Bijlage 2a Beoordeling omgevingsaspecten zorgcentrum Prins Bernhardlaan 2
Tekst van het document
Afdeling Expertise L. Verbiest 088 - 54 50 332 lverbiest@odmh.nl Postbus 45 2800 AA Gouda
Gemeente Waddinxveen T.a.v. X. Leenheer Postbus 400 2740 AK Waddinxveen gemeente@waddinxveen.nl X.Leenheer@waddinxveen.nl
088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum
10-05-2022
Ons kenmerk
2022113695
Uw kenmerk
Onderwerp Beoordeling omgevingsaspecten het bouwen van een zorgcentrum
OLO-nummer
6178505
Bijlagen
3
Beste X. Leenheer, Op 3 mei 2022 heeft u ons gevraagd om het voornemen voor het bouwen van een zorgcentrum aan de Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen op omgevingsaspecten te beoordelen. De ruimtelijke onderbouwing is van 3 mei 2022 en opgesteld door BRO. Situatie Bestaande zorgcomplexen worden aankomende jaren vernieuwd en gerenoveerd om te voldoen aan de nieuwe zorgaanvraag. Deze aanvraag gaat om de vervangende nieuwbouw van Zorgcentrum Souburgh aan de Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen. Het nieuwe zorgcentrum krijgt 90 zorgplaatsen en maximaal 12 VPT-plaatsen (volledig pakket thuis). Het complex past niet binnen het bouwvlak en is daarom in strijd met het bestemmingsplan. Door middel van de ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en afwijken mogelijk is. Advies In bijlage 1 treft u een beoordeling op de omgevingsaspecten aan. De bijlagen 2 en 3 bevatten een meer uitgebreide beoordeling op individuele omgevingsaspecten. De volgende aspecten hebben nog aandacht nodig omdat deze nog niet voldoen aan wet- en regelgeving of aan (gemeentelijk) beleid: Geluid (onvoldoende bekend; onderzoeken in uitvoering) Bedrijven & milieuzonering (terras opnemen in onderbouwing) Externe veiligheid (uitschakelbare mechanische ventilatie opnemen in onderbouwing) M.e.r.
(aanpassing onderbouwing: komt niet voor in Besluit m.e.r.) Gelijktijdige besluiten Bij het besluit tot ter inzage leggen van deze (ontwerp-) omgevingsvergunning moeten B&W ook het volgende besluit nemen: Ontwerpbesluit hogere waarde (dit zal de ODMH, in overleg, in een latere fase opstellen)
Identificatie 2022113828
1 van 8
Heeft u vragen? Neem dan contact op met L. Verbiest. Dat kan via 088 - 54 50 332 of per e-mail via lverbiest@odmh.nl. Vermeld dan het kenmerk 2022113695. Zo kunnen wij u sneller helpen.
Met vriendelijke groet, Linda Verbiest Adviseur ROM/EV Dit document is digitaal vastgesteld.
Identificatie 2022113828
2 van 8
Bijlage 1 Beoordeling op omgevingsaspecten Bodem (4.2) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Ten behoeve van de voorgenomen herinrichting en geplande nieuwbouw is een verkennend bodemonderzoek Prins Bernhardlaan 12 Waddinxveen (Waders Milieu BV, kenmerk 20414501A, d.d. 16 december 2020) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. De locatie is geschikt voor het voorgenomen gebruik. In bijlage 2 van deze brief vindt u de uitgebreide beoordeling van het bodemonderzoek. Er moet gewerkt worden volgens de aanbevelingen uit bijlage 2. Geluid (4.3) De ODMH kan niet instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Op dit moment is onvoldoende bekend om de situatie te kunnen beoordelen. In de ruimtelijke onderbouwing staat in de paragraaf geluid beschreven dat het akoestisch onderzoek en het gevelwering onderzoek in uitvoering zijn. Er wordt geschreven dat de verwachting is dat hogere waarden nodig zijn. Dat is ook onze verwachting. Wanneer het akoestisch onderzoek gereed is kan pas een ontwerpbesluit hogere waarden opgesteld worden. Dit ontwerpbesluit gaat samen met de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage. Aan de hand van de geluidsbelastingen berekend in het akoestisch onderzoek kan het gevelwering onderzoek uitgevoerd worden. Dit onderzoek moet ook gereed zijn voordat e.a. ter inzage gaat.
Bedrijven & milieuzonering (4.4) De ODMH kan niet instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Het klopt dat de functie nu ook aanwezig is. Daarnaast wordt de afstand tot de bestaande woningen met dit plan vergroot. Maar bij de huidige functie zit geen terras. Die komt er nu wel. Die ligt binnen de 10 meter afstand van de bestaande woningen. Hoewel dit terras vanuit geluid aanvaardbaar wordt geacht, omdat het gaat om een (privé) terras van een zorginstelling, moet dit wel worden opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Archeologie (4.5) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Er is geen dubbelbestemming Archeologie. Onderzoek naar archeologische waarden is niet nodig. Luchtkwaliteit (4.6) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Externe veiligheid (4.7) De ODMH kan niet instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Het klopt dat het plangebied niet in een invloedsgebied ligt. Toch wil dat niet zeggen dat de personen in het plangebied voldoende beschermd zijn. Als zich een incident voordoet waarbij giftige (rook)gassen vrijkomen in de omgeving moeten de bewoners veilig binnenshuis kunnen schuilen. Hiervoor moet het gebouw worden voorzien van mechanische ventilatie die snel is uit te schakelen. Voor een zorgcentrum is het logisch om hiervoor een centrale schakelaar aan te brengen op het centrale brandmeldpaneel.
Onder de Omgevingswet (artikel 4.124 lid 4, Bbl) wordt het een standaardeis bij nieuwbouw om de mechanische ventilatie met één druk op de knop uit te kunnen schakelen. Dit is nu al opgenomen in het beleid van de gemeente.
Identificatie 2022113828
3 van 8
Ecologie (4.8) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. De ecologische onderbouwing is voldoende. Er moet gewerkt worden volgens de voorschriften uit de ontheffing die verkregen is voor het verwijderen van vleermuis verblijfplaatsen. We adviseren de ontheffing nog als bijlage aan de toelichting van het plan toe te voegen. De volledige beoordeling staat in bijlage 3. M.e.r. (4.10) De ontwikkeling komt niet voor in het Besluit m.e.r., Een m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-plicht is niet aan de orde. Voor deze paragraaf kan worden volstaan met vermelding dat deze vervangende nieuwbouw niet onder een stedelijk ontwikkelingsproject valt. Daarom komt het niet voor in het Besluit m.e.r. en is een m.e.r.-beoordeling niet aan de orde. Ontplofbare oorlogsresten Circa 10 tot 15% van de munitie uit de Tweede Wereldoorlog is als blindganger in de bodem achtergebleven. Bij werken in de bodem kan dit gevaar opleveren. Uit eerder uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied deels verdacht is op ontplofbare oorlogsresten. ODMH adviseert om hier bij werkzaamheden rekening mee te houden. Het bovenste deel, links, van het plangebied is verdacht. Op dit moment is daar de tuin voorzien. Zie figuur 1. Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten waaronder ook detectieonderzoek is voorbehouden aan gecertificeerde bedrijven.
Voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten moet een projectplan worden opgesteld. Wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding kan zijn, moet de initiatiefnemer hierover afstemming zoeken met de gemeente. De gemeente moet een afschrift ontvangen van het proces-verbaal van oplevering van het project. De rest van het plangebied is onverdacht. Verder onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is volgens ODMH niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, kan ODMH niet met zekerheid stellen dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig.
Identificatie 2022113828
4 van 8
Figuur 1: Blauw is het plangebied. De roze/ rode cirkel geeft de mogelijke locatie van ontplofbare oorlogsresten aan op basis van bombardementen op en nabij spoorwegen en rijksweg Waddinxveen. Bron: ODMH
Provinciale milieubelangen De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetsen wij hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot vier van deze belangen: Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling ligt niet in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met deze vier provinciale milieubelangen.
Identificatie 2022113828
5 van 8
Bijlage 2 beoordeling bodem Kenmerk adviesdeelzaak
2022113819
Aanleiding Ter plaatse van Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen is een verkennend bodemonderzoek Prins Bernhardlaan 12 Waddinxveen (Waders Milieu BV, kenmerk 20414501A, d.d. 16 december 2020) uitgevoerd vanwege de geplande nieuwbouw van een zorgcentrum. Beoordeling onderzoek Het bodemonderzoek is eerder beoordeeld door de ODMH. Uit deze beoordeling, interne memo van 25 juni 2021 met documentkenmerk 2021184977, blijkt dat de bodem van de locatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. Uit het bodemonderzoek blijkt dat hooguit lichte verontreinigingen aanwezig zijn in de grond en het grondwater. Verder onderzoek is in dit geval niet noodzakelijk. Conclusie De locatie is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt voor het beoogde doel (maatschappelijk / wonen met tuin). Aanbevelingen - Op basis van de Nota Bodemkwaliteit bij Bouwen (2013) is het niet noodzakelijk dat meer milieukundig bodemonderzoek wordt uitgevoerd voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. - Op basis van het beoordeelde bodemonderzoek is de bodem geschikt voor de toekomstige bestemming (en het gebruik). Bij werkzaamheden op en/of in de bodem moet rekening worden gehouden met het volgende: - Werkzaamheden met (mogelijk) verontreinigde grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels.
Deze zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) en het Besluit bodemkwaliteit. - Richtlijnen voor veiligheid zijn vastgelegd in CROW-publicatie 400: ‘Werken in en met verontreinigde bodem’. - Voor het toepassen van grond met kwaliteit boven de achtergrondwaarde binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst Midden-Holland moet een melding worden gedaan (zie Nota Bodembeheer Midden-Holland). De Omgevingsdienst beoordeelt of de partij grond mag worden toegepast op de geplande locatie. Voor het toepassen van meer dan 50 m3 schone grond moet ook een melding worden gedaan. Beide meldingen kunnen worden ingediend via www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Voor meer informatie kunt u de website van ODMH raadplegen: www.odmh.nl. - Het uitgevoerde onderzoek is niet zonder meer rechtsgeldig als bewijsmiddel bij hergebruik van vrijkomende grond. Als vrijkomende grond op een andere locatie wordt toegepast dan moet worden voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in de Nota Bodembeheer Midden-Holland of moet de grond worden gekeurd volgens het Besluit bodemkwaliteit. Tevens moet worden voldaan aan de geldende regels ten aanzien van PFAS.
Identificatie 2022113828
6 van 8
Bijlage 3 beoordeling ecologie Kenmerk adviesdeelzaak 2022113810 Aanleiding Op de locatie Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen wordt het bestaande zorgcentrum gesloopt en er wordt een nieuw zorgcentrum gerealiseerd. Hiervoor is een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen, kappen en het aanleggen van en uitrit aangevraagd. Ook is er sprake van een afwijking van het bestemmingsplan. Om de plannen mogelijk te maken zijn de volgende stukken toegestuurd voor een beoordeling op het onderdeel ecologie: - Quickscan natuurtoets Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen, opgesteld door Staring Advies, kenmerk 2182, d.d. 9 maart 2021 (hierna: quickscan); - Aanvullend natuuronderzoek Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen, opgesteld door Staring Advies, kenmerk 2330, d.d. 14 juli 2021 (hierna: nader onderzoek); - Voortoets Stikstofdepositie Prins Bernhardlaan 2 Waddinxveen, opgesteld door Van Empel milieuadvies, kenmerk M –QUO-18135-C7D0Y4-V2-, d.d. 13 april 2021 (hierna: stikstofberekening); - Ruimtelijk onderbouwing Nieuwbouw zorgcentrum Souburgh in Waddinxveen, opgesteld door Oostelbos Van den Berg b.v., kenmerk 20027-L-210621, d.d. 21 juni 2021 (hierna: ruimtelijke onderbouwing). Voorgaand advies Door de ODMH zijn de plannen eerder beoordeeld in verband met de aangevraagde omgevingsvergunning. Het gaat om het (interne) advies met kenmerk 2021180508, d.d. 29 juni 2021.
De conclusie uit het advies was als volgt: “Schade aan beschermde soorten kan nog niet worden uitgesloten. Er loopt nog een nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. De resultaten van dit onderzoek moeten uitwijzen of er goedkeuring verkregen moet worden van het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming.” Het aanvullend onderzoek is nu aangeleverd. Daarnaast is sinds voorgaande beoordeling het rekenprogramma Aerius, voor stikstofberekeningen, aangepast. Stikstofberekeningen moeten uitgevoerd zijn in deze nieuwste versie van Aerius. Daarom is een nieuwe berekening aangeleverd. Beoordeling onderzoeken De beoordeling is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving, waarbij gekeken wordt naar soortenbescherming en gebiedsbescherming. Soortenbescherming (quickscan en nader onderzoek) Uit de quickscan is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen niet uitgesloten kon worden. Daarom is naar deze soorten nader onderzoek uitgevoerd. Er zijn geen nesten van gierzwaluwen en/of huismussen aangetroffen. Daarnaast blijkt dat verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn (één zomer en twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis). Hiervoor is een ontheffing aangevraagd bij ODH en op 6 december 2021 verkregen.
Dit maakt dat de aanhaakplicht voor gevolgen voor beschermde soorten niet aanhaakt, want het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming heeft hier zelfstandig al een procedure voor afgerond.
Identificatie 2022113828
7 van 8
Gebiedsbescherming – stikstof De stikstofberekening is voldoende uitgevoerd. Ten opzichte van voorgaande berekening is deze nu uitgevoerd voor enkel de gebruiksfase. De bouwfase is vrijgesteld van een vergunningplicht onder de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Het is voldoende aangetoond dat negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden uitgesloten zijn. De aanhaakplicht voor beschermde gebieden is dan ook niet aan de orde. Beoordeling Toelichting In de toelichting zijn de conclusies van de onderzoeken opgenomen. Daarnaast is in de toelichting opgenomen dat een ontheffing voor het vernietigen van de vleermuisverblijfplaatsen is aangevraagd en verkregen van het bevoegd gezag van de Wnb. De ontheffing zelf zit niet tussen de bijlagen. Voor de volledigheid kan dit document nog aan de bijlagen worden toegevoegd. Conclusie De ecologische onderbouwing bij de omgevingsvergunningaanvraag is voldoende. We adviseren de verkregen ontheffing van de Wet natuurbescherming, voor het vernietigen van vleermuis verblijfplaatsen, voor de volledigheid aan de bijlagen van de toelichting toe te voegen. De aanvraag is volledig en de aanhaakplicht voor beschermde natuur geldt niet voor deze procedure.
Identificatie 2022113828
8 van 8