Bijlage 3.2 Urgentie schuurpunten en kansen
Tekst van het document
Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl
Denkrichting: urgenties, schuurpunten en kansen Notitie ter voorbereiding van ijkmoment 2 voor het BPGH van 19 april 2023 Opsteller: Coördinatiebureau i.s.m. Adviesgroep Groene Hart. Gevraagd: • Herkent u de gestelde knelpunten? • Heeft u nog aanvullende knelpunten? • Wat wilt u agenderen voor het tweede ijkmoment en in het dossier van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL)?
Eerste schuurpunten voor tweede ijkmoment NOVEX-proces In het Bestuurlijk Platform Groene Hart van 17 februari jl. is de procesplanning ontwikkelperspectief Groene Hart besproken. In dit document staat beschreven hoe er met schuurpunten omgegaan wordt (in bijlage 1 is de passage over de schuurpunten opgenomen). Daarnaast is gevraagd om schuurpunten/knelpunten die naar voren komen bij het maken van een Ontwikkelperspectief te benoemen en te bespreken in een extra bestuurlijk platform vergadering. De vergadering is voorafgaand aan het tweede ijkmoment voor de provinciale ruimtelijke voorstellen en het Ontwikkelperspectief. In het tweede ijkmoment dienen de denkrichtingen duidelijk te worden. Het Bestuurlijk Platform Groene Hart kan gezamenlijk input meegeven aan het tweede IJkmoment van de drie betrokken provincies. Daarnaast kunnen de schuurpunten ingebracht worden in het dossier van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Zuidwest op 14 juni a.s. en Noordwest op 15 juni a.s.
Over het ontwikkelperspectief Groene Hart Het ontwikkelperspectief Groene Hart heeft tot doel om een ontwikkel-pad naar de toekomst te schetsen voor het gebied als geheel. Er is gekozen voor een tijdshorizon van 2050, maar voor sommige van de veranderingen, zoals de klimaatverandering en de benodigde aanpassingen van het watersysteem is een langere tijdshorizon verstandig. Als Nederland hebben we internationale afspraken gemaakt over natuurdoelen (VHR), klimaatdoelen (Klimaatakkoord) en waterdoelen (KRW), doelen die al ruim vóór 2050 bereikt moeten zijn. Het niet halen van gestelde doelen leidt tot een slot op ontwikkelingen en crises (stikstof, woningbouw, energie etc). Willen we voorkomen dat we van de ene crisis in de andere belanden dan zijn er op korte termijn keuzes nodig die perspectief geven aan inwoners en bedrijven. Keuzes in welke mate we willen toe werken naar minder intensief grondgebruik en hoe we ruimte willen geven aan natuur, een robuust water- en bodemsysteem, kwaliteit van de leefomgeving, ons bebouwd gebied, duurzame energie opwek en economie (inclusief de landbouweconomie van het Groene Hart) willen versterken. In alle gevallen is er een vraag om meer ruimte die er niet voorhanden is in Nederland en in het Groene Hart.
Voor het toekomstbeeld van het Groene Hart is een expertteam met de gegeven startpakketten van de Rijksoverheid (Kamerbrief 9 december 2022) en bestaande studies over het Groene Hart aan de slag gegaan in een zeer kort tijdsbestek, een zogenaamde “snelkookpan”. Tijdens het proces van het expertteam zijn er aanvullend nieuwe inzichten gepubliceerd zoals de “Vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050”, het signalenrapport “Betrokken burgers”, beide van het PBL en “Elke regio telt” een gezamenlijk advies van het ROB, RLI en RVS. Er zijn eerste gesprekken in regio’s van het Groene Hart gevoerd over het ontwikkelperspectief. Hoewel er verschil kan zijn in urgentiegevoel en de wijze van transitie, zoals onder andere naar voren komt uit de provinciale en waterschapsverkiezingen, staat vast dat er urgentie om gestelde doelen te halen. Alleen al vanwege klimaatverandering (zeespiegelstijging, zoetwateraanvoer)
Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl
moeten er grote ruimtelijke keuzes gemaakt worden in laag Nederland waar het Groene Hart een groot aandeel in heeft. Alle bovenstaande trajecten, inzichten en ontwikkelingen hebben geleid tot deze eerste set aan schuurpunten/knelpunten. Het opwerpen van allerhande schuurpunten leidt vervolgens ook tot nieuwe kansen en ontwikkelingen in het Groene Hart. Naast de schuurpunten worden er ook al kansen benoemd om een doorkijk te geven naar het toekomst bestendige Groene Hart van de toekomst, een waardevol gebied voor in- en omwoners.
Schuurpunten en kansen Er is gevraagd om schuurpunten, dit kunnen ook dilemma’s, knelpunten of vraagstukken zijn. De schuurpunten komen onder andere naar voren vanuit de doelen gegeven in de startpakketten van de Rijksoverheid. Door de gekozen scope (bodem, water en landschap) binnen het Groene Hart krijgt de Water en Bodem Sturend-brief veel aandacht in de eerste set aan schuurpunten. Bij de verdere uitwerking van het ontwikkelperspectief zal het accent waarschijnlijk verschillen. In het signaleren van schuurpunten hebben we in de integratiesessie (ambtelijke werksessies ter invulling van het ontwikkelperspectief) gebruik gemaakt van een driedeling in schuurpunten: inhoud, proces en relatie. De gedachte hierachter is dat inhoudelijke schuurpunten zonder een goede samenwerking / relatie of zonder een transparant proces niet oplosbaar zullen zijn. In de integratiesessie hielp de driedeling bij het nadenken over oplossingsrichtingen. Er is in onderstaande teksten geen evenwichtigheid in de driedeling, maar dat is ook niet ons streven geweest.
Inhoudelijke schuurpunten: •
• •
•
Zoetwater: onzeker is of er in de toekomst überhaupt voldoende zoetwater aanwezig is voor de grootschalige vernatting van de veenweidegebieden om CO2 uitstoot te reduceren en bodemdaling te remmen, om schade aan bebouwing en infrastructuur te voorkomen of uit te stellen. Er is meer wateraanvoer naar het gebied nodig om de grondwaterpeilen op het gewenste niveau van 20-40 cm onder het maaiveld te krijgen, het gebied zelf beschikt over onvoldoende water, met name in droge perioden. Waar het water vandaan komt is een nationaal verdelings- en een klimaat-vraagstuk waar momenteel nog onderzoek naar gedaan wordt. Het verhogen van het grondwaterpeil beperkt de waterbergingscapaciteit. Dit compenseren vraagt veel ruimte bovenop de ruimte die nodig is voor incidentele waterberging bij extreme neerslag; ruimte dus met extensieve gebruiksfuncties. Waterberging in 5-10% diepe polders staat in de Water Bodem Sturend brief. Dit kan in de uitwerking schurend zijn met andere ruimtelijke functies want als elke polder de eigen broek moet ophouden, brengt dit naar verwachting een grote ruimteclaim met zich mee. Dit kan anders uitpakken als het percentage op gebiedsniveau geldt. Voor de berging in diepe delen zijn extra technische voorzieningen (pompen) nodig om het water op een later moment weer beschikbaar te krijgen.
Er moet duidelijkheid komen op dit punt, door met I&W in overleg te gaan, nadat we in Groene Hart verband hierover het gesprek hebben gevoerd. Het opzetten van het waterpeil zal op veel percelen leiden tot extra uitspoeling van met name fosfaten, wat een verslechtering van de waterkwaliteit (KRW) tot gevolg heeft. Dit geldt voor de korte termijn (20-30 jaar), eenmaal uitgespoeld is het probleem opgelost. Het bereiken van de KRW doelen raken hiermee nog verder uit zicht. Het opzetten van het peil is nodig voor het bereiken van internationale klimaatdoelen. Internationale klimaatdoelen en internationale Waterkwaliteitsdoelen vragen in het Groene Hart derhalve tegenstrijdige maatregelen.
Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl
• •
•
•
•
•
Het ontbreekt in de startpakketten aan een opgave van de doelen van duurzame energie opwek op land ná 2030 (RES). Daardoor kan deze ruimtelijke impact niet goed meegewogen worden, terwijl er sterke vermoedens zijn dat die impact fors is. Voor de transitie van de landbouw naar extensivering, verduurzaming en kringlooplandbouw is beschikbare grond nodig en het bijbehorende grondinstrumentarium om veranderend eigenaarschap /gebruiksrecht in gang te zetten. Er is veel mogelijk maar het vraagt ook tijd om hierin het goede te kunnen doen. Dit staat op gespannen voet met de gestelde deadlines, bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, natuur en KRW. In het transitiefonds zijn middelen voor het aanleggen van de 10% GroenBlauweDooradering. Er lijken echter geen budgetten te zijn bij Rijk en/of provincie voor groen/blauwe ontwikkelingen gecombineerd met recreatief gebruik. Deze toegankelijkheid zorgt voor ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Het huidige financieel instrumentarium om recreatie, toegankelijkheid en ruimtelijke kwaliteit te ontwikkelen vraagt om rode ontwikkelingen terwijl die op veel plekken in het Groene Hart niet wenselijk of niet realiseerbaar zijn. Woningbouwontwikkeling ten behoeve van de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het Groene Hart versus geclusterde woningbouw in het Groene Hart om landschap, natuur en landbouwgrond uit te sparen.
Het gaat hierbij ook om de interpretatie van de termen leefbaarheid en vitaliteit en het doel dat we uiteindelijk willen realiseren. Woningbouw kan bijdragen aan leefbaarheid en vitaliteit, maar hoeven niet samen te hangen, rondom Schiphol is de regio ultiem vitaal (veel voorzieningen, bereikbaarheid, werk), maar de leefbaarheid zijn vraagtekens bij te zetten. De ontwikkeling van nieuwe woningen en bedrijventerreinen op traditionele wijze in relatie tot water en bodem sturend. Verstening van het bodemoppervlak voor deze functies staat op gespannen voet met de doelen van water en bodem sturend. Ook binnen de kernen schuurt het inbreiden van bebouwing met klimaatadaptatie, waar ruimte voor nodig is. De vraag is of en onder welke condities deze doelen onderling verenigbaar zijn en welk ruimtegebruik zij vragen. Schuurpunt tussen welke natuurdoelen we nastreven, een coulisselandschap dat ontstaat met groen dooradering van het gebied (doelstelling 10% groen/blauwe dooradering) versus de weidevogelgebieden die vragen om openheid.
Procesmatige schuurpunten: • •
•
Het ontbreekt aan een eenduidige visie voor het Groene Hart voor burgers en maatschappelijk partijen. Weten alle overhedenlagen in het Groene Hart welke problemen burgers/bedrijven hebben en wordt hierop geacteerd. Zorg voor uitvoeringscapaciteit bij overheden op alle schaalniveaus. Ruimtelijke ordening vergt een vroegtijdige betrokkenheid van alle relevante actoren: overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dat vraagt van overheden zowel een maatschappelijke oriëntatie als voldoende uitvoeringskracht. Zowel in de publieke als in de private sector gaat het om de investering in voldoende menskracht, inhoudelijke expertise, bevoegdheden en geld. De uitvoeringscapaciteit is op alle niveaus nijpend. Terug redeneren vanuit de verwachte klimaatverandering in de toekomst naar het heden moet de standaard worden. Door voldoende rekening te houden met klimaatverandering kunnen nieuwe lock-ins worden voorkómen. Op deze wijze vermijden we een landgebruik
Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl
• •
dat bij sterke klimaatverandering niet blijkt te kunnen worden gehandhaafd, wat ingrijpende gevolgen en hoge kosten met zich meebrengt. De meeste bebouwing van 2050 staat er nu al. Het is daarom vooralsnog (bij een beperkte zeespiegelstijging) veel belangrijker om de bestaande bebouwing (nog) beter te beschermen tegen overstromingen (en ook beter benutten). Gebiedsprocessen zijn de manier om tot realisatie van de doelen te komen maar dit is om redenen complex, zoals aangegeven in het essay van Geldof: “Gebiedsgerichte processen en het Tompouce model”. Investeren in goede gebiedsprocessen is een noodzaak en dit kan door werk te maken van de aangereikte bouwstenen uit het reeds genoemde essay van Geldof (link).
Relationele schuurpunten: Relationele schuurpunten gaat veel over emoties en minder over ratio, deze schuurpunten zijn rand voorwaardelijk aan het proces en de inhoud. • Elkaar niet verrassen (vastgelegd in bestuursovereenkomst) • Elkaar vasthouden bij moeilijke keuzes. • Wie gaat er over en deze personen helpen om gezamenlijke doelen te realiseren, bijvoorbeeld landlopende problematiek van kleine droogmakerijen. • Vertrouwen in elkaar • Dingen gaan soms onbedoeld anders dan de bedoeling was; het is belangrijk dat daar openhartig over gesproken kan worden Kansen: De gesignaleerde schuurpunten, zullen leiden tot keuzevraagstukken en daarna in sommige delen zullen er nieuwe ruimtelijke functies kunnen verschijnen. In het NOVI gedachtengoed, gaan we uit van multifunctioneel ruimtegebruik en hieronder zijn al kansen voor het Groene Hart benoemd en kansrijke combinaties: -
Peilopzet combineren met natuurversterking, nieuwe landbouwgewassen, met name circulaire productie van bouw- en isolatiematerialen, met energie opwek (i.p.v. landbouw). Door het opzetten van het peil wordt CO2 vastgelegd (door gewas of veengroei), het Groene Hart draagt bij aan opslag, dat is meer dan reductie. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Verbeteren van de doorwaadbaarheid en toegankelijkheid van het Groene Hart De huidige weerbare economie door divers MKB bedrijfsleven is een goed uitgangspunt voor groei in de circulaire economie. Verminderen schade aan gebouwen en infrastructuur Peilopzet en duurzaam, circulair, bouwen en realisatie nieuwe woonomgevingen (toegespitst op het bodem- en watersysteem)
Bijlage 1:
IJkpunt 1: aanpak van schuurpunten In het spoor van het Ontwikkelperspectief levert de scopebepaling direct de eerste schuurpunten en systemische vragen op. De geïnventariseerde schuurpunten uit het Ontwikkelperspectief worden besproken in het Bestuurlijk Platform en als deze herkend worden, dan zal bepaald worden of het een intern Groene Hart schuurpunt is, of een extern/nationaal schuurpunten waar elders een proces
Coördinatiebureau Groene Hart ♥ Archimedeslaan 6 ♥ Postbus 80300 ♥ 3508 TH Utrecht ♥ T: 06 52 76 97 58 / E:cb@bestuurlijkplatformgroenehart.nl
op georganiseerd zal worden en waarvan het belangrijk is dat het Groene Hart geluid wordt meegegeven of ingebracht. Voor de schuurpunten intern Groene Hart is een proces nodig om het gedragen schuurpunten te maken (door alle vier de overheidslagen). Logischerwijs is er geen consensus bij een schuurpunt (het schuurt) de bestuursovereenkomst geeft aan wat er aan gedaan wordt om wel tot overeenstemming te komen, maar ook hoe de besluiten worden genomen als er geen overeenstemming wordt bereikt (Huis van Thorbecke). Deze uitwerking past in fase 2 en zal doorlopen in de uitvoeringsafspraken. Een voorbeeld van een geïdentificeerd schuurpunt is de watervraag. Veel van de maatregelen om bodemdaling te remmen en CO2 uitstoot te verminderen vragen om water. De Water en Bodem brief van het ministerie van I&W geeft aan dat er prioriteit ligt bij het nat houden van de veenweidegronden. In dezelfde brief staat dat iedereen lokaal zoveel mogelijk water moet bergen voor droge tijden. Voor het behalen van de doelstelling bodemdaling stoppen en CO2 uitstoot vermijden is zowel zoetwatertoevoer nodig als extra m2 ruimte voor lokale berging. De lokale maatregelen krijgen een plek in het Ontwikkelperspectief Groene Hart, maar ook zeer waarschijnlijk in de Ruimtelijke Puzzels van de drie provincies en de PPLG’s.
Op landelijk niveau heeft de nationale waterverdeling een eigen (bestuurlijk) proces, met verschillende momenten van input. Het is van belang om het Groene Hart belang in te brengen in deze processen. Dit betekent goed weten welke bestuurders aan tafel zitten in de verschillende processen en dan de Groene Hart boodschap actief meegeven. Het schuurt als er binnen het Groene Hart maximaal wordt gewerkt aan de waterberg en er geen water aangevoerd wordt of vice versa.
Op het moment dat er bestuurlijke keuzes gemaakt worden voor schuurpunten, moeten deze zo snel mogelijk meegegeven worden aan lopende en nieuw op te starten gebiedsprocessen. Dit is belangrijk om lerend te bouwen aan de toekomst (waaronder het inbouwen van een noodrem voor deelnemers aan gebiedsprocessen). Sommige schuurpunten zijn zo belangrijk voor gebiedsprocessen dat er pas na het beslissen over keuzes een nadere invulling gegeven kan worden aan de gebiedsprocessen. Er zal een wisselwerking optreden tussen systemische wijzigingen enerzijds en lokale opgaven anderzijds. Enerzijds moeten we ervoor zorgen dat de gebiedsprocessen niet tot stilstand komen. Anderzijds moeten keuzes ook uitvoerbaar zijn. Het Tompouce model staat hier centraal, welke transities kan de leefwereld aan en draagt ook bij aan het behalen van de gestelde doelen op lange termijn. In bijlage 3 “Omgaan met schuurpunten als leerpunten in de planning” schetsen we de wijze waarop we creatief met deze spanning om kunnen gaan.