CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bedrijfsplan GR Jeugd en Wmo Midden-Holland definitief

Besluitvormende raadsvergadering 12 juni 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Zienswijze GR Jeugd en Wmo Midden-Holland17.165 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De besluitvormingsprocedure over deze onderwerpen gaat er als volgt uit zien. Het voorstel wordt geschreven door de organisatie opgesteld. Daarna volgt een advies van de ambtelijke adviescommissie (1). Vervolgens wordt het voorstel door het DB vastgesteld (2). Deze verzendt het voorstel voor zienswijzen aan de gemeenteraden. De raden formuleren hun zienswijzen (3), eventueel aan de hand van een voorbereiding van de colleges.

Figuur 4 Besluitvormingsproces aanvullende zienswijzen

Het Dagelijks Bestuur weegt de zienswijzen van de raden en doet een voorstel aan het Algemeen Bestuur hoe met de zienswijzen om te gaan. Het Dagelijks Bestuur informeert de gemeenteraden hoe zij het Algemeen Bestuur voorstelt met de zienswijzen om te gaan (4). Tot slot neemt het Algemeen Bestuur een besluit over de weging zienswijzen en het voorstel (5).

Pagina 27 van 56

Het besluitvormingsproces over de zienswijzen op specifieke onderwerpen (niet zijn de ontwerpbegroting) is gelijk aan het proces zoals dit voor de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen wettelijk is vastgelegd.

5.5 Aanvullende taken Verder bestaat voor deelnemende gemeenten de mogelijkheid om aanvullende door de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland te laten uitvoeren. Als voorwaarde wordt gesteld dat deze aanvullende taken de reguliere taken niet negatief mogen beïnvloeden. Ook is in de regeling de mogelijkheid opgenomen dat GR Jeugd en Wmo Midden-Holland taken gaat uitvoeren voor niet-deelnemende gemeenten en organisaties. Indien dit van toepassing is dan worden daarvoor eenduidige kaders voor opgesteld. Het Algemeen Bestuur stelt voor de aanvullende taken de algemene voorwaarden in een dienstverleningshandvest vast.

5.6 Informatievoorziening Informatievoorziening tussen een openbaar lichaam en de deelnemende gemeenten is deels wettelijk verankerd in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 16, 17 en 19 geven een duidelijke basis, het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle informatie die nodig is voor het goed kunnen uitoefenen van zijn taak. Het Algemeen Bestuur geeft gevraagd en ongevraagd de raden alle informatie die nodig is om hun taak goed te kunnen uitvoeren en om het te voeren en gevoerde beleid te kunnen beoordelen. Dit houdt in dat het bestuur gevraagd, maar ook ongevraagd, actief informatie zal delen met de gemeenteraden.

Pagina 28 van 56

6. Organisatie 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatie. In paragraaf 6.2 en 6.3 staan respectievelijk de missie en de strategie van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland. In paragraaf 6.4. staat een nadere duiding van de wijze van bestuurlijke sturing. In 6.5 staat een nadere uitwerking van de sturing middels de Planning en Control cyclus.

6.2 Missie De missie is het fundament van de GR, waar toe is de GR ingericht. Voor de organisatie is deze als volgt geformuleerd: De GR Jeugd en Wmo Midden-Holland organiseert namens de deelnemende gemeenten een doelmatig zorg- en ondersteuningsaanbod voor de inwoners van Midden-Holland. GR Jeugd en Wmo Midden-Holland is een zelfstandige organisatie die in de regio Midden-Holland het regionaal zorg- en ondersteuningsaanbod voor de inwoners van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas organiseert. Het regionaal zorg- en ondersteuningsaanbod is gericht op alle inwoners (ongeacht leeftijd) en betreft de maatwerkvoorzieningen in het kader van de Jeugdwet en Wmo, en de collectieve voorzieningen waarvan het op regionaal niveau meerwaarde heeft om die gezamenlijk te organiseren. Daarnaast wordt de samenwerking tussen aanbieders, ketenpartijen en de gemeenten georganiseerd en gefaciliteerd om het aanbod ook beschikbaar en toegankelijk te krijgen.

Om dit regionaal zorg- en ondersteuningsaanbod doelmatig te organiseren is het van belang dat de GR proactief, verbindend en in het netwerk opereert: het aanbod moet aansluiten bij wat de inwoners nodig hebben, de uitvoeringspraktijk in de lokale toegang van de gemeenten, aansluiten op de lokale ambities van gemeenten in het sociaal domein, op wat er in aanpalende wetten gebeurd en op de ontwikkelingen op landelijk en bovenregionaal niveau Voor de gemeenten levert de organisatie een stabiele organisatie die over relevante kennis en expertise beschikt en de continuïteit van dienstverlening waarborgt zodat de inhoudelijke en financiële uitdagingen in het sociaal domein van een gedegen aanpak kunnen worden voorzien. Voor de leveranciers van het zorgaanbod draagt de GR bij aan het effectief en efficiënt inregelen van het administratie proces: inkoop, contractbeheer, administratieve afhandeling en verantwoording. Dit doet de GR op basis van de principes: primaire werkprocessen zijn leidend, standaardisatie en uniformiteit, duidelijke rollen en verantwoordelijkheden en concrete managementinformatie.

Pagina 29 van 56

De samenwerking biedt, mede gezien de congruentie in het schaalniveau voor zowel Jeugd, Wmo, Maatschappelijke zorg, passend onderwijs en zorgkantoor, een goede positie voor de deelnemende gemeenten om het zorgaanbod te organiseren, zorgaanbieders te contracteren en deel te nemen aan regionale netwerken.

6.3 Strategie Met de strategie wordt bedoeld de wijze waarop aan de missie handen en voeten wordt gegeven. De organisatie geeft de missie vorm aan de hand van de volgende kernwaarden: nieuwsgierig, transparant en verbindend. Dit zijn de kernwaarden die de RWO recent heeft opgesteld en vastgesteld. Deze kernwaarden zijn leidend binnen de GR, in de samenwerking met de vijf gemeenten en hun inwoners, en de zorgaanbieders, maatschappelijke partners.

6.3.1 GR Jeugd en Wmo Midden-Holland Om de missie van de organisatie te kunnen realiseren is het belangrijk dat de GR Jeugd en Wmo MiddenHolland goed is in het samenspel met stakeholders en de relaties die de organisatie daarvoor aangaat. Voor de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland is het belangrijk dat de organisatie een externe oriëntatie heeft. Doel is om zowel de vijf gemeenten als de GR daarmee ook echt in de kracht te zetten. Voor de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland is het belangrijk dat de relatie met de deelnemende gemeenten (voor de uitvoering van de taken), de relatie tussen de GR met de verschillende zorgaanbieders (voor de uitvoering van het zorgaanbod) als de relatie met de (kwetsbare) inwoners (als ontvanger van de zorg) op een adequate wijze wordt vervuld. Dat geldt ook voor de verbinding met ketenpartners zoals jeugdbeschermingsketenpartners, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, VGZ en Hecht. Het succes van de organisatie is in belangrijke mate afhankelijk van wijze waarop deze verbindingen en de verschillende relaties worden ingevuld. Dat komt ook naar voren in de gesprekken die in de ronde die langs de raden is gemaakt (GR mag niet te veel op afstand komen te staan), met de ambtelijke deelnemers (verbinding van de GR met de toegang en de uitvoering van zorg) en de client- en adviesraden (weet de GR straks nog wel wat er bij degene leeft die zorg ontvangen).

Oftewel de organisatie heeft duidelijke een externe oriëntatie en verbinding naar de deelnemers, de zorgaanbieders en de cliënten. Dit is uitwerking van de maatregelen die in paragraaf 2.5. staan opgenomen. Concreet betekent dat het van belang is dat zowel de ambtelijke adviescommissie (AAC) met de deelnemende gemeenten als de regionale ambtelijke afstemming op een effectieve en serieuze wijze moet worden vormgegeven. Er dient echt verbinding te worden gelegd; onderlinge afstemmen, actief informatie uitwisselen, kennis delen en kennis ontwikkelen. Ook met de vele zorgaanbieders is regelmatig contact nodig over de kwaliteit, ontwikkelingen en omvang van de uitvoering. Dit is van belang om te komen tot een effectieve en efficiënte uitvoering van het zorgaanbod en effectieve uitvoering daarvan. Dat betekent ook dat de organisatie in verschillende regionale en landelijke netwerken participeert om de stem van de regio te laten horen.

Pagina 30 van 56

6.4 Bestuurlijk strategische sturing Midden-Holland heeft een regiovisie opgesteld voor de periode 2021-20244. De regiovisie vormt het gezamenlijke bestuurlijke kader voor de regionale taken op het gebied van Jeugd en Wmo. Voor de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland vormt dit het bestuurlijke kader. Het sociaal domein staat voor grote ontwikkelingen. Gemeenten worden geconfronteerd met vergrijzing en een oplopende behoefte aan zorg en maatschappelijke ondersteuning. Om op deze toekomstige ontwikkelingen tijdig in te kunnen spelen wordt, conform de wettelijke verplichtingen, elke vier jaar een regiovisie voor het Jeugd en Wmo Midden-Holland opgesteld. In dit regioplan worden periodiek de gezamenlijke bestuurlijke doelen uitgewerkt. Op deze wijze kunnen deelnemers aan de ene kant hun wensen inbrengen en aan de andere kant geeft het mogelijk om tijdig en in onderling overleg met de verschillende raden afspraken te maken. De regiovisie is een bestuurlijk document voor de gemeenteraden. Voor de organisatie wordt op basis van de regiovisie gelijktijdig een vertaling voor de ambtelijke organisatie van de GR Jeugd en Wmo MiddenHolland opgesteld. Dit vormt het strategische kader voor de ambtelijke organisatie voor een periode van 4 jaren.

Het vaststellen van regiovisie en het strategische kader voor de ambtelijke organisatie worden vervolgens per jaarschijf in een programmabegroting en werkplan voor de organisatie uitgewerkt. In 2025 wordt er een nieuwe regiovisie opgesteld dat als bestuurlijk kader geldt voor de gezamenlijk uit te voeren taken op het gebied van jeugd en Wmo en de samenhang met de lokale taken. In 2024 zal er een procesvoorstel voor de totstandkoming hiervan worden aangeboden aan de gemeenteraden. Met de gemeenteraden worden nadere afspraken gemaakt over evaluatie van de kaders voordat de nieuwe kaders worden vastgesteld. Voor de kaders op de inkoop is reeds afgesproken dat dat deze plaats vinden in 2027, 2030 en 2033. De evaluaties worden gebruikt om beleid bij te stellen en de uitvoering bij te sturen.

6.5 Sturing door Planning en Control De GR zorgt voor de inrichting van een P&C cyclus die aansluit op de verplichtingen die daarover wettelijk zijn vastgelegd alsmede die opgenomen zijn de GR zelf. Een van de documenten waarin onderstaande processen nader wordt uitgewerkt is de financiële verordening. Voorafgaand aan een begrotingsjaar wordt als eerste een kadernota opgesteld. In deze nota zijn de belangrijkste kaders voor de programmabegroting (bijvoorbeeld CAO ontwikkelingen, inflatiecorrectie,

4 Regiovisie’ Scherper aan de wind 2021-2024, oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraden van de vijf gemeenten,

Pagina 31 van 56

gevolgen van bestaand beleid en nieuw beleid of intensiveringen etc.) opgenomen alsmede worden de belangrijkste inhoudelijke ontwikkelingen voor het komende begrotingsjaar en de daaropvolgende jaren aangekondigd. Deze wordt door het Dagelijks Bestuur opgesteld aan het eind van het jaar (t-2) voor het betreffende begrotingsjaar. Concreet betekent dit dat deze uiterlijk in december wordt opgesteld (t-2) zodat de raden een zienswijze kunnen geven. Vervolgens wordt op basis van de kadernota een programmabegroting voor het aankomende jaar opgesteld. Dit document wordt door het Dagelijks Bestuur opgesteld en voor 30 april rechtstreeks voor zienswijze naar de raden gestuurd. Het Dagelijks Bestuur stelt een weging van de zienswijze voor het Algemeen Bestuur op en informeert de raden hoe het Dagelijks Bestuur met de zienswijze om gaat. Het Dagelijks Bestuur biedt vervolgens de ontwerpbegroting en de weging zienswijzen aan ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur stelt de programmabegroting vast. Over de voortgang van de programmabegroting wordt door middel van een bestuurlijke rapportage door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur (als eigenaren) gerapporteerd; op inhoud en geld. Het betreft twee rapportages: na vier maanden en na acht maanden. Dit zijn rapportages op hoofdlijnen en op afwijkingen van de begroting, productie en ontwikkelingen.

De voortgangsrapportages worden ter informatie naar de raden gestuurd zodat leden van het Algemeen Bestuur worden ondersteund in de eigen verantwoording. Indien nodig wordt een begrotingswijzigingsprocedure gestart (en wordt een zienswijzeprocedure doorlopen). De secretaris-directeur rapporteert aan het Dagelijks Bestuur met managementrapportages meer in detail over de voortgang. Dat is voor de deelnemers belangrijk om zicht te houden op de ontwikkeling van de budgetten. De rapportages voor DB, AB en raden kennen een toenemend aggregatieniveau, waardoor zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van dezelfde informatie. Na afloop van een begrotingsjaar stelt het Dagelijks Bestuur een jaarrekening op. Een conceptjaarrekening wordt (gelijktijdig met de ontwerpbegroting) voor 30 april aan de gemeenteraden ter informatie gezonden. De jaarrekening wordt ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aangeboden, voor de wettelijke termijn van 15 juli. Na vaststelling wordt deze ter informatie aan de gemeenteraden toegestuurd. De zorgaanbieders gebruiken in de verantwoording het landelijk accountantsprotocol financiële verantwoording Wmo en Jeugdwet. Dit ondersteunt de financiële controle op de Zorg in Natura.

Het protocol helpt gemeenten en zorgaanbieders om hun administratieve lasten beperken door te zorgen voor een eenduidige, uniforme financiële productieverantwoording en accountantscontrole voor zorgaanbieders. De GR Jeugd en Wmo volgt het landelijke protocol. Bovenstaande termijn zijn de uiterste termijn. In afstemming met gemeenten worden andere afspraken gemaakt over de aanlevering van tussentijdse of voorlopige cijfers of financiële overzichten. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de cijfers ook meegenomen kunnen worden in de P&C producten van de gemeenten.

Pagina 32 van 56

6.6 Onafhankelijke positie controller Met oog op de risico’s in de inkoop en contractering van zorg en de omvang van de budgetten die in de zorg omgaan is het van belang dat de onafhankelijkheid van de controller wordt geborgd. Dat betekent dat deze persoon onafhankelijk van de directeur moet kunnen adviseren aan het Dagelijks Bestuur. In de gemeenschappelijke regeling is dat vormgegeven door de benoeming door het Dagelijks Bestuur te laten plaatsvinden.

Pagina 33 van 56

7. Personeel 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat het personeel van de GR centraal. Er wordt daarbij gewerkt naar een eindbeeld van de nieuwe organisatie. In paragraaf 7.2. staat op hoofdlijnen hoe de bezetting van GR bij aanvang is bepaald. In paragraaf 7.3. wordt nader ingegaan op het streven om de werkgelegenheid te behouden. In 7.4 staat de keuze voor de CAO opgenomen. Afsluitend staat respectievelijk in 7.5 het sociaal plan en in 7.6. de wijze waarop de plaatsing wordt vormgegeven.

7.2 Bezetting Primaire taken Het uitgangspunt voor de bezetting is de huidige situatie bij de RWO. Die is tot stand gekomen door het ‘bij elkaar brengen van afgesplitste afdelingen, formatie op taken’ die in de regio belegd zijn en een aantal cruciale functies die zijn toegevoegd bij de besluitvorming kadernotitie 2023. Deze bezetting is ook bepaald door de individuele afspraken met personeelsleden over bijvoorbeeld een parttime dienstverband, al dan niet tijdelijk. Voor het inrichten van de nieuwe bezetting is voor het bedrijfsplan kritisch naar de huidige bezetting gekeken. Waar mogelijk zijn besparingen doorgevoerd, maar waar er knelpunten zijn heeft dat geleid tot een grotere bezetting. Hiermee wordt gekomen tot een voldoende robuuste organisatie die in staat is haar taken goed uit te voeren. Daarnaast zullen in het kader van de transitieperiode aanvullende investeringen nodig zijn in ieder geval in 2024 en 2025. Hiervoor is de bezetting uiteindelijk 2 fte hoger vastgesteld. De komende periode wordt gebruikt om een begroting op te stellen voor de nieuwe organisatie. Om dat te kunnen worden eerst in organisatie inrichtingsplan opgesteld in overleg met alle stakeholders. Dat vormt de basis voor de begroting 2025. De GR Jeugd en Wmo Midden-Holland wordt een juridische entiteit die voor een deel zelf de ondersteunende functies gaat organiseren.

Als uitganspunt is daarbij gehanteerd dat de totale kosten voor de ondersteunende dienstverlening niet meer dan 35% mag bedragen van de totale personele kosten (inclusief inhuur) (zie hieronder het onderdeel bedrijfsvoering). Voor een periode van 2 jaar is in de nieuwe bezetting 4 fte incidenteel opgenomen. Dus naast de 2 fte die voor een periode van twee jaar voor de transitie toegevoegd zijn, wordt nog 2 fte van de huidige bezetting als tijdelijk bezetting aangemerkt. De noodzaak van deze uiteindelijke totale bezetting zal worden bepaald na een doorlichting die plaatsvindt in het najaar van 2026. De uitkomsten van deze doorlichting zullen worden verwerkt in de begroting 2027. Voor dit onderzoek zal tijd en budget worden gereserveerd in de begroting 2026. Pagina 34 van 56

Bedrijfsvoeringstaken In eerste instantie is gekeken welke werkzaamheden strategisch van belang zijn om binnen de GR uit te voeren. De bedrijfsvoeringstaken die, voor de uitvoering van de primaire taken van de GR minder strategische zijn, worden ingehuurd of ingekocht. Voor een periode van 2 jaar worden deze bij de gemeente Gouda ingekocht. Het is aan de GR om daarna de eigen keuze in te maken. Hieronder staan het overzicht van de bedrijfsvoeringstaken die de gemeenschappelijke regeling zelfstandig wil gaan uitvoeren en de taken die worden ingekocht bij de gemeente Gouda. Bedrijfsvoeringstaken zelfstandig te organiseren

Bedrijfsvoeringstaken inkopen bij gemeente Gouda

• •

• • • •

• • •

Directie en management Bestuur en managementondersteuning en communicatie Financiële administratie en concernstaf/control Juridische dienstverlening Functionaris Gegevensbescherming

Facilitaire zaken (inclusief huisvesting) HRM-diensten ICT en informatiebeheer (inclusief werkplek) Services

Tabel 4: overzicht bedrijfsvoeringstaken

Het overleg met de gemeente Gouda over de uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken is gestart. Als uitgangspunt voor de gesprekken wordt gehanteerd om voor een periode van tenminste 2 jaar afspraken over de uitvoering te maken. Gelijktijdig wordt in deze gesprekken ook gekeken naar de ontvlechting van de bedrijfsvoeringstaken die de organisatie zelfstandig wil gaan uitvoeren. Mocht in de verdere uitwerking blijken dat bedrijfsvoeringstaken die de organisatie zelfstandig wil gaan uitvoeren niet voldoende robuust door de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland kunnen worden georganiseerd (onvoldoende robuust in omvang of kwaliteit of tegen te hoge kosten) dan kunnen deze alsnog worden ingekocht bij een derde partij.

7.3 Werkgelegenheid Op 1 maart is de RWO ingericht bij de gemeente Gouda. Alle taken die bij RWO zijn belegd gaan één op één mee met de oprichting van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland. Er is sprake van overgang van onderneming.5

5 Van overgang van de onderneming is sprake, wanneer de overnemer is te zien als de voortzetter van de onderneming, daar deze in de situatie

verkeert waarin hij dezelfde of vergelijkbare activiteiten kan gaan ontplooien. Bij het overnemen van de exploitatie moet de identiteit van de onderneming bewaard blijven. Dit zal het geval zijn als de vaste activa, handelsnaam, klantenregisters, administratie, personeel etc. worden overgenomen.

Pagina 35 van 56

Ten aanzien van de bedrijfsvoering worden nu door de gemeente Gouda diensten aan de RWO verleend.6Het betreft taken die medewerkers van Gouda veelal niet exclusief voor de RWO uitvoeren, waardoor er vaak geen sprake is van overgang van onderneming.

7.4 Cao Medewerkers die overkomen zijn nu bij de gemeente Gouda in dienst. Er komen geen medewerkers van andere gemeenten of andere organisaties over. De gemeente Gouda volgt voor het personeel de cao gemeenten. Voor gemeenschappelijke regelingen is een afzonderlijke Cao opgesteld. Het betreft de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Dit is een cao die nagenoeg gelijk is aan de cao gemeenten. Hierover wordt afstemming gezocht bij het Lokaal Overleg van werkgever en vakbonden.

7.5 Sociaal plan Het sociaal plan regelt de gevolgen voor de medewerkers die vanuit de gemeente Gouda overgaan naar de GR. Een sociaal plan heeft een beperkte looptijd. In het sociaal plan worden afspraken gemaakt over zaken als plaatsingsprocedure, (salaris)garanties en het overbruggen van verschillen die er zijn tussen de huidige cao en cao die uiteindelijk gehanteerd wordt en secundaire arbeidsvoorwaarden. Het opstellen daarvan is een aangelegenheid van het Lokaal Overleg van werkgever en vakbonden. Het uitgangpunt is overgang van onderneming. Dat betekent dat de medewerkers die nu werkzaam zijn in het primair proces en de direct daaraan verbonden indirecte functies, overgaan naar GR Jeugd en Wmo Midden-Holland: ‘mens volgt werk’. De omvang van het sociaal plan zal daarmee beperkt zijn.

7.6 Plaatsing Over de plaatsing van personeel worden afspraken gemaakt tussen de bestuurder en het Lokaal Overleg met de vakbonden. Vooralsnog wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het plaatsingsproces gefaseerd verloopt: •

•

De directeur wordt als eerste geplaatst, dan de medewerkers en daarna de overige managementfuncties (en controller). De directeursfunctie wordt als eerste ingevuld via een open procedure van werving en selectie. Bij zowel de directeursfunctie als de managementfuncties krijgen interne vanuit de regio kandidaten bij gelijke geschiktheid voorrang. In de op te stellen plaatsingsprocedure zal worden gedefinieerd wat onder geschiktheid wordt verstaan.

6

In januari 2024 is voor het jaar 2024 een dienstverleningsovereenkomst opgesteld. Het betreft in totaal een bedrag van ongeveer €1,7 mln. op jaarbasis.

Pagina 36 van 56

•

•

Voor de primaire en de ondersteunende functies geldt ‘mens volgt werk’. Voor laatstgenoemde functies is ‘mens volgt werk’ vaak een lastig te hanteren principe. Hierover worden nadere afspraken gemaakt om eventuele frictiekosten te voorkomen. Een vertegenwoordiging van de medewerkers wordt bij de selectie van de managers betrokken.

Pagina 37 van 56

8. Huisvesting De huisvesting van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland is op dit moment in het gemeentehuis van de gemeente Gouda. Op langere termijn is het mogelijk om de huisvesting te heroverwegen. Verandering van huisvesting vergen een behoorlijke inspanning en een gedegen onderzoek aan de voorkant. In 2024 is een dergelijk onderzoek, bovenop het traject van het oprichten van de GR, niet opportuun. Een potentiële verhuizing parallel aan het proces van de oprichting van de nieuwe organisatie vergt te veel tijd en capaciteit. En niet alleen de huidige medewerkers van de RWO maar ook de gemeente Gouda verlangt een ordentelijk proces. De huisvesting van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland moet aan een aantal vereisten voldoen en er zijn verschillende wensen om in de toekomst een aantrekkelijk werkgever te zijn en te blijven. Het betreft (niet limitatief) de volgende punten: • • • • •

Voldoende ruimte en werkplekken bieden aan de medewerkers vanaf 1 januari 2025, waarbij clustering uitgangspunt is; Bereikbaar zijn voor medewerkers; Bijdragen aan het imago van een aantrekkelijk werkgever; Aantrekkelijke prijs-kwaliteitsverhouding voor de organisatie hebben; De onafhankelijkheid van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland ten opzichte van iedere deelnemer borgen.

Uiterlijk 2e helft van 2026 in het Algemeen Bestuur een besluit te nemen over het uitgevoerde onderzoek naar de huisvesting. De organisatie heeft dan de ruimte om de huidige transitie naar een GR door te maken op de huidige locatie. Het staat ook iedere gemeente vrij om in dit traject een aanbod te doen.

Pagina 38 van 56

9. Financiën 9.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan de financiën opgenomen. In paragraaf 9.2. zijn de kosten voor de nieuwe organisatie opgenomen. Het laat tevens zien hoe deze kosten zich ten opzichten van 2024 hebben ontwikkeld. In paragraaf 9.3. staat de verdeelsleutel opgenomen. In paragraaf 9.4 en 9.5 staat respectievelijk de eenmalige kosten en de risicoparagraaf opgenomen.

9.2 Organisatie kosten Het overgrote gedeelte van de organisatie kosten zijn personeelskosten en aan personeel gerelateerde kosten. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. •

Bezetting: Voor de begroting is uitgegaan van de huidige bezetting van de RWO waarvan 4 fte incidenteel voor 2 jaar is opgenomen. o voor de begroting is uitgegaan van de bezetting en de huidige inschaling van de afzonderlijke functies; o gemiddelde kosten van een FTE zijn op € 101.000 (begroting 2024) geraamd; • Inhuur: o Voor de begroting is het percentrage gehanteerd van 80% vast formatie en 20% inhuur 7. Voor een deel is dit het gevolg van de tijdelijke projecten en ziektevervanging. Voor een deel is ook sprake van structurele taken die (nog) niet vast zijn ingevuld. o Gemiddelde kosten van inhuur zijn op basis van ervaringsgegevens geraamd op €168.000; • Overhead o De omvang van de bedrijfsvoeringsfuncties is maximaal 35% van de formatie kosten 8. Het betreft de systematiek die ook voor de huidige DVO is gebruikt met Gouda. o

•

Prijsinflatie Voor de prijsinflatie wordt rekening gehouden met de FKGR. Voor het jaar 2025 is dat op 11,1% vastgesteld. Dit is opgebouwd uit correcties voor de jaarschijven 2023, 2024 en 2025. Voor de GR Jeugd Wmo MiddenHolland is alleen rekening gehouden met de prijsinflatie voor de jaarschijf 2025: 5,4%.

o

Hieronder staat op hoofdlijnen een overzicht van de geraamde organisatiekosten opgenomen9.

Organisatiekosten Formatie en inhuur Bedrijfsvoering Overige kosten Indexatie FKGR (5,4%) TOTAAL

€ € € €

2024 5.820.000 € 1.760.000 € 200.000 € € 7.780.000 €

2025 6.030.000 € 2.110.000 € 200.000 € 440.000 8.780.000 €

2026 6.470.000 € 2.110.000 € 200.000 €

2027 6.070.000 1.980.000 200.000

8.780.000 €

8.250.000

Tabel 5: geraamde structurele organisatiekosten

7 De verhouding vast inhuur bedraagt in 2024 70% vast en 30% inhuur. 8

Dit betreft 35% van de totale loon en inhuurkosten van de GR.

9 Op basis van inschatting prijsinflatie voor personeelskosten van 5,4% voor 2025

Pagina 39 van 56

Voor het jaar 2025 worden de kosten van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland geraamd op € 8,8 mln. In 2024 liggen deze kosten op € 7,8 mln. Dat is ongeveer € 1 mln. hoger. Ongeveer € 0,44 mln. is te verklaren door indexatie van de lonen10. Verder is € 0,2 mln. te verklaren door de additionele bezetting van 2 fte voor de transitie. In 2027 dalen de organisatiekosten doordat de incidentele formatie niet meer is meegenomen. De totale kosten dalen dan met € 0,5 mln. Voor de bedrijfsvoeringskosten is een norm van 35% van de kosten van de totale formatie en de inhuur van de organisatie gehanteerd. In 2024 zijn deze kosten (conform de afspraak over de DVO Gouda) op € 1,8 mln. geraamd. In 2025 liggen deze kosten op € 2,1 mln. Het betreft een stijging van ongeveer € 0,35 mln. als gevolg van de prijsstijgingen en toename primaire bezetting11. De overige kosten zijn nog indicatief € 200k en hebben betrekking op de kosten in het jaarprogramma met daarbij een toename voor bijvoorbeeld accountantskosten. Begroting RWO: 2024 In 2023 is bij de totstandkoming van de RWO een inschatting gemaakt van de benodigde organisatiekosten. Er is destijds BOSD geconstateerd dat er nog verschillende onzekerheden zijn over de hoogte van de organisatiekosten.

Voor een deel omdat sprake was van tijdelijke projecten (zoals inkoop en GR traject) of omdat er onduidelijkheid was ten aanzien van de hoogte van de kosten voor de bedrijfsvoering. Overheadkosten voor de RWO waren door de gemeente Gouda tot dat moment namelijk nooit volledig doorbelast. Afspraak is geweest dat een deel van deze organisatiekosten vooralsnog incidenteel gedekt zou worden totdat er meer duidelijkheid zou zijn over de hoogte van de benodigde structurele organisatiekosten. Hiervoor is in 2024 € 1,9 mln. uit de regionale reserve van de RWO onttrokken (zie ook paragraaf 9.4). Een ander wel met het advies dat de vijf gemeenten rekening zouden houden met het structurele karakter van de overheadkosten. Bij het opstellen van het bedrijfsplan is geconstateerd dat een groot gedeelte van deze € 1,9 mln. structurele kosten zijn. Zo blijkt er ondanks dat het inkooptraject is afgerond dat hieruit ook structurele taken uit naar voren komen. Ook blijkt ten aanzien van de bedrijfsvoering dat dit structurele kosten zijn. Voor de vijf gemeenten leidt dit in 2025 tot hogere kosten dan 2024.

9.3 Verdeelsleutel De begrote kosten van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland betreft organisatie kosten (€ 8,8 miljoen) en een deel van zorg in natura budgetten (€ 25 mln.). Het merendeel van deze zorg-in -natura budgetten blijft bij de gemeenten (€ 100 mln.). Voor de ‘zorg in natura’ budgetten die wel via de GR lopen worden aanvullende verdeelsleutel gehanteerd.

10

De prijsinflatie voor 2025 is 5,4% (FKGR)

11 De bedrijfsvoeringskosten voor 2024 liggen lager dan 35%. Deze zijn berekend op basis van een afwijkend aantal formatieplaatsen.

Pagina 40 van 56

Voor de organisatiekosten is recentelijk door vijf gemeenten een verdeelsleutel ontwikkeld die voldoet aan de voorwaarden. • • • • •

Objectief en stabiel Herleidbaar, reproduceerbaar en eenvoudig toepasbaar; Stabiel en toekomstbestendig Acceptabel en eerlijk (op basis van de taken); In omvang en aantal beperkt;

Voor de verdeling van de kosten worden de volgende verdeelsleutels gehanteerd. • • •

•

Organisatiekosten – verdeelsleutel inwoners – voor taken WMO, Jeugd en centrumtaken; Zorgaanbod – verdeelsleutel specifiek gedeelte inwoners - Leerlingen Voortgezet Onderwijs – voor Jeugdondersteuning en Jeugdigen 0 t/m 17 jaar – voor aanvullend zorgaanbod en 1812+; Centrumtaken – verrekening van ontvangen aanvullende uitkeringen vanuit gemeentefonds met de kosten van de uitvoering centrumtaken (1 op 1) en eventuele tekorten via de verdeelsleutel inwoners te verdelen; Overige taken – gemaakte kosten worden 1 op 1 doorbelast.

In de onderstaande tabel staat de toepassing van de verdeelsleutels opgenomen. Per gemeente is per verdeelsleutel aangegeven welke percentage gehanteerd worden. Onderstaand is de verdeling op basis van de begroting 2023. Jeugdondersteuning leerlingen Voortgezet OrganisatiekostenOnderwijs Omschrijving inwoners Zorgaanbod Jeugd 0 t/m/ 17 jaar Bodegraven Reeuwijk 14,59% 12,31% 14,94% Gouda 30,25% 37,92% 27,92% Krimpenerwaard 23,19% 24,70% 22,62% Waddinxveen 13,10% 12,73% 14,18% Zuidplas 18,87% 12,34% 20,34% TOTAAL 100% 100% 100% Tabel 6: Overzicht percentages verdeelsleutels.

9.4 Dekking In de onderstaande tabel staat de wijze waarop de kosten die opgenomen staan in paragraaf 9.2 worden gedekt13. Tevens zijn de kosten voor het aanvullend zorgaanbod opgenomen. Dat betreft kosten die conform afspraken via de GR lopen.

12 Deze verdeelsleutel is nog niet gemaakt op basis van aantallen inwoners 13

Voor alle jaren is dezelfde verdeelsleutel toegepast: 2025. Hierdoor wijken de bijdrage per gemeenten voor het jaar 2024 af omdat op onderdelen aanvullende verdeelsleutels zijn gebruikt.

Pagina 41 van 56

Onderdelen 2024 2025 Organisatiekosten € 7.780.000 € 8.780.000 € Aanvullend zorgaanbod € 2.500.000 € 2.500.000 € Subtotaal kosten € 10.280.000 € 11.280.000 € dekking centrum taken € -450.000 € -450.000 € dekking IZA Spuk € -250.000 € -250.000 € Subtotaal structurele dekking € -700.000 € -700.000 € Totaal structureel te dekken door gemeenten € 9.580.000 € 10.580.000 € dekking reserve € -1.940.000 € € Subtotaal incdentele dekking € -1.940.000 € € Totaal te dekken door gemeenten € 7.640.000 € 10.580.000 € Tabel 7: Dekking geraamde Organisatiekosten en Aanvullend Zorgaanbod GR Jeugd en Wmo.

2026 8.780.000 € 2.500.000 € 11.280.000 € -450.000 € -250.000 € -700.000 € 10.580.000 € € € 10.580.000 €

2027 8.250.000 2.500.000 10.750.000 -450.000 -250.000 -700.000 10.050.000 10.050.000

De totale organisatiekosten zijn in 2025 op € 8,8 mln. geraamd. Het aanvullend zorgaanbod is verder indicatief voor de jaren 2025 t/m 2027 op € 2,5 mln. geraamd. De totale te dekken kosten bedragen voor 2025 en 2026 een bedrag van € 11,3 mln. Een deel van deze kosten wordt gedekt door de aanvullende uitkering die de gemeente Gouda ontvangt voor de uitvoering van de centrumtaken. Het betreft een bedrag van € 0,45 mln. Daarnaast wordt een ander deel van de kosten betaald – zo’n € 0,25 mln. uit de IZA Spuk gelden gefinancierd. De totale te dekken kosten voor 2025 en 2026 bedragen € 10,6 mln. Voor 2027 ligt dat bedrag lager namelijk 10,1 mln. De resterende kosten worden conform de verdeelsleutels verdeeld naar de vijf gemeenten. Voor de jaren 2025 en 2026 is een bijdrage vanuit de gemeenten geraamd van € 10,6 mln. en voor het jaar 2027 is dat een bedrag van € 10,1 mln. In bijlage 3 staat een overzicht van de bijdrage per gemeenten opgenomen. In 2025 zijn de organisatiekosten en de kosten voor het aanvullend zorgaanbod € 1 mln. hoger dan in 2024. Er is in 2024 verder een eenmalige onttrekking van € 1,9 mln. uit de reserve ter dekking van deels de bedrijfsvoering, deels de inkoop en deels voorbereiding GR voor de RWO zijn gedaan. De door de gemeenten te dekken kosten liggen daardoor voor 2024 eenmalig lager.

9.5 Eenmalige transitiekosten De eenmalige transitiekosten zijn met name te verwachten op de bedrijfsvoeringsfuncties. Het betreft de volgende onderdelen. •

•

Transitieplan: voor de bedrijfsvoeringsfuncties de overgaan maar ook voor degene die door de gemeente Gouda nog worden geleverd is het nodig dat een transitieplan wordt opgesteld en dat daar uitvoering aan wordt gegeven. De kosten hiervoor worden indicatief geraamd op € 15.000; Inrichten – opstellen DVO: de gemeente Gouda wordt gevraagd op onderdelen de dienstverlening te continuering. Daarvoor is het wel nodig om systemen specifiek in te richten zodat de dienstverlening ook kan worden geleverd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de HRM en ICT dienstverlening. Daarin zijn

Pagina 42 van 56

•

•

• • •

•

kosten gemoeid die in de reguliere bedrijfsvoering worden opgevangen. De kosten hiervoor worden indicatief geraamd op € 15.000; Aanschaffen: de GR gaat enkele strategische bedrijfsvoeringsfuncties zelf inrichten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de financiële functies. Dat betekent dat een nieuw systeem moet worden aangeschaft en ingericht. Naar verwachting moet daarvoor een aanbesteding worden gedaan. Daarin zijn kosten gemoeid die in de reguliere bedrijfsvoering worden opgevangen. Data: de GR wordt een zelfstandige organisatie die data en archieven uit het verleden gaat overnemen. Dit is een onderdeel dat nader uitgezocht moet worden. De kosten worden indicatief geraamd op € 50.000; Plaatsingsprocedure: voor het doorlopen van een plaatsingsprocedure zal een zorgvuldige procedure worden doorlopen. De totale kosten worden geschat op ongeveer €15.000; Functiewaarderingsonderzoek: Voor de nieuwe organisatie is het wenselijk om alle functies opnieuw te waarderen. De kosten voor dit onderzoek worden geraamd op € 50.000; Fiscaal onderzoek: Het is wenselijk een fiscaal juridische advies te vragen over de constructie, de inkoopcontracten en de financieringsstromen en dienstverlening.

De totale kosten worden indicatief geraamd op € 25.000 geraamd; Procesbegeleiding en externe advisering: voor het vervolgproces is procesbegeleiding voor de verdere inrichting van de juridische vormgeving wenselijk. Het betreft het besluitvormingsproces, de begeleiding bij colleges en raden en uitwerking en voorbereiding van juridische, dienstverleningsdocumenten en eventueel financiële documenten. De totale kosten worden indicatief geraamd op € 100.000 geraamd.

Op basis van de huidige inzichten zijn de bovenstaande inschattingen gemaakt. De totale kosten raming bedraagt €270.000. De komende periode zal meer duidelijkheid ontstaan over de transitiekosten voor 2024. Voor 2025 is nog niet in te schatten welke transitie in dat jaar nog nodig is. Pas in de loop van 2024 is de verwachting dat daar meer inzicht op verkregen wordt. Bij het opstellen van de begroting 2025 zal daar expliciet aandacht aan worden besteed. In de DVO 2024 met Gouda is ook een budget voor transitieactiviteiten voor de totstandkoming van de GR gepland. Het betreft een bedrag van € 200.000. De bovenstaande ligt al hoger en naar verwachting zijn daar nog niet alle kosten in geraamd. Ter dekking van de kosten is bij de jaarrapportage 2023 een voorstel gedaan voor om een reserve voor de transitiekosten te vormen €250.000. Het totaal beschikbare budget voor de transitie voor 2024 en 2025 zou daarmee op € 450.000 komen. In de jaarrapportage 2024 wordt daarover nader gerapporteerd.

9.6 Risicoparagraaf Hieronder staan enkele risico’s benoemd:

Pagina 43 van 56

•

•

•

•

Wmo-centrumtaken: Met het inbrengen van de Wmo-centrumtaken worden de vijf gemeenten ook samen verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken, en, afhankelijk van de afspraken, voor de kosten daarvan. Het is nog onduidelijk hoe de toekomstige kosten zich ten aanzien van de centrumtaken ontwikkelen, en hoelang eventuele tekorten (na aftrek van de opbrengsten uit het gemeentefonds) uit de reserve Wmo-centrumtaken kunnen worden betaald. De kans wordt hoog ingeschat. Bedrijfsvoeringstaken: Voor de bedrijfsvoering is voor overhead rekening gehouden 35% van de totale formatie en inhuurkosten. De komende periode wordt met Gouda gesproken over de uitvoering van de bedrijfsvoering en of de raming van € 2,2 mln. voldoende is. De kans dat de kosten hoger zijn worden als gemiddeld ingeschat. Transitieplan: In 2024 wordt een transitieplan opgesteld waar de ontvlechting uit Gouda is uitgewerkt. Het kan zijn dat onderdelen van de ontvlechting doorlopen in 2025. Een deel van het transitiebudget van 2024 kan daar mogelijk voor worden ingezet. De kans daarop wordt hoog ingeschat; Fiscaal onderzoek: Het fiscaal onderzoek kan ertoe leiden dat de verzelfstandiging leidt tot hogere fiscale kosten. De kans daarop wordt laag ingeschat.

Pagina 44 van 56

10. Wmo-centrumtaken 10.1 Inleiding De gemeente Gouda ontvangt jaarlijks een bijdrage uit het gemeentefonds voor de Wmo-centrumtaken. Het betreft middelen die niet alleen voor de gemeente Gouda zijn bedoeld maar voor de gehele regio Midden-Holland.

10.2 Programma Om deze middelen ook alleen maar in te zetten voor de centrumtaken is ervoor gekozen om daarvoor in de begroting en jaarrekening een afzonderlijk programma centrumtaken in te richten. Daarmee krijgt de gemeenschappelijke regeling straks twee programma’s: (1) Jeugd en Wmo en (2) Wmo-centrumtaken. Dit voorkomt dat er middelen zijn die vanuit de centrumtaken vloeien naar de overige taken van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland en andersom. Bij de gemeente Gouda ontbreekt momenteel het meerjarenbeeld op de Wmo-centrumtaken. Bij de andere vier gemeenten ontbreekt het integrale inzicht over de centrumtaken. Over de ‘staat van de centrumtaken’ wordt de komende maanden in BOSD nader gesproken. Daarna wordt het inhoudelijke gesprek in het BOSD over de toekomstige invulling van Wmo-centrumtaken gestart.

10.3 Reserve De gemeente Gouda heeft – uit de aanvullende uitkeringen van het gemeentefonds14 die bedoeld waren voor de gehele regio Midden-Holland - de afgelopen jaren een reserve voor de Wmo-centrumtaken opgebouwd. De uitgaven lagen de afgelopen jaren namelijk lager dan de ontvangen aanvullende uitkeringen uit het gemeentefonds. De gemeente Gouda draagt deze reserve aan de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland over. De reserve Wmocentrumtaken wordt aan het programma Wmo-centrumtaken gekoppeld.

10.4 Verdeelsleutel De komende jaren – zo is de verwachting – ontstaat bij ongewijzigd beleid ten aanzien van de Wmocentrumtaken een tekort. De kosten van de uitvoering van de centrumtaken kunnen dan niet meer helemaal uit de aanvullende uitkering van het gemeentefonds worden betaald. Afspraak is dat de aanvullende uitkering voor de Wmo-centrumtaken niet taakstellend is. Op basis van inhoudelijke beleidskeuzes kan het zijn dat tekorten ontstaan op de uitvoering van de centrumtaken die -

14 Aanvullende uitkeringen Gemeentefonds: Maatschappelijke opvang, Vrouwenopvang en Beschermd wonen

Pagina 45 van 56

na verrekening van de aanvullende uitkeringen uit het gemeentefonds - verdeeld worden op basis van de verdeelsleutel inwoners.

10.5 Stemverhoudingen Voor de Wmo-centrumtaak Maatschappelijke Opvang geldt een andere stemverhouding. Centrumtaken, uitgezonderd beschermd wonen, zijn voornamelijk in Gouda gesitueerd en de meest zichtbare effecten van besluiten en veranderingen zijn met name in de gemeente Gouda te verwachten. Ten aanzien van de stemverhouding over de Wmo-centrumtaak Maatschappelijke Opvang is een aanvullende afspraak ten opzichte van paragraaf 4.3 stemverhoudingen gemaakt. Besluiten in het Algemeen Bestuur en in het Dagelijks Bestuur over de Wmo centrumtaak Maatschappelijke Opvang worden genomen met een gewone meerderheid en vergen de instemming van de bestuursleden van de gemeente Gouda. Van deze verplichting tot instemming kunnen de bestuursleden van Gouda in het Dagelijks en Algemeen Bestuur gebruik maken. Dit betekent dat als Gouda niet instemt met een voorstel op de Centrumtaak Maatschappelijke Opvang (niet zijnde de begroting) het besluit niet is genomen. Van deze uitzonderlijke positie is de verwachting dat, gezien de kernwaarde solidariteit en het collegiale karakter in het dagelijks bestuur en het streven naar consensus, niet frequent gebruik gemaakt hoeft te worden. Het instemmingsrecht van Gouda op de Maatschappelijke Opvang heeft verder geen betrekking op de begroting.

Afspraak is dat inhoudelijke afwegingen van ontwikkelingen rondom de Wmo-centrumtaken geen onderdeel vormen van het begrotingsproces. De inhoudelijk afweging daarover vindt afzonderlijk plaats in Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. Hierdoor is kan voor de begroting de reguliere besluitvorming plaatsvinden.

10.6 Dienstverleningsovereenkomst De uitvoerende taken op het gebied van maatschappelijke opvang (daklozenloket) en beschermd wonen zijn bij de gemeente Gouda belegd. Deze uitvoering is verweven met de integrale lokale toegang. Afspraak is dat de uitvoering van deze taken in ieder geval in de eerste periode bij de gemeente Gouda wordt afgenomen. Dit wordt geborgd via een DVO Wmo-centrumtaken. Financiering blijft lopen via Gouda. Er is gekozen om de uitvoering voor tenminste twee jaar af (dus tot 1 januari 2027) te nemen bij de gemeente Gouda. Als uitzonderingsclausule is gemaakt de eventuele ingang van de doordecentralisatie Beschermd Wonen. Als daar meer duidelijkheid over is, vindt daarover een gezamenlijke bestuurlijke afweging plaats.

Pagina 46 van 56

11. Besluitvormingsproces 11.1 Inleiding Het proces tot het oprichten en inrichten van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland is gefaseerd in voer stappen. De eerste stap, de strategiefase, is reeds afgerond. Onderstaand worden de volgende drie fasen kort beschreven.

11.2 Fase 2 Planfase Op 21 maart 2024 is gepland dat het BOSD besluit om de GR en het Bedrijfsplan voor consultatie te verzenden aan de colleges. Na het verwerken van de input van colleges en aansluitend tot het vaststellen van de Ontwerp gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland inclusief toelichting en het Bedrijfsplan. De Ontwerp gemeenschappelijke regeling wordt vervolgens aan de colleges gestuurd met het verzoek om de gemeenteraden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen. Na de verwerking van de zienswijze wordt de gemeenschappelijke regeling aan de colleges gezonden voor de procedure van toestemming en instemming. De raden verlenen eerst toestemming aan de colleges voordat de colleges kunnen besluiten tot instemming met de gemeenschappelijke regeling.

11.3 Fase 3 Ontwerpfase In de ontwerpfase worden de plannen uitgewerkt tot op het detailniveau dat nodig is om het samenwerkingsarrangement te kunnen gaan implementeren. In deze derde fase wordt o.a. een inrichtingsplan, formatierapport, onderhandelingen met werknemersvertegenwoordiging (sociaal plan en arbeidsvoorwaarden), DVO Gouda bedrijfsvoering / centrumtaken, dienstverleningshandvest, aanbesteding van systemen, ontwerpbegroting en een transitietraject vormgegeven. De ontwerpfase start wanneer de GR voor zienswijze wordt gezonden aan de colleges en raden.

11.4 Fase 4 Implementatiefase In de afrondende fase worden documenten opgesteld en stappen gezet die voor het implementeren van de organisatie en de werking van belang zijn. Voorbeelden hiervan zijn: • • • • • • •

Mandaatregeling, organisatiestatuut, financieel statuut, bijdrage regeling, reglementen van orde, archiefregeling; Benoeming directeur; Plaatsing van medewerkers; Inrichting van systemen; Benoeming bestuur; DVO met vijf gemeenten; Overige implementatievraagstukken.

Pagina 47 van 56

Bijlagen

Pagina 48 van 56

Bijlage 1: Inhoudelijk overzicht taken Bij aanvang GR Jeugd en Wmo Midden-Holland worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd. CATEGORIE

TAKEN EN WERKZAAMHEDEN Het opstellen van een regiovisie Jeugd en Wmo

BELEIDSVOORBEREIDING & ADVISERING

Het opstellen van een regionaal plan voor de gesloten jeugdhulp. Het volgen van en acteren op actuele ontwikkelingen op de beleidsterreinen behorend bij de taken van RWO. Het ontwikkelen van beleid op de regionale taken en centrumtaken beleid. Het ontwikkelen van beleid op nieuwe taken rondom IZA/GALA

INKOOP & CONTRACT MANAGEMENT

Het op- en vaststellen van een regionaal op te stellen en lokaal vast te stellen inkoopplan voor maatwerkvoorzieningen voor Wmo en Jeugd en de jeugdbescherming en -reclassering. Het beoordelen van nieuwe aanbieders en afsluiten van contracten voor maatwerkvoorzieningen voor Wmo en Jeugd en de jeugdbescherming en reclassering. Onder het beleidsterrein sociaal domein genoemd vallen -bij het aangaan van de regeling in ieder geval- de volgende maatwerkvoorzieningen, waarvan is bepaald deze regionaal in te kopen -

jeugdzorgplus, jeugdbescherming/jeugdreclassering, forensische GGZ jeugd hoog-specialistische jeugdhulp (o.a. crisishulp, hoog-specialistische GGZ ambulant en met verblijf, 3-milieu voorziening) crisisdienst jeugd wonen jeugd (o.a. logeren, gezinshuizen en pleegzorg) wonen Wmo (o.a. beschut wonen, beschermd wonen en gewoon thuis) ambulant jeugd (o.a. behandeling, jeugd-ggz, begeleiding, dyslexie) ambulant Wmo (begeleiding) hulp bij het huishouden, dagbesteding & logeren Wmo, Wmo hulpmiddelen; Collectief Vraagafhankelijk Vervoer waaronder leerlingenvervoer.

Pagina 49 van 56

CATEGORIE

TAKEN EN WERKZAAMHEDEN Alle werkzaamheden die zien op I. II. III. IV.

het omzetten van het inkoopkader naar bestekken, kritische prestatie-indicatoren zoals benoemd in het Inkoopkader, juridische aspecten, de organisatie van het proces van (bestuurlijk) aanbesteden met kennis van de markt en de producten binnen het sociaal domein, V. het toetsen of aanbieders aan de selectiecriteria voldoen, VI. het onderhandelen met zorgaanbieders binnen de kaders van de (bestuurlijke) aanbesteding, VII. het maken van contractuele afspraken met geselecteerde zorgaanbieders en gecontracteerde vervoerders en VIII. het maken van contractuele afspraken met geselecteerde en nietgeselecteerde zorgaanbieders en partijen ten behoeve van het organiseren van het regionaal zorgaanbod. Het managen van bewust gekozen, cyclisch veranderend geheel van activiteiten om de doelstellingen uit het Inkoopkader sociaal domein binnen de regio Midden-Holland te bereiken, waaronder valt I. II. III. IV. V.

VI.

VII. VIII.

IX. X.

het monitoren van uitvoering van contracten; het sturen op kwalitatieve, financiële en juridische afspraken die in het Inkoopkader zijn vastgelegd; het op basis van door aanbieders aangeleverde productiegegevens rapporteren over uitnutting van budgetplafonds; het verrichten van (rechts)handelingen strekkende tot het aangaan, wijzigen, verlengen, beëindigen of ontbinden van overeenkomsten; het verrichten van (rechts)handelingen strekkende tot nakoming van de overeenkomst, waartoe kan worden gerekend het aanspreken van zorgaanbieders op het (niet) nakomen van afspraken, het nemen van maatregelen (als vermeld in de overeenkomst en ingebrekestelling; het verrichten van (rechts)handelingen strekkende tot het aangaan van een (financiële) regeling, waartoe kan worden gerekend: het in der minne schikken en (gedeeltelijke) terugbetaling; het verrichten van (rechts)handelingen in reactie op (rechts)handelingen van wederpartij(en); het verrichten van (rechts)handelingen naar aanleiding van alle met voorgaande bevoegdheden verband houdende of daaruit voortvloeiende handelingen waaronder het voeren van onderhandelingen, het voeren van gerechtelijke procedures en het verrichten van handelingen ter voorbereiding daarop; het vertegenwoordigen van de gemeente(n) bij het verrichten van (rechts)handelingen als hierboven bedoeld; het (laten) verrichten van onderzoeken en controles en het daartoe

aanwijzen van personen. Hieronder vallen materiele, formele en Pagina 50 van 56

CATEGORIE

TAKEN EN WERKZAAMHEDEN

XI.

detailcontroles en fraudeonderzoeken zowel in het kader van de uitvoering van de wet alsmede de overeenkomsten; tot het invorderen van civielrechtelijke geldvorderingen, waaronder het nemen van een procesbesluit, het in der minne schikken en het oninbaar verklaren ervan.

Het proces, waarbij, op basis van verkregen input getekende contracten en wijzigingen hierop eenduidig worden vastgelegd, beheerd en bewaakt, teneinde volledige benutting van contracten en budget te faciliteren en managementrapportages te genereren. De analyse/het inzicht op basis van decentraal verkregen data en op basis van contact met andere regio’s over onder meer aanbieders, werkwijze van contractering en overige informatie die relevant is voor de ontwikkeling en innovatie in het taakveld. Accounthouderschap richting regionale subsidiepartners. Accounthouderschap samenwerkingsverbanden op het gebied van passend onderwijs. In het jaarprogramma staat: (1) inspelen op knelpunten in het zorgaanbod (verkenningen samenhangende aanpak), (2) inzetten op een beter werkende jeugdbeschermingsketen, (3) voorliggend veld verbinden met ingekochte jeugdhulp. Toezichthouden op kwaliteit en rechtmatigheid van geleverde diensten door aanbieders, door het verzamelen en beoordelen van jaarverantwoordingen en prestatieverklaringen. Hierover contact onderhouden met lokale gemeenten ten behoeven van de jaarrekeningen. Coördinatie op zorgadministratie.

MAATSCHAPPEL IJKE ZORG

In de situatie voor 1 januari 2025 worden de uitvoerende taken en de toegang tot beschermd wonen en de maatschappelijke zorg uitgevoerd door Gouda. Vanaf 2025 zijn het Opdrachtgeverschap en de middelen bij de GR JW belegd. Bij de aanvang van de inwerkingtreding van de GR JW wordt voor de duur van minimaal twee jaar een DVO afgesloten met Gouda om deze taken uit te blijven voeren. Wanneer de doordecentralisatie Beschermd Wonen ingaat, gaan beide partijen hierover gezamenlijk in gesprek. Het voeren van overleg met andere regio’s, met name op casusniveau.

Pagina 51 van 56

CATEGORIE

COMPLEXE JEUGDCASUÏSTIEK

TAKEN EN WERKZAAMHEDEN Organiseren experttafel waar multidisciplinair complexe jeugdcasuïstiek besproken wordt door gemeenten, aanbieders, verwijzer en cliënt/ouders Coördineren plaatsingen voor Jeugdzorg+ via een gezamenlijk ingekochte plaatsingscoördinator en de inzet van een GZ-psycholoog. Samenwerking op bovenregionaal niveau: Jeugdbescherming, Gesloten jeugdhulp, BREN en Zorg – en veiligheidshuis. Organiseren van wachtlijstbeheer en zorglogistiek door een centraal overzicht van aanmeldingen te maken zodat schaarse plekken voor verblijfszorg zo goed mogelijk benut worden en verwijzers ontzorgd worden. Overplaatsingen worden zoveel mogelijk voorkomen en doorstroom bevorderd, waardoor trajecten korter worden en naar perspectief biedende plekken wordt geleid. Organiseren en financieren van zorgbemiddelaar. Organiseren / coördineren van de regionale jeugdbeschermingstafel voor de toeleiding naar de Raad voor de Kinderbescherming. De jeugdbeschermingstafel besluit over inzet van hulp in een niet langer vrijblijvend kader en het afwenden, uitstellen of starten van een (beschermings-)onderzoek door de Raad van de Kinderbescherming. Overleg met de samenwerkingsverbanden onderwijs via het OOGO.

(BOVEN) REGIONALE GESPREKSPART NER

Het als vertegenwoordiger optreden ten aanzien van het provincie ZuidHolland en het college van Gedeputeerde Staten. Dit in het kader van de gezamenlijke aanvraag provinciale subsidie inzake OV-gebruik van het CVV en het aangaan van met het doelgroepenvervoer verbonden bestuursovereenkomsten. Het maken van bovenregionale afspraken met betrekking tot specialistische jeugdhulp. Onderhouden subsidierelatie met Centrum voor seksueel geweld Het onderhouden van de samenwerking met de regio’s Haaglanden ZuidHolland Zuid en Holland Rijnland op het gebied van jeugdbescherming en reclassering. Het als regio gezamenlijk optrekken bij gedeelde belangen, zoals lobby bij het Rijk, afstemming met (boven)regionaal werkende (keten)partners, aansluiting leernetwerk integraal werken, bovenregionale overleggen, J42 netwerk van de VNG.

Pagina 52 van 56

Bijlage 2: Controle-instrumenten van gemeenteraden Gemeenteraden hebben diverse instrumenten om invloed uit te oefenen op gemeenschappelijke regelingen. In deze instrumenten is een onderscheid te maken: zo zijn er instrumenten die een duidelijke wettelijke basis kennen, bijvoorbeeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) of de Gemeentewet. Voorbeelden hiervan zijn: • Het recht op zienswijzen (bij het treffen van de regeling, bij de ontwerpbegroting en bij bepaalde besluiten) • Het recht van onderzoek (ook wel het enquêterecht genoemd); • De actieve informatieplicht van het AB richting de raden; • Reguliere raadsinstrumenten, zoals het vragenrecht en het indienen van moties of amendementen. Er zijn echter ook instrumenten die geen directe wettelijke basis kennen, maar wel behulpzaam kunnen zijn bij het ‘grip houden’ op gemeenschappelijke regelingen. In deze bijlage werken wij deze soft controls voor samenwerkingsverbanden verder uit. Concreet gaan we in op de volgende instrumenten: 1. Contact tussen raad en directie van de regeling; 2. Scherpte in het ‘waarom’ van de samenwerking; 3. Instellen van raadsadviescommissie; 4. Aanstellen van raadsrapporteurs; 5. Gezamenlijke raadsbijeenkomsten.

Contact tussen raad en directie van de regeling In een collegeregeling vindt de vertegenwoordiging van de gemeente plaats via het college. Door raadsleden wordt hierdoor nog weleens afstand ervaren tot het samenwerkingsverband. Een manier om deze gevoelde afstand te verminderen is het organiseren van direct contact tussen de gemeenschappelijke regeling (directie, de organisatie) en raadsleden. Zo kan de raad ervoor kiezen om periodiek (bijvoorbeeld een keer per jaar) een gesprek te organiseren met de directie van de GR, om bijvoorbeeld de directie ruimte te geven om een toelichting te geven op de werkzaamheden van de GR, of als raad vragen te stellen over de GR. Gedacht kan worden aan een beeldvormende bijeenkomst waarin dit vorm krijgt. In het organiseren van het contact tussen de raad en het samenwerkingsverband kan de griffie een belangrijke, ondersteunende rol spelen.

Scherpte in het ‘waarom’ van de samenwerking Een van de redenen waarom raadsleden het soms lastig vinden om grip te houden op gemeenschappelijke regelingen, is omdat het doel van de samenwerking niet altijd helder is. Wanneer niet duidelijk welk doel beoogd wordt met het samenwerkingsverband, is het ook lastig voor raadsleden om te toetsen of er op het niveau van de samenwerken ‘de juiste dingen’ gebeuren.

Pagina 53 van 56

Wat hierbij kan helpen is dat de raad en het college het gesprek aan gaan over het openbaar belang wat met de samenwerking wordt gediend. Behulpzame vragen in dit gesprek zijn: • Wat is het beoogde doel met de deelname aan deze GR? • Is dit doel nog steeds hetzelfde als tijdens de oprichting van de GR beoogd was? • Welke concrete resultaten horen hier dan bij? • Wordt dit doel voldoende gediend op basis van de informatie die wordt ontvangen? • Voldoet de ontvangen informatie om als raad te beoordelen of het doel wordt gediend?

Instellen van een raadsadviescommissie Wanneer een gemeenschappelijke regeling de vorm heeft van een ‘openbaar lichaam’ is het mogelijk een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Deze commissie bestaat uit raadsleden.15 Voorwaarde is wel dat de raden hier gezamenlijk om vragen. De taken van deze adviescommissie worden niet door de wet volledig afgebakend. Hier is dus ruimte om zelf als gemeenteraden accenten aan te brengen. Gedacht kan worden aan zaken als het in een vroeg stadium betrekken van de adviescommissie bij geplande besluiten van het bestuur van de GR. De commissie kan het bestuur ook adviseren over voorgenomen besluiten, of als platform fungeren voor de raadsleden om tot gezamenlijke standpunten te komen.

Aanstellen van raadsrapporteurs Een andere mogelijkheid is dat de raad een aantal leden onder hen aanwijzen als rapporteur. Dit zijn dan raadsleden die namens de gehele raad extra toezicht houden op het functioneren van de GR.16 Bijvoorbeeld door de regionale bijeenkomsten te bezoeken of door contacten te onderhouden met raadsrapporteurs van andere gemeenteraden. Periodiek kunnen deze rapporteurs verslag doen van het functioneren van de samenwerking richting de gehele raad. Anders dan bij de raadsadviescommissie kan een individuele raad bepalen raadsrapporteurs aan te stellen voor de eigen raad. Het is dus vooral een interne regeling.

Gezamenlijke raadsbijeenkomsten Een laatste mogelijkheid is het organiseren van gezamenlijke raadsbijeenkomsten in de regio. Alle raadsleden of een afvaardiging van de leden kunnen daarvoor uitgenodigd bijvoorbeeld rondom kaderstellende stukken van de GR Jeugd en Wmo Midden-Holland of onderwerpen waarop een zienswijze wordt gevraagd. Gemeenteraden kunnen dan een gezamenlijk beeld vormen en/of afstemming zoeken over de zienswijzen. Dit zijn dan raadsleden die namens de gehele raad extra toezicht houden op het functioneren van de GR.

15 Artikel 24a lid 1, Wet gemeenschappelijke regelingen. 16 Hoe deze rol precies ingevuld wordt kan verschillen. Zie voor voorbeelden: https://vng.nl/publicaties/raadsrapporteur-versterkt-positie-raad-op-

Jeugdhulp en Rapporteurschap

https://stateninformatie.flevoland.nl/Vergaderingen/Provinciale-Staten/2018/19-september/15:30/Advies-statenwerkgroep-

Pagina 54 van 56

Bijlage 3: Bijdragen per gemeenten In deze bijlage staan de bijdrage per gemeenten voor de jaren 2024, 2025, 2026 en 2027 opgenomen. Voor de jaren 2025 en verder moet nog een begroting worden opgesteld welke door het bestuur wordt vastgesteld. Op basis daarvan zullen de kosten ook definitief worden verdeeld. Onderstaand is dan ook een financieel kader voor de bijdrage per gemeenten. Voor de vergelijkbaarheid is de verdeelsleutel van 2025 voor alle jaren gebruikt. Dat betekent dat voor 2024 de cijfers per gemeente iets kunnen afwijken.

Omschrijving Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas TOTAAL

€ € € € € €

2024 1.090.000 € 2.370.000 € 1.780.000 € 1.000.000 € 1.390.000 € 7.630.000 €

2025 1.520.000 € 3.250.000 € 2.460.000 € 1.390.000 € 1.940.000 € 10.560.000 €

2026 1.520.000 € 3.250.000 € 2.460.000 € 1.390.000 € 1.940.000 € 10.560.000 €

2027 1.440.000 3.090.000 2.340.000 1.320.000 1.840.000 10.030.000

Tabel 8: totale geraamde bijdrage per gemeente periode 2024/2027

Hieronder staat een overzicht van de opbouw van de geraamde bijdrage per gemeente voor de verschillende jaarschijven.

Omschrijving Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas

Bijdrage Bijdrage Jeugd 0 t/m 17 organisatiekosten Jeugdondersteuning jaar € 750.000 € 140.000 € 200.000 € 1.560.000 € 430.000 € 380.000 € 1.190.000 € 280.000 € 310.000 € 670.000 € 140.000 € 190.000 € 970.000 € 140.000 € 280.000

€ € € € €

TOTAAL 1.090.000 2.370.000 1.780.000 1.000.000 1.390.000

€ € € € €

TOTAAL 1.520.000 3.250.000 2.460.000 1.390.000 1.940.000

Tabel 9: kosten per gemeente voor 2024

Omschrijving Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas

Bijdrage Bijdrage Jeugd 0 t/m 17 organisatiekosten Jeugdondersteuning jaar € 1.180.000 € 140.000 € 200.000 € 2.440.000 € 430.000 € 380.000 € 1.870.000 € 280.000 € 310.000 € 1.060.000 € 140.000 € 190.000 € 1.520.000 € 140.000 € 280.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203994/2