Bijlage 3 Bijlagen Transitievisie Warmte Waddinxveen
Tekst van het document
BIJLAGENDOCUMENT
Transitievisie Warmte Waddinxveen
Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Transitievisie Warmte Waddinxveen Bijlagendocument Datum: september 2021
2 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Inhoudsopgave Bijlage A – Overzicht participatieproces ............................................................................................. 4 Bijlage B – Toelichting algemene uitgangspunten ............................................................................ 9 Bijlage C – Afwegingskader Warmteopties ...................................................................................... 13 Bijlage D – Technische analyse & kengetallen ................................................................................. 16 Bijlage E – Toelichting methode analyse .......................................................................................... 20 Bijlage F – Toelichting warmtebronnen ............................................................................................ 25 Bijlage G – Toelichting andere modellen .......................................................................................... 26 Bijlage H – Selectiecriteria en Multicriteria-analyse ........................................................................ 33 Bijlage I – Buurtoverzicht en handelingsperspectief ....................................................................... 37 Bijlage J – Infographics Warmtetechnieken .....................................................................................
40 Bijlage K – Overzicht regelingen voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving ............. 43
3 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage A – Overzicht participatieproces In het nationale Klimaatakkoord staat dat gemeenten de ‘regierol’ hebben in de transitie naar aardgasvrije buurten. Deze opgave is zo groot en ingrijpend dat deze regierol nodig is. We hebben deze rol om het proces in goede banen te leiden. En daarnaast te zorgen dat plannen van verschillende partijen op elkaar afgestemd zijn. Hiervoor gaan we in gesprek met inwoners en overige betrokkenen. Die gesprekken gaan over wat de beste en meest betaalbare oplossing is. Door deze rol krijgt de transitie structuur en kunnen alle partijen samen aan de slag. We vinden het als gemeente belangrijk dat inwoners, ondernemers, organisaties, verenigingen en de gemeente op een goede manier samenwerken. Wat we hierbij belangrijk vinden, staat in de ‘Leidraad Samenlevingsparticipatie’1. Ook is er binnen de gemeente Waddinxveen een wethouder samenlevingsparticipatie. We hebben het bestuur, inwoners en de stakeholders actief betrokken en geïnformeerd in het proces.
Gemeenteraad De gemeenteraad is bij de volgende onderdelen betrokken: Uitgangspunten van de Transitievisie Warmte (TVW); De warmtevisie 2050; De selectiecriteria voor de buurten; De kansrijke gebieden/verkenningsbuurten; De resultaten van de vragenlijst voor alle Waddinxveners; De voorlopige resultaten van de verkenningsstudie; Een vooruitblik op de uitvoeringsstrategie; Ontwerp Transitievisie Warmte Waddinxveen; Definitieve Transitievisie Warmte Waddinxveen.
Inwoners De inwoners van de gemeente Waddinxveen zijn een belangrijke partij in de ontwikkeling van de TVW. We hebben de inwoners op verschillende manieren betrokken en geïnformeerd. Over bijvoorbeeld de uitgangspunten, de meest kansrijke buurten en de best mogelijke alternatieve warmteoplossingen. Voorbeelden van de participatie met inwoners zijn: Een vragenlijst voor alle Waddinxveners; Brede informatiebijeenkomsten voor de hele gemeente en de verkenningsbuurten; Het Kernteam van inwoners; De Koplopersgroep.
Stakeholders De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is een gezamenlijke opgave. De verschillende partijen hebben elk hun eigen rol en belang. Een aantal partijen speelt een cruciale rol bij de ontwikkeling van de TVW én in de uitvoering daarvan. Daarom is ervoor gekozen om de belangrijkste partijen bij elkaar te brengen in de ‘Transitietafel. Deze partijen zijn: Woningcorporatie; Hoogheemraadschappen; Netbeheerder; Ondernemers; Inwonerscollectief. Ook hebben we individuele interviews gevoerd met een bredere groep belanghebbenden in de eerste fase van het proces. Hierna is een compleet overzicht van alle participatiebijeenkomsten te vinden. 1
Zie: de Leidraad Samenlevingsparticipatie van de gemeente Waddinxveen.
4 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Overzicht participatiebijeenkomsten Opstartfase
Wanneer
Wie
Doel
1e werksessie Transitietafel
19-09-2019
Transitietafel
2e werksessie Transitietafel
28-10-2019
Transitietafel
3e werksessie Transitietafel
15-04-2020
Transitietafel
Kennismakingsbijeenkomst
15-04-2020
Koplopersgroep
In deze werksessie wordt het plan van aanpak van de gemeente Waddinxveen gepresenteerd. Alle deelnemers geven een korte presentatie over hoe zij hun rol zien in het proces. Naar aanleiding daarvan worden procesafspraken gemaakt. Tot slot wordt er gestart met een eerste aanzet van de uitgangspunten. In deze werksessie wordt een presentatie gegeven over de ‘Startanalyse aardgasvrije buurten’ van het Planbureau voor de Leefomgeving. Vervolgens staat een discussie centraal over wat de randvoorwaarden en ambities zijn van de aanwezige partijen. Hieruit komt een aantal uitgangspunten. In deze werksessie presenteren de WarmteTransitieMakers hun aanpak voor het opstellen van de TVW voor de gemeente Waddinxveen. Voor de aanwezigen is er de mogelijkheid om hierop te reageren. Vervolgens worden de uitgangspunten verder uitgewerkt. De bijeenkomst sluit af met (werk)afspraken voor 2020. Kennismaking; Rolverdeling en afspraken Koplopersgroep; Toetsen participatieproces.
Mei – juni 2020
Inventarisatie Interview stakeholders
Warmte Samenwerking Oostland (WSO); Woonpartners Midden Holland; Waddgroen Hoogheemraad -schappen; Stedin; Geen Biomassa in Waddinxveen; Ondernemers Platform Waddinxveen (OPW); Distripark Doelwijk.
Ambitie en plannen van de organisatie(s) verkennen; Belangen, wensen, zorgen, aandachtspunten voor het proces bespreken; Informatie ophalen als inhoud voor de TVW.
5 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Overzicht participatiebijeenkomsten 4e werksessie Transitietafel
18-05-2020
Transitietafel
In deze werksessie wordt de discussie over de uitgangspunten voor de TVW vervolgd. Daarnaast worden de eerste uitkomsten van de technische analyse gepresenteerd. Ook wordt inzicht gegeven in het concept afwegingskader voor de warmteopties. Presentatie van de aanpak voor het opstellen van de TVW en het participatieplan; Toetsen van (een eerste aanzet voor) de uitgangspunten voor de TVW; Toetsen van de methode om de warmteanalyse van Waddinxveen op te stellen. Informeren over wat een TVW is en het (besluitvormings) proces; Informeren over de uitgangspunten en aanpak van de gemeente Waddinxveen.
1e discussietafel
02-06-2020
Koplopersgroep & Kernteam
Informatieavond TVW
18-06-2020
Alle inwoners en ondernemers van Waddinxveen
2e discussietafel
20-06-2020
Koplopersgroep & Kernteam
5e werksessie Transitietafel
16-07-2020
Transitietafel
6e werksessie Transitietafel
07-09-2020
Transitietafel
In deze werksessie wordt de visie op de warmtebronnen in de gemeente Waddinxveen gepresenteerd. Vervolgens is er de mogelijkheid om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Er wordt ook inzicht gegeven in de toetsing van de warmteanalyse met andere rekenmodellen. Zoals: CE Delft analyse; Openingsbod Stedin; Startanalyse aardgasvrije buurten van het Planbureau voor de Leefomgeving. In deze werksessie wordt een nieuwe versie van de warmtevisie voor de gemeente Waddinxveen gepresenteerd. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de buurtanalyse en de fasering. Vervolgens worden deze analyses aangevuld en verfijnd. Tot slot worden de kansrijke gebieden (verkenningsbuurten) besproken.
01-09-2020
Alle inwoners en ondernemers van Waddinxveen
Inzet bronnen Evaluatie informatieavond; Toetsen van selectiecriteria van de startbuurt.
Fasering Vragenlijst Aardgasvrij Waddinxveen
Bewustwording over de TVW en een aardgasvrij Waddinxveen; Ophalen van behoeften en plannen van inwoners en ondernemers.
6 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Overzicht participatiebijeenkomsten Interview Wijkregisseurs
05-10-2020
Gemeente medewerkers
Inzicht krijgen in de leefbaarheid en de sociale verbinding in de Waddinxveense buurten. Verder inzicht in de lokale uitdagingen.
3e discussietafel
13-10-2020
Koplopersgroep & Kernteam
Presentatie Duurzaamheidsplatform Waddinxveen
07-12-2020
Ondernemers
7e werksessie Transitietafel
23-11-2020
Transitietafel
Buurtdiscussietafel verkenningsbuurt (Zuidplas)
12-01-2021
Sleutelfiguren uit Zuidplas
Buurtdiscussietafel verkenningsbuurt (GVPH)
14-01-2021
Sleutelfiguren uit GVPH
Evalueren uitkomsten vragenlijst; Toetsen selectie verkenningsbuurten; Inhoud ophalen over de buurten en wat mee te nemen naar de gesprekken met de verkenningsbuurten. Deze presentatie gaat over de TVW en het stappenplan van de gemeente Waddinxveen voor het opstellen van de visie. De resultaten van de TVW en de analyse van de kansrijke gebieden worden gepresenteerd.
Uitvoeringsstrategie In deze werksessie wordt een nieuwe versie van de fasering van de buurten en de verkenningsbuurten in de gemeente Waddinxveen gepresenteerd. Dit wordt getoetst bij de aanwezigen. Vervolgens wordt gepresenteerd welke onderdelen in de uitvoeringsstrategie naar voren zullen komen. Hierover wordt met elkaar gediscussieerd. Tot slot wordt een eerste aanzet gedaan tot het ontwerpen van een uitvoeringsstrategie. Informeren wat een verkenningsbuurt is en waarom Zuidplas als verkenningsbuurt is gekozen; Informatie ophalen om een onderbouwde keuze te maken voor de startbuurt; Inzicht krijgen over hoe we inwoners van Zuidplas betrekken en bereiken; Maken van voorwaarden voor draagvlak bij de inwoners wanneer Zuidplas een startbuurt wordt. Informeren wat een verkenningsbuurt is en waarom GVPH als verkenningsbuurt is gekozen; Informatie ophalen om een onderbouwde keuze te maken voor de startbuurt; Inzicht krijgen over hoe we inwoners van GVPH betrekken en bereiken; Maken van voorwaarden voor draagvlak bij de inwoners als GVPH een startbuurt wordt.
7 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Overzicht participatiebijeenkomsten Informatieavond 21-01-2021 verkenningsbuurten (Zuidplas en GVPH)
8e werksessie Transitietafel
25-01-2021
Inwoners en ondernemers uit de verkenningsbuurten
Transitietafel
Informeren van inwoners en ondernemers uit de verkenningsbuurten over de TVW, het proces, waarom deze buurten zijn geselecteerd en wat dit betekent; Ophalen van uitdagingen, behoeften en vragen. In deze werksessie wordt verder gesproken over de uitvoeringsstrategie. De technischeconomische analyse van de twee verkenningsbuurten wordt gepresenteerd. Vervolgens gaan de partijen in gesprek over wat een buurtuitvoeringsplan moet inhouden. Daarbij staan de rollen en taken van de aanwezige partijen ook centraal. Vragen beantwoorden naar aanleiding van de bijeenkomst op 21 januari 2021.
Informatieavond 28-01-2021 vragenuurtje verkenningsbuurten (Zuidplas en GVPH) TVW
Inwoners en ondernemers uit de verkenningsbuurten
4e discussietafel
04-03-2021
Koplopersgroep & Kernteam
Toetsen Concept TVW
9e werksessie Transitietafel
02-03-2021
Transitietafel
In deze werksessie wordt het Ontwerp TVW gepresenteerd aan de Transitietafel.
Informatieavond TVW & inspraakperiode
06-07-2021
Alle inwoners en ondernemers van Waddinxveen
Deze avond is de start van de inzageperiode en geeft informatie over de inhoud van de TVW.
Inspraak periode Ontwerp TVW
14-06-2021 tot 26-07-2021
Alle inwoners en ondernemers van Waddinxveen
10e werksessie Transitietafel
26-08-2021
Transitietafel
De Ontwerp TVW komt volgens de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) ter inzage. De Ontwerp TVW heeft zes weken ter inzage gelegen. In deze werksessie wordt de Nota van beantwoording, definitieve versie van de TVW en de inwonersversie (infographic) gepresenteerd. Vervolgens is er de mogelijkheid om hierover in gesprek te gaan.
8 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage B – Toelichting algemene uitgangspunten Onderstaande uitgangspunten zijn opgesteld en sluiten aan bij de wensen van de belanghebbenden van de gemeente Waddinxveen:
Figuur 1 Uitgangspunten.
Belangen van inwoners en bedrijven Woonlastenneutraliteit voor inwoners Dit is de wens om op zo laag mogelijke kosten voor inwoners en bedrijven te komen (netbeheerders, vastgoedeigenaren, etc.). Voor de inwoners is het streven woonlastenneutraliteit. Woonlastenneutraliteit2 betekent dat de kosten die worden gemaakt om warmte aan huis te leveren niet hoger worden. Dit is op het moment dat iemand overstapt van aardgas naar een duurzaam alternatief. Bij woonlastenneutraliteit moet rekening gehouden worden met de toekomstige ontwikkeling van energiekosten en de benodigde subsidies (vanuit het Rijk) om de extra kosten af te vangen. De kosten en de baten moeten eerlijk worden verdeeld tussen de verschillende belanghebbenden 3. De mogelijkheid tot financieren is een randvoorwaarde om dit doel te halen. Voornamelijk voor inwoners met een laag inkomen. De laagste kosten zijn niet altijd bepalend. Er wordt ook rekening gehouden met andere redenen zoals overlast, duurzaamheid en comfort.
2
De energiecomponent van de woonlasten wordt niet hoger in vergelijking tot de referentiesituatie met aardgas, op het moment van de transitie. Onder energiecomponent van woonlasten wordt inbegrepen: energiekosten, onderhoudskosten, subsidie en huurkosten (voor huurders) of lening aflossingstermijnen (voor particulier – eigenaren). 3 De eindgebruikers en gebouweigenaren van de buurt/gemeente, de eventuele exploitant van een warmtenet, de netbeheerder.
9 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Enkele opmerkingen bij het begrip woonlastenneutraliteit Vastgoedwaarde Wanneer woningeigenaren investeren, zorgt dit niet alleen voor kosten en opbrengsten. Dit zorgt ook voor een waardestijging van het vastgoed. Vastgoed dat niet voldoende duurzaam is, zal op den duur afgestoten worden. Woonlastenneutraliteit nu en later Energiekosten zijn onstabiel. Zowel de aardgasprijs als de prijs van andere energiedragers gaat veranderen. Het verloop hiervan is onvoorspelbaar en een strikte woonlastenneutraliteit is daarom moeilijk te verzekeren. Woningcorporatie Het uitgangspunt krijgt voor de woningcorporatie een speciale uitwerking. In de huidige wet- en regelgeving mogen de woningcorporaties niet altijd (en beperkt) de energiebesparing doorberekenen aan huurders. Wanneer een woningcorporatie investeert en het vastgoed een waardestijging kent, kan de woningcorporatie niet meer huur- of servicekosten vragen dan landelijk wordt toegestaan. De waardestijging van het vastgoed zorgt dus niet automatisch voor een hogere huurprijs. Daarnaast zal de woningcorporatie meer belasting moeten betalen vanwege de waardestijging. Lokaal eigendom van collectieve systemen Er wordt bewust stil gestaan bij de mogelijkheid dat de inwoners (deels) eigenaar worden van collectieve warmtebronnen en/of warmte-infrastructuur. Er is een kanttekening.
Er is een investering nodig en de inwoners-investeerders dragen ook de exploitatierisico’s. Bijvoorbeeld financieel verlies en aansprakelijkheid voor niet verwachte gebeurtenissen bij de uitvoering. Het is daarom belangrijk om inwoners te informeren over de gevolgen. Daarnaast moeten de voor- en nadelen duidelijk aan worden gegeven. Er komt een mogelijk een spanningsveld tussen dit uitgangspunt en de keuzevrijheid (uitgangspunt 4). Inwoners en ondernemers ontzorgen De stap om van het aardgas af te gaan, moet voor inwoners en ondernemers zo simpel mogelijk worden gemaakt. Zij moeten meegenomen worden in het proces. En hier zo makkelijk mogelijk over kunnen beslissen. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van een collectieve oplossing of door een ‘buurtarrangement’ voor individuele oplossingen aan te bieden. Keuzevrijheid voor inwoners en bedrijven Het is onze bedoeling dat inwoners en bedrijven niet verplicht zijn om mee te doen aan een bepaalde warmtetechniek. Of niet vastzitten aan een vaste leverancier. Er wordt gezorgd dat de keuzevrijheid zoveel mogelijk blijft. Mocht er geen keus mogelijk zijn voor de leverancier, dan moeten het tarief en de voorwaarden helemaal transparant zijn. Het is nu ook wettelijk niet mogelijk om inwoners te dwingen te kiezen voor een techniek of een leverancier.
Wooncomfort en andere voordelen Aardgasvrij wonen moet een aantrekkelijk alternatief zijn voor inwoners. Het is daarom belangrijk om aandacht te besteden aan het comfort en genot voor inwoners. Hieronder vallen: Geluidhinder: geeft de gekozen techniek veel geluid binnen de woning of op de omgeving?; Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht in de woning?; Comfort: verandert het comfort van de woning? Worden “tocht en vocht” problemen opgelost? Is het verwarmingssysteem fijn in gebruik? En is het mogelijk om te koelen in de zomer?
10 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Koelen in de zomer In goed geïsoleerde gebouwen is ook koeling in de warme zomermaanden een aandachtspunt. Wanneer woningen of bedrijfsgebouwen worden gerenoveerd, is het belangrijk om ook rekening met koeling te houden. Een goede warmtevoorziening in de winter, koudevoorziening in de zomer en gedurende het hele jaar een goed afgestelde ventilatie zorgen voor een comfortabele woon- of werkomgeving. Warmte Koude Opslag is in te zetten om in de zomer extra koude beschikbaar te maken. Individuele of collectieve warmtepompen (zowel met lucht of bodem als warmtebron) kunnen ook voor koeling zorgen. Bijvoorbeeld door het water in het cv-systeem met behulp van het koude water uit een bodembron af te koelen tot circa 18°C en door vloerverwarming te laten stromen. Warmteopties moeten aansluiten bij de utiliteitsbouw De gekozen technieken moeten geschikt zijn voor verschillende doelgroepen. Waaronder het maatschappelijke vastgoed en het bedrijfsleven van Waddinxveen. Niet alleen voor de inwoners. Wanneer een bedrijf een grote koelvraag heeft, moet daar rekening mee worden gehouden. Als er financieel voordeel gehaald kan worden uit de overstap naar een aardgasvrije oplossing, moeten ondernemers daarover worden geïnformeerd. Beperken overlast Er moet zo min mogelijk overlast zijn voor de inwoners en bedrijven van Waddinxveen.
Bijvoorbeeld: Geluidsoverlast; Geuroverlast; Werkzaamheden binnen woningen.
Inhoudelijke uitgangspunten – maatschappelijke doelen (streven) Inzet op besparing en isolatie Het aardgasvrij maken is niet de enige doelstelling. Het terugdringen van de CO 2-uitstoot en minder gebruik van energie is ook een streven. Energie die je niet hoeft te gebruiken, hoef je ook niet op te wekken. Dat betekent voorrang geven aan energiebesparende maatregelen zoals isolatie. Isolatie en/of apparatuur met beter resultaat, zullen vaak de eerste stap zijn in de transitie naar aardgasvrij. Gezonde en milieuvriendelijke oplossingen Er is ook oog voor de gevolgen op mens en milieu. Hieronder vallen: Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijnstof, roet en stikstofoxiden; Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie; Waterkwaliteit: invloed op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water; Geluidsoverlast: de overlast die kan ontstaan door lawaaierige installaties zoals de buitenunit van een warmtepomp.
Procesmatige uitgangspunten Transparantie We willen een zo breed mogelijk participatieproces inzetten tijdens het traject van de warmtetransitie. Iedereen moet mee kunnen doen. Dat vraagt heldere informatie en veel aanspreekmomenten op gemeente- en buurtniveau. We willen de inwoners en de ondernemers vroeg betrekken op een heldere en begrijpelijke manier.
11 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Zorgvuldigheid Het kiezen van een alternatief moet met veel aandacht gebeuren. Wan de keuze voor uitvoering is definitief. Daarbij moet rekening gehouden worden met het feit dat sommige inwoners al eerder willen investeren in hun (eigen) woning. De vraag is of, en hoe dit aansluit bij de alternatieven die er in de buurten gaan komen. Verantwoord tempo voor verduurzaming Het nationale Klimaatakkoord zet een eerste duurzaamheidsdoelstelling in het jaar 2030. Tegelijkertijd zijn innovaties nog in ontwikkeling. Er kan geen rekening worden gehouden met ontwikkelingen die er nu nog niet zijn. Er is wel ruimte voor innovaties in het transitiepad. Daarnaast moeten we rekening houden met de tijd die het kost om de infrastructuur aan te leggen en partijen hierop aan te sluiten. Ook moet de timing aansluiten bij andere gemeentelijke trajecten (zoals de openbare ruimte) en koppelkansen. Integrale benadering Naast de energietransitie zijn er ook andere belangrijke opdrachten voor de gemeente, de betrokkenen en de inwoners. Er moet afstemming zijn met de Regionale Energiestrategie (RES), mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling, woning schaarste, omgevingsvisie, openbare ruimte, etc.
12 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage C – Afwegingskader Warmteopties Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei onderdelen mee. Zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. De voorwaarden die worden uitgelegd, zijn gebruikt om keuzes te maken.
Figuur 1 Voorwaarden afwegingskader.
Duurzaamheid, milieu Primaire energie Primaire energie wordt omschreven als de energie die nodig is aan de bron, om de uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten. En met een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie, legt minder beslag op de (vaak zeldzame) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de beschrijving uit de BENG-norm. CO2-uitstoot De totale uitstoot van CO2-equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. Alleen de CO2-uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie zijn bekeken. Voor de berekening wordt gekeken naar de aannames en definities uit de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Omgevingsimpact en ruimtebeslag Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt? Is de bodem geschikt (bijvoorbeeld draagkracht), is er voldoende ondergrondse ruimte? Kwaliteit lucht, water en bodem Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve invloed op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: Luchtkwaliteit: De uitstoot van onder andere fijnstof, roet en stikstofoxiden; Bodemkwaliteit: Risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie. Of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie; Waterkwaliteit: Invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water. Levenscyclus Leidt de oplossing tot negatieve milieu-invloed ergens anders? Bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van zeldzame grondstoffen?
13 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Sociaal Draagvlak Is er draagvlak/acceptatie onder de inwoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning Hoe goed past de oplossing in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een grote verbouwing nodig? Gezondheid, welzijn en leefbaarheid Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve invloed op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: Geluidhinder: Geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving?; Binnenklimaat: Leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis?; Comfort: Verandert het comfort van de woning (negatief of positief)? Overlast Kunnen we de overlast beperkt houden? Mate van ontzorgen In hoeverre moeten gebouweigenaren zelf op zoek naar oplossingen? Inclusief financiering en organisatorische aspecten? In welke mate worden zij ontzorgd of ondersteund? Bestaande lokale initiatieven Het kan zijn dat inwoners en gebouweigenaren van een buurt al bezig zijn met een duurzame warmtevoorziening. Dan zullen we daar de regie, samen met de initiatiefnemers, voeren.
Economisch Maatschappelijke kosten Dit zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren. Ongeacht wie die kosten betaalt. En inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt gekeken naar de ‘Startanalyse’ van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de transitie op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten, als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaar-gebruikers van gebouwen (inwoners en ondernemers). Kwaliteit businesscase Een gezonde robuuste businesscase voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen. Dit vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor inwoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan verzekerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan? Bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt? Juridisch kader Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend?
14 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Technologisch Beschikbaarheid bronnen Is de warmtebron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst winstgevend te gebruiken? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur. Nog boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in prestatie Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is: wat kan er gezegd worden over de prestatie? Veiligheid Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden gecontroleerd? Robuustheid en continuïteit Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is van groot belang. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er, als het gaat om timing, meekoppelkansen? Bijvoorbeeld met: Groot onderhoud; Vervanging van riolering of asfalt; Aanleg van glasvezel. Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?
15 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage D – Technische analyse & kengetallen In hoofdstuk 4 hebben we de huidige en de toekomstige warmtevraag in de gemeente Waddinxveen behandeld. Hier brengen we de aanvullende informatie over de gemeente Waddinxveen in beeld.
Woningen Voor woningen is in hoofdstuk 4 gedeeld welke energielabels er met name voorkomen en uit welk bouwjaar de woningen komen. De energielabels zijn gebaseerd op de labels die bekend zijn bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hier wordt onderscheid gemaakt tussen geregistreerde labels en voorlopige labels. De geregistreerde labels zijn vastgesteld. Bijvoorbeeld bij de verkoop van een huis of wanneer een woningeigenaar deze heeft aangevraagd. De voorlopige labels worden toegekend door het RVO op basis van de algemene eigenschappen van de woning. Zoals het type woning (vrijstaand, rijtjeswoning of appartement) en het bouwjaar. In sommige gevallen heeft een woning geen energielabel toegekend gekregen. In dat geval baseren we het energielabel op het bouwjaar van de woning. Dit volgens de methodiek die verder uitgelegd staat in bijlage E.
Figuur 1 Herkomst energielabels woningen gemeente Waddinxveen.
Utiliteit Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Dat betekent dat een groot deel van de energielabels zelf is ingeschat op basis van het bouwjaar. In figuur 2 is de herkomst van het energielabel voor utiliteit weergegeven. Daarnaast staat in figuur 3 welke bouwjaren het meest voorkomen bij de utiliteitsgebouwen in Waddinxveen.
Figuur 2 Herkomst energielabels utiliteit gemeente Waddinxveen.
16 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 3 Bouwjaren utiliteitsobjecten. Voor alle gebouwen in Waddinxveen zijn energielabels en bouwjaren weergegeven op de kaarten in figuur 4 en figuur 5.
Figuur 4 Kaart bouwjaren woningen Waddinxveen.
17 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 5 Kaart energielabels gemeente Waddinxveen.
Verschil in type woning In hoofdstuk 4 wordt ook verwezen naar het aardgasgebruik van woningen en utiliteit. Voor utiliteit is daarin onderscheid gemaakt in verschillende sectoren, namelijk: Commerciële Dienstverlening; Publieke Dienstverlening; Landbouw, Bosbouw en Visserij; Industrie, Energie, Afval en Water. Voor woningen is geen onderscheid gemaakt, maar is wel in meer detail bekend hoeveel aardgas er gebruikt wordt in verschillende type woningen. In figuur 6 is te zien dat een vrijstaande woning gemiddeld tot bijna drie keer zoveel aardgas gebruikt als een appartement. Dat heeft te maken met een verschil in gebruiksoppervlakte, maar ook doordat een vrijstaande woning aan alle kanten warmte
18 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
verliest aan de omgeving. In een appartement hebben de omringende appartementen een isolerende werking, waardoor het warmteverlies wordt beperkt.
Figuur 6 Gemiddeld gasverbruik naar woningtype. De verhoudingen laten zien dat in vrijstaande woningen het gasgebruik het hoogst is, terwijl in appartementen het gasgebruik bijna een factor drie lager ligt.
Het totale energiegebruik in de afgelopen jaren Naast het verschil in type woning en type utiliteit is het ook interessant om te kijken naar het totale energiegebruik in de afgelopen jaren. Daaruit is bijvoorbeeld af te leiden of er al een trend te zien is in energiebesparing of dat het energiegebruik juist toeneemt. Bijvoorbeeld door het verbruik in nieuwbouwwoningen of het verbruik in nieuw gevestigde bedrijven. In figuur 7 is het energieverbruik in de gebouwde omgeving in Waddinxveen te zien. Daar is uit af te leiden dat het energieverbruik tussen 2012 en 2019 redelijk constant is gebleven; voor commerciële dienstverlening komt de meest recente complete data uit 2017. Meer informatie over het energieverbruik, gas en elektriciteit in verschillende sectoren is te vinden in de databank van de Klimaatmonitor4.
Figuur 7 Energieverbruik gebouwde omgeving (elektriciteit en aardgas) in Waddinxveen tussen 2012 en 2019.
4
Bron: Databank Klimaatmonitor
19 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage E – Toelichting methode analyse Toelichting warmteprofielen en labelsprongen We maken een voorspelling van de energiebesparing. In deze bijlage leggen we de analyse achter de besparingen uit. De analyse richt zich op woningen. Voor bedrijfsgebouwen zijn er andere afwegingen. Deze worden aan het einde van deze bijlage uitgelegd. De analyse start met een inventarisatie van de huidige energielabels en de warmtevraag. Dan wordt er op basis van de huidige energielabels een toekomstig energielabel voorspeld. Hierbij wordt gekeken naar de isolatie die economisch rendabel is. Vervolgens is de mogelijke besparing berekend door het huidige en voorspelde energielabel te vergelijken. Als laatste stap wordt er op basis van de voorspelde energielabels een warmtetemperatuurniveau aan de woningen gegeven. Deze stappen zijn weergegeven in figuur 1 en worden verder uitgelegd.
Figuur 1 Overzicht van de analysestappen.
Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag De huidige energielabels komen van verschillende (landelijke) bronnen. In eerste instantie worden afgemelde (geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, maken we een inschatting voor het label. Dat doen we op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen. Het energielabel van een woning is grofweg gerelateerd aan het bouwjaar. Dit komt door de manier waarop er in een bepaalde periode gebouwd werd en de duurzaamheidseisen die er in die tijd golden. In het verloop van de tijd werden deze duurzaamheidseisen steeds meer aangescherpt. Zo werd het vanaf 1975 verplicht om gevelisolatie toe te passen in nieuwe woningen5. Dus woningen gebouwd voor 1975 hebben over het algemeen geen gevelisolatie. Alle woningen gebouwd ná 1975 wel. Hierdoor zijn de woningen die gebouwd zijn na 1975 beter geïsoleerd. Daardoor hebben ze een beter energielabel dan huizen die daarvoor zijn gebouwd. De verdeling van energielabels en bouwjaren is tot stand gekomen door al deze ontwikkelingen mee te nemen. Vervolgens is door middel van de energielabels de warmtevraag van de woningen bepaald. Bij elk energielabel hoort een inschatting voor de warmtevraag per m 2. De gebruikte waardes staan in tabel 2.
De waardes zijn gebaseerd op literatuur en een analyse van de warmtevraag in Nederland. In het kort is in deze analyse gekeken naar postcode-6 gebieden in heel Nederland. Op basis van de warmtevraag en de energielabels in deze gebieden zijn kengetallen gevormd voor de warmtevraag per energielabel. Door de warmtevraag per m2 te vermenigvuldigen met de oppervlakte van de woningen (gegeven in de BAG) kan uiteindelijk de huidige warmtevraag per woning worden ingeschat.
5
Kenmerken bouwjaar van de woning
20 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Voorspelling toekomstig energielabel Aan de hand van de huidige energielabels is een toekomstig energielabel voorspeld. Voor elk huidig energielabel is uitgegaan van een labelstap die als economisch rendabel wordt beschouwd. Deze labelstappen zijn gebaseerd op basis van eigen expertise en literatuur. Een voorbeeld: slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940. Deze hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is. En een deel van de woningen heeft een beschermd aangezicht of monumentenstatus. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. De voorspelde energielabels bij de huidige energielabels staan in tabel 1. De labelsprongen zijn conservatief ten opzichte van de labelsprongen die het RVO geeft in het rapport over voorbeeldwoningen6. Dit is met name voor labels F en G het geval. Omdat hier de soms beperkte mogelijkheden in de praktijk mee zijn genomen in de methodiek.
Bepaling besparing warmtevraag Net als bij de huidige energielabels hoort er bij de toekomstige energielabels een warmtevraag per m2. Wanneer deze met de oppervlakten wordt vermenigvuldigd, krijg je een schatting voor de toekomstige warmtevraag. Vervolgens is de besparing in warmtevraag bepaald door een vergelijk van de huidige en toekomstige warmtevraag. De voorspelde warmtebesparing voor de gehele gemeente wordt bepaald door de som van huidige en toekomstige warmtevraag. En deze van alle woningen met elkaar te vergelijken. De inschatting van de huidige warmtevraag wordt altijd gecheckt met het gemeten aardgasverbruik in de gemeente.
Toekenning warmtetemperatuurniveau Het laatste onderdeel van de analyse is de toekenning van een temperatuurniveau aan de woningen. Het nodige temperatuurniveau is belangrijk. Bij een lager temperatuurniveau kunnen meer verschillende duurzame bronnen toegepast worden. In hoofdstuk 4 is de koppeling van temperaturen aan de energielabels al toegelicht. In tabel 1 is deze koppeling terug te zien. Woningen Voor vooroorlogse woningen, alleen als economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel hangen op label D of C. Waarschijnlijk is in de toekomst een warmtevoorziening met hoge temperatuur nodig in deze woningen (>70 graden Celsius); Woningen met een gemiddeld isolatieniveau (gebouwd tussen 1940 en 2005) kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgifte-temperatuur van 55 tot graden Celsius. Een midden temperatuur. Met een extra isolatie of aanpassing van het aangifte-systeem kunnen deze woningen ook met lage temperatuur-systemen worden verwarmd. Een woning met label B kan vaak wel geïsoleerd worden tot label A. Maar om de woning met lage temperatuur te verwarmen, zijn vaak een andere installatie en/of andere radiatoren nodig.
Niet in alle woningen is dit een rendabele stap, waardoor midden temperatuur wenselijk is; Goed geïsoleerde woningen (met een bouwjaar na 2005) kunnen meestal zonder meer isolatie verwarmd worden. Dit kan op een lage temperatuur (-55 graden Celsius). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig. En soms aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met bijna elke duurzame warmtevoorziening.
6
Rapport voorbeeldwoningen
21 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Tabel 1 Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. Inschatting warmtevraag per m2
Huidig label
G (<1920)
F (19201940)
E (19411974)
D (19751982)
C (19831991)
B (19922005)
A (>2005)
Huidige warmtevraag (GJ/m2/jaar)
0.44
0.44
0.44
0.41
0.32
0.27
0.22
123
123
121
114
89
74
61
Huidige warmtevraag (kWh/m2/jaar)
Tabel 2 Inschatting warmtevraag per m2 voor elk energielabel. Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Vanaf 2023 is label C een minimale vereiste voor grotere kantoren. Dit geldt voor kantoren boven de 100 m2 waarin meer dan 50% van de oppervlakte voor kantoordoeleinden is. Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. Afhankelijk van de bouwjaren en isolatiegraad, kunnen kleinere bedrijfsgebouwen in de toekomst hun energielabel verbeteren. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland strenger worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lage of midden temperatuurverwarming (tabel 3). Om aan strengere eisen te kunnen voldoen, wordt verwacht dat veel oude kantoren gerenoveerd of gesloopt moeten worden wanneer ze aan het eind van hun economische levenscyclus zitten. De gerenoveerde of nieuwbouw kantoren kunnen direct geschikt worden gemaakt voor lage temperatuur. Voor de iets minder oude kantoren is het de vraag of een grote renovatie gewenst is. Dan kan midden temperatuur een oplossing zijn. Bij andere bedrijfsgebouwen hangt de warmtevraag erg af van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20 graden Celsius te verwarmen.
Voor bedrijfsgebouwen moet per gebouw gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriegebouwen gebruiken afhankelijk van de precieze functie ook warmte in processen. Hiervoor is er vaak een zeer hoge temperatuur warmte nodig. Deze gebouwen zijn in de warmteprofielen (tabel 3) niet meegenomen. Voor het aardgasvrij maken van industriële processen is maatwerk nodig.
22 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
In Waddinxveen is de glastuinbouw verantwoordelijk voor het grootste deel van de warmtevraag in de gemeente. Kassen behoren tot de gebruiksfunctie industrie en zijn dus niet meegenomen in de warmteprofielenanalyse. Het glastuinbouwgebied is wel weergegeven in figuur 2.
Tabel 3 Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Voor kantoorgebouwen is er strengere regelgeving. Daardoor is de verwachting dat veel oudere kantoren flink gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Hierdoor is een groot deel van de kantoorgebouwen in de toekomst geschikt voor lage-temperatuurverwarming. Ondanks dat er meer onzekerheid is bij het inschatten van de warmtevraag in bedrijfsgebouwen, zijn er wel kengetallen beschikbaar die een idee geven van de warmtevraag. Deze kengetallen zijn op basis van landelijke gemiddeldes voor utiliteitsfuncties 7. Dat betekent dat er op lokaal niveau grote foutmarges kunnen zijn. Zo vallen lege loodsen die niet verwarmd worden onder ‘industriefunctie’. Maar een kas of een bakker ook. Daarnaast hebben veel bedrijfsgebouwen meerdere functies. Hierdoor komen er ook onzekerheden in het toekennen van de juiste kengetallen. In tabel 4 staan de kengetallen opgesomd. Kengetallen warmtevraag Gebruiksfunctie
Warmtevraag [GJ/m2/jaar]
Bijeenkomstfunctie 0.53 Celfunctie 0.65 Gezondheidszorgfunctie 0.55 Industriefunctie 0.30 Kantoorfunctie 0.40 Logiesfunctie 0.56 Onderwijsfunctie 0.39 Overige gebruiksfunctie 0.17 Sportfunctie 0.47 Winkelfunctie 0.35 Tabel 4 Kengetallen warmtevraag voor verschillen type gebruiksfuncties utiliteit.
Warmtevraagdichtheid utiliteit Op basis van de kengetallen voor woningen en utiliteit kan een warmtedichtheidskaart gemaakt worden. Door de warmtevraag op de kaart te laten zien, wordt in één oogopslag duidelijk waar de warmtevraag geconcentreerd is. Voor woningen is deze kaart weergegeven in hoofdstuk 4. Voor utiliteit is deze kaart weergegeven in figuur 2. Bij het bekijken van deze kaart moet wel de onzekerheid in de kengetallen worden meegenomen.
7
Bron: Greenvis, Innax en CBS
23 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 2 Warmtevraagdichtheid utiliteit in Waddinxveen. De kengetallen waarop deze kaart gebaseerd, zijn gemiddelde waardes voor gebruiksfuncties (bijvoorbeeld industrie of winkel). Deze kengetallen zijn minder robuust dan de kengetallen voor woningen, maar de kaart geeft wel inzicht waar de warmtevraag van de utiliteit geconcentreerd is.
24 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage F – Toelichting warmtebronnen In hoofdstuk 4 geven we een overzicht van de beschikbare warmtebronnen in de gemeente Waddinxveen. We hebben verschillende informatiebronnen gebruikt. Met name de lokale onderzoeken geven goede inzichten in de mogelijkheden van de warmtebronnen. IF Technology heeft een onderzoek gedaan naar de potentie van geothermie in Midden-Holland. Wayland Energy heeft een indicatie gegeven voor de warmtevraag in het glastuinbouwgebied in Glasparel+. Deze bijlage is een toelichting bij deze informatiebronnen. Ook geeft het een toelichting bij de algemene openbare informatiebronnen die we hebben geraadpleegd.
Geraadpleegde informatiebronnen Warmteatlas In de Warmteatlas8 is veel informatie te vinden over de mogelijkheden van duurzame energie. Voor alle kaartlagen kan de informatie per warmtebron of per gebied worden getoond door op de kaart te klikken. Daarnaast heeft het RVO een toelichting uitgewerkt die op deze website te vinden is. In de EnergieWiki staat bijvoorbeeld uitgelegd hoe de mogelijkheden van verschillende warmtebronnen zijn bepaald. STOWA aquathermie potentiekaart STOWA heeft in samenwerking met Syntraal en Deltares de beschikbare omgevingswarmte in kaart gebracht9. Op deze website is informatie te vinden over TEA-bronnen (Thermische Energie uit Afvalwater) en TEO-bronnen (Thermische Energie uit Oppervlaktewater). Op de website zijn ook handleidingen te downloaden waarin het bepalen van de mogelijkheden wordt toegelicht. Lokale informatie In de gemeente Waddinxveen wordt lokaal ook gewerkt aan het in kaart brengen van de warmtevraag en de mogelijkheden van duurzame warmtebronnen. Wayland Energy is actief in Waddinxveen als ontwikkelaar. Er is met Wayland Energy een gesprek gevoerd om de warmtevraag van de kassen in beeld te krijgen. En daarnaast een beeld te krijgen van het restwarmte potentieel vanuit de kassen. Daarnaast heeft IF Technology voor de regio Midden-Holland onderzoek gedaan (in het kader van de RES) naar de mogelijkheden van geothermie.
Met deze informatie is met meer zekerheid te zeggen wat de mogelijkheden zijn als een geothermiebron wordt ingezet.
8 9
Warmteatlas Beschikbare omgevingswarmte (STOWA)
25 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Bijlage G – Toelichting andere modellen In hoofdstuk 5 staat de Visie Warmtevoorziening voor de gemeente Waddinxveen. Op deze kaart is te zien welk type warmtevoorziening kansrijk is als alternatief voor aardgas. Er zijn ook andere modellen die voor de gemeente Waddinxveen in beeld brengen welke warmtevoorziening kansrijk of het goedkoopst is. Deze bijlage geeft een overzicht van deze modellen die iets zeggen over de mogelijke toekomstige warmtevoorziening in Waddinxveen. Deze modellen hebben we vergeleken met onze eigen Visie Warmtevoorziening. De overeenkomsten en verschillen bespreken we. Elk model is een andere simpele weergave van de werkelijkheid. Het is belangrijk om de gemaakte aannames en interpretaties mee te nemen. En niet alleen op basis van de resultaten conclusies te trekken.
De Startanalyse – versie september 2020 De Startanalyse – onderdeel van de Leidraad Aardgasvrije Wijken – van PBL is een analyse die de kosten van verschillende strategieën voor de toekomstige warmtevoorziening in kaart brengt. Per CBS-buurt wordt de strategie met de laagste nationale kosten weergegeven op de kaart in figuur 110. Er zijn in totaal vijf strategieën:
Figuur 1 Weergave van de scenario's met de laagste nationale kosten per gereduceerde ton CO 2uitstoot volgens de Startanalyse voor de gemeente Waddinxveen.
10
Deze analyse gebruikt de Vesta MAIS software. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft hierin een model gemaakt dat per CBS-buurt in Nederland de strategie met de laagste nationale kosten kan berekenen. Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing. En ook alle kosten en investeringen voor de opwek en verspreiding van stroom en warmte. Maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het is een open model en alle aannames en gebruikte methodieken zijn online voor iedereen in te zien op de website. Meer informatie over De Startanalyse en hoe de resultaten gelezen kunnen worden, is onder andere door De Warmtetransitiemakers uitgelegd in een webinar die online terug te zien is.
26 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Interpretatie van de resultaten De Startanalyse verschilt in methodiek met de analyse in hoofdstuk 5. Hierin staat de Visie Warmtevoorziening. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten bij het lezen van de resultaten in figuur 1. 1. CBS-buurten in plaats van logische clusters De kostenberekening van een techniek uit de Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBSbuurt verschillende type woningen kunnen staan, kan het resultaat een vertekend beeld geven. Dit is niet representatief voor de verschillende gebieden in de CBS-buurt. 2. Beschikbare warmtebronnen in Strategieën 2 t/m 5 De nationale kosten in Strategieën 2 en 3 worden berekend op basis van de beschikbare warmtebronnen die bij het PBL bekend zijn. De Startanalyse rekent met de algemene openbare data. Daardoor komen er ook warmtebronnen voor in de Startanalyse die in praktijk niet (meer) beschikbaar zijn. Andersom geldt dat relevante warmtebronnen niet meegenomen zijn. In Waddinxveen is bijvoorbeeld de mogelijke aansluiting op een regionaal transportsysteem niet meegewogen. Het goed meenemen van de juiste warmtebronnen is belangrijk om een goed beeld van de mogelijkheden en de kosten te krijgen. Voor Strategie 3 geldt dat vaak niet de hele CBS-buurt aangesloten wordt op het warmtenet met lagetemperatuurbron.
Dit maakt het lezen van Strategie 3 lastig: de kaart in figuur 1 laat niet zien welk deel van de buurt daadwerkelijk aangesloten wordt op het warmtenet. Daarnaast zijn de kosten voor het aansluiten van de hele buurt niet bekend. Dat maakt een vergelijking met andere strategieën of andere buurten moeilijker. Strategieën 4 en 5 geven de nationale kosten wanneer de energiedragers groen gas of waterstof ingezet worden. Waterstof wordt in de Startanalyse nog niet toegewezen als goedkoopste alternatief. Dit omdat er nog veel onzekerheid is over de beschikbaarheid van waterstof. Waterstof kan bijvoorbeeld met (overschotten van) duurzaam opgewekte elektriciteit gemaakt worden. Voor groen gas wordt ook rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid. Groen gas wordt alleen als goedkoopste strategie weergegeven in de CBS-buurten waar de andere strategieën veel duurder zijn. 3. De kaart van de Startanalyse laat geen verschillen met de alternatieven zien Op de kaart in figuur 1 is niet te zien hoe groot het verschil in nationale kosten is met het goedkoopste alternatief. In figuur 2 is te zien dat het wel relevant is om het verschil in acht te nemen. In figuur 2 zien we hoeveel duurder of goedkoper Strategie 2 is ten opzichte van Strategie 1.
Verschillen tussen de Startanalyse en de Visie Warmtevoorziening Het eindbeeld van de Startanalyse is niet per buurt een op een te vergelijken met de Visie Warmtevoorziening, met name vanwege de genoemde verschillen in methodiek. In figuur 1 is te zien dat in delen van de gemeente Waddinxveen een warmtenet kansrijk kan zijn. Waar in andere gebieden een individuele oplossing een logische keuze lijkt. Figuur 2 laat zien dat slechts een paar buurten een duidelijk kostenverschil laten zien tussen Strategie 1 en 2. De Visie Warmtevoorziening in hoofdstuk 5 laat ook zien dat in sommige delen van de gemeente Waddinxveen een warmtenet meer kansrijk is. Terwijl in delen van de buurten juist een individuele oplossing een logische keuze is. Voor Waddinxveen-Noord en Waddinxveen-Zuid zijn de opvallendste overeenkomsten en verschillen tussen de analyses eruit gehaald.
27 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 2 De extra nationale kosten van Strategie 2 ten opzichte van de nationale kosten in Strategie 1 in de Startanalyse van de Leidraad voor de gemeente Waddinxveen. Waddinxveen-Noord In de buurt Peter-Zuidlaan en Horstenbuurt komt in zowel de Startanalyse als de Visie Warmtevoorziening naar voren dat een warmtenet kansrijk is. Dit wordt ook bevestigd in de verkenningsstudie. In de andere buurten is de oplossingsrichting op buurtniveau minder duidelijk. De Groenswaard buurten zijn een goed voorbeeld om dit te verklaren. Een deel van deze buurten bestaat uit dichtbebouwde rijtjeswoningen. Terwijl aan de westkant van deze buurten met name relatief grote woningen staan, meer verspreid van elkaar. De Startanalyse laat ook zien dat voor relatief veel buurten de nationale kosten tussen Strategieën 1 en 2 niet veel van elkaar verschillen. In het buitengebied zijn individuele of groen gas oplossingen kansrijk. Waddinxveen-Zuid In de zuidelijke helft van Waddinxveen is een aantal buurten waarvoor een individuele oplossing duidelijk goedkoper is dan een warmtenet op een hoge- of middentemperatuurbron. Bijvoorbeeld Park Triangel en de buurten in het buitengebied. In het buitengebied hangt de oplossing nog af van de oplossingsrichting voor utiliteit. Zoals in het glastuinbouwgebied. Voor de andere buurten is de oplossingsrichting minder duidelijk.
Dit is ook bevestigd in de verkenningsstudie. In de buurt Zuidplas 80 is een warmtenet mogelijk, maar niet duidelijk goedkoper dan een individuele oplossing.
Openingsbod Stedin (versie januari 2021) In het Openingsbod van netbeheerder Stedin worden drie bestaande en erkende modellen met elkaar vergeleken. Deze drie modellen geven een denkrichting voor de toekomstige warmtevoorziening. De mate waarin de uitkomst van deze modellen met elkaar overeenkomen, bepaalt hoe robuust een uitkomst is. Het gaat om de modellen: Vesta MAIS-model van PBL (toegepast door Ecorys); CEGOIA van CE Delft; Energietransitiemodel-warmtemodule van Quintel Intelligence. De resultaten voor de gemeente Waddinxveen zijn weergegeven figuur 3. In het Openingsbod wordt, net als in de Startanalyse, gekeken naar de totale nationale kosten.
28 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Figuur 3 Uitkomst Openingsbod Stedin voor de gemeente Waddinxveen (legenda ook van toepassing op figuur 4 en 5). Interpretatie van de resultaten Het Openingsbod heeft, net als de Startanalyse, een andere methodiek om te komen tot resultaten dan de methodiek die we hebben gebruikt voor de Visie Warmtevoorziening. 1. CBS-buurten in plaats van logische clusters Net als in de Startanalyse maakt Stedin gebruik van CBS-buurtgrenzen. Hierdoor komen nuances binnen een buurt niet terug in het eindbeeld. 2. Beschikbaarheid warmtebronnen Net als de Startanalyse maakt het Openingsbod gebruik van beschikbare informatie over de beschikbaarheid en potentie van warmtebronnen. Stedin legt hier op basis van de landelijke data een eigen interpretatie overheen. Stedin bekijkt ook de impact van de aannames in een gevoeligheidsanalyse. De resultaten van de gevoeligheidsanalyse zijn te zien in figuur 4, 5 en 6. De belangrijkste aannames zijn de mate waarin warmte beschikbaar is voor een warmtenet. En de mate waarin duurzaam gas beschikbaar is als alternatief voor aardgas. 3. De robuustheid van een oplossing De kaart in figuur 3 is beperkt doordat de uitkomst alleen voor een hele CBS-buurt samengevat kan worden. Wel wordt de robuustheid van de uitkomst meegegeven: hoe donkerder de kleur, hoe zekerder de weergegeven oplossingsrichting past bij de (hele) buurt.
29 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Meer informatie over het Openingsbod is te vinden op de website van Stedin11.
Figuur 4 Openingsbod: ruim warmte en beperkt gas beschikbaar.
Figuur 5 Openingsbod: weinig warmte en beperkt gas beschikbaar. Verschillen tussen het Openingsbod en de Visie Warmtevoorziening De nuances binnen Waddinxveen-Noord en Waddinxveen-Zuid die in de vergelijking met de Startanalyse genoemd zijn, gelden ook voor de vergelijking met het Openingsbod. Hier wordt ingegaan in op de inzichten die het Openingsbod biedt. Robuuste oplossingen De figuren laten zien dat er in het Openingsbod twee buurten zijn met een (meer) robuuste oplossingsrichting. Namelijk Park Triangel en West 1. Dat in West 1 duurzaam gas en in Park Triangel all-electric als robuust naar voren komen, past bij het type bebouwing in deze buurten. Dit zijn veel oude vrijstaande woningen en goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen. Het beeld dat voor het grootste deel van de woningen in West 1 een duurzaam gas effectief ingezet kan worden, komt overeen. Gevoeligheidsanalyse Voor de niet-robuuste buurten is in de gevoeligheidsanalyse te zien welke buurten een andere oplossing krijgen. In deze buurten hangt de oplossing erg af van de beschikbaarheid van warmtebronnen. Alleen in de buurten Peter Zuidlaan en Horstenbuurt, Centrum en Noordkade komt bij het scenario ‘Ruim warmte en beperkt gas’ een warmtenet naar voren. In de Peter Zuidlaan en Horstenbuurt komt géén warmtenet naar voren in figuur 3.
Dat wordt veroorzaakt door de beperkte beschikbaarheid van warmte die in het Openingsbod wordt gebruikt.
11
Openingsbod Stedin
30 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Verder is te zien dat Groenswaard 1 in elk scenario van de gevoeligheidsanalyse duurzaam gas toegewezen krijgt. In de Visie Warmtevoorziening wordt ook voor een relatief groot deel van deze buurt aangegeven dat groen gas hier een kansrijke oplossing kan zijn. Indien dit beschikbaar komt. Verder komen er vooral veel buurten uit op een all-electric oplossing. Het is niet verrassend dat er veel all-electric oplossingen naar voren komen. Dit komt door de beperkte beschikbaarheid van warmte in het Openingsbod. In elke buurt staan ook woningen die geschikt zijn voor een individuele oplossing. Het totale plaatje De vergelijking met het Openingsbod bevestigt dat zowel nuances binnen buurten relevant kunnen zijn. Ook dat de beschikbaarheid en geschiktheid van warmtebronnen voor het maken van een warmtenet belangrijke factoren zijn om te komen tot een oplossingsrichting. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er meerdere warmtebronnen beschikbaar zijn of kunnen komen voor collectieve oplossingen. Daarnaast werd duidelijk dat in de twee verkenningsbuurten geen alternatief heel duidelijk goedkoper is. Dit matcht met het relatief laag aantal buurten met een robuuste oplossing in het Openingsbod.
Warmte-analyse CE Delft CE Delft heeft voor Waddinxveen in 2018 een warmte-analyse uitgevoerd. De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) heeft in een online omgeving de resultaten van deze analyse gepresenteerd. Deze staan in figuur 7.
Figuur 4 Uitkomst goedkoopste warmtevoorziening in de CE Delft analyse. Interpretatie van de resultaten CE Delft heeft in haar analyse een methode en een aantal aannames die afwijken van de analyse zoals beschreven in hoofdstuk 5 voor de Visie Warmtevoorziening. 1. CBS-buurten in plaats van logische clusters Net als in de Startanalyse en het Openingsbod maakt CE Delft gebruik van CBS buurten. Hierbij komen nuances binnen de buurtgrenzen niet naar voren. 2. De beschikbaarheid van warmtebronnen CE Delft heeft alternatieven voor aardgas vergeleken. Daarvoor heeft CE Delft een aantal aannames en uitgangspunten aangehouden in de warmte-analyse:
31 Transitievisie Warmte Waddinxveen – september 2021
Alleen restwarmte waar één hele buurt mee verwarmd kan worden, wordt meegerekend; Alleen bestaande warmtebronnen worden meegerekend; Lage temperatuur warmtebronnen worden niet meegenomen (zoals aquathermie); In de warmte-analyse wordt één biomassa alternatief meegenomen. Namelijk een Cv-ketel op houtpellets; Biogas wordt niet meegenomen én de Cv-ketel op houtpellets kan in de analyse alleen in het buitengebied voorkomen.
3. De verschillen in kosten tussen verschillende oplossingen De warmte-analyse van CE Delft laat niet zien wat de kostenverschillen met bijvoorbeeld het goedkoopste alternatief zijn. Hierdoor is het niet mogelijk om de robuustheid van de oplossingsrichting te bepalen. Deze aannames en uitgangspunten zorgen ervoor dat te ontwikkelen warmtebronnen niet meegenomen worden. Voor een warmtenet is alleen restwarmte of geothermie beschikbaar. In Waddinxveen zijn geen bestaande hoge- of midden-temperatuur warmtebronnen beschikbaar. Daarom komt restwarmte niet in de oplossingen voor. Een Cv-ketel op houtpellets is alleen buiten de bebouwde kom meegenomen als alternatief. Met als resultaat dat alleen geothermie of een elektrische warmtepomp overblijven voor de bebouwde kom. Verschillen tussen de warmte-analyse en de Visie Warmtevoorziening In de vergelijking met de Startanalyse zijn nuances binnen Waddinxveen-Noord en Waddinxveen-Zuid benoemd. Deze gelden ook voor de vergelijking met de warmte-analyse van CE Delft. Hier wordt ingegaan op de inzichten die de warmte-analyse biedt. Onder andere door de aannames en uitgangspunten die CE Delft heeft gehanteerd in de warmteanalyse, komt in de bebouwde kom alleen een elektrische warmtepomp als oplossingsrichting naar voren. In de buurt Zuid wordt geothermie toegewezen.
In West 1 en Oost komt een Cv-ketel op houtpellets als goedkoopste oplossing naar voren. De kostenanalyse voor het realiseren van een warmtenet met geothermie en het realiseren van allelectric oplossingen hebben invloed op de resultaten. Dit zijn de enige twee opties die overblijven voor de buurten in de bebouwde kom. Bij het bekijken van de warmte-analyse speelt ook mee dat CE Delft deze analyse in 2018 heeft uitgevoerd. Ondertussen is er meer bekend over de beschikbaarheid en kosten van geothermie en van isoleren en van all-electric oplossingen. Integraal Ontwerp Warmtetransportsysteem Zuid-Holland De Gasunie werkt momenteel aan een Integraal Ontwerp voor de provincie Zuid-Holland. In deze analyse wordt gekeken naar de kansen voor warmtenetten in de hele provincie. In heel Zuid-Holland worden kansrijke gebieden voor een collectieve oplossing in kaart gebracht. Daardoor kan in het totaal afgewogen worden welke regio’s of gebieden kansrijk zijn voor een regionaal warmtetransportsysteem. Het Integraal Ontwerp brengt buurten in de gemeenten in de provincie Zuid-Holland in beeld. Hierin wordt aangegeven welke buurten meer of minder kansrijk zijn voor een aansluiting op een regionaal transportsysteem. De geschiktheid van buurten kan gebruikt worden als toets voor de Visie Warmtevoorziening.