CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 stuk II Document 2020276635 Herbeoordeling Energyhub Waddinxveen Inhoud document 3

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Bestemmingsplan 'Energy Hub'2.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdeling Expertise B. Durmus 088 - 54 50 121 bdurmus@odmh.nl Postbus 45 2800 AA Gouda

Gemeente Waddinxveen T.a.v. de heer X. Leenheer Postbus 400 2740 AK Waddinxveen x.leenheer@waddinxveen.nl gemeente@waddinxveen.nl

088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum

19-10-2020

Ons kenmerk

2020253281

Uw kenmerk

Onderwerp Herbeoordeling ROM Energyhub Waddinxveen

Bijlagen

5

Geachte heer Leenheer, Op 17 september 2020 hebben wij van u het verzoek ontvangen om Herbeoordeling Energyhub A12 Waddinxveen op omgevingsaspecten te beoordelen. Het voorontwerp bestemmingsplan is opgesteld door BügelHajema. De datum van opstellen is onbekend. Situatie Nabij het kruispunt Moordrechtboog (N457) – Overslagweg ligt het voornemen om een tankstation en een parkeerterrein voor vrachtwagens te realiseren. In dit geval is dit tankstation een Energyhub. Een Energyhub betreft een locatie waar naast de conventionele brandstoffen ook alternatieve energiebronnen worden getankt/afgegeven. Daarnaast is het voornemen om aan de noordzijde van het tankstation een parkeerplaats voor circa 76 vrachtwagens te realiseren. Dit advies betreft een herbeoordeling. Eerder is geadviseerd (2020103852) om de volgende punten aan te passen:  Luchtkwaliteit (meest actuele cijfers gebruiken uit de NSL-monitoringstool)  Externe veiligheid (p.m. ligt ter beoordeling bij de veiligheidsregio)  Ecologie (advies aanvullen)  Archeologie (tekstuele aanpassing in de archeologieparagraaf van het bestemmingsplan) Advies In bijlage 1 treft u een beoordeling op de omgevingsaspecten aan.

De volgende aspecten hebben nog aandacht nodig omdat deze onvoldoende zijn uitgewerkt:  Luchtkwaliteit (tekst aanpassen)  Externe veiligheid (paragraaf 6.6 aanvullen met onderbouwing ten aanzien van windturbine en externe veiligheid.)  M.e.r. (Ook toetsen aan D25.2 in de toelichting zoals gedaan in de aanmeldnotitie) Gelijktijdige besluiten Bij het besluit tot ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan moeten B&W ook de volgende besluiten nemen:

Identificatie 2020276635

1 van 13

Besluit of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden opgesteld (m.e.r.beoordelingsbesluit). Een voorzet voor een beoordelingsbesluit vindt u in bijlage 5

Relevant voor het vervolgtraject Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen is het volgende aandachtspunt:  Ecologie: Bij de uitvoering rekening houden met de voorzorgsmaatregelen zoals beschreven in het ecologisch onderzoek. Meer informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen. U vindt de contactgegevens en het kenmerk bovenaan deze brief. Als u wilt reageren op deze brief vragen wij u dit kenmerk te noemen, zodat wij u sneller van dienst kunnen zijn.

Met vriendelijke groet, Burak Durmus ROM-adviseur Dit document is digitaal vastgesteld.

Identificatie 2020276635

2 van 13

Bijlage 1 Beoordeling op omgevingsaspecten m.e.r. (6.12) Met het gestelde in deze paragraaf kan niet worden ingestemd. In de toelichting zijn de conclusies voor de activiteit D11.2 overgenomen van de aanmeldnotitie, maar niet van de activiteit D25.2: oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de bovengrondse opslag van aardgas.’ Het advies is om voor de volledigheid dit alsnog correct over te nemen. Archeologie (6.1) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Ecologie (6.5) Met het gestelde in deze paragraaf en de bijbehorende onderzoeken in bijlage 5 en 6 van de aangeleverde documenten kan worden ingestemd. Aan de hoofdpunten van onze toets is tegemoetgekomen en deze zijn naar tevredenheid verwerkt. Zo is een Aerius-berekening met effectberekening op Polder Stein toegevoegd. Dit leidt niet tot vervolgacties. De deskundigheid van het onderzoek naar grote modderkruiper is nu ook na te trekken. Ook detailpunten zoals hazelwormvermelding en verlichtingssituatie bij vleermuizen zijn verwerkt. De onderzoeken geven een correct beeld van de te verwachten situatie bij de uitvoering van het project en de voorzorgsmaatregelen om aan de zorgplicht te voldoen zijn correct verwerkt in de toelichting. Deze kunnen in de uitvoering worden meegenomen en worden vermeld in de omgevingsvergunning voor bouw/aanlegactiviteiten om naleving te borgen.

Externe veiligheid (6.6) Met het gestelde in deze paragraaf kan niet worden ingestemd. De ruimtelijk onderbouwing (paragraaf 6.6 – Externe Veiligheid) moet aangevuld worden met een onderbouwing ten aanzien van de windturbine en externe veiligheid. Zie bijlage 3 voor een nadere toelichting. Luchtkwaliteit (6.9) Met het gestelde in deze paragraaf kan niet worden ingestemd. We adviseren om de paragraaf aan te laten passen aan de hand van opmerkingen in bijlage 2.

Identificatie 2020276635

3 van 13

Bijlage 2 Beoordeling lucht Van R. Sondorp Kenmerk adviesdeelzaak 2020253322 Aanleiding Het volgende document is beoordeeld:  Voorontwerp bestemmingplan Energy Hub opgesteld door BügelHajema. Beoordeling toelichting Paragraaf 6.9 Luchtkwaliteit van de toelichting is beoordeeld en niet akkoord bevonden. De volgende opmerkingen dienen verwerkt te worden:  In tabel 1 is tweemaal fijnstof pm10 genoemd. De tweede keer heeft deze een grenswaarde van 425 µg/m3. Dit is niet juist. De tabel dient aangepast te worden.  Onder onderzoek is de verkeersgeneratie benoemd. Dit leidt tot onduidelijkheid. In de notitie verkeer is het volgende opgenomen:

 

Van deze 1470 lijkt ook te zijn uitgegaan maar dit wordt nergens duidelijk beschreven. Dit graag aanpassen. Ook wordt hier de helft van genomen (die 740 waarmee gerekend wordt), omdat dat verkeer is dat extern komt en de rest vanaf het bedrijventerrein zelf komt. Uit de verkeersnotitie en de verkeersgeneratie die voor Aeriusberekening wordt gebruikt lees ik dit niet zo. De Aeriusberekening gaat overigens weer van een andere verkeersgeneratie uit. Dit dient allemaal met elkaar in overeenstemming te zijn. Uit de NIBM-tool blijkt een bijdrage voor stikstof en fijnstof. Deze bijdrage zoals beschreven in de tekst komt niet overeen met die in de tabel. Dit dient aangepast te worden. De NSL-monitoringstool is gebruikt. Niet duidelijk is naar welk jaar gekeken is, 2016 en 2018 worden beiden genoemd. Ook is niet duidelijk waar het betreffende punt precies ligt. Graag een kaartje opnemen.

Identificatie 2020276635

4 van 13

Bijlage 3 Beoordeling externe veiligheid Van R. Wegerif Kenmerk adviesdeelzaak 2020273597 In maart 2019 heeft het bureau ContrAll een memo opgesteld (zie bijlage 4). Deze memo gaat in op de windturbine die vlakbij het plangebied ligt en de afstanden die aangehouden moeten worden tot deze turbine in verband met externe veiligheid. De conclusie is dat de truckparking als een beperkt kwetsbaar object beschouwd kan worden en dat de PR 10-5 (45 meter) aangehouden moet worden als grenswaarde voor de mogelijkheid om te overnachten. Deze onderbouwing komt niet terug in de ruimtelijke onderbouwing (paragraaf 6.6 – Externe veiligheid). In paragraaf 6.6 wordt de windturbine helemaal niet genoemd. De contour van 45 meter is wel opgenomen op de verbeelding (‘veiligheidszone – risicocontour’) en in de planregels (in artikel 12 van de planregels staat dat binnen deze risicocontour niet overnacht mag worden). Samenvattend: verwerking van de contour op de verbeelding en in planregels is akkoord, vul paragraaf 6.6 aan met onderbouwing ten aanzien van windturbine en externe veiligheid.

Identificatie 2020276635

5 van 13

Bijlage 4 Memo ContrAll windturbine en externe veiligheid, 28 maart 2019

Identificatie 2020276635

6 van 13

Identificatie 2020276635

7 van 13

Identificatie 2020276635

8 van 13

Bijlage 5 m.e.r. beoordelingsbesluit

M.e.r.-beoordelingsbesluit [Energyhub A12 Waddinxveen]

1

Aanleiding

In verband met de voorgenomen ontwikkeling van ContrALL Projectrealisatie, namens DCB Energy hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van een tankstation waar naast de conventionele brandstoffen ook alternatieve energiebronnen worden getankt/afgegeven Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2

Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door ContrALL Projectrealisatie, namens DCB Energy geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (kenmerknummer) maakt onderdeel uit van dit besluit.

3

Rechtsmiddelen

Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door eenieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

Identificatie 2020276635

9 van 13

4

Procedure

De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5

Overwegingen

De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag: 5.1 Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D 11.2. In kolom 2 van D 11.2 is opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ Daarnaast komt de aangevraagde activiteit ook voor in de onderdeel D van de bijlage van het besluit milieueffectrapport, namelijk D25.2: oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de bovengrondse opslag van aardgas’ Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn Milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU).

Deze criteria omvatten: de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.

5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer twee hectare. Het plangebied ligt in de gemeente Waddinxveen, westelijk van de rijksweg A12. Op onderstaande de afbeeldingen is de ligging van de locatie weergegeven

Identificatie 2020276635

10 van 13

Het voornemen is om een tankstation en een truckparking te bouwen. Om de brandstof Liquefied Natural Gas (LNG) te verkopen is het nodig om een opslagtank van 16,00 meter hoog te plaatsen met bijbehorende installaties. De doorzet van LNG-brandstof bedraagt 5.000 m3 per jaar. De cumulatie met andere projecten De vraag of er sprake is van cumulatie met andere projecten, is afhankelijk van de omvang van het effectgebied. Het effectgebied kan, afhankelijk van het te onderzoeken milieuthema, een andere zijn dan het plangebied. Het effectgebied is namelijk het gebied waar mogelijk effecten kunnen optreden als gevolg van de activiteiten om een tankstation en een truckparking mogelijk te maken. De omvang van het effectgebied wordt bepaald door de reikwijdte van de milieueffecten en is dus afhankelijk van het specifieke milieuthema. De omvang van het effectgebied wordt daarom per milieuthema bepaald. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Identificatie 2020276635

11 van 13

Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Eventueel wordt zand van elders aangevoerd ten behoeve van zeer lokale grondverbetering. Verontreiniging, hinder en risico van ongevallen Binnen de inrichting is geen sprake van productie van afvalstoffen. Wel kan sprake zijn van hinder. De hinder waarvan sprake kan zijn betreft bijvoorbeeld geluid vanwege een toename van verkeersbewegingen. Ook kan er sprake zijn van hinder in de vorm van verstoring van natuurwaarden. Daarnaast kan het risico van ongevallen toenemen door de activiteiten en opslag binnen de inrichting. Deze aspecten komen kort aan de orde bij kenmerken van de potentiële effecten 5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik Zoals hiervoor aangegeven zijn op het plangebied meerdere bestemmingen van toepassing. Het perceel wordt op dit moment echter niet op enige wijze gebruikt; het ligt als ongebruikt grasland ingeklemd tussen meerdere infrastructurele voorzieningen en bedrijfsbebouwing. Verder wordt het perceel niet anders gebruikt. Van het gebruiken van natuurlijke hulpbronnen is in dit geval geen sprake. De nieuwe inrichting van het gebied heeft geen effect op natuurlijke hulpbronnen, zoals mineralen, ertsen, fossiele brandstoffen.

Het opname vermogen van het natuurlijke milieu Het projectgebied ligt niet in het NNN (Natuurnetwerk Nederland) of een Natura 2000-gebied, of in de nabijheid van het NNN of een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij gelegen natuurgebied ligt op meer tien kilometer van het plangebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de waarden en kenmerken van de NNN. Uit de uitgevoerde Aeriusberekening volgt dat de uitstoot van stikstof de grenswaarde niet overschrijdt. Er treedt dus geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000- gebieden. Het projectgebied is verder gelegen direct naast een bedrijventerrein van de gemeente. Er is geen sprake van een landschap met historisch of cultureel belang. Ook zijn er geen archeologische waarden aangetroffen in het plangebied. Hier wordt nader op ingegaan bij kenmerken van de potentiële effecten. 5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect De mogelijke milieueffecten worden indien aan de orde aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Voor de voorliggende m.e.r.-beoordeling zijn autonome ontwikkelingen niet bekend. De referentiesituatie is dan ook overeenkomstig de bestaande situatie.

Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden op archeologie, cultuurhistorie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit, verkeer en water. Activiteit Natuur

:

Cultuur/archeologie

:

 

Identificatie 2020276635

Maatregelen Effecten op beschermde soorten worden voldoende voorkomen met maatregelen. Geen negatieve effecten op stikstofgevoelige natuurgebieden te verwachten. Geringe kans op verstoring eventuele archeologische waarden door heien. Eventueel vervolgzaken vanuit cultuurhistorie (nader in te vullen door de gemeente) 12 van 13

Activiteit Verkeer

Geluid Lucht

Bodem

Ongevallen

Water

Maatregelen Conclusie effect ontwikkeling op verkeer(nader in te vullen door de gemeente) Geen negatieve milieugevolgen aan te merken Voor lucht geldt dat er geen overschrijdingen plaatsvinden van de luchtkwaliteitsnormen. Er is bodemverontreiniging en grondwaterverontreiniging aanwezig, maar de gemeten waarden zijn dermate klein waardoor geen negatieve effecten voor het milieu zijn te verwachten. De ontwikkelingen leiden niet tot nadelige effecten in het kader van externe veiligheid.. Conclusie effect ontwikkeling op water (nader in te vullen door de gemeente)

5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen

Identificatie 2020276635

13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801960/1