Bijlage 1. RES 1.0 Midden-Holland.pdf
Tekst van het document
Rechte wegen met woningen en bedrijfspanden
Bebouwingslinten
Waterbassin Kas
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
Grootschalige verkaveling agrarisch grasland
30 97
3.5 Infrastructuurzone De regio Midden-Holland wordt doorsneden door snelwegen en spoorlijnen. Binnen de landschappelijke eenheid infrastructuurzone onderscheiden we geen verschillende eenheden, vandaar alleen de gebiedsbeschrijving ‘infrastructuur zones’
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
31 98
3.5.1 Gebiedsbeschrijving
Snelwegen, spoorwegen, N-wegen
Waar
Twee voorbeeldlocaties
Kenschets
De infrastructuurzone in de regio bestaat uit de snelwegen, spoorwegen en N-wegen. Het zijn lijnen die het landschap doorsnijden en in meer of mindere mate onderdeel vormen van het omliggende landschap. De bermen van alle snel- spoor- en N-wegen kunnen interessante ecologische corridors vormen. Snelwegen De snelwegen in de regio Midden-Holland zijn de A12 en de A20. De A12 doorsnijdt het landschap in oostwestelijke richting. De A20 takt hier bij de zogenaamde Gouweknoop op aan en verloopt in noordoost-zuidwestelijke richting. Vaak is de snelweg onderdeel van het omliggende landschap. De beleving van dat landschap vanaf de snelweg is dan vaak het grootst. Op een aantal plekken onttrekt de snelweg met het bijbehorende snelwegmeubilair zich aan het omliggende landschap. Bijvoorbeeld bij knooppunten, verzorgingsplaatsen en daar waar restruimtes tussen dorpsof stadsrand en snelweg liggen. Rond de Gouweknoop is dit het sterkst, doordat hier allerlei infrastructurele lijnen samenkomen tussen bebouwd gebied. Het oostelijk deel van de A12 in de regio heeft de grootste relatie met het omliggende open landschap. Spoorwegen Spoorwegen vormen, anders dan de snelwegen, relatief smalle doorsnijdingen van het landschap in de regio. Daardoor is de beleving vanaf het spoor naar het omliggende landschap groots en de beleving van een spoorlijn vanuit het landschap niet zo sterk.
In tegenstelling tot snelwegen lopen spoorlijnen ook midden in het bebouwd gebied door tot in de kernen. De stations vormen daar een schakelpunt tussen de verbindingslijn en de woonkern, zoals in Gouda, Waddinxveen en Bodegraven.
A. A12 en N11
B. A20 en spoor
Geluidsscherm Verzorgingsplaats Spoorweg Snelweg Treinstation Knoopunt N-weg
Geluidswal
N-wegen De N-wegen in het gebied zijn grotendeels ontstaan door het opwaarderen van oude wegen. Deze wegen liggen dan ook niet autonoom door de polder, maar zijn onderdeel van het omliggende landschap. Bijvoorbeeld gelegen op een oorspronkelijke ontginningsas of een vroegere handelsroute.
Ruimtelijke karakteristieken: • • • • •
Lange lijnen Doorkruising van verschillende landschappen Knooppunten, verzorgingsplaatsen en middenbermen behoren tot het snelweglandschap Verdichting rondom treinstations Smalle en langgerekte locaties
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
32 99
Kansen en aandachtspunten met betrekking tot natuurwaarden • •
•
•
• •
Kansen voor ontwikkeling van kruiden- en faunarijke graslanden Aanleggen van watergangen met (vooral aan de noordzijde van de watergang) flauwe taluds, of het creëren van flauwe, natuurvriendelijke oevers langs bestaande watergangen. Bij voorkeur worden langs de watergang ondiepe plas-drassituaties gecreëerd waarin zich (riet-) moerasjes en natte strooiselruigtes kunnen ontwikkelen. Daar waar meer ruimte is, is het mogelijk om grotere wateren aan te leggen (die ook kunnen dienen als waterberging bij hevige neerslag). Zorg voor flauwe taluds zodat oever- en watervegetaties zich goed kunnen ontwikkelen. De infrastructuurzone kan als ecologische verbindingszone fungeren wanneer ecologische bouwstenen over een grotere afstand in de bundel worden toegepast en verbonden worden met ecologische structuren in de omgeving, bijvoorbeeld door middel van faunatunnels en ecoduikers (dat zijn duikers met looprichels). Om verkeersslachtoffers te voorkomen is het wenselijk de snelweg af te rasteren. Vanuit ecologisch oogpunt is het wenselijk om verlichting langs de infrastructuur te vermijden of indien het niet anders kan, ecologisch verantwoorde verlichting te kiezen.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
33 100