Bijlage 2) Kaderbrief en Kadernota 2024 VRHM 2804.2023
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraden van gemeenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden T.a.v. de griffiers
Bezoekadres Rooseveltstraat 4a 2302 BC Leiden Postadres
Cc Colleges
Postbus 1123 2302 BC Leiden
Datum: Ons kenmerk:
28 april 2023 Pk280420223
Telefoon:
Uw kenmerk:
E-mail:
Uw brief van:
Onderwerp:
Contactpersoon:
Ernst Breider, Concerncontroller
088 246 51 14
Bijlage:
1
Fax:
ernst.breider@vrhm.nl
Kadernota Veiligheidsregio Hollands Midden 2024 Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden.
Geachte gemeenteraden,
Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden biedt u hierbij ter kennisneming aan de Kadernota 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). De Kadernota is vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 25 april jl. De Kadernota VRHM 2024 vormt de basis voor de nog op te stellen Programmabegroting VRHM 2024 (incl. meerjarenraming 2025-2027). De ontwerp-Programmabegroting VRHM 2024 wordt geagendeerd in het Dagelijks Bestuur van 9 mei a.s. Aansluitend ontvangt u de ontwerpprogramma in het kader van de zienswijzeprocedure. De vaststelling van de programmabegroting 2024 vindt plaats in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 14 september 2023. Op grond van artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen zendt het Dagelijks Bestuur vóór 30 april 2023, de algemene financiële en beleidsmatige kaders 2024 (de kadernota) en de voorlopige jaarrekening 2022 aan de gemeenteraden. De voorlopige jaarrekening 2022 wordt separaat aangeboden. De kadernota 2024, de voorlopige jaarrekening 2022 en de ontwerp-programmabegroting 2024 worden dit jaar later dan gebruikelijk, maar nog steeds binnen de wettelijke termijnen, aangeboden aan de gemeenteraden.
Dit heeft te maken met de grote inhoudelijke en financiële vraagstukken die zich aandienden en die uitgebreide bestuurlijke bespreking noodzakelijk maakten en de interne voorbereiding bij het opstellen van de jaarrekening 2022 en ontwerpprogrammabegroting 2024. Voor volgend jaar is meer tijd ingepland tussen de verzending van de kadernota 2025 en de ontwerp-programmabegroting 2025.
In de kadernota wordt nader ingegaan op het beleids- en financiële kader voor 2024. Tevens zal een vooruitblik worden gegeven op de lopende voorbereidingen voor de totstandkoming van het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027. Deze wettelijke planvorm moet één keer per vier jaar worden vastgesteld. In het najaar 2023 wordt het concept-beleidsplan besproken met de gemeenteraden. De kadernota gaat ook in op de ontwikkelingen en risico’s die worden onderkend, ter voorbereiding op het opstellen van de ontwerp-programmabegroting 2024. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben kunt u deze via de e-mail richten aan: ernst.breider@vrhm.nl .
Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden
ing. J.J. Zuidijk secretaris
Bijlage: 1. Kadernota VRHM 2024
2
Aan: Van: Betreft: Datum:
1.
de gemeenteraden binnen de Veiligheidsregio Hollands Midden het Algemeen Bestuur Kadernota VRHM 2024 26 april 2023
Inleiding
Op grond van artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen zendt het dagelijks bestuur VRHM vóór 30 april 2023, de algemene financiële en beleidsmatige kaders 2024 (de kadernota) en de voorlopige jaarrekening 2022 aan de gemeenteraden. De kadernota is ter informatie. Uiterlijk op 10 mei a.s. biedt het dagelijks bestuur de ontwerp-programmabegroting 2024 aan voor de zienswijzeprocedure aan de gemeenteraden. De vaststelling van de programmabegroting 2024 vindt plaats in de vergadering van het algemeen bestuur op 14 september 2023. De kadernota 2024, de voorlopige jaarrekening 2022 en de ontwerp-programmabegroting 2024 worden dit jaar later dan gebruikelijk, maar nog steeds binnen de wettelijke termijnen, aangeboden aan de gemeenteraden. Dit heeft te maken met de grote inhoudelijke en financiële vraagstukken die zich aandienden en die uitgebreide bestuurlijke bespreking noodzakelijk maakten en de interne voorbereiding bij het opstellen van de jaarrekening 2022 en ontwerp-programmabegroting 2024. Voor volgend jaar is meer tijd ingepland tussen de verzending van de kadernota 2025 en de ontwerpprogrammabegroting 2025. In deze kadernota zal nader worden ingegaan op het beleidskader en het financiële kader voor 2024. Gelet op de besprekingen hierover in het algemeen bestuur d.d.
23 februari en 24 maart 2023, heeft het dagelijks bestuur de kadernota ook voorgelegd aan het algemeen bestuur, voordat de kadernota is verzonden aan de gemeenteraden. Dit sluit ook aan bij het bestuurlijke gebruik binnen de veiligheidsregio. Tevens zal een vooruitblik worden gegeven op de lopende voorbereidingen voor de totstandkoming van het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027. Deze wettelijke planvorm moet één keer per vier jaar worden vastgesteld. In het najaar 2023 wordt het concept-beleidsplan besproken met de gemeenteraden. De kadernota gaat ook in op de ontwikkelingen en risico’s die worden onderkend, ter voorbereiding op het opstellen van de ontwerp-programmabegroting 2024.
2.
Beleidskader 2024
2.1.
Ontwikkeling veiligheidsregio
De veiligheidsregio is gestart op 1 januari 2011 (na invoering van de Wet veiligheidsregio’s). Deze start viel samen met de regionalisering van de gemeentelijke brandweerkorpsen en het samengaan met de toenmalige regionale brandweer Hollands Midden. De brandweer is het sterkste en door burgers best gewaardeerde overheidsmerk. Dat is niet voor niets. Daar zijn we trots op, maar het is ook elke dag weer hard werken om het waar te maken. In de afgelopen jaren heeft zich naast de brandweertaak ook de multidisciplinaire crisisbeheersing (waaronder de GHOR en Bevolkingszorg) steeds meer ontwikkeld. Tijdens de achtereenvolgende langdurige crises corona, het huisvesten van Oekraïense vluchtelingen en de ondersteuning bij de stagnerende landelijk aanpak van de opvang van asielzoekers, heeft de veiligheidsregio de coördinatie opgepakt en (deels) de uitvoering. De combinatie, binnen één organisatie, van de regelkracht van de brandweer en de organisatiekracht van de crisisbeheersing, heeft hierin een duidelijke meerwaarde laten zien. Deze crises zijn te typeren als langdurig, met een bovenregionaal / landelijk karakter en met grote maatschappelijke impact. Alhoewel dit type crisis nieuw was voor de veiligheidsregio, is duidelijk geworden dat de veiligheidsregio een onmisbare motor is om als (verlengd) openbaar bestuur invulling te kunnen geven aan de crisisverantwoordelijkheden.
Wel is ook duidelijk geworden dat bij die uitvoering ook roofbouw is gepleegd op de organisatie en dat die aan de grenzen van haar mogelijkheden is gekomen. Het algemene beeld is dat de veiligheidsregio alleen met het nodige kunst- en vliegwerk in staat is geweest om operationeel te blijven. Het bovenstaande laat zien dat de veiligheidsregio een jonge organisatie is, waarvan de taakuitvoering en rolopvatting in ontwikkeling is. Door allerlei ontwikkelingen in de samenleving zal de veiligheidsregio voor steeds nieuwe opgaven komen te staan, zoals de afgelopen jaren hebben laten zien. Het is noodzakelijk om de veiligheidsregio - dus zowel brandweer als crisisbeheersing - zodanig toe te rusten, dat zij in de toekomst kan meebewegen en - ontwikkelen. Deze opgaven vragen, naast het blijven uitvoeren van de bestaande taken, om een groot verandervermogen.
2.2.
Proces nieuw regionaal beleidsplan 2024-2027
Op grond van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr; artikel 14) moet het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan opstellen. Het regionaal risicoprofiel levert hiervoor mede inbreng. Sinds de oprichting van de veiligheidsregio in 2011 laten de achtereenvolgende beleidsplannen een duidelijke ontwikkeling zien van deze jonge organisatie; zowel in inhoudelijk als organisatorisch opzicht. Begonnen als geregionaliseerde brandweerorganisatie ontwikkelt de veiligheidsregio zich naar een brandweer- én crisismanagement organisatie. Hierbij aansluiting zoekend bij de snel veranderende wereld en de opgaven die hierbij aan de veiligheidsregio worden gesteld. Het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027 is een volgende stap hierin. Een belangrijke en spannende stap, omdat meer dan voorheen een beroep wordt gedaan op de kracht en het verandervermogen van de organisatie om deze opgaven te realiseren. Het nieuwe beleidsplan moet de organisatie op dit spoor van de toekomst zetten. De inhoudelijke beleidskaders voor het nieuwe beleidsplan worden nader toegelicht in paragraaf 2.3. Dit najaar wordt het concept-regionaal beleidsplan besproken met de gemeenteraden.
2
In de veiligheidsregio wordt voor de duur van de beleidsplanperiode ook het meerjarig budgetplafond vastgesteld (conform bestuurlijke afspraak). Dit is ook geval voor de huidige beleidsplanperiode 20202023. De programmabegroting 2024 is de eerste begroting van voor de nieuwe beleidsplanperiode 2024-2027. Op verzoek van het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio is getracht om voor de begroting 2024 al inzicht te geven in de wenselijke financiële middelen voor de nieuwe beleidsplanperiode, binnen de geldende bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio. Echter, met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in deze kadernota, is het going concern van de veiligheidsregio gedekt en zijn er geen financiële middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen die op grond van het nieuwe regionaal beleidsplan 20242027 noodzakelijk worden geacht. De discussie daarover wil het bestuur van de veiligheidsregio voeren tegelijk met de discussie en besluitvorming over het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027. Hierbij zullen ook de bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio (o.a. Cebeonnorm en meerjarig budgetplafond) opnieuw beoordeeld worden.
2.3.
Opgaven nieuw regionaal beleidsplan 2024-2027
De voorbereidingen voor het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027 zijn onderweg. Onderstaande opgaven en doelstellingen worden nu nader uitgewerkt. Hoe trots we ook zijn op de prestaties die geleverd zijn en worden door de veiligheidsregio, de huidige organisatie zal slechts beperkt in staat zijn om structureel invulling te geven aan de nieuwe opgaven. De nieuwe opgaven vragen daarom om extra uitgaven. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleidsplan zal dit inzichtelijk gemaakt worden. De samenleving verandert steeds sneller (VUCA-wereld1). Dit blijkt ook o.a. uit het nieuwe regionaal risicoprofiel en de landelijke toekomstverkenningen over brandweer en crisisbeheersing. Deze ontwikkelingen zijn natuurlijk al veel langer aan de gang, maar zijn mede door de coronacrisis nog duidelijker zichtbaar geworden. Duidingen die hieraan gegeven worden, zijn ontwikkelingen naar: een duurzame, verdichte, horizontale, datagedreven, gefragmenteerde, veerkrachtige en geopolitieke samenleving. Deze ontwikkelingen moeten een plek krijgen in de taakuitvoering en rolopvatting van de veiligheidsregio. De risico’s die deze ontwikkelingen met zich meebrengen zijn benoemd in het recent vastgestelde Regionaal Risicoprofiel VRHM 2023-2026. Dit vraagt van de veiligheidsregio om op meerdere borden te schaken en continue te schakelen.
Tien jaar na de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s heeft een landelijke evaluatie plaatsgevonden. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg. Hierin zijn ook de eerste lessen uit de coronacrisis verwerkt. Op basis van de contourennota wordt ingezet op het versterken van de (bovenregionale) crisisbeheersing en de informatievoorziening van veiligheidsregio’s. Het Rijk stelt hiervoor extra middelen ter beschikking via een verhoogde Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDuR-uitkering) aan de veiligheidsregio’s. Ontwikkelingen in de samenleving en het wettelijk stelsel maken dat de opgaven van de veiligheidsregio veranderen en complexer worden. Dit inzicht vertaalt zich in vier opgaven, waarop de veiligheidsregio moet worden versterkt in de komende jaren. Een deel van deze opgaven komt voort
1
VUCA is de snel veranderende wereld waarin individuen en organisaties zich op dit moment bevinden, die zich kenmerkt door een hoge mate van onzekerheid en complexiteit. VUCA geeft ook het belang aan van aanpassingsvermogen nu het steeds lastiger wordt om plannen met een tijdspanne van vijf of tien jaar tot in detail uit te werken. VUCA is een acroniem. De vier letters in het acroniem komen van de Engelse termen: Volatile (snel veranderend), Uncertain (onzeker), Complex (complex), Ambiguous (vaag/dubbelzinnig).
3
uit het huidige beleidsplan, doordat hieraan nog onvoldoende invulling is gegeven door capaciteitsgebrek.
Opgave 1 - Wij staan voor onze rol als deskundig partner en adviseur in (fysieke) veiligheid Advisering Onze advisering is kwalitatief op orde en gebaseerd op actuele kennis en inzichten van nieuwe risicotypen.
Risicogericht Het geven van adviezen en het houden toezicht daar waar wij de grootste impact kunnen maken.
Netwerk We hebben afspraken met ons professioneel netwerk van partners (conform partnerprofielen) en breiden dit netwerk verder uit.
Zelf- en samenredzaamheid We stimuleren het veiligheidsbewustzijn en vergroten het handelingsperspectief van burgers
De samenleving krijgt steeds vaker te maken met nieuwe en soms onvoorspelbare ontwikkelingen, die ingrijpen op het leven van alledag. De continuïteit van de samenleving en het huidige veiligheidsniveau staan onder druk. Uit onder meer het nieuwe regionaal risicoprofiel blijkt dat bestaande risico’s toenemen en dat er nieuwe risico’s voor de samenleving bij komen. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid, energietransitie, vergrijzing en polarisatie, zogenoemde aanjagers, vergroten nog eens de kans op en de effecten van risico’s. Voorkomen is beter dan genezen. Om te werken aan een veilige samenleving is het van belang dat de advisering over (fysieke) veiligheid is geborgd in het bestuurlijke besluitvormingsproces. Hiervoor moet eerder en meer met gemeenten en partners in gesprek worden gegaan over het belang van veiligheid bij de inrichting van de leefomgeving. Hierbij wordt het veiligheidsbelang afgewogen naast andere belangen. Daarom is het belangrijk dat de veiligheidsregio de ondergrens bewaakt van de (fysieke) veiligheid, en daarmee ook dat van het operationeel optreden van de hulpdiensten. Investeren in kennis en deskundigheid van de adviesfunctie van de veiligheidsregio is dus belangrijk.
Op de hoogte zijn van veranderende en nieuwe risico’s, maar ook mee kunnen met het nieuwe ‘speelveld’ van het omgevingsrecht is vereist om te kunnen adviseren in de huidige tijd. Dit betekent dat er proactief en verbindend geacteerd dient te worden in verschillende netwerken. Wanneer hierin onvoldoende wordt geïnvesteerd zullen adviseurs in het nieuwe omgevingsrecht onvoldoende aan kunnen sluiten, onvoldoende kunnen inbrengen bij de omgevingstafels, zullen vergunningsaanvragen niet bekeken worden met kennis van de nieuwste en belangrijkste risico’s en wordt geen toezicht gehouden op deze risico’s. In het belang van een veilige samenleving dient de veiligheidsregio dus de belangrijke rol van deskundig partner en adviseur in (fysieke) veiligheid op zich te nemen. Om deze rol goed te vervullen, nu en in de toekomst, wordt bij de prioritering van de advisering en het toezicht risico- en toekomstgericht gewerkt op basis van impact en waarschijnlijkheid. Dit zijn nieuwe werkwijzen en dit vraagt om een bewuste keuze en reflectie. Toekomstgericht wil zeggen dat de nieuwe ontwikkelingen en risico’s worden meegenomen in de advisering. Het opdoen van kennis en deskundigheid over risico’s is niet alleen belangrijk in de rol van adviseur richting gemeenten en andere partners.
Ook burgers dienen goed op de hoogte gehouden te worden van de veranderende en nieuwe risico’s binnen onze samenleving. En dan vooral hetgeen ze zelf
4
kunnen doen om deze risico’s te voorkomen, beperken of bestrijden. Wanneer burgers voldoende zelf- en samenredzaam zijn, neemt de kans op slachtoffers tijdens incidenten af. Het werken aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de samenleving blijft daarom ook een prioriteit.
Opgave 2 - Wij bouwen verder aan een moderne en daadkrachtige hulpverlenings- en crisisorganisatie Inrichting crisisorganisatie Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie is ingericht en toegerust om ook nieuwe risico’s en incident- en crisistypen het hoofd te kunnen bieden
Informatiegestuurde veiligheid Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie heeft de beschikking over relevante en actuele informatie om haar werk goed te kunnen doen
Vakbekwaamheid Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie heeft de beschikking over aantoonbaar vakbekwame professionals
Maatschappelijke betrokkenheid Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie benut de betrokkenheid en (samen)redzaamheid van burgers
Zoals bij opgave 1. reeds geschetst, krijgt de samenleving krijgt steeds vaker te maken met nieuwe en soms onvoorspelbare ontwikkelingen, die ingrijpen op het leven van alledag. De continuïteit van de samenleving en het huidige veiligheidsniveau staan onder druk. Uit onder meer het nieuwe regionaal risicoprofiel blijkt dat bestaande risico’s toenemen en dat er nieuwe risico’s voor de samenleving bij komen. Aanjagers vergroten nog eens de kans op en de effecten van risico’s. Deze risico’s leiden tot veranderende en nieuwe incident- en crisistypen in de samenleving. Dit betekent zowel een andere taakinvulling, als ook een andere rolopvatting van de veiligheidsregio. Bij toekomstige incidenten en crises, waarvan de complexiteit en verwevenheid naar verwachting alleen maar zullen toenemen, gaat het multidisciplinaire perspectief van de veiligheidsregio steeds belangrijker worden. Hierbij heeft de veiligheidsregio een (cruciale) verbindende rol. Het is aan de veiligheidsregio en haar partners om zich voor te bereiden op deze nieuwe taak en rol. De inspanningen zijn in eerste instantie gericht op het voorkomen en beperken van incidenten en crisis (zie opgave 1), maar dit zal niet altijd lukken. En dan rekent de samenleving op ‘haar’ hulpverleningsen crisisorganisatie.
Sinds de regionalisering van de brandweer en de oprichting van de veiligheidsregio in 2011 zijn belangrijke stappen gezet in het opzetten van een deskundige, daadkrachtige en behulpzame hulpverlenings- en crisisorganisatie. Gelet op de veranderende en nieuwe incident- en crisistypen, en de lessen uit de recente crises, moet verder gebouwd worden aan een moderne en daadkrachtige hulpverlenings- en crisisorganisatie. Dit vergt investeringen in de inrichting van een moderne en daadkrachtige hulpverlenings- en crisisorganisatie. Het mee kunnen blijven bewegen en klaar zijn voor een diversiteit aan nieuwe hulpvragen en langdurige crises vraagt om (flexibele) inzet, capaciteit, uithoudingsvermogen en continuïteit van de hulpverlenings- en crisisorganisatie. Nieuwe hulpvragen en crises vragen ook om inhoudelijke voorbereiding. Hiervoor zijn investeringen nodig om vakbekwaam te worden en te blijven, operationele voorbereiding met (boven)regionale partners vorm te geven en nieuwe netwerk- en samenwerkingsverbanden op te zetten.
5
Om eerder in positie te zijn, te beschikken over de juiste (operationele) informatie en deze informatie te kunnen uitwisselen met partners, moet geïnvesteerd worden in de informatiepositie van de veiligheidsregio. Dit is van essentieel belang om de toenemende complexiteit en verwevenheid van toekomstige incidenten en crises aan te kunnen. De maatschappelijke betrokkenheid van veel burgers is groot. Dit blijkt niet alleen uit de vele brandweervrijwilligers, maar ook door de inzet van vrijwilligers(-organisaties) bij incidenten en crises. Deze betrokkenheid en inzet kan beter benut worden.
Opgave 3 - Wij tonen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid Duurzaamheid Wij werken aan een duurzame organisatie.
Gezondheid We zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving.
Divers, inclusief, gelijkwaardig We willen een afspiegeling van de samenleving zijn: divers, inclusief en gelijkwaardig.
De samenleving maakt werk van duurzaamheid, sociale veiligheid, gezondheid, diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie. De samenleving is in ontwikkeling op deze thema’s en verandert hierdoor. Dit geldt ook voor de veiligheidsregio. Als (overheids-)organisatie is het onze verantwoordelijkheid om hier mede invulling aan te geven en dat willen we zelf ook. Meer en meer blijkt dat de mate van invulling hieraan geven medebepalend is voor jongere generaties bij de keuze van een nieuwe werkgever. Gelet op haar opgaven wil de veiligheidsregio een aantrekkelijke werkgever zijn voor nieuwe talenten, maar ook een goede werkgever voor haar huidige medewerk(st)ers en talenten. De huidige organisatie is een betrouwbare, maar traditionele, operationele uitvoeringsorganisatie. Om een omslag te kunnen maken en invulling te kunnen geven aan de nieuwe opgaven, zijn alle talenten en kwaliteiten in de samenleving nodig. Daarom dient geïnvesteerd te worden in het diverser en inclusiever maken van de organisatie. Ook het kunnen bieden van een veilige en gezonde werkomgeving vraagt om extra investeringen. Onze organisatie draait immers om mensen. De gezondheid en vitaliteit van de medewerkers en het meebewegen met de levenscyclus van een medewerker zijn belangrijk voor het behoud van een gezond operationeel personeelsbestand en daarmee voor de continuïteit. Zowel fysiek als mentaal.
De medewerkers met een operationele functie moeten hun werk veilig doen en mentaal weerbaar zijn voor de (nieuwe) uitdagingen van het werk. Met het verduurzamen van de organisatie is een bescheiden start gemaakt, maar een belangrijke impuls hierop is noodzakelijk. Het gaat dan o.a. om het verduurzamen van kazernes (deels in eigendom van gemeenten), het wagenpark, materieel, het inkoopproces en inzetprocedures.
6
Opgave 4 - Wij werken aan een wendbare organisatie en omarmen nieuwe werkwijzen Cultuur en leiderschap Onze cultuur en leiderschap is ingesteld op veranderende en complexere opgaven.
Werkwijzen Onze werkwijzen passen bij veranderende en complexere opgaven.
Solide organisatie Onze organisatie is ingericht op veranderende en complexere opgaven.
Bovenstaande opgaven 1, 2 en 3 zijn het gevolg van veranderingen in de samenleving. Invulling geven aan deze opgaven verlangt een grote inspanning van de veiligheidsregio. Deze opgaven zijn anders en complexer. Dit vraagt van de organisatie om op meerdere borden te schaken en continu te schakelen. Het betekent dat de organisatie wendbaarder moet worden en ook met nieuwe werkwijzen moet gaan werken. Het gaat niet om te veranderen om het veranderen, maar om te anticiperen op ontwikkelingen en te verbeteren. Dit vraag om investeringen binnen alle geledingen van de organisatie, op zowel kwaliteit als capaciteit. De formatie moet zowel kwantitatief als kwalitatief op orde zijn en passen bij de opgaven. Hierbij is het belangrijk om de rollen en werkwijzen in veranderende en complexere opgaven te (onder)kennen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor leiderschap en het investeren in het lerend vermogen, lef om te experimenteren en inzicht hebben in zowel proces als resultaat. Hierbij wordt de ondersteuning door data steeds belangrijker, om informatie gestuurd te kunnen werken en besluiten te nemen. Dit vraagt om investeringen in ondersteunende IT-middelen en daarvoor opgeleiden mensen.
3.
Financieel kader 2024
3.1.
Bestuurlijke afspraken financiering veiligheidsregio
Bij de start van de veiligheidsregio en de regionalisering van de brandweer in 2011 is de bestuurlijke afspraak gemaakt, dat de kosten van de veiligheidsregio gedekt worden via het sub-clusteronderdeel voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding in het Gemeentefonds, minus 5,6% ter dekking van de gemeentelijke kosten voor rampenbestrijding/crisisbeheersing (Cebeon-norm; zie Bijlage onder 1.). Voor deze financieringsafspraak is gekozen, omdat het een objectieve maatstaf is voor het financiële plafond en de onderlinge kostenverdeling tussen gemeenten. Bij een herverdeling van het gemeentefonds (en daarmee de Cebeon-norm), zoals per 1 januari 2023, kan dit leiden tot een gewijzigde onderlinge kostenverdeling. Dit heeft consequenties voor de individuele bijdragen van gemeenten aan de veiligheidsregio (zowel voordeel- als nadeelgemeenten). De totale bijdrage aan de veiligheidsregio verandert hierdoor echter niet. Door ontwikkelingen binnen het gemeentefonds kan ook de Cebeon-norm wijzigen. Het is echter geen automatisme dat hierdoor ook het budgetplafond voor de veiligheidsregio wijzigt. Het vaststellen van de hoogte van het budgetplafond is altijd voorbehouden aan het algemeen bestuur (en via zienswijzen van gemeenteraden).
7
In 2024 ontvangen de gezamenlijke gemeenten substantieel meer via het Gemeentefonds dan dat zij op basis van de Cebeon-norm bijdragen aan de taakuitvoering van de veiligheidsregio (oplopend tot € 9,1 miljoen; zie Bijlage onder 6.). Door de herverdeling van het gemeentefonds zijn er wel onderlinge verschillen tussen gemeenten. Verder is de bestuurlijke afspraak gemaakt dat meerjarige financieringsafspraken worden gemaakt voor de duur van en voorafgaand aan een beleidsplanperiode (vier jaar). Dit geeft financiële stabiliteit en bedrijfszekerheid voor zowel de gemeenten als de veiligheidsregio. Bij de discussie en besluitvorming over het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027 worden bovenstaande bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio opnieuw beoordeeld. Om de taken in continuïteit te kunnen uitvoeren moet de veiligheidsregio een waardevaste begroting hebben. Daarom is de bestuurlijke afspraak gemaakt van een faire indexeringsmethodiek, met nacalculatie. De gemeentelijke werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden (FKGR) ziet hierop toe. De afgelopen jaren heeft de veiligheidsregio bewezen een betrouwbare en transparante verbonden partij te zijn voor gemeenten.
Mede door de bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio, heeft de veiligheidsregio geen tussentijdse begrotingswijzigingen ingediend. En positieve jaarrekeningresultaten zijn gerestitueerd aan de gemeenten.
3.2.
Financiële kaders
Voor het opstellen van de ontwerp-programmabegroting 2024 worden de volgende kaders toegepast: 1.
het advies van de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen wordt gevolgd Het advies van de werkgroep is om voor de begroting 2024 een prijsindexatie toe te kennen van 6,4% voor beloning werknemers en 9,0% voor netto materieel. Voor de veiligheidsregio betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023. Voor meer informatie verwijzen naar Bijlage onder 2. 2. de gemeentelijke bijdragen worden aangepast aan de nieuwe verhoudingen tussen de gemeenten ten aanzien van de Cebeon-norm na herijking van het gemeentefonds Per 1 januari 2023 is er een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Hierdoor is ook de Cebeonnorm veranderd. Dit heeft gevolgen voor de onderlinge verhouding van de bijdragen per gemeente aan de veiligheidsregio: hierbij zijn er nadeel- en voordeel gemeenten. Voor het totale budget van de veiligheidsregio heeft dit geen gevolgen. De bestuurlijke afspraak is dat deze gevolgen worden verwerkt per beleidsplanperiode. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage onder 3.
8
3. het is noodzakelijk om, in verband met onvermijdelijke uitgaven, de gemeentelijke bijdragen te verhogen zodat het budget van de veiligheidsregio met € 2.520.800 toeneemt Dit zijn extra budgetten die nodig zijn om de huidige taakuitvoering van de veiligheidsregio in continuïteit te kunnen blijven uitvoeren. Het gaat hierbij allereerst om het materialiseren van al eerder benoemde risico’s (nieuwe meldkamer, meer opleidingen brandweervrijwilligers) en een eerder genomen besluit (waterwagens brandweer/bluswatervoorziening) waarvoor nu een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen noodzakelijk is, alsmede onontkoombare kosten bij eigendomsverkrijging van brandweerkazernes en informatieveiligheid. Verder gaat het hierbij om nieuwe structurele kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving (rechtsmatigheidsverantwoording, verduurzaming, taakdifferentiatie), branchestandaarden/normeringen (formatie 24-uursdienst brandweer, beheer/onderhoud brandweerkazernes) of landelijke afspraken (informatieveiligheid SOC/CERT). De veiligheidsregio is gehouden hieraan te voldoen. Door de uitloop van de vervangingsinvesteringen voor veel brandweermaterieel, was er in de afgelopen jaar een (grote) incidentele onderuitputting van de kapitaalslasten beschikbaar. Door de noodzakelijke vervanging van veel brandweermaterieel is deze onderuitputting niet meer beschikbaar.
Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage onder 4. 4. de hogere Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) wordt ingezet voor de versterking van de crisisbeheersingsorganisatie, de (landelijke) informatiepositie en het te realiseren knooppunt coördinatie Regio’s en Rijk De Rijksuitkering BDuR wordt structureel verhoogd met € 1,4 miljoen in 2023 en deze verhoging loopt op tot € 2,4 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomst gericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijks geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio (bijv. brandweerzorg). Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage onder 5.
Samenvattend leiden bovenstaande kaders tot de volgende ontwerp-programmabegroting en de bijdragen per gemeente:
9
Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braasem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden
2024 met indexering 7.424.932 2.536.347 5.341.118 1.380.255 1.989.873 4.034.991 3.839.142 11.626.259 1.916.498 1.639.931 1.814.177 3.370.616 1.524.909 2.277.187 1.572.460 1.724.535 759.186 2.735.000 57.507.416
Herverdeling gemeentefonds 3.628 -24.040 4.333 48.383 -42.973 8.391 -211.076 -129.854 57.754 -58.545 -33.359 -101.633 100.785 78.410 106.122 142.097 -113.549 165.126 0
Onvermijdelijke extra uitgaven 324.881 110.137 234.552 62.416 85.330 176.340 158.464 508.152 86.617 69.271 77.641 143.541 71.013 102.789 73.399 81.315 28.292 126.650 2.520.800
2024 Totaal VRHM 7.753.441 2.622.444 5.580.002 1.491.054 2.032.229 4.219.721 3.786.530 12.004.557 2.060.869 1.650.657 1.858.459 3.412.525 1.696.707 2.458.386 1.751.981 1.947.947 673.928 3.026.776 60.028.216
Cebeon-norm 2024 verschil 8.578.000 -824.559 2.908.000 -285.556 6.193.000 -612.998 1.648.000 -156.946 2.253.000 -220.771 4.656.000 -436.279 4.184.000 -397.470 13.417.000 -1.412.443 2.287.000 -226.131 1.829.000 -178.343 2.050.000 -191.541 3.790.000 -377.475 1.875.000 -178.293 2.714.000 -255.614 1.938.000 -186.019 2.147.000 -199.053 747.000 -73.072 3.344.000 -317.224 66.558.000 -6.529.784
De gemeentelijke bijdrage aan de veiligheidsregio in 2024 is vermeld in de kolom Totaal VRHM. Uit de vergelijking met de kolom Cebeon-norm 2024 blijkt dat de bijdrage van alle gemeenten ruimschoots (€ 6,5 miljoen) onder de afgesproken Cebeon-norm blijft in 2024.
4.
Risico’s
In de Kadernota 2024 worden de volgende risico’s onderkend: Meerkosten die samenhangen met de taken van de veiligheidsregio De crisis van de afgelopen jaren (Covid, Vluchtelingen) betekenden (en betekenen) een substantieel beslag op de financiële middelen van de veiligheidsregio. Hoewel (uiteindelijk) deze kosten wel zijn/worden vergoed door het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het COA zat/zit er een lange tijd tussen de periode waarop de kosten zijn gemaakt en het moment van vergoeding. Dit heeft voor de veiligheidsregio een forse aanslag op de liquiditeitspositie betekent waardoor meermalen een (kortstondige) lening moest worden aangetrokken. De omvang in dezen kan niet binnen de beschikbare weerstandscapaciteit worden opgevangen. Indexering en waardevaste begroting Net als gemeenten wordt ook de veiligheidsregio geconfronteerd met een zeer hoge inflatie en sterk gestegen prijzen. Daarnaast is een (principe)akkoord over de nieuwe arbeidsvoorwaarden voor medewerkers in dienst bij de Veiligheidsregio’s bereikt. Het principeakkoord gaat in op 2 januari 2023, kent een looptijd van 16 maanden tot 1 mei 2024 en leidt tot een structurele loonsverhoging van (gemiddeld) 7,5%. Bij een hoge inflatie als in 2022 en 2023 en de loonkostenstijging uit de nieuwe Cao 2023 is de indexering zoals toegepast voor de veiligheidsregio niet meer toereikend. .
Vervroegde uitstroom en krapte op de arbeidsmarkt Als gevolg van vervroegd uittreden en toegenomen arbeidsmobiliteit van het beroepsbrandweerpersoneel (vóór het einde 20-jarig dienstverband), maar ook van brandweervrijwilligers, wordt de veiligheidsregio geconfronteerd met extra kosten voor opleidingen, trainingen en oefeningen.
10
Ook de veiligheidsregio ondervindt problemen bij het invullen van openstaande vacatures door de krapte op de arbeidsmarkt. Sommige vacatures zijn zeer moeilijk in te vullen. Dit betekent extra kosten voor werving en het extern (inhuur) tijdelijk moeten invullen van deze vacatures. Tweede loopbaanbeleid Sinds 2006 is Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO) voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1-1-2006 mag men de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer een tweede loopbaan te verwezenlijken die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de veiligheidsregio. Het brandweervak is in de loop van de jaren veranderd, waardoor nieuw onderzoek nodig is over onder andere bezwarendheid. In opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s is door de Universiteit Maastricht een vierjarig onderzoek gestart dat bouwstenen en inzichten moet opleveren die het duurzaam gezond en veilig verrichten van zwaar brandweerwerk bevorderen. LOAV-partijen (Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio's) hebben afgesproken geen onomkeerbare besluiten te nemen in afwachting van de onderzoeksresultaten van de Universiteit Maastricht.
Onderhandelingen over herziening van hoofdstuk 9a (Ambtenaren die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een bezwarende functievinden vinden uitsluitend in het LOAV plaats. Volgens de huidige gemaakte afspraken moeten de eerste werknemers op wie het tweede loopbaanbeleid van toepassing is uitstromen met ingang van 2026. Regelmatig besluiten medewerkers reeds eerder dan de afgesproken twintig jaar de organisatie te verlaten. Hierdoor moeten extra inspanningen worden gedaan op het gebied van werving en selectie. Tevens leidt het tot hogere kosten op gebied van opleiding en training. Taakdifferentiatie De landelijk invoering van taakdifferentiatie is uitgesteld, nu de wettelijke rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het verschil tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. De komende jaren wordt gewerkt aan een landelijk implementatieplan. Voor de dekking van de financiële consequenties hiervan (voor VRHM € 350.000 per jaar) wordt een beroep gedaan op de systeemverantwoordelijke, de minister van Justitie en Veiligheid. Gelet op dit tijdshorizon en de vele onduidelijkheden wordt deze mogelijke toekomstige investering als onderdeel van het tweede kader (De Veiligheidsregio blijft in de huidige tijd) als een PM-post ingebracht.
Zodra er meer duidelijkheid is over het voorstel en de financiering zal dit afzonderlijk worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Cyber- en digitale verstoringen / Informatiebeveiliging veiligheidsregio’s Een van de hedendaagse risico’s wordt gevormd door cyber en digitale verstoringen. Er hebben zich diverse cyberaanvallen en digitale verstoringen voorgedaan in Nederland. De afhankelijkheid van digitale systemen is zó groot geworden dat aantasting van deze systemen kan leiden tot een ontwrichting van de organisatie. Cyber-verstoringen hebben een forse impact op getroffen organisaties. Andere expertise is nodig, de dynamiek is anders in vergelijking met klassieke (nietdigitale) incidenten. Door het Veiligheidsberaad is het versnellingsprogramma Informatieveiligheid vastgesteld (2021). Het doel van dit programma is om in 2023 te voldoen aan de gehele landelijk BIO-norm (110 normen). Het versnellingsprogramma leidt tot een forse investering van de veiligheidsregio in informatieveiligheid/cyberveiligheid. De nieuwe Digitale Agenda Gemeenten 2024 (VNG) wordt hierin meegenomen. Deze investeringen komen boven op de reeds genomen ICT-maatregelen op basis van een eerdere risico-inventarisatie ten aanzien van verschillende verschijningsvormen van cyberdreigingen.
11
Goed werkgeverschap na dienstongevallen Veiligheidsregio’s zijn door een aantal interne en externe ontwikkelingen zich bewust geraakt van het belang van modernisering van de afspraken over aansprakelijkheid en verzekering van medewerkers die getroffen worden door een ongeval tijdens het werk. Besloten is om een landelijk expertisebureau (Stichting Expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s) op te richten. De veiligheidsregio’s sluiten een deelnemersovereenkomst met deze stichting dat ondersteunt bij de afhandeling van ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. Om aanspraken die niet verzekerbaar zijn in gezamenlijkheid te financieren in een mix van verzekeren en zelf/samen dragen, is de oprichting van een separate Stichting Waarborgfonds voorzien. Het op te richten Waarborgfonds financiert in ieder geval de niet verzekerbare aanspraken als bedoeld in de Landelijke Regeling Aanspraken na dienstongevallen. In ieder geval houdt in dat ook de verzekerbare aanspraken (tijdelijke arbeidsongeschiktheid en medische kosten) naar alle waarschijnlijkheid worden gefinancierd uit het Waarborgfonds. Blootstelling aan asbest is geen dienstongeval maar een beroepsziekte. Bij een ongeval gelden de kenmerken: plotseling, onverwacht, van buiten inwerkend geweld op het lichaam van betrokkene.
Omdat het gaat om een beroepsziekte valt een toekomstige claim niet binnen het doel waarvoor het op te richten Waarborgfonds wordt opgericht en is daarom niet gedekt. Duurzaamheid Het thema duurzaamheid is onderdeel van het beleidsplan. Ook komen de wettelijke klimaatdoelstellingen steeds dichterbij (49% CO2-reductie in 2030, 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990). De veiligheidsregio heeft op het onderwerp duurzaamheid het volgende uitgangspunt: niet alleen via duurzaamheid inzetten op het verminderen van onze CO2-uitstoot, maar óók een bijdrage leveren aan een eerlijke en sociale samenleving. Wat betreft gebouwen, wagenpark en aanschaf van producten speelt duurzaamheid een steeds belangrijkere rol. De veiligheidsregio geeft hier bijvoorbeeld invulling aan bij de (ver)bouw van kazernes, waarbij isolatie, zonnepanelen en luchtwarmtepompen worden aangebracht en geen gas meer wordt gebruikt. Duurzame hulpdienstverlening gaat over het verduurzamen van onder meer onze inzetten en activiteiten op het gebied van Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). Daarnaast beogen we een cultuuromslag om duurzaamheid blijvend in de organisatie te verankeren. Met het verduurzamen van de organisatie is een bescheiden start gemaakt, maar een belangrijke impuls hierop is noodzakelijk. Het gaat dan o.a.
om het verduurzamen van kazernes (deels in eigendom van gemeenten), het wagenpark, materieel, het inkoopproces en inzetprocedures. Overige baten als algemene dekkingsmiddel Sommige baten uit overeenkomsten zijn hoger dan de specifieke lasten die daar binnen de organisatie tegenover staan. Bij het opzeggen van deze overeenkomsten door de wederpartij staat de veiligheidsregio voor de opgave het wegvallen van deze overige baten als algemene dekkingsmiddel op te vangen. Risico’s GHOR Hollands Midden De GHOR bereid met de veiligheidsregio, GGD, gemeenten en omgevingsdiensten zich al jaren voor op de inwerkingtreding van de omgevingswet. In samenwerking met landelijke GHOR-werkgroepen zijn er diverse producten opgeleverd die de adviesrol van GHOR helpen vormgeven en ook met de diverse partners besproken zijn en gedeeld zijn. Na de ingang van de omgevingswet zal moeten worden bezien of de beschikbare personele capaciteit die de GHOR hiervoor heeft volstaat om de adviesrol goed op te pakken. De GHOR maakt gebruik accounthouders van de VRHM die voor de GHOR een belangrijke signalerende en voorbereidende functie hebben. Of die werkwijze na ingang van de omgevingswet voldoende functioneel is, valt nu nog niet te zeggen.
12
De evaluatie van de Wet Veiligheidsregio en de rol van de GHOR en de directeur Publieke gezondheid lijkt vanuit de contourennota geen grote veranderingen voor de GHOR in te houden. De GHOR als verbinding tussen veiligheid en zorg blijft daarmee staan. De GHOR bevindt zich in een dynamisch veld dat voortdurend in beweging is en zal blijven. Nieuw regionaal beleidsplan 2024-2027 Eind 2023 wordt het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027 vastgesteld. De eventuele extra uitgaven die voortvloeien uit de opgaven in dit beleidsplan zijn niet meegenomen in deze kadernota. Op basis van de verdere uitwerking en besluitvorming over het nieuwe beleidsplan zal het bestuur hierover een besluit nemen. De eventuele extra uitgaven zullen op z’n vroegst verwerkt worden in de begroting 2025. In de uitwerking van het nieuwe beleidsplan wordt ook de huidige financiering systematiek van de veiligheidsregio opnieuw beoordeeld en vastgesteld. Het gaat dan o.a. om de huidige bestuurlijke afspraken met betrekking tot het gebruik van de Cebeon-norm, de doorwerking bij een herijking van het Gemeentefonds en het meerjarige budgetplafond. De eventuele consequenties zullen op z’n vroegst verwerkt worden in de begroting 2025.
13
BIJLAGE 1.
Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen
Ook voor het begrotingsjaar 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 zijn de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio bepalend (besluit Algemeen Bestuur 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019). Bij het besluit tot regionalisering en start van Brandweer Hollands Midden (hierna te noemen: veiligheidsregio) in 2011 is 2009 als referentiejaar voor het gewenste referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Dit referentiebudget wordt jaarlijks geïndexeerd. Het gebruik van deze systematiek levert een objectieve verdeelsleutel op tussen gemeenten en een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. Bij de start in 2011 zat de veiligheidsregio 16,6% boven de Cebeon-norm, voor een bedrag van € 6,2 miljoen. De nieuwe veiligheidsregio kreeg de bezuinigingsopgave mee om haar taken (brandweerzorg en crisisbeheersing) te realiseren voor maximaal dit budget. In 2018 heeft de veiligheidsregio deze bezuiniging gerealiseerd. Sinds die tijd is er geen substantiële verhoging van de begroting geweest (anders dan de afgesproken indexering en enkele kleinere budgetuitbreidingen voor digitalisering en arbeidshygiëne). Bij aanvang van de huidige beleidsplanperiode 2020-2023 was de begroting c.q.
het budgetplafond van de veiligheidsregio reeds substantieel lager (-/- € 1,4 miljoen) dan het referentie-budget. Bij ongewijzigd beleid en door ontwikkelingen binnen het Gemeentefonds, neemt dit vanaf de start van de komende beleidsplanperiode in 2024 toe tot -/- € 9,1 miljoen (voor alle gemeenten gezamenlijk). In de komende beleidsplanperiode (start 2024 tot en met 2027) is een stijging voorzien van het referentie-budget voor de gezamenlijke gemeenten van ruim € 5 miljoen per jaar. De gezamenlijke gemeenten ontvangen dus via het Gemeentefonds substantieel (steeds) meer dan dat zij op basis van het referentie bijdragen aan de taakuitvoering van de veiligheidsregio. Door de herverdeling van het gemeentefonds zijn er wel onderlinge verschillen tussen gemeenten.
1.1.
Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (AB 31 maart 2016)
Het gemeentefonds omvat uitkeringsformules per ‘cluster’ (taakgebieden). Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding en Overige Orde en Veiligheid (OOV). OOV betreft de taken in de sfeer van handhaving, toezicht en preventie (stads- en dorpswachten, criminaliteitspreventie, cameratoezicht, APV-handhaving, bijzondere wetten), beleids- en planvorming integrale veiligheid (beleidsformulering, regie veiligheidsprojecten), HALT-bureaus, veiligheidshuizen, dierenbescherming, opsporing en ruiming explosieven en overige beschermende maatregelen (zoals reddingswezen, strandbewaking, lijkschouwing). De uitkeringsformule voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds is voor het grootste deel gebaseerd op gebiedskenmerken (structuurkenmerken), bijvoorbeeld de mate van verstedelijking en meerkernigheid.
14
De veiligheidsregio maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten ontvangen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. Het absolute niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd. Naar aanleiding van het groot onderhoud van het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds per 2016 en de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) per 2017 is de gehanteerde financieringssystematiek geëvalueerd. Op 31 maart 2016 heeft het algemeen bestuur van de veiligheidsregio besloten vast te houden aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak. De reden hiervoor is dat er een relatie gelegd kan worden met de inkomstenkant van de gemeenten en het daarbij behorende risicoprofiel, het is transparant, goed uitlegbaar en rechtvaardig, en de sleutel wordt objectief bepaald door een derde (door het Rijk n de circulaires gemeentefonds). Hierdoor zij er geen verdere discussies over berekeningen, interpretatie etc. Het besluit van het algemeen bestuur op 31 maart 2016: a.
Vast te houden aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak; b. Aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt eenmaal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode; c. Indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplan periode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplan periode direct aangepast; d. Het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplan periode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; e. Indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl. innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen; f. Indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode worden bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a.
voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben. Een verkenning van verdeelmodellen die overige veiligheidsregio’s gebruiken laat zien dat het overgrote deel van de (relatieve) verdeling van het subcluster Brandweer- en Rampenbestrijding gebruikt maakt om het (relatieve) aandeel van een gemeente te bepalen. Naar aanleiding van de bespreking in het algemeen bestuur van de inhoudelijke en financiële kaders voor het regionaal beleidsplan 2024-2027 en de samenloop hiervan met de herijking van het gemeentefonds, zullen bovenstaande bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio opnieuw worden beoordeeld tijdens de nadere uitwerking van het nieuwe regionaal beleidsplan. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in het nieuwe regionaal beleidsplan. Het concept-beleidsplan wordt besproken met de gemeenteraden dit najaar.
15
1.2. Toepassing financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen (in de praktijk) In de uitwerking van de begroting worden bovenstaande bestuurlijke financieringsafspraken in de praktijk als volgt toegepast: ▪ Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ▪ Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl. Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). ▪ Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt.
2. Advies werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Het advies voor de indexering 2024 is bij brief d.d. 17 november 2022 aangeboden aan de besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid: • de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2024: 3,9%; • correctie T-2: +1,7%, correctie T-1: +0,8%, netto correctie: +2.5%; • de toegestane prijsindexatie voor 2024 bedraagt daarmee 6,4% voor beloning werknemers. Voor materieel: • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2024: 2,4%; • correctie T-2: +2,2%, correctie T-1: 4,4%, netto correctie: +6.6%; • de toegestane prijsindexatie voor 2024 bedraagt daarmee 9,0% voor netto materieel. 2. In de systematiek van de Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen wordt de indexering voor 2024 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2022 en 2023. De indexering voor 2024 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2022 (de grondslag voor de septembercirculaire 2022). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2024 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald.
In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2022 met betrekking tot 2022 en 2023 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2024. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2024 betekent dit voor de veiligheidsregio een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023.
16
Bovenstaande verhouding is gebaseerd op de economische kostencategorieën in de Programmabegroting VRHM 2023 voor 2024:
Voor de GHOR (onderdeel van de begroting Hecht) betekent dit een gewogen indexering van 6,92% t.o.v. 2023, gebaseerd op een verhouding die Hecht hanteert van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het algemeen bestuur Hecht van 14 december 2022 is deze indexering vastgesteld. In de vergadering van het algemeen bestuur Hecht van 12 april 2023 worden de uitgangspunten voor de begroting Hecht 2024 vastgesteld.
3. Nieuwe verdeling gemeentefonds per 1 januari 2023 en gevolgen Cebeonnorm Met ingang van 2023 is sprake van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds. De afgelopen jaren heeft er een onderzoekstraject plaatsgevonden om te komen tot een volledige en integrale herziening van de verdeling van het gemeentefonds. De herijking is volledig, omdat alle uitgaven-clusters van het gemeentefonds erin zijn betrokken evenals de verevening van de inkomsten. Daarnaast is de herijking integraal, omdat de clusters niet alleen afzonderlijk maar ook in onderlinge samenhang zijn bekeken. Het clusteronderdeel Brandweer & Rampenbestrijding maakt onderdeel uit van het klassieke domein. Bij het klassieke domein lag de directe aanleiding voor het onderzoek in noodzakelijk onderhoud (overhead, onwenselijk geachte maatstaven), de behoefte om de specifieke vraagpunten op te lossen en de nadrukkelijke wens om de verdeling te vereenvoudigen. De nieuwe verdeling voor Brandweer & Rampenbestrijding sluit aan bij actuele kostenpatronen – herijkt op basis van realisatiecijfers 2017 – bevat minder verdeelmaatstaven en aangepaste gewichten per maatstaf. Aanpassing van de gemeentelijke bijdragen voor 2024 op basis van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 betekent herverdeeleffecten. Dit is onderstaand per gemeente inzichtelijk gemaakt.
17
Aanpassing van de gemeentelijke bijdragen is consistent met de aanpassing die gedaan is in 2019 naar aanleiding van het groot onderhoud van het (sub)clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding in het gemeentefonds per 2016 en de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) per 2017.
4. Onvermijdelijke uitgaven vanaf 2024 Dit zijn extra financiële budgetten die nodig zijn om de huidige taakuitvoering van de Veiligheidsregio in continuïteit te kunnen blijven uitvoeren. Het gaat hierbij allereerst om het materialiseren van al eerder benoemde risico’s (nieuwe meldkamer, meer opleidingen brandweervrijwilligers) en een eerder genomen besluit (waterwagens brandweer/bluswatervoorziening) waarvoor nu een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen noodzakelijk is, alsmede onontkoombare kosten bij eigendomsverkrijging van brandweerkazernes en informatieveiligheid. Verder gaat het hierbij om nieuwe structurele kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving (rechtsmatigheidsverantwoording, verduurzaming, taakdifferentiatie), branchestandaarden/normeringen (formatie 24-uursdienst brandweer, beheer/onderhoud brandweerkazernes) of landelijke afspraken (informatieveiligheid SOC/CERT). De veiligheidsregio is gehouden hieraan te voldoen. Het gaat hierbij om de volgende budgetten: a. verhoogde kosten meldkamer brandweer € 300.000 b. meer opleidingen brandweer € 500.000 c. informatieveiligheid (BIO/VIV) € 100.000 d. informatieveiligheid (SOC-CERT) € 200.000 e. verhoogde huisvestingskosten door koop kazernes € 110.000 f. beheer en onderhoud kazernes € 270.600 g. verduurzaming € 200.000 h.
bluswatervoorziening € 187.000 (gemeentelijk dekking door minder kosten onderhoud brandkranen en nieuwe brandkranen)
18
i. j. k.
rechtmatigheidsverantwoording formatie 24-uurdienst brandweer taakdifferentiatie
€ 150.000 € 503.200 PM
Totaal gaat het om een bedrag van € 2.520.800 per jaar. Hiervoor wordt een structurele aanvulling van de begroting van de Veiligheidsregio gevraagd per 2024. Hieronder wordt per onderwerp een korte toelichting gegeven: Ad a. Verhoogde kosten meldkamer brandweer (€ 300.000) Voor de financiering van de kosten van de meldkamer Brandweer heeft de veiligheidsregio langere tijd vast kunnen houden aan de oorspronkelijke, lagere, lumpsum financiering. Deze lagere financiering (en daarmee een lagere gemeentelijke bijdrage) is ook afgesproken bij de verhuizing van de meldkamer naar De Yp in Den Haag in 2014. Bij de komst van de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) in 2020 en het samengaan met de meldkamer van de brandweer Haaglanden in 2022, is deze afspraak komen te vervallen (besluit: Overdracht beheer Gemeenschappelijke Meldkamer naar Nationale Politie / LMS d.d. 12 december 2019). De veiligheidsregio draagt nu evenredig mee in de kosten van de meldkamer. In de achterliggende jaren zijn deze meerkosten gedekt door de incidentele onderuitputting van de kapitaalslasten. Een hogere gemeentelijke bijdrage was daarom niet noodzakelijk. Nu deze onderuitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk. Dit risico is in de afgelopen jaren ook steeds vermeld in de begrotingen. Ad b.
Meer opleidingen brandweer (€ 500.000) Door maatschappelijke ontwikkelingen is het verloop onder brandweervrijwilligers hoger dan jaren geleden. Er zijn meer (nieuwe) vrijwilligers nodig om de paraatheid te kunnen garanderen. Beroepsbrandweermensen krijgen 20-jaar contracten (op basis landelijke regelgeving), waardoor het verloop ook hoger ligt. Dit betekent dat er een behoefte is aan meer opleidingen in het vakbekwaamheidsprogramma. Het bestuur heeft deze noodzaak eerder onderkend (dagelijks bestuur 16 november 2017 Verhoging opleidingsbudget) en besloten deze onvermijdelijke kosten voorlopig te dekken uit de lopende begroting (en indien niet beschikbaar, uit de algemene reserve). Dit kon door de incidentele onderuitputting van de begroting in de afgelopen jaren. Hierdoor was een verhoging van de inwonerbijdrage niet direct noodzakelijk. Nu deze onderuitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk. In de eerdere begroting is ook gemeld dat het structurele extra budget voor vakbekwaamheid brandweer inzichtelijk zou worden gemaakt voor de nieuwe beleidsplanperiode. Ad c. Informatieveiligheid (BIO/VIV) (€ 100.000) Net als andere overheidsorganisaties investeert de veiligheidsregio in haar informatieveiligheid.
De veiligheidsregio neemt deel aan het landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid (VIV), zoals vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De doelstelling is om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen. De veiligheidsregio heeft flinke stappen gezet rondom de invoering van de BIO. Het behaald informatieveiligheid-niveau moet vastgehouden worden en verdere stappen moeten genomen worden om de informatieveiligheid te blijven monitoren en aan te scherpen. Het landelijke Versnellingsprogramma Informatieveiligheid gaat komend jaar fase 2 in waarbij aanvullende maatregelen gevraagd worden. Zowel de interne bedrijfscontinuïteit (vasthouden BIO niveau) als het
19
landelijke programma vraagt structureel extra capaciteit (€70.000; coördinator informatieveiligheid) en maatregelen (€30.000). De deelname en implementatie is bestuurlijk vastgesteld (Veiligheidsberaad 11 juni 2021 Versnellingsplan informatieveiligheid). Gezien de incidentele onderuitputting van de begroting in de afgelopen jaren was het niet direct noodzakelijk om over te gaan tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Nu deze onderuitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk. Ad d. Informatieveiligheid (SOC-CERT) (€ 200.000) Bij het vorige onderwerp gaat het om de verrekening van de structureel hogere kosten voor informatieveiligheid in de afgelopen jaren. Bij dit onderwerp gaat het om nieuwe onvermijdelijke uitgaven als gevolg van het feit dat de veiligheidsregio’s verplicht onderdeel worden van de landelijke vitale infrastructuur, als het gaat om informatieveiligheid. Een onderdeel van het landelijke Versnellingsprogramma Informatieveiligheid fase 2 is dat de veiligheidsregio’s en NIPV gezamenlijk werken aan de realisatie van een sectoraal Computer Emergency Response Team (CERT) en een Security Operations Center (SOC). Dit is nodig om te voldoen aan landelijke en wettelijke vereisten voor een vitale infrastructuur op vlak van informatieveiligheid.