CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. BP Stationsstraat 5 Waddinxveen toelichting en regels

Besluitvormende raadsvergadering 12 oktober 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Stationsstraat 527.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2012 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van NGE voor het grondgebied van de gemeente Waddinxveen. Hieruit blijkt dat er nabij het plangebied (ter hoogte van de kruising van de Kerkweg) geallieerde bombardementen hebben plaatsgevonden in maart 1945. Na overleg met de Omgevingsdienst Midden-Holland kan het volgende worden vastgesteld. Op basis van het reeds geraadpleegde bronmateriaal en een gewijzigde vorm van analyseren van dit bronmateriaal is er anno 2021 niet langer sprake van een verdacht gebied naar aanleiding van bombardementen ter plaatse van de Stationsstraat 5. Wel is bekend dat nabij het station een beschieting door vliegtuigen heeft plaatsgevonden, dit leidt echter niet tot het afbakenen van een verdacht gebied ter plaatse van de Stationsstraat 5. Dit betekent dat op basis van het tot nu toe geraadpleegde bronmateriaal kan worden gesteld dat werkzaamheden te Stationsstraat 5 op reguliere wijze kunnen plaatsvinden. Worden tijdens werkzaamheden toch spontaan ontplofbare oorlogsresten (OO) aangetroffen, dan dienen de volgende acties te worden ondernomen: Het werk ter plaatse van de vindplaats dient te worden stilgelegd. De werklocatie, in ieder geval rondom het OO, dient te worden afgezet. Het aanwezige personeel

Toelichting

51

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

dient op de hoogte te worden gebracht van de vondst en geïnstrueerd te worden uit de buurt te blijven. Er dient contact te worden opgenomen met de politie (0900-8844). De vondst dient gemeld te worden aan de politie. De politie neemt vervolgens contact op met de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Als de EOD op locatie is, wordt een afspraak gemaakt voor de ruiming. De EOD maakt deze afspraak met de gemeente, of de politie namens de gemeente. De EOD geeft aan de gemeente, of de politie namens de gemeente, advies over de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen. Indien de te nemen veiligheidsmaatregelen dit toelaten, kan de gemeente aan de EOD advies vragen over de mogelijkheden tot doorwerken op de betreffende locatie, dan wel elders in de nabijheid van het werk en de daarbij in acht te nemen veiligheidsmaatregelen totdat het NGE wordt geruimd. Het OO wordt geruimd. Met inachtneming hiervan kan het plangebied vanuit niet gesprongen explosieven vrijgegeven worden voor bebouwing. 6.1.7 Rapport 'Externe Veiligheid' Aardgastransportleiding Ten behoeve van de planontwikkeling aan de Stationsstraat 5 is een risicoberekening voor het Plaatsgebonden Risico opgesteld in verband met het invloedsgebied van de nabijgelegen hogedruk gasleiding aan de westzijde van het plangebied. Dit onderzoek externe veiligheid is uitgevoerd door adviesgroep AVIV B.V.

te Enschede (rapport van 12 juli 2021, project 214606, Bijlage 7). Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de relevante aardgasleiding is berekend voor de huidige situatie en toekomstige situatie. Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben op de locatie van het plangebied niet geleid tot een plaatsgebonden risicocontour 10-6. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het oprichten van een appartementengebouw met 34 wooneenheden. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige situatie hoger dan 10% van de oriëntatiewaarde. Door de ontwikkeling neemt het groepsrisico niet toe. Er kan volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag dient de Veiligheidsregio Hollands Midden in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen. Belemmeringenstrook Het plangebied ligt buiten de belemmeringenstrook. 6.1.8 Verantwoording groepsrisico Er dient een verantwoording te worden opgesteld, omdat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van een hogedruk gasleiding van de Gasunie. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is niet aan de orde gezien het groepsrisico ten gevolge van de nieuwbouw niet wijzigt. De hoogte van het groepsrisico moet worden onderzocht en bestuurlijk worden verantwoord.

Door deze verantwoordingsplicht zijn betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid in het plangebied en de omgeving voldoende is gewaarborgd. Door deze verantwoordingsplicht zijn betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid in het plangebied en de omgeving voldoende is gewaarborgd. In het kader van het wettelijk vooroverleg is voor de verantwoording aanvullend advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Toetsing plan aan plaatsgebonden risico en verantwoordingsplicht groepsrisico De ontvluchting vanuit het plangebied vanaf de risicobron is goed. Via de achterzijde van het appartementengebouw kan in oostelijke richting worden ontvlucht. Aangenomen wordt dat de mobiliteit van de aanwezigen goed is en dat deze goed in staat zijn om zichzelf in veiligheid te brengen. De bestrijdbaarheid wordt als goed beoordeeld. De Stationsstraat is goed bereikbaar en de bluswatervoorziening ter plaatse is voldoende om een incident met gevaarlijke stoffen effectief te bestrijden. Met inachtneming hiervan zijn er geen beperkingen voor het plangebied.

52

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Plaatsgebonden risico Voor deze risicobronnen is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour PR=10-6 die over het plangebied ligt. Verantwoordingsplicht groepsrisico De risico's van de gasleiding ter hoogte van het plangebied ligt op maximaal 0,17 t.o.v. de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (OW). Er is geen sprake van toename van het groepsrisico. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet nodig. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. Het plangebied is goed bereikbaar voor hulpdiensten vanaf verschillende windrichtingen. Via het bestaande wegennetwerk kan ook van de bron af gevlucht worden. Zelfredzaamheid De personen binnen het plangebied zijn hoofdzakelijk zelfredzaam. In het bestemmingsplan wordt de vestiging van “zeer kwetsbare groepen” binnen de aanduiding 'Veiligheidszone - leiding' ook niet mogelijk gemaakt. Er worden alleen woningen gerealiseerd waar zelfredzame personen wonen. Het bestemmingsplan voorziet niet in functies die specifiek bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen.

Eventueel aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden. Mechanische ventilatie Als maatregel dient te worden opgenomen dat ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in de woning door bewoners kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten. Deze maatregel is geborgd in artikel 5.4.3(Afsluiten mechanische ventilatie en plaatsing rookmelders) van de regels. Advies Veiligheidsregio Hollands Midden Bij brief van 21 december 2021 heeft de Veiligheidsregio een advies uitgebracht. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de adviezen van de Veiligheidsregio. Het advies is opgenomen in Bijlage 6. Verantwoording Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Waddinxveen hebben kennis genomen van de inhoud van de rapportage en de gegeven adviezen. Naar aanleiding hiervan worden de volgende maatregelen uitgewerkt c.q. getroffen: Zonnepanelen De handreiking van de Veiligheidsregio is doorgezet naar de initiatiefnemer. Bij uitwerking van het bouwplan wordt dit aspect besproken wanneer de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend.

Brandwerende gevel De gemeente gaat met initiatiefnemer in gesprek over de toepassing van brandwerende materialen in de gevel wanneer de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend. Brandkraan en bluswaterwinplaats Bij uitwerking van het bouwplan wordt onderzocht of er een extra brandkraan kan worden geplaatst en waar een bluswaterwinplaats binnen 160 meter van de brandweeringang kan worden gerealiseerd. Na het nemen van de voorgestelde maatregelen achten het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad het groepsrisico aanvaardbaar. Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), Besluit externe veiligheid Buisleidingen

Toelichting

53

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

(BEVB) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

6.2

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader Rijk en provincie In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in thans de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland provincie Zuid-Holland (CHS) is het gebied niet specifiek aangeduid.

Er is onderscheid gemaakt in drie kleuren categorieën (drie tinten bruin). De toekenning van een (zeer) grote, redelijke of lage kans op sporen (kleuren donker-, middel- en lichtbruin) heeft betrekking op de relatieve dichtheid van archeologische vondsten die in een bepaald gebied verwacht wordt. De witte gebieden hebben een lage trefkans. De CHS geeft grofschalig weer wat de 'archeologische trefkans/ verwachting' is. Op basis van de gehanteerde/ gebruikte gegevens ligt het plangebied op 0 - 3 m onder maaiveld in een Oude Zee afzettingen met Veen in de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen laagpakket op Formatie van Naaldwijk, laagpakket van Wormer. Het plangebied heeft op grond van de archeologische waardenkaart geen kans op archeologische sporen. Archeologiebeleid gemeente Waddinxveen (2012) De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 14 november 2012 de 'Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen' vastgesteld. Op de waarden- en verwachtingenkaart is voor het plangebied af te lezen waar welke verwachtingswaarden voorkomen. Deze beleidskaart is aan veranderingen onderhevig: door voortschrijdend inzicht en nieuwe onderzoeken kunnen nu betere keuzes gemaakt worden. In verband hiermee is in het document 'Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente van Waddinxveen' van 11 januari 2018 de archeologische beleidskaart aangepast.

Deze dient als aanvulling op de toelichting van het gemeentelijke archeologiebeleid uit 2012. De vastgestelde Nota archeologiebeleid gemeente Waddinxveen uit 2012 blijft ongewijzigd. Op de geactualiseerde archeologische beleidskaart heeft de bebouwing in het plangebied een hoge verwachtingswaarde. De verwachtingswaarden zijn voorzien van een beleidsadvies. De juridische doorvertaling van het geactualiseerde archeologiebeleid heeft de gemeenteraad vastgesteld in het op 19 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij geplande bodemverstoringen met oppervlakten, gelijk aan of groter dan 100 m² en bodemingrepen dieper dan 0,3 m –MV. Zie hiervoor de uitsnede van de beleidskaart zoals opgenomen in figuur 12.

54

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Figuur 12: Uitsnede archeologische beleidskaart. Onderzoek/ beoordeling Op de kadastrale kaart uit 1815 ligt het terrein in een waterplas. Dat blijft zo tot ongeveer 1950. Daarna is de plas gedempt en verschijnt er bebouwing (zie figuur 13). Op basis van het historisch onderzoek en het ontbreken van archeologische indicatoren die duiden op de aanwezigheid van middeleeuwse resten, kan de algemene hoge archeologische verwachting naar laag bijgesteld worden. Een archeologisch onderzoek voor gebieden met een lage verwachting is in dit geval niet nodig. In verband hiermede kan de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' vervallen. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen vrijgegeven gebieden toch nog archeologische resten voorkomen. Mocht blijken dat bij uitvoer van graafwerkzaamheden toch archeologische resten aanwezig zijn, dan dient dit te worden gemeld bij de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Waddinxveen conform paragraaf 5.4, artikel 5.10 van de Erfgoedwet. De gemeente Waddinxveen zal in dat geval beslissen over hoe om te gaan met de archeologische resten.

Toelichting

55

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Figuur 13: Uitsnede kadastrale kaart 1851, links en

1955, rechts. (Bron: topotijdreis.nl).

Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling. 6.2.1 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. De bebouwing in het plangebied is van eenvoudige architectuur. Er worden geen cultuurhistorische waarden in en rondom het gebied aangetast. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

56

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

6.3

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Gebiedsbescherming Het gebied Broekvelden/ Vettenbroek, bestaande uit plassen en graslandpolders, is aangewezen als Speciale BeschermingsZone (SBZ). Dit aangewezen Natura 2000-gebied ligt op circa 6,2 kilometer ten oosten van het plangebied. Sprake is van een ontwikkeling naar woningen op een perceel waar nu een bedrijfsgebouw staat.

Dit Natura2000-gebied wordt hierdoor niet beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht. Ten westen van het plangebied ligt de ecologische verbindingszone tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard op circa 1,2 km. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur. Verder liggen er in de directe omgeving van het plangebied geen bestaande en nieuwe natuur van Natuurnetwerk Nederland van de provincie Zuid-Holland (figuur 14).

Figuur 14: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met een rode stip aangeduid).

Toelichting

57

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

6.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' ligt op circa 6,2 km ten oosten van het plangebied. Dit gebied is momenteel nog niet stikstofgevoelig, maar mogelijk wordt de Polder Stein binnenkort wel aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Dit deelgebied ligt op circa 7,3 km afstand van het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' is wel een stikstofrelevant habitatrichtlijngebied. Dit gebied ligt evenwel op circa 9,4 km afstand, zodat er geen sprake is van negatieve effecten van stikstofdepositie op kwetsbare natuur. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2023). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten geldt een vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd.

De tijdelijke gevolgen van door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie kunnen daarmee buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning. De woningen worden gebouwd volgens de eisen van het BENG. Zo worden de woningen zonder gasaansluiting gerealiseerd. In de gebruiksfase is er geen sprake van toename van stikstofdepositie, zoals dat is aangetoond in de notitie stikstofberekeningen van Stalbouw.NL van 31 augustus 2021, Bijlage 8. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 6.3.2 Flora- en faunatoets Soortenbescherming Bij een bestemmingsplanherziening c.q. nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een ecologisch onderzoek uitgevoerd (rapport van september 2021, rapportnummer 21A076, Bijlage 9). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport): Natuurgebieden Natura2000 Habitattypen

Soorten NNN-gebieden Provinciale Omgevingsvisie/ Omgevingsverordening

Soortgroep Algemeen

58

Gevolgen Natura 2000-gebieden Nieuwkoopse plassen & De Haeck en Broekvelden-Vettenbroek & polder Stein hebben habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Uit de stikstofberekening voor de gebruiksfase is gebleken dat stikstof geen belemmering vormt voor het project. Nee Nee Nee

Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bunzing, Egel, Haas en Konijn, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Flora Nee Jaarrond beschermde nesten Nee Vissen Nee Reptielen Nee Zoogdieren Nee Vleermuizen Nee Overige soorten Nee Soortgroep Vogels

Amfibieën

Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wnb wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Geadviseerd wordt natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: Voor de Gierzwaluw en Huismus worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Wat betreft straatverlichting wordt geadviseerd om amberkleurige Led-verlichting te plaatsen die voornamelijk naar beneden gericht is. Dit om verstoring door licht voor foeragerende vleermuizen te vermijden.

Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit soortenbescherming en gebiedsbescherming geen beperkingen zijn. Bij uitwerking van het bouwplan zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen.

Toelichting

59

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied ligt in de uiterste zuidhoeken een beschermingszone van een hoogspanningsleiding. Voor het overige liggen er geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen waarvoor een beschermende regeling nodig is.

60

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische opzet

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

7.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.

7.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen voor de groene gebieden waarvan het groene karakter voor de ruimtelijke structuur van het plangebied van belang is. Binnen de bestemming is de aanleg van

Toelichting

61

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

voetpaden, speelvoorzieningen en water mogelijk. Verkeer Artikel 4 De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie. Bijbehorende voorzieningen zoals ongebouwde parkeervoorzieningen, fietsenstallingen, voet- en fietspaden en groenvoorzieningen zijn toegestaan. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 5 Wonen De op de verbeelding voor 'Wonen' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere aanduidingen, bestemd voor gestapelde woningen met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van personen. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. In het bouwvlak is het maximum aantal woningen vermeld, alsmede de toegestane typologie. In totaal mogen in het plangebied niet meer dan 34 woningen worden gerealiseerd. Op de verbeelding is de maximale bouwhoogte aangegeven. Een regeling voor bijbehorende bouwwerken is niet nodig voor het appartementengebouw. De regeling uit het Besluit omgevingsrecht volstaat. Hierin is opgenomen wanneer vergunningvrij kan worden gebouwd in het achtererf; één en ander is afhankelijk van de omvang van het bebouwingsgebied. Het plan voorziet in een kleinschalige horeca op de begane grond van het appartementengebouw. Ten behoeve hiervan is een functie-aanduiding opgenomen.

De oppervlakte hiervan mag niet meer zijn dan 55 m². Deze ontwikkelingen zijn passend in het Sleutelkwartier nabij de halte Waddinxveen van het HOV-net Gouda - Alphen aan den Rijn. Het is bij afwijking mogelijk om maximaal twee extra wooneenheden toe te voegen wanneer hieraan geen behoefte is. Artikel 6 Leiding - Hoogspanning In de uiterste zuidzijde ligt nog een kleine strook een beschermingszone van een hoogspanningsleiding, die de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' heeft. Voor deze leiding is een belemmeringszone (vrijwaringszone) ter weerszijden van de leiding opgenomen waarin in principe niet gebouwd mag worden. Wanneer een andere bestemming samenvalt met de dubbelbestemming, gaan de regels, die horen bij de dubbelbestemming, voor. Een omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend na schriftelijk advies van de leidingbeheerder. Waterstaat - Waterkering Artikel 7 In het belang van de aanwezige waterkeringen, met bijbehorende beschermingszone(s) in het plangebied is er een beschermingszone opgenomen. Deze strook is mede bepalend voor het waterkerend vermogen en de stabiliteit van de waterkering. De betreffende gronden zijn aangewezen voor waterkeringsdoeleinden. Deze gronden zijn als zodanig bestemd in combinatie met andere aan deze gronden gegeven bestemmingen.

7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 9 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, kelders en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Artikel 10 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen.

62

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In het artikel 'Algemene aanduidingsregels' is de aanduiding 'Veiligheidszone – leiding' opgenomen teneinde te voorkomen dat zeer kwetsbare groepen zich vestigen binnen deze zone. Hier kan worden afgeweken doormiddel van een afwijking bij een omgevingsvergunning. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Aan toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. Artikel 13 Overige regels In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Overgangsrecht Artikel 14 Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan.

Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 15 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

7.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4. Actief handhavingsbeleid

Toelichting

63

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

64

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Hoofdstuk 8 8.1

Economische uitvoerbaarheid

Financiële haalbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten exploitatieovereenkomst, waarin tevens afspraken zijn gemaakt over een grondruil. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.

Toelichting

65

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

66

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke betrokkenheid

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal personen en/of instanties.

9.2

Communicatie

Overleg bewoners/eigenaren in omgeving van plangebied Op 29 juni 2021 is er een digitale informatiebijeenkomst gehouden voor omwonenden. Er waren 27 aanmeldingen ontvangen, waarvan er 25 aanwezig waren. Tijdens de bijeenkomst zijn vragen gesteld. De vragen en antwoorden zijn terug te vinden op de website www.waddinxveencentraal.nl onder het kopje 'terugkijken informatiebijeenkomst 29 juni'.

9.3

Zienswijzen

Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 28 april 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn drie schriftelijke zienswijzen ontvangen. Deze zijn in beantwoord in de Nota van Beantwoording Zienswijzen, zoals opgenomen in Bijlage 10.

Toelichting

67

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

68

Toelichting

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Regels

Regels

69

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen met identificatienummer NL.IMRO.0627.BPStationsstraat5-0401 van de gemeente Waddinxveen. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, ambachtelijk, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroeps- of bedrijfsactiviteit, inclusief ondergeschikte (productiegebonden) detailhandel, dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken op hetzelfde perceel wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse.

1.6 achtererfgebied Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruizen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.7 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 bebouwingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.9 bebouwingspercentage De verhouding tussen de oppervlakte van het te bebouwen terreingedeelte en de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak; dit percentage wordt slechts berekend over het gedeelte van het bestemmingsvlak waarbinnen de bouwwerken mogen worden gebouwd. 1.10 bestaande situatie a. Bij gebruik: aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van het plan en gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van dit plan mag worden gerealiseerd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning; b. bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van het plan, en bouwwerken die op het moment van de inwerkingtreding van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning. 1.11 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.12 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

70

Regels

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

1.13 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.14 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.16 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met uitzondering van onderbouw (kelder), kap of kapverdieping. 1.17 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.19 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.20 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.21 bruto-vloeroppervlakte (bvo) Bruto-oppervlakte als bedoeld in NEN2580. 1.22 coffeeshop Gelegenheid waar softdrugs wordt verkocht. 1.23 dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.24 dakkapel Een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt.

1.25 dakopbouw Het vergroten van een bestaande ruimte door het aanpassen van het bestaande dak, het realiseren van een verhoging van het bestaande dak (nokverhoging) of door het optrekken van de gevel. 1.26 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.27 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

Regels

71

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

1.28 gestapelde woning Een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere gebouwde ruimte is gelegen. 1.29 hoofdgebouw Gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.30 horecabedrijf Een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van een nachtverblijf en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, een en ander gepaard gaande met dienstverlening. Tot de hieronder genoemde categorieën horeca 1 tot en met horeca 5 worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten: horeca 1 (winkelgebonden daghoreca): vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waarbij de activiteiten primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of licht-alcoholische en niet-alcoholische dranken voor nuttiging al dan niet ter plaatse en waarvan de exploitatie doorgaans geen of slechts in lichte mate een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals broodjeszaken, ijssalons, eethuisjes en lunchrooms; horeca 2 (maaltijdverstrekkers): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn

gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals restaurants, bistro's en grand cafés; horeca 3 (spijsverstrekkers): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren voor nuttiging al dan niet ter plaatse alsmede daaraan ondergeschikt het verstrekken van licht-alcoholische en niet-alcoholische dranken en waarvan de exploitatie doorgaans in enige mate een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals cafetaria's, automatieken en afhaalhoreca; horeca 4 (drankverstrekkers): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken voor gebruik ter plaatse van alcoholische en niet alcoholische dranken en waarvan de exploitatie doorgaans een lichte aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals cafés en bars; horeca 5 (zware horeca): vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig gelegenheid bieden van dansen op elektrisch versterkte muziek alsmede op het ter plaatse nuttigen van alcoholische en niet-alcoholische dranken en etenswaren, en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de

openbare orde met zich meebrengt, zoals discotheken en nachtclubs. 1.31 huishouden Eén of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.32 kap De volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°. 1.33 kelder Een afgedekt gedeelte van een gebouw, waarvan meer dan de helft van de inhoud beneden peil is gelegen.

72

Regels

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

1.34 ondergeschikte functie Functie waarvoor maximaal 30% van het bruto-vloeroppervlak tot een maximum van 55 m² als zodanig gebruikt mag worden. 1.35 parkeren Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.36 peil a. Voor hoofdgebouwen: de wegkruin van de voorliggende weg; b. voor bijbehorende bouwwerken welke direct aangebouwd zijn aan het hoofdgebouw: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; c. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.37 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.38 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.39 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch en/of pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.40 stallen van voertuigen Het in een garage of andere bewaarplaats zetten van voertuigen. 1.41 voorerfgebied Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.42 voorgevel Het voorste deel van de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, ligging aan de weg, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.43 voorgevellijn De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.44 wonen Het gehuisvest zijn in een woning zoals omschreven in onderhavige begripsbepalingen. 1.45 woning Een complex van ruimten, uitsluitend voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.46 zakelijke dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan bedrijven en/of personen op administratief, financieel en juridisch gebied, zoals administratie-, advocaten-, makelaars-, adviesbureaus en daarmee naar de aard vergelijkbare vormen van dienstverlening, .zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen.

Regels

73

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

1.47 zeer kwetsbare gebouwen Gebouwen als bedoeld in bijlage VI onder E van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 1.48 zijgevel Een gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw die voor- en achtergevel met elkaar verbindt.

74

Regels

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van een bouwwerk, waar de afstand het kortst is. 2.2 bebouwingspercentage De verhouding tussen het bebouwde deel van een bebouwingsvlak of bestemmingsvlak en het onbebouwde deel. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: Indien de goot/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager zijn gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 de lengte, breedte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.8 de oppervlakte van een gebouw Tussen de buitenwerkse gevelvlakken (inclusief overbouwingen) en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, dakgoten, overstekende daken, lifthuizen en balkons, voor zover deze niet boven de bestemmingen 'Verkeer' gelegen zijn, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1.50 meter bedraagt.

Regels

75

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. ontsluitingspaden; c. voetpaden; d. water; e. speelvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 4 meter mag bedragen. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

76

Regels

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Artikel 4

Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; met de daarbij behorende: b. ongebouwde parkeervoorzieningen; c. fietsenstallingen; d. voet- en fietspaden; e. groenvoorzieningen, waaronder bermen, taluds en beplanting; f. kunstwerken; g. water; h. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 m.

Regels

77

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroepen en bedrijfsactiviteiten; met de bijbehorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. groenvoorzieningen; e. ontsluitingswegen; f. parkeervoorzieningen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen als genoemd in 5.1 gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. hoofdgebouwen worden in de volgende vorm gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen; d. het aantal woningen per bestemmingsvlak als genoemd onder c sub 1 mag niet meer bedragen dan is aangegeven op verbeelding met de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; e. de bouwhoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding met de aanduiding 'maximum bouwhoogte'. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn bedraagt maximaal 1 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 2 m. Indien de terreinafscheidingen op de grens met het openbaar gebied staan, bedraagt de bouwhoogte: 1. maximaal 1 m; 2.

maximaal 2 m, indien deze tenminste op een afstand van 1 m ten opzichte van de perceelgrenzen wordt gerealiseerd; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 5.3

Nadere eisen

5.3.1 Bescherming tegen trillingshinder Het bevoegd gezag kan met het oog op het aspect trillingshinder, nadere eisen stellen aan het bouwplan om te voorkomen dat trillingsniveaus optreden voor de toekomstige gebouwfuncties die hoger zijn dan de streefwaarden uit de SBR-richtlijn 'Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Horeca Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Wonen - Horeca' is uitsluitend een horecabedrijf toegestaan met een maximale horecacategorie 1, met dien verstande dat: a. de horeca uitsluitend op de begane grond is toegestaan bij gestapelde woningen;

78

Regels

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

b. de bruto-vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 55 m²; c. er geen sprake is van verkeersaantrekkende werking of een onaanvaardbare parkeerdruk in de openbare ruimte waardoor extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn; d. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; e. aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld in de directe omgeving geen afbreuk wordt gedaan; f. er geen activiteiten plaatsvinden waarvoor een milieuvergunning verplicht is. 5.4.2 Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijfsactiviteiten Woningen mogen mede worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten als ondergeschikte functie met dien verstande dat: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en de bij de woning behorende bouwwerken mag worden gebruikt tot een maximum van 50 m²; b. de woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; c. de activiteiten worden uitgeoefend door tenminste een bewoner van de woning en ten hoogste één werknemer; d. groothandel, horeca en detailhandel zijn uitgesloten, uitgezonderd verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsactiviteiten alsmede goederen die ter plaatse in het kader van de aan-huis-gebonden activiteiten zijn vervaardigd; e.

er geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de buurt als gevolg van bijvoorbeeld geluids- of geuroverlast, reclame, verkeersaantrekkende werking of een onaanvaardbare parkeerdruk in de openbare ruimte waardoor extra verkeersmaatregelen waaronder parkeervoorzieningen noodzakelijk worden; f. er geen activiteiten plaatsvinden waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van milieuwetgeving verplicht is. 5.4.3 Afsluiten mechanische ventilatie en plaatsing rookmelders De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor wonen indien: a. ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in de woning door bewoners kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten; b. voldoende rookmelders in de diverse verblijfsruimten van de woning zijn geplaatst overeenkomstig het advies van de Veiligheidsregio Hollands-Midden. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Afwijken aantal woningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de regels onder artikel 5.2.2 sub d en het aantal woningen vergroten mits: a. het aantal woningen met maximaal 1 woning toeneemt; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het bebouwingsbeeld; d. er geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; e. voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. 5.5.2 Horecafunctie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de regels onder artikel 5.4.1 om één woning toe te staan mits: a. gemotiveerd wordt aangetoond dat er geen behoefte meer is aan het exploiteren van een horecavestiging; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Regels

79

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

Artikel 6

Leiding - Hoogspanning

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangeduide gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en de instandhouding van ondergrondse hoogspanningsleidingen. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsleiding worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken mag ten hoogste 2 m bedragen; c. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende, bestemmingen mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende bouwregels - uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en bouwhoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits: a. geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig en veilig functioneren van de leiding; b. vooraf een schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de leiding.

6.4 Specifieke gebruiksregels Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing/ toelaatbaar voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Hoogspanning zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, watergangen, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van geluidswallen; h. het permanent opslaan van goederen. 6.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 6.5.1 niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor afgeweken wordt van het

80

Regels

bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen

bestemmingsplan, zoals bedoeld in lid 6.3. 6.5.3 Advies De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11864800/1