CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Resultaten beheersmaatregelen 2019

Overige evenementen 6 september 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Raad sturen op kosten deel I5.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten beheersmaatregelen 2019 - Sturen op kosten -

Februari 2023 - Maatschappij

1

Inhoudsopgave

Inleiding

3

Onderdeel 1 Verordening Sociaal Domein

5

Onderdeel 2 Externe verwijzers

10

Onderdeel 3 Toetsen adviezen maatwerkvoorzieningen

12

Onderdeel 4. Uitstroomprofiel jongeren

14

Onderdeel 5. Effecten vroegsignalering en preventie

16

Onderdeel 6. Onderzoek verschil aanbesteding en subsidie

17

2

Inleiding Begin 2019 werd de gemeente Waddinxveen voor het eerst geconfronteerd met tekorten binnen het sociaal domein. Net als veel andere gemeenten in Nederland hebben die tekorten betrekking op met name de Jeugdwet, maar ook op de Wmo begeleiding. Beiden zijn nieuwe taken die de gemeente in 2015 van het Rijk overgeheveld heeft gekregen. Gezien de prognose dat de rijksbijdrage onvoldoende is en alle ontwikkelingen, is in oktober 2019 gekeken naar zogenoemde knoppen waaraan gedraaid kan worden om de kosten beheersbaar te houden. Daarna heeft de raad de volgende beheersmaatregelen vastgesteld: 1. Nieuwe verordening Sociaal Domein 2. Relatie en afspraken met externe verwijzers versterken 3. Toetsen adviezen maatwerkvoorzieningen 4. Uitstroomprofielen jongeren 5. Effecten vroegsignalering en preventie 6. Onderzoek verschil aanbesteding en subsidie In de periode daarna is uitvoering gegeven aan deze maatregelen. De resultaten van deze maatregelen zijn opgenomen in deze rapportage. Dit document is een terugblik op de periode 2019-2023. Toezeggingen die gedaan zijn voor toekomstige maatregelen (zoals onderzoek naar inkomens afhankelijke bijdragen) worden verwerkt in nieuw beleid. Samenvatting van de resultaten

Vanaf 2020 is uitvoering gegeven aan alle beheersmaatregelen, met uitzondering van ‘onderzoek verschil aanbesteding en subsidie’. Er is eerst gewerkt aan een nieuw subsidiekader. Dit naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad in 2019 bij de bespreking van de kaderbrief 2020-2023. Later volgde een motie voor de herijking van het subsidiebeleid. Dit jaar zal verder worden gewerkt aan deze beheersmaatregel via het reguliere subsidieproces gecombineerd met een beslisboom om te bepalen of er sprake is van een overheidsopdracht of subsidie. In feite is bij nagenoeg alle beheersmaatregelen sprake van een continu proces, of in de vorm van een uitvoeringsinstrument of (overgang naar) reguliere werkzaamheden. Bij het realiseren van de Verordening Sociaal Domein 2020 is aangegeven dat een aantal maatregelen opgenomen moesten worden. Het merendeel van deze maatregelen is opgenomen. Dit met uitzondering van leges voor de medische keuring gehandicaptenparkeerkaart en – plaats en een maximum aantal kilometers collectief vraagafhankelijk vervoer. In de afgelopen periode zijn veel proceswijzigingen aangebracht om de samenwerking tussen de huisartsen en het sociaal team te verbeteren. We blijven dit continueren. Hetzelfde geldt voor onze samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen (GI). Ons lokaal belang hierin versterken wij op regionaal niveau.

Hetzelfde geldt voor het realiseren van onze taakstelling op het gebied van (beschut) wonen. Hierdoor is het mogelijk dat jongeren niet meer in een instelling terecht komen, maar zelfstandig kunnen wonen. Sinds de beheersmaatregel zijn meerdere jeugdigen uitgestroomd uit instellingen (jeugdhulpplus), conform beleidsuitgangspunten. Om dit te continueren is de aanwezigheid van voldoende woonplekken (met de juiste begeleiding) van groot belang. 3

Er was al één procesregisseur. Dit jaar is er een tweede bijgekomen. Hierdoor kan de samenwerking tussen het sociaal team en het preventieteam versterkt worden. Tot slot is gewerkt aan meer

inzicht in de effecten van vroegsignalering en preventie. Dit is gerelateerd aan de verbetering van de monitor Sociaal Domein. Hierdoor krijgen we meer inzicht in de resultaten van onze inzet.

Totaalbeeld financieel 1.Verordening SD 2.Externe verwijzers 3.Maatwerkvoorzieningen 4.Uitstroomprofielen 5.Vroegsignalering& preventie 6.Aanbesteding of subsidie Totaal

2020 (V) 2020 (G) 0 0 onbekend onbekend 300.000 0

2021 (V) 50.000

2021 (G) 29.000

2022 (V) 50.000

2022 (G) 29.000

300.000

92.000

100.000 300.000

100.000 92.000

350.000

121.000

450.000

221.000

Nvt 300.000

0

In deze notitie is meer gedetailleerde informatie over de behaalde resultaten opgenomen.

4

Onderdeel 1: Verordening Sociaal Domein Verordening Sociaal Domein Beheersmaatregel: nieuwe verordening Sociaal Domein Planning: vaststelling gemeenteraad april 2020 Toelichting: besloten is om de huidige verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen aan te passen. Enerzijds omdat tijdens het werken met de verordening, in samenhang met de nadere regels, is gebleken dat deze een aantal onduidelijkheden, onjuistheden en doublures bevat. Anderzijds vanwege juridische uitspraken en bezuinigingen op het sociaal domein. Gedacht moet worden aan: - Leges in rekening brengen voor een medische keuring gehandicapten parkeerkaart en – plaats; - Begrenzen gebruik collectief vraagafhankelijk vervoer door een maximaal aantal km op te nemen; - Het gebruik van CVV binnen Waddinxveen uit te sluiten als men de beschikking heeft over een scootmobiel; - Het aanpassen van het mantelzorgtarief; - De tegemoetkoming medische kinderopvang naar beneden bij te stellen; - Eigen bijdrage: abonnementstarief wordt in rekening gebracht zolang de inwoner beschikking heeft over een voorziening en of de kostprijs is bereikt; - Huidige CIZ protocol voor hulp bij het huishouden wordt vervangen door een handreiking van KPMG. Handreiking is in opdracht van de gemeente Utrecht opgesteld.

Resultaten procesmatig Planning: de verordening Sociaal Domein 2020 is op 20 januari 2021 in de raad vastgesteld. Resultaten inhoudelijk Totaaloverzicht Maatregel Leges medische keuring gehandicaptenparkeerkaart- en plaats Begrenzen gebruik collectief vraagafhankelijk vervoer door een maximaal aantal km op te nemen; Het gebruik van CVV binnen Waddinxveen uit te sluiten als men de beschikking heeft over een scootmobiel;

Wel / niet meegenomen

Reden Onbekend

Is regionale maatregel, plus resultaat beperkt. -

Het aanpassen van het 5

mantelzorgtarief De tegemoetkoming medische kinderopvang naar beneden bij te stellen;

-

-

Eigen bijdrage: abonnementstarief wordt in rekening gebracht zolang de inwoner beschikking heeft over een voorziening en of de kostprijs is bereikt;

-

Huidige CIZ protocol voor hulp bij het huishouden wordt vervangen door een handreiking van KPMG. Handreiking is in opdracht van de gemeente Utrecht opgesteld.

-

Leges in rekening brengen voor een medische keuring gehandicapten parkeerkaart en – plaats; In de conceptverordening is deze maatregel opgenomen. In de definitieve versie echter niet. De reden hiervoor is onbekend. Het aantal aanvragen voor gehandicaptenparkeerkaarten is, gerekend vanaf 2021, gestegen met 60% (van 74 naar 119). Jaar Aantal (incl. herindicaties, peildatum: jan. 2023) Kosten Parkeerkaart Gemeente (leges € 26,70/ kosten € 50,00, € 27,30 niet gedekt door leges) Uitgaven gemeente medische keuring, op basis van consultonderzoek (*) = € 278,- (*) op basis van dossieronderzoek (*) = € 121,- (*)

2020 89

2021 74

2022 119

€ 2.109,30

€ 1.753,80

€ 2.820,30

€ 24.742,-

€ 20.572,-

€ 33.082,-

€ 10.769,-

€ 8.954,-

€ 14.399,-

(*) prijspeil 2023; kosten ivm sociaal medische keuring tbv gehandicaptenparkeerkaart op basis van prijzen GGD Midden-Holland). 6

De kosten voor een gehandicaptenparkeerkaart zijn nu € 26,70 voor aanvrager. De kosten van de parkeerkaart zijn hoger, namelijk € 50,00. De gemeente betaalt alle verdere kosten. Ook voor een herkeuring. Daarnaast worden leges voor de vergunning en maken van een gehandicaptenparkeerplaats, inclusief parkeerbord éénmalig gevraagd, zijnde € 209,00. Advies is om kosten medische keuring wel door te berekenen aan de aanvrager. Dit is, indicatief en op basis van de aantallen over 2022, een structurele daling van de uitgaven voor de gemeente van minimaal € 16.000,- en maximaal € 37.000 per jaar. Dit is inclusief aanvragers voor een gehandicaptenparkeerplaats (15). Dit wordt ter besluitvorming voorgelegd bij de bespreking van de Verordening Sociaal Domein 2023. Jaar Aantal Leges € 209 vergunning en aanleg Kosten bord en aanleg parkeerplaats (€ 250 – € 750) Verschil

2020 11 € 2.299,-

2021 7 € 1.463,-

2022 15 € 3.135,-

€ 5.500,-

€ 3.500,-

€ 7.500,-

€ 3.201,-

€ 2.037,-

€ 4.365,-

(*) de kosten voor een particuliere gehandicaptenparkeerplaats zijn verschillend. Op dit moment zijn de werkzaamheden namelijk verschillend: alleen een bord, soms verbreding van de parkeerplek, kruis aanbrengen. Voor de berekening is een gemiddelde van de kosten genomen,

In vergelijking met 2021 is er een verdubbeling van het aantal aanvragen voor een gehandicaptenparkeerplaats voor de deur. In vergelijking met 2020 is er echter geen sprake van een grote stijging. De verwachting is dan ook dat aanpassing van het legestarief geen grote wijzigingen zal brengen. Wel kan gedacht worden aan een maximale periode waarvoor de leges gelden. De leges zijn nu eenmalig totdat de parkeerplaats niet meer nodig is of vanwege een andere reden wordt ingetrokken. Een advies hierop wordt ter besluitvorming voorgelegd bij de bespreking van de Verordening Sociaal Domein 2023. -

Begrenzen gebruik collectief vraagafhankelijk vervoer door een maximaal aantal km op te nemen; Deze maatregel is niet opgenomen in de verordening 2020. Er is wel een minimum aantal km opgenomen voor doelgroepen. Plus voor leerlingenvervoer minimum aantal km in afstand, 6 km of langer. Binnen 6 km moeten ouders dit dus zelf regelen. Bij leerlingenvervoer is aangegeven dat er sprake is van een maximaal aantal kilometers van 20 km. Bij meer dan 20 km betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Deze eigen bijdrage is € 521,-, 7

ongeacht het aantal kilometers. Het merendeel van de kinderen reist maximaal 13 km. Overzicht kosten leerlingenvervoer Jaar Begroting Kosten

2020 € 655.000 € 704.711

2021 € 691.000 € 720.608

2022 € 825.214 € 837.657 (*)

(*) vanaf 2022 worden salarislasten doorbelast aan het taakveld leerlingenvervoer. Deze kosten zijn ruim € 86.000,-

Voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt een bijdrage per rit gevraagd. Deze bijdrage kan jaarlijks worden aangepast. De bijdrage die wordt gevraagd is € 3,25 voor 1 zone voor inwoners met een Wmo-indicatie. Overzicht kosten collectief vraagafhankelijk vervoer Jaar Begroting Kosten

2020 € 270.000 € 258.354

2021 € 270.000 € 253.349

2022 € 225.000 € 212.336

Maximaliseren van collectief vraagafhankelijk vervoer is opgenomen in de regionale afspraken (programma van eisen) collectief vraagafhankelijk vervoer. Wij maken hier geen gebruik van. Het maximum aantal zones waar mensen gebruik van maken is relatief laag, namelijk 2,2 zones. Dit komt ook omdat veel mensen in de omgeving blijven en Gouda relatief dichtbij is. Daar zijn veel voorzieningen. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van het collectief vraagafhankelijk vervoer is ook relatief gezien laag, namelijk 826 cliënten. Conclusie: maatregel niet alsnog uitvoeren. De beperking van de uitgaven is relatief gezien laag. Wel zijn er mogelijkheden in het leerlingenvervoer. Daar is ook sprake van een kostenstijging van bijna 13% (€ 84.214,-) in 2022 (excl. Salarislasten) ten opzichte van 2020 (excl. Salarislasten). Dit advies wordt meegenomen in het voorstel voor nieuwe beheersmaatregelen. -

Het gebruik van CVV binnen Waddinxveen uit te sluiten als men de beschikking heeft over een scootmobiel; Niet in verordening opgenomen. Hierop wordt door de consulenten maatwerk toegepast. Het is afhankelijk van waar de desbetreffende inwoner cvv voor aanvraagt. Indien dit mogelijk is met een scootmobiel, dan wordt de aanvraag momenteel niet toegekend.

-

Het aanpassen van het mantelzorgtarief; 8

Het mantelzorgtarief is aangepast op basis van de formule die in de verordening staat. In 2023 is dit €13,39 (bruto). -

De tegemoetkoming medische kinderopvang naar beneden bij te stellen; Het maximum aantal weken en aantal dagdelen dat hier gebruik van kan worden gemaakt is naar beneden bijgesteld. De vergoeding en ouderbijdrage voor kinderopvang wordt vastgesteld aan de hand van de belastingtabel kinderopvangtoeslag. Het door het Rijk jaarlijks vastgestelde fiscale tarief wordt als maximum uurtarief gehanteerd. Opvangkosten die boven dit tarief liggen worden door de ouder zelf betaald. Van de ouderbijdrage kan worden afgeweken indien de ouder(s) een bijstandsuitkering ontvangen (tot het maximum uurtarief, jaarlijks vastgesteld door het Rijk).

-

Eigen bijdrage: abonnementstarief wordt in rekening gebracht zolang de inwoner beschikking heeft over een voorziening en of de kostprijs is bereikt; Dit is opgenomen in de verordening. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat (maatwerkvoorziening), zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor het pgb is verstrekt. Gaat het om een product en of woningaanpassing, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. Voorheen was het zo dat er een maximum was van 3 jaar. In de praktijk betekende dit dat er nog wel een maatwerkvoorziening werd verstrekt, maar dat hier geen eigen bijdrage meer voor werd betaald. Of dat de kostprijs van een product nog niet was betaald. Dit kwam voor rekening van de gemeente. Door de aanpassing in de verordening op dit onderdeel scheelt dit kosten voor de gemeente.

-

Huidige CIZ protocol voor hulp bij het huishouden wordt vervangen door een handreiking van KPMG. Handreiking is in opdracht van de gemeente Utrecht opgesteld. Deze handreiking is opgenomen in de verordening. Resultaat is dat inwoners standaard 2 uur ontvangen voor een schoon en leefbaar huis. Voorheen was dit gemiddeld 2,5 tot 3 uur. Daarnaast vroeg de berekening van het CIZ meer administratief werk.

9

Resultaten financieel

2020 2021 2022

Verwacht 0 50.000 50.000

Gerealiseerd 0 29.000 29.000

Onderdeel 2: Externe verwijzers Externe verwijzers Beheersmaatregel: relatie en afspraken met externe verwijzers (lokaal en regionaal) versterken. Kostenbewustzijn van externe verwijzers vergroten. Tenslotte het toetsen van de beschikking op zwaarte, duur en omvang van de zorg. Bijzondere bevindingen terugleggen bij de verwijzers en in overleg treden. Planning: Op dit moment vindt er al overleg plaats met de huisartsen, dit gaat over diverse onderwerpen. Regionaal worden gesprekken met gecertificeerde instellingen ingepland. Tenslotte sluit jeugdbescherming West al maandelijks aan voor afstemming over gezamenlijke inhoudelijke casuïstiek. Toelichting: in de Jeugdwet is vastgelegd dat o.a. gemandateerde professionals in het wijkteam (basisteam), huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclassering de wettelijke verwijzers zijn naar jeugdhulp. Wettelijk gezien hebben wij hier geen zeggenschap over. Wij zijn momenteel al op een aantal onderdelen in gesprek. Dit kan geïntensiveerd worden waarbij we meer willen toewerken naar het creëren van een bewustwording van de duur en omvang van een toewijzing en de daarmee gaande kosten. Hiermee willen we bereiken dat verwijzers hun indicaties naar beneden bij zullen stellen en beter meekijken naar voorzieningen in het voorliggend veld. Resultaten procesmatig Planning: continu Huisartsen 1.

Sociaal Team Waddinxveen heeft zorgmail aangeschaft zodat de huisartsen via hun systeem veilig kunnen mailen naar het Sociaal Team en ontvangen informatie via zorgmail direct in hun dossier kunnen opslaan. 2. Er is een aandachtfunctionaris huisartsen in het Sociaal Team aangesteld. 3. Er vinden halfjaarlijks gesprekken plaats met beleidsadviseur, aandachtfunctionaris en manager huisartsen. 4. Er wordt elk halfjaar een lijst aan de huisartsen ter beschikking gesteld van patiënten uit hun praktijk die bij het Sociaal Team een actuele voorziening hebben (jeugd en Wmo). 5. Jaarlijks faciliteert de gemeente de raadzaal voor een groot overleg van de huisartsen met betrekking tot een bepaald onderwerp. Gecertificeerde Instellingen (GI) 10

Er is door de procesregisseur regelmatig afstemming geweest in de periode 2019-2022 met externe verwijzers als zij op casusniveau verwijzingen deden waar het Sociaal Team bij betrokken was. De procesregisseur krijgt vanuit de administratie signalen door als er sprake is van grote indicaties afgegeven door de GI. Waar nodig schakelt de procesregisseur met de GI en stelt inhoudelijke vragen. Resultaten inhoudelijk Huisartsen Bovenstaande maatregelen hebben ervoor gezorgd dat er nu meer contact is vanuit de huisartsen. Dat verloopt dan via zorgmail. Dit gebeurt ook op het moment dat informatie wordt uitgewisseld over gedeelde cliënten. Hiermee wordt overlap voorkomen en wordt een duidelijker beeld geschapen wat basis zorg kan zijn en wat specialistisch moet zijn. Dit ten behoeve van de desbetreffende cliënt. Gecertificeerde Instellingen (GI) Meer grip op inzet en verloop van ondersteuning aan jeugdigen en daarbij behorende kosten. Het doel is om dit verder uit te gaan breiden. Resultaten Financieel Een exact bedrag is niet bekend. Wel is helder dat in de afgelopen periode uitgaven zijn verlaagd door bovengenoemde inzet. Onderstaand een voorbeeld: Voorbeeld: Crisissituatie. Resultaat: verlaging van de uitgaven van € 248.040,- (voor 3 jaar) Jeugdige woont in een woonvoorziening maar was op dat moment onvoldoende veilig.

Er werd 30 uur per week 1 op 1 begeleiding ingezet á € 1.590, - per week voor maximaal 3 maanden. Kosten: € 20.511,-. Doel: stabilisering realiseren. In de tussentijd moest het Sociaal Team opschalen en werd de GI betrokken. De administratie attendeerde de procesregisseur erop dat door de GI een bepaling werd afgegeven voor Verblijf en tegelijkertijd 3 jaar lang 30 uur 1 op 1 begeleiding. Totale kosten: € 248.040,- voor de looptijd van 3 jaar. De afspraak was maximaal 3 maanden. De procesregisseur heeft hierover contact gezocht met de GI. Resultaat: de 1 op 1 begeleiding voor 3 jaar is van de beschikking gehaald. Een vermindering van € 248.040,-. Wel is voor de jeugdige nog een zachte landing mogelijk gemaakt met een korte afbouwperiode. N.B. Dit raakt bijvoorbeeld ook aan beleidsmedewerkers (of aan wethouders) die in gesprek treden met huisartsen over de breedte van het niet-specialistische zorgaanbod in Waddinxveen. Of huisartsen hierdoor werkelijk minder verwijzingen doen naar specialistische GGZ en/of vaker de ouders doorverwijzen naar het sociaal team, is eigenlijk nooit causaal aan te tonen. Het is wel verstandig om deze lijn door te zetten, omdat er anders kinderen wellicht direct naar de bekendere specialistische organisaties of naar de specialistische GGZ worden doorverwezen daar waar basis GGZ bijvoorbeeld volstaan zou kunnen hebben. Dit zou niet doelmatig zijn.

Daarnaast is in en door het sociaal team de laatste jaren de 1gezin-1plan-1regisseur manier van werken geïmplementeerd. Ook deze integrale aanpak kan de onderliggende problemen in een gezin blootleggen en daarmee de gekozen oplossing duurzamer maken.

11

Wat de inzet van beleidsmedewerker en medewerkers van het sociaal team met de externe verwijzers exact financieel bespaard is dus niet uit te drukken. Wel kunnen wij hiervoor een vergelijking maken van diensten en minder specialistische diensten hebben simpelweg een lager tarief, veelal doordat de behandelaren HBO- i.p.v. academisch geschoold zijn. Dat betekent niet dat niet-specialistische ondersteuning en behandeling altijd toereikend is, maar onderstreept vooral ook het belang van collegiale toetsing en deze is lastiger vorm te geven bij externe verwijzers.

Onderdeel 3: Toetsen adviezen maatwerkvoorzieningen Toetsen adviezen maatwerkvoorzieningen Beheersmaatregel: toetsing omvang beschikking ingezette diensten. Zowel bij de externe verwijzers (zie 2) als bij intern afgegeven beschikkingen. Planning: maatregel is momenteel al van toepassing. Huidige beschikkingen worden in eerste instantie gecontroleerd door een vakinhoudelijke collega om vervolgens gecontroleerd te worden door een gedragswetenschapper. Om dit proces nog meer daadkracht bij te zetten zal gewerkt gaan worden met procesregisseurs. Toelichting: door met name kritisch mee te lezen en indien nodig in overleg te gaan met de consulent en of directe verwijzer krijgen we meer inzicht met als doel een beschikking die past bij de hulpvraag.

Resultaten procesmatig Planning: continu Resultaten inhoudelijk Er wordt sinds 2019 gewerkt met een procesregisseur. Vanaf 1 januari 2023 wordt gewerkt met twee procesregisseurs. Dit is mogelijk door inzet van de POK-middelen. In de periode van 2019 tot 2022 is er vanuit procesregie en het Sociaal Team op diverse manieren gewerkt aan de beheersmaatregelen. Continu doel is om kritisch te blijven op het toekennen van maatwerk. Samengevat is het volgende bereikt: Toetsen In de jaren 2019-2022 is er flink ingezet op de kwaliteit van het onderzoek vanuit het Sociaal Team. Tijdens de keukentafelgesprekken wordt gewerkt vanuit de GIZ en de 1 gezin 1 plan methodiek. Zo wordt voorkomen dat signalen worden gemist die later alsnog kunnen opspelen. Deze uitvraag wordt in een ondersteuningsplan verwerkt, inclusief advies en onderbouwing. Om de willekeur te beperken worden de ondersteuningsplannen minimaal door een tweede medewerker getoetst. In eerste instantie gebeurde dit door de teamverantwoordelijke en/of de gedragswetenschapper. Hiermee ging de kwaliteit omhoog. Inmiddels is dan ook het collegiaal toetsen van toepassing. En niet alleen op het ondersteuningsplan (kwaliteit en onderbouwing), maar ook op de beschikking. Bij dit laatste wordt beoordeeld of de toetser het inzetten van maatwerk ook noodzakelijk acht.

Bij twijfel volgt een gesprek met de consulent en procesregisseur en/of teamverantwoordelijke en/of gedragswetenschapper om hierin een weloverwogen keuze te maken.

12

Inzet maatwerk of preventieve inzet. Inzet van maatwerk is niet altijd nodig als er mogelijkheden zijn binnen het preventieve veld. Procesregie houdt deze mogelijkheden in beeld door een goede samenwerking met het Preventieteam. Dit gebeurt door middel van:  Periodieke afstemming met de procesregisseur van Wadwijzer en de medewerkers van de bereikbare dienst.  Twee keer per jaar een bijeenkomst te organiseren tussen de jeugdconsulenten, de jeugdverpleegkundigen en de medewerkers van Wadwijzer.  Afspraken over wanneer afschalen naar het preventieve veld wel/niet mogelijk is. WLZ onder de loep Tijdens caseloadgesprekken is ontdekt dat er jeugdigen zijn die minimaal perspectief hebben en eigenlijk onder de WLZ doelgroep vallen. Hierdoor is actie ondernomen op deze specifieke doelgroep. Dit gebeurt niet alleen op lokaal, maar ook op regionaal niveau. Er zijn een aantal zaken op deze manier uit de jeugdwet overgegaan naar de WLZ. Regelvrij budget Om duur maatwerk te voorkomen is er regelvrij budget beschikbaar gekomen. Op deze manier sluiten we aan bij een hulpvraag waar soms geen duur maatwerk voor nodig is, maar waar ook geen mogelijkheid is voor inzet via het preventieve veld. De procesregisseur beoordeelt deze aanvragen samen met de teamverantwoordelijke Sociaal Team. Resultaten financieel Een exact bedrag is niet bekend.

Wel is helder dat in de afgelopen periode uitgaven zijn verlaagd door bovengenoemde inzet. Onderstaand een voorbeeld: Voorbeeld: Jeugdige onder verantwoordelijkheid GI. Resultaat: Uitgaven komen nu ten laste van de zorgverzekeraar (WLZ) en niet van de gemeente (Jeugdhulp). Indicatie kosten: € 150.000 euro (voor 9 maanden). In 2022 attendeerde de RDS ons op een situatie van een jeugdige onder verantwoordelijkheid van de GI (en dus buiten het zicht van het Sociaal Team vanwege het gedwongen kader). De Procesregisseur heeft actie ondernomen richting de GI. Daarna is een WLZ-aanvraag gedaan door de GI, samen met jeugdige en ouders. N.B. Het sociaal team toetst elkaars besluiten en daarbij kijkt ook een gedragswetenschapper en teamverantwoordelijke van het sociaal team onafhankelijk mee. In de tabel is aangegeven dat dit proces voor de externe verwijzingen gerichter moet zijn, vanwege het volume van externe besluiten dat buiten het sociaal team om voor kinderen in Waddinxveen genomen wordt. Voor externe verwijzingen moet er in overleg worden getreden met de verwijzingen naar die diensten die (1) specialistisch zijn met een mogelijk alternatief en (2) die diensten die een ‘behandelend’ karakter hebben – zoals jeugd en opvoedhulp en GGZ-behandelingen – i.p.v. een ‘stabiliserend’ karakter, hierbij kan gedacht worden aan begeleiding.

De praktijk is niet zo zwart-wit als nu omschreven, want voor stabiliserende diensten is uiteraard ook de wens dat bijvoorbeeld de begeleiding naar een lager niveau kan groeien, maar dit is niet voor iedere doelgroep mogelijk.

13

Diensten met een behandelend karakter zijn resultaatgericht en consulenten in het sociaal team kunnen hierover in gesprek treden met een verwijzer. Ook hierbij geldt dat het resultaat hiervan zich niet altijd in geld laat uitdrukken.

 

Een aantal andere weerbarstigheden zijn: Er ligt (wettelijk) veel verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een kind bij jeugdbeschermer (van een gecertificeerde instelling) Een huisarts vult in de praktijk meestal niet de exacte inhoud van de verwijzing in; dat wordt gedaan door de zorgaanbieder die aan zijn behandeling een aantal uren koppelt en deze deelt met de gemeente. De verwijzingen van huisartsen komen in dit licht dus vaak te laat binnen om nog inhoudelijk te toetsen; Externe verwijzers hebben ook gewoon simpelweg de wettelijke bevoegdheid voor het nemen van deze besluiten; Ook de bovenstaande weerbarstigheden onderstrepen het belang om de samenwerking met huisartsen en gecertificeerde instellingen te intensiveren. (bron: notitie college 20 april 2020, stand van zaken beheersmaatregelen 2019).

Onderdeel 4: uitstroomprofielen jongeren Uitstroomprofielen jongeren Beheersmaatregel: Jongeren die woonachtig zijn in jeugdzorginstelling begeleiden naar zelfstandig wonen. Planning: laatste kwartaal 2019 Toelichting: de overgang van jeugdzorg naar jongvolwassenheid veroorzaakt nog steeds veel problemen waardoor we jongeren uit het oog verliezen of ze niet langer kunnen bieden wat ze nodig hebben. Jeugdbescherming West heeft onderzoek gedaan of dit ook anders kan. Zij hebben gekeken om hoeveel jongeren het gaat in de regio MiddenHolland. En of zij op basis van hun verhalen iets kunnen zeggen over hun zorgbehoeften. Dit bleek te kunnen. Er zijn vier uitstroomprofielen gemaakt die gebaseerd zijn op de zorgbehoeften van deze jongeren. Samen met de jeugdzorgprofessional is een inschatting van het passende profiel gemaakt. Op deze wijze hebben we inzichtelijk gemaakt wie ze zijn, met hoeveel ze zijn en wat ze nodig hebben. Voor Waddinxveen gaat het om 7 jongeren die momenteel nog in een jeugdzorginstelling verblijven, waarvan wordt ingeschat dat zij, hetzij zelfstandig, hetzij met ambulante ondersteuning op zichzelf kunnen wonen. Dit vergt een plan van aanpak waarbij gekeken wordt naar deze jogneren en de mogelijkheid om deze jongeren passende zorg en woonruimte te bieden. Dit zou betekenen dat zij uit de jeugdzorg kunnen uitstromen.

Er zal worden bezien of er juridische consequenties zijn waar rekening mee gehouden moet worden.

Resultaten procesmatig Planning: gerealiseerd in 2021. Na deze periode zijn meerdere jeugdigen uitgestroomd uit instellingen (jeugdhulpplus), conform beleidsuitgangspunten. Resultaten inhoudelijk 14

In 2020 is een convenant “convenant Inhaalslag huisvesting jongeren uit de Jeugdzorg 2020” door het college vastgesteld. Dit convenant is gesloten tussen Woonpartners Midden Holland en de gemeente Waddinxveen. In dit convenant is vastgelegd dat Woonpartners voor maximaal 5 jongeren woonruimte beschikbaar stelt. Deze woningen zijn bedoeld voor jongeren die in gesloten jeugdzorg of in een voorziening voor tijdelijke opvang verblijven. Deze jongeren kunnen dan zelfstandig wonen in een reguliere woning met ambulante begeleiding. De gemeente betaalt de huurtoeslag. In het eerste halfjaar van 2020 zijn 4 jongeren op deze manier in een zelfstandige woning geplaatst. De 5e plek is echter nog niet benut. De woning is beschikbaar voor jongeren die zelfstandig kunnen wonen. Uit de praktijk blijkt echter dat voor vrijwel alle jongeren/jongvolwassenen in een intramurale setting de overstap naar een zelfstandige woning te groot is. Deze jongeren passen dan niet in het profiel. Deze jongeren hebben een beschutte of beschermde woonplek nodig, waar voldoende begeleiding wordt geboden. Dit is een betere tussenstap na intramuraal wonen. Voor beschut en of beschermd wonen zijn wachtlijsten. Waddinxveen heeft hier een taakstelling van 10 beschut wonen plekken. Deze zijn nog niet gerealiseerd. Op dit moment maken wij gebruik van andere plekken in de regio.

Resultaten financieel Uitgaven op totale jeugdhulpplus zijn in 2021 € 86.000 in 2018 waren deze nog € 189.000 Dat is een daling van 85% (bijna € 100.000). Het directe causaal verband van de kostendaling tussen het convenant en deze resultaten zijn niet bekend. Het kan ook beïnvloed zijn door andere factoren, zoals verhuizing naar een andere gemeente, jongeren vinden zelf een woonplek bij vrienden of familie. De kosten van jongeren die in een jeugdzorginstelling verblijven bedragen gemiddeld € 50.000 tot € 100.000 bij verblijf in een instelling. Als de jongeren niet kunnen uitstromen van een jeugdinstelling naar een zelfstandige woonruimte dan blijven deze jongeren dus wonen in deze instelling, deze kosten worden betaald vanuit begroting Jeugd. De vier jongeren die vanuit het convenant zijn uitgestroomd, betreffen jongeren die vanuit een jeugdinstelling naar een zelfstandige woonruimte zijn verhuisd. Deze jongeren hebben wel begeleiding in de vorm van dagbesteding en of individuele begeleiding nodig. De verwachtte gemiddelde uitgaven voor een jongeren die zelfstandig gaan wonen met intensieve begeleiding is ongeveer € 20.000, dit is combinatie van ambulante begeleiding en dagbesteding. De kosten voor een beschut wonen plek bedragen ongeveer € 30.000 per jaar. Deze kosten worden vanuit de Wmo betaald.

De gemeente betaalt voor een deel van deze jongeren ook de huurtoeslag, omdat jongeren nog niet in aanmerking kunnen komen voor deze huurtoeslag. De huurtoeslag wordt als volgt berekent: De basishuur voor een alleenstaande bedraagt € 232,65 De woonkostentoeslag bedraagt per maand maximaal € 550,- (bruto huur inclusief subsidiabele servicekosten) - € 232,65 = € 317,35 per maand oftewel€ 3.808,20 per jongvolwassene per jaar (prijspeil 2020).

15

Uitgaande van de kosten voor beschut wonen (€ 30.000) betekent dit een verlaging van de uitgaven voor de gemeente van gemiddeld € 20.000 - € 70.000 per jaar, per jongere (exclusief woonkostentoeslag). Onderdeel 5: effecten vroegsignalering en preventie Effecten vroegsignalering en preventie. Beheersmaatregel: inzetten op gerichte preventie en vroegsignalering met bewezen interventies en monitoring en om zo mogelijk effecten op langere termijn in te kunnen calculeren. Planning: zal opgenomen worden in Monitor sociaal domein 2019 en verder. Toelichting: in de monitor sociaal domein over het eerste half jaar 2019 is dit nog niet opgenomen. We gaan op zoek naar methodes om inzichtelijk te maken wat preventie oplevert.

Resultaten procesmatig Planning: in 2022 gestart. Traject is nog niet afgerond.

Resultaten inhoudelijk 2022 is Wadwijzer gestart met dit specifieke traject. In de periode daarvoor is gewerkt aan een verkenning naar de samenwerking tussen het sociaal team en het preventieteam Wadwijzer. Dit naar aanleiding van één van de vijf ambities voor 2020: het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening en het herijken van de werkprocessen. Daarnaast is, samen met Wadwijzer, gewerkt aan een subsidieverordening Preventieteam Waddinxveen. In 2022 is een overzicht gemaakt van de maatschappelijke effecten en de indicatoren die daarbij horen en de relatie met de verschillende systemen (in totaal 7). Er zijn echter niet voor alle indicatoren gegevens aanwezig. Bovendien is er nog geen aansluiting op de monitor Sociaal Domein. Naar verwachting kan in het nieuwe subsidiejaar, 2024, gewerkt worden met de indicatoren. Er wordt nu gewerkt aan een voorstel om dit te realiseren. N.B. Op 13 november 2019 heeft de raad het ‘Beleidskader Sociaal Domein 2019-2023, Waddinxveen Samenredzaam’ vastgesteld en hierin hebben wij – met oog op de inzet van preventie en vroegsignalering – dit traject aangemerkt als ‘contra feitelijk’: een situatie waarin het niet mogelijk is om te schetsen hoe de situatie van een inwoner zich ontwikkeld zou hebben zonder de ondersteuning en hulpverlening. ‘Wat zou er gebeurd zijn als’ vragen kunnen ook in het sociaal domein vaak niet beantwoord worden.

Wanneer de situatie die zich daadwerkelijk heeft voorgedaan simpelweg een andere is, dan kan over het algemeen niet hard gesteld worden dat de inwoner beter, gelijk of slechter af zou zijn wanneer de ondersteuning en hulpverlening niet zou zijn ingezet.

Resultaten financieel 2020

Verwacht 300.000

Gerealiseerd 0 16

2021 2022

300.000 300.000

92.000 92.000

N.B. Op 13 november heeft de raad het ‘Beleidskader Sociaal Domein 2019-2023, Waddinxveen Samenredzaam’ vastgesteld en hierin hebben wij – met oog op de inzet van preventie en vroegsignalering – het bovenstaande beschreven als ‘contra feitelijk’: een situatie waarin het niet mogelijk is om te schetsen hoe de situatie van een inwoner zich ontwikkeld zou hebben zonder de ondersteuning en hulpverlening. ‘Wat zou er gebeurd zijn als’ vragen kunnen ook in het sociaal domein vaak niet beantwoord worden. Wanneer de situatie die zich daadwerkelijk heeft voorgedaan simpelweg een andere is, dan kan over het algemeen niet hard gesteld worden dat de inwoner beter, gelijk of slechter af zou zijn wanneer de ondersteuning en hulpverlening niet zou zijn ingezet. Om de daadwerkelijke effecten van preventie in kaart te brengen, moeten er eigenlijk ‘wat als’ vragen gesteld worden en deze kunnen niet altijd beantwoord worden. Aan de stuurgroep van WadWijzer is wel de vraag neergelegd om de aannemelijke effecten van hun preventie en werkzaamheden in kaart te brengen en om hierin ook in te gaan op de mogelijke meerwaarde van het samenwerkingsverband van deze partners voor de inwoners van onze gemeente. (bron: notitie college, 20 april 2020, proces en stand van zaken beheersmaatregelen 2019).

Onderdeel 6: Onderzoek verschil aanbesteding en subsidie Verschil aanbesteding en subsidie. Beheersmaatregel: kijken naar huidige subsidierelaties en wat het betekent als deze omgezet worden in een inkoop aanbesteding. Planning: memo gereed voor april 2020 zodat subsidiepartners hier eventueel over geïnformeerd kunnen worden indien de subsidierelatie gaat wijzigen. Toelichting: gemeenten hebben keuzevrijheid als het gaat om de wijze waarop ze invulling geven aan hun verplichtingen in het sociaal domein. Dit kan aanbesteden of subsidiëren zijn. Onderzocht zal worden of het verschil maakt om met partners een inkooprelatie aan te gaan via een aanbesteding in plaats van de huidige subsidierelatie.

Resultaten procesmatig Planning: Dit is einde 2022 opgepakt. De reden daarvan is dat allereerst de prioriteit is gegeven aan de verdere uitwerking van het subsidiebeleid. Dit naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad in 2019 bij de bespreking van de kaderbrief 2020-2023. Resultaten inhoudelijk In de genoemde motie staat dat de subsidies zijn toegenomen, er sprake is van een structureel tekort als gevolg van stijgende kosten in het sociaal domein, een aantal gesubsidieerde instellingen een relatief hoog eigen vermogen hebben, voor de raad niet transparant is of de gesubsidieerde instellingen zich houden aan de subsidieverordening en het niet duidelijk is wat de criteria zijn waarop subsidies worden verstrekt. Met de motie verzoekt de raad het college het subsidiebeleid te herijken, te onderzoeken op welke 17

subsidies bezuinigd kan worden en de gemeenteraad bij de begroting 2020-2023 een overzicht te verstrekken van de subsidieontvangers met daarbij de subsidiebedragen, hun eigen vermogen en hun jaarresultaten van de afgelopen drie jaar. Het college heeft de raad de gevraagde informatie verstrekt. In de programmabegroting 2020-2023 zijn bezuinigingen opgenomen voor onder andere de subsidie aan het preventieteam (Wadwijzer). Tijdens de begrotingsbehandeling 2020-2023 zijn er vragen gesteld over de kaders van het subsidiebeleid en heeft de raad het college nogmaals verzocht om het subsidiebeleid te herijken. Voor de verdere uitwerking van het subsidiebeleid is gewerkt aan: - Een actualisatie van de ASV (2021) - Concrete subsidieregelingen met concrete doelstellingen, op basis van actuele beleidsnota’s (o.a. nieuwe cultuurnota, evaluatie jeugd- en jongerenwerk) - Versteviging van het accounthouderschap bij subsidies aan professionele instellingen - Het vaststellen van subsidieplafonds - Stimuleren maatschappelijk en cultureel ondernemerschap - Praktische regels. Al eerder, in 2020 is meer specifiek gekeken naar de subsidies voor het preventieteam Wadwijzer. Dit heeft in 2022 geresulteerd in vaststelling van de subsidieregeling Preventieteam Waddinxveen. Daarnaast zijn er 8 organisaties die een subsidie van € 100.000 of hoger ontvangen. Een deel is ook onderdeel van Wadwijzer.

1 2 3 4 5 6 7 8

Organisatie Kwadraad AMW Bibliotheek Stichting Quadrant Stichting Mee Hecht GGD Stichting Vonk Stichting Buurtwerk Stichting Vluchtelingenwerk

Bedrag (afgerond) € 500.000 € 480.000 € 378.000 € 372.000 € 244.000 € 233.000 € 150.000 € 108.000

In het reguliere subsidietraject zal gewerkt worden met een beslisboom waardoor nagegaan kan worden of sprake is van een overheidsopdracht of subsidie. Resultaten financieel Resultaten zijn niet financieel. Verschil tussen subsidie en aanbesteding gaat meer over vorm van opdrachtgeverschap en meer of minder invloed over resultaten. Een subsidie is niet kostendekkend een overheidsopdracht is dat minimaal wel. Deze maatregel zal dus een verhoging van de uitgaven tot resultaat hebben.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13079537/1