CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 stuk I Document 2020114267 ROM beoordeling Energyhub Inhoud document (002) 3

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Bestemmingsplan 'Energy Hub'2.185 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdeling Expertise B. Durmus 088 - 54 50 121 bdurmus@odmh.nl Postbus 45 2800 AA Gouda

Gemeente Waddinxveen T.a.v. de heer X. Leenheer Beukenhof 1 2741 HS Waddinxveen gemeente@waddinxveen.nl

088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum

11-08-2020

Ons kenmerk

2020103852

Uw kenmerk

Onderwerp ROM beoordeling Energyhub Waddinxveen Bijlagen

-

Geachte heer Leenheer, Op 9 april 2020 hebben wij van u het verzoek ontvangen om het BP ‘Energy hub Waddinxveen’ op omgevingsaspecten te beoordelen. Het bestemmingsplan is gedateerd op 1 april 2020 en opgesteld door BugelHajema. Situatie Nabij het kruispunt Moordrechtboog (N457) – Overslagweg ligt het voornemen om een tankstation en een parkeerterrein voor vrachtwagens te realiseren. In dit geval is dit tankstation een energyhub. Een energyhub betreft een locatie waar naast de conventionele brandstoffen ook alternatieve energiebronnen worden getankt/afgegeven. Daarnaast is het voornemen om aan de noordzijde van het tankstation een parkeerplaats voor circa 76 vrachtwagens te realiseren. Advies In bijlage 1 treft u een beoordeling op de milieuaspecten aan. De volgende milieuaspecten hebben nog aandacht nodig omdat deze onvoldoende zijn uitgewerkt:  Luchtkwaliteit (meest actuele cijfers gebruiken uit de NSL monitoringstool)  Externe veiligheid (p.m.

ligt ter beoordeling bij de veiligheidsregio)  Ecologie (advies aanvullen)  Archeologie (tekstuele aanpassing in de archeologieparagraaf van het bestemmingsplan) Daarnaast adviseren wij u de volgende aanpassingen in het bestemmingsplan aan te brengen:  Niet gesprongen explosieven (verdachte locatie: rekening houden bij de uitvoering)  Archeologie (rekening houden met de soort heipalen) Relevant voor het vervolgtraject Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen en milieu zijn er de volgende aandachtspunten:  De aanvraag betreft een coördinatieregeling waarbij het bestemmingsplan en de vergunningsaanvraag tegelijk in procedure gaan met als gevolg dat de twee sporen volledig in overeenstemming moeten zijn.

Gelijktijdige besluiten Identificatie 2020114267

1 van 8

Bij het besluit tot ter inzage leggen van dit ontwerpbestemmingsplan moet B&W ook de volgende besluiten nemen:  Besluit of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden opgesteld (m.e.r.beoordelingsbesluit). Een voorzet voor een beoordelingsbesluit wordt door ODMH opgesteld nadat het onderdeel externe veiligheid akkoord is bevonden en eventueel verwerkt in de aanmeldnotitie. Meer informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen. U vindt de contactgegevens en het kenmerk bovenaan deze brief. Als u wilt reageren op deze brief vragen wij u dit kenmerk te noemen, zodat wij u sneller van dienst kunnen zijn.

Met vriendelijke groet, Burak Durmus ROM-adviseur Dit document is digitaal vastgesteld.

Identificatie 2020114267

2 van 8

Bijlage 1 Beoordeling Archeologie (6.1)

Met het gestelde in deze paragraaf kan deels worden ingestemd. In de paragraaf wordt het volgende genoemd: ‘er is geen onderzoek nodig omdat er niet dieper gegraven wordt dan 2,5 m onder het maaiveld.’ Hierbij worden de heipalen vergeten. Indien er geen palenmatras wordt gebruikt (en er wordt niet diep gegraven), dan is een onderzoek verder niet nodig. Het advies is om het volgende op te nemen: Het plangebied ligt tussen twee terreinen die archeologisch goed onderzocht zijn. In de diepe ondergrond (dieper dan 3 m onder het maaiveld, zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische resten. Aangezien binnen het plangebied de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 2,5 m onder het maaiveld en in de diepe ondergrond geen archeologische resten verwacht worden, is een archeologisch onderzoek voor de realisatie van de Energy Hub niet meer nodig. Bedrijven & milieuzonering (6.2)

Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Bodem (6.3)

Met het gestelde in de paragraaf 6.3 ten aanzien van de bodem kan worden ingestemd. Ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging en geplande herinrichting is een bodemonderzoek (IDDS bv, kenmerk 1609J657/JHA/rap1, d.d. 24 februari 201) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. De locatie is geschikt voor het voorgenomen gebruik (infrastructuur en bedrijvigheid). In bijlage 2 van deze brief vindt u de beoordeling van het bodemonderzoek. Ecologie (6.5)

Met het gestelde in deze paragraaf kan niet worden ingestemd. Het onderdeel ecologie moet nog worden aangevuld. De meeste beschermde soorten en natuurgebieden worden met de plannen niet geschaad. Voor vleermuizen, broedvogels, rugstreeppad, grote modderkruiper en het Natura 2000-gebied Polder Stein is nog niet duidelijk of negatieve effecten kunnen ontstaan. Pas als alle effecten in beeld zijn, wordt duidelijk of het plan haalbaar is en welke procedures voor de Wnb moeten worden doorlopen. Externe veiligheid (6.6)

PM: Externe veiligheid is in consultatie met de veiligheidsregio en de brandweer. Het advies wordt ter zijner tijd aangeleverd. Geluid (6.7)

Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Luchtkwaliteit (6.9)

Met het gestelde in deze paragraaf kan deels worden ingestemd.

Identificatie 2020114267

3 van 8

Uit de nibm-tool blijkt dat niet zonder meer gesteld kan worden dat het tankstation niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Om de effecten van de E-hub op de luchtkwaliteit te bepalen is onderzocht wat de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs de dichtstbijzijnde weg bedroegen. Hiervoor zijn de cijfers gebruikt uit de NSL monitoringstool van 2016. Inmiddels zijn actuelere gegevens bekend. Ons advies is om deze te actualiseren. M.e.r. (6.10)

De ontwikkeling valt onder categorie D25.2 en D11.2 van het Besluit m.e.r. Daardoor is een m.e.r. beoordeling noodzakelijk. Indien de ontwikkeling boven de drempel waarde van de C lijst uitkomt, of een passende beoordeling noodzakelijk is dan is er m.e.r. plicht. In alle ander gevallen wordt op grond van de m.e.r beoordeling bepaald of er een m.e.r plicht is. De onderbouwing waarom geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden zoals beschreven in de aanmeldnotitie, is in orde bevonden. Externe veiligheid moet nog eventueel aangepast of aangevuld worden in de aanmeldnotitie, nadat deze is beoordeeld door de veiligheidsregio. Met de conclusie dat er geen m.e.r. procedure doorlopen hoeft te worden, kan tot zover worden ingestemd. Op basis van de motivatie in het plan en eventuele adviezen dient B&W een besluit te nemen of een milieueffectrapport al dan niet opgesteld moet worden. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit kan genomen worden bij de vaststelling van het ontwerp van het plan. Nadat de aanmeldnotitie en externe veiligheid in orde is bevonden, stellen wij een concept m.e.r. beoordelingsbesluit op. Niet gesprongen explosieven Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de gebruikte Conventionele Explosieven (CE) uit WOll tijd niet functioneerde en als blindganger in de bodem is achtergebleven.

Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2012 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van NGE voor het grondgebied van de gemeente Waddinxveen. Hieruit blijkt dat het plangebied verdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE. Wij adviseren om hier bij werkzaamheden in het plangebied rekening mee te houden. Provinciale belangen Provinciaal milieubelang Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen. Hieronder leest u welke dit zijn en hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot deze belangen:  Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied.  Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in de nabijheid van een plaatsingsgebied voor windmolens, maar de voorgenomen ontwikkeling is er niet mee strijdig.  Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in de nabijheid van een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde.  Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is wel gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EVrelevante risicobron. (p.m.)

Identificatie 2020114267

4 van 8

De voorgenomen ontwikkeling is derhalve niet in strijd met de provinciale milieubelangen.

Identificatie 2020114267

5 van 8

Bijlage 2 beoordeling bodem Van Kenmerk adviesdeelzaak

G. van Roessel 2020107388

Het bijgesloten bodemonderzoek is eerder door de Omgevingsdienst Midden-Holland beoordeeld. Uit deze beoordeling, brief aan de gemeente Waddinxveen met kenmerk 2017096204 en verzenddatum 8 mei 2017, blijkt dat de locatie voldoende is onderzocht en dat er geen milieuhygiënische redenen aanwezig zijn, die een beletsel of beperking vormen ten aanzien van de boogde bestemmingswijzigingen en herinrichtingsplannen.

Identificatie 2020114267

6 van 8

Bijlage 3 Beoordeling Ecologie Van Kenmerk adviesdeelzaak

G. J van Oostenbrugge 2020107384

Aanleiding Bij het Distripark Doelwijk in Waddinxveen is het voornemen om een tankstation voor innovatieve brandstoffen aan te leggen. Omdat het bestemmingsplan ter plaatse nog niet voorziet in de benodigde bestemming wordt met de coördinatieregeling tegelijkertijd het bestemmingsplan aangepast en een omgevingsvergunning aangevraagd. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de procedure heeft de gemeente de ODMH gevraagd de ecologische stukken te beoordelen. Het gaat om: - ‘Ecologische inventarisatie 25-02-2019 Energy Hub Waddinxveen’ door Bügel Hajema in de bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan (hierna de quickscan); - ‘eDNA onderzoek grote modderkruiper’ door Datura Molecular Solutions van 2 april 2020 als bijlage in de toelichting van het bestemmingsplan met kenmerk RA2020033 (hierna aanvullend onderzoek); - ‘Bestemmingsplan Energy Hub’ door Bügel Hajema in concept zonder datum en kenmerk (hierna de toelichting); - Aeriusberekening Het betreft nieuw onderzoek. Er is eerder een onderbouwing beoordeeld bij de omgevingsvergunningaanvraag voor dezelfde installatie op een andere locatie. Enige informatie hieruit is bij deze beoordeling betrokken. Beoordeling quickscan De beoordeling is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving, waarbij gekeken wordt naar soortbescherming en gebiedsbescherming. - Algemeen: er is sprake van een anoniem rapport.

Er kan niet worden bepaald of het onderzoek nu uitgevoerd is door een ter zake kundig ecoloog in de zin van de Wet natuurbescherming. Dit moet controleerbaar worden opgenomen. - Bij reptielen: er is een onterechte vermelding van hazelworm opgenomen in de rapportage. Deze soort is alleen bekend van duingebied Zuid-Holland en komt niet voor in Waddinxveen en de omgeving van Waddinxveen. Er is ook geen geschikt habitat voor deze soort in de buurt. - Bij vissen wordt een NDFF melding van grote modderkruiper gemeld: is dit de vondst bij Gouderak op grotere afstand in het uurhok? Graag nadere informatie over de vondst met literatuurvermelding. Dit zou een primeur voor Waddinxveen betekenen. - Bij de toetsing wordt nog niet ingegaan op het mogelijk verstoren van foeragerende vleermuizen in het plangebied tijdens de geplande werkzaamheden. Het kan nodig blijken ook voor deze soortgroep mitigerende maatregelen te treffen voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden. - Bij gebiedsbescherming: de in de tekst genoemde NNN strook is nog niet fysiek aanwezig in het landschap, die NNN strook moet nog aangelegd worden. Er kan dus ook nog niet aan effecten worden getoetst. - Er is in verband met de coördinatieregeling die zal worden toegepast meteen een goed mitigerend maatregelenpakket nodig bij de omgevingsvergunning om overtredingen van de Wnb te voorkomen.

Dit is nu nog niet in de conclusie aangehaald en ook nog niet in de ecologieparagraaf van de toelichting terug te vinden. Dit moet nog worden aangevuld. - Vooral voor de genoemde mogelijk voorkomende algemene broedvogels in de oeverzones moet rekening gehouden worden met het broedseizoen en zijn maatregelen nodig om Identificatie 2020114267

7 van 8

overtredingen te voorkomen. Ook voor andere soortgroepen kunnen nog maatregelen nodig zijn. Beoordeling aanvullend onderzoek - Er is nog niet aangegeven in de begeleidende notitie door Bügel Hajema en door Datura Molecular Solutions BV dat het moment van monstername voor het dna onderzoek geschikt is om grote modderkruiper vast te stellen. De soort kent een leefwijze dat deze zich in de winter vaak terugtrekt in diepere wateren. Zo is er ook minder kans om in strenge winters te bevriezen en is de wintersterfte lager. Het kan dus voorkomen dat nu monsters genomen zijn terwijl de soort tijdelijk verderop in een diepere waterlaag is teruggetrokken (zie soortenstandaard grote modderkruiper). Maakt dat de gehanteerde onderzoeksmethode minder geschikt om aanwezigheid met eDNA aan te tonen? Nadere onderbouwing dat de onderzoeksmethode geschikt is moet nog worden aangevuld. - Er is niet aangegeven dat de DNA-monsters door een deskundige op het gebied van visserijbiologie is uitgevoerd. Er is enkel gemeld dat het een werknemer van Bügel Hajema betreft. Dit moet ook nader worden aangegeven. Beoordeling Aeriusberekening - Bronnen voldoen aan invoereisen en zijn compleet. - De verkeersstromen zijn goed aangesloten op het heersende verkeersbeeld. - De emissieklassen van het toe te passen bouwmateriaal zijn niet schoner toegepast dan het gemiddelde beschikbare bouwmateriaal.

- Er is gerekend met bestaande stikstofgevoelige natuurgebieden. Dat betekent dat niet aan Polder Stein is getoetst. Wij adviseren ook nog om aan dit gebied te toetsen. Dit gebied kan elk moment en ook nog tijdens de lopende bestemmingsplanprocedure worden aangewezen en dan alsnog tot een vergunningplicht op basis van de Wnb leiden. Door vooraf te kijken of dit een risico geeft, wordt goed met risicomanagement in het project omgegaan. Beoordeling Toelichting - In de toelichting is een korte samenvatting van de quickscan opgenomen. De bevindingen van het aanvullend onderzoek naar grote modderkruiper zijn nog niet verwerkt en als PM opgenomen. De toelichting moet nog worden aangevuld met een concreet mitigerend maatregelenpakket dat overtredingen van de Wnb moet voorkomen en ook met een nadere berekening met Aerius voor Polder Stein om alle risico’s voor gebiedsbescherming in beeld te brengen. Conclusie Aanvullingen zijn nog nodig voor soortenbescherming en gebiedsbescherming om de onderbouwing compleet te maken en ook als voldoende om als worst case scenario te kunnen beoordelen. Als die aanvullingen worden verwerkt zijn risico’s op zienswijzen en bezwaar/beroep flink verminderd.

Identificatie 2020114267

8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801959/1