Bijlage 1 Ruimte voor Laden Integrale Laadvisie Regio Midden Holland
Tekst van het document
mogelijkheid voor onder andere taxi’s, doelgroepenvervoer en bestelbussen om relatief snel bij te laden tijdens of nabij een stop. Om deze redenen stimuleren we daarom de publieke toegankelijkheid van kortparkeerladers op privaat terrein en het geschikt maken en openstellen van semipublieke kortparkeerladers voor bestelbussen. Voorlopig gaan we niet actief aan de slag om openbare kortparkeerladers te realiseren, omdat de verwachte marktontwikkelingen voorlopig voldoende in deze behoefte zullen voorzien. Plaatsing kortparkeerladers Voor de locatiebepaling van kortparkeerladers houden we de randvoorwaarde aan dat dit drukke plekken zijn met veel bezoekers en waar gebruikers korte tijd verblijven, bijvoorbeeld om een boodschap te doen. Realisatie kortparkeerladers Voor de realisatie van kortparkeerladers geven we de voorkeur aan een regionaal concessiemodel waarbij we graag meeliften op de voordelen van het collectief.
5.2 Laadinfrastructuur op bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen nemen we de laadbehoefte voor bestel- en vrachtvoertuigen als uitgangspunt, omdat deze het grootste deel van de laadbehoefte vertegenwoordigen. We beschrijven hierna de strategische keuzes voor bedrijfslocaties en collectieve laadpleinen5. Deze keuzes staan samengevat in tabel 6, aan het einde van deze subhoofdstuk. Bestel- en vrachtvoertuigen zullen voor een groot deel op eigen terrein van de ondernemer gaan laden. De ondernemer zal zijn keuzes over hoeveelheden en type laadpunten afstemmen op de bedrijfsvoering, beschikbare ruimte en vermogen en eigen draagkracht. In onze regio zijn ook bedrijven aanwezig die een laadbehoefte voor taxi’s, doelgroepenvervoer, mobiele werktuigen of touringcars op bedrijventerreinen in moeten vullen. We kiezen een actieve regierol bij de realisatie van voldoende laadinfrastructuur op bedrijventerreinen vanwege de volgende redenen: • •
Vanwege netcongestie en ruimtegebrek zijn er aanzienlijke obstakels voor de realisatie van laadpunten op depots. We vinden een aantrekkelijk, toekomstbestendig vestigingsklimaat voor bedrijven belangrijk.
We richten een kennisloket in voor ondernemers, met informatie over onder andere de netcongestieproblematiek, kansen voor mitigerende maatregelen en gebruik van landelijke subsidieregelingen. Ook zorgen we dat prognoses goed worden meegenomen in regionale planningsprocessen voor uitbreiding van het energienet (zoals pMIEK).
Ondersteuning ondernemers Op bedrijfslocaties vullen ondernemers bij voorkeur de laadbehoefte voor hun vloot in. Deze vloot kan bestaan uit bestel- en vrachtvoertuigen op depots, maar ook personenvoertuigen (bij kantoren of taxi-remises), mobiele werktuigen (op bouwdepots of werven van aannemers) en touringcars (remises). Ons beleid voor het laden op bedrijfslocaties richt zich op: 5.
Daarnaast kunnen publieke reguliere laadpunten geplaatst worden als er openbare parkeergelegenheid is. Hiervoor gelden de strategische keuzes die we in 5.1 hebben beschreven.
26
• •
Ondersteuning van bedrijven bij het kiezen en realiseren van passende laadinfrastructuur, inclusief het delen van laadinfrastructuur tussen bedrijven. Actieve ondersteuning van ondernemers om gezamenlijke initiatieven als energyhubs te verkennen.
Laadpleinen op bedrijventerreinen Collectieve laadpleinen kunnen een rol spelen op bedrijventerreinen wanneer het voor ondernemers niet mogelijk is om (op korte termijn) hun eigen laadinfrastructuur te voorzien. Door de laadbehoefte te bundelen, kunnen (semi)publieke collectieve laadpleinen met ondersteuning van de gemeente helpen om toch in de laadbehoefte te voorzien. Vanwege netcongestie en schaarse ruimte, willen we de mogelijkheden verkennen om publiek toegankelijke collectieve laadpleinen te faciliteren of realiseren op nader te bepalen bedrijventerreinen. Hierin borgen we dat mobiele werktuigen en touringcars ook gebruik kunnen maken van collectieve laadpleinen.
5.3 Snelladen onderweg Naast laadopties in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen, is het belangrijk om gebruikers ook onderweg publiek toegankelijke laadmogelijkheden te bieden. De laadlocaties onderweg zijn gericht op zo snel en gemakkelijk mogelijk bijladen langs of nabij doorgaande routes. Voor personenauto’s en bestelbussen kunnen snelladers langs doorgaande wegen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld bij bestaande tankstations. Voor zwaar vervoer, met vrachtvoertuigen als primaire gebruikers, zijn locaties aan of nabij logistieke corridors in beeld of al bestaande rustlocaties (zoals truckparkings). Het grondeigendom en de betrokkenheid van de gemeente verschilt per locatie. Omdat onderweg laden bij uitstek een opgave in regionale en nationale context is, werken we samen met initiatieven voor een publiek toegankelijk snellaadnetwerk. Dit doen we via onze NAL-regio en specifiek voor heavy-duty laadpleinen ook met landelijke initiatieven zoals Logistiek Laden (LoLa) van Rijkswaterstaat. We verwachten een laadbehoefte voor onderweg omdat onze regio nabij de logistieke corridors A12 en A20 ligt en we een aanzienlijke bouwopgave hebben. Daarom ondersteunen we op regionaal niveau de zoektocht naar locaties waar voldoende grond en netcapaciteit beschikbaar is.
Snellaadstations en tankstations We voorzien een behoefte aan snelladers langs doorgaande wegen in onze gemeente, die een hoger vermogen (tot 350 kW) bieden dan kortparkeerladers en gericht zijn op onderweg bijladen. De ElaadNL Outlook personenvervoer biedt een goed startpunt, deze brengt de snellaadbehoefte in onze gemeente op buurtniveau in kaart. Daar komt de snellaadbehoefte van bestelbussen nog bovenop, waarvoor we de prognose toevoegen zodra die beschikbaar komt. Voor de locatiekeuze hanteren we de volgende uitgangspunten: • • •
Bestaande brandstofpunten vormen een interessant netwerk van geschikte locaties, volgens de verdeling in de ElaadNL Outlook personenvervoer. Wij wijzen zelf strategische snellaadlocaties aan. We stimuleren de publieke openstelling van private snellaadstations op of nabij corridorlocaties.
We voeren de bovenstaande locatiekeuze(s) op de volgende manieren uit:
27
• • •
We nemen deze locaties mee in het totaal aan binnenstedelijke snelladers, dus inclusief de kortparkeerladers. We geven de voorkeur aan deelname aan een regionale concessie voor realisatie door de markt. We onderzoeken of ons brandstofpuntenbeleid in de vergunningverlening van tankstation locaties ook snellaadinfrastructuur wordt meegenomen. Veel van de geschikte snellaadlocaties bevinden zich op private grond, waaronder de aanwezige tankstations. We stimuleren daarom deze marktpartijen om de bestaande stations te voorzien van snellaadinfrastructuur.
Om te voorkomen dat snellaadstations worden gerealiseerd op locaties waar dat niet wenselijk is met oog op verkeersstromen en de omgeving, onderzoeken we regulering van de realisatie van snellaadstations.
Heavy-duty laadpleinen Heavy-duty laadpleinen zijn speciaal ingerichte, publiek toegankelijk laadvoorzieningen voor zware voertuigen (vrachtwagens N2 en N3). In eerste instantie worden die vooral op verzorgingsplaatsen en truckparkings gerealiseerd vanuit de landelijke initiatieven. Naar verwachting komen die locaties beschikbaar vanaf 2028-2030. Als realisatie op verzorgingsplaatsen en truckparkings niet mogelijk of voldoende is, kunnen er proactief aanvullende locaties gezocht worden. Ook grootschalige bouw- en infrastructuurprojecten kunnen aanleiding zijn voor de realisatie van heavy-duty laadpleinen voor de bijbehorende logistiek en werktuigen. Vanuit onze regierol, sturen we bij initiatieven in de regio aan op de volgende zaken: • •
Semipubliek openstellen van private (bouw)logistieke laadinfrastructuur als heavyduty laadplein. Toegankelijkheid van heavy-duty laadpleinen voor het laden van batterijen, mobiele werktuigen en touringcars.
We anticiperen op verzoeken van de landelijke initiatieven en de markt, en onderzoeken proactief kansrijke locaties. Dit stemmen we af met het landelijke initiatief Logistiek Laden.
5.4 Andere laadinfrastructuur Laadinfrastructuur op bouwplaatsen Op de bouwplaats is ook behoefte aan laadopties. De uitvoerder bepaalt zelf hoe de mobiele werktuigen en eventuele bouwlogistieke voertuigen worden geladen. We geven invulling aan onze regierol voor laadinfrastructuur aan de hand van de volgende beleidsuitgangspunten voor laden op de bouwplaats: • •
We bepalen onze eigen rol in de aanvraag en realisatie van voldoende (tijdelijk) vermogen op bouwplaatsen voor het laden van mobiele werktuigen. We werken aan de ontsluiting van alternatieve laadmogelijkheden nabij bouwplaatsen door: o Het inzicht in bestaande gemeentelijke aansluitingen te vergroten; o Onze organisatie voor te bereiden op een standaardproces voor gemeentelijke aansluiting; o Deze mogelijkheden te inventariseren en het gebruik te faciliteren.
28
Laden voor vaartuigen Laadinfrastructuur voor elektrische vaartuigen kent afwijkende locaties en kenmerken en we hebben beperkt zicht op de opgave. We kiezen daarom voor een projectmatige aanpak om onze rol te bepalen. We nemen de vermogensvraag van elektrische vaartuigen zoveel mogelijk integraal mee in de prognoses richting de NAL-regio en netbeheerder. Ook staan we open voor het combineren van elektriciteitsnetaansluitingen en mitigerende maatregelen van onze andere laadinfrastructuur met laadpunten voor vaartuigen.
29
6 Uitvoering & Organisatie 6.1 Samenwerking in de regio Regio Midden-Holland neemt een regierol door vraag en aanbod bij elkaar te brengen en te helpen om eventuele obstakels weg te nemen in realisatie van laadinfrastructuur. We monitoren het effect van onze activiteiten, om grip te houden op de ontwikkelingen en de effectiviteit van ons beleid en samenwerking.
Regionale samenwerking waar zinvol, lokaal waar nodig Wethouders Verkeer & Vervoer van de Regiogemeentes zijn lokaal bestuurlijk opdrachtgever voor de realisatie van openbare laadinfrastructuur in de regiogemeentes. Voor de uitrol zijn de lokale afdelingen Verkeer & Vervoer verantwoordelijk. De opschaling van laadinfrastructuur en de uitbreiding van de scope vragen om meer uitvoeringskracht en verdere professionalisering van het werkproces en afstemming in de regio. De eerste stap is gezet door een regionaal aanjager laadinfrastructuur in de regio aan te trekken. Ook is het belangrijk dat het onderwerp structureel aandacht krijgt bij meerdere afdelingen, die ook op de hoogte zijn van elkaars werk en visie, zoals mobiliteit, duurzaamheid, energiesystemen, ruimtelijke ordening en economie en de regionale samenhang. Het belang van deze samenwerking wordt groter met de groei van laadinfrastructuur en complexiteit: •
• •
Behoefte (snel)laadinfrastructuur mee te nemen in afstemming over netcongestie en energietransitie. Logistieke laadinfrastructuur als randvoorwaarde voor de lokale economie. Laadinfrastructuur ontsluiten bij bouw- en infrastructurele projecten.
De Regio Midden-Holland coördineert de strategische beleidslijn en datamonitoring, terwijl gemeenten verantwoordelijk blijven voor lokale uitvoering, participatie en vergunningverlening. De netbeheerders worden als vaste partner betrokken via het pMIEK, zodat afstemming over netcapaciteit structureel geborgd is.
We doen het samen Om de doelen in deze Laadvisie te halen, werken we samen met verschillende partners, zoals de NAL-samenwerkingsregio Zuidwest Nederland. Dit is een samenwerkingsverband tussen de provincies Zuid-Holland en Zeeland en de gemeentes in die regio. De samenwerkingsregio ondersteunt gemeenten bij de uitrol van laadinfrastructuur, onder andere door het delen van kennis en het organiseren van aanbestedingen voor laadpunten in de publieke ruimte. Daarnaast zijn de bewoners, netbeheerders Stedin en Alliander en de (markt)partijen die de laadinfrastructuur plaatsen, belangrijke partijen waarmee we samenwerken en afstemmen. Ook werken we samen met Midden-Holland Onderneemt, SEB Midden-Holland en Provincie ZuidHolland.
6.2 Ontwikkelpad De regio Midden-Holland volgt een gefaseerde aanpak om de laadinfrastructuur op te schalen. Wij onderscheiden drie fasen: Fase 1 (2025–2027): basis op orde en versnelling • Afronden en bijstellen plaatsingsbeleid voor personenauto’s en bestelwagens; • Start pilots slim laden en bidirectioneel laden; 30
• •
Oprichting regionaal programmateam en dataplatform voor monitoring; Integratie laadinfrastructuur in pMIEK en RES-afspraken.
Fase 2 (2028–2031): groei en koppeling energie • Opschaling collectieve laadpleinen en heavy-duty laadpleinen; • Structurele koppeling met lokale opwek en batterijopslag; • Uitrol regionaal dataplatform voor planning en capaciteitsbewaking. Fase 3 (2032–2035): optimalisatie en innovatie • Brede toepassing van bidirectioneel laden; • Integratie met zero-emissiezones en circulaire energiehubs; • Herijking van concessies en verdienmodellen voor zware logistiek. Voor elke fase formuleren we concrete doelstellingen zoals het aantal gerealiseerde laadpunten, het percentage slim-laden-voorbereide aansluitingen en de benutting van netcapaciteit. Deze worden jaarlijks gemonitord en tweejaarlijks herzien.
6.3 Wie doet wat Onderstaande matrix verduidelijkt wie verantwoordelijk is voor beleid, uitvoering, financiering en monitoring per type laadinfrastructuur. Type infrastructuur Publieke reguliere laadpunten
Regio MiddenGemeenten Holland Regie & Vergunning & concessieonderste locatiekeuze uning
Provincie/ Rijk
Markt
Netbeheerder
Subsidies & landelijke kaders
Exploitatie
Aansluitcapaciteit
Semipublieke laadpunten
Stimuleren
Stimuleren & Faciliteren
Rijks- en EUsubsidies
Realisatie & beheer
Advies & aansluiting
Collectieve laadpleinen
Initiëren
Locatiekeuze & vergunning
Provinciale cofinanciering pMIEK
Exploitatie
Netinpassing, verzwaring
Heavy-duty laadpleinen
Regionale coördinatie
Faciliteren vergunning
Rijks- en EUsubsidies
Realisatie & exploitatie
Netinpassing
Deze matrix vormt de basis voor bestuurlijke afspraken en maakt duidelijk wie welke rol in de regio heeft.
6.4 Innovatie en versnelling Om de noodzakelijke groei te realiseren en regelgeving te laten aansluiten, stimuleert de regio pilots en experimenteerruimte: • Slim en bidirectioneel laden: nieuwe publieke laadpunten voorbereid op bidirectioneel laden. • Dynamische contracten: samenwerking met energieleveranciers voor prijsprikkels die laden buiten piekuren aantrekkelijk maken. • Regelgeving en experimenten: benutting van de Omgevingswet-experimenteerregeling om innovatieve laadconcepten sneller te testen. De leerervaringen worden via het regionale platform gedeeld met gemeenten, ondernemers en bewoners.
6.5 Evaluatie en monitoring Om de laadopgave effectief te kunnen monitoren, is betrouwbare data essentieel. Binnen Regio Midden-Holland werken we toe naar één centrale dataomgeving waarin actuele, uniforme en 31
gevalideerde gegevens over laadinfrastructuur worden verzameld. Deze omgeving vormt het fundament voor beleidskeuzes, concessiebeheer en evaluatie van resultaten. Tweejaarlijks toetsen we de laadvisie aan ontwikkelingen om daarmee de laadvisie te actualiseren. Op die manier houden we grip op de transitie naar elektrisch rijden en verschuivingen die zich in de transitie kunnen voordoen. Jaarlijkse evaluatiecyclus De voortgang van realisatie en gebruik van laadinfrastructuur wordt jaarlijks gemonitord. Daarbij worden de volgende indicatoren gebruikt: • • • •
aantal gerealiseerde laadpunten per type en gemeente; benuttingsgraad; wachttijd voor plaatsingsverzoeken; aansluiting op netcapaciteit.
De resultaten worden opgenomen in de voortgangsrapportage van de Regio Midden-Holland en zijn de basis voor regie en prioritering van inzet van de Regio.
6.6 Kosten en baten Het uitgangspunt van de regionale en gemeentelijke rol is om de realisatie van laadinfrastructuur zoveel als mogelijk aan de markt te laten. Hierbij hoeft de gemeente niet te investeren in infrastructuur. alleen in de organisatie of begeleiding van markt- en realisatieprocessen. De onrendabele top waarvan in de komende jaren nog sprake is bij zware laadinfrastructuur (publiek en privaat), wordt primair gedekt door de beschikbare subsidieregelingen van het Rijk. Ook adviezen aan VvE’s en ondernemers worden primair gesubsidieerd door het Rijk. Voor aanvullende activiteiten om onze ambities voor laadinfrastructuur te realiseren hebben we de volgende middelen nodig: •
Uitbreiding van regionale ambtelijke inzet vanwege de uitgebreide scope en opgaaf, in de vorm van: o Een projectteam ter ondersteuning van private laadinfrastructuur op bedrijventerreinen; o Coördinatie van de realisatie en beheer van de publiek dekkend basis laadnetwerk; o Projectmanagement van de uitrol van snelladers, collectieve laadpleinen, heavyduty laadpleinen en afstemming met aangrenzende domeinen.
Voor de uitvoering van de Laadvisie is de financiële dekking als volgt voorzien: • •
De organisatorische kosten worden gedekt vanuit de NAL-gelden waar we in ieder geval tot en met 2026 over kunnen beschikken. Bijdrage door gemeente hierin worden gedekt vanuit de concessievergoeding voor publieke laadinfrastructuur
32
7 Bijlagen 7.1 Begrippenlijst AFIR Alternative Fuels Infrastructure Regulation – Europese verordening met regels over laadpunten langs Europese wegen. Bidirectioneel laden Laden én terugleveren van stroom via elektrische voertuigen aan bijvoorbeeld een gebouw of het net. Capaciteitsbeperkend contract (CBC) Contract waarin een gebruiker afspreekt zijn stroomafname tijdelijk te beperken om congestie te voorkomen. Charge Point Operator (CPO) Marktpartij die laadpalen beheert, exploiteert en onderhoudt. Concessiemodel Overheidsmodel waarbij een marktpartij exclusief recht krijgt om voor een periode laadpalen te plaatsen en exploiteren. Datagestuurd plaatsen Het plaatsen van laadpunten op basis van gebruiksdata (bijv. bezettingsgraad van bestaande palen). Deelmobiliteit Een vorm van mobiliteit waarbij voertuigen gedeeld worden door meerdere gebruikers (bijv. deelauto’s, deelfietsen). Elektrische voertuigen (EV’s) Voertuigen die geheel of gedeeltelijk elektrisch rijden, meestal batterij-elektrisch. EPBD III / IV Europese regelgeving over de energieprestatie van gebouwen. EPBD IV is de nog striktere, aankomende versie. Heavy-duty laadplein Laadlocatie voor zwaardere voertuigen zoals vrachtwagens, met hoge vermogens (>350 kW). Laadplein Een locatie met meerdere laadpunten, geclusterd voor efficiënt ruimte- en netgebruik.
Ladder van laden Beleidsprincipe: eerst privaat laden, dan semi-publiek, daarna publiek. Ladder van plaatsen Plaatsingsvolgorde: vraaggestuurd, datagestuurd, aanbodgestuurd. NAL (Nationale Agenda Laadinfrastructuur) Landelijk kader en afspraken om tijdig voldoende laadinfrastructuur te realiseren. Netbewust laden Aansturing van laadpalen afhankelijk van netbelasting (verminderen vermogen tijdens piekmomenten). Netcongestie Overbelasting van het elektriciteitsnet, waardoor nieuwe aansluitingen moeilijker worden. Semi-publieke laadvoorziening Laadpunt op private grond dat toegankelijk is voor publiek, zoals op parkeerterreinen van supermarkten. Slim laden Laadtijd en -vermogen afstemmen op beschikbaarheid van duurzame energie en belasting van het net.
33
Snelladen Laden met een hoog vermogen (>50 kW), bedoeld voor snel bijladen onderweg of bij kort verblijf. VPA (Verlengd Privaat Aansluitpunt) Laadpunt in openbare ruimte, aangesloten op private stroomvoorziening van een woning of bedrijf. Witte vlekken-kaart Kaart die toont waar nog onvoldoende publieke laadpunten beschikbaar zijn.
34
7.2 Totstandkoming Laadvisie Proces Verkeer & Vervoer Het Ambtelijk Overleg Verkeer & Vervoer (AOVV) vervulde de voortrekkersrol bij het opstellen van de Regionale Laadvisie. Op 2 mei 2025 is het plan van aanpak opgesteld en besproken in de werkgroep Duurzame Mobiliteit. Voorafgaand aan het overleg van 22 mei 2025 vond een inhoudelijke afstemming plaats over de strategische uitgangspunten, waarna deze aan het AOVV zijn toegelicht en besproken. Tijdens het overleg is het proces van regionale afstemming gedeeld en zijn de uitgangspunten verder aangescherpt. Op 25 juni 2025 werden deze voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg Verkeer & Vervoer (BOVV). Het BOVV vroeg om inzicht in de consequenties van temporiseren van het proces. Op 18 juli 2025 volgde hierover een memo met scenario’s, waarop het BOVV unaniem koos voor een gematigd tempo (scenario 1). De reacties vanuit andere beleidsdomeinen en bedrijfsleven zijn op 4 september 2025 besproken in de werkgroep Duurzame Mobiliteit. Op basis hiervan werd de projectplanning bijgesteld, waarbij ruimte ontstond voor meer bestuurlijke afstemming. Het aangepaste plan van aanpak is op 18 september 2025 opnieuw gedeeld met het AOVV. Op 10 oktober 2025 is de “tweede conceptversie breed gedeeld. De feedback hierop, alsmede verdieping uit werksessies “en petit comité’ is verwerkt in de definitieve conceptversie.
Deze aanpak zorgde ervoor dat, ondanks beperkte capaciteit, de laadvisie tot stand kwam via een zorgvuldig proces van regionale afstemming, bestuurlijke betrokkenheid en inhoudelijke terugkoppeling.
Proces aanpalende domeinen Vanwege de nauwe verbinding tussen laadinfrastructuur en andere beleidsvelden is in mei en juni 2025 het plan van aanpak gedeeld met de ambtelijke overleggen Duurzaamheid, Ruimte en Economie, Onderwijs & Arbeidsmarkt. Deze gremia werden gevraagd kennis te nemen van de beoogde visie en inhoudelijk te reageren. Ter ondersteuning is op 19 juni 2025 een regionaal webinar georganiseerd, waarin deelnemers input konden leveren en suggesties konden doen voor afstemming. Op verzoek van het BOVV is vervolgens gezocht naar een verfijning van de integrale afstemming en temporisering van besluitvorming. Tussen 26 september en 5 november 2025 zijn in petit comité aanvullende sessies gehouden met vertegenwoordigers van Ruimte, Economie en Duurzaamheid. De adviezen van dit petit comité zijn integraal verwerkt in het concept van 31 oktober 2025 en vormden de basis voor de laatste inhoudelijke review. Op 10 november 2025 is de definitieve conceptversie gedeeld met het AOVV ter voorbereiding op regionale besluitvorming. Door deze integrale aanpak — waarin ruimte, energie, mobiliteit en economie in samenhang zijn beschouwd — is uitvoering gegeven aan de aanbeveling uit het procesverslag om beleidsmatige silo’s te doorbreken en de laadvisie als breed gedragen integraal kader te positioneren.
De regionale vaststelling, oorspronkelijk gepland op 9 oktober, is op verzoek van het BOVV uitgesteld naar 11 december 2025, zodat alle partijen voldoende gelegenheid hadden om hun inbreng te verwerken. 35
Betrokkenheid bedrijfsleven Gezien de grote impact van de transitie naar elektrisch vervoer op ondernemers en logistieke processen, is het regionale bedrijfsleven actief betrokken bij de totstandkoming van de laadvisie. Op 16 september 2025 vond een werksessie plaats in samenwerking met Midden-Holland Onderneemt. Tijdens deze sessie gingen ondernemers in drie gestructureerde gespreksrondes in op de voorgestelde uitgangspunten van de visie. De reacties, verzameld via een interactieve postitsessie, leverden waardevolle inzichten op over: - de praktische haalbaarheid van publieke laadinfra; - het belang van duidelijke communicatie over verantwoordelijkheden; - en de economische kansen die elektrificatie biedt voor regionale bedrijvigheid. De aanbevelingen uit deze bijeenkomst zijn verwerkt in de hoofdstukken over economische impact, marktwerking en uitvoering. Ze droegen bij aan de verbreding van de visie van een technisch plan naar een economisch en maatschappelijk gedragen strategie — een belangrijk verbeterpunt dat ook in het procesverslag is benoemd.
36