CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Was-wordt GR regio MH

Besluitvormende raadsvergadering 21 januari 2026, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland8.855 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt GR Regio Midden-Holland Nr. Huidige tekst (‘was’) 1. (zoals goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 10 oktober 1989, inclusief de wijzigingen goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 20 maart 1990, 28 augustus 1990, 17 april 1991, 19 april 1991, 5 juli 1991, 9 april 1992, 21 december 1993, 28 juni 1994, 8 augustus 1995, 27 maart 1998, 14 augustus 2002, 29 december 2005 en de wijzigingsbesluiten van het Algemeen Bestuur van 27 juni 2007, 18 april 2012, 10 oktober 2012 en 2 maart 2016. 2.

3.

De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft. Overwegende dat: - de gemeenten in de regio Midden-Holland samen wensen te werken omtrent strategische onderwerpen en hun belangen bij deze onderwerpen gezamenlijk en krachtig wensen te behartigen, waarbij lobbyactiviteiten als een belangrijke functie worden gezien; - de Provincie Zuid-Holland de strategische samenwerking door gemeenten in MiddenHolland graag versterkt zou willen zien; - deze samenwerking primair vormgegeven wordt vanuit het netwerk van gemeenten en betrokken partijen, waarbij deze gemeenschappelijke regeling een hulpconstructie is; - het de wens is van de gemeenten om door te ontwikkelen naar werken op basis van projecten en bijbehorende projectfinanciering en -verrekening; - er een regionaal platform is ingesteld dat richting geeft aan de samenwerking in het netwerk; - deze gemeenschappelijke regeling voor de samenwerking in de regio, en daarmee voor het regionaal platform, een onmisbaar hulpmiddel is, bijvoorbeeld door het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid en het aanvragen van subsidies; - een goede regionale samenwerking bevorderd wordt door een zo groot mogelijke personele congruentie tussen de leden van het regionaal

Tekst na wijziging (‘wordt’)

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.

Overwegende dat: - de gemeenten in de regio Midden-Holland samen wensen te werken omtrent strategische onderwerpen en hun belangen bij deze onderwerpen gezamenlijk en krachtig wensen te behartigen, waarbij lobbyactiviteiten als een belangrijke functie worden gezien; - de Provincie Zuid-Holland de strategische samenwerking door gemeenten in MiddenHolland graag versterkt zou willen zien; - deze samenwerking primair vormgegeven wordt vanuit het netwerk van gemeenten en betrokken partijen, waarbij deze ondersteund worden door het regiobureau; - er een bestuurlijk regionaal platform is ingesteld dat richting geeft aan de samenwerking in het netwerk; - er een regionale, strategische agenda wordt vastgesteld waarin de inhoudelijke scope en inzet van de regionale samenwerking is gedefinieerd; - deze regionale, strategische agenda vierjaarlijks na gemeenteraadsverkiezingen ter consultatie wordt voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; - er een regiobureau is dat het bestuurlijk platform ondersteunt, uitvoering geeft aan de regionale, strategische agenda en hiermee de belangen van Regio Midden – Holland behartigt; 1

4.

5.

6. 6.1

platform en de leden van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling; - Gehecht wordt aan het betrekken van de gemeenteraden bij regionale ontwikkelingen en in voldoende vroeg stadium; - de rol van het Dagelijks Bestuur voornamelijk bestaat uit de voorbereiding van de vergaderingen van het platform en het afhandelen van operationele onderwerpen alsmede het stimuleren van resultaten en het bevorderen en bewaken van de betrokkenheid van de raadsleden; - In het kader van de netwerksamenwerking vindt het vaststellen van voorstellen voor regionaal beleid plaats door de colleges van B&W en zo nodig de afzonderlijke gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Gelet op de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Archiefwet 1995. Besluiten: De gemeenschappelijke regeling Regio MiddenHolland te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden: HOOFDSTUK I Begripsbepalingen a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland; b. Regio Midden-Holland: openbaar lichaam, zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling in samenhang met artikel 8 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. een deelnemende gemeente: gemeente waarvan de bestuursorganen deze regeling hebben getroffen; d. het gebied: het grondgebied van de deelnemende gemeenten; e. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland; f.

de WGR: de Wet gemeenschappelijke regelingen; g. de secretaris: de secretaris van Regio Midden-Holland; h. de raad: de gemeenteraad van een aan de regeling een deelnemende gemeente. 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van een andere wet van toepassing worden verklaard, dient, waar in die artikelen wordt gesproken van gemeente, college van burgemeester en wethouders resp. burgemeester, daarvoor te worden gelezen:

- deze gemeenschappelijke regeling voor de samenwerking in de regio, en daarmee voor het regionaal platform, een onmisbaar hulpmiddel is, bijvoorbeeld door het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid, de omschrijving van de inhoudelijke scope, de diverse rollen van deelnemers en het aanvragen van subsidies; - in het kader van de netwerksamenwerking vindt het vaststellen van regionaal beleid, en de daarbij benodigde beschikbaarstelling van capaciteit uit de eigen organisaties, plaats door de colleges van B&W en zo nodig de afzonderlijke gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

Gelet op de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Archiefwet 1995. Besluiten: De gemeenschappelijke regeling Regio MiddenHolland te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden: HOOFDSTUK I Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland; b. Regio Midden-Holland: openbaar lichaam, zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling in samenhang met artikel 8 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente; d. deelnemende gemeente: gemeente waarvan het college deze regeling heeft getroffen; e. het gebied: het grondgebied van de deelnemende gemeenten; f. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland; g. de WGR: de Wet gemeenschappelijke regelingen; h. de secretaris: de secretaris van Regio Midden-Holland; i. regiobureau: het bureau van Regio MiddenHolland. 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van een andere wet van toepassing worden verklaard, dient, waar in die 2

regio Midden-Holland, algemeen bestuur/dagelijks bestuur, resp. voorzitter.

7. 7.1

7.2

8. 8.1

HOOFDSTUK II Het openbaar lichaam Artikel 2 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd "Regio Midden-Holland”. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Gouda. Artikel 3 Het bestuur van Regio Midden-Holland bestaat uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. HOOFDSTUK III Taken en bevoegdheden Artikel 4 1. Regio Midden-Holland heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen te behartigen van de aan de regeling deelnemende gemeenten en gemeentelijke bestuursorganen op het terrein van: a. Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt; b. Duurzaamheid c. Ruimte en Wonen; d. Verkeer en Vervoer; e. Cultuur f. Alsmede alle andere onderwerpen die bij gelijkluidend besluit ter behartiging aan Regio Midden-Holland zijn opgedragen door de raden, colleges en/of burgemeesters, ieder voor zover het diens bevoegdheid betreft. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats bij unanimiteit. Deze gemeenschappelijke belangen kunnen zowel op structurele als op projectmatige basis behartigd kunnen worden. 2. Ter behartiging van de in lid 1 genoemde belangen voert Regio Midden-Holland, op basis van daartoe door de bestuursorganen van deelnemende gemeenten genomen besluiten, naast de algemene coördinerende taak als bedoeld in het eerste lid, de volgende taken uit: a. het aanvragen en verstrekken van subsidies. b.

alle andere taken die bij gelijkluidend besluit ter behartiging aan Regio Midden-Holland zijn opgedragen door de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten, ieder voor zover het diens bevoegdheid betreft. Besluitvorming over

artikelen wordt gesproken van gemeente, college van burgemeester en wethouders resp. burgemeester, daarvoor te worden gelezen: Regio Midden-Holland, algemeen bestuur/dagelijks bestuur, resp. voorzitter. HOOFDSTUK II Het openbaar lichaam Artikel 2 Het openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd "Regio Midden-Holland”. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Gouda. Artikel 3 Bestuur Het bestuur van Regio Midden-Holland bestaat uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. HOOFDSTUK III Taken en bevoegdheden Artikel 4 Taken en bevoegdheden 1. Regio Midden-Holland is een strategische regionale samenwerking gericht op het ruimtelijk-economisch domein met als doel om de brede welvaart in de deelnemende gemeenten te versterken. 2. Regio Midden-Holland heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen te behartigen van de aan de regeling deelnemende gemeenten en colleges op het terrein van: a. Ruimte en Wonen; b. Bereikbaarheid en Mobiliteit; c. Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt; d. Duurzaamheid en Energie; e. Mens en voorzieningen f. Alsmede alle andere onderwerpen die bij gelijkluidend besluit ter behartiging aan Regio Midden-Holland zijn opgedragen door de colleges. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats bij unanimiteit.

Deze gemeenschappelijke belangen kunnen zowel op structurele, programmatische als projectmatige basis behartigd worden. 3. Ter behartiging van de in lid 1 en 2 genoemde belangen voert Regio Midden-Holland, op basis van daartoe door de colleges genomen besluiten, naast de algemene coördinerende taak als bedoeld in het eerste lid, de volgende taken uit: a. het aanvragen en verstrekken van subsidies; b. beleidsontwikkeling en -agendering, regisseren van de regionale samenwerking en het faciliteren van overleg, in het bijzonder door het faciliteren van bestuurlijke tafels; 3

dit onderwerp vindt plaats door middel van gelijkluidende besluitvorming van de bestuursorganen van twee of meer deelnemende gemeenten. De uitvoering van de taken zal beperkt blijven tot de gemeenten die deze aan Regio Midden-Holland hebben opgedragen. 3. Aan het bestuur van Regio Midden-Holland worden, ter vervulling van de in lid 2 genoemde taken met betrekking tot de in lid 1 genoemde gemeenschappelijke belangen, bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 30 van de WGR. Hiertoe behoort, indien de opgedragen taken hiertoe nopen, het heffen van rechten als bedoeld in de Gemeentewet en het heffen van rechten op grond van bijzondere wetten.

9. 9.1 9.2

HOOFDSTUK IV Het algemeen bestuur Par. 1. De samenstelling van het algemeen bestuur. Artikel 5 Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente, die worden aangewezen door de raad van die gemeente. De raad wijst voor ieder lid een plaatsvervangend lid aan, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Leden en plaatsvervangende leden maken deel uit van het college. Indien mogelijk, dit ter beoordeling van de raad, benoemt de raad haar voorzitter alsmede de portefeuillehouder van het aan de betreffende gemeente ter coördinatie toebedeelde beleidsdomein.

c. het voorbereiden en vierjaarlijks vaststellen van de regionale strategische agenda, met als programmalijnen (i.) verantwoorde groei, (ii.) bereikbaarheid en (iii.) toekomstbestendige economie; d. lobby en belangenbehartiging; e. alle andere taken die bij gelijkluidend besluit ter behartiging aan Regio Midden-Holland zijn opgedragen door de colleges. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats door middel van gelijkluidende besluitvorming van de colleges van twee of meer deelnemende gemeenten. De uitvoering van de taken zal beperkt blijven tot de gemeenten die deze aan Regio Midden-Holland hebben opgedragen. 4. Aan het bestuur van Regio Midden-Holland worden, ter vervulling van de in lid 4 genoemde taken met betrekking tot de in lid 1 en 2 genoemde gemeenschappelijke belangen, bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 30 van de WGR. HOOFDSTUK IV Het algemeen bestuur

Artikel 5 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter inbegrepen. 2. De colleges van iedere deelnemende gemeente wijzen twee leden uit hun midden aan. Te weten de burgemeester en een wethouder met een relevante portefeuille. 3. De colleges wijzen voor ieder lid ook één plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Ook dit lid dient een voor de regeling relevante portefeuille te hebben. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid. 4. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt zo spoedig mogelijk plaats in de vergadering van de colleges van de gemeenten in de nieuwe samenstelling. 5. De leden en de plaatsvervangende leden worden aangewezen voor een tijdvak van vier jaar. Ongeacht het tijdstip van benoeming treden zij af op de dag waarop de zittingsperiode van de colleges eindigt. 4

9.3

Artikel 6 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. De leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur blijven demissionair aan tot is voorzien in hun opvolging. 2. De raad van een deelnemende gemeente wijst in de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode de door de gemeente af te vaardigen nieuwe leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aan. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3. Indien de raad van een deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, blijven de door hem aangewezen leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur, die hadden moeten aftreden, als zodanig fungeren, totdat die gemeenteraad nieuwe leden en plaatsvervangende leden heeft aangewezen. Een uitzondering hierop is de situatie dat zowel de betreffende leden als plaatsvervangende leden geen deel meer uitmaken van het gemeentebestuur. In dat geval ontstaat een vacature die tot in de opvolging is voorzien niet door de betreffende gemeente wordt opgevuld. 4. Het aanwijzen van leden ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden tussentijds zijn opengevallen, vindt plaats door de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering of zo spoedig mogelijk daarna. Een zodanig aangewezen lid

Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 6. Een lid dat de hoedanigheid als lid van het college verliest, houdt ook op lid te zijn van het algemeen bestuur. 7. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mede aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het algemeen bestuur. Het lid blijft de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard. 8. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, voorzien. 9. Het algemeen bestuur kan op uitnodiging adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen. Deze adviseurs hebben geen stemrecht. Artikel 6 Werkwijze van het algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden, dat ter kennisneming aan de colleges wordt gezonden. 2.Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en verder zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of als dit door tenminste drie leden van het algemeen bestuur schriftelijk en onder opgave van redenen wordt gevraagd. In het laatste geval wordt de vergadering binnen drie weken gehouden. 3. De voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergadering. 4.

De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 5, negende lid worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste tien dagen tevoren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen. De agenda en bijbehorende voorstellen, behalve die waarop geheimhouding rust, worden tegelijkertijd bekend gemaakt door publicatie op de website van de gemeenschappelijke regeling Regio MiddenHolland en ter inzage gelegd bij gemeenschappelijke regeling Regio MiddenHolland.

5

9.4

9.5 9.6

treedt af op het tijdstip waarop diegene wiens plaats hij heeft ingenomen, zou hebben moeten aftreden. 5. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de raad die het lid heeft aangewezen, op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen behouden het lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 6. Aan leden van het algemeen bestuur die niet langer het vertrouwen genieten van de raad die hen als zodanig aangewezen heeft kan door die raad te allen tijde ontslag verleend worden. Het ontslag is onherroepelijk. Artikel 7 Van alle aanwijzingen tot lid van het algemeen bestuur geeft de raad binnen een week kennis aan de voorzitter van Regio Midden-Holland.

Artikel 7 Openbaarheid 1. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten wanneer tenminste één vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of als dit naar het oordeel van de voorzitter nodig is. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Over de geheimhouding is het bepaalde in artikel 23 WGR van toepassing. Alleen de leden van het algemeen bestuur zijn gerechtigd een besloten vergadering bij te wonen, tenzij door het algemeen bestuur in besloten vergadering anders wordt beslist. Van een besloten vergadering worden afzonderlijke notulen opgesteld. 2. In een besloten vergadering kan niet worden besloten over: a. de toelating van nieuw benoemde leden; b. de vaststelling van de kadernota, vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; c. de benoeming en het ontslag van leden van het dagelijks bestuur; d. wijzigingen van de regeling, alsmede toe- en uittreden uit de regeling.

Par. 2. De werkwijze Artikel 8 In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over: a. het vaststellen dan wel wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; 6

9.7

9.8 9.9

9.10 9.11

10. 10.1 10.2

c. het vaststellen van het jaarverslag. Artikel 9 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 2. Indien tijdens een stemming de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Par. 3. De vergoeding Artikel 10 De werkzaamheden van de leden van het algemeen bestuur ten behoeve van Regio Midden-Holland zijn onderdeel van hun functie bij de deelnemende gemeenten. De leden van het algemeen bestuur ontvangen derhalve geen afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden of tegemoetkoming in de kosten. Par. 4. De bevoegdheden en taken Artikel 10b 1. Het algemeen bestuur heeft met betrekking tot de aan Regio Midden-Holland opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens wettelijke regelingen of deze regeling rechtstreeks aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn op- of overgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur bepaald, daarbij worden de deelnemers gehoord. HOOFDSTUK V Het dagelijks bestuur Par. 1. De samenstelling Artikel 11 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, te weten: a. de door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen voorzitter; alsmede b.

vier overige door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen leden. 2. De overige leden van het dagelijks bestuur zijn collegeleden, ieder afkomstig uit een andere deelnemende gemeente, niet zijnde de gemeente waaruit de voorzitter afkomstig is.

Artikel 8 Stemverhouding 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 2. Indien tijdens een stemming de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Artikel 9 Vergoeding De werkzaamheden van de leden van het algemeen bestuur ten behoeve van Regio Midden-Holland zijn onderdeel van hun functie bij de deelnemende gemeenten. De leden van het algemeen bestuur ontvangen derhalve geen afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden of tegemoetkoming in de kosten. Artikel 10 Bevoegdheden en taken 1. Het algemeen bestuur heeft met betrekking tot de aan Regio Midden-Holland opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens wettelijke regelingen of deze regeling rechtstreeks aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn op- of overgedragen. 2.Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur bepaald, daarbij worden de deelnemers gehoord. HOOFDSTUK V Het dagelijks bestuur Artikel 11 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, te weten: a. de door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen voorzitter; alsmede b. vier overige door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen leden. 2.

De overige leden van het dagelijks bestuur zijn collegeleden, ieder afkomstig uit een andere deelnemende gemeente, niet zijnde de gemeente waaruit de voorzitter afkomstig is, geselecteerd als volgt: a. een burgemeester, die fungeert als portefeuillehouder Middelen, organisatie en strategie en tevens vice-voorzitter is. b. drie wethouders, die zo gekozen worden dat ze betrokken zijn bij verschillende in artikel 4, 7

10.3

10.4 10.5

Artikel 12 1. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling volgend op de dag van aftreden van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Zij zijn terstond herkiesbaar. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid. Gaat het openvallen van de plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur zal zijn bezet, doch voor niet langer dan zesentwintig weken. Tot dat moment zal het voor het vertrekkende lid aangewezen plaatsvervangende lid van het algemeen bestuur tevens fungeren als plaatsvervangend lid van het dagelijks bestuur. 4. Een lid van het algemeen bestuur dat als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het in het tweede lid bepaalde moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen, totdat de opvolger zijn functie heeft aanvaard. Par. 2. De werkwijze Artikel 13 Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter dan wel ten minste twee van de overige leden dat nodig achten.

derde lid sub b genoemde programmalijnen uit de regionale strategische agenda en voorzitter zijn van een bestuurlijke tafel. 3. Met inachtneming van artikel 14, derde lid, van de WGR, mogen de leden van het dagelijks bestuur nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken. Artikel 12 Aanstelling 1. Het algemeen bestuur beslist bij aanvang van elke zittingsperiode in de eerste vergadering over de benoeming van de in het eerste lid vermelde leden in het dagelijks bestuur. 2. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode en de eerste vergadering na een wijziging in de samenstelling van het dagelijks bestuur, maken de leden van het dagelijks bestuur onderling afspraken over de portefeuilleverdeling en over de onderlinge plaatsvervanging. 3. De zittingsduur van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan die van het algemeen bestuur. 4. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het dagelijks bestuur. 5. Het lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. 6. Een lid, kan worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het algemeen bestuur. 7. Als tussentijds een plaats van een lid in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, benoemt het algemeen bestuur ten spoedigste een nieuw lid.

Artikel 13 Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen. 2. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal zes maal per jaar en verder zo dikwijls naar gelang de voorzitter of tenminste twee andere leden dit nodig achten. 3. De agenda en de daarbij behorende vergaderstukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste tien dagen voor het houden van de vergadering, aan de leden van het dagelijks bestuur verzonden.

8

4. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn besloten. Het dagelijks bestuur kan besluiten een openbare vergadering te houden. 5. Het dagelijks bestuur publiceert haar agenda en besluitenlijst na afloop van de vergadering op de website van de gemeenschappelijke Regio Midden-Holland. 6. Het bepaalde in artikel 6 derde, vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. 10.6 10.7

10.8 10.9

Par.3. De vergoeding Artikel 14 De werkzaamheden van de leden van het dagelijks bestuur ten behoeve van Regio Midden-Holland zijn onderdeel van hun functie bij de deelnemende gemeenten. De leden van het algemeen bestuur ontvangen derhalve geen afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden of tegemoetkoming in de kosten. Par. 4. De bevoegdheden Artikel 15 Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur van Regio Midden-Holland behoren naast de bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 33b van de WGR onder meer: a. het voorstaan van de belangen van Regio Midden-Holland bij de rijks- en provinciale overheid en bij andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor Regio Midden-Holland van belang is; b. het beheer van de activa en de passiva van Regio Midden-Holland; c. de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding.

10.10 Artikel 16 1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juli een verslag over de werkzaamheden van Regio Midden-Holland over het afgelopen kalenderjaar aan. 2. Het algemeen bestuur stelt het verslag vast. Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen twee weken na de vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 14 Vergoeding De werkzaamheden van de leden van het dagelijks bestuur ten behoeve van Regio Midden-Holland zijn onderdeel van hun functie bij de deelnemende gemeenten. De leden van het algemeen bestuur ontvangen derhalve geen afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden of tegemoetkoming in de kosten. Artikel 15 Bevoegdheden Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur van Regio Midden-Holland behoren naast de bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 33b van de WGR onder meer: a. De voorbereiding en uitvoering (samen met de deelnemers en partners) van de regionale strategische agenda; b. Het uitvoeren van de activiteiten zoals vastgelegd in de begroting; c. het voorstaan van de belangen van Regio Midden-Holland bij de rijks- en provinciale overheid en bij andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor Regio Midden-Holland van belang is; d. het beheer van de activa en de passiva van Regio Midden-Holland; e. de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding. Artikel 16. Informatieverstrekking 1.

Het dagelijks bestuur biedt, indien nodig goedgekeurd door het algemeen bestuur, aan de colleges en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde of te voeren beleid nodig zijn, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. De inlichtingen worden in beginsel schriftelijk verstrekt. Onder 9

11. 11.1

ongevraagde aanlevering wordt tenminste de actieve verstrekking verstaan van een: a. vierjaarlijkse strategische agenda; b. jaarlijkse begroting met activiteiten; c. een financieel jaarverslag; d. een inhoudelijk jaarverslag; e. per kwartaal een verslag van de voortgang van projecten. 2. Het algemeen en dagelijks bestuur organiseren ten behoeve van informatieuitwisseling minimaal tweemaal per jaar, een radenbijeenkomst waarvoor alle gemeenteraadsleden van de deelnemende gemeenten worden uitgenodigd. Op de radenbijeenkomst in het voorjaar wordt informatie uitgewisseld met betrekking tot de op te stellen begroting met uitvoeringsagenda voor het daaropvolgende kalenderjaar. 3. Een verzoek om inlichtingen door één of meer leden van de gemeenteraad van één van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het algemeen bestuur en kan onder meer omvatten: a. persoonlijke en mondelinge toelichting door de voorzitter of één van de andere leden van het algemeen bestuur in een gemeenteraadsof commissievergadering; aanlevering van de verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur, de portefeuillehoudersoverleggen en de bestuurscommissies; b. aanlevering van de verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. HOOFDSTUK VI De voorzitter HOOFDSTUK VI De voorzitter Artikel 17 Artikel 17 De voorzitter 1.

De voorzitter wordt door en uit het midden 1. De burgemeester van Gouda is de van het algemeen bestuur aangewezen in zijn voorzitter; eerste vergadering in nieuwe samenstelling 2. Bij verhindering of ontstentenis van de volgend op de dag van aftreden van de leden voorzitter wordt zijn functie waargenomen van de raden van de deelnemende gemeenten. door de vice-voorzitter en bij diens 2. De voorzitter treedt af op de dag, waarop de verhindering of ontstentenis door een door zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. het algemeen bestuur uit zijn midden aan te Hij is terstond herkiesbaar. wijzen lid; 3. Bij verhindering of ontstentenis van de 3. De burgemeester van Gouda kan tijdelijk de voorzitter wordt zijn functie waargenomen door rol van voorzitter en de daaraan verbonden een door het algemeen bestuur uit zijn midden bevoegdheden en taken overdragen aan de aan te wijzen lid. vice-voorzitter. In dat geval neemt de 4. De voorzitter die tussentijds ophoudt lid te burgemeester van Gouda uitsluitend deel zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op aan het dagelijks bestuur als lid namens voorzitter te zijn. 10

11.2

12. 12.1

13. 13.1

5. Het lid van het algemeen bestuur dat als voorzitter tussentijds ontslag neemt of overeenkomstig het in het derde lid bepaalde aftreedt, blijft zijn functie waarnemen, totdat zijn opvolger de functie heeft aanvaard. Artikel 18 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter is, behoudens het bepaalde in artikel 33b, lid 1, onder b, van de WGR, belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3. De voorzitter ondertekent alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan. 4. De voorzitter vertegenwoordigt Regio Midden-Holland in en buiten rechte. Indien de voorzitter deel uitmaakt van het bestuur van een deelnemende gemeente die rechtstreeks partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij Regio Midden-Holland is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur deze bevoegdheid uit. Indien ook de andere leden van het dagelijks bestuur om deze reden buiten staat zijn Regio MiddenHolland te vertegenwoordigen voorziet het algemeen bestuur naar bevind van zaken in de uitoefening van deze bevoegdheid. 5.

Wie bevoegd is Regio Midden-Holland bij gerechtelijke of buitengerechtelijke rechtshandelingen te vertegenwoordigen kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde toevertrouwen. HOOFDSTUK VII Commissies Artikel 19 Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24, 24a en 25 van de WGR commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. HOOFDSTUK VIII Inlichtingen, zienswijze, inspraak en verantwoording Artikel 20a 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en ingestelde commissies geven de raden van de deelnemende gemeenten uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het bestuur hanteert hierbij als werkwijze dat de bestuurlijke documenten op de website worden

Gouda, zonder de taken en bevoegdheden van voorzitter uit te oefenen.

Artikel 18 Bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter is, behoudens het bepaalde in artikel 33b, lid 1, onder b, van de WGR, belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3. De voorzitter ondertekent alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan. 4. De voorzitter vertegenwoordigt Regio Midden-Holland in en buiten rechte. Indien de voorzitter deel uitmaakt van het bestuur van een deelnemende gemeente die rechtstreeks partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij Regio Midden-Holland is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur deze bevoegdheid uit. Indien ook de andere leden van het dagelijks bestuur om deze reden buiten staat zijn Regio MiddenHolland te vertegenwoordigen voorziet het algemeen bestuur naar bevind van zaken in de uitoefening van deze bevoegdheid. 5. Wie bevoegd is Regio Midden-Holland bij gerechtelijke of buitengerechtelijke rechtshandelingen te vertegenwoordigen kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde toevertrouwen.

HOOFDSTUK VII Commissies Artikel 19 Commissies Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24, 24a en 25 van de WGR commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. HOOFDSTUK VIII Inlichtingen, zienswijze, inspraak en verantwoording Artikel 20 Inlichtingen en verantwoording 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en ingestelde commissies geven de raden van de deelnemende gemeenten uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het bestuur hanteert hierbij als werkwijze dat de bestuurlijke documenten op de website worden 11

13.2

13.3

gepubliceerd, tevens rekening houdend met de Wet open overheid. Indien het algemeen of het dagelijks bestuur of ingestelde commissies over aanvullende informatie beschikken waarvan zij inschatten dat de raden van de deelnemende gemeenten die nodig hebben voor de uitoefening van hun taken delen zij die informatie schriftelijk met de raden van de deelnemende gemeenten of door mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door de raad of één of meer leden daarvan worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad die hem heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 4. De raden bepalen voor hun gemeente de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het derde lid plaatsvindt. 5. Het algemeen bestuur of leden daarvan geven geen inlichtingen en leggen geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 WGR geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur.

Artikel 20b Zienswijzen gemeenteraden In aanvulling op de gevallen waarin een wettelijke regeling voorziet in de mogelijkheid van het geven van zienswijzen, stellen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om zienswijzen in te dienen voorafgaand aan het nemen van besluiten: a. tot het doen van een investering die niet op de begroting is opgenomen en meer bedraagt dan 5% van de vastgestelde begroting; b. tot opheffing van de regeling.

Artikel 20c Inspraak en participatie Waar dat wettelijk is vereist of waar het algemeen bestuur zulks wenselijk acht dragen de deelnemende colleges ervoor zorg dat hun ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van

gepubliceerd, tevens rekening houdend met de Wet open overheid. Indien het algemeen of het dagelijks bestuur of ingestelde commissies over aanvullende informatie beschikken waarvan zij inschatten dat de raden van de deelnemende gemeenten die nodig hebben voor de uitoefening van hun taken delen zij die informatie schriftelijk met de raden van de deelnemende gemeenten of door mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de eigen raad alle inlichtingen die door de raad of één of meer leden daarvan worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur is aan de eigen raad verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 4. De raden bepalen voor hun gemeente de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het derde lid plaatsvindt. 5. Het algemeen bestuur of leden daarvan geven geen inlichtingen en leggen geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 WGR geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur.

Artikel 21 Zienswijzen gemeenteraden In aanvulling op de gevallen waarin een wettelijke regeling voorziet in de mogelijkheid van het geven van zienswijzen, stellen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om zienswijzen in te dienen voorafgaand aan het nemen van besluiten: a. tot vaststelling van de regionale strategische agenda. b. tot het doen van een investering die niet op de begroting is opgenomen en meer bedraagt dan 10% van de vastgestelde begroting; c. tot opheffing van de regeling. Artikel 22 Inspraak en participatie Waar dat wettelijk is vereist of waar het algemeen bestuur zulks wenselijk acht dragen de deelnemende colleges ervoor zorg dat hun ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van

12

14. 14.1

beleid op grond van deze regeling worden betrokken. HOOFDSTUK IX Het ambtelijk apparaat Artikel 21 1. Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris. 2. De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen door een of meerdere door het dagelijks bestuur te benoemen plaatsvervangers. 3. Door de secretaris worden alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend.

14.2

14.3

15.

Artikel 22 1. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies behulpzaam in alles wat de hen opgedragen taken aangaat. De secretaris woont de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur bij. 2. De secretaris is onder toezicht van het dagelijks bestuur belast met de leiding van het ambtelijk apparaat van Regio Midden-Holland. Artikel 23 1. Het dagelijks bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast. 2. Het dagelijks bestuur regelt ten aanzien van de secretaris en diens plaatsvervangers de onderwerpen genoemd in artikel 125 van de Ambtenarenwet. HOOFDSTUK X Financiële bepalingen

beleid op grond van deze regeling worden betrokken. HOOFDSTUK IX Het ambtelijk apparaat Artikel 23 De directeur-secretaris 1. Er is een directeur-secretaris Regio Midden Holland. 2. Het dagelijks bestuur beslist over de indienstneming, de schorsing en het ontslag van de directeur-secretaris. 3. De directeur-secretaris staat het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. 4. De directeur-secretaris is onder toezicht van het dagelijks bestuur belast met de leiding van het ambtelijk apparaat van Regio MiddenHolland. 5. De directeur-secretaris is (ambtelijk) secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De directeur-secretaris wordt in die rol bij verhindering of ontstentenis vervangen door een of meerdere door het dagelijks bestuur te benoemen plaatsvervangers. 6. De stukken die van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur uitgaan, worden door de directeur-secretaris medeondertekend. 7. Het dagelijks bestuur kan in een instructie nadere regels stellen over de taak en de bevoegdheden van de directeur-secretaris. Artikel 24 Personeel 1. Regio Midden-Holland is bevoegd tot het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel dat in dienst is van het openbaar lichaam. 2.

Het algemeen bestuur is belast met de vaststelling van de kaders van het personeelsbeleid. 3. Op het personeel van Regio Midden-Holland is de CAO van Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing.

HOOFDSTUK X Financiële bepalingen 13

15.1

Artikel 24 1. Bij het voorbereiden van de begroting worden de artikelen 34b en 35 van de WGR gevolgd. 2. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner voor algemene werkingskosten van Regio MiddenHolland. 3. Voor de berekening van deze bijdrage wordt uitgegaan van de door het CBS openbaar gemaakte inwoneraantallen per 1 januari van het jaar t -/- 2. 4. Voor zover er sprake is van specifieke taken en projecten blijken de daarvoor benodigde middelen, alsmede de bijdrage daarin door de individuele deelnemende gemeenten, desgewenst afzonderlijk uit de begroting. 5. Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd dragen de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd niet bij aan de begrotingsonderdelen die betrekking hebben op deze taken. 6. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in de bovenstaande artikelleden bedoelde bijdrage. 7. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 8.

Terstond na de vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten die elk het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van het samenwerkingsorgaan geraamde bedrag, in de gemeentebegroting opnemen. 9. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting, is het bepaalde in de voorgaande leden, met uitzondering van het vijfde lid van dit artikel alsmede artikel 25, van overeenkomstige toepassing. Indien noodzakelijk vinden begrotingswijzigingen plaats bij de MARAP in het najaar. 10. Op het vaststellen van de begroting is artikel 34 van de WGR van toepassing. 11. Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van de Regio Midden-Holland zijn de

Artikel 25 De begroting 1. Bij het voorbereiden van de begroting worden de artikelen 34b en 35 van de WGR gevolgd. 2. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner voor algemene werkingskosten van Regio MiddenHolland. 3. Voor de berekening van deze bijdrage wordt uitgegaan van de door het CBS openbaar gemaakte inwoneraantallen per 1 januari van het jaar t -/- 2. 4. Voor zover er sprake is van specifieke taken en projecten blijken de daarvoor benodigde middelen, alsmede de bijdrage daarin door de individuele deelnemende gemeenten, desgewenst afzonderlijk uit de begroting. 5. Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd dragen de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd niet bij aan de begrotingsonderdelen die betrekking hebben op deze taken. 6. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in de bovenstaande artikelleden bedoelde bijdrage. 7. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 8.

Terstond na de vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten die elk het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van het samenwerkingsorgaan geraamde bedrag, in de gemeentebegroting opnemen. 9. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting, is het bepaalde in de voorgaande leden, met uitzondering van het vijfde lid van dit artikel alsmede artikel 25, van overeenkomstige toepassing. Indien noodzakelijk vinden begrotingswijzigingen plaats bij de MARAP in het najaar. 10. Op het vaststellen van de begroting is artikel 34 van de WGR van toepassing. 11. Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van de Regio Midden-Holland zijn de 14

15.2

15.3

artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 25 Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of niet zal voldoen aan het bepaalde in artikel 24, lid 6 doet het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Artikel 26 1. Op het vaststellen van de jaarrekening is artikel 34 van de wet van toepassing. 2. In de jaarrekening wordt het door elke deelnemende gemeente over het betreffende jaar verschuldigde bedrag opgenomen. 3. Voor zover er sprake is van specifieke projecten, blijken de daarvoor aangewende middelen afzonderlijk uit de jaarrekening. 4.a. De algemene werkingskosten van Regio Midden-Holland worden, rekening houdend met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonertal op 1 januari van het jaar, waarop de kosten betrekking hebben. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. b. De specifieke kosten van de door Regio Midden-Holland uitgevoerde taken en projecten worden, rekening houdend met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar een verdeelsleutel die voor aanvang van de taak of het project voor iedere taak / ieder project afzonderlijk wordt vastgesteld. 5.

Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd worden de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd in afwijking van het derde lid, onder b., van dit artikel niet belast met een aandeel in de kosten van deze taken en projecten. 6. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 24, zesde lid, bij wijze van voorschot betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de in artikel 34, vierde lid van de WGR bedoelde mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.

artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 26 Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of niet zal voldoen aan het bepaalde in artikel 24, lid 6 doet het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Artikel 27 De jaarrekening 1. Op het vaststellen van de jaarrekening is artikel 34 van de wet van toepassing. 2. In de jaarrekening wordt het door elke deelnemende gemeente over het betreffende jaar verschuldigde bedrag opgenomen. 3. Voor zover er sprake is van specifieke projecten, blijken de daarvoor aangewende middelen afzonderlijk uit de jaarrekening. 4. De algemene werkingskosten van Regio Midden-Holland worden, rekening houdend met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonertal op 1 januari van het jaar, waarop de kosten betrekking hebben. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. 5.

De specifieke kosten van de door Regio Midden-Holland uitgevoerde taken en projecten worden, rekening houdend met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar een verdeelsleutel die voor aanvang van de taak of het project voor iedere taak / ieder project afzonderlijk wordt vastgesteld. 6. Indien en voor zover taken en projecten niet voor alle aan deze regeling deelnemende gemeente worden uitgevoerd worden de gemeenten waarvoor de taken en projecten niet worden uitgevoerd in afwijking van het vijfde lid van dit artikel niet belast met een aandeel in de kosten van deze taken en projecten. 7. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 24, zesde lid, bij wijze van voorschot betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de in artikel 34, vierde lid van de WGR bedoelde mededeling van de vaststelling van de jaarrekening. 15

16. 16.1

17. 17.1

17.2

17.3

HOOFDSTUK XI Geschillen Artikel 27 1. Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de WGR. 2. De voorzitter spant zich naar vermogen in om het ontstaan van formele geschillen als bedoeld in het vorige lid te voorkomen. HOOFDSTUK XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 28 Toetreding door andere gemeenten vindt plaats indien: a. de bestuursorganen van de betreffende gemeente daartoe strekkende besluiten nemen; b. de betreffende gemeente en het algemeen bestuur de gevolgen van de toetreding regelen; c. de bestuursorganen van de reeds deelnemende gemeenten, met de toetreding en de regeling bedoeld onder b. instemmen. Artikel 29 1. Een deelnemende gemeente kan uit de regeling treden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van haar bestuursorganen. 2. Uittreding is mogelijk per 1 januari van elk kalenderjaar, met dien verstande dat de uittredingsbesluiten van de uittredende gemeente voor 1 juli voorafgaand aan het moment van uittreding door het algemeen bestuur dienen te zijn ontvangen. 3. Bij uittreding is de uittredende gemeente een extra bedrag verschuldigd ter hoogte van twee maal de hoogte van de door deze gemeente verschuldigde jaarbijdrage in het kalenderjaar voorafgaand aan de uittreding.

Dit bedrag is te voldoen in vier halfjaarlijkse termijnen, te voldoen voor 16 januari respectievelijk voor 16 juli. Bij het bepalen van de hoogte van het extra bedrag zijn de gevolgen voor het vermogen van de Regio Midden-Holland en de deelnemende gemeenten meegewogen. Artikel 30 1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen.

HOOFDSTUK XI Geschillen Artikel 28 Geschillen 1. Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de WGR. 2. De voorzitter spant zich naar vermogen in om het ontstaan van formele geschillen als bedoeld in het vorige lid te voorkomen. HOOFDSTUK XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 29 Toetreding Toetreding door andere gemeenten vindt plaats indien en nadat: a. de bestuursorganen van de betreffende gemeente daartoe strekkende besluiten nemen; b. de betreffende gemeente en het algemeen bestuur de gevolgen van de toetreding regelen en; c. de bestuursorganen van de reeds deelnemende gemeenten, met de toetreding en de regeling bedoeld onder b. instemmen. Artikel 30 Uittreding 1. Een deelnemende gemeente kan uit de regeling treden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van haar bestuursorganen. 2. Uittreding is mogelijk per 1 januari van elk kalenderjaar, met dien verstande dat de uittredingsbesluiten van de uittredende gemeente voor 1 juli voorafgaand aan het moment van uittreding door het algemeen bestuur dienen te zijn ontvangen. 3. Bij uittreding is de uittredende gemeente een extra bedrag verschuldigd ter hoogte van twee maal de hoogte van de door deze gemeente verschuldigde jaarbijdrage in het kalenderjaar voorafgaand aan de uittreding.

Dit bedrag is te voldoen in vier halfjaarlijkse termijnen, te voldoen voor 16 januari respectievelijk voor 16 juli. Bij het bepalen van de hoogte van het extra bedrag zijn de gevolgen voor het vermogen van de Regio Midden-Holland en de deelnemende gemeenten meegewogen. Artikel 31 Wijziging regeling 1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen.

16

17.4

18. 18.1

18.2

2. De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. Artikel 31 1. De regeling wordt opgeheven indien de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats bij unanimiteit, dan wel met ten hoogste één van de deelnemende gemeenten tegen. 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan regelt de gevolgen voor het ambtelijk apparaat en voorziet in de verplichtingen van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van de beëindiging van de regeling. HOOFDSTUK XIII Duur van de regeling Artikel 32 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 lid 1 van de WGR wordt aangewezen het college van burgemeester en wethouders van Gouda. Artikel 33 1. De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften zijn, voor zover deze betrekking hebben op de archiefbescheiden van gemeenten, van overeenkomstige toepassing op Regio Midden-Holland. 2.

De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden. 3. Bij de opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar het Streekarchief Midden-Holland.

2. De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten. Artikel 32 Opheffing regeling 1. De regeling wordt opgeheven indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten. Besluitvorming over dit onderwerp vindt plaats bij unanimiteit, dan wel met ten hoogste één van de colleges van de deelnemende gemeenten tegen. 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan regelt de gevolgen voor het ambtelijk apparaat en voorziet in de verplichtingen van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van de beëindiging van de regeling. HOOFDSTUK XIII Duur van de regeling Artikel 33 Duur van de regeling 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 lid 1 van de WGR wordt aangewezen het college van burgemeester en wethouders van Gouda. Artikel 34 Archief 1.

De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften zijn, voor zover deze betrekking hebben op de archiefbescheiden van gemeenten, van overeenkomstige toepassing op Regio MiddenHolland. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. 3. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Streekarchief Midden-Holland. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het 17

19. 19.1

openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Streekarchief Midden-Holland. HOOFDSTUK XIV Slotbepaling HOOFDSTUK XIV Slotbepaling Artikel 34 Artikel 35 1. De regeling wordt aangehaald als: 1. De regeling wordt aangehaald als: “De Gemeenschappelijke Regeling Regio “De Gemeenschappelijke Regeling Regio Midden-Holland”. Midden-Holland”. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking 2. De gewijzigde regeling treedt in werking per per 3 juli 2024, of – indien dat op een …… , of – indien dat op een latere datum is - op latere datum is - op de dag volgend op de dag volgend op de publicatie ervan in het de publicatie ervan in het gemeenteblad van Gouda, welke publicatie kan gemeenteblad van Gouda, welke plaatsvinden nadat alle betrokken publicatie kan plaatsvinden nadat alle bestuursorganen van de deelnemende betrokken bestuursorganen van de gemeenten het besluit tot wijziging hebben deelnemende gemeenten het besluit genomen. tot wijziging hebben genomen.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16381217/4