Bijlage 2. BP Stationsstraat 5 Waddinxveen toelichting en regels
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPStationsstraat5-0401
Stationsstraat 5, Waddinxveen VASTGESTELD
21 september 2022
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 17 september 2021 25 januari 2022 19 april 2022 21 september 2022
VERSIE 1e versie 2e versie 6e versie 1e versie
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
4
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren
13 13 14 16 18
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie
21 21 23 26 28 34
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding
35 35 35 36 38
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
41 41 54 57 60
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
61 61 61 61 63
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
65 65
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie
67 67 67
Toelichting
5
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
9.3
Zienswijzen
Regels
67
69
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
70 70 75
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen Leiding - Hoogspanning Waterstaat - Waterkering
76 76 77 78 80 82
Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
84 84 85 86 87 88 89
Hoofdstuk4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
90 90 91
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Bezonningsstudie
Bijlage 2
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 3
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai en spoorweglawaai
Bijlage 4
Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6
Advies Veiligheidsregio Hollands Midden
Bijlage 7
Risicoberekening Externe Veiligheid
Bijlage 8
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 9
Ecologisch onderzoek
Bijlage 10
Nota van Beantwoording Zienswijzen
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het Postsorteercentrum van PostNL aan de Stationsstraat 5 is al enige jaren niet meer in gebruik. De nieuwe eigenaar heeft de mogelijkheden onderzocht om deze locatie te herontwikkelen naar woningbouw, omdat het plangebied grenst aan de halte Waddinxveen van het HOV-net. Hierbij is aansluiting gezocht bij de door de gemeenteraad op 7 maart 2017 vastgestelde Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied. Het Sleutelkwartier krijgt de komende vijf jaar een make over. Dit gebied krijgt overall meer eenheid, samenhang en kwaliteit. Er zijn tien ontwikkellocaties. Sommige locaties zijn al in ontwikkeling en worden volgens plan uitgevoerd. Bij nieuw te ontwikkelen locaties wordt onderzocht of er iets gerealiseerd kan worden wat een bijdrage levert aan de beleving en levendigheid van Waddinxveen. Deze ontwikkeling voorziet in 34 appartementen, waarvan 12 wooneenheden in de sociale huursector met de mogelijkheid om een kleinschalige horecavoorziening (zoals een koffiebar) te realiseren voor passanten van het HOV-net en de bushalte. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouw planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op de hoek van de Stationsstraat en het Spoorpad. Ten westen hiervan ligt station Waddinxveen (een halte van het HOV-net Gouda - Alphen aan den Rijn). Ten noorden hiervan (aan de overzijde van de Stationsstraat) staan twee-onder-één-kap-woningen. Ten oosten hiervan staan langs de Stationsstraat grondgebonden woningen. Aan de Jan Dorrekenskade-Oost ligt een voormalige basisschool, waar tegenwoordig een verloskundigenpraktijk is gevestigd. Aan de zuidzijde staat een rij aaneengesloten woningen. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.
Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving (rood omlijnd).
Toelichting
7
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Van station tot hefbrug" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"
Raadsbesluit 30 januari 2013 19 september 2018
Uitspraak ABRvS n.v.t. n.v.t.
Het perceel is in het bestemmingsplan "Van station tot hefbrug" bestemd voor 'Bedrijf Postsorteercentrum' en 'Verkeer' (figuur 2). Binnen het bouwvlak zijn bedrijfsgebouwen toegestaan met een maximum goot- en bouwhoogte van 8 meter. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Voorts heeft een strook in het zuidelijke gedeelte de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering'. In westelijke deel geldt de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - Aardgasleiding'. De ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan, omdat in totaal 34 appartementen en een kleinschalige horecavoorziening worden gerealiseerd. Om aan de gevraagde planontwikkeling medewerking te kunnen verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Van station tot hefbrug' (plangebied met rode lijn aangeduid).
8
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
10
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Dit plangebied ligt in het hart van Waddinxveen, ten noorden van het winkelcentrum Gouweplein. Het station ligt op steenworp afstand. Het Burgemeester Warnaarplantsoen en de tuin van Souburgh leveren de groene kwaliteiten van het gebied. Aan de westzijde grenst dit gebied aan een andere groenblauwe kwaliteitsdrager, de Petteplas. Het hoogteverschil tussen het bebouwde gebied van de Kerkweg-Oost en Jan Dorrekenskade en het omliggende groen is vanaf dit deelgebied duidelijk zichtbaar. De landschappelijke overgang van deze hoge en lage gebieden is via de groengebieden kwalitatief vormgegeven. Aan de Stationsstraat staan voornamelijk twee-onder-één-kapwoningen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 meter en 10 meter. De zuidelijk gelegen woningen aan de Jan Dorrekenskade Oost hebben een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 meter en 11 meter. Planspecifiek Het plangebied is gelegen aan de Stationsstraat 5. Tot voor kort was het ongeveer 3.280 m² omvattende terrein in gebruik als postsorteercentrum en als parkeerterrein. Voorheen was de locatie onderdeel van een NS- spoorwegemplacement. In de periode dat onderhavige onderzoekslocatie deel uitmaakte van het NS-terrein stonden op de locatie twee opstallen en waren hier meerdere wegen/paden gesitueerd alsmede een spoortalud.
Voorafgaand aan de bouw van het postsorteercentrum zijn de twee opstallen gesloopt, waarna in zuidelijke richting woningbouw is gerealiseerd aan het Spoorpad. In figuur 3 is de bestaande situatie weergegeven.
Figuur 3: Bestaande situatie plangebied.
Toelichting
11
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Woningen Spoorpad, ten zuiden van plangebied.
Woningen tegenover plangebied.
12
Woningen Stationsstraat, oostelijk van plangebied.
Voormalige basisschool aan de Jan DorrekenskadeOost (Tegenwoordig zit hier een verloskundige praktijk).
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Ontwikkelingen
Rond het bestaande station ligt veel ruimte om het gebied te verdichten tot een echt markant stationsgebied. Hier zijn verschillende bestemmingen mogelijk, zoals gestapelde woningen en horeca, baliefuncties en/of kantoorfuncties. De barrière van het spoor wordt doorbroken door gelijkvloerse oversteken. Het station verandert van een tussenstation in een knoop met bijpassende functies; het spoor wordt een voorzijde in plaats van een achterzijde, temeer daar een verantwoorde en logische aansluiting met de halte Waddinxveen van het HOV-net plaatsvindt. Mede op basis hiervan is een bouwplan uitgewerkt voor een appartementengebouw met 34 wooneenheden in drie bouwlagen met een kleinschalige horecavoorziening. De woonfunctie is ruimtelijk inpasbaar, zeker nu daar aansluiting met de halte Waddinxveen van het HOV-net plaatsvindt. Plangebied vanaf Stationsstraat. Plangebied vanaf Spoorpad.
Parkeerterrein langs Spoorpad.
Toelichting
Onbebouwd terrein achter postsorteercentrum.
13
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
3.2
Randvoorwaarden en uitgangspunten
3.2.1 Beeldkwaliteitsplan Van station tot brug te Waddinxveen (2017) Het aantal potentiële ontwikkelingslocaties binnen het plangebied Van station tot brug te Waddinxveen is aanleiding geweest voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de door de raad op 7 maart 2017 vastgestelde Ontwikkelvisie van Station tot Brug-gebied. In het beeldkwaliteitsplan zijn voor (mogelijke) ontwikkelingslocaties stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen opgesteld, als tussenstap richting bestemmings- en wijzigingsplan(nen). Met deze randvoorwaarden wordt de samenhang binnen het gebied gewaarborgd en kan adequaat ingespeeld worden op vragen vanuit de markt. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan is om heldere en toetsbare stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen voor de bebouwde en onbebouwde omgeving te concretiseren. Hiermee wordt de kwaliteit per locatie maar ook de samenhang in het gehele plangebied gewaarborgd. In het beeldkwaliteitsplan worden per locatie eisen opgenomen met betrekking tot massa, functie, parkeeroplossingen, overgang openbaar-privé en beeldkwaliteit. Hiernaast worden er eisen opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte. Eén van de ontwikkellocaties is het deelgebied van het voormalige postsorteercentrum. Hier wordt een herontwikkeling en een functiewijziging voorzien (figuur 4).
De volgende uitgangspunten zijn opgenomen voor locatie 10. Massa Hoofdmassa: maximaal twee bouwlagen + kap Locatie A/C: bebouwing staat op rooilijn of maximaal één meter achter de rooilijn Locatie A: twee-onder-één-kap woningen, de woningen staan op minimaal drie meter van één zij-erfgrens. De woningen mogen via garages aan elkaar gekoppeld worden. Deze garages liggen minimaal drie meter achter de rooilijn. Rijwoningen zijn eventueel ook mogelijk. Locatie B/C: rijwoningen Parkeeroplossingen In eerste instantie op eigen terrein, achter de rooilijn Op straat indien dit ingepast kan worden Beeldkwaliteit, deelgebied D (waaronder locatie 10) Traditionele woningen aansluitend bij omgeving. Het beeld is rustig en woningen zijn in beeld in grote mate gelijk. Woningen moeten worden voorzien van een kapconstructie, parallel aan de rooilijn. Zowel de kleurstelling als het materiaal dient aan te sluiten op bestaande en aangrenzende bebouwing. De gevels dienen in bruine tinten in gebakken materiaal te worden uitgevoerd (zie woningen omgeving). Voor de gevelopeningen wordt de toepassing van hout voor kozijnen en deuren voorgeschreven. Een zorgvuldige detaillering dient bij te dragen aan een hoogwaardige architectuur. Gedacht kan worden aan een geleding door middel van metselverbanden, erkers, bijzondere raampartijen of andere bijzondere elementen.
De dakbedekking kan bestaan uit dakpannen of leisteen in een rode kleur of in antraciet. Glanzende pannen zijn uitgesloten. De woningen aan locatie 10A hebben een groene voortuin, parkeren wordt achter de rooilijn opgelost. Bebouwing op de hoeken heeft naar beide zijde oriëntatie. Zijde B/C vormen een gesloten bouwblok.
14
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Figuur 4: Stedenbouwkundige randvoorwaarden. Afwijking Beeldkwaliteitsplan Station tot Brug In de Nationale Omgevingsvisie (2020) is opgenomen dat verstedelijking dient te worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de (ov-)infrastructuur. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. De provincie Zuid-Holland wil een aantrekkelijke, duurzame, concurrerende toonaangevende provincie zijn, waar mensen met plezier wonen, werken en recreëren in een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. In Zuid-Holland moet iedereen zich thuis kunnen voelen in sterke steden en dorpen. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn. De provincie wil de bouw van passende en betaalbare woningen versnellen, met waarborg voor ruimtelijke en sociale kwaliteit en passende mobiliteitsvoorzieningen. Daarbij wordt primair gekozen voor bouwen in bestaand bebouwd gebied en nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer.
Motivering afwijken Beeldkwaliteitsplan Het plangebied grenst aan de halte Waddinxveen van het HOV-net. Een hogere woningdichtheid levert een bijdrage aan de kwaliteit van het OV en voorzieningen. Met het rijk en de provincie is de gemeente van mening dat een vrijkomende locatie nabij het HOV-net intensiever moet worden benut door een hogere bebouwingsdichtheid toe te staan. Gelijktijdig kunnen meerdere doelgroepen van beleid worden bediend door gestapelde woningen te bouwen in plaats van grondgebonden woningen. Dit alles afwegende is om de volgende redenen aanleiding geweest om af te wijken van het beeldkwaliteitsplan voor locatie 10: Van grondgebonden woningen naar appartementen: de vorm van het perceel is niet geschikt voor grondgebonden woningen (rijwoningen/ twee-onder-één kapwoningen). Dit type woning vraagt om een relatief smalle lange kavel. Met andere woorden: het perceel is geschikter voor appartementen. Drie bouwlagen zonder kap: om de entree van Waddinxveen vanaf het Station meer kwaliteit te gunnen, is gekozen voor een hogere bouwhoogte op de hoek Stationsstraat/Spoorpad. Hierdoor
Toelichting
15
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
komt er meer nadruk te liggen op de entree. Het past daarnaast in de ambitie van het Beeldkwaliteitsplan om een verbinding te vormen tussen het Centrum en de route naar station. De bebouwing refereert aan de bebouwing in het Centrum, maar sluit daarnaast aan op de bebouwing in de omgeving door maximaal 3 bouwlagen toe te staan. Bestaande verbinding Stationsstraat behouden: deze verbinding wordt gezien als een logische loopen fietsroute van het Gouweplein richting de Passage en wordt behouden. De verbinding Jan Dorrekenskade-Oost blijft een verbinding voor fietsers en voetgangers. Met inachtneming van deze aangepaste uitgangspunten en randvoorwaarden is een bouwplan ontwikkeld voor 34 appartementen met de mogelijkheid om een kleinschalige horecavestiging te vestigen.
3.3
Nieuwe situatie
In de nieuwe situatie wordt op het voormalige postsorteercentrum een appartementengebouw in drie bouwlagen gerealiseerd met 34 appartementen. De bouwhoogte is maximaal 10 meter, waarbij volgens het advies van het Q-team (kwaliteitsteam die plannen beoordeelt op ruimtelijke kwaliteit en inpasbaarheid) de in het oog springende plek tegenover het station extra kwaliteit krijgt. Dit wordt bereikt met meer bebouwing op de hoek van het Spoorpad en de Stationsstraat. Verder wordt de bestaande verbinding met de Stationsstraat doorgetrokken door te kiezen voor appartementen waarbij de vormgegeven parcellering aansluit bij de bestaande bebouwing aan zowel het Spoorpad als de Stationsstraat. Het woongebouw krijgt op de hoek tegenover het station een stevig accent met een fraaie hoofdentree en een kleine horecagelegenheid. De openbare ruimte rondom het gebouw wordt ingevuld met groen. Aan de oostzijde wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd voor de appartementen welke deels worden toegevoegd als openbare parkeerplaatsen. Horeca Het plan biedt de mogelijkheid om kleinschalige horeca zoals een koffiebar op deze locatie mogelijk te maken. Hierbij wordt vooral ingezet op de doelgroep treinreizigers en bewoners uit de directe omgeving.
De treinreiziger is geen (directe) doelgroep voor de horecaondernemers aan de Nesse en het Centrum, omdat deze vaak een vluchtig bezoek brengt onderweg naar een bestemming. Bij uitwerking van de plannen zal de behoefte nader worden onderzocht. In de regels is een mogelijkheid opgenomen om twee extra wooneenheden toe te voegen, zodat er enige flexibiliteit is bij uitwerking van de plannen. In figuur 5 is een situatietekening opgenomen. Voorts is een artist impression van de nieuwbouw opgenomen (figuur 5a).
16
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Figuur 5: Situatietekening nieuwe toestand (voorlopig).
Figuur 5a: Artist Impression nieuwbouw.
Toelichting
17
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
3.3.1 Woningbouwprogramma Het woonprogramma behelst de bouw van 34 appartementen voor met name de doelgroepen starters en senioren. Wat betreft de verdeling van het woonprogramma wordt het volgende programma voorstaan: 22 seniorenappartementen in het middendure koopsegment, waarvan 75% tot ten hoogste de op het moment van verkoop geldende NHG grens (€ 325.000, prijspeil 2021); 12 jongerenappartementen in de sociale huursector voor de doelgroep starters (rekenhuur maximaal € 752,33 per maand, prijspeil 2021). 3.3.2 Bezonningsstudie Met een bezonningsstudie is het verschil tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Voor 4 verschillende data (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december) zijn steeds 4 tijdstippen gekozen: 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur. Uit de vergelijking blijkt dat er nagenoeg geen schaduwwerking is. Alleen in december (in de middag) reiken de schaduwen tot woningen aan de Stationsstraat vanwege de lage stand van de zon. De bezonningsstudie is opgenomen in Bijlage 1 van de plantoelichting van dit bestemmingsplan.
3.4
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied is gelegen aan de Stationsstraat, het Spoorpad en de Jan Dorrekenskade-Oost. De ontsluiting van het appartementengebouw vindt plaats via Jan Dorrekenskade-Oost. Ter plaatse hebben de wegen een maximum snelheid van 30 km/ uur. De oostelijk gelegen Kanaaldijk vormt een wijkontsluitingsweg richting de N207 en N454. In zuidelijke richting is het winkelcentrum Gouweplein uitstekend bereikbaar. De wijkontsluitingswegen binnen de bebouwde kom sluiten aan op het rijkswegennet (A12/ A20). Ten opzichte van de bestaande planologische situatie, een postsorteercentrum, zullen 34 woningen worden gerealiseerd. De normatieve verkeersgeneratie voor een postsorteercentrum is gemiddeld 13,6 verkeersbewegingen per 100 m² bvo. Dit betekent een verkeersgeneratie van (857 m² bvo x 13,6 =) 116 verkeersbewegingen van klanten en bestelbusjes. In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van circa 200 verkeersbewegingen per dag. De Jan Dorrekenskade-Oost zal ter plaatse van het plangebied worden ingericht voor tweerichtingsverkeer. Deze verkeersmaatregel draagt ertoe bij dat de geringe toename aan verkeersbewegingen geen consequenties heeft voor de verkeersgeneratie van de Stationsstraat en aangrenzende wegen. De planlocatie is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer.
Zo zijn er naast het station Waddinxveen ook bushaltes met een rechtstreekse busverbinding naar Gouda, Rotterdam Alexandrium en Zoetermeer. Hier bevindt zich ook een HOV-net tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. Stationsstraat. Jan Dorrekenskade-Oost. Spoorpad.
Station Waddinxveen.
18
Bushalte bij station.
Parkeerterrein naast postsorteercentrum.
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 381, 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (december 2018). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'matig stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied'. De te kiezen plek in de bandbreedte is afhankelijk van situatiespecifieke kenmerken. Een locatie dichtbij een aansluiting op een snelweg kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen.
Anderzijds kan een locatie dichtbij een treinstation een lager autogebruik veroorzaken en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen. Omdat Waddinxveen vlakbij de A12 en de A20 ligt én drie treinstations, wordt uitgegaan van het midden van de bandbreedte. Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1: Parkeerkencijfers woningen CROW-publicatie 381. matig stedelijk (gemiddeld) Categorie rest bebouwde kom koop, appartement, midden 1,8 huur, appartement, midden/goedkoop 1,4 (inclusief sociale huur) café/bar/cafetaria 6 per 100 m²
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning waarvan 0,3 per woning
Met de 12 startersappartementen worden voor een specifieke doelgroep aantrekkelijke woningen gerealiseerd. Dit woningtype is niet één-op-één te koppelen aan de woningtypes waarvan het CROW de kencijfers beschikbaar heeft. Zodoende wordt voor de doelgroep starters een meer realistische norm van 1,0 parkeerplaats per huurappartement aangehouden, zijnde de minimum norm van matig stedelijk in rest bebouwd kom. Hierbij is rekening gehouden met de landelijke trend dat jongeren steeds minder een auto hebben dan wel een auto delen. Een daling van tenminste 0,4 van de parkeernorm lijkt daarom realistisch voor het plan, temeer daar het station aan een halte van het HOV-net ligt met eveneens busverbindingen naar Gouda, Rotterdam-Alexandrium en Zoetermeer. Voor de 22 koopappartementen in het middendure segment voor met name de doelgroep senioren is norm van 1,6 per appartement realistisch, omdat ook hier geldt dat het plangebied grenst aan het HOV-net (categorie centrum) en zij gemiddeld over één auto per appartement beschikken. Op basis van deze uitgangspunten ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2). Tabel 3.2: Parkeerbalans nieuwe situatie. Typologie Functies Woningen koop, appartement, midden Woningen huur, appartement, goedkoop horeca dag horeca Totaal
Parkeernorm 1,6 1,0 3
Aantal/opp. 22 12 55 m²
Totaal 35,2 12,0 1,8 49 pp
De dag horeca zal met name worden gebruikt voor bus- en treinpassagiers, zodat er geen extra beslag wordt gelegd op de parkeergelegenheid rondom het gebied. Er wordt rekening gehouden met 1,8 parkeerplaatsen voor het horecapersoneel. Het gaat om één parkeerplaats achter de slagboom die
Toelichting
19
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
gebruikt kan worden door één werknemer. Voor de slagboom is ruimte voor meervoudig gebruik van de parkeerplaatsen. Meervoudig gebruik van deze parkeerplaatsen is mogelijk, omdat verschillende bewoners overdag op locatie werken waardoor de parkeerdruk afneemt. Er zal dus ruimte zijn voor horecapersoneel. Hiermee is voldoende rekening gehouden met de vraag naar parkeerplaatsen van de horecavoorziening. De parkeerbehoefte voor de woningen wordt gerealiseerd door de aanleg van een afgesloten parkeerterrein met 23 parkeerplaatsen conform de hiervoor geldende richtlijnen (2,5 x 5 m). Voorts worden 26 openbare parkeerplaatsen aangelegd, waarvan 10 langs de Jan Dorrekenskade-Oost. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt de aanleg hiervan in artikel 13.1 (parkeerregeling) van het bestemmingsplan geborgd. In het plan wordt tevens voorzien in fietsenstalling. Inpandig worden 88 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Op het buitenterrein is nog plaats voor de stalling van 24 fietsen. De 20 bestaande parkeerplaatsen op het parkeerterrein PostNL vervallen. Deze 20 parkeerplaatsen worden op dit moment vooral gebruikt voor treinreizigers die de auto hier neerzetten en overstappen op de trein. Het gemeentelijk beleid heeft station Waddinxveen Noord aangewezen als P+R-locatie met voldoende parkeerplaatsen.
Beleidsmatig gezien is er geen reden om deze parkeerplaatsen te behouden, omdat de bebouwing van PostNL wordt gesloopt. Door deze parkeerplaatsen te laten vervallen, zal er extra parkeerdruk in de directe omgeving ontstaan. De parkeertellingen uit 2018 laten zien dat de Stationsstraat (omgeving station), het parkeerterrein Oude PostNL en de Jan Dorrekenskade-Oost overdag het meest worden gebruikt (hoogste punt: 80% - 90% van de parkeerplaatsen bezet). Dit heeft twee redenen: De parkeerplaatsen worden gebruikt door de treinreizigers. De parkeerplaatsen worden gebruikt voor het personeel van de winkels in het centrum. Door minder parkeerplaatsen te realiseren in de directe omgeving van het station wordt het parkeren op deze locatie ontmoedigd.
20
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling
Toelichting
21
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
voorziet in de herontwikkeling van een voormalig postsorteercentrum met 34 appartementen en een kleine horecavoorziening in bestaand stedelijk gebied, grenzend aan een HOV-verbinding. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.
Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.
Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.1. De invulling van het plangebied met 34 appartementen voor de doelgroepen starters en senioren sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Waddinxveen. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
22
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 15 maart 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd.
Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.1.
Toelichting
23
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (figuur 6). Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.
De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de ondergrond (eerste laag) wordt gevormd door een veencomplex. In de Laag van cultuuren natuurlandschappen maakt de Stationsstraat onderdeel uit van een ringdijk in een droogmakerij (klei en veen). Het plangebied zelf is niet specifiek aangeduid. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen, gelegen langs een spoorlijn (figuur 6). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap.
Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Op de Laag van de beleving is de Stationsstraat aangeduid als fiets- en wandelroute (indicatief op kaart weergegeven) als onderdeel van het netwerk van fiets- en wandelpaden.
Figuur 6: Links uitsnede kaart 59 van Omgevingsvisie en rechts uitsnede kaart Kwaliteitskaart; Laag van de stedelijke occupatie. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid.
24
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van 34 appartementen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt, waarbij de richtpunten niet in het geding zijn. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in de Woonvisie. In paragraaf 4.3.1 en 4.4.4 wordt hierop nader ingegaan. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 15 maart 2022 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 34 appartementen mogelijk in het bestaand stedelijk gebied. Voldaan wordt aan de Ladder zoals beschreven in paragraaf 4.1.3. De ontwikkeling sluit aan bij de omliggende (woon)bebouwing. Dit plan is opgenomen in het woningbouwprogramma voor de Regio Midden-Holland en hiermee passend gebleken binnen de Regionale Agenda Wonen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben het programma voor onder andere deze locatie aanvaard.
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan c.a. wijzigingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand.
Toelichting
25
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij een halte van het HOV-net Gouda - Alphen aan den Rijn. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Conclusie Het plangebied ligt binnen het Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD). Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland. De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie paragraaf 4.3.1). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 (RAW).
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de RAW is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de RAW leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De RAW is complementair aan lokale woonvisies.
26
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De Stationsstraat 5 is één van de Waddinxveense projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen en dat hierover in voldoende mate door de regio afstemming heeft plaatsgevonden. In het plangebied worden 34 appartementen mogelijk gemaakt. De bouwplannen binnen het Sleutelkwartier zijn regionaal afgestemd met de werkgroep RAW. Het plan is opgenomen in blok I van de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland. Met deze instemming is de regionale afstemming afgerond.
Toelichting
27
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de structuurvisie Waddinxveen 2030 "Positief en realistisch naar 2030" vastgesteld. De structuurvisie van 2006 is herzien, omdat in de periode tot 2006 en nu veel is veranderd. De huidige economische situatie en bijgestelde groeiprognoses hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het beleid dat gericht is op de woningmarkt. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Het karakter van de structuurvisie is positief en realistisch. Concreet betekent dit dat de ambities haalbaar en uitvoerbaar zijn, maar dat de visie ook uitdaagt en perspectief biedt. De nieuwe structuurvisie moet zowel de gemeente als burgers, bedrijven en andere betrokken partijen inspireren om actief mee te werken en te bouwen aan de toekomst van Waddinxveen. Wonen en voorzieningen De gemeente wil bouwen voor de lokale en regionale behoefte op het gebied van wonen. Hierover zijn in het verleden afspraken gemaakt met de regio en de gemeente wil deze afspraken zoveel mogelijk nakomen. Tegelijkertijd is de marktsituatie veranderd en zijn de prognoses over de ontwikkeling van de bevolking en huishoudens in Waddinxveen ten opzichte van 2006 neerwaarts bijgesteld. Een bijstelling van het programma uit de structuurvisie 2006 is daarom noodzakelijk.
De prognoses geven aan dat de behoefte aan extra woningen in 2030 circa 2.000 bedraagt (op basis van autonome groei en gezinsverdunning). Waddinxveen wil in deze behoefte voorzien en daarnaast bouwen voor de regionale groei en gaat daarom uit van een programma van circa 4.250 woningen tot 2030. Dit betekent dat gemiddeld ruim 200 woningen per jaar worden gerealiseerd. De gemeentelijke ambities uit de structuurvisie zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda met concrete projecten. De uitvoeringsagenda vormt deze periode enerzijds een belangrijk sturingskader voor de projecten die de gemeente zelf actief wil oppakken en anderzijds een toetsingskader voor projecten en initiatieven van private partijen die een faciliterende rol van vragen van de gemeente. Van belang is dat zowel de structuurvisie als de uitvoeringsstrategie een momentopname zijn van ambities en concrete projecten op de korte én lange termijn. Bij invulling van het woningbouwprogramma wordt ingezet op ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt. Voor de gemeente betekent dit concreet dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de toekomstige woon-, leef- en werkkwaliteit van Waddinxveen. Een goede balans tussen inbreiding en uitbreiding is hierbij van groot belang. Ten aanzien van de Passage is na het in gebruik nemen van het nieuwe centrum de inzet niet langer gericht op voortzetting van detailhandel.
Op termijn wordt daar een herstructurering beoogd zonder detailhandelsfunctie. Hierin neemt de gemeente een stimulerende en faciliterende rol. Op de integrale kaart van de Structuurvisie is het plangebied aangeduid als 'Wonen bestaand', grenzend aan het “Concentratiegebied winkels en voorzieningen centrumgebied" (figuur 7). Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat deze planontwikkeling in overeenstemming is met de structuurvisie en de hierbij behorende uitvoeringsagenda.
28
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Figuur 7: Integrale kaart Structuurvisie. Conclusie De geactualiseerde Structuurvisie en de Uitvoeringsagenda staan het oprichten van 34 woningen niet in de weg. De nieuwbouwontwikkeling levert een bijdrage aan de gewenste gedifferentieerde woonmilieus. 4.4.2 Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied Voor het gebied van Station tot Brug-gebied (SB-gebied) heeft de raad in zijn vergadering van 7 maart 2017 een ontwikkelvisie vastgesteld. Deze visie komt voor het gedeelte dat betrekking heeft op het SB-gebied in de plaats van de in 2009 vastgestelde gebiedsvisie van Bentwoud tot Brug. De stedenbouwkundige invulling van het gebied is op veel plekken onsamenhangend en rommelig. Een behoorlijk aantal locaties in het SB-gebied vraagt nu of op termijn om een herontwikkeling. Mede door de opening van Gouweplein in 2014 zijn er veel locaties beschikbaar gekomen. Ook de kwaliteit van de openbare ruimte kan verbeteren. De ontwikkellocaties zijn opgenomen in figuur 8. Het plangebied maakt onderdeel uit van ontwikkellocatie 10.
Toelichting
29
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Figuur 8: Overzicht van de ontwikkellocaties (indicatief). Het doel is een kwaliteitsimpuls voor het SB-gebied. Het gaat enerzijds om een kwaliteitsimpuls voor de diverse ontwikkellocaties en anderzijds om een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte in het SB-gebied als samenhangend element en verbinding tussen de ontwikkellocaties. Deze ontwikkelvisie biedt hiervoor realistische kaders en uitgangspunten. Verder geldt: nieuwe bebouwing is kwalitatief hoogwaardig en past goed in de omgeving; functies hebben een meerwaarde voor Waddinxveen; initiatieven vinden zoveel mogelijk in de juiste volgorde plaats, waarbij snel resultaat zichtbaar is. De Stationsstraat 5 maakt onderdeel uit van ontwikkellocatie 10. Op deze kavel is een herontwikkeling mogelijk naar woningbouw. Stedenbouwkundige kaders Stedenbouwkundig zijn er twee belangrijke aandachtspunten: Op dit moment is er in het SB-gebied op diverse plekken sprake van een minimale ruimtelijke kwaliteit en samenhang. Dit komt door de diverse braakliggende locaties, waardoor er gaten zijn en er zicht is op achterkanten. Dit geeft een rommelig beeld. Het SB-gebied is een van de oudere delen van Waddinxveen. Door de historische waarden in het gebied te herstellen of te benadrukken, ontstaat extra kwaliteit. Bij de herontwikkeling van ontwikkellocaties kan dit door samenhangende bebouwing en rooilijnen.
Ook bij de verbetermogelijkheden voor de openbare ruimte is dit een belangrijk element. In het Beeldkwaliteitsplan zijn per ontwikkellocatie schetsen, referentiebeelden en soms 3D-beelden gemaakt, waarbij specifiek aandacht is besteed aan massa, beeldkwaliteit en parkeeroplossingen. Dit plan wordt beschreven in paragrafen 3.2.1 en 4.4.3. Functionele kaders Bij initiatieven op de ontwikkellocaties wil de gemeente dat de nieuwe functies een toegevoegde waarde hebben voor Waddinxveen. Het moet gaan om functies waar behoefte aan is en niet ongewenst concurreren met andere functies in Waddinxveen. Ook dit is een belangrijk onderdeel voor het bereiken van de gewenste kwaliteitsimpuls.
30
Toelichting
bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen
Er is een marktonderzoek uitgevoerd om de meest kansrijke functies voor het SB-gebied te bepalen. In het gebied is plaats voor verschillende typen functies, waarmee we het SB-gebied beschouwen als een gemengd gebied. De meest kansrijke functies zijn: wonen, vooral gericht op: alleenstaanden; jongeren tot 30 jaar; (aankomende) gezinnen; ouderen. Conclusie De planontwikkeling past binnen de stedenbouwkundige kaders. De woningen zijn geschikt voor met name starters en senioren. De openbare ruimte is bij onderhavige planontwikkeling niet in het geding. 4.4.3 Beeldkwaliteitsplan Van station tot brug te Waddinxveen (2017) De ontwikkellocatie ligt binnen het plangebied Van station tot hefbrug. Hiervoor is een beeldkwaliteitsplan vastgesteld als onderdeel van de Ontwikkelvisie Station tot Brug-gebied, waarin de stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen zijn verwoord. Belangrijk is dat er samenhang ontstaat mede door eenduidige bebouwing. Gelijktijdig heeft de gemeenteraad op 7 maart 2017 de 'Visie openbare ruimte van station tot brug te Waddinxveen' vastgesteld. De openbare ruimte voor het appartementengebouw wordt heringericht. Toetsing aan beeldkwaliteitsplan In het beeldkwaliteitsplan wordt nog uitgegaan van grondgebonden woningen in twee bouwlagen met een kap. Het plan wijkt hiervan af, omdat sprake is van gestapelde woningen in drie bouwlagen zonder kap.