CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2(4). BP bijlage 2. M.e.r.-beoordelingsbesluit

Commissie Ruimte + Infrastructuur 14 september 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan De Rank, Esdoornlaan 26, Waddinxveen909 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

M.e.r.-beoordelingsbesluit [de Rank]

1

Aanleiding

In verband met de voorgenomen ontwikkeling van Legenda Vastgoedontwikkeling B.V. hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 62 woningen op de hoek van de Esdoornlaan en Leplaan. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2

Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door Legenda Vastgoedontwikkeling B.V. geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (NL.IMRO.0627.BPesdoornlaan26-0301) maakt onderdeel uit van dit besluit.

3

Rechtsmiddelen

Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

4

Procedure

De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5

Overwegingen

De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag: 5.1 Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D11.2. In kolom 2 van D 11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU).

Deze criteria omvatten: de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.

5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project Het oprichten van maximaal 62 woningen. Het zit daarmee ruim onder de grens voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit. De cumulatie met andere projecten Er is geen cumulatie met andere projecten Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Er is geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen Verontreiniging en hinder Er is geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van nabijgelegen milieubelastende activiteiten.

Risico van ongevallen Nvt. 5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik Het terrein ligt braak, er stond vroeger een schoolgebouw. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opname vermogen van het natuurlijke milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historische cultureel of archeologische gebieden van belang

Het plangebied is archeologisch van belang, maar deze waarden worden niet geschaad. De hoge verwachting op sporen uit de Middeleeuwen is naar laag bijgesteld. Het oude middeleeuwse landschap is vergraven als gevolg van de turfwinning. Ook is de kans laag op aanwezigheid van resten van historische bebouwing, het plangebied was tot 1961 onbebouwd. Het schoolgebouw heeft tijdens de bouw en sloop geleid tot een aanzienlijke bodemverstoring. Het plangebied ligt buiten de invloedssfeer van de verderop gelegen Natura 2000-gebieden ‘Broekvelden- Vettenbroek & Polder Stein’ (6,5 km), ‘Nieuwkoopse Plassen en de Haeck’ (9,5km).

5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) Geen aanzienlijke effecten op de bevolking Grensoverschrijdend karakter nvt Orde van grootte en complexiteit effect Geringe complexiteit en omvang Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Tijdens de aanleg kan er tijdelijke geluidhinder voor de omgeving optreden. Dit effect is omkeerbaar. Als gevolg van het gebruik van de woningen treden permanente effecten op. Dit betreft een nietsignificante toename in geluid- en luchtemissies als gevolg van een toename in bestemmingsverkeer. Ten behoeve van soortenbescherming in het plangebied worden de noodzakelijke maatregelen getroffen tijdens de bouw. Ook is de zorgplicht van toepassing.

5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen, de secretaris, de burgemeester,

Dhr. A.J. Six, l.s.

Dhr. E.J. Nieuwenhuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781503/1