Bijlage 2.2 statutenwijziging Stichting Omroep radio en televisie Waddinxveen (AfschriftDigitaal)
Tekst van het document
-1-
STATUTENWIJZIGING STICHTING
Heden, vierentwintig mei tweeduizend tweeëntwintig, _____________________ verscheen voor mij, mr. Miranda Cynthia de Vries, notaris met plaats van ____ vestiging Waddinxveen: _______________________________________________ mevrouw Clazina Isabel Delgado-Gamelkoorn, te dezen woonplaats kiezend _ ten kantore van Van der Meulen, Kock & Ubachs Notarissen te 2743 CB _____ Waddinxveen, Limaweg 15, geboren te Schiedam op zes maart ____________ negentienhonderdnegenenzestig, ______________________________________ ten deze handelend als gevolmachtigde van de stichting: Stichting Omroep _ voor radio en televisie Waddinxveen, statutair gevestigd te Waddinxveen __ en kantoorhoudende te 2741 XX Waddinxveen aan Tollenslaan 163, ________ ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder ___ nummer 41173041, en als zodanig handelend ter uitvoering van na te melden besluit. _____________________________________________________________ De comparante, handelend als gemeld, verklaarde: _______________________ gemelde stichting: Stichting Omroep voor Radio en Televisie ___________ Waddinxveen is opgericht bij akte op dertig augustus __________________ negentienhonderdvierentachtig voor mr P.L.
van der Meulen, destijds ____ notaris te Waddinxveen, verleden; __________________________________ vervolgens zijn de statuten van gemelde stichting vier maal gedeeltelijk __ gewijzigd, te weten:_______________________________________________ bij een akte van statutenwijziging op drieëntwintig juli ______________ negentienhonderdzesentachtig voor genoemde notaris Van der _____ Meulen verleden; _____________________________________________ bij een akte van statutenwijziging op dertig augustus _______________ negentienhonderdachtentachtig voor genoemde notaris Van der ____ _____________________________________________ Meulen verleden; bij een akte van statutenwijziging op negen juli ____________________ negentienhonderdeenennegentig voor genoemde notaris Van der ___ Meulen verleden; _____________________________________________ bij een akte van statutenwijziging op zestien juni __________________ negentienhonderdachtennegentig voor genoemde notaris Van der ___ Meulen verleden; _____________________________________________ het bestuur van gemelde stichting heeft op tien mei tweeduizend ________ tweeëntwintig besloten de statuten van de stichting algeheel te wijzigen __ en de comparante te machtigen de akte van statutenwijziging te ________ ondertekenen, van welke besluiten blijkt uit het aan deze akte gehechte __ bestuursbesluit.
__________________________________________________ Ter uitvoering van het vorenstaande verklaarde de comparante, handelend als gemeld, dat de statuten van de stichting thans in hun geheel luiden als volgt: _ NAAM ______________________________________________________________ Artikel 1 ____________________________________________________________ De stichting draagt de naam: Stichting Omroep voor radio en televisie ____ Waddinxveen. ______________________________________________________ ZETEL _____________________________________________________________ ____________________________________________________________ Artikel 2 Zij heeft haar zetel te Waddinxveen. ____________________________________ DOEL ______________________________________________________________ Artikel 3 ____________________________________________________________ 1 MV / 20220770.01
-2-
1.
_________________________________________
De stichting heeft tot doel: a. het verzorgen van media-aanbod bestemd voor de gemeente of _____ gemeenten waarvoor zij door het Commissariaat voor de Media als __ publieke lokale media-instelling is aangewezen; ___________________ b. het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door __ het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de _ instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die ___ nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; _____________ en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords. _ 2. De stichting gebruikt haar zendtijd geheel voor een media-aanbod dat in _ het bijzonder betrekking heeft op het verzorgingsgebied. _______________ 3. De stichting tracht dit doel en al hetgeen daarmee in de ruimste zin ______ verband houdt te verwezenlijken door het aanwenden van alle __________ geoorloofde middelen, welke voor de verwezenlijking van haar doel _____ bevorderlijk zijn; __________________________________________________ 4. De stichting is niet dienstbaar aan het maken van winst door derden. ____ BEGUNSTIGERS ____________________________________________________ Artikel 4 ____________________________________________________________ 1.
Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de stichting _______ financieel te steunen met een door het bestuur vast te stellen minimum __ bijdrage. ________________________________________________________ 2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van begunstigers. _____________ 3. De rechten en plichten van een begunstiger worden in het huishoudelijk _ reglement nader vastgelegd. _______________________________________ GELDMIDDELEN ____________________________________________________ Artikel 5 ____________________________________________________________ De geldmiddelen van de stichting bestaan uit de bijdragen van de___________ _ begunstigers, uit de eventuele uitgifte van een programmablad, uit eventuele verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit _ eventuele andere verkrijgingen en baten. ________________________________ BESTUUR __________________________________________________________ Artikel 6 ____________________________________________________________ 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie (3) leden. ________ 2. Het aantal leden wordt met inachtneming van het in het eerste lid _______ bepaalde door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. ________ 3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een ___ penningmeester. _________________________________________________ 4.
De bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie (3) jaar, __ waarbij het bestuur een rooster van aftreden opstelt. __________________ 5. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar; een tussentijds _____ benoemd bestuurslid neemt op het rooster de plaats in van zijn _________ voorganger. _____________________________________________________ 6. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de __ overblijvende bestuursleden (of zal het enig overblijvende bestuurslid) ___ met algemene stemmen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee__ maanden, na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de ___ ___________________________ benoeming van een (of meer) opvolger(s). 7. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook een of meer leden ____ ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het ____ enige overblijvende bestuurslid, een wettig bestuur. ___________________ 1 MV / 20220770.01
-3-
8.
_____________
De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden; zij hebben recht op vergoeding van de door hen _______ gemaakte kosten. ________________________________________________ 9. Niet tot bestuurslid benoembaar zijn personen die in dienst zijn van of ___ werkzaam zijn voor de stichting. ____________________________________ EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP ___________________________________ Artikel 7 ____________________________________________________________ Het bestuurslidmaatschap eindigt: ______________________________________ a. door overlijden van een bestuurslid; _________________________________ b. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; ____________________ c. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken); ___________________________ d. bij ontslag op grond van artikel 298 boek 2 Burgerlijk Wetboek. _________ BESTUURSVERGADERINGEN EN BESLUITVORMING IN HET BESTUUR _ Artikel 8 ____________________________________________________________ 1. De bestuursvergaderingen worden gehouden binnen het _______________ verzorgingsgebied of, indien alle bestuursleden daarmee instemmen, ____ elders. __________________________________________________________ 2. Elk kalenderkwartaal wordt tenminste een vergadering gehouden. _______ 3.
Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de __ voorzitter dit wenselijk acht of wanneer een van de andere bestuursleden de voorzitter daartoe schriftelijk verzoekt onder nauwkeurige opgave van _ de te behandelen punten. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek _ geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering wordt gehouden ____ binnen drie weken na het verzoek, kan de verzoeker, met in achtneming _ van de vereiste formaliteiten, zelf een vergadering bijeen roepen. _______ 4. De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in het derde _ lid van dit artikel bepaalde - door de voorzitter, tenminste zeven dagen ___ tevoren, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend, door middel van brieven en/of e-mailberichten dan wel op de wijze als in _ het huishoudelijk regelement voorzien; in geval van spoedeisendheid kan oproeping ook telefonisch plaatsvinden. _____________________________ 5. De oproepingsbescheiden vermelden, behalve plaats en tijdstip der _____ vergadering, de te behandelen onderwerpen._________________________ 6.
Bij gelegenheid van een bestuursvergadering waarin alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen _ over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene _______ stemmen, ook indien de in de statuten opgenomen voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht zijn genomen. ______ 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij __ diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. _________ 8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter__ daartoe verzocht; de notulen worden vastgesteld en getekend door ______ degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben ______ gefungeerd. _____________________________________________________ 9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen _____ indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering _____ aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter __________ __ vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een, door de voorzitter van de vergadering als voldoende beoordeelde, schriftelijke volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts __ voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden. _______________ 1 MV / 20220770.01
-4-
______
10 Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld telefonisch en/of per e- ____ mailbericht dan wel op de wijze als in het huishoudelijk reglement _______ voorzien, hun mening te geven. Van een aldus genomen besluit wordt ___ zoveel als mogelijk onder bijvoeging van de ingekomen reacties door de _ secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de ____ voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. _____________________________ 11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van een stem. Voor ___ zover deze statuten geen gekwalificeerde meerderheid voorschrijven ____ worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der _ geldig uitgebrachte stemmen. ______________________________________ 12. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming _ indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat _______ tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit zou kunnen worden _ genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door het bestuur ___ onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit __ ten grondslag liggen. _____________________________________________ 13.
Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming _______ betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende _________ vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden ______ heropend. Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. __________________________________________ Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de _____ vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt op een door de voorzitter _ te bepalen tijdstip herstemming plaats tussen de personen die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan beslist terstond het lot. _________________________ 14. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de _______ _ voorzitter of een van de andere bestuursleden een schriftelijke stemming ______ gewenst acht en dit vóór de stemming kenbaar maakt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. ________________ 15. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. ________ 16. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, _____ beslist de voorzitter.
______________________________________________ BESTUURSTAAK – VERTEGENWOORDIGING – ONTSTENTENIS OF _____ BELET _____________________________________________________________ Artikel 9 ____________________________________________________________ 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling__ van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. ________________ 2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot koop, ____ vervreemding of bezwaring van registergoederen. ____________________ 3. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij __ de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich ___ voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld _ van een derde verbindt. ___________________________________________ 4. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd: _______________ ________________________________________ a. hetzij door het bestuur; b. hetzij door de voorzitter tezamen met de secretaris; _______________ c. hetzij door de voorzitter tezamen met de penningmeester; __________ d. hetzij bij hun belet of ontstentenis hun daartoe door het bestuur uit __ 1 MV / 20220770.01
-5-
_______________________
zijn midden aangewezen plaatsvervanger. Artikel 10 ___________________________________________________________ 1. In geval van ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de andere _____ bestuurders of is de andere bestuurder tijdelijk met het bestuur van de ___ stichting belast. __________________________________________________ 2. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige ___ bestuurder is de persoon die daartoe door de rechtbank, op verzoek van _ iedere belanghebbende wordt benoemd, tijdelijk met het bestuur van de _ stichting belast. __________________________________________________ 3. In geval van ontstentenis van alle bestuurders of van de enige bestuurder neemt de in de vorige zin bedoelde persoon zo spoedig mogelijk de _____ nodige maatregelen teneinde een definitieve voorziening te doen treffen. _ 4. Onder belet wordt ten deze verstaan: _______________________________ a. schorsing; ___________________________________________________ b. ziekte, zonder dat gedurende een termijn van vijf (5) dagen de ______ mogelijkheid van contact tussen de bestuurder en de stichting heeft _ bestaan; ____________________________________________________ c.
onbereikbaarheid; zonder dat gedurende een termijn van vijf (5) _____ dagen de mogelijkheid van contact tussen de bestuurder en de _____ stichting heeft bestaan; ________________________________________ d. een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 8 lid 12. _____________ PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN ____________________________ Artikel 11 ___________________________________________________________ 1. De stichting kent een programmabeleid bepalend orgaan. Deze heeft tot _ taak: ___________________________________________________________ a. het bepalen van het beleid voor het media-aanbod; ________________ b. toetsing van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; _ c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; _ d. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde _ _____________________________ en gerealiseerde programmabeleid. 2. Het aantal leden van het programmabeleid bepalende orgaan wordt, met een minimum van vijf, door het programmabeleid bepalende ___ orgaan, met in achtneming van het derde lid van dit artikel, _________ vastgesteld. ____________________________________________________ 3. Het programmabeleid bepalende orgaan dient zodanig te zijn ___________ samengesteld dat het representatief is voor de in het verzorgingsgebied _ voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke __ stromingen.
_____________________________________________________ 4. Bij huishoudelijk reglement dan wel afzonderlijk reglement worden nadere regels gegeven aangaande de samenstelling van het programmabeleid __ bepalende orgaan. _______________________________________________ 5. Het programmabeleid bepalende orgaan wijst uit haar midden een ______ voorzitter aan. ___________________________________________________ 6. De vergaderingen van het programmabeleid bepalende orgaan worden __ bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem. ________________________________________________ 7. De leden van het programmabeleid bepalende orgaan worden door het __ programmabeleid bepalende orgaan benoemd uit een of meer __________ __ voordrachten, behoudens het bepaalde in het achtste lid van dit artikel. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd het bestuur, de __ leden van het programmabeleid bepalende orgaan dan wel bij __________ huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van ______ 1 MV / 20220770.01
-6-
_____________________________________________________
organisaties. 8. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het programmabeleid bepalende orgaan, genomen in een __________ vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden van het _________ programmabeleid bepalende orgaan tegenwoordig is. _________________ 9. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het programmabeleid bepalende orgaan overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het programmabeleid _________ bepalende orgaan vrij in de keus. ___________________________________ 10. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming _ uit die voordrachten. ______________________________________________ 11. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het programmabeleid ___ bepalende orgaan zullen de overblijvende leden (of zal het enig _________ overblijvende lid) binnen vier maanden na het ontstaan van de __________ vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) ______ opvolgers(s), met inachtneming van het minimum aantal van vijf leden. __ 12. Mocht(en) in het programmabeleid bepalende orgaan om welke reden ___ dan ook een of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende, ten _ minste vijf, leden, een wettig programmabeleid bepalende orgaan.
______ EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN _____ Artikel 12 ___________________________________________________________ 1. Het lidmaatschap van het programmabeleid bepalende orgaan eindigt:___ a. indien het lid van het programmabeleid bepalende orgaan heeft _____ opgehouden vertegenwoordiger te zijn van een stroming; __________ b. door bedanken. ______________________________________________ 2. Elk lid van het programmabeleid bepalende orgaan treedt uiterlijk vijf jaar na zijn benoeming af, volgens een door het programmabeleid bepalende _ orgaan te maken rooster van aftreding. ______________________________ _ 3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste éénmaal de ______________________________________ maximale benoemingstermijn. REDACTIE - HOOFDREDACTEUR ____________________________________ Artikel 13 ___________________________________________________________ 1. De stichting kent een redactie, bestaande uit een door het bestuur te ____ bepalen aantal medewerkers onder wie een hoofdredacteur, belast met __ de leiding van de redactie. Het redactiestatuut, de taakomschrijving van __ de redactie en de nadere regels ter zake van de verhouding tussen _____ hoofdredacteur, redactie en andere organen van de stichting worden ____ goedgekeurd door het programmabeleid bepalende orgaan. ____________ 2.
De hoofdredacteur wordt door het bestuur, na overleg met het __________ programmabeleid bepalende orgaan, aangesteld. _____________________ 3. De hoofdredacteur kan uitsluitend met instemming van het _____________ programmabeleid bepalende orgaan door het bestuur worden ontslagen; _ zodanig besluit dient tevoren eveneens aan overleg met de redactie te ___ worden onderworpen, indien het ontslag op journalistieke gronden wordt _ verleend. ________________________________________________________ 4. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor _ onbepaalde tijd schorsen; de schorsing vervalt indien niet binnen een ____ _______ maand na het schorsingsbesluit het in het derde lid van dit artikel _______________________ bedoelde overleg een aanvang heeft genomen. 5. De overige leden van de redactie worden op voorstel van de ___________ hoofdredacteur benoemd door het bestuur. Ontslag wordt hen verleend __ 1 MV / 20220770.01
-7-
___
door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft het de _____ voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de redactie. _______ 6. Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de _ hoofdredacteur verantwoording verschuldigd jegens het bestuur. ________ COMMISSIES EN WERKGROEPEN ___________________________________ Artikel 14 ___________________________________________________________ 1. Het bestuur kan commissies en werkgroepen instellen. ________________ 2. Bij huishoudelijk reglement worden taak en werkwijze van commissies en werkgroepen vastgelegd. __________________________________________ JAARVERSLAG - RAPPORTAGE PROGRAMMABELEIDBEPALEND _______ ORGAAN - REKENING EN VERANTWOORDING ________________________ Artikel 15 ___________________________________________________________ 1. Het stichtingsjaar is tevens boekjaar en loopt van één januari tot en met __ eenendertig december van hetzelfde jaar. ___________________________ 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting _____ zodanig aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten __ en verplichtingen kunnen worden gekend. ___________________________ 3. Per einde van elk boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten.___ 4.
Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar zijn jaarverslag op en de penningmeester doet, onder overlegging van een ___ balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording ____ over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. De jaarrekening ____ wordt opgesteld conform de eisen die het Commissariaat voor de Media _ stelt en die zijn opgenomen in het Handboek Financiële Verantwoording _ Publieke Lokale Media-instellingen. _________________________________ 5. Het programmabeleid bepalende orgaan stelt binnen zes maanden na ___ afloop van het stichtingsjaar de jaarlijkse rapportage aangaande het _____ gevoerde en gerealiseerde programmabeleid vast, zoals bedoeld in artikel ____________________________ 11, eerste lid onder d, van deze statuten. _______________________________ 6. Het bestuur stelt de jaarstukken vast. 7. Na vaststelling kan door eenieder kennis worden genomen van het ______ jaarverslag, de rapportage van het programmabeleid bepalende orgaan __ en de jaarstukken. ________________________________________________ STATUTENWIJZIGING _______________________________________________ Artikel 16 ___________________________________________________________ 1.
In de statuten van de stichting kan geen wijziging worden aangebracht ___ dan door een besluit van het bestuur, genomen in een vergadering ______ waartoe is opgeroepen met de mededeling dat bij die gelegenheid een___ wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. _____________________ 2. Het besluit tot wijziging van de statuten moet worden genomen met _____ algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden _______ aanwezig zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat. ________ 3. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een _______ notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder __ bestuurslid bevoegd.______________________________________________ 4. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de ___ wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen in het daartoe __ ________________________________________ bestemde Handelsregister. ONTBINDING EN VEREFFENING _____________________________________ Artikel 17 ___________________________________________________________ 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te _____ 1 MV / 20220770.01
-8-
_______
nemen besluit is het bepaalde in het tweede lid van artikel 16 van toepassing. ______________________________________________________ 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot ______ vereffening van haar vermogen nodig is. _____________________________ 3. De vereffening geschiedt door het bestuur. ___________________________ 4. De vereffenaard dragen er zorg voor dan van de ontbinding van de ______ stichting inschrijving geschiedt in het register bedoeld in het vierde lid van artikel 16. _______________________________________________________ 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel als mogelijk van kracht. ___________________________________________ 6. Een eventueel batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een __ algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het ____ algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft. _________ 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ___ ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder de jongste ____ vereffenaar. _____________________________________________________ HUISHOUDELIJK REGLEMENT _______________________________________ Artikel 18 ___________________________________________________________ 1.
Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast waarin die ___________ onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. ___ 2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze ____ statuten. ________________________________________________________ 3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het huishoudelijk reglement te ______ wijzigen of op te heffen. ___________________________________________ 4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het _______ bepaald in het tweede lid van artikel 16 van toepassing. _______________ SLOTBEPALING ____________________________________________________ Artikel 19 ___________________________________________________________ __ In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist _________________________________________________________ het bestuur. De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. __________________________ Waarvan akte in minuut is verleden te Waddinxveen op de datum als in het __ hoofd van deze akte vermeld.
__________________________________________ De zakelijke inhoud van deze akte is door mij, notaris aan de verschenen ____ persoon opgegeven en toegelicht, waarna de verschenen persoon heeft _____ verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, met de _____ inhoud daarvan in te stemmen en op volledige voorlezing van de akte geen __ prijs te stellen. _______________________________________________________ Onmiddellijk daarna is deze akte beperkt voorgelezen en door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend, om veertien uur negenendertig minuten. (volgt ondertekening)
1 MV / 20220770.01
-9-
VOOR AFSCHRIFT
1 MV / 20220770.01