beschikbaarheid van deelvoertuigen, kan de parkeernorm op termijn omlaag voor de gehele gemeente. Zo kan de (tweede) auto gemakkelijk vervangen worden door een deelauto. We streven ernaar meerdere vormen van deelmobiliteit toe te passen. Tegelijkertijd willen we dat Waddinxveen goed bereikbaar blijft met de auto. We ontmoedigen verkeer dan ook om door Waddinxveen heen te rijden. Verkeer wat geen bestemming heeft in Waddinxveen wordt gestimuleerd gebruik te maken van de randwegen. Bij bouwprojecten hanteren we het principe ‘Eerst bewegen, dan bouwen’ waarbij we ook kijken naar de OV mogelijkheden.

58 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

Ander vervoer Niet alleen bewonersverkeer, maar ook bouwverkeer zorgt voor uitstoot en overlast van vervuilende stoffen. Om dit terug te dringen zetten we in op zero-emissie bouwverkeer en mobiele werktuigen. Doel uit het Schone Lucht Akkoord: Het streven is om in 2030 een reductie van de negatieve gezondheidseffecten van mobiele werktuigen van 75% ten opzichte van 2016 te realiseren. Daarnaast maken we afspraken over schone binnenvaart over de Gouwe.

59 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

4.5.3 Innovatieve economie Kennis en talent We hebben een sterke basis om een vitaal ondernemend dorp tussen steden te blijven. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) is de motor van de economie van Waddinxveen. De vraag is hoe Waddinxveen een deel van de kenniseconomie naar zich toe kan trekken. Dit is belangrijk omdat deze vorm van bedrijvigheid relatief veel arbeidsplaatsen per vierkante meter genereert. Een sleutelrol daarbij ligt bij het binden van kennis en talent, voor Waddinxveen met name in de techniek. We gaan in Waddinxveen voor een economisch beleid en ondernemersklimaat dat is gericht op het binden van kennis en talent, innovatie, ondernemerschap, combinaties van wonen en werken, duurzaamheid en samenwerking met ondernemers en onderwijs. Leegkomende winkelpanden buiten de kernwinkelgebieden worden zo vaak als mogelijk ingevuld met een andere werkbestemming, al dan niet in combinatie met wonen. Als een werkbestemming niet langer reëel is, kan buiten de kernwinkelgebieden worden gekozen voor een woonbestemming. Bouwacademie als centrum voor kennis en innovatie in techniek, bouw en infra We organiseren goed techniekbreed praktijkonderwijs.

Dit doen we in samenwerking met het onderwijs en bedrijfsleven, door het Centrum voor Innovatief Vakmanschap van mboRijnland, de Stichting Vrienden van het Coenecoop College, het Waddinxveense bedrijfsleven, Sterk Techniekonderwijs (programma voor versteking van vmbotechniekonderwijs), het PMT-stagebureau van het Coenecoop College en de Campus Gouda aan elkaar te verbinden. Logistiek: naar een hogere toegevoegde waarde en meer innovatie Veel logistieke bedrijven clusteren zich rondom de snelweg. De uitgeefbare ruimte in Waddinxveen wordt echter schaarser en de banendichtheid van

26 2 www.a12-corridor.nl: “De gemeenten Waddinxveen, Waddinxveen, Zoetermeer en

Zuidplas, provincie Zuid-Holland en VNO-NCW West werken samen met diverse partners en

de logistiek is beperkt. Regionaal is de ambitie om van Midden-Holland een ‘best practice’ te maken op gebied van logistiek en distributie. Die regionale visie is één-op- één door te vertalen naar Waddinxveen en is samen te vatten als terughoudend (verdozing tegengaan) en ‘kwaliteit boven kwantiteit’. Die ambitie zou ook leidend moeten worden in de samenwerking rond de logistieke hotspot A12-corridor.26 Energietransitie en circulaire economie als uitgangspunt Energietransitie en circulariteit zijn een onlosmakelijk onderdeel geworden van het gesprek over de lokale economie. De gemeente kan stimuleren, maar bedrijven en anderen zijn nodig om echt stappen te zetten. Er liggen duidelijke lijnen met het vergoenen en verduurzamen van bedrijventerreinen en de programma’s met Campus Gouda en de Bouwacademie rond duurzaam en circulair bouwen. Vanuit de RES zijn bedrijfsdaken aangewezen als grootste zoekgebieden voor zon in de regio. Als gemeente stimuleren en ondersteunen we nieuwe initiatieven en nemen we bezwaren weg waar deze onze ambities in de weg staan. 4.5.4 Economisch gezond Levendige, onderscheidende en kleinschalige economische locaties Op geschikte locaties als het Sleutelkwartier, de Noordkade en in de kleinschalige winkelstrips in de wijken creëren we onderscheidende en levendige woon-werkgebieden. Economische functies blijven behouden.

Waar die zich goed verdragen met de woonfunctie voegen we ze toe, zoals creatieve bedrijfsverzamelgebouwen, werkplekken voor ZZP’ers, ateliers en ambachtsruimten. Met het project Sleutelkwartier wordt ingezet op de woonfunctie in het gebied tussen station en Hefbrug. Dat kan gepaard gaan met investeren in kleinschalige werklocaties: werkfuncties die makkelijk inpasbaar zijn in een woongebied, zoals kleine ambachtsruimtes, ateliers en (kantoor)werkplekken voor zelfstandigen.

belanghebbenden samen om de A12-corridor te ontwikkelen tot een sterke logistieke hotspot.”

60 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

Verbeteren verblijfs- en ondernemersklimaat bestaande bedrijventerreinen We investeren in de toekomstbestendigheid van het ondernemers- en verblijfsklimaat op bestaande werkterreinen. Om ook op langere termijn succesvolle terreinen te behouden, moet er werk gemaakt worden van kwaliteit: vergroening, ov-bereikbaarheid, fietsvoorzieningen, verduurzaming (energiebesparing en opwekking, circulariteit) mogelijkheden voor eventuele andere functies (geen detailhandel). We investeren in meer en beter parkmanagement, circulariteit en energietransitie, uitstraling en gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte. Daarnaast wordt een intensiever ruimtegebruik op de bedrijventerreinen nagestreefd. Toewerken naar een optimale winkelstructuur We willen de detailhandel concentreren in een overzichtelijk aantal gebieden. Een prominente functie is uiteraard voorzien voor het Gouweplein, dat zich verder moet ontwikkelen tot het koopcentrum van Waddinxveen met ondersteunende voorzieningen. Voor de winkelfunctie elders in de gemeente geldt een conserverend beleid, in lijn met het vastgelegde beleid in de Detailhandelsstructuurvisie 2019-2030. We trekken in deze gebieden meer koopkracht aan door het stimuleren van een aantrekkelijke mix in het aanbod.

61 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

62 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5. Koers per deelgebied 5.1

Inleiding

In het vorige hoofdstuk is de algemene koers voor Waddinxveen uiteengezet. Alles wat er beschreven is in hoofdstuk vier geldt voor de gemeente als geheel en is van toepassing op alle deelgebieden. In dit hoofdstuk beschrijven we daarom de koers per specifiek deelgebied. Hierbij benoemen we de gewenste gebiedskwaliteiten en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geven we aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. Op basis van de eerder beschreven identiteit, kwaliteiten en opgaven onderscheiden we de volgende deelgebieden:  Woonwijken (Woonkern);  Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern);  Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid);  Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid)  Polders Achterof en Zuidplas;  Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder);  Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en ’t Weegje (Buitengebied).

63 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.2 Woonkern 5.2.1

Huidig karakter

Zowel de wat oudere wijken, zoals de Groenswaard, de Vondelwijk, de Oranjewijk, Noord, Oost en Zuid en de nieuwere wijken zoals de Zuidplas, zijn ruim en groen ingericht. Met veel bomen, kleine parkjes en leuke speelplekken voor de jeugd om buiten te spelen en ravotten. De wijken zijn kindvriendelijk en veilig. Op verschillende plaatsen in Waddinxveen worden nieuwe woningen gebouwd. De Triangel, de nieuwste wijk van Waddinxveen, is in ontwikkeling; veel groen, speelplekken voor kinderen en nieuwe, energiezuinige woningen. Op 't Suyt fase 1 aan de westkant van Waddinxveen tussen het dorp en de Zuidplaspolder zijn kavels verkocht om een eigen huis te laten bouwen. Fase 2 van ’t Suyt is nu in voorbereiding.

Figuur 267 Warnaarplantsoen, augustus 2019

64 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

65 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.2.2

Gebiedskoers/ kansen Klimaatadaptatie, groen (hittestress), energieopwekking, voorlichting/educatie/inspiratie op gebied van duurzaamheid/klimaatadaptatie. Biodiversiteit verhogen, • Verkeersveiligheid verbeteren als prioriteit; • Gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering (nieuwbouw Gouwebad De Sniep, nieuw totaalplan voor sportpark De Sniep, bouw Gouwehal); • Sociale cohesie versterken, door ontmoeting te stimuleren; • Voldoende betaalbare woningen voor starters en senioren, voldoende doorstroming (met bijvoorbeeld ’t Suyt fase 2, Peter Zuidlaan, uitwerking visie Coenecoopcollege e.o.); • Uitvoeren integrale buurtuitvoeringsplannen Transitievisie Warmte; • Focus op verduurzaming gebouwde omgeving en huizenvoorraad; • Openbare ruimte veilig en gezond inrichten (duurzame keuzes in groen, wel/geen verlichting) en beheren op beheerniveau B (dat wil zeggen het basisniveau); • Project behoud identiteit Plasweg. •

•

Realisatie doorfietsroute tussen Alphen aan den Rijn en Gouwe (langs het spoor).

Figuur 278 Afwegingskader met de belangrijkste ambities in het woongebied

66 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.3 Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier

5.3.1 Huidig karakter Het Gouweplein richt zich op dagelijkse boodschappen en doelgerichte aankoopplaatsen. Het Gouweplein is goed bereikbaar met de auto, maar minder goed voor voetgangers en fietsers. De aanwezige ‘Shared Space’ wordt momenteel door velen als onaangenaam ervaren. Sinds de vestiging is het centrum nog niet volledig ingevuld, maar er is een daling in de leegstand te herkennen.

Figuur 289 Uitsnede van integrale visiekaart voor het centrum van Waddinxveen Figuur 30 Centrum, augustus 2019

67 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.3.2

Gebiedskoers/ kansen Klimaatadaptie, biodiversiteit; Gouweplein als duidelijk dorpscentrum met ondersteunende wijkwinkelgebieden. Een structuur formuleren, waarin ‘oud’ en ‘nieuw’ winkelaanbod zich goed tot elkaar kunnen verhouden; • Gouweplein verder laten uitgroeien naar een bredere, toekomstbestendige, centrale plek; • Moderne bereikbaarheid stimuleren door het STOMP-principe als uitgangspunt te nemen in de openbare ruimte. We verbeteren de toegankelijkheid per fiets en te voet van het Gouweplein. Voorrang voor voetganger en fietser boven de auto. Benodigde aanpassingen om de Shared Space aantrekkelijk te maken. • De verblijf- en ontmoetingsfuncties verder te versterken: van een ‘place to buy’ naar een ‘place to be’; • Aanvullend op de winkels meer horeca en dienstverlening huisvesten; • Verdere functieverbreding (zoals cultuurcentrum De Kroon)27; • Openbare ruimte veilig en gezond inrichten passend bij een centrumfunctie en beheren op beheerniveau A (dat wil zeggen een hoog niveau); • Realisatiefase 2 van het nieuwe centrum; • Toevoegen woningbouw, beleving en levendigheid in het Sleutelkwartier. • •

Figuur 291 Afwegingskader met belangrijkste ambities voor het centrum

27

https://www.regiomiddenholland.nl/Strategische+agenda/Economie+Onder wijs+en+Arbeidsmarkt/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2011097 68 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.4

Bedrijventerreinen

5.4.1 Huidig karakter28 Waddinxveen heeft de afgelopen jaren fors uitgebreid, met Logistiekpark A12, Businesspark Vredenbrugh, Coenecoop III en op Distripark. Door deze ontwikkelingen staat Waddinxveen landelijk op de derde plek van meest uitgegeven meters bedrijventerrein tussen 2008 en 2017. Distripark aan de A12 is een hoogwaardig terrein voor logistieke bedrijvigheid. Distripark heeft een hoog energieverbruik, doordat de distributie- en opslagcentra een grote koudevraag hebben. Eveneens aan de A12 zit het logistiek park, wat een locatie is voor grootschalige logistiek. Aan de Bredeweg bevindt zich kleinschalige bedrijvigheid en Coenecoop I, II en III/West is een gemengd terrein met hoge arbeidsdichtheid. Dan zijn er nog drie terreinen met minder voorspoedige ontwikkeling. Noordkade is een gedateerd terrein, waar al een start is gemaakt richting transformatie naar een gemengd woon-werkgebied. In Zuid is vrachtverkeer momenteel problematisch en in Kouwehoek is sprake van verzakking van de N454.

Figuur 302 Coenecoop Waddinxveen

5.4.2 Gebiedskoers/ kansen29 • Klimaatadaptatie en biodiversiteit; • Noordkade transformatie naar gemengd woon-werkgebied; • Zuid op termijn transformeren; • Faciliteren van goede bereikbaarheid van de bedrijventerreinen; • Kouwehoek verbeteren van ontsluiting; • De terreinen moeten schoon, heel en veilig blijven/worden;

28 Bijlagen bij Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026

29 Bijlagen bij Economisch Koersdocument Waddinxveen 2021-2026

69 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

70 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

•

• •

•

•

•

• • • • •

De daken van bedrijventerreinen worden zoveel mogelijk ingezet voor de opwekking van zonne-energie. Nieuwe bedrijfsdaken moeten de juiste draagkracht hebben om grootschalige zonnesystemen te kunnen dragen. Nieuwe bedrijfsgebouwen worden energieleverend. Bestaande bedrijven worden zoveel mogelijk gestimuleerd om hun daken in te zetten voor zonne-energie; Zoekgebieden Zon op Veld langs Rijksweg A12; Inwoners kunnen financieel participeren in lokale energieprojecten op bedrijfsdaken. De winsten worden lokaal geïnvesteerd in zaken waar de inwoners behoefte aan hebben; Ook de bedrijventerreinen doen mee in de warmtetransitie. Op de terreinen wordt hernieuwbare warmte gebruikt of alternatieve brandstoffen zoals waterstof en groen gas; Bedrijven zijn verplicht om energiebesparende maatregelen in te voeren die binnen 5 jaar zijn terugverdiend. De gemeente stimuleert de toepassing van deze maatregelen; De bedrijventerreinen worden groener. We hanteren een vast percentage groen dat aanwezig moet zijn per bedrijfskavel en in het gehele bedrijfsgebied. Waar mogelijk wordt een zonnedak in combinatie met een groen dak aangelegd.

Waar dat niet kan wordt er voor een van de twee gekozen; Goede landschappelijke inpassing van de terreinen; Verkeersmanagement om parkeerproblemen te voorkomen, door te denken aan bijvoorbeeld alternatieve vervoersmiddelen en deelauto’s; Openbare ruimte veilig en gezond inrichten en beheren op beheerniveau B (dat wil zeggen het basisniveau; Realisatie doorfietsroute tussen Alphen aan den Rijn en Gouwe (langs het spoor / Kanaaldijk). Tijdelijke opvang vluchtelingen en flexwonen in de oksel Vredenburghlaan / Plasweg (zuidzijde).

Figuur 313 Afwegingskaders met belangrijkste ambities voor de bedrijventerreinen

71 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.5

Glastuinbouw

5.5.1 Huidig karakter 30 Het glastuinbouw gebied in Waddinxveen bestaat uit de Bredeweg (inclusief Glasparel), Abraham Kroesweg en de Van Dort Kroonweg. Glasparel+ is in ontwikkeling. De glastuinbouw is hoofdverbruiker van het aardgas in Waddinxveen. Met behulp van Warmte Kracht Koppeling (WKK) installaties wordt het aardgas omgezet in warmte voor het verwarmen van de kas, elektriciteit voor de verlichting van de kas en CO2 voor de groei van de planten.31 Het deelgebied Bredeweg bestaat uit relatief nieuw glas met middelgrote tot grote bedrijven en relatief veel bloementeelt. Ook de verkaveling is redelijk tot goed. In de Glasparel is nog zo’n 70 hectare beschikbaar voor glastuinbouwontwikkeling (bestemd maar nog niet gerealiseerd glas). Een deel daarvan is in beeld als alternatieve locatie voor te verplaatsen bedrijven vanuit de Noordkade (vanwege de transformatie naar woon-werkgebied). In het deelgebied Van Dort Kroonweg komen relatief veel kleine bedrijven en kassen van voor 2000 voor. De verkaveling is kleinschalig en de percelen zijn ondiep. Daarnaast zijn er beperkt mogelijkheden voor collectieve voorzieningen. De bedrijven telen overwegend sierteeltproducten. Het gebied ligt dicht bij de woonkern van Waddinxveen, maar wel gescheiden door de Vredenburghlaan en de zone tussen de Vredenburghlaan en het glastuingebied.

Dit deelgebied biedt weinig kansen voor modernisering, herstructurering én functieverandering op de korte termijn. Op langere termijn lijkt dit glastuinbouwgebied niet duurzaam.

30 Werkboek Oostland, 2020

Figuur 324 Glastuinbouw www.hartvanwaddinxveen.nl)

in

Waddinxveen

(bron

archief

31 Transitie Visie warmte, 2021

72 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

73 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.5.2 Gebiedskoers/ kansen 32 Bredeweg:

• • • • • •

• • • •

•

•

Van Dort Kroonweg: Overleg ondernemers over toekomstplannen gebied t.a.v. modernisering en herstructurering (onderzoek alternatieve duurzame bestemming, behoud economische functie).

Klimaatadaptatie en biodiversiteit; Schaalvergroting en daarvoor herstructurering; Verbetering ontsluiting via de Bredeweg die tegen beperkingen aanloopt. Collectieve watervoorzieningen; Restwarmte van WKK-installaties delen met kern. Overschot in bodem opslaan in zomer en gebruiken in winter; Collectief warmtenet dat enerzijds gevoed wordt vanuit de beoogde ‘WarmtelinQ leiding / Warmte Samenwerking Oostland (WSO) en/of anderzijds via verlenging van de B3 Hoek Leiding; Ledverlichting in kassen; Kans”CO2 afvangen f rest CO2 gebruiken; Kans: Zonnefolie op kassen of zonnepanelen boven waterbassins; Kans: Samen op weg naar een emissieloze kas: streven naar nullozing in 2027 van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in bodem en oppervlaktewater (Afsprakenkader Emissieloze kas); Openbare ruimte veilig en gezond inrichten (duurzame keuzes in groen, verlichting met respect voor biodiversiteit) en beheren op beheerniveau B (dat wil zeggen het basisniveau).

Figuur 335 Afwegingskader met de belangrijkste ambities voor de glastuinbouw

32 Werkboek Oostland, 2020

74 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.6

Polders Achterof en Zuidplas

5.6.1 Huidig karakter Polder Achterof is het meest herkenbare agrarische buitengebied van Waddinxveen. De polder heeft een open landschap met weids uitzicht. De ondergrond en het gebruik van de bodem passen goed bij elkaar in dit gebied. De westzijde van de polder is een stiltegebied en Achterof is een telpost voor trekvogels. Gezien de veelheid aan activiteiten waarvoor ruimte gevonden moet worden en de schaarse ruimte in de Randstad en ook in Waddinxveen, liggen er meerdere ruimteclaims op dit gebied. Het gaat om de huidige agrarische functie, mogelijke natuurontwikkeling ter versterking van het Bentwoud, de komst van de verlengde Bentwoudlaan en mogelijke uitbreiding van de recreatiemogelijkheden. Figuur 346 Polder Achterof, Martin van der Vaart, 22 februari 2022 via https://zoom.nl/foto/portret/3394326/polderzicht

75 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

76 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.6.2 Gebiedskoers/ kansen • • • • • • • • • •

niveau vanwege het vaak meer extensieve karakter in het buitengebied).

Klimaatadaptatie en biodiversiteit; Duurzame/ natuur inclusieve / kringlooplandbouw (zoals een Herenboerderij). Deels transformeren naar, of sterkere nevenfunctie als, recreatiegebied; Informatiebord voor tankgracht WO2 (kansen voor recreatie); Wateropvang bij piekbuien; Ecologische verbinding via Gouwebos naar Reeuwijk; Plofplek voor explosieven; Realisatie (Verlengde) Bentwoudlaan en Verlengde Beethovenlaan Betere verbindingen voor wandelaars en fietsers; Gemeentelijke wegen en fietspaden beheren op beheerniveau B. De overige openbare ruimte op beheerniveau C (dat wil zeggen een laag

Figuur 357 Afwegingskader met de belangrijkste ambities voor de polder Achterof en Zuidplas

77 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.7

Veenweidegebied: Voorofsche polder

polder

Bloemendaal

en

5.7.1 Huidig karakter Polder Bloemendaal en de Voorofsche polder hebben een hoge omgevingskwaliteit met bijzondere polders met hoge cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Het zijn waardevolle gebieden voor weidevogels en ze bevatten een grote hoeveelheid archeologische sporen. In de polder lopen ook bewoningslinten door en er is bedrijvigheid in verschillende vormen aanwezig: landbouw in afnemende mate en kwekerijen. De polders worden niet overal als even goed bereikbaar en fietsvriendelijk ervaren. Ook moet opgepast worden met het toestaan van nieuwe ontwikkelingen: het huidige karakter ten zuiden van de Brugweg en van de Voorofsche polder dient bewaakt te worden.

Figuur 368 Winterdijkje, 18 mei 2020

78 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

79 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

• 5.7.2 Gebiedskoers/ kansen • Klimaatadaptatie en biodiversiteit; • Behoud en herstel natuur en landschap; • Onderzoeken oplossing verkeersdrukte op de Brugweg en het sluipverkeer in Reeuwijk-Dorp en omgeving; • Wateren zijn particulier beheer (recreatiemogelijkheden); • De polder als stedelijk uitloopgebied meer recreatieve betekenis geven; • Goede weidevogelstand en waardevolle flora in stand houden versterken; • Waterberging; • Reserve zoekgebied windmolens langs A12; • Nieuwe bomen aanplanten (noordzijde polder); • Passende overgang tussen weidegebied en gebouwen bijvoorbeeld met bomen / hagen rond bebouwing. • Uitbreiding wandel en fietspaden; • Integrale aanpak bodemdaling; • Kans: Duurzame/ natuur inclusieve / kringlooplandbouw (zoals een Herenboerderij) in combinatie met recreatie als oplossing voor bodemdaling; • Sanering van verspreid gelegen kassen en sierteelt buiten de daartoe aangewezen sierteeltgebieden; • Duurzaam beheer water en bodem; verbeteren waterkwaliteit en – afvoer door bijvoorbeeld een collectieve aanpak van het achterstallig baggerwerk. Met vrijgekomen bagger kunnen percelen worden opgehoogd om eventuele wateroverlast te verminderen; • Gemeentelijke wegen en fietspaden beheren op beheerniveau B.

De overige openbare ruimte op beheerniveau C (dat wil zeggen een laag niveau vanwege het vaak meer extensieve karakter in het buitengebied); • Beheren van cultureel, historisch waardevol veenweidelandschap;

•

Grondwater actief te beheren om verdere veenafbraak en daardoor uitstoot van broeikasgassen en bodemdaling te minimaliseren; Pilot om de processen van veenafbraak en het beperken daarvan gedurende 5 jaar te volgen en te begrijpen.

Figuur 379 Afwegingskader met de belangrijkste ambities in het Veenweidegebied

80 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.8

Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en ’t Weegje (buitengebied)

5.8.1 Huidig karakter Deze drie groene gebieden van Waddinxveen bevinden zich niet allemaal bij elkaar in de buurt, maar delen wel de hoofdfuncties recreatie en natuur. Het Bentwoud bevat interessante cultuurhistorie, met restanten van de tankgracht van de tweede wereldoorlog. Het Gouwebos is extra aantrekkelijk voor kinderen, dankzij het Smulbos en door de twee natuurspeeltuinen die aanwezig zijn. 't Weegje is een half-besloten en waterrijk gebied met hoge ecologische waarden en horecagelegenheid het Praathuis bij de ingang. Gouwebos en ‘t Weegje worden beheerd door Groenalliantie en is ook in eigendom van Groenalliantie. Het Bentwoud is in eigendom van de Provincie Zuid-Holland. Staatsbosbeheer heeft het gebied in beheer.

Figuur 40 ’t Weegje

81 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

82 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

5.8.2 Gebiedskoers/ kansen • Klimaatadaptatie; • Natuurontwikkeling (verdere ontwikkeling bos in Bentwoud); • Ecologische verbindingen naar gebieden in aangrenzende gemeenten; • Groen verbinden met woonwijken; • Verbeteren ecologische en recreatieve verbinding tussen Bentwoud en Gouwebos; • Meer ruimte bieden aan Natuur- en Milieueducatie (NME); • Uitbreiden en kwaliteitsverhoging recreatieve infrastructuur (paden, informatievoorziening, bankjes, etc.); • Gemeentelijke wegen en fietspaden beheren op beheerniveau B. De overige openbare ruimte op beheerniveau C (dat wil zeggen een laag niveau vanwege het vaak meer extensieve karakter in het buitengebied). • Aanleg nieuwe Goudse Westergouwe; • Vergroten van de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde waar nodig en effectief; • Herontwikkeling van het entreegebied van t Weegje (verbeteren centrale toegang; landschappelijke inrichting parkeerterrein en omgeving Praathuis en het realiseren van een speelvoorziening nabij het Praathuis); • Het verbeteren van enkele routes (kanoroute en wandelroute Wilhelminakades); • Herinrichting spoorzone (verbinding tussen ’t Weegje en de Oostpolder); • Vernieuwing informatievoorzieningen; • Realisatie doorfietsroute tussen Alphen aan den Rijn en Gouwe (langs het spoor/ Wilgenlaantje).

Figuur 381 Afwegingskader met de belangrijkste ambities in de recreatiegebieden

83 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

84 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

6.

Uitvoeringsparagraaf: werken met de omgevingsvisie

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken uit te voeren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere initiatiefnemers, beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. We beschrijven hier verder de diverse (kern)instrumenten die we aanvullend op de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.

6.2

Sturingsfilosofie

Het uitgangspunt van de Omgevingswet is zoals gezegd ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk in hoofdlijnen zien hoe we in Waddinxveen initiatieven kunnen ondersteunen en er tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. De sturingsstijl van de gemeente bestaat uit de rol van de overheid (reguleren, samenwerken of ondersteunen) plus de mix van instrumenten die we kiezen. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, hoort te staan in de omgevingsvisie. Dit noemen we ook wel sturingsfilosofie.

Het gaat niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook de rolneming van de raad ten opzichte van het college. Het is denkbaar overwegend een bepaalde sturingsstijl aan te nemen, maar te allen tijde moet het hele palet aan stijlen gebruikt kunnen worden. Waddinxveen kijkt per vraagstuk wat de meest passende houding is.

6.3

De omgevingsvisie en de andere Omgevingswetinstrumenten

6.3.1 Instrumentenmix Met de komst van de Omgevingswet verandert de manier waarop we als gemeente omgaan met onze leefomgeving. Enerzijds is dit omdat de wet ons nieuwe instrumenten biedt die we kunnen inzetten. Anderzijds omdat we de komende tijd aan de slag moeten om alle ontwikkelingen die op ons afkomen en ambities die we hebben goed te stroomlijnen en uit te voeren. In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende instrumenten van de Omgevingswet inzetten in Waddinxveen.

6.3.2 Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. Dat betekent dat de omgevingsvisie een ‘dynamisch’ document is dat we in samenhang met de andere instrumenten en samen met betrokken blijven aanscherpen. De Omgevingswet bevat verschillende instrumenten, elk met hun eigen toepassing.

85 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

1. 2. 3. 4.

De omgevingsvisie De programma’s Het omgevingsplan De omgevingsvergunning 5. Het projectbesluit.

bindend. De gemeente hoeft niet al bij inwerkingtreding van de Omgevingswet te beschikken over een actueel omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Vooralsnog is 2029 het moment dat een gemeente volledig moet voldoen aan de wet. Tijdens die periode vormen de huidige bestemmingsplannen, andere ruimtelijke besluiten en een aantal verordeningen van rechtswege het omgevingsplan. De regels vanuit het Rijk krijgen hier ook tijdelijk een plek in, de zogenaamde ‘bruidsschat’. De omgevingsvisie biedt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Toch kan het omgevingsplan aanleiding zijn om de omgevingsvisie bij de actualisering op onderdelen aan te passen, bijvoorbeeld omdat een ambitie voor de korte termijn te hoog blijkt te zijn en niet in regels te vatten is of andersom omdat de visie scherpere keuzes moet maken om regels te kunnen stellen.

Figuur 392 Grote en kleine beleidscyclus, bron: KuiperCompagnons

6.3.3 Doorwerking in het omgevingsplan Een belangrijke bepaling in de Omgevingswet is dat een gemeente één gebiedsdekkend omgevingsplan heeft. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving voor het hele gemeentelijk grondgebied. Het plan vervangt straks alle bestemmingsplannen en een groot deel van de verordeningen. Het omgevingsplan wordt, net als de omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad. Het omgevingsplan is voor iedereen

Wij kiezen ervoor om het omgevingsplan in stappen op te bouwen richting 2029. Dat doen we in een eerste omgevingsplan dat we ‘omgevingsplan 1.0’ noemen. Op basis van de ervaring uit het omgevingsplan 1.0 werken we toe naar een gemeentedekkend plan. In het omgevingsplan werken we onze ambities concreet uit in regels die bindend zijn voor iedereen. Hierbij kan gedacht worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bijvoorbeeld regels over bepaalde activiteiten. Ook wordt in het omgevingsplan vastgelegd voor welke activiteiten in de toekomst een vergunning moet worden aangevraagd. 6.3.4 Doorwerking in programma’s Gemeenten kunnen strategisch beleid uit de omgevingsvisie verder uitwerken of operationaliseren via programma’s. Binnen de Omgevingswet zijn er vier verschillende soorten programma’s, elk met eigen kenmerken. Het gaat hier om het vrijwillige programma, dat dient voor de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit soort programma’s kunnen gebiedsgericht en thematisch ingezet worden en gericht zijn op verschillende schaalniveaus. Hierin kunnen daadwerkelijke projecten worden opgenomen en kan worden aangegeven hoe bepaald gedrag kan worden gestimuleerd door subsidies 86

Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

en educatie (soms in aanvulling op en soms in plaats van verboden in regels). In tegenstelling tot de omgevingsvisie en het omgevingsplan is het programma een bevoegdheid van het college, wat overigens niet betekent dat de gemeenteraad nooit betrokken wordt. Het programma is, net zoals de omgevingsvisie, zelfbindend voor het gemeentebestuur maar niet voor andere partijen en inwoners. Het programma geluid is het enige verplichte programma voor een aantal gemeenten (artikel 3.6. van de Omgevingswet). Waddinxveen behoort tot die gemeenten. Daarnaast wordt in navolging op de uitvoeringsparagraaf onderzocht of de gemeente nog andere programma’s gaat opstellen. Om te voorkomen dat er een oerwoud aan nieuw los beleid ontstaat, zijn we echter voorzichtig met het maken van programma’s. We willen op termijn zoveel mogelijk sectoraal beleid opnemen in de omgevingsvisie, zodat er uiteindelijk één omgevingsvisie, één omgevingsplan en een beperkt aantal programma’s resteert. Het is goed om zo vroeg mogelijk te bedenken welke programma’s logisch zijn. Bijvoorbeeld programma’s passend bij drie pijlers of deelgebieden in de omgevingsvisie. 6.3.5 Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen.

Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet worden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect dat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste omgevingsvisie.

6.4

Toezicht en handhaving

De Omgevingswet is gebaseerd op vertrouwen. Niettemin is handhaving een onderdeel van het werken in de beleidscyclus, omdat illegale activiteiten moeten worden aangepakt. De omgevingsvisie is echter alleen bindend voor het bestuur. In het omgevingsplan zijn de regels opgenomen die wel bindend zijn voor burgers. Die regels bieden de basis voor handhaving als dat nodig is. Het is op visieniveau wel goed om na te denken over de gevolgen van de sturingsfilosofie (paragraaf 1.2.) en de inrichting van het omgevingsplan die daaruit volgt. Dit heeft namelijk gevolgen voor de inzet op handhaving. Zo betekent het werken met voorwaardelijke verplichtingen (het mag mits aan een aantal voorwaarden voldaan is), dat handhaving naar een later moment in het traject verschuift.

6.5

Lokale en regionale samenwerking

Ontwikkelingen in Waddinxveen staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Zuid-Holland en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Per opgave/ thema bekijken we met welke partner(s) we het gaan oppakken.

6.6

Uitvoering

De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten.

87 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

6.7

Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal

6.7.1 Kostenverhaal en verevening De gemeente Waddinxveen heeft in de omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven een groot deel hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. Daarnaast kunnen vrijwillige bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden afgesproken in een anterieure overeenkomst of (posterieur) via een fonds. In grote lijnen wordt deze systematiek voortgezet onder de Omgevingswet, maar er zijn ook wijzigingen. Wetgeving rondom kostenverhaal en verevening staat in de Aanvullingswet grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: 

Regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): o bij integrale ontwikkeling o bij organische ontwikkeling  Kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): o bij integrale ontwikkeling o bij organische ontwikkeling Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat-als publiekrechtelijk toegepast kan worden.

Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit de ontwerp-AMvB ‘Financiële bijdragen’(8 januari 2021). De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is dus nog niet definitief. De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang van de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een programma. Bij de volgende categorieën kunnen financiële bijdragen worden gevraagd: a. wijziging inrichting landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden; b. aanleg of wijziging van Natura 2000-gebieden of gebieden die zijn aangewezen in een omgevingsplan met onder meer maatregelen ter vermindering van stikstofdepositie; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers-en vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur; e.

compensatieregeling bouw sociale huur-en koopwoningen indien in een ontwikkellocatie onvoldoende van deze woningen worden gerealiseerd; f. stedelijke herstructurering ter verbetering van woon-en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen met maatregelen in de fysieke leefomgeving. De wetgeving rondom het verhalen van financiële bijdragen en de limitatieve lijst is nog niet definitief. De categorieën en voorwaarden kunnen dus nog 88

Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

aangepast worden. Daarom zullen we het beleid over de financiële bijdragen bij de eerstvolgende actualisatie van de omgevingsvisie nader uitwerken.

6.7.2 Voorkeursrecht Door voorkeursrecht te vestigen kunnen bestuursorganen in een vroeg stadium van planvorming voorkomen dat open beleidsontwikkeling wordt bemoeilijkt doordat marktpartijen al in die fase grondposities innemen die de aanpak van maatschappelijke opgaven belemmeren. De omgevingsvisie, maar ook het omgevingsplan of een programma, kan dienen als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht. Voor de grondslagen is gekozen voor deze drie, omdat dit de kerninstrumenten zijn die het dichtst blijven bij de huidige beleidsdocumenten en normstellende documenten uit de Wet ruimtelijke ordening die de grondslagen vormen voor vestiging van een voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten.

 

6.7.3 Nadeelcompensatie De basis voor nadeelcompensatie wordt gevonden in het omgevingsplan. Wel kunnen ontwikkelingen voorzienbaar worden gemaakt in de omgevingsvisie. De wijze van vergoeding van planschade wordt onder de Omgevingswet omgezet in een systeem voor nadeelcompensatie. Hiervoor zullen we in Waddinxveen in het kader van de implementatie van de Omgevingswet een voorstel uitwerken op basis van de VNG Modelverordening nadeelcompensatie.

6.8 Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht. Als het voorkeursrecht (nog) niet in een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan staat en het bestuursorgaan stelt vóór afloop van de geldingsduur een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast, voorkomt dat het verval van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie jaar na het ingaan ervan. Met andere woorden, de gemeente kan op basis van een omgevingsvisie voorkeursrecht vestigen of vooruitlopend daarop (met een voorkeursrechtbeschikking). In het laatstgenoemde geval moet de gemeente binnen drie jaar een omgevingsvisie vaststellen om het te bestendigen. De vraag of het zinvol is gebruik te maken van de vestiging van voorkeursrecht, hangt onder meer van de volgende zaken af: 

Is de grond niet al in eigendom van speculanten en/of ontwikkelaars?

Wil de gemeente een grondpositie (is actieve grondpolitiek mogelijk) of is het ook acceptabel als een andere eigenaar ontwikkelt? Is realisatie van woningbouw binnen afzienbare tijd het geval? Het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien draagt de gemeente anders lang de rentelasten.

Monitoring, aanvulling en herziening

6.8.1 Levend document Wij beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Ook willen we daar waar gewenst een gebiedsvisie maken zodat deze vervolgens kan landen in de omgevingsvisie. Het afwegingskader wordt naar verwachting een belangrijk element bij de monitoring en evaluatie. Het gebruik maken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Een milieueffectrapportage (m.e.r.), bij de 2.0-versie van de omgevingsvisie, kan hier een bijdrage aan leveren. We zijn voornemens op de omgevingsvisie jaarlijks te controleren op uitvoerbaarheid en nieuwe ontwikkelingen en vierjaarlijks op lange termijnperspectieven.

89 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

6.8.2 Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze geactualiseerde omgevingsvisie 1.1 zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er op termijn geen andere thematische visies als losstaand beleid worden gemaakt. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continue aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaan we wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Maar dat wordt uiteindelijk niet opgenomen in losstaande beleidsstukken. De strategische uitspraken van zo een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en eventuele juridische consequenties in het omgevingsplan. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitvoering, een specifieke gebiedsuitwerking of aan ‘zachte’ maatregelen zoals het opzetten van subsidietrajecten en samenwerkingsverbanden. In deze 1.1 versie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In 2021 en 2022 worden verschillende thematische visies uitgewerkt en vastgesteld door de gemeenteraad.

We hebben er bewust voor gekozen om die trajecten in samenspraak met de omgevingsvisie op te stellen en de processen niet te vertragen door ze allemaal in een keer samen te voegen. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van strategisch ruimtelijk beleid. Door dan ook een MER uit te voeren én hieraan een periodiek monitoring programma te koppelen) kan gemeten worden of de doelstellingen van de visie behaald worden. De volgende thema’s werken we de komende periode verder uit in verschillende trajecten:  Wonen, in 2022 actualisatie van de Woonvisie Waddinxveen 20182022

 

     

Water en groen, actualisatie waterplan, groenbeleid en uitvoeringsplan groen. Openbare ruimte, actualisatie visie beheer openbare ruimte en integraal beheerplan, aanpassing LIOR (leidraad inrichting openbare ruimte), actualisatie speelruimteplan 2016-2025 (de gemeenteraad heeft hiervoor in april 2023 kaders vastgesteld) en uitvoeringsplan spelen. Bodem, actualiseren nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten, bodemdaling en funderingsproblematiek. Overzicht ondergronds ruimtebeslag. Duurzaamheid, actualisatie duurzaamheidsvisie, Gebiedspaspoorten Klimaatadaptatie en Biodiversiteit, Uitvoeringsagenda Koersdocument Duurzaam Waddinxveen en Circulair Waddinxveen, omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving. Transitievisie Warmte, actualisatie, opstellen buurtuitvoeringsplannen (startnotitie eerste aardgasvrije wijk is in april 2023 vastgesteld), uitvoeringsplannen bedrijventerreinen, Warmtesamenwerking Oostland, Verlenging B3 Hoekleiding. Mobiliteit, mobiliteitsvisie en actualiseren parkeerbeleid. Startnotitie integraal afwegingskader parkeernormen is in juni 2023 vastgesteld, Visie op thema parkeren staat gepland voor 2024. Omgevingsprogramma mobiliteit en verkeer. Grondbeleid, actualiseren nota grondbeleid en nota kostenverhaal. Erfgoed: opstellen kerkenvisie. Handboek gebiedsontwikkeling nieuwbouw en maatschappelijk vastgoed.

Biodiversiteit: Ontwikkelen beleid (op basis van en in samenhang met provinciaal beleid) m.b.t. invasieve uitheemse soorten en Icoonsoorten Duurzaamheidskompas als afwegingsinstrument bij college en raadsbesluiten. Opstellen gebiedsvisie(s) Startnotitie ‘Perspectief Waddinxveen 2050: visie op groei’ is in oktober 2023 vastgesteld. 90

Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

Colofon Deze omgevingsvisie is opgesteld door Gemeente Waddinxveen en KuiperCompagnons November 2024 91 Omgevingsvisie 1.1 Waddinxveen 2050

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14906821/1