CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1B05 Aanvullend natuuronderzoeek

Besluitvormende raadsvergadering 21 juni 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Prins Bernhardlaan 2 - Souburgh4.321 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend natuuronderzoek Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen

In opdracht van Oostelbos Van den Berg b.v.

Colofon Aanvullend natuuronderzoek Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen

Opdrachtgever Contactpersoon

Oostelbos Van den Berg b.v. Dhr. Dhr. F. Bouter

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad

2330 S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom 14-07-2021 Plangebied (foto: R. Top)

Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl

Inhoud Colofon ............................................................................................................................... 1 Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1

2

3

4

5

6

Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1

Inleiding ................................................................................................................ 4

1.2

Doel ...................................................................................................................... 4

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1

Gegevens plangebied ........................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5

2.4

Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5

Methodiek aanvullend onderzoek................................................................................. 7 3.1

Jaarrond beschermde vogelsoorten ...................................................................... 7

3.2

Vleermuizen.......................................................................................................... 8

Resultaten aanvullend onderzoek .............................................................................. 10 4.1

Jaarrond beschermde vogelsoorten .................................................................... 10

4.2

Vleermuizen........................................................................................................ 11

Wet natuurbescherming ............................................................................................. 15 5.1

Gewone dwergvleermuis .................................................................................... 15

5.2

Ruige dwergvleermuis ........................................................................................ 16

Conclusie ................................................................................................................... 17

Bijlage 1

Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 19

Samenvatting Uit het gericht onderzoek blijkt dat het (deels) slopen van het zorgcentrum Souburgh aan de Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen een negatief effect heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Tijdens een eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets is vastgesteld dat er geen beschermde soorten van overige soortgroepen verwacht worden (SA-rapport 2182), met uitzondering van broedvogels. Het aanvragen van een ontheffing en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis is noodzakelijk. Bij werkzaamheden en activiteiten dient altijd rekening te worden gehouden met broedvogels. De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden en/of er dient te worden voorkomen dat broedvogels zich lokaal vestigen. Bezette nesten mogen, ongeacht de tijd van het jaar, niet worden verstoord. Voor overige soort(groep)en is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden.

Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om aan de Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen het zorgcentrum Souburgh (deels) te slopen en hier 40 eenpersoonskamers voor mensen met dementie en 32 eenpersoonskamers voor cliënten met verzorgingshuiszorg te realiseren. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Oostelbos Van den Berg b.v.

Pagina 3

1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Er zijn plannen om het zorgcentrum Souburgh aan de Prins Bernhardlaan 2 in Waddinxveen (deels) te slopen en hier 40 eenpersoonskamers voor mensen met dementie en 32 eenpersoonskamers voor cliënten met verzorgingshuiszorg te realiseren. Staring Advies heeft daarom eerder een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd (SA-rapport 2182) en is tot de conclusie gekomen dat aanvullend onderzoek naar vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk is. De heer Bouter van Oostelbos Van den Berg b.v. is betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies opdracht gegeven voor dit aanvullende onderzoek.

1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkeling sprake is van aantasting van vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen. Voor overige beschermde soorten is tijdens de quickscan natuurtoets aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn, indien met het broedseizoen rekening gehouden wordt.

Pagina 4

2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:

Prins Bernhardlaan 2 (Souburgh Zorgpartners Midden-Nederland) Waddinxveen Waddinxveen Zuid-Holland

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een gebouw met globaal een L-vorm, grotendeels bestaande uit 3 bouwlagen. Het betreft een verpleeghuis en verzorgingshuis en is deels ingericht met gemeenschappelijke en ondersteunende ruimten en deels met appartementen. Direct grenzend aan het gebouw zijn verharding (parkeerplaats), gazons, tuinen en andere gebouwen aanwezig. Het gebouw met omliggend terrein is gelegen net buiten het centrum van Waddinxveen tussen parken, woonwijken en infrastructuur (zie figuur 1).

2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied alleen. Het onderzoeksgebied wordt, naast het onderhavige terrein, bepaald door een park met gazon, solitaire bomen en bosschages, enkele waterpartijen, verharding en aangrenzende flatgebouwen (zie figuur 2).

2.4 Geplande werkzaamheden Men is voornemens om het huidige verpleeghuis en verzorgingshuis Souburgh te slopen ten behoeve van nieuwbouw van veertig eenpersoonskamers voor mensen met dementie en 32 eenpersoonskamers voor cliënten met verzorgingshuiszorg. De nieuwbouw komt niet exact op dezelfde plaats als het huidige gebouw, maar de locaties van het oude en nieuwe gebouw overlappen grotendeels.

Pagina 5

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood). Bron: Provincie Zuid-Holland (2021).

Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (gele stippellijn) met daarbinnen het plangebied (rood). Bron: Provincie Zuid-Holland (2021).

Pagina 6

3 Methodiek aanvullend onderzoek Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Voor het onderzoek naar jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus zijn de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten Gierzwaluw en Huismus van BIJ12 richtinggevend. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol (versie 2021), opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend.

3.1 Jaarrond beschermde vogelsoorten 3.1.1 Gierzwaluw Om de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw aan te tonen zijn er 3 bezoeken met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen uitgevoerd (zie tabel 1). Deze onderzoeken zijn tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang in de periode 1 juni tot en met 15 juli door twee ecologen uitgevoerd, waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) (zie tabel 1). Nestentelling levert de beste resultaten op, maar kost veel tijd (deelgebieden onderscheiden, 15-30 minuten posten per strategisch gekozen plek, van waaruit verschillende potentiële nestlocaties overzien kunnen worden). Er is gepost vanaf strategisch gekozen punten waarbij zoveel mogelijk alle laagvliegende (tot 20 meter boven de gebouwen of lager) gierzwaluwen genoteerd zijn. Deze losse exemplaren of groep zijn vervolgens gevolgd waarbij er speciaal is gelet op het gedrag (bezoek aan waarschijnlijke nestplaats en vluchtgedrag). Is de vlucht herhaaldelijk over een bepaald dak/gebouw dan is er gepost bij de zijde van het gebouw waar de gierzwaluwen op aanvliegen. Werd er herhaaldelijk geroepen bij het langsvliegen op eenzelfde locatie dan is daar gepost. Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door gierzwaluwen. Ronde

Functie

Datum

10-061 Nestlocaties 2021 25-062 Nestlocaties 2021 09-073 Nestlocaties 2021 Tabel 1. Veldonderzoek gierzwaluw.

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

19:50 uur

22:00 uur

Onbewolkt, droog, 23°C, wind 1-2 Bft

20:00 uur

22:00 uur

Bewolkt, droog, 18°C, wind 2-3 Bft

19:55 uur

22:00 uur

Onbewolkt, droog, 19°C, wind 1-2 Bft

Pagina 7

3.1.2 Huismus De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er is door één ecoloog geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Tevens is in beeld gebracht of er (essentiële) elementen van de functionele leefomgeving zich binnen het onderzoeksgebied bevinden. Deze elementen zijn vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Conform de richtlijnen van de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus zijn hiervoor 2 ochtendbezoeken, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen, uitgevoerd in de periode 1 april t/m 20 juni (zie tabel 2). Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen. Ronde

Functie

Datum

Nestlocaties 14-04en 2021 leefgebied Nestlocaties 17-052 en 2021 leefgebied Tabel 2. Veldonderzoek huismus. 1

Begintijd

Eindtijd

Weersomstandigheden

09:30 uur

11:30 uur

Licht bewolkt, droog, 5°C, wind 1-2 Bft

08:15 uur

10:15 uur

Bewolkt, droog, 10°C, wind 2-3 Bft

3.2 Vleermuizen Het huidige verpleeghuis en verzorgingshuis Souburgh is potentieel geschikt als kraamzomer- en paarverblijfplaats en eventueel (massa)winterverblijfplaatsen voor enkele gebouwbewonende soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Het vleermuisprotocol (2017 / 2021) adviseert om bij het vermoeden op verblijfplaatsen in gebouwen van de te verwachten soorten gericht vleermuisonderzoek uit te voeren middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 15 juli en 3 avondbezoeken in de periode 1 augustus – 1 oktober (zie tabel 3). De bezoeken zijn allen te voet uitgevoerd door twee (onderzoek naar paarverblijfplaatsen en (massa)winterverblijfplaats) tot vier vleermuisonderzoekers (onderzoek naar kraam- en zomerverblijfplaatsen). De veldbezoeken in 2020 (paarverblijfplaatsen en (massa)winterverblijfplaats) zijn conform de eisen van het vleermuisprotocol 2017 uitgevoerd en de veldbezoeken in 2021 (kraam- en zomerverblijfplaatsen) zijn conform de eisen van het vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat het onderzoeksgebied iets groter is dan het weergegeven plangebied (zie figuur 2). Dit is gedaan omdat, ook al vinden de werkzaamheden binnen de grenzen van het plangebied plaats, deze werkzaamheden ook verstoring kunnen opleveren voor vleermuizen die zich mogelijk net buiten het plangebied bevinden.

Het plangebied is door de aanwezigheid van direct aangrenzende openbare wegen (Prins Bernardlaan), wandelpaden, parkeerterrein en gazon zeer overzichtelijk. Door de onderzoeksintensiteit en toegankelijkheid van het

Pagina 8

plangebied, en de direct aangrenzende openbare wegen en verharding, is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door vleermuizen. Vleermuisprotocol Het vleermuisprotocol wordt daar waar nodig jaarlijks geëvalueerd. De aanpassingen zijn gebaseerd op het oordeel van de deskundigen in het Vleermuisvakberaad. Het protocol wordt daarmee aangepast naar de meest recente wetenschappelijke inzichten. Ingeval de evaluatie geen aanleiding tot aanpassing gaf, is het protocol met ongewijzigde naamgeving gehandhaafd. Dit heeft geleid tot enkele aanpassingen ten opzichte van het vorige vleermuisprotocol (versie 2017). Eén van de wijzigingen in het actuele vleermuisprotocol (2021) is de periode tussen de bezoeken in het kraamseizoen. Deze is van 30 dagen aangepast naar 20 dagen. Bij uitvoering van de veldbezoeken in de kraamperiode (2021) van de te verwachten vleermuissoorten is deze tussenperiode van 20 dagen tussen de beide avondbezoeken aangehouden als minimale eis.

Ronde

Functie

Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden

Zomer- en kraamverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis Avond – nacht (conform vleermuisprotocol 2021) 1 2

zomer- en kraamverblijfplaatsen zomer- en kraamverblijfplaatsen

01-062021 25-062021

21:45 uur

00:25 uur

22:00 uur

00:30 uur

Onbewolkt, droog, 21-15°C, wind 1-2 Bft Onbewolkt, droog, 18-15°C, wind 0-1 Bft

Soorten: gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Nacht – ochtend (conform vleermuisprotocol 2021) 3

zomer- en kraamverblijfplaatsen

08-072021

03:30 uur

05:30 uur

Onbewolkt, droog, 14-16°C, wind 0-1 Bft

(Massa)winterverblijfplaatsen + paarverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis (massawinterverblijf) en gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis (paarverblijf) (Massa)winterverblijfplaats: (midder)nacht (conform vleermuisprotocol 2017) Paarverblijfplaats: avond - nacht (conform vleermuisprotocol 2017) 1 2

(massa)winterverblijfplaatsen 24/25+ paarverblijfplaatsen 08-2020 08/09(massa)winterverblijfplaatsen 09-2020

21:15 uur

02:00 uur

00:00 uur

02:00 uur

Bewolkt, droog, 17-14°C, wind 2-3 Bft Bewolkt, droog, 15-16°C, wind 2-3 Bft

Paarverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis Avond – nacht (conform vleermuisprotocol 2017) 2

paarverblijfplaatsen

29-092020

20:00 uur

22:50 uur

Licht bewolkt, droog, 16-14°C, wind 0-2 Bft

Tabel 3. Veldonderzoek vleermuizen.

Pagina 9

4 Resultaten aanvullend onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek besproken.

4.1

Jaarrond beschermde vogelsoorten

4.1.1 Gierzwaluw Tijdens de avondbezoeken van 10 juni, 25 juni en 9 juli 2021 zijn er alleen enkele hoog boven het plangebied foeragerende/overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Langs dakranden scherende en/of invliegende exemplaren zijn niet vastgesteld, ook niet bij de gebouwen direct grenzend aan het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn op 25 juni, in de wijk Oranjewijk, enkele laag vliegende gierzwaluwen nabij woningen aan de Prinses Margrietstraat vastgesteld. Op basis van dit gedrag kan men aannemen dat deze gierzwaluwen hier ergens een nestlocatie hebben. Potentiele nestlocaties van de gierzwaluw in deze woonwijk bevinden zich op ruime afstand van het plangebied en bevinden zich niet binnen de invloedsfeer van de ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw in het plangebied. De ruimtelijke ontwikkeling heeft ook geen negatief effect op eventueel aanwezige nestlocaties in de omgeving van het plangebied.

4.1.2 Huismus Tijdens de veldbezoeken van 14 april en 17 mei zijn geen huismussen in het plangebied of direct grenzend aan het te slopen verpleeghuis en verzorgingshuis Souburgh te waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn bij enkele woonhuizen in de wijk Oranjewijk, onder andere in Prinses Margrietstraat en Prinses Irenestraat roepende huismussen vastgesteld. Betreffende locaties en direct aangrenzende delen zijn waarschijnlijk in gebruik als vaste rust- en verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving. Hier aanwezige nestlocaties en/of functionele leefomgeving bevinden zich op ruime afstand van het plangebied en bevinden zich niet binnen de invloedsfeer van de ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Er bevindt zich geen vaste rust- en verblijfplaats (nestlocatie) van de huismus in het plangebied en het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied. De ruimtelijke ontwikkeling heeft ook geen negatief effect op aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving in de omgeving van het plangebied.

Pagina 10

4.2 Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten aangetroffen in, of direct grenzend aan, het plangebied: • • •

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis

4.2.1 Gewone dwergvleermuis Zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens het avondbezoek op 1 juni 2021 zijn aan de oostgevel van het te slopen gebouw twee uitvliegende gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Beide exemplaren vlogen rond 22:25 uur uit onder een dakrand van het gebouw. Tijdens daaropvolgende veldbezoeken (25 juni en 8 juli 2021) zijn hier geen waarnemingen meer verricht van uit- en/of invliegende of rondzwermende gewone dwergvleermuizen. Op basis van de waargenomen exemplaren betreft het hier een zomerverblijfplaats van twee exemplaren. Tijdens alle voorjaarsbezoeken (1 juni, 25 juni en 8 juli 2021) zijn er geen verdere waarnemingen verricht van uit- en/of invliegende dieren of rondzwermende exemplaren vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een overige functie (zomer- en kraamverblijfplaats) binnen het plangebied. Net buiten het onderzoeksgebied is een (zomer)verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld bij het flatgebouw aan de Prins Bernardlaan 1-63. Tijdens het ochtendbezoek van 8 juli 2021 zijn hier vanaf circa 04:30 uur zwermende en invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. In totaal zijn hier 14 invliegende exemplaren vastgesteld.

Winterverblijfplaats Tijdens beide (midden)nachtbezoeken (24-25 augustus en 8-9 september 2020) is geen duidelijk zwermgedrag waargenomen bij het te slopen gebouw, wat eventueel kan duiden op aanwezigheid van een (massa)winterverblijf van een (grote) groep gewone dwergvleermuizen. De aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats is hier uit te sluiten. Paarverblijfplaatsen Tijdens het paarverblijfplaatsonderzoek op 24 augustus en 29 september 2020 is een enkele baltsende gewone dwergvleermuis in de omgeving van het plangebied vastgesteld. Het merendeel van de exemplaren vloog al roepend langs de zuid- en oostrand van het plangebied, zoals ter hoogte van de Juliana van Stolberglaan en het park tussen het te slopen gebouw en Passage. Het gaat merendeels om exemplaren welke geen aanwijsbare binding vertoonde met het te slopen gebouw.

Pagina 11

Op 24 augustus 2020 vlogen twee baltsende mannetjes vrijwel constant rond langs de zuid- en (zuid)oostzijde van het gebouw. Op basis van dit gedrag wordt geconcludeerd dat de paar/baltsverblijfplaats(en) zich ergens in één van de gevels bevindt. Zeer waarschijnlijk bevindt de paarverblijfplaats aan de (zuid)oostzijde zich op dezelfde plaats als de in 2021 vastgestelde zomerverblijfplaats. Mogelijk worden de paarverblijfplaatsen in milde winters ook door een of enkele individuen van de gewone dwergvleermuis gebruikt als winterrustverblijfplaats. Foerageergebied Het plangebied functioneert incidenteel als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis. Tijdens vrijwel alle bezoeken is het onderzoeksgebied in gebruik als foerageergebied door een enkel exemplaar (maximaal 2-3 exemplaren) en er werd telkens een zeer korte periode in het plangebied gefoerageerd. Gedurende enkele minuten tot maximaal een kwartier wordt voornamelijk langs de zuidzijde en de noordzijde (binnenplaats) gefoerageerd en daarna verdwijnen deze individuen uit het plangebied; vermoedelijk wordt er dan elders in de bebouwde kom van Waddinxveen gefoerageerd. In het aan de zuidzijde van het gebouw grenzende park met aanwezige solitaire bomen, bosschages, vijverpartijen en gazon wordt tijdens vrijwel elk veldbezoek gefoerageerd door enkele gewone dwergvleermuizen (2 tot maximaal 5 exemplaren).

In de directe omgeving van het plangebied, met het aangrenzende park en nabijgelegen tuinen, gazons en openbaar groen, is ruim voldoende (alternatief) geschikt foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis aanwezig. Op korte afstand van het plangebied bevindt zich verder ook geschikt foerageergebied in een park langs de oostzijde van de Juliana van Stolberglaan.

4.2.2 Laatvlieger Zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 1 en 25 juni 2021 zijn geen waarnemingen van uit- en/of invliegende dieren of rondzwermende exemplaren vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats (zomer- en/of kraamverblijfplaats) van de laatvlieger binnen het plangebied. De aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats is hier uit te sluiten. Paarverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 24 augustus en 29 september zijn geen waarnemingen van laatvliegers vastgesteld. De aanwezigheid van een paarverblijfplaats is hier uit te sluiten. Foerageergebied Op 25 juni 2021 is één passerende laatvlieger langs de zuidzijde van het te slopen gebouw vastgesteld. Waarnemingen van foeragerende laatvliegers zijn niet binnen de grenzen van het onderzoeksgebied vastgesteld. Ook in het, aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied grenzende, park zijn geen foeragerende exemplaren waargenomen. Incidenteel gebruik van het park door een enkele foeragerende laatvlieger is niet uit te sluiten. Op korte

Pagina 12

afstand van het plangebied bevindt zich verder ook geschikt foerageergebied in een park langs de oostzijde van de Juliana van Stolberglaan. De aanwezigheid van een essentieel foerageergebied is binnen de grenzen van het onderzoeksgebied uit te sluiten.

4.2.3 Ruige dwergvleermuis Zomer- en kraamverblijfplaatsen Tijdens de avondbezoeken van 1 en 25 juni 2021 en het ochtendbezoek van 8 juli 2021 zijn geen waarnemingen van uit- en/of invliegende dieren of rondzwermende exemplaren vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis binnen het plangebied. De aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats is hier uit te sluiten. Paarverblijfplaatsen Tijdens het avondbezoek van 24 augustus is aan de noordzijde van het te slopen gebouw een roepende ruige dwergvleermuis vastgesteld. Vermoedelijk werd er vanuit één van de drie aanwezige (Amerikaanse) eiken een roepend exemplaar waargenomen. Nabij deze locatie is op 29 september wederom een sociaal roepende ruige dwergvleermuis waargenomen, wat duidt op territoriale en paaractiviteit. Dit exemplaar riep echter vanuit de noordelijke kopgevel van het gebouw en niet vanuit één van de aanwezige eiken. Betreffende waarnemingen hebben betrekking op één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Mogelijk wordt de paarverblijfplaats in milde winters ook door een of enkele individuen van de ruige dwergvleermuis gebruikt als winterverblijfplaats.

Foerageergebied Tijdens alle veldbezoeken zijn, uitgezonderd het exemplaar aan de noordzijde van het gebouw (zie paarverblijfplaatsen), geen overige waarnemingen van de ruige dwergvleermuis in het onderzoeksgebied of direct hieraan grenzend verricht. Incidenteel gebruik van het park door een enkele foeragerende ruige dwergvleermuis is niet uit te sluiten. Op korte afstand van het plangebied bevindt zich verder ook geschikt foerageergebied in een park langs de oostzijde van de Juliana van Stolberglaan. De aanwezigheid van een essentieel foerageergebied is binnen de grenzen van het onderzoeksgebied uit te sluiten.

4.2.4 Overige vleermuissoorten Tijdens de veldbezoeken in 2020 en 2021 zijn naast de aangetroffen vleermuissoorten geen overige soorten in het onderzoeksgebied of direct hieraan grenzend vastgesteld. De aanwezigheid van een zomer- en/of kraamverblijfplaats van een overige vleermuissoort is hier uit te sluiten. Incidenteel gebruik van het park door een enkele foeragerende overige vleermuissoort als de watervleermuis is niet uit te sluiten. Op korte afstand van het plangebied bevindt zich verder ook geschikt foerageergebied in een park langs de oostzijde van de Juliana van

Pagina 13

Stolberglaan. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied van bijvoorbeeld de watervleermuis in het aangrenzende park is uit te sluiten.

Pagina 14

5 Wet natuurbescherming De effecten op aangetroffen beschermde fauna en de wettelijke consequenties zijn ingeschat aan de hand van de geplande werkzaamheden. In het plangebied is de strikt beschermde gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis vastgesteld. Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

5.1 Gewone dwergvleermuis Gebruik van gebied Het plangebied is in gebruik als zomerverblijfplaats door twee gewone dwergvleermuizen en als twee paarverblijfplaatsen door de gewone dwergvleermuis. Incidenteel is het plangebied eveneens in gebruik als foerageergebied door een enkele gewone dwergvleermuis. Mede op basis van de resultaten van het aanvullend vleermuisonderzoek kan men verder concluderen dat elders in de bebouwde kom van Waddinxveen, in de omgeving van het plangebied, een enkele zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is. Deze verblijfplaats(en) bevinden zich (ruim) buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden en inrichting. In het actieve seizoen moeten de in de bebouwde kom aanwezige verblijfplaatsen voldoende foerageergebied in de omgeving hebben, dat vanuit deze verblijfplaatsen bereikbaar is. Onder verschillende omstandigheden (bijvoorbeeld weersomstandigheden, voedselaanbod) gebruiken de vleermuizen bij eenzelfde verblijfplaats verschillende foerageergebieden. Ook kunnen de gewone dwergvleermuizen afhankelijk van de omstandigheden (bijvoorbeeld op momenten met veel wind) langs andere structuren van de verblijfplaats naar eenzelfde foerageergebied vliegen. Hierdoor kunnen bepaalde structuren of foerageergebieden tijdelijk niet in gebruik zijn of door een wisselend aantal dieren worden gebruikt.

De grootte van het jachtgebied van een individu is sterk afhankelijk van het voedselaanbod en bedraagt 0,3 hectare in zeer natte gebieden tot 300 hectare in droge gebieden (bron Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12). De gekozen jachtlocatie hangt af van het insectenaanbod en van de weersomstandigheden. Bij

Pagina 15

bijvoorbeeld harde wind kunnen alternatieve, meer beschutte plekken worden gebruikt om te foerageren. Door de beperkte grootte van het plangebied en de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving van het plangebied, waaronder in het aangrenzende park en in het park aan de oostzijde van de Juliana van Stolberglaan, wordt geconcludeerd dat het plangebied één van de locaties is waar (vaak kort) gefoerageerd wordt. Er is dan ook geen sprake van essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis binnen de grenzen van het plangebied. Door de sloopwerkzaamheden verdwijnen er de volgende functies van de gewone dwergvleermuis: • •

Eén zomerverblijfplaats van twee exemplaren; Twee paarverblijfplaatsen van elk één exemplaar.

Zeer waarschijnlijk bevindt zich één van de paarverblijfplaatsen op dezelfde plaats als de in 2021 vastgestelde zomerverblijfplaats. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk voor deze soort. Er dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

5.2 Ruige dwergvleermuis Gebruik van gebied Het plangebied is in gebruik als paarverblijfplaats door de ruige dwergvleermuis. Overig gebruik van het plangebied in de vorm van essentieel foerageergebied, zomer- en of kraamverblijfplaats is niet in het plangebied vastgesteld. Door de sloopwerkzaamheden verdwijnt er de volgende functie van de ruige dwergvleermuis: •

Eén paarverblijfplaats van één exemplaar.

Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk voor deze soort. Er dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.

Pagina 16

6 Conclusie Aan de hand van de verkregen resultaten en datgene wat gesteld wordt in de Wet natuurbescherming kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Door de geplande ruimtelijk ontwikkeling verdwijnt een zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Er moeten mitigerende en/of compenserende getroffen te worden. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk.

Pagina 17

Bijlagen 1

Resultaten veldonderzoek

Pagina 18

Bijlage 1 Resultaten veldonderzoek Gewone dwergvleermuis

= locatie zomerverblijfplaats (Prins Bernardlaan 1-63, buiten onderzoeksgebied) = locatie paarverblijfplaats = locatie paar- en zomerverblijfplaats

Pagina 19

Ruige dwergvleermuis

= locatie paarverblijfplaats

Pagina 20

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl

Pagina 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11555215/1