Bijlage 3 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN INZAKE VOORKEURSRECHT SLEUTELKWARTIER NOORD
Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Waddinxveen d.d. 24 september 2025, kenmerk 299798, Mij bekend, de griffier,
1
INHOUD: 1. Zienswijze van LaGro advocaten, mr J.J. van Turenhout, namens Tommar Vastgoed B.V. d.d. 28 juli 2025.
Ad 1. Zienswijze van LaGro advocaten, mr J.J. van Turenhout, namens Tommar Vastgoed B.V. d.d. 28 juli 2025. Kort samengevat is de volgende zienswijze ingediend: Tussen de gemeente en Tommar is op 21 oktober 2024 een voorovereenkomst gesloten over de ontwikkeling van de locatie Boonstoppel. In de overeenkomst is afgesproken dat partijen onderzoeken of een stedenbouwkundig plan met programma van eisen kan worden ontwikkeld dat voor partijen haalbaar is. Als daar overeenstemming over is komen partijen tot een anterieure overeenkomst. Uit de voorovereenkomst volgt dat de gemeente niet tot verwerving wil overgaan. Ook is overeengekomen dat Tommar het perceel of rechten en verplichtingen uit de overeenkomst kan overdragen aan een derde partij, mits deze verklaart de rechten en verplichtingen over te zullen nemen. Er is strijd met het vertrouwensbeginsel om een voorkeursrechtbeschikking te nemen. Art. 6 van de voorovereenkomst geeft niet de mogelijkheid een beschikking te nemen, aangezien de Omgevingswet niet verplicht een voorkeursrechtbeschikking te nemen. Met de gemeente is afgesproken dat Tommar haar perceel vrijelijk kan overdragen en de vestiging van een voorkeursrecht is een inbreuk op die afspraak.
Reactie: Op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 1, van de Omgevingswet kan de gemeenteraad bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk voorkeursrecht vestigen. Door het vestigen hiervan krijgt de gemeente het eerste recht van koop op een onroerende zaak. Hiermee wordt voorkomen dat bij geplande ontwikkelingen de grondprijzen worden opgedreven of dat derden grondposities innemen die de ontwikkeling van gebieden belemmeren. Voor het Sleutelkwartier Noord wordt een functie van een levendig woon-werkomgeving toegedacht. Het sleutelkwartier Noord heeft een verbindingsfunctie tussen het Gouweplein (centrum) en de aan de kade (de Nesse) gelegen horeca. De toegekende functie dient dan ook ter versterking van wonen, beleving en levendigheid. Deze visie vloeit voort uit de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050. Met het nemen van een voorkeursrechtbeschikking door het college is ook de scenariostudie voor het Sleutelkwartier Noord vastgesteld. In deze scenariostudie wordt heel concreet inzicht gegeven in de ontwikkelingsrichting van belangrijke percelen in het Sleutelkwartier Noord. De scenariostudie is openbaar gemaakt en is vrijgegeven voor inspraak/participatie. Met het inzicht dat via de scenariostudies wordt gegeven neemt ook 2
de kans toe dat particulieren/organisaties/ontwikkelaars proberen posities in het gebied in te nemen, waardoor sprake kan zijn van prijsopdrijvende effecten en het behalen van de toegekende toekomstige functie moeilijker te realiseren wordt. Met Tommar Vastgoed B.V. is in oktober 2024 een voorovereenkomst afgesloten voor hun eigendommen in het Sleutelkwartier Noord. In de overeenkomst is afgesproken dat partijen onderzoeken of een stedenbouwkundig plan met programma van eisen kan worden ontwikkeld (overweging 4). Op dit moment wordt gewerkt in de in de overeenkomst omschreven fase 1: de onderzoeksfase. Het einddoel van deze fase 1 is dat partijen hebben vastgesteld dat er een voor beiden (financieel) haalbaar bouwplan gerealiseerd kan worden, dat voldoet aan de door partijen gestelde kaders en uitgangspunten en dat er een verplaatsingslocatie is voor het brandstofverkooppunt. Deze eerste fase is nog niet afgerond en concreet zicht wanneer deze afgerond kan worden is er op dit moment (nog) niet. De overeenkomst bevat inspanningsverplichtingen, geen resultaatsverplichting. In de overeenkomst is opgenomen dat deze eindigt indien partijen niet uiterlijk op 1 januari 2026 overeenstemming hebben bereikt over de invulling van het perceel en de ontwikkeling en realisatie van het bouwplan, inclusief de inrichting van en aansluiting van het bouwplan op de openbare ruimte.
Partijen kunnen deze termijn verlengen zo vaak en zo lang zij gezamenlijk overeenkomen, doch zijn daartoe niet verplicht. Mocht niet tot verlenging gekomen worden is de voorovereenkomst door tijdsverloop per 1 januari a.s. vervallen. Ook de afspraken over voorwaarden waaronder tot overdracht aan derden kan worden overgegaan zijn op dat moment vervallen. Er kan dan dus een situatie ontstaan, die het wettelijk toegestane voorkeursrecht nu juist wil voorkomen: derde partijen die hun eigen intenties en gedachten over ontwikkelingen ter plekke hebben, die niet hoeft te stroken met de gemeentelijke uitgangspunten. Hiervoor is de bevoegdheid tot het nemen van voorkeursrechtbeschikkingen door de wetgever geïntroduceerd. Tenslotte, het genoemde artikel 6 bepaalt nadrukkelijk dat de overeenkomst onverlet laat “de uitoefening van aan de Gemeente krachtens publiekrechtelijke voorschriften of regelingen toekomende bevoegdheden”. Met het nemen van voorkeursrechtbeschikkingen, zowel door het college als door de raad, wordt i.c. gebruik gemaakt van bevoegdheden die krachtens art. 9, lid 1 en 2, van de Omgevingswet aan de raad, resp. het college zijn toegekend. Conclusie: Er kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid tot het vestigen van het voorkeursrecht.
Gezien de belangen van het kunnen uitvoeren van de vast te stellen gebiedsvisie en de daarin op te nemen functies voor het toekomstig gebied is dit ook wenselijk. De zienswijze leidt niet tot wijziging van de voorgestelde besluitvorming.
3