Bijlage 2 BP Polderweg 1 Waddinxveen toelichting en regels
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPpolderweg1-0401
Polderzicht, achter Polderweg 1 VASTGESTELD
22 september 2021
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 24 april 2020 1 september 2020 16 maart 2021 22 september 2021
VERSIE 2e versie 2e versie 2e versie 2e versie
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
4
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren 3.5 Beeldkwaliteit
13 13 13 14 15 17
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie
19 19 21 27 30 34
Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding
35 35 35 36 36 37
Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
41 41 51 54 57
Hoofdstuk 7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
59 59 59 59 62
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
63 63
Hoofdstuk 9
65
Toelichting
Maatschappelijke betrokkenheid
5
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
9.1 9.2 9.3
Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro Communicatie Zienswijzen
65 65 65
Regels
67
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
68 68 72
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Water Wonen Leiding - Water
73 73 74 75 76 77 80
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
81 81 82 83 84 85 86
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
87 87 88
Bijlagen toelichting Bijlage 1
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Wet geluidhinder; besluit hogere waarden
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Bijlage 6
Nota van beantwoording zienswijzen en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Bijlagen regels Bijlage 1
6
Gebruik vrijkomende agrarische bebouwing
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In oktober 2016 is een pluimveehouderijbedrijf aan de Plasweg 37a door brand verwoest. De pluimveehouder heeft overwogen om een herstart te maken van zijn bedrijf, waaronder een bedrijfsverplaatsing en verduurzaming van het pluimveehouderijbedrijf. Mede in verband met de maatschappelijke onrust die is ontstaan ten aanzien van fijnstof en een te lang traject naar de benodigde onherroepelijke vergunning heeft initiatiefnemer ervoor gekozen om de agrarische bedrijfsactiviteiten niet te verplaatsen. Om herbouw van het bedrijf op de bestaande locatie te voorkomen zijn afspraken gemaakt met de gemeente teneinde gebruik te maken van de ruimte voor ruimteregeling om 5 compensatiewoningen mogelijk te maken. Een tweede reden om het bestemmingsplan te herzien is de behoefte aan planologische ruimte om compensatiewoningen in het kader van de zogenaamde ruimte voor ruimteregeling mogelijk te maken, die niet ter plaatse van een saneringslocatie kunnen worden gerealiseerd. Vanuit planologische overwegingen is het perceel aan de Polderweg 1 (tot 1 januari 2021 Plasweg 37a) hiervoor geschikt, omdat er al een cluster van 5 woningen mogelijk wordt gemaakt en de locatie zich bevindt aan de dorpsrand van de gemeente.
Deze compensatiewoningen kunnen pas worden gerealiseerd, nadat elders voldoende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is gesloopt en/of sierteeltgronden buiten de sierteeltcontour zijn gesaneerd in de gemeente. Om deze reden wordt een wijzigingsbevoegdheid voorgestaan om binnen de planperiode maximaal 3 compensatiewoningen mogelijk te maken wanneer aan de hierin opgenomen voorwaarden kan worden voldaan. Om beide wijzigingen mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld, waarin wordt aangetoond dat deze ontwikkelingen vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar zijn.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op de hoek van de Plasweg en de Polderweg (voorheen Zesde Tochtweg) in het westelijk buitengebied van Waddinxveen aan de rand van de bebouwde kom. In noordoostelijke richting liggen akkerbouwgronden. In oostelijke richting ligt de woonwijk Zuidplas 1990. Aan de overzijde van de Plasweg in zuidelijke richting ligt een glastuinbouwbedrijf. Aan de overzijde van de Polderweg staat een voormalig agrarisch bouwperceel. Een situatietekening van het plangebied is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.
Toelichting
7
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Glasparel+" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"
Raadsbesluit 26 juni 2013 9 juli 2014 19 september 2018
Uitspraak ABRvS 9 juli 2014 6 mei 2015
In het bestemmingsplan Zuidplas Noord is het plangebied bestemd voor 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Binnen het bouwvlak mag de bedrijfsbebouwing niet meer bedragen dan het bestaande oppervlak zoals aanwezig bij vaststelling van dit bestemmingsplan. De transformatie naar 9 woningen, waarvan 6 bij recht, is in strijd met het bestemmingsplan. In het zuidwestelijke deel ligt een waterleiding met de dubbelbestemming 'Leiding - Water'. Om aan de vervolgfunctie medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In het bestemmingsplan 'Glasparel+' zijn de gronden bestemd voor ''Bedrijventerrein - 2'. De gronden zijn bestemd voor bedrijven tot en met categorie 3.2 met daarbij behorende wegen en groenvoorzieningen.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Zuidplas Noord (plangebied rood gestreept omlijnd).
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Luchtfoto plangebied en omgeving.
Toelichting
9
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
10
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied ligt in de polder Zuidplas waar vele jaren een pluimveehouderijbedrijf gevestigd is geweest. De nabij gelegen woonwijk Zuidplas is in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw gebouwd. Daarvoor waren deze gronden in gebruik voor de landbouw. Voorts was aan de Plasweg een autobedrijf gevestigd. Aan de overzijde van het plangebied ligt een glastuinbouwbedrijf in de Vredenburghzone. Dit gebied krijgt een recreatieve bestemming tussen de Vredenburghlaan en de wijken Zuidplas en Park Triangel. Ten noordoosten van het plangebied ligt aan de Zevende Tochtweg een manege. Verderop is langs de Plasweg grenzend aan de woonkern woningbouw gerealiseerd in Plan 't Suyt. Richting de Bredeweg worden eveneens woningen in het lint gerealiseerd. Ten westen van het plangebied (achter het bebouwingslint van de Plasweg) wordt een bedrijvenpark gerealiseerd in het kader van de ontwikkeling van Glasparel+. Lintbebouwing langs Plasweg (Wijk Zuidplas).
Tegenover gelegen boerderij aan Polderweg 2.
Bedrijvenontwikkeling Glasparel+.
Paardenweide van verderop gelegen manege.
Plangebied Het plangebied is afgerond 1,15 hectare. Tot oktober 2016 was hier een pluimveehouderijbedrijf gevestigd met vier stallen, waarin circa 60.000 kippen verbleven. Na de brand is het perceel ontruimd. De kippenschuren met toebehorende loodsen, groot 5.589 m², zijn na de brand verwijderd. Dit gedeelte van het perceel is ingezaaid met gras in afwachting van een nieuwe bestemming. Alleen de bedrijfswoning en een bedrijfsschuur staan er nog. Bij de ingang staat een eierautomaat waarin particulieren eieren kunnen kopen die tegenwoordig afkomstig zijn van een collega-pluimveehouder. Het agrarisch bouwperceel wordt ontsloten vanaf de Polderweg. Via de inrit over de watergang is het perceel toegankelijk.
Toelichting
11
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Te handhaven woning Polderweg 1.
Te handhaven voormalige bedrijfsschuur.
Plangebied vanaf Polderweg.
De verkoopruimte voor eieren (eierautomaat).
12
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige ontwikkelingen
Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). Het gebied ten noordwesten hiervan maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder dat wordt getransformeerd tot een bedrijvenlandschap (Glasparel+). Een bestemmingsplan hiervoor heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 gewijzigd vastgesteld, waarin de ontwikkeling van een glastuinbouwgebied, logistiek- en distributiepark en woningen mogelijk wordt maakt. Bij uitspraak van 6 mei 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het plandeel met de bestemming 'Bedrijventerrein 1' van dit bestemmingsplan vernietigd, maar heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Glasparel+' voor zover daarbij het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein - 1" is vastgesteld, in stand blijven. Ten zuidwesten van het plangebied is de Vredenburghlaan gepland als onderdeel van de Corridorstudie N207. Deze weg wordt in eerste instantie doorgetrokken tot de Polderweg om het nieuwe bedrijventerrein 'Glasparel+' te kunnen ontsluiten. Het bestemmingsplan 'Vredenburghlaan' heeft de gemeenteraad op 31 januari 2018 vastgesteld. Later wordt de Bentwoudlaan doorgetrokken richting Beethovenlaan en de Hoogeveenseweg.
Hiervoor loopt een M.E.R.-procedure. De procedure voor het bestemmingsplan zal later worden gestart. In figuur 3 is het (voorlopig) tracé opgenomen.
Figuur 3: Tracé Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan.
3.2
Bestemmingsplan gebied Vredenburghlaan.
Randvoorwaarden en uitgangspunten
De gemeente heeft de navolgende uitgangspunten en ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als basis voor de regeling geldt de ruimtelijke kwaliteitswinst als doelstelling. Basisuitgangspunten De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Een vervolgfunctie naar 5 woningen is mogelijk in het kader van de ruimte voor ruimteregeling, omdat 5.589 m² aan kippenschuren is gesaneerd. Gelet op de ruimtelijke kwaliteitswinst - een intensieve en milieubelastend pluimveehouderijbedrijf met een hoge geurbelasting en fijnstofuitstoot wordt gesaneerd - zijn woningen toegestaan met een
Toelichting
13
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
inhoud van 900 m³ per woning, met een goothoogte die varieert van 3 tot 6 m. De nieuwe woningen worden ontsloten via één nieuw aan te leggen uitrit op de Polderweg. Gelet op de grootte en situering van het plangebied aan de dorpsrand kan planologische ruimte worden gereserveerd om extra compensatiewoningen in het kader van de ruimte voor ruimteregeling te realiseren met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid voor maximaal 3 woningen, nadat elders voldoende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is gesloopt en/of sierteeltgronden buiten de sierteeltcontour zijn gesaneerd binnen het grondgebied van de gemeente. Om de landschappelijke inpassing te borgen is een landschapsinrichtingsplan vereist voor zowel de 5 bij recht toegestane woningen als de 3 compensatiewoningen, waarbij aandacht dient te worden besteed aan de maat, de schaal en de richting van het landschap. In de bedrijfsschuur zijn bedrijfsmatige nevenactiviteiten toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend gebruik gemaakt mag worden van de bestaande bebouwing en opslag buiten de bebouwing niet is toegestaan. Voor de bestaande woning zijn de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan Zuidplas Noord onverminderd van toepassing. De bij de entree aanwezige en vergunde eierautomaat dient onder het persoonsgebonden overgangsrecht te vallen.
3.3
Nieuwe situatie
Vijf woningen Op basis van genoemde beleidskaders is een plan ontwikkeld voor het oprichten van 5 woningen. Het plangebied wordt op een landschappelijke manier ingebed. De vrije sector kavels worden via een brug over de tocht ontsloten op de Polderweg. In het plangebied wordt een hofje gecreëerd, zodat een informeel karakter ontstaat met midden in het gebied een pleintje met ruimte voor parkeren, spelen en groen. De woonpercelen worden omzoomd met hagen als kavelscheiding. De woningen langs de Polderweg liggen achter de vrijwaringszone van de waterleiding. De twee nieuwe woningen langs de Polderweg worden georiënteerd op deze weg. Hiervoor is op de verbeelding een 'specifieke bouwaanduiding - gevelrichting' opgenomen. De afstand tussen een hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 3 m, zodat doorzichten naar de polder niet onevenredig worden beperkt. Het bewonersparkeren wordt op eigen terrein opgelost, minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein (exclusief garage). De korrelgrootte sluit aan op de bestaande bebouwing langs de Plasweg en de tegenover gelegen woonwijk Zuidplas. De woningen krijgen een inhoud van elk maximaal 900 m³. Deze inhoud is passend voor de circa 900 m² grote woonkavels.
De goot- en bouwhoogte van de nieuwe woningen wordt niet hoger dan respectievelijk 3/6 meter en 10 meter, waarbij de nokrichting haaks of evenwijdig op de weg kunnen liggen, zodat een gevarieerd beeld ontstaat. De woningen worden landschappelijk ingepast. In figuur 4 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe toestand. Bestaande woning met bedrijfsschuur De voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Polderweg 1 krijgt een woonbestemming. De exploitatie van de bij de entree gelegen eierautomaat kan door de huidige eigenaren worden voortgezet. Om te vermijden dat deze ook door nieuwe eigenaren kan worden voortgezet valt het gebruik hiervan onder het persoonsgebonden overgangsrecht. In de voormalige bedrijfsschuur zijn bedrijfsmatige nevenactiviteiten toegestaan die niet conflicteren met de nieuwe woonbestemming. In de regels is vastgelegd dat bedrijfsmatige activiteiten uitsluitend in de bestaande bebouwing is toegestaan. Opslag buiten de bebouwing is verboden. Voor het overige zijn de bouwregels van het bestemmingsplan Zuidplas Noord van toepassing voor de bestaande woning.
Wijzigingsbevoegdheid 3 compensatiewoningen De strook tussen de vijf woningen en de bestaande woning met bedrijfsschuur krijgt de bestemming 'Tuin', met dien verstande dat op dit perceel een wijzigingsbevoegdheid wordt opgenomen om hier drie compensatiewoningen mogelijk te maken, nadat elders buiten de bebouwde kom van de gemeente voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is gesloopt, kassen zijn gesloopt en/of sierteeltgronden buiten de sierteeltcontour zijn gesaneerd overeenkomstig de in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voorwaarden. De percelen sluiten aan op het pleintje, waarop eveneens de ontsluiting kan plaatsvinden via de nieuwe uitrit op de Polderweg. De woning langs de Polderweg dient te worden georiënteerd op
14
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
deze weg.
Figuur 4: Verkavelingstekening plangebied (voorlopig). Aanpassing klein gedeelte bestemmingsplan Glasparel+ Schuin aan de overzijde van de Polderweg wordt het bedrijventerrein Glasparel+ gerealiseerd. Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter voor gemengd gebied. Om planologisch te borgen dat er binnen 50 m van de dichtstbijzijnde woning geen bedrijven kunnen komen in milieucategorie 3.2 wordt een klein gedeelte van dit bedrijventerrein bestemd voor 'Verkeer'. In paragraaf 6.1.2 Milieuzonering wordt dit nader toegelicht.
3.4
Verkeer en parkeren
Verkeer De vijf woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen brug op de Polderweg. De weg is ter plaatse een 60 km uur zone. De Polderweg wordt in noordelijke richting via een nieuwe rotonde ontsloten op de regionale infrastructuur van waaruit ook het bedrijvenpark Glasparel+ bereikbaar is. Via deze nieuwe bovenlokale weg zijn de A12 en A20 aan te rijden. De Polderweg en Plasweg hebben voldoende capaciteit om deze vervolgfunctie op te vangen, temeer daar de verkeersintensiteit op deze wegen (zeer) laag is. De woning aan Polderweg 1 wordt via de bestaande uitrit ontsloten op deze weg. De ontsluitingsweg in het plangebied krijgt een profiel van 5 m, zodat deze bereikbaar is voor hulpdiensten en vuilnisophaal. Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met de bochtstralen hiervoor.
Toelichting
15
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Plasweg.
Polderweg.
Bestaande inrit.
Verhard erf richting Polderweg.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe, wordt bepaald in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is opgenomen in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeerkencijfers van de richtlijnen van het CROW 2012 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 317). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 14.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het Parapluplan Archeologie en Parkeren zijn overgenomen. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Norm buitengebied, matig stedelijk Aandeel bezoekers Woning, vrijstaand 2,8 per woning waarvan 0,3 per woning Bedrijf arbeidsextensief/ min. 0,8 pp per 100 m² 5% bezoekersextensief max. 1,3 pp per 100 m² Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2). Tabel 3.2: Parkeerbalans nieuwe situatie. Typologie Parkeernorm Functies Woningen vrijstaand 2,8 Bedrijf extensief 1,3 per 100 m² Totaal
Aantal/ oppervlakte 6 340 m²
Totaal 16,8 4,4 21 pp (afgerond)
In de nieuwe situatie zijn afgerond 3 parkeerplaatsen per woning nodig. De kavels zijn dusdanig van omvang dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is voor minimaal 2 auto's per kavel. Daarnaast worden in het hofje rondom de woningen 7 parkeerplaatsen aangelegd, zoals aangegeven in
16
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
figuur 4. dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. De voormalige bedrijfsschuur heeft een oppervlakte van afgerond 340 m². Dit betekent bij een maximum norm dat er (1,3 x 340 m² =) 4,4 pp dienen te worden gerealiseerd. Op het verharde voorterrein is ruim voldoende plaats voor 6 parkeerpeerplaatsen en gelegenheid voor laden en lossen van vrachtauto's. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan wordt voldaan. In de 14.1 van de Overige regels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.
3.5
Beeldkwaliteit
Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten, de Vijfde en Zesde Tocht als tocht en de Beijerincklaan als de ‘oprijlaan’ van Waddinxveen. De Plasweg is te typeren als de ruimtelijke ‘ruggengraat’ van het gebied. Het is een karaktervolle polderweg, waar veelvuldig recreatief gebruik van wordt gemaakt. Langs de linten wordt gewoond en gewerkt. Kenmerkend voor deze linten zijn de veelal grote kavelstructuur op de aanliggende percelen. De inrichting van deze kavels bestaat uit een combinatie van woningen en schuren op het achtererf. Naarmate de linten dichter bij de bebouwde omgeving van Waddinxveen komen, wordt de bebouwing intensiever. Doordat de lanen en linten een beplantingstructuur hebben, vaak in de vorm van laanbeplantingen en kavelbeplantingen, vormen deze ‘lijnen in het landschap’ de kenmerkende grootschalige blokstructuur die ook op de kaart goed leesbaar is.
Belangrijke ruimtelijke consequenties voor het naastgelegen plangebied van de Glasparel+ is de aanleg van een nieuwe provinciale weg aan de zuid- en westkant van Waddinxveen. Aan de zuidkant heet deze weg de Vredenburghlaan en gaat hij over in de Bentwoudlaan aan de westzijde van Waddinxveen. Deze weg komt ten zuidwesten en noordwesten van het plangebied aan de Polderweg 1 te liggen (zie figuur 3 van deze plantoelichting). Planspecifiek Beeldbepalend voor de identiteit van de woningbouwontwikkeling langs de Polderweg en achter de Plasweg zijn de (hoogwater) sloten en de grote (woon)kavels met voortuinen langs de Polderweg. De nieuw te bouwen woningen maken het mogelijk om op de hoek van de Plasweg en Polderweg een woonhof te ontwerpen met een collectieve ontsluiting op de Polderweg. Zo wordt voorkomen dat de hoogwatersloot veelvuldig wordt onderbroken met bruggen, dan wel duikers ten behoeve van de ontsluiting van de individuele kavels. De eerste lijn woningen dienen op het lint te worden georiënteerd. Er mogen geen achterkanten naar het lint staan. De goothoogte kan variëren van 4 tot 6 m met een maximum nokhoogte van 10 m. Om het effect van voorkanten aan het lint te versterken wordt aan de voorzijde van de woningen (grenzend aan de Polderweg) een brede tuinstrook gereserveerd.
De woningen langs de linten hebben kappen, waarbij kaprichtingen niet zijn voorgeschreven, zodat er een gevarieerd - landschappelijk ingepast - beeld ontstaat. De ontwikkeling sluit aan op de huidige identiteit van het gebied langs de Plasweg waar al lintbebouwing is gerealiseerd in 't Suyt en Glasparel+. Voorts is onlangs de nieuwe Vredenburghlaan gerealiseerd. De ontwikkeling van een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied is hier passend. De woningen voegen zich landschappelijk in het lint, zoals weergegeven in figuur 4.
Toelichting
17
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
18
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.
Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Deze hebben betrekking op de volgende onderwerpen: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie.
Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij om: Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; Elektriciteitsvoorziening; Natuurnetwerk Nederland; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In de derde tranche, vastgesteld op 1 februari 2014 zijn de volgende twee nationale belangen toegevoegd: Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Door de (14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro
Toelichting
19
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt 5 compensatiewoningen mogelijk met een wijzigingsbevoegdheid om 3 woningen toe te staan wanneer elders in het buitengebied van de gemeente sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing plaatsvindt waar ter plaatse geen planologische en/of milieutechnische mogelijkheden zijn de compensatiewoning aldaar te realiseren. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het bouwen van 11 woningen is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 16 september 2015, nr. 201308263/2/R4).
Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt eveneens niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de woningen landschappelijk worden ingepast, en de herbouwmogelijkheden van pluimveehouderijbedrijf met 60.000 kippen komen te vervallen, zodat de hoeveelheid bebouwing per saldo met circa 90% afneemt. Een verdere toetsing aan de ladder is niet nodig. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
De vervolgfunctie betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
20
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 augustus 2020 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'.
De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Uit de Laag van
Toelichting
21
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
cultuur- en natuurlandschappen valt af te leiden dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten. Voorts grenst het plangebied aan een polderlint. De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.
Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied tussen het glastuinbouwgebied en stad- en dorpsrand. Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Daarnaast is de in voorbereiding zijnde Provincialeweg (Vredenburghlaan) als zodanig opgenomen. Op de Laag van de beleving ligt het plangebied gedeeltelijk in de ecologische hoofdstructuur van Natuurnetwerk Nederland. Een uitsnede van de Laag van de stedelijke occupatie en Laag van de beleving is opgenomen in figuur 5.
Figuur 5: Links uitsnede Laag van de stedelijke occupatie en rechts uitsnede van Laag van de beleving. Het natuurgebied is vervallen in verband met aanpassing Kaart 7 NNN (besluit Provinciale Staten op 16 juni 2021). Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een vervolgfunctie mogelijk van een voormalig agrarisch bedrijfscomplex naar 5 compensatiewoningen met een mogelijkheid om het aantal met 3 uit te breiden. De woonbebouwing sluit aan op het zuidoostelijk gelegen woongebied van de wijk Zuidplas en verderop aan de Plasweg in het bestemmingsplan Glasparel+ mogelijk gemaakte woningen in het lint van de Plasweg ten zuidwesten van het plangebied. In het bestemmingsplan Zuidplas Noord zelf is al een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar Wonen en niet-agrarische functies (waaronder bedrijven in milieucategorie 1 en 2), waarmee Gedeputeerde Staten eerder hebben ingestemd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, wordt niet aangetast, omdat het NNN ter hoogte van het plangebied is geschrapt bij besluit van Provinciale Staten op 16 juni 2021 (zie hiervoor figuur 7. Deze bestemmingswijziging geeft vanuit landschappelijk oogpunt een
22
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
duurzame kwaliteitsverbetering, omdat een intensieve veehouderij met veel stikstofdepositie van 60.000 kippen wordt gesaneerd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Dit bestemmingsplan maakt een herontwikkeling binnen een bestaand bouwvlak mogelijk van een agrarisch bedrijfscomplex naar 5 woningen met de mogelijkheid het aantal onder voorwaarden van de ruimte voor ruimteregeling met 3 uit te breiden. Deze ontwikkeling valt onder de noemer aanpassing. De ontwikkeling sluit aan bij de huidige identiteit van het gebied waar al lintbebouwing aan de Plasweg is gerealiseerd in Glasparel+ en plan 't Suyt. Verder is de Vredenburghlaan hier aangelegd en wordt hier een bedrijventerrein ontwikkeld. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied worden verbeterd, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een vervolgfunctie naar maximaal 8 compensatiewoningen mogelijk in de dorpsrand, grenzend aan de bebouwde kom, waar ook elders al aan de Plasweg woningbouw plaatsvindt. Zoals in paragraaf 4.1.3 is toegelicht is hier geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als genoemd in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Een verdere bespreking is niet nodig.
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.
Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn
Toelichting
23
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Het plangebied ligt aan een dorpsrand in een droogmakerij. Het plan is getoetst aan de relevante richtpunten. Dorpsrand De dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Een vervolgfunctie van een intensieve veehouderij (kippenhouderij) naar compensatiewoningen versterkt het bebouwingslint langs de Plasweg en Polderweg, omdat de woningen onderdeel gaan uitmaken van de bestaande en nieuw te bouwen woningen in het lint, waarbij de kwaliteit en beleefbaarheid van de polder wordt versterkt, omdat agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Zichtlijnen worden hersteld, zoals aangegeven in een landschappelijk inpassingsplan is. De ontwikkeling in de dorpsrand sluit aan op de de visie voor het gehele lint langs de Plasweg. Deze vervolgfunctie past dan ook in de Structuurvisie Waddinxveen 2030, waarin het lint wordt versterkt. In paragraaf 3.5 wordt dit toegelicht.
Droogmakerij Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'droogmakerij (klei)'. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. In dit geval is sprake van sanering van een intensieve veehouderij (er zijn kippenschuren met toebehorende loodsen, groot 5.589 m² gesloopt). De ruimtelijke kwaliteit wordt hierdoor verbeterd, omdat deze sanering plaatsmaakt voor alleen enkele compensatiewoningen in de dorpsrand. Achter de hoofdtocht worden pas woningen gebouwd met bijbehorende erven, wat ten goede komt aan de landschappelijke kwaliteiten. De situering houdt rekening met de bestaande ontginningslijnen. Bestaande zichtlijnen worden verbeterd. Deze ontwikkeling draagt dan ook bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Resumerend is er per saldo sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, temeer daar een intensieve veehouderij wordt gesaneerd en de historische gaafheid van het lint wordt gerespecteerd. De richtpunten voor dorpsrand en droogmakerij zijn niet in het geding.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) In artikel 6.24, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Naar aanleiding van een ingekomen zienswijze tegen de herziening van het Omgevingsbeleid 2020 hebben Provinciale Staten op 16 juni 2021 besloten de ecologische zone bij Waddinxveen zodanig aan te passen dat met een iets aangepaste ligging toch realisatie mogelijk is van een aaneengesloten zone, terwijl onderhavig plangebied wordt ontzien en er een betere samenloop van de zone is met het geplande en gerealiseerde water en groen in de omgeving. In figuur 6 is de aangepaste kaart 7 van NNN opgenomen.
24
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Figuur 6: Aangepaste Kaart 7 NNN Kaart ter hoogte van plangebied. Conclusie De vervolgfunctie naar wonen is een ontwikkeling aan de rand van de bebouwde kom. Hier is sprake van 'aanpassing' aangezien de aard van de plek wijzigt van een agrarisch bedrijf naar woningbouw. Gesteld kan worden dat deze vervolgfunctie qua aard, schaal en maat van de bestaande kenmerken van het gebied past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied wijzigen. Onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan de ambities van de Omgevingsvisie om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, temeer daar een intensieve veehouderij wordt gesaneerd. De bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde van dit belangrijke lint krijgt een kwaliteitsimpuls. Het Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS) heeft door deze planontwikkeling geen negatief effect, omdat de herontwikkeling plaatsvindt binnen een bestaand agrarisch bouwvlak waar al meer bebouwing mogelijk is. Resumé Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet strijdig is met artikel 6.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (NNN), omdat
Toelichting
25
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
wezenlijke kenmerken en waarden van het plangebied niet significant worden beperkt, dan wel leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van het plangebied. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk.
Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. De nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van het agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingsstructuur als uitgangspunt worden genomen.
Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas
26
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Het kenmerkende landschap van het lint is nog altijd herkenbaar rond de locatie, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de in voorbereiding zijnde bovenlokale infrastructuur Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan. Het contrast tussen het nieuwe bedrijvenlandschap (Glasparel+) en behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De woningen bieden een fraaie overgang richting de woonwijk enerzijds en het bedrijvenlandschap anderzijds. Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het cultuurhistorisch waardevolle lint, temeer daar een intensieve pluimveehouderijf wordt gesaneerd.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.
Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 7) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'.
'Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' tussen het glastuinbouwlandschap' en het reservegebied glastuinbouw of nieuw wonen. Het plangebied is met een zwarte pijl aangeduid op de plankaart. De vervolgfunctie van
Toelichting
27
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
een agrarisch bedrijf naar wonen is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.
Figuur 7: Plankaart ISP. Plangebied met zwarte pijl aangeduid. 4.3.2 Handboek kwaliteit Zuidplaspolder In het Handboek kwaliteit Zuidplaspolder (2008) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit Handboek is niet vastgesteld, maar dient wel als uitgangspunt bij toetsing van nieuwe aanvragen. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. Conclusie De tochten en lanen zijn uitgewerkt in profielen. Voor de Polderweg en Plasweg zijn zones van minimaal 50 m opgenomen voor wonen/ werken. In figuur 8a en 8b is dit weergegeven. De nieuwe
28
Toelichting
bestemmingsplan Polderzicht, achter Polderweg 1
Vredenburghlaan en Bentwoudlaan worden voorzien van laanbeplanting waarlangs de ecologische zone kan lopen. De planontwikkelingen voldoen aan de in het Handboek genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is van de planontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
Figuur 8a: Profiel Bentwoudlaan - Plasweg.
Figuur 8b: Profiel Polderweg. 4.3.3 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid.