Bijlage 1 verweerschrift beroep zwartgemaakt OPENBAAR
Tekst van het document
post Postbus 85207 3508 AE Utrecht Nederland
bezoek Euclideslaan 201 3584 BS Utrecht Nederland
contact T 31 (0)30 263 50 50 F 31 (0)30 263 50 60 www.avvr.nl
PER ZIVVER Rechtbank Den Haag, Bestuursrecht Postbus 20302 2500 EH DEN HAAG
datum Utrecht, 4 februari 2025 uw referentie SGR 24/8697
behandeld door mr. e-mail
doorkiesnummer
inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a - D103144
Edelachtbare Heer/Vrouwe, I.
Inleiding
1.
Hierbij dien ik namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen (hierna: “(het) college”) een verweerschrift in met betrekking tot het beroep dat de heer
(hierna: “appellant”) bij schrijven van 4 november 2024,
aangevuld per schrijven van 29 november 2024, heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar d.d. 1 oktober 2024, verzonden 2 oktober 2024 (hierna: “(het) bestreden besluit), van het college. 2.
Met het bestreden besluit heeft het college het advies d.d. 30 september 2024 van de commissie bezwaarschriften overgenomen en het bezwaarschrift dat appellant heeft ingediend
tegen
de
omgevingsvergunning
d.d.
25
april
2024
(hierna:
“(de)
omgevingsvergunning”) ontvankelijk, maar ongegrond verklaard.
De Advocaten van Van Riet is de handelsnaam van De Advocaten van Van Riet B.V., ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30210506. Op alle werkzaamheden zijn de algemene voorwaarden van De Advocaten van Van Riet B.V. van toepassing, die zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel en gepubliceerd op www.avvr.nl.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
3.
pag 2/18
De omgevingsvergunning maakt het mogelijk om een woonzorgcomplex, bestaande uit 27 zorgwoningen, met aansluitend terrein (met inbegrip van 8 private en 10 openbare parkeerplaatsen) te realiseren op het perceel aan de Kerkweg-Oost 157 te Waddinxveen (hierna: “(het) plangebied”). Zie de volgende uitsnede van de situatietekening (productie 5II van het college), aangevuld met de locatie van appellant (rode cirkel).
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
4.
pag 3/18
Het bestreden besluit is genomen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden en is de Wabo ingetrokken. Omdat de aanvraag die heeft geleid tot het bestreden besluit is ingediend op 15 december 2023 en dus vóór 1 januari 2024, volgt uit artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) dat dit geschil desondanks moet worden beoordeeld aan de hand van het vóór die datum geldende recht. Dit betekent dat de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, dus van toepassing blijft op deze zaak.
5.
Hierna wordt ingegaan op de door appellant naar voren gebrachte beroepsgronden. Vooruitlopend daarop zijn vier foto’s als productie 13 aangehecht, zodat een duidelijk beeld wordt gegeven van de bestaande situatie.
II.
Overschrijding maximum aantal zorgwoningen
6.
Appellant stelt dat de omgevingsvergunning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Kerkweg-Oost 155-157-157a” (hierna: “(het) bestemmingsplan”), omdat ingevolge artikel 3.4.1 van de regels van het bestemmingsplan (hierna: “(de) planregels”) maximaal 24 zorgwoningen zijn toegestaan, terwijl de omgevingsvergunning voorziet in 27 zorgwoningen.
7.
Dit is juist. Mede om die reden heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zodat er in afwijking van artikel 3.4.1 van de planregels 27 zorgwoningen kunnen worden gerealiseerd, zoals expliciet in paragraaf 3.2 van de omgevingsvergunning (productie 5 van het college) is vermeld.
III.
Voorwaardelijke gebruiksbepaling groenvoorzieningen
8.
Appellant stelt dat de omgevingsvergunning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de terreintekening behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5HH van het college) afwijkt van het inrichtingsplan waarnaar in artikel 3.4.4 van de planregels wordt verwezen en dat ook is gehecht als Bijlage 1 aan de planregels. Zo
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 4/18
wijst appellant er onder meer op dat een terras voor de toekomstige bewoners van het woonzorgcomplex is verdwenen. 9.
Dit is juist. Mede om die reden heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor, zodat het terrein in afwijking van artikel 3.4.4 en Bijlage 1 van de planregels anders kan worden ingedeeld / ingericht, zoals expliciet in paragraaf 3.2 van de omgevingsvergunning (productie 5 van het college) is vermeld.
IV.
Toepassing kruimelgevallenregeling Vergroting bebouwde oppervlakte en bouwvolume door nieuwbouw
10.
Appellant stelt dat het college ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor, omdat de omgevingsvergunning voorziet in nieuwbouw en nieuwbouw per definitie gepaard gaat met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume vergroten1.
11.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “(de) Afdeling”) eerder heeft overwogen, wordt onder de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume in de zin van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor de omvang van het gebouwde verstaan. Daarbij gaat het alleen om die delen van het bouwplan waarvoor met toepassing van deze bepaling een omgevingsvergunning is verleend. Die delen van het bouwplan die in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, ook als deze leiden tot vergroting van de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume, blijven buiten beschouwing.2
12.
De nieuwbouw is zowel qua grootte als omvang in overeenstemming met de bouwregels van het bestemmingsplan. De strijdigheid met het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op een gedeeltelijke functiewijziging, ingevolge waarvan er 27 (in plaats van 24) zorgwoningen worden gerealiseerd en het aansluitende terrein anders wordt ingericht met
1 Vz. ABRS 4 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:338, r.o. 4.2. 2
ABRS 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2018:378, r.o. 3.2.
ECLI:NL:RVS:2019:2706,
r.o.
4.5,
ABRS
7
februari
2018,
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 5/18
meer parkeerplaatsen. Gelet hierop heeft het college gebruik mogen maken van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor.3 Vergroting bebouwde oppervlakte door extra parkeerplaatsen 13.
Appellant stelt dat het college ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor, omdat er in strijd met het inrichtingsplan (Bijlage 1 van de planregels) extra parkeerplaatsen moeten worden aangelegd waarmee de bebouwde oppervlakte ook wordt vergroot.
14.
Wil er sprake kunnen zijn van een vergroting van de bebouwde oppervlakte in de zin van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor, dan moet op zijn minst door bouwactiviteiten de oppervlakte van het gebouwde worden vergroot, zoals hiervoor reeds is toegelicht.
15.
Een bouwactiviteit kan worden gedefinieerd als het bouwen van een bouwwerk. Een bouwwerk kan zowel een gebouw zijn als een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Een gebouw wordt ingevolge artikel 1.31 van de planregels gedefinieerd als elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Een bouwwerk wordt ingevolge artikel 1.23 van de planregels gedefinieerd als elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Bebouwing wordt ingevolge artikel 1.10 van de planregels gedefinieerd als één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
16.
De vraag of sprake is van een bouwactiviteit die de oppervlakte van het gebouwde doet toenemen, staat of valt dan ook met het antwoord op de vraag of de te realiseren parkeerplaatsen een gebouw dan wel een bouwwerk, geen gebouw zijnde zijn.
17.
De aan te leggen parkeerplaatsen zijn geen gebouw in de zin van artikel 1.31 van de planregels, omdat er geen sprake is van een overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte. De aan te leggen parkeerplaatsen – bestaande uit grastegels – zijn ook geen bouwwerk, geen gebouw zijnde in de zin van artikel 1.23 van de planregels, omdat
3 ABRS 25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2018:963, r.o. 5.2.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
het
constructieve
element
ontbreekt.4
Derhalve
pag 6/18
kwalificeert
de
aanleg
van
de
parkeerplaatsen niet als een bouwactiviteit die de oppervlakte van het gebouwde doet vergroten. 18.
De uitspraak van de Rechtbank Gelderland, waarnaar appellant verwijst, gaat in de onderhavige kwestie niet op.5 In die uitspraak doet zich namelijk de vraag voor of sprake is van bebouwde grond, een gebouw en/of een bouwwerk in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, niet of sprake is van een gebouw en/of een bouwwerk als bedoeld in het omgevingsrecht. Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur
19.
Appellant stelt dat het college, door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod op vooringenomenheid en het verbod op misbruik van bevoegdheid.
20.
Het college ziet niet in waarom het bestreden besluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod op vooringenomenheid en het verbod op misbruik van bevoegdheid, aangezien het college binnen de grenzen van de wet- en regelgeving gebruik heeft gemaakt van diens bevoegdheid om na een zorgvuldige afweging van belangen, inclusief de belangen van appellant, af te wijken van het bestemmingsplan.
21.
Daarbij wijst het college er op dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.6 Het college kan bovendien na afweging van alle betrokken belangen voor gronden en/of gebouwen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijkend – ten opzichte van het bestemmingsplan – gebruik.
4 Rb. ’s-Hertogenbosch 15 december 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BK6892, r.o. 16. 5 Rb. Gelderland 28 juni 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3252. 6
ABRS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3805, r.o. 3.4, en ABRS 3 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:432, r.o. 3.1.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
22.
pag 7/18
In dit verband merkt het college op dat het bestemmingsplan al op 5 juli 2017 door de raad vastgesteld, terwijl er sindsdien veel is veranderd. De behoefte aan zorgwoningen is door de vergrijzing alleen maar groter geworden, terwijl onder meer de bouwkosten fors zijn gestegen. Zelfs al zou de raad destijds bij de vaststelling van het bestemmingsplan zich zeer kritisch hebben uitgelaten over de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling, zoals appellant ten onrechte stelt (waarover hierna meer), dan nog mag het college na een zorgvuldige afweging van belangen afwijken van het bestemmingsplan, zoals in de onderhavige kwestie is gebeurd.
23.
Overigens merkt het college nadrukkelijk op dat appellant in diens beroep tegen het bestemmingsplan ook heeft gesteld dat hij zich niet kan verenigen met de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling die binnen het plangebied mogelijk wordt gemaakt, waarop de Afdeling heeft overwogen dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de zorginstelling waarin het bestemmingsplan voorziet wat betreft de bouwhoogte en bouwmassa past in de omgeving.7 Met andere woorden: de stelling van appellant dat de raad zich bij de vaststelling van het bestemmingsplan zeer kritisch heeft uitgelaten over de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling, is incorrect althans heeft de raad er niet van weerhouden om het bestemmingsplan vast te stellen.
V.
Zorginstelling
24.
Appellant stelt dat op de (project)website van vergunninghouder wordt vermeld dat bewoners, al dan niet met hun partner, zelfstandig in het woonzorgcomplex zullen wonen. Tevens wijst appellant er op dat uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) volgt dat ieder zorgappartement een eigen huisnummer heeft met als gebruiksdoel ‘woonfunctie’ (in plaats van verpleegtehuis). Dit is volgens appellant in strijd met artikel 3.1, aanhef en onder a, van de planregels, omdat daarin is bepaald dat de voor ‘Maatschappelijk’ met aanduiding ‘zorginstelling’ aangewezen gronden zijn bedoeld voor een woonzorgcomplex, bestaande uit zorgappartementen voor onzelfstandige bewoning en verzorging ten behoeve van mensen met een lichamelijke dan wel verstandelijke beperking die geen auto mogen of kunnen rijden.
7 ABRS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2034, r.o. 13.1.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
25.
pag 8/18
Zoals reeds in het verweerschrift d.d. 26 augustus 2024 in de bezwaarprocedure (productie 10 van het college) is toegelicht, zijn de zorgappartementen bedoeld voor onzelfstandige bewoning en verzorging ten behoeve van mensen met een lichamelijke dan wel verstandelijke beperking die geen auto mogen of kunnen rijden. Dat betekent dat er geen personen, partners inclusief, in het woonzorgcomplex mogen komen te wonen die wél zelfstandig kunnen wonen.
26.
Als op de (project)website van vergunninghouder anders wordt vermeld, dan is dat niet correct. Het college kan vergunninghouder niet dwingen haar (project)website aan te passen. Mocht het woonzorgcomplex echter in strijd met artikel 3.1, aanhef en onder a, van de planregels worden gebruikt, dan zal het college hiertegen handhavend optreden. Verweerder heeft vergunninghouder hierop geattendeerd. Van een hogere parkeerbehoefte en verkeersgeneratie is dan ook geen sprake.
27.
Dat aan de zorgappartementen een eigen huisnummer is toegekend, zegt niets over het toegestane gebruik daarvan conform het bestemmingsplan. Ditzelfde geldt voor de toegekende ‘woonfunctie’. De BAG registreert het vergunde gebruiksdoel, zijnde één van de elf gebruiksfuncties (voor gebouwen) als genoemd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), voorheen het Bouwbesluit 2012. In de aanvraag omgevingsvergunning voor het woonzorgcomplex is uitgegaan van een woonfunctie als bedoeld in het Bouwbesluit 2012, niet van een verpleegtehuis. Reden daarvoor is niet alleen dat het Bouwbesluit 2012 geen gebruiksfunctie ‘verpleegtehuis’ kent, maar ook dat er weldegelijk in het woonzorgcomplex zal worden gewoond door mensen met een lichamelijke dan wel verstandelijke beperking die geen auto mogen of kunnen rijden. Zou voor het woonzorgcomplex zijn uitgegaan van de gebruiksfunctie ‘gezondheidszorgfunctie’, dan zou daarin uitsluitend medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling mogen plaatsvinden, maar zou er niet mogen worden gewoond, terwijl dat laatste juist wél de bedoeling is.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
VI.
pag 9/18
Parkeren Overschrijding maximum aantal parkeerplaatsen
28.
Appellant stelt dat de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 3.4.3 van de planregels van het bestemmingsplan, omdat er 8 in plaats van 6 parkeerplaatsen op gronden met de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ worden gerealiseerd.
29.
Vooropgesteld dat uit artikel 3.4.3 van de planregels niet volgt dat er niet meer dan 6 parkeerplaatsen mogen worden gerealiseerd, zoals de commissie bezwaarschriften in het advies van 30 september 2024 (bijlage behorende bij productie 12 van het college) reeds heeft opgemerkt, heeft het college mede om die reden toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zodat er in afwijking van artikel 3.4.3 van de planregels 8 parkeerplaatsen op gronden met de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ kunnen worden gerealiseerd, zoals expliciet in paragraaf 3.2 van de omgevingsvergunning (productie 5 van het college) is vermeld. Verkeerde parkeernorm
30.
Appellant stelt dat de parkeerbehoefte van het bouwplan te laag is berekend, omdat is uitgegaan van de gemiddelde norm van een verpleeg- en verzorgingstehuis – namelijk 0,6 parkeerplaatsen per wooneenheid – terwijl een zorgappartement volgens CROW-publicatie 317 valt onder een aanleunwoning en serviceflat met een hogere normering. In dat kader verwijst appellant naar een omgevingsvergunning die is verleend voor de nieuwbouw van het zorgcentrum Souburgh aan de Prins Bernhardlaan 2 te Waddinxveen, waarin wordt uitgegaan van een parkeernorm van 1,1 per wooneenheid.
31.
Daarmee miskent appellant dat in CROW-publicatie 317, dat in het gemeentelijk parkeerbeleid van toepassing is verklaard, over een aanleunwoning en serviceflat wordt vermeld dat dit een zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen betreft. Aangezien in artikel 3.1, aanhef en onder a, van de planregels is bepaald dat de voor ‘Maatschappelijk’ met
aanduiding
‘zorginstelling’
aangewezen
gronden
zijn
bedoeld
voor
een
woonzorgcomplex bestaande uit zorgappartementen voor onzelfstandige bewoning en verzorging ten behoeve van mensen met een lichamelijke dan wel verstandelijke beperking die geen auto mogen of kunnen rijden, is het college daarom terecht uitgegaan van de
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 10/18
gemiddelde norm van een verpleeg- en verzorgingstehuis en niet die van een aanleunwoning en serviceflat. 32.
Ten aanzien van de nieuwbouw van het zorgcentrum Souburgh merkt het college op dat de omgevingsvergunning die daarvoor is verleend niet alleen voorziet in 12 VPT-plaatsen, maar ook in de uitbreiding van het verzorgingshuis met 10 bedden. Voor de uitbreiding van het verzorgingstehuis is (net als voor het woonzorgcentrum) gerekend met de gemiddelde parkeernorm van een verpleeg- en verzorgingstehuis, namelijk 0,6. Voor de VPT-plaatsen is echter gerekend met 1,1 per wooneenheid, de gemiddelde parkeernorm van een aanleunwoning en serviceflat. VPT staat immers voor Volledig Pakket Thuis en biedt de voordelen van zelfstandig wonen in combinatie met zorg en ondersteuning voor mensen die langdurige zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) krijgen. Het verschil tussen de zorgwoningen in het woonzorgcentrum en de VPT-plaatsen in het zorgcentrum Souburgh is dus dat de bewoners van de VPT-plaatsen met de nodige zorg zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, terwijl de bewoners van de zorgappartementen in het woonzorgcentrum dat niet meer kunnen. Om die reden zijn daarop andere parkeernormen van toepassing. Exclusiviteit parkeerplaatsen op gronden met bestemming ‘Verkeer’
33.
Appellant stelt dat de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 3.4.3 van de planregels, omdat de te realiseren parkeerplaatsen op de gronden met de bestemming ‘Verkeer’ – het perceel met sectienummer D2020 (hierna te noemen: “(het) perceel”) – onderdeel zullen worden van het openbaar gebied en daarmee ook door anderen – zoals appellant zelf – dan “(alleen) voor de functies als bedoeld in 3.1 van de regels” kunnen worden gebruikt.
34.
Zoals reeds in de pleitnota d.d. 17 september 2024 (productie 11 van het college) in de bezwaarprocedure is toegelicht, is in artikel 3.4.3 van de planregels weliswaar bepaald dat op de gronden met de bestemming ‘Verkeer’ minimaal 10 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd voor de functies als bedoeld in artikel 3.1, maar niet dat deze parkeerplaatsen – om de woorden van appellant te gebruiken – “alleen” daarvoor mogen worden gebruikt. Het gebruik van die parkeerplaatsen door anderen dan de bewoners, bezoekers en werknemers van het woonzorgcentrum is dan ook niet in strijd met artikel 3.4.3 van de planregels.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 11/18
Parkeerbehoefte omgeving 35.
Appellant stelt dat het college ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de werkelijke parkeerbehoefte van de huidige gebruikers die op het perceel parkeren, waaronder appellant en diens huurders (Slenderen Waddinxveen en Pink Lotus Pure Health).
36.
Het is echter vaste jurisprudentie dat bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening dient te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort aan parkeerplaatsen kan als regel buiten beschouwing worden gelaten.8 Indien als gevolg van het realiseren van een bouwplan bestaande parkeerplaatsen komen te vervallen, moeten deze wel worden gecompenseerd.
37.
Zoals expliciet in paragraaf 3.2 van de omgevingsvergunning (productie 5 van het college) is vermeld, is de parkeerbehoefte van het bestemmingsplan (24 zorgwoningen x 0,6 =) 14,4 parkeerplaatsen en neemt die als gevolg van het bouwplan toe met (3 zorgwoningen x 0,6 =) 1,8 parkeerplaatsen, zodat de parkeerbehoefte van het bouwplan in totaal 16,2 parkeerplaatsen is. Met de omgevingsvergunning wordt voorzien in de realisatie van 18 paarplaatsen, meer dan de parkeerbehoefte van het bouwplan.
38.
Daarnaast merkt het college op dat, los van het feit dat de
noch
deel uitmaken van het plangebied, in de bestaande situatie weliswaar op het perceel wordt geparkeerd, maar dat het hier geen officiële openbare parkeerplaatsen betreft, zodat alleen al om die reden geen onderzoek naar de parkeerbehoefte van de huidige gebruikers van het perceel hoeft plaats te vinden, laat staan compensatie van parkeerplaatsen, zoals de Afdeling reeds in relatie tot het bestemmingsplan heeft overwogen.9 39.
Teneinde herhaling te voorkomen, verwijst het college verder naar hetgeen hij hierover in paragraaf 3.2 van de omgevingsvergunning (productie 5 van het college) heeft vermeld, alsook in het verweerschrift d.d. 26 augustus 2024 in de bezwaarprocedure (productie 10
8 ABRS 11 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2755, en ABRS 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:378,
r.o. 7.1. 9 ABRS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2024, r.o. 16.1.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 12/18
van het college) en de pleitnota d.d. 17 september 2024 (productie 11 van het college) onder het kopje ‘Voorwaardelijke gebruiksbepaling parkeerplaatsen’, dat hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Vormgeving van parkeerplaatsen 40.
Appellant stelt dat de openbare parkeerplaatsen en ontsluitingsweg die op het perceel worden gerealiseerd niet voldoen aan de eisen die hieraan volgens het Parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen (hierna: “(het) Parkeerbeleid”) worden gesteld.
41.
In het Parkeerbeleid is bepaald dat bij nieuwe ontwikkelingen de kaders gelden voor een duurzaam veilige inrichting. Dit houdt in dat haakse parkeervakken minimaal 2,50 meter breed en 5 meter lang dienen te zijn en de achterliggende weg minimaal 6 meter breed dient te zijn.
42.
Zoals blijkt uit het technisch ontwerp behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5JJ van het college) worden de (openbare) parkeerplaatsen 2,40 meter breed en 4,95 meter lang, terwijl de achterliggende weg achter de (openbare) parkeerplaatsen minimaal 5,50 meter breed is. Daarmee wordt in beginsel niet voldaan aan het Parkeerbeleid.
43.
Met de uitbreiding van het aantal zorgwoningen ten opzichte van het bestemmingsplan zijn er twee extra parkeerplaatsen nodig, waardoor een andere indeling / inrichting van het terrein nodig is dan in artikel 3.4.4 en Bijlage 1 van de planregels is voorzien. Om desondanks de ruimtelijke kwaliteit en groene inpassing van het bouwplan te bewaren, heeft het college besloten af te wijken van het Parkeerbeleid. Zoals expliciet in paragraaf 3.2 van de omgevingsvergunning (productie 5 van het college) is vermeld, heeft de discipline ruimtelijke ordening hiertegen geen bezwaar. De afwijking is bovendien dermate gering dat nog steeds sprake is van een duurzaam veilige inrichting. Perceel valt buiten de aanvraag
44.
Appellant stelt dat het perceel niet in eigendom is van vergunninghouder en ook niet in het aanvraagformulier wordt genoemd, zodat niet is aangetoond dat hierop minimaal 10 parkeerplaatsen kunnen / zullen worden gerealiseerd.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
45.
pag 13/18
Het perceel is eigendom van de gemeente Waddinxveen. De gemeente Waddinxveen heeft privaatrechtelijk met vergunninghouder afgesproken dat vergunninghouder op het perceel minimaal 10 parkeerplaatsen zal realiseren. Dat appellant het daarmee oneens is, is het college bekend, maar dat doet aan het voormelde niets af.
46.
Dat het perceel niet in het aanvraagformulier wordt genoemd, neemt bovendien niet weg dat het wél is meegenomen in de aanvraag omgevingsvergunning, zoals blijkt uit onder meer de terreintekening behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5HH van het college). Dientengevolge staat vast dat op het perceel minimaal 10 parkeerplaatsen door vergunning kunnen en zullen worden gerealiseerd. Omvang en verbeelding van perceel
47.
Appellant stelt dat het perceel te klein is voor het realiseren van de openbare parkeerplaatsen en ontsluitingsweg, zulks in relatie tot het bepaalde in het Parkeerbeleid en artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
48.
Uit het technisch ontwerp behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5JJ van het college) blijkt echter het tegendeel. Het college heeft geen reden om aan de juistheid hiervan te twijfelen. Anders dan appellant stelt, is het perceel namelijk meer dan 29 meter lang en meer dan 12,5 meter breed. Voor zover appellant refereert aan het bepaalde in het Parkeerbeleid en artikel 5:42 van het BW volstaat het college met een verwijzing naar hetgeen hij hierover in dit verweerschrift heeft opgemerkt.
VII.
Recht van erfdienstbaarheid Erfdienstbaarheid van weg
49.
Appellant stelt dat de omgevingsvergunning inbreuk maakt op zijn recht van erfdienstbaarheid op het perceel, omdat hij en zijn huurders (Slenderen Waddinxveen en Pink Lotus Pure Health) als gevolg daarvan het perceel niet meer kunnen gebruiken voor het parkeren van auto’s, aanhangers en fietsen, voor opslag en bevoorrading en om te komen van en te gaan naar de
50.
.
Het college erkent dat appellant een recht van erfdienstbaarheid op het perceel heeft. Dat betreft echter uitsluitend een erfdienstbaarheid van weg om te komen van en te gaan naar
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
de
pag 14/18
. Nergens is bepaald dat het recht van erfdienstbaarheid ook behelst dat
appellant en/of zijn huurders op het perceel mogen parkeren en het perceel mogen gebruiken voor opslag en bevoorrading. 51.
Met de omgevingsvergunning wordt het perceel zodanig ingericht dat daarop minimaal 10 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Ook zal het perceel als ontsluitingsweg dienen voor het woonzorgcentrum, zoals het perceel voorheen ook als ontsluitingsweg werd gebruikt door het voormalige postkantoor dat op het plangebied gevestigd was. Tot slot kan het perceel na herinrichting nog steeds worden gebruikt door appellant en/of zijn huurders om te komen van en te gaan naar de
, terwijl de entree tot het gebouw aan de
ook nog eens toegankelijk blijft. Dat appellant het daarmee oneens is, is het
college
bekend,
maar
dat
doet
aan
het
voormelde
niets
af.
Met
de
omgevingsvergunning wordt dan ook géén inbreuk gemaakt op het recht van erfdienstbaarheid van weg van appellant. 52.
Ten aanzien van de tekening behorende bij een bouwvergunning, die op 5 maart 1968 is verleend, waarop een expeditiedeur zou zijn afgebeeld, merkt het college op dat dit een gewone deur is van en naar een ruimte die op voornoemde tekening wordt aangeduid met ‘expeditie’. Deze deur is en blijft toegankelijk. Bouwhekken en verwijdering van bestrating
53.
Appellant stelt dat op het perceel bouwhekken zijn geplaatst en dat zonder toestemming van appellant de beweerdelijk door hem aangelegde bestrating op het perceel is verwijderd, zodat ook daarmee inbreuk wordt gemaakt op zijn recht van erfdienstbaarheid.
54.
Los van het feit dat de bouwhekken (inmiddels) zodanig zijn geplaatst dat appellant nog steeds van zijn recht van erfdienstbaarheid van weg gebruik kan maken, miskent appellant dat dit feitelijke werkzaamheden betreffende de uitvoering van de omgevingsvergunning zijn en dat dit geen onderwerp van geschil kan zijn in een bestuursrechtelijke procedure over de verlening van die omgevingsvergunning. Indien appellant meent dat deze feitelijke werkzaamheden ten onrechte zijn uitgevoerd, dat vergunninghouder respectievelijk de gemeente Waddinxveen hiertoe niet gerechtigd zijn en dat appellant hierdoor wordt belemmerd in de uitoefening van zijn recht van erfdienstbaarheid van weg, hetwelk het college stellig betwist, dan kan appellant zich hiervoor wenden tot vergunninghouder
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 15/18
respectievelijk de gemeente Waddinxveen en daarna, als appellant van mening blijft dat hij onvoldoende gehoor vindt, bij de civiele rechter. VIII.
Strijd met burenrecht
55.
Appellant stelt dat uit het technisch ontwerp behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5JJ van het college) blijkt dat de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 5:42 van het BW, omdat op een meter van de erfgrenzen van de percelen aan de een haagbeuk – ‘Carpinus betulus’ – van twee rijen dik wordt geplaatst.
56.
In artikel 5:42, leden 1 en 2, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is onder meer bepaald dat bomen, heesters of heggen niet binnen een afstand van twee meter (voor een boom) respectievelijk een halve meter (voor heesters en heggen) van de erfgrens mag worden geplaatst, tenzij de eigenaar daartoe toestemming heeft gegeven.
57.
Los van het feit dat appellant geen belang heeft bij de
, blijkt uit het
technisch ontwerp behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5JJ van het college) dat de haagbeuk wordt geplant in een strook grond, grenzend aan de erfgrens van , van één meter breed / diep. Daarmee kan een afstand van een halve meter ten opzichte van de erfgrenzen in acht worden genomen. 58.
Voor zover appellant stelt dat de haagbeuk een boom is en een afstand van twee meter ten opzichte van de erfgrenzen moet worden aangehouden, merkt het college op dat de haagbeuk officieel inderdaad een boom is, maar in feite gewoon een haag. De naam ‘haagbeuk’ zegt het al. Zou echter voor de haagbeuk een afstand van twee meter ten opzichte van de erfgrenzen aangehouden moeten worden, dan kan de haagbeuk worden vervangen door bijvoorbeeld een heester. Dat in het technisch ontwerp behorende bij de omgevingsvergunning (productie 5JJ van het college) wordt gesproken over het plaatsen van een haagbeuk doet daar niets aan af. In de omgevingsvergunning is immers niet voorgeschreven welke planten en bomen exact moeten worden geplant.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
pag 16/18
IX.
Anterieure overeenkomst
59.
Appellant stelt dat de ontsluitingsweg niet voldoet aan het bepaalde in artikel 9.3, onder f, van de anterieure overeenkomst, omdat grote voertuigen van hulpdiensten en huisvuilophaaldiensten onvoldoende ruimte hebben om op de ontsluitingsweg te keren als alle openbare parkeerplaatsen bezet zijn.
60.
In artikel 9.3, onder f, van de anterieure overeenkomst is bepaald dat de toegankelijkheid van het openbaar gebied voor hulpdiensten en huisvuilophaaldiensten gewaarborgd zal zijn, waarbij geen sprake zal zijn van doodlopende gedeelten waardoor voornoemde diensten bij het verlaten van het openbaar gebied het merendeel achteruit dienen te rijden.
61.
Het is juist dat de ontsluitingsweg niet breed genoeg is voor grote voertuigen van hulpdiensten en huisvuilophaaldiensten om te keren en dat, als alle openbare parkeerplaatsen bezet zijn, niet kan worden voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 9.3, onder f, van de anterieure overeenkomst. Omdat het perceel echter wel via de ontsluitingsweg bereikbaar is voor hulpdiensten en huisvuilophaaldiensten ook van de ontsluitingsweg gebruik kunnen maken, houdt het college vergunninghouder niet integraal aan het bepaalde in artikel 9.3, onder f, van de anterieure overeenkomst.
62.
Dat appellant het daarmee oneens is, doet aan het voormelde niets af, nog los van het feit dat de anterieure overeenkomst geen op de zaak betrekking hebbend stuk is en appellant geen partij is bij de anterieure overeenkomst, zodat appellant geen beroep op de anterieure overeenkomst toekomt.
X.
Hogere geluidswaarden
63.
Appellant stelt dat ten onrechte geen hogere waarden zijn vastgesteld. Ook stelt appellant dat de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai op de voorgevel maar liefst 68 dB is, terwijl dat ingevolge de Beleidsregel Hogere waarden, regio Midden-Holland, uit 2018 maximaal 53 dB mag zijn ingeval van ‘Andere gezondheidszorggebouwen’, zodat het woonzorgcentrum niet eens kan worden gebouwd. Dit is onjuist.
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
64.
pag 17/18
Appellant verwijst naar figuur 4.1 op pagina 9 van het akoestisch onderzoek, dat is aangehecht als bijlage 3 aan de toelichting op het bestemmingsplan, waarin wordt vermeld dat de berekende waarde op waarneempunt 1 – de voorgevel – op een waarneembare hoogte van 1,5 en 4,5 meter 68 dB is. Appellant miskent echter dat in dezelfde figuur wordt vermeld dat hierop ingevolge artikel 110g van de (oude) Wet geluidhinder een aftrek van 5 dB moet plaatshebben, zodat de toetsingswaarde uiteindelijk 63 dB is, gelijk aan
de
maximale grenswaarde van 63 dB. 65.
Voor zover appellant stelt dat die maximale grenswaarde niet maximaal 63 dB is, maar maximaal 53 dB, miskent appellant dat de zorgappartementen niet kwalificeren als ‘Andere gezondheidszorggebouwen’ zoals bedoeld in de Beleidsregel Hogere waarden, maar als ‘Woningen’. De zorgappartementen zijn namelijk bedoeld voor onzelfstandige bewoning en verzorging ten behoeve van mensen met een lichamelijke dan wel verstandelijke beperking die geen auto mogen of kunnen rijden. De maximale grenswaarde voor woningen in de bebouwde kom als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van lokale en provinciale wegen is dan maximaal 63 dB.
66.
Zoals de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) bovendien per e-mail van 16 januari 2025 heeft toegelicht, dat is aangehecht als productie 14, is het woonzorgcomplex bij het besluit hogere waarden van 3 april 2017 als één gebouw beoordeeld, niet als 24 losse woningen. Voor het besluit hogere waarden is namelijk de omvang van het gebouw relevent, niet de feitelijke indeling van het woonzorgcomplex respectievelijk het aantal zorgwoningen.
67.
Dit blijkt ook nadrukkelijk uit het besluit hogere waarden d.d. 3 april 2017, dat is aangehecht als productie 15, waarin wordt vermeld: “Voor het complex dient een hogere waarde te worden vastgesteld aangezien de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Omdat de 24 wooneenheden onderdeel zijn van 1 totaal woonzorg complex wordt in deze situatie slechts 1 hogere waarde Wet geluidhinder vastgesteld (per weg). Dit houdt echter niet in dat ter plaatse van alle 24 wooneenheden de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.”
Inzake Gemeente Waddinxveen / Kerkweg-Oost 155-157-157a D103144
68.
pag 18/18
Als het aantal zorgwoningen door een nieuwe indeling van het gebouw toeneemt (van 24 naar 27), maar de omvang van het gebouw ongewijzigd blijft, dan bestaat er aldus geen noodzaak tot het nemen van een nieuw besluit hogere waarden, anders dan appellant stelt.
XI.
Slotsom
69.
Gelet op het voorgaande komt het college tot de conclusie dat het beroep van appellant:
primair: ongegrond is, zodat het college de rechtbank verzoekt het bestreden besluit in stand te laten;
subsidiair: (deels) gegrond is, ingevolge waarvan het bestreden besluit (deels) dient te worden vernietigd, maar verzoekt het college de rechtbank om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten; dan wel
meer subsidiair: (deels) gegrond is, ingevolge waarvan het bestreden besluit dient te worden vernietigd, maar verzoekt het college de rechtbank om een tussenuitspraak te doen en het college in de gelegenheid te stellen om binnen drie maanden na de tussenuitspraak, het gebrek te herstellen.
Hoogachtend,
Productie 13
Productie 14
Van: Aan: Cc: Datum:
donderdag, 16 januari 2025 07:37 Kerkweg-Oost 155-157 Waddinxveen: reactie geluidwaarden Onderwerp: [D103144_I56957520] Beste
,
Zoals besproken, is het besluit hogere waarden Wet geluidhinder van 3 april 2017 (zie bijlage) het woonzorgcomplex als één gebouw beoordeeld, niet als 24 losse zorgwoningen. De omvang van het gebouw is relevant, niet de feitelijke indeling van het woonzorgcomplex respectievelijk het aantal zorgwoningen. Dit blijkt nadrukkelijk uit het besluit zelf waarin wordt vermeld: "Voor het complex dient een hogere waarde te worden vastgesteld aangezien de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Omdat de 24 wooneenheden onderdeel zijn van 1 totaal woonzorg complex wordt in deze situatie slechts 1 hogere waarde Wet geluidhinder vastgesteld (per weg). Dit houdt echter niet in dat ter plaatse van alle 24 wooneenheden de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden." Als het aantal zorgwoningen door een nieuwe indeling van het gebouw toeneemt (van 24 naar 27), maar de omvang van het gebouw ongewijzigd blijft, dan bestaat er aldus geen noodzaak tot het nemen van een nieuw besluit hogere waarden. Vandaar dat dit ook niet is gebeurd. Overigens is in verband met de nieuwe indeling van het gebouw nog wel een onderzoek uitgevoerd naar de geluidwerendheid van de gevels het kader van de toets van de aanvraag omgevingsvergunning aan het Bouwbesluit 2012.
Met dat onderzoek, dat op 18 maart 2024 akkoord is bevonden, is geborgd dat de binnenwaarde in alle zorgwoningen acceptabel is en voldoet aan de geldende normen.
Met vriendelijke groet, Jurist Afdeling Bouw- en Woningtoezicht
Omgevingsdienst Midden-Holland | Postbus 45, 2800 AA Gouda | Thorbeckelaan 5, 2805 CA Gouda | www.odmh.nl | @ODMIDDENHOLLAND Openingstijden Midden-Hollandhuis: ma - do 08:30 -17:00, vr 08:30 - 13:00 Werkdagen: ma, di, wo, do, vr Omgevingsdienst Midden-Holland draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving.
Productie 15
Hogere Waarden Wet geluidhinder BESLUIT
Datum besluit
: 3 april 2017
GEGEVENS LOCATIE Naam inrichting/locatie Adres Ons kenmerk Kavel / Perceel
: Kerkweg-Oost 155, 157 en 157a : Kerkweg-Oost 155, 157 en 157a te Waddinxveen : 2016221749 : WDV01 sectie D nummer 2093 en 1786
De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen we door milieutaken in de hele regio en bouw- en woningtoezichttaken in een deel ervan uit te voeren in opdracht van de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Eén van die taken is het vaststellen van hogere geluidwaarden in het kader van de Wet geluidhinder.
2016221749
1 van 11
Op de locatie Kerkweg-Oost 155, 157 en 157a te Waddinxveen worden nieuwe zorgwoningen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat nieuwe geluidsgevoelige functies gerealiseerd worden. De zorgwoningen worden gebouwd binnen de geluidszone van Kerkweg-Oost, de Juliana van Stolberglaan en de Kanaalstraat. Gebleken is dat aan de gevels van de nieuw te bouwen zorgwoningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder (Wgh) ten gevolge van het verkeer op de Kerkweg-Oost, de Juliana van Stolberglaan en de Kanaalstraat wordt overschreden. De maximaal vast te stellen hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het blijkt dus mogelijk om hogere geluidwaarden vast te stellen op grond van artikel 83 van de Wgh. Besluit Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen concludeert dat geluidsreducerende maatregelen niet mogelijk zijn en acht het daarom noodzakelijk om hogere geluidswaarden voor deze locatie vast te stellen. Op grond hiervan besluit het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen, gelet op de in dit besluit genoemde overwegingen en Hoofdstuk VIIIa van de Wgh, de volgende hogere waarden vast te stellen: Tabel 1 Vast te stellen hogere waarden Bestemming Omschrijving Aantal Zorgcomplex (24 woningen, 3 1 woongroepen)
Geluidsbron Kerkweg-Oost Juliana van Stolberglaan Kanaalstraat
Hogere waarden [dB] 63 51 50
Procedure Het besluit tot het vaststellen van een hogere waarde wordt genomen ten behoeve van het bestemmingsplan Kerkweg-oost 155, 157 en 157a. Voor de voorbereiding van het besluit tot het vaststellen van de hogere waarde is, op grond van artikel 110c lid 1 Wgh, de procedure gevolgd als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen van 24 november 2016 tot en met 4 januari 2017 en is tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. De termijnen voor het indienen van beroep van het bestemmingsplan en het definitieve besluit hogere waarden lopen gelijk op grond van artikel 145 van de Wet geluidhinder. Wetgeving Het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst aan de Wgh en de Beleidsregel Hogere waarden regio Midden-Holland van 16 april 2012 (hierna: de beleidsregel), zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen op 10 juli 2012. In de Wgh zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidsbelasting van wegverkeerslawaai. De Wgh gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde en een maximale grenswaarde. Een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde is toelaatbaar, de effecten van geluid worden dan
2016221749
2 van 11
aanvaardbaar geacht. De voorkeursgrenswaarde geldt op grond van artikel 82 van de Wgh en bedraagt 48 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale grenswaarde is niet toelaatbaar. De maximale grenswaarde geldt op grond van artikel 83 van de Wgh en bedraagt 63 dB (binnenstedelijke situatie). Een geluidsbelasting in het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Het afwegingsproces heeft vorm gekregen in de procedure vaststelling hogere waarden voor geluid. De eerste stap bij het vaststellen van hogere waarden is onderzoeken of met maatregelen de geluidsbelasting kan worden teruggebracht tot op de voorkeursgrenswaarde of lager. In dat geval is er geen hogere waarde nodig. Het onderzoek naar maatregelen geldt op grond van artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder. Wanneer de maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard stuiten, wordt het vaststellen van een hogere waarde mogelijk. Dit geldt op grond van artikel 83 jo. artikel 110a lid 1 en 3 van de Wet geluidhinder. Ook moet, op grond van artikel 110a, lid 6, van de Wet geluidhinder de gecumuleerde geluidsbelasting worden beoordeeld.
Tot slot moet zijn voldaan aan de beleidsregel; daarin is geregeld hoe een hogere waarde wordt vastgesteld en in welke gevallen aanvullende voorwaarden gelden. Deze aanvullende voorwaarden hebben tot doel bij zwaarder belaste woningen (overschrijding van 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde) toch minimaal één geluidsluwe gevel of een geluidsluwe buitenruimte te garanderen. De op het besluit betrekking hebbende stukken Het volgende stuk heeft betrekking op dit hogere waardenbesluit: - Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Bouwplan Kerkweg-Oost 157-157a, gemeente Waddinxveen, van K+ Adviesgroep met rapportnr. M15 243.401.2 van 27 september 2015. Motivering De omgeving is te kenmerken als gemengd gebied (wonen en werken) binnen de bebouwde kom van de gemeente Waddinxveen. Een groot deel van het geluid in de omgeving is afkomstig van wegen in de directe omgeving, zoals de Kerkweg-Oost, Juliana van Stolberglaan en Kanaalstraat. Uit het akoestisch rapport blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder ten gevolge van het verkeer op de genoemde wegen wordt overschreden. De maximale grenswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Maatregelen Op basis van het akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidsbelasting niet verlaagd kan worden tot de voorkeursgrenswaarde door het treffen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen.
De volgende maatregelen zijn onderzocht: 1. Bronmaatregelen. 2. Overdrachtsmaatregelen. Bronmaatregelen Bronmaatregelen in de vorm van het aanbrengen van stil asfalt zijn niet voldoende doelmatig. Met het toepassen van een stiller wegdek op de Kerkweg-Oost kan een reductie van maximaal 5 dB worden behaald. De voorkeursgrenswaarde blijft hierbij overschreden.
2016221749
3 van 11
Op de Juliana van Stolberglaan en de Kanaalstraat is het aanbrengen van geluidsreducerend asfalt wel doelmatig maar stuit het aanbrengen op bezwaren van financiële aard. Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen in de vorm van geluidsschermen zijn in deze binnenstedelijke situatie niet gewenst en/of mogelijk vanuit stedenbouwkundig en verkeerskundig oogpunt. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onvoldoende doelmatig zijn en stuiten op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige en verkeerskundige aard. De minimale gevelwering van 20 dB vanuit het Bouwbesluit 2012 is onvoldoende om het binnenniveau van 33 dB te garanderen. Extra gevelwering is voor dit plan nodig. Geluidsluwe gevel en buitenruimte In de beleidsregel is opgenomen dat bij een hogere waarde van meer dan 53 dB wegverkeerslawaai de woning gerealiseerd dient te worden met een geluidsluwe gevel. Een gevel is geluidsluw als voor deze gevel voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Bij het van toepassing zijn van een geluidsluwe gevel dient op elke verdieping met één of meer verblijfsruimten ten minste één verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel te zijn gesitueerd.
In de beleidsregel is verder opgenomen dat bij een hogere waarde van meer dan 53 dB wegverkeerslawaai ten minste één buitenruimte van een woning aan een geluidsluwe gevel dient te zijn gesitueerd of in het geval daar niet aan kan worden voldaan, is voorzien van een afsluitbare buitenruimte. In dit geval wordt de waarde van 53 dB ten gevolge van de Kerkweg-Oost overschreden. De 24 zorgwoningen zijn verdeeld over drie woongroepen waarbij per verdieping 1 woongroep aanwezig is. Op iedere verdieping is een deel van de gevel geluidsluw, waardoor de groepen beschikken over een geluidsluwe gevel. Aangezien de woongroepen niet de indeling van een reguliere woning hebben, in de zin van meerdere slaapkamers en meerdere ruimtes per wooneenheid, is het acceptabel dat niet aan de verplichting dat “op elke verdieping met één of meer verblijfsruimten dient ten minste één verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel te zijn gesitueerd” voldaan wordt. Zienswijzen De zienswijzen zijn bij de verdere behandeling van het besluit betrokken. De indieners geven aan ingeschat te hebben dat de toekomstige bewoners niet in staat zijn om zelf bezwaar te maken en dus om die reden bezwaar maken. Ongeacht of de indieners belanghebbende zijn, zijn de zienswijzen onderstaand beantwoord.
Naar aanleiding van de publicatie van het ontwerp van het besluit zijn door vijf personen schriftelijk zienswijzen ingebracht.
2016221749
4 van 11
Samenvatting van de ingebrachte zienswijzen en de beantwoording Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen concludeert dat geluid reducerende maatregelen voor bovenstaand plan niet mogelijk zijn en acht het daarom noodzakelijk om voor deze locatie hogere geluidswaarden vast te stellen. Deze stelling is onbegrijpelijk en niet juist. De ontwikkelaar is voornemens 24 woonzorgeenheden te bouwen ten behoeve van herhuisvesting van 24 autistische cliënten. Het is ingeschat dat deze mensen niet zelfstandig in staat zijn om bezwaar te maken en om deze reden menen wij als omwonenden bezwaar te moeten maken voor deze mensen. Voor dit plan hebben 3 van de 4 gevels een geluidbelasting hoger dan de maximale toegestane voorkeursgrenswaarde van 48dB. Boven de 48dB is een speciale ontheffing nodig. De voorgevel zit exact op de maximaal toegestane waarde die zelfs na ontheffing is toegestaan van 63dB. In de beleidsregel is opgenomen dat bij een hogere waarde van meer dan 53dB de woning dient gerealiseerd te worden met een geluidsluwe gevel (onder de 48dB). Voor elke woning moet ten minste een verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel zijn gesitueerd. Hieraan is voor de appartementen niet aan voldaan. De opgave als reden dat het om een woongroep gaat en dat dan hier niet aan hoeft te worden voldaan is absoluut stuitend.
De ziel van deze regelgeving is dat er een geluidarme ruimte (slaapkamer) voor ieder appartement of wooneenheid aanwezig is. Dit zou voor appartementen voor autistische cliënten zeer zeker moeten gelden en B&W zou deze mensen hiervoor moeten beschermen in plaats van de project ontwikkelaar een vrijstelling te verlenen! In de woonvisie is vast gelegd als ambitie prettig wonen voor iedereen. Een hogere geluidswaarde vast stellen, zal hier niet aan bijdragen. We vertrouwen erop dan ook op dat er wordt vanaf gezien. Onze bezwaren en zienswijze zullen ook in een eventueel vervolgtraject onverminderd van kracht blijven. Aanvulling Het Rapport. M15 243.401.2 lijkt niet compleet. Waarom zijn er geen waarneempunten op de gevel aan de regiobank opgenomen (de regiobank is 1 bouwlaag en het nieuwe plan meerdere) Deze gevel lijkt mij juist het meeste last te hebben van het verkeer en zou best boven de 63 dB uit kunnen komen. Beantwoording Voor het complex dient een hogere waarde te worden vastgesteld aangezien de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Omdat de 24 wooneenheden onderdeel zijn van 1 totaal woonzorg complex wordt in deze situatie slechts 1 hogere waarde Wet geluidhinder vastgesteld (per weg). Dit houdt echter niet in dat ter plaatse van alle 24 wooneenheden de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.
Een hogere waarde Wet geluidhinder mag alleen vastgesteld worden wanneer voldoende aannemelijk is gemaakt dat maatregelen (aan de bron en/of in de overdracht) niet mogelijk zijn, en de maximale grenswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. Uit het akoestisch onderzoek van “K+ Adviesgroep” blijkt dat dit in deze situatie het geval is. Het is daarnaast niet mogelijk om een geluidsscherm tussen de weg en het pand te plaatsen of de weg aan te passen. Voor de 24 zorgappartementen geldt dat wordt voldaan aan de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het verlenen van een hogere grenswaarde.
2016221749
5 van 11
Door de indiener wordt aangegeven dat 3 van de 4 gevels een geluidsbelasting hebben hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Onderstaand is per verdieping de geluidsbelasting boven de 48 dB inzichtelijk gemaakt. De genoemde geluidsbelastingen op de verschillende toetspunten zijn afkomstig uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek. In rood zijn die geveldelen aangegeven waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De gevel die punt 1 bevat is de gevel die direct aan de Kerkweg-Oost grenst. Dit is de noord gevel. De punten 2 en 3 liggen op de westgevel en punt 7 op de zuidgevel. Op de overige toetspunten wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden, deze punten zijn dan ook niet weergegeven.
Figuur 1 Plattegrond begane grond
2016221749
6 van 11
Figuur 2 Plattegrond eerste verdieping
Figuur 3 Plattegrond tweede verdieping
2016221749
7 van 11
Uit vorenstaande figuren kan geconcludeerd worden dat enkele geveldelen een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde ondervinden. Dit betekent ook dat niet op alle 24 wooneenheden een overschrijding is. Een deel van de zuidgevel (ter hoogte van punt 7) en een deel van de westgevel (ter hoogte van punt 3) ondervinden een geluidsbelasting van 49 dB, een overschrijding van 1 dB is zeer gering. De gevel gelegen langs de Kerkweg-Oost en een klein deel van de westgevel (ter hoogte van punt 2) ondervinden inderdaad een hogere geluidsbelasting, ten hoogste 63 dB. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de genoemde geluidsbelastingen de geluidsbelasting aan de buitenzijde van de gevel is. In het kader van het Bouwbesluit zal de gevelwering bepaald worden. Hierbij zullen maatregelen aan de gevel genomen worden (zoals isolerend glas, ventilatieroosters e.d.) om te voldoen aan het vastgelegde binnenniveau van 33 dB. Binnen in de woningen is het geluidsniveau dus altijd, ongeacht de geluidsbelasting buiten, aanvaardbaar. In de beleidsregel is het volgende opgenomen “Bij een hogere waarde van meer dan 53 dB wegverkeerslawaai dient de woning of het andere geluidgevoelige gebouw gerealiseerd te worden met een geluidsluwe gevel.
Bij het van toepassing zijn van een geluidsluwe gevel dient op elke verdieping met één of meer verblijfsruimten, ten minste één verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel te zijn gesitueerd”. In zijn algemeenheid gaat de beleidsregel uit van grondgebonden woningen of appartementen waarbij de mogelijkheid aanwezig is om aan verschillende zijden van het gebouw, dus van de geluidsbron af, geluidsgevoelige ruimten te realiseren. In deze specifieke situatie waarbij 24 woonzorgeenheden gerealiseerd worden is geen sprake van 24 woningen, maar van 1 woonzorg complex waarvoor per weg slechts 1 hogere waarde Wet geluidhinder wordt vastgesteld. Naast de eigen ruimten van de bewoners, zijn op elke verdieping gemeenschappelijke ruimten aanwezig. Voor wooneenheden die direct langs de Kerkweg –Oost gerealiseerd zullen worden zal gelden dat de buitengevels niet geluidsluw zijn. Het zal dan ook lastig worden om de slaapkamer en woonkamer aan een geluidsluwe gevel te realiseren. Een indeling van de plattegrond waarbij de slaapkamer en woonkamer niet aan een buitengevel liggen is niet mogelijk gelet op de Bouwbesluit eisen ten aanzien van daglicht en ventilatie.
Gelet op de eisen van het Bouwbesluit ten aanzien van het binnenniveau, waarbij door middel van nader te bepalen maatregelen het vereiste binnenniveau gehaald zal worden, achten wij deze situatie aanvaardbaar. Al met al kan geconcludeerd worden dat: - De Wgh de mogelijkheid biedt om onder voorwaarden een hogere waarden toe te staan. Voorliggende situatie voldoet hieraan. - Van de mogelijkheid om hogere waarde vast te stellen op meerdere plekken in Waddinxveen gebruik wordt gemaakt. - Te allen tijde voldaan zal worden aan een binnenniveau van 33 dB. Dit is geregeld in het Bouwbesluit. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is dan ook gegarandeerd.
2016221749
8 van 11
Zoals uit bovenstaand figuur blijkt schermt het gebouw van de regiobank, gezien zijn hoogte, het nieuwe gebouw af. Ook al is het voormalig regiobank-kantoor aan de achterzijde lager, er is voldoende afscherming. Ook het voormalige Rabobank/Hema-pand, cq. het nieuwe gemeentehuis heeft een belangrijke afschermende werking voor het verkeerslawaai van de Kerkweg-Oost. Door de afscherming van de genoemde gebouwen is het dan ook niet nodig / mogelijk om aan deze gevel waarneempunten te leggen. De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van het ontwerpbesluit. Kadastrale registratie Dit besluit wordt overeenkomstig artikel 110i van de Wet geluidhinder geregistreerd bij het kadaster. De locatie Kerkweg-Oost 155 ligt op het kadastrale perceel WDV01, sectie D nummer 2093. De locatie Kerkweg-Oost 157 en 157a ligt op het kadastrale perceel WDV01, sectie D nummer 1786. Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen namens dezen, Hoofd afdeling Expertise Omgevingsdienst Midden-Holland, Drs. A. Lasee Dit document is digitaal vastgesteld. Er staat daarom geen handtekening onder. Verzonden op : 7 juli 2017 Een exemplaar van dit besluit is verzonden aan: - Gemeente Waddinxveen, Postbus 400, 2740 AK Waddinxveen. - De personen die een zienswijze hebben ingediend. Bijlagen bij dit besluit: 1. figuren; 2.
akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Bouwplan Kerkweg-Oost 157-157a, gemeente Waddinxveen, van K+ Adviesgroep met rapportnr. M15 243.401.2 van 27 september 2015. Los bijgevoegd.
2016221749
9 van 11
Bijlage 1: Figuren.
2016221749
10 van 11
2016221749
11 van 11