Bijlage 2 Beoordeling omgevingsaspecten Stationsstraat 5
Tekst van het document
Afdeling Expertise B. Durmus 088 - 54 50 121 bdurmus@odmh.nl Postbus 45 2800 AA Gouda
Gemeente Waddinxveen T.a.v. D. Janse Postbus 400 2740 AK Waddinxveen gemeente@waddinxveen.nl d.janse@waddinxveen.nl
088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum
08-11-2021
Ons kenmerk
2021295826
Uw kenmerk
Onderwerp Beoordeling omgevingsaspecten Stationsstraat 5 Waddinxveen
Bijlagen
6
Beste D. Janse, Op 12 oktober 2021 heeft u ons gevraagd om het bestemmingsplan voor de Stationsstraat 5 in Waddinxveen op omgevingsaspecten te beoordelen. Het bestemmingsplan is van 17 september 2021, de opsteller is onbekend. Situatie Het Postsorteercentrum van PostNL aan de Stationsstraat 5 is al enige jaren niet meer in gebruik. De nieuwe eigenaar heeft de mogelijkheden onderzocht om deze locatie te herontwikkelen. Deze ontwikkeling voorziet in 34 appartementen, waarvan 12 wooneenheden in de sociale huursector met de mogelijkheid om een kleinschalige horecavoorziening (koffiebar) te realiseren voor passanten van het HOV-net en bushalte. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouw planologisch mogelijk. Advies In bijlage 1 treft u een beoordeling op de omgevingsaspecten aan. Vanaf bijlage 2 komen de meer uitgebreide beoordelingen op individuele omgevingsaspecten aan bod. De volgende aspecten hebben nog aandacht nodig omdat deze nog niet voldoen aan wet- en regelgeving of aan (gemeentelijk) beleid: Bodem (onderzoek uitvoeren en de paragraaf hierop aanpassen) Luchtkwaliteit (luchtkwaliteitwaarden noemen) Externe veiligheid (paragraaf aanvullen met verantwoording groepsrisico) Regels en verbeelding Ten aanzien van de regels en de verbeelding zijn er wel opmerkingen.
Externe veiligheid: De planregel aanpassen over afschakelen mechanische ventilatie en ‘PM’ bij advies veiligheidsregio verwerken. Zie bijlage 5. Archeologie: Dubbelbestemming archeologie verwijderen. In de regels onder 5.3 is de mogelijkheid tot horecaexploitatie gegeven. Deze is nu erg ruim. Het advies is om dit in te perken door bijvoorbeeld de staat van horeca-activiteiten toe te passen.
Identificatie 2021308120
1 van 13
Relevant voor het vervolgtraject Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen zijn er de volgende aandachtspunten: Ontplofbare oorlogsresten: Het plangebied is verdacht. Het advies is om hiermee rekening te houden. Ecologie: Werken volgens de aanbevelingen uit het ecologische rapport. Beschermde soorten worden dan niet geschaad tijdens (en na) de werkzaamheden. Gelijktijdige besluiten Bij het besluit tot ter inzage leggen van dit (ontwerp) bestemmingsplan moeten B&W ook de volgende besluiten nemen: Besluit of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden opgesteld (m.e.r.beoordelingsbesluit). Een voorzet voor een beoordelingsbesluit vindt u in bijlage 2. Ontwerpbesluit hogere waarde. ODMH besluit dit namens de gemeente. Heeft u vragen? Neem dan contact op met B. Durmus. Dat kan via 088 - 54 50 121 of per e-mail via bdurmus@odmh.nl. Vermeld dan het kenmerk 2021295826. Zo kunnen wij u sneller helpen.
Met vriendelijke groet, Burak Durmus ROM-adviseur Dit document is digitaal vastgesteld.
Identificatie 2021308120
2 van 13
Bijlage 1 Beoordeling op omgevingsaspecten M.e.r. (6.1.1) De ontwikkeling valt onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Als de ontwikkeling boven de drempelwaarde van de C lijst uitkomt dan is er een m.e.r.-plicht. In alle andere gevallen (D lijst en wanneer een passende beoordeling in het kader van de Wnb noodzakelijk is), is een m.e.r.beoordeling nodig en bepalen B&W in een m.e.r.-beoordelingsbesluit of er een m.e.r.-plicht is. De ODMH is van mening dat de motivatie waarom geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden in orde is. De ODMH kan instemmen met de conclusie dat er geen m.e.r. procedure doorlopen hoeft te worden. Op basis van de motivatie en eventuele adviezen moeten B&W een besluit nemen of een milieueffectrapport al dan niet opgesteld moet worden. De opzet hiervoor volgt in bijlage 2. Bedrijven & milieuzonering (6.1.2) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Geluid (6.1.3) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Het akoestisch onderzoek is akkoord. Aangezien de voorkeursgrenswaarde voor de spoorlijn wordt overschreden dienen hogere waarden vastgesteld te worden. Er worden geen voorwaarden gesteld vanuit de beleidsregel. Zie bijlage 3 voor een nadere toelichting. Bodem (6.1.4) De ODMH kan niet instemmen met het gestelde in deze paragraaf.
De bevindingen uit het verkennend bodemonderzoek geven aanleiding om meer bodemonderzoek te doen. Echter de bestemmingswijziging kan doorgang vinden mits voldoende financiële middelen worden gereserveerd voor meer bodemonderzoek en mogelijk een bodemsanering. De paragraaf moet hierop aangepast worden. Ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging is een verkennend bodemonderzoek (Waders Milieu, kenmerk 21403501A, d.d. 23 maart 2021) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat vervolgonderzoek noodzakelijk is in de vorm van een nader bodemonderzoek. In bijlage 4 van deze brief vindt u de uitgebreide beoordeling van het bodemonderzoek. Luchtkwaliteit (6.1.5) De ODMH kan niet instemmen met het gestelde in deze paragraaf. In de beoordeling staat niet wat de luchtkwaliteitswaarden zijn rondom het plangebied. Het advies is om dit duidelijk te maken. Externe veiligheid (6.1.6) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf.
Identificatie 2021308120
3 van 13
Wel ontbreekt in paragraaf 6.1.8 (Verantwoording groepsrisico) nog het advies van de Veiligheidsregio. De paragraaf is compleet na het verwerken van dit advies in de onderbouwing. Dit staat nog als ‘PM’ weergegeven. Eventueel kan de ODMH deze aanvraag verzorgen. Archeologie (6.2) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. Op basis van historisch kaartmateriaal zijn er geen archeologische resten in het plangebied te verwachten. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Ook de dubbelbestemming WaardeArcheologie 2 kan worden verwijderd van de verbeelding bij dit bestemmingsplan. Flora en Fauna (6.3) De ODMH kan instemmen met het gestelde in deze paragraaf. We adviseren te werken volgens de aanbevelingen uit het ecologische rapport. Beschermde soorten worden dan niet geschaad tijdens (en na) de werkzaamheden. Ontplofbare oorlogsresten Circa 10 tot 15% van de munitie uit de Tweede Wereldoorlog is als blindganger in de bodem achtergebleven. Uit eerder uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied verdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Zie kaart hieronder. ODMH adviseert om hier bij werkzaamheden rekening mee te houden.
Figuur: plangebied (blauw) met locaties ontplofbare oorlogsresten (donkerbruin)
Provinciale belangen De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetsen wij hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot vier van deze belangen:
Identificatie 2021308120
4 van 13
Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling ligt in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron, maar vormt geen beperking voor de ontwikkeling. Zie bijlage 5. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met deze vier provinciale milieubelangen.
Identificatie 2021308120
5 van 13
Bijlage 2 M.e.r. beoordelingsbesluit
M.e.r.-beoordelingsbesluit Bouw van 34 woningen en een horecavoorziening 1
Aanleiding
In verband met de voorgenomen ontwikkeling van Vink Ontwikkeling II B.V. hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 34 woningen en een horecavoorziening aan de Stationsstraat op de voormalige locatie van de postkantoor. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.
2
Besluit
Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door Vink Ontwikkeling II B.V. geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (kenmerk) maakt onderdeel uit van dit besluit.
3
Rechtsmiddelen
Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.
4
Procedure
De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.
5
Overwegingen
De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag: 5.1
Toetsingskader
Identificatie 2021308120
6 van 13
De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D 11.2. In kolom 2 van D 11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).
Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project het oprichten van 34 woningen en een kleine horecavoorziening. De cumulatie met andere projecten Geen sprake van cumulatie. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Zeer beperkt bij de realisatie van de woningen. Verontreiniging en hinder Geen sprake van verontreiniging en hinder. Risico van ongevallen Er is een verantwoording beperkte groepsrisico opgesteld. Risico van ongevallen is zeer gering. 5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik De ontwikkelingen vinden plaats in Waddinxveen waar vroeger de postkantoor stond. Daarnaast is het plangebied niet van archeologisch belang; deze waarden worden niet geschaad.
Identificatie 2021308120
7 van 13
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied De gronden waar de realisatie van de ontwikkeling van de woningen is voorzien, zijn in de huidige situatie ingericht ten behoeve van een kantoor. Er zijn dan ook geen hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen aanwezig op de locaties. Ook met de sloop van de huidige bebouwing gaan geen natuurlijke hulpbronnen verloren Het opname vermogen van het natuurlijke milieu De op te richten woningen liggen buiten de invloedssfeer van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, 'Broekvelden - Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 6,2 km ten oosten van het plangebied. Het Natura2000 gebied 'Nieuwkoopse Plassen en de Haeck' ligt op een afstand van circa 9,4 kilometer. De woningen liggen niet binnen de invloedssfeer van deze Natura 2000-gebieden voor wat betreft stikstofdepositie.
5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) De effecten van het project zijn lokaal van aard. De meest verstrekkende effecten zijn te verwachten op het gebied van verkeer, geluid en luchtkwaliteit in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze effecten zijn deels tijdelijk van aard en hebben daarmee geen belangrijke gevolgen. Grensoverschrijdend karakter Er is geen sprake van een grensoverschrijdende karakter. Orde van grootte en complexiteit effect Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake. Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect De effecten zijn blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting. 5.2
Conclusie
Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen
Identificatie 2021308120
8 van 13
Bijlage 3 beoordeling geluid Kenmerk adviesdeelzaak 2021295837 Aanleiding Er worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Woningen zijn geluidsgevoelige functies waarvoor akoestisch onderzoek is uitgevoerd. De volgende documenten zijn beoordeeld: Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Stationsstraat 5 in Waddinxveen, referentie 07979-5506102, d.d. 4 augustus 2021 opgesteld door Cauberg Huygen. Bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen, d.d. 17 september 2021. Verbeelding Bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen, d.d. 15-07-2021 opgesteld door IntROview. Beoordeling akoestisch onderzoek Het akoestisch onderzoek is beoordeeld en akkoord bevonden. Aangezien de voorkeursgrenswaarde voor de spoorlijn wordt overschreden dienen hogere waarden vastgesteld te worden. Er worden geen voorwaarden gesteld vanuit de beleidsregel. Ten gevolge van het verkeer op de gezoneerde wegen wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Wel zijn er ten gevolge van het verkeer op de 30 km/h wegen hogere geluidsbelastingen aanwezig. Dit is aanvaardbaar, bij het bepalen van de gevelwering zal uitgegaan worden van de gecumuleerde geluidsbelasting van alle wegen. Beoordeling toelichting, regels en verbeelding Het akoestisch onderzoek is correct verwerkt in paragraaf 6.1.3 Geluid van de toelichting.
Identificatie 2021308120
9 van 13
Bijlage 4 beoordeling bodem Kenmerk adviesdeelzaak
2021295841
Aanleiding Het voornemen bestaat om de locatie van een voormalig postsorteercentrum te her ontwikkelen naar woningbouw. In verband met deze ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek (Waders Milieu, kenmerk 21403501A, d.d. 23 maart 2021) uitgevoerd. Beoordeling onderzoek Uit het historisch vooronderzoek is gebleken dat er op de locatie bronnen aanwezig zijn (geweest) die verontreiniging van de bodem hebben kunnen veroorzaken. Dit betreft de aanwezigheid van (ongedefinieerd) puin in de bodem, een NS-spoorwegemplacement en twee gedempte sloten aan de oostzijde van de locatie. Op het voormalige NS-terrein ten zuiden van de onderzoekslocaties én in het Burgemeester Warnaarplantsoen ten zuidwesten van de locatie zijn in het verleden sterke verontreinigingen met PAK gesaneerd. In voorgaande bodemonderzoeken is vermeld dat bij het stationsgebouw een hbo-tank is verwijderd en dat hierbij een minerale olieverontreiniging achtergebleven is. De exacte locatie van de hbo-tank is niet bekend, de afstand tot het stationsgebouw bedraagt circa 25 meter. Verder is aangegeven dat op basis van de bodemkwaliteitskaart matig tot sterk verhoogde achtergrondgehalten aan koper, lood, zink en PAK verwacht worden. Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk in de bodem bijmengingen met baksteen, kolengruis, repac, puingranulaat, beton, sintels en slakken in diverse gradaties aangetroffen.
Uit de chemische analyse blijkt dat in de diverse bijmengingen houdende bovengrond lichte verontreinigingen met kobalt, koper, nikkel, minerale olie, PAK en/of PCB aanwezig zijn. De diverse bijmengingen houdende ondergrond is plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met kobalt, koper, molybdeen, minerale olie en/of PAK. De bodemlaag boven de sterke verontreiniging met nikkel is niet verontreinigd met nikkel en de onderliggende bodem is licht verontreinigd met nikkel. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium en minerale olie geconstateerd. In de bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en in de asbestmonsters is geen asbest boven de detectielimiet aangetoond. Beoordeling rapport (door ODMH) Bij de Omgevingsdienst Midden-Holland zijn niet meer gegevens bekend dan dat er in de rapportage vermeld staan. De locatie wordt terecht als verdacht aangemerkt. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707. De sterke verontreiniging met nikkel ter plaatse van boring 14 is verticaal voldoende afgeperkt. De zintuiglijke schone boven- en onderliggende grondlagen zijn niet tot licht verontreinigd met nikkel. De verontreiniging is horizontaal niet voldoende afgeperkt.
De onderbouwing voor de verontreinigingscontour is niet voldoende om de omvang van de sterke verontreiniging te kunnen vaststellen. Namelijk, de niet tot licht met nikkel verontreinigde boringen liggen op te grote afstand van boring 14. Ook overschrijdt het gehalte nikkel ter plaatse van boring 13-2 (73 mg/kg ds) het achtergrondgehalte voor nikkel in de ondergrond van bodemkwaliteitskaartzone 3 (52,1 mg/kg ds). De mate en omvang van de nikkel verontreiniging ter plaatse van boring 13 moet ook door middel van nader bodemonderzoek horizontaal als verticaal vastgesteld worden.
Identificatie 2021308120
10 van 13
Conclusie Op de herontwikkellocatie is nader bodemonderzoek noodzakelijk in verband met het aantreffen van een sterke en een matige nikkelverontreiniging in de bodem. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is het niet nodig dat meer bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Voor de toekomstige aanvraag van de omgevingsvergunning bouwen is dit wel het geval. Voor de realisatie van het plan moeten voldoende financiële middelen gereserveerd worden voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek en eventueel een bodemsanering.
Identificatie 2021308120
11 van 13
Bijlage 5 beoordeling externe veiligheid Kenmerk
2021295835
Aanleiding Het Postsorteercentrum van PostNL aan de Stationsstraat 5 is al enige jaren niet meer in gebruik. De nieuwe eigenaar heeft de mogelijkheden onderzocht om deze locatie te herontwikkelen naar woningbouw, omdat het plangebied grenst aan de halte Waddinxveen van het HOV-net. Deze ontwikkeling voorziet in 34 appartementen, waarvan 12 wooneenheden in de sociale huursector met de mogelijkheid om een kleinschalige horecavoorziening (koffiebar) te realiseren voor passanten van het HOV-net en bushalte. Het bestemmingsplan maakt de voorgenomen woningbouw planologisch mogelijk. In het kader van externe veiligheid is beoordeeld: -
‘Bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen, 17 september 2021, 2e versie
Beoordeling onderzoeken In het bestemmingsplan is een paragraaf externe veiligheid opgenomen (paragraaf 6.1.6 t/m 6.1.8). Deze paragraaf is beoordeeld op juistheid en volledigheid. Daarnaast is in de bijlagen bij de toelichting een rapportage opgenomen van de uitgevoerde risicoberekeningen in verband met de nabij gelegen gasleiding (bijlage 4: ‘Externe veiligheid Stationsstraat 5 te Waddinxveen, bureau AVIV, 12 juli 2021, project 214606). -
-
-
De uitgevoerde risicoberekeningen zoals opgenomen in de bijlagen bij de toelichting (bijlage 4) zijn akkoord. De conclusie wordt onderschreven dat conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen er kan inderdaad worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico; In paragraaf 6.1.8 (Verantwoording groepsrisico) ontbreekt nog het advies van de Veiligheidsregio en het verwerken van dit advies in de onderbouwing (staat nog als ‘PM’ weergegeven); Het uitschakelen van de mechanische ventilatie is geborgd in artikel 5.3.3 van de regels. Echter is hier ook opgenomen dat openingen afgesloten moeten worden. Dat is niet nodig. De mechanische ventilatie moet uitgeschakeld kunnen worden, zodat er geen actieve aanzuiging van buitenlucht meer is. De planregel moet worden aangepast. Onder de Omgevingswet wordt dit een standaard bouweis (lid 4 art. 4.124 Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl).
Identificatie 2021308120
12 van 13
Bijlage 6 beoordeling Flora en Fauna Kenmerk adviesdeelzaak
2021295845
Aanleiding Op de locatie Stationsstraat 5 in Waddinxveen, waar in het verleden het postkantoor gevestigd is geweest, is herontwikkeling voorzien. Het plan bestaat om dit pand te slopen en woningbouw te realiseren (bestaande uit 34 appartementen en een mogelijkheid voor een kleine horecagelegenheid). Om dit mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Hiervoor zijn de volgende stukken opgesteld en toegestuurd voor een beoordeling op het onderdeel ecologie: - Bestemmingsplan Stationsstraat 5, Waddinxveen, opgesteld door gemeente Waddinxveen, kenmerk NL.IMRO.0627.BPStationsstraat5-0201, d.d. 17 september 2021 (hierna: toelichting); - Effecten depositie plan Stationsstraat 5 te Waddinxveen, opgesteld door Stalbouw.nl, kenmerk wat001-32, d.d. 31 augustus 2021 (hierna: stikstofberekening); - Ecologisch Onderzoek Stationsstraat 5 Waddinxveen, opgesteld door Watersnip Advies, kenmerk 21A076, d.d. september 2021 (hierna: quickscan). De beoordeling is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving, waarbij gekeken wordt naar soortenbescherming en gebiedsbescherming. Beoordeling quickscan en stikstofberekening De quickscan en stikstofberekening zijn voldoende uitgevoerd. Opgemerkt wordt dat de Aerius bijlage bij de stikstofberekening ontbreekt. Hierdoor kon de berekening niet in Aerius gecontroleerd worden.
Door de ODMH zijn de gegevens ter controle zelf in Aerius ingevoerd. Hieruit blijkt dat een toename aan stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden is uitgesloten. Beoordeling toelichting In de toelichting van het plan zijn de conclusies en aanbevelingen uit de rapporten volledig overgenomen. Conclusie Het onderdeel ecologie is voldoende onderbouwd. Schade aan beschermde gebieden is uitgesloten. Schade aan beschermde soorten is uitgesloten zo lang voldaan wordt aan de voorwaarden die in het rapport zijn opgenomen.
Identificatie 2021308120
13 van 13