CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 notitie Uitvoering moties herijking subsidiebeleid

Besluitvormende raadsvergadering 24 maart 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB Algemene subsidieverordening Waddinxveen 20213.891 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoering moties herijking subsidiebeleid Inleiding Op 25 november 2020 heeft de raad van de gemeente Waddinxveen bij de bespreking van de notitie Herijking subsidiebeleid drie moties aangenomen alvorens de notitie ongewijzigd vast te stellen. Bij motie M1 Subsidie op orde verzoekt de raad het college: • de wettelijk verplichte subsidies in het overzicht apart van de wenselijke subsidies te noemen, inclusief de bijbehorende middelen; • overzicht te creëren door deze te clusteren in de domeinen kunst & cultuur, sport, leefomgeving, educatie, participatie, zelfredzaamheid en opgroeien; • wenselijke subsidies toe te kennen door het gehele subsidiebedrag procentueel te verdelen onder deze domeinen, waarbij recht wordt gedaan aan de beleidskaders; • het overzicht van de subsidieverdeling jaarlijks in de begroting op te nemen zodat de raad kaderstellend kan zijn. Bij motie M2 Herijking subsidiebeleid verzoekt de raad het college: • per begrotingsjaar een subsidieplafond in te stellen; • dit in de begroting van dat jaar te vermelden; • bij de jaarrekening van het betreffende jaar het totaalbedrag aan verstrekte subsidies te vermelden alsmede het bedrag aan gevraagde subsidies, dat niet kon worden toegekend, omdat het subsidieplafond was bereikt.

Bij motie M3 Subsidieverdeling verzoekt de raad het college: • voor maart 2021 te komen met de voor- en nadelen van een subsidieplafond; • voor maart 2021 de voor- en nadelen op te sommen voor de genoemde toekenningsmethodiek; • in de verordening te komen met een voorstel voor een toekenningsmethodiek. Met deze notitie geeft het college, tenzij anders aangegeven, uitvoering aan de bovenstaande moties. Motie M1 Subsidie op orde 1. Wettelijk verplichte subsidies in het overzicht apart van de wenselijke subsidies te noemen, inclusief de bijbehorende middelen In de notitie Herijking subsidiebeleid is een overzicht van de voor de jaren 2020 en 2021 verstrekte subsidies per programma en thema opgenomen. In het bijgevoegde Overzicht wettelijke en wenselijke subsidies 2020/2021 per programma en thema zijn de wettelijke en de wenselijke subsidies apart genoemd. 2. Overzicht te creëren door deze te clusteren in de domeinen kunst & cultuur, sport, leefomgeving, educatie, participatie, zelfredzaamheid en opgroeien Zoals tijdens de bespreking van de notitie Herijking subsidiebeleid aangeven door wethouder Kortleven, heeft het college bezien welke clustering past bij de subsidies die we nu verstrekken. De subsidies zijn ingedeeld op basis van de programmabegroting en als zodanig binnen de door de raad vastgestelde programma’s op de begroting gebracht.

Op dit moment is er geen reden om de bestaande clustering te wijzigen. Naar het zich laat aanzien zal ook de op- en vaststelling van subsidieregelingen geen aanleiding geven tot wijziging.

3. Wenselijke subsidies toe te kennen door het gehele subsidiebedrag procentueel te verdelen onder deze domeinen, waarbij recht wordt gedaan aan de beleidskaders Naar programma Naam programma Participatie in samenhang Mens in ontwikkeling Dorp in ontwikkeling Bestuur in samenhang Totaal

Bedrag € 1.899.250,00 € 334.638,00 € 2.100,00 € 28.820,00 € 2.264.808,00

Percentage 83,9% 14,8% 0,1% 1,3% 100,0%

Naar thema volgens Notitie herijking subsidiebeleid (blz. 9) Naam thema Jeugd- en jongerenwerk Preventie Maatschappelijke ondersteuning Onderzoek en belangenbehartiging Cultuureducatie- en presentatie Amateurkunst Evenementen, feestdagen en EHBO Wijk- en speeltuinverenigingen Scouting Duurzaamheid Veiligheid Totaal

Bedrag € 140.786,00 € 1.551.946,00 € 202.293,00 € 4.225,00 € 262.138,00 € 4.400,00 € 18.900,00 € 39.500,00 € 9.700,00 € 2.100,00 € 28.820,00 € 2.264.808,00

Percentage 6,2% 68,5% 8,9% 0,2% 11,6% 0,2% 0,8% 1,7% 0,4% 0,1% 1,3% 100,0%

De bovenstaande verdeling is samengesteld op basis van het Overzicht verstrekte subsidies 2020/2021 per programma en thema als opgenomen in de notitie Herijking subsidiebeleid. Naast deze subsidies kunnen subsidies worden verstrekt op basis van de beleidsregels incidentele subsidies, jongerenfonds en internationale uitwisselingen. Ook deze subsidies kunnen worden aangemerkt als wenselijk. Subsidies op grond van deze beleidsregels kunnen worden aangevraagd gedurende het kalenderjaar. Beleidsregel Incidentele subsidies Jongerenfonds Internationale uitwisselingen Totaal

Subsidieplafond € 7.500,00 € 2.500,00 € 1.700,00 € 11.700,00

Percentage 64,1% 21,4% 14,5% 100,0%

4. Het overzicht van de subsidieverdeling jaarlijks in de begroting op te nemen zodat de raad kaderstellend kan zijn Bij de opstelling van de programmabegroting 2022 als ook bij elk van de daaropvolgende programmabegrotingen zal het overzicht van de subsidieverdeling als bijlage worden opgenomen. Motie M2 Herijking subsidie 5. Per begrotingsjaar een subsidieplafond in te stellen Een subsidieplafond kan niet worden ingesteld bij de begroting, althans er is dan geen sprake van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 Awb. Dergelijke subsidieplafonds kunnen alleen worden

vastgesteld krachtens een bepaald wettelijk voorschrift, bijvoorbeeld krachtens een subsidieregeling. De begroting is geen wettelijk voorschrift. De raad kan evenwel bij de vaststelling van de begroting besluiten dat het totaal van de geraamde subsidie-uitgaven niet meer mag bedragen dan een bepaald bedrag. Bij de vaststelling van de subsidieplafonds en hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld, moet dan rekening worden gehouden met het door de raad vastgestelde bedrag. 6. Dit in de begroting van dat jaar te vermelden In de programmabegroting 2022 zal een opgave worden gedaan van het totaal beschikbare bedrag voor het verstrekken van subsidies voor en in het jaar 2022. 7. Bij de jaarrekening van het betreffende jaar het totaalbedrag aan verstrekte subsidies te vermelden alsmede het bedrag aan gevraagde subsidies, dat niet kon worden toegekend, omdat het subsidieplafond was bereikt Het herijkte subsidiebeleid is eerst van toepassing op de subsidies voor het jaar 2022 en daarmee ook het vaststellen van subsidieplafonds. Bij de jaarrekening over 2022 zal het totaalbedrag aan verstrekte subsidies worden vermeld alsmede het bedrag aan gevraagde subsidies, dat niet kon worden toegekend, omdat het subsidieplafond was bereikt. Motie M3 Subsidieverlening 8.

Voor- en nadelen van een subsidieplafond Voordelen Het doel van een subsidieplafond is op de eerste plaats om openeinderegelingen te voorkomen. Dat wordt bereikt doordat artikel 4:25, tweede lid, van de Awb voorschrijft dat een aanvraag om subsidie moet worden afgewezen als het subsidieplafond is bereikt. Een inhoudelijke toets is dan verder overbodig. Het ontbreken van geld op de begroting is op zichzelf geen voldoende motivering om een aanvraag af te wijzen. Als er geen subsidieplafond is vastgesteld en op de juiste manier is bekendgemaakt, zou iedere aanvraag die voldoet aan de inhoudelijke criteria moeten worden toegewezen. Verder geeft een bekendgemaakt subsidieplafond duidelijkheid aan de eventuele aanvragers. Zij weten daardoor immers hoeveel geld er in een bepaald tijdvak beschikbaar is. Nadelen Overschrijding van het subsidieplafond levert een verplichte weigeringsgrond op. Dit heeft tot gevolg dat dat een subsidie voor activiteiten die bijdragen aan het verwezenlijken van beleidsdoelstellingen moet worden geweigerd en dat die activiteiten waarschijnlijk niet of niet geheel kunnen plaatsvinden. Bij buitenwettelijke subsidies, bijvoorbeeld begrotingssubsidies, is een subsidieplafond meestal niet nodig, omdat daarbij doorgaans voldoende beleidsvrijheid bestaat om de subsidie te weigeren als onvoldoende geld beschikbaar is.

Begrotingssubsidies zijn subsidies waarbij de subsidieontvanger en het bedrag dat maximaal als subsidie kan worden verleend, expliciet op de begroting van de gemeente Waddinxveen staat. Een voorbeeld van een begrotingssubsidie is het met ingang van 2022 vermelden van Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden-Holland met daarbij het maximale subsidiebedrag op de begroting van de gemeente Waddinxveen. Een subsidieplafond heeft alleen zin als er aanvragen van verschillende aanvragers worden verwacht die voor dezelfde activiteiten subsidie willen ontvangen. Vandaar de relatie die in artikel 4:22 van de Awb wordt gelegd met een wettelijk voorschrift. Dus bij een subsidie waarvan de grondslag ligt in vermelding op de begroting van het maximale subsidiebedrag plus de naam van de subsidieontvanger (artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Awb) is een subsidieplafond overbodig. Een subsidieplafond moet worden bekendgemaakt voor aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld (artikel 4:27, eerste lid, Awb). Het vaststellen van een begroting waarin subsidieplafonds zijn

opgenomen is niet voldoende. Het verdient aanbeveling de subsidieplafonds bekend te maken in een elektronisch uitgegeven blad (gemeenteblad). Wordt het bedrag van het subsidieplafond opgenomen in de subsidieregeling zelf, dan vindt de bekendmaking plaats door bekendmaking van de regeling. Een subsidieplafond dat voor het kalender jaar 2022 wordt vastgesteld, wordt voor 1 januari 2022 bekendgemaakt. Indien het subsidieplafond later wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor de aanvragers die hun aanvraag om subsidie vóór de bekendmaking van dat plafond hebben ingediend (artikel 4:27, tweede lid, van de Awb). Een subsidieplafond dat pas 1 februari 2022 heeft dus geen gevolgen voor de aanvragen die in januari 2022 worden ingediend. Dat geldt ook als een subsidieplafond is verlaagd. Hierop wordt een uitzondering gemaakt in artikel 4:28 van de Awb. Een verlaagd subsidieplafond geldt wel ten opzichte van eerdere aanvragers als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:  aanvragen voor de desbetreffende subsidie moeten op grond van een wettelijk voorschrift worden ingediend voordat de begroting is vastgesteld of goedgekeurd;  verlaging vloeit voort uit vaststelling of goedkeuring van de begroting; en  de mogelijkheid van verlaging (en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen) is gemeld bij de bekendmaking van het oorspronkelijke subsidieplafond.

Voorbeeld van de werking van een subsidieplafond en de verlaging daarvan In een subsidieregeling is bepaald dat een subsidie van € 1.000,00 kan worden verstrekt voor het organiseren en houden van een schoolvoetbaltoernooi. Bij de regeling is het subsidieplafond vastgesteld op € 4.000,00. Er kunnen dus maximaal 4 subsidies worden verleend. Een vijfde aanvraag moet worden afgewezen. Als de gemeenteraad bij de vaststelling van de begroting besluit nog maar € 3.000,00 beschikbaar te stellen, wordt het subsidieplafond verlaagd naar € 3.000,00. Het gevolg is dat maximaal 3 subsidies kunnen worden verleend. Een vierde aanvraag moet worden afgewezen. Het college kan evenwel besluiten om het subsidiebedrag in de regeling te verlagen naar € 750,00 waardoor toch maximaal 4 subsidies kunnen worden verleend. 9. Voor- en nadelen op te sommen voor de genoemde toekenningsmethodiek a. ‘Wie het eerst komt, het eerst maalt’ Voordelen Het eerst-komt-eerst-maalt-systeem is het eenvoudigst en geeft daardoor de minste administratieve lasten. De - volledige - aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van binnenkomst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Vanaf dat moment worden de aanvragen afgewezen. Nadelen In dit systeem is er geen mogelijkheid om de activiteiten die het meest bijdragen aan het beleidsdoel met voorrang te honoreren.

Afhankelijk van het onderwerp, dat wil zeggen de te subsidiëren activiteit, zal dat ook niet altijd nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan subsidie voor de aanschaf van zonnepanelen. Bij de hantering van dit systeem kan de vraag rijzen: wie was het eerst? Subsidieaanvragers hebben er immers belang bij dat hun aanvraag eerder wordt beoordeeld dan andere aanvragen. Hiervoor is relevant dat de aanvraag volledig is en dus in behandeling kan worden genomen. Onvolledige aanvragen moeten buiten beschouwing worden gelaten. Of toch niet? Enerzijds kan worden betoogd dat een onvolledige aanvraag ook een aanvraag is, zodat deze in rangschikking op volgorde van binnenkomst gewoon moet worden meegenomen. Op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb moet de aanvrager in de gelegenheid worden gesteld zijn aanvraag compleet te maken. Anderzijds behoort een aanvrager die een slordige pro forma aanvraag heeft ingediend daarvoor niet – ten koste van een aanvrager die wel moeite heeft gedaan om direct een complete aanvraag in te dienen – te worden beloond. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de eerste visie de juiste. De aanvraag telt direct mee en de aanvrager moet in de gelegenheid worden gesteld zijn onvolledige aanvraag aan te vullen. Omdat er voor de tweede visie ook veel te zeggen valt, kan in subsidieregelingen worden bepaald dat met betrekking tot

de verdeling als datum van ontvangst geldt, de datum waarop de aanvulling is ontvangen (mits de aanvraag door de aanvulling wel compleet is geworden uiteraard). 1 Overigens is het voor de indiener van een onvolledige aanvraag van belang op welk moment het bestuursorgaan hem in de gelegenheid stelt de aanvraag aan te vullen. Hoe sneller dat gebeurt, hoe beter. Uit een Afdelingsuitspraak van maart 2006 komt evenwel naar voren dat de Afdeling het niet ongeoorloofd acht dat het bestuursorgaan alle onvolledige aanvragen verzamelt en de aanvragers van die aanvragen tegelijkertijd in de gelegenheid stelt tot aanvulling. 2 Voor de toepassing van artikel 4:5 Awb geldt de regel ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ dus niet per se. Ook in deze uitspraak benadrukte de Afdeling dat het de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager is om ervoor te zorgen dat de aanvraag aan de wettelijke vereisten voldoet.3 In het verlengde van het voorgaande ligt het thema van wijzigingen die de aanvrager aan wil brengen in een reeds ingediende aanvraag.

Moet het bestuursorgaan dan de datum van indiening van de oorspronkelijke aanvraag aanhouden of mag het uitgaan van de datum waarop de aanvraag werd gewijzigd? De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat in het licht van het stelsel van artikel 4:5 Awb over het aanvullen van aanvragen, de consequentie van wijziging van een aanvraag is dat ook de datum van ontvangst van de aanvraag wordt gewijzigd. Voor de aanvrager die zijn aanvraag wil wijzigen kan dit nadelig uitpakken. Immers, hij schuift daardoor naar achteren in de rij van aanvragers die voor subsidie in aanmerking willen komen, waardoor de kans dat zijn aanvraag moet worden afgewezen omdat het subsidieplafond inmiddels is bereikt, groter wordt. Het verdelen van de beschikbare subsidiegelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen werkt alleen goed als de aanvragen enigszins gespreid in de tijd binnenkomen. Als de aanvragers allemaal in een rij voor de deur zouden staan voor het indienen van hun aanvraag, zou het bestuursorgaan de volgorde goed kunnen registreren. Ook indien de aanvragen langs elektronische weg worden ingediend, is de volgorde van ontvangst meestal eenvoudig vast te stellen. Als de aanvragen echter allemaal tegelijkertijd in een postzak arriveren, is de volgorde niet vast te stellen. Een loting biedt dan uitkomst. b.

Tendersysteem Voordelen Bij een tendersysteem worden alle aanvragen die binnen de indieningstermijn zijn ingediend beoordeeld op grond van inhoudelijke criteria en op die basis op volgorde gerangschikt. De criteria zijn zoveel mogelijk objectief en eenduidig. Hoe ze worden bepaald is sterk afhankelijk van het beleidsdoel dat met de subsidie bereikt moet worden in combinatie met de activiteiten zelf. Vervolgens wordt de subsidie toegekend op volgorde van rangschikking, zolang er budget beschikbaar is. Uit deze werkwijze volgt dat het uitsluitend relevant is dát een aanvraag op tijd is ingediend; de volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend is niet relevant. Met dit systeem krijgen aanvragers die het meeste bijdragen aan de beleidsdoelen voorrang op andere aanvragers. Het volgen van een tenderprocedure ligt voor de hand wanneer de kwaliteit van een aanvraag van invloed is op het realiseren van het doel van een subsidieregeling. Voorbeelden van beleidsterreinen waar kwaliteit een belangrijke rol speelt, zijn kunst, energietransitie en innovatieprogramma’s. Nadelen Deze selectiemethode is bewerkelijker dan het eerst-komt-eerst-maalt-systeem. Voor een tenderprocedure wordt gekozen wanneer de relatieve kwaliteit van de aanvragers en hun aanvraag (zeer) relevant wordt gevonden voor de realisering van de doelstelling van de betreffende subsidieregeling.

Indien er meer aanvragen binnenkomen dan gehonoreerd kunnen worden, dan vindt een vergelijking van de aanvragen op relevante punten plaats. Het op deze wijze selecteren van de ‘beste of meest geschikte 1 ABRvS 19 januari 2001, AB 2001, 113 m.nt. NV.

2 ABRvS 8 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV3886. 3 Het is vaste jurisprudentie dat de aanvrager verantwoordelijk is voor het juist en volledig invullen van de aanvraagformulieren; vgl. bijv. ABRvS 16 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC2105 en CBb 11 augustus 2010, JB 2010/244.

aanvragen’ moet leiden tot het zo goed mogelijk realiseren van de doelstellingen waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld. Het is vaste jurisprudentie van zowel de Afdeling bestuursrechtspraak als het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat het meenemen van informatie die dateert van na de sluiting van de aanvraagtermijn zich niet verdraagt met het tendersysteem. Deze ‘spelregel’ zorgt ervoor dat geen van de aanvragers wordt bevoordeeld ten opzichte van andere aanvragers doordat er geen gelegenheid meer is tot beïnvloeding van de rangschikking na de sluitingsdatum. De aanvrager is immers zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de aanvraag. Hij moet er dus voor zorgen dat hij de juiste informatie die nodig is voor de inhoudelijke beoordeling tijdig en zo goed mogelijk aanlevert. Deze strenge jurisprudentielijn wordt door de bestuursrechter ook wel gebruikt bij binnen de termijn ingediende onvolledige aanvragen. Dit staat echter op gespannen voet met de gedachte achter artikel 4:5 Awb; een aanvrager moet de kans krijgen een onvolledige aanvraag aan te vullen. In dit artikel is immers voorgeschreven dat het bestuursorgaan pas kan besluiten tot buitenbehandelingstelling van een aanvraag als het de aanvrager eerst in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag aan te vullen. De bestuursrechter geeft er geen blijk van hier een probleem te zien.

Na afloop van de indieningstermijn is terughoudendheid geboden als het gaat om contact tussen het bestuursorgaan en de aanvragers in een tenderprocedure. Alle aanvragers moeten gelijke kansen krijgen en het van gedachten wisselen met de aanvragers over de inhoudelijke aspecten van de aanvraag kan leiden tot (vermeende) bevoordeling. Het hebben van contact is evenwel aanvaardbaar als het een nietinhoudelijk aspect van de aanvraag betreft. Een aanvrager wiens aanvraag is afgewezen op de enkele grond dat concurrerende aanvragen beter waren, zal zich een oordeel willen kunnen vormen over de achtergronden van dit relatieve oordeel en de kwaliteit van die andere aanvragen. Andere gronden om tegen het afwijzingsbesluit op te komen zijn er immers meestal niet. Dit brengt mee dat de afgewezen aanvrager behoefte heeft aan een motivering die ingaat op de vraag waarom zijn aanvraag in verhouding tot de andere aanvragen als minder goed is beoordeeld. Ook is het van groot belang dat een afgewezen aanvrager op zijn minst zelf kan controleren of concurrerende aanvragen op goede gronden hoger zijn gewaardeerd. Daarvoor is inzage in concurrerende aanvragen en stukken over de besluitvorming en advisering in de tender noodzakelijk. Het bestuursorgaan laat zich vaak adviseren door externe deskundigen over de aanvragen in een tender. De precieze invulling van de adviesprocedure verschilt.

Soms beoordeelt het bestuursorgaan zelf of aan de ‘drempelvereisten’ als ‘geschiktheid’ of ‘voldoende kwaliteit van de aanvraag’ is voldaan en worden de aanvragen die die horde hebben genomen doorgezonden naar deskundigen. Soms vindt een eerste selectie op ‘kansrijkheid’ plaats door een breed samengestelde adviescommissie, die vervolgens een door haar gemaakte selectie doorstuurt voor advies naar ‘echte’ experts. In weer andere gevallen beoordeelt een externe adviescommissie alle aanvragen, al dan niet na te zijn voorzien van beoordelingen van specialisten op het betreffende onderwerp. Soms beoordelen deskundigen slechts één aanvraag en draagt het bestuursorgaan zelf zorg voor een rangschikking op basis van hun adviezen. Zo doen zich in de praktijk talloze variaties voor. Die variaties volgen niet steeds uit wettelijke voorschriften. Het komt voor dat in de relevante subsidieregeling is bepaald dat de werkwijze van de adviescommissie door haarzelf moet worden vastgesteld.4 Aangezien de aangezochte deskundigen meestal niet zijn aangezocht vanwege hun kennis van het vormgeven van een transparante methode om de beschikbare subsidiepot te verdelen, brengt dit het risico met zich mee dat niet met alle juridisch relevante aspecten van het verdelen van de subsidiepot rekening wordt gehouden.

Daarnaast wordt er bij het verdelen van subsidiegelden vaak niet gewerkt met professionele adviseurs die daaraan een dagtaak hebben en een kostendekkend tarief rekenen, zoals op andere terreinen van het recht (zoals de ruimtelijke ordening en de sociale zekerheid) wel gebruikelijk is. Daar komt nog bij dat de expert bij subsidieaanvragen vaak ook nog een potentiële aanvrager van 4 Zie bijv. art. 18 Kaderbesluit EZ-subsidies.

dezelfde of gelijksoortige subsidies en dus een concurrent (of: ‘concullega’) van de aanvrager is, die voor zijn advieswerkzaamheden geen of slechts een symbolische vergoeding ontvangt. Gelet op het feit dat hun invloed op de uitkomst van de tenderprocedure groot is, hoeft het dan ook niet te verbazen dat er in procedures tegen subsidiebesluiten geregeld wordt geklaagd dat de adviseur vooringenomen was. Blijkens de jurisprudentie gelden de regels van artikel 2:4 Awb onverkort voor adviseurs van bestuursorganen. Dat wil zeggen dat adviseurs hun taak zonder vooringenomenheid moeten vervullen (lid 1) en dat adviseurs die een persoonlijk belang hebben bij een besluit over een subsidieaanvraag de besluitvorming daarover niet mogen beïnvloeden (lid 2). In de meeste gevallen zijn klachten over vooringenomenheid terug te voeren op de betrokkenheid van een lid van de adviescommissie bij concurrerende aanvragen. c. Naar evenredigheid Voordelen Indien het totaalbedrag van de subsidieaanvragen (die voldoen aan de gestelde criteria) het beschikbare budget overschrijdt, worden alle te verlenen subsidies evenredig gekort. Stel dat het subsidieplafond is vastgesteld op € 10.000,00 en er wordt 10% overvraagd, dan wordt er € 11.000,00 aangevraagd. Alle aanvragen met 1/11 om binnen het subsidieplafond te blijven. Hierdoor worden alle aanvragers procentueel in gelijke mate gekort.

Nadelen Als gevolg van de evenredige korting kunnen de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, mogelijk niet of niet geheel worden uitgevoerd. Voorafgaand aan de korting dient duidelijk te zijn dat de activiteiten ondanks de korting toch zullen worden uitgevoerd. Ook maakt deze wijze van verdelen geen onderscheid naar kwaliteit van de aanvragen. Wanneer in verschillende jaren een korting wordt toegepast, heeft dit mogelijk een belangrijk negatief cumulatief effect op een instelling. Het beoogde voorzieningenniveau zal niet meer gehaald kunnen worden en/of eventuele reserves kunnen uitgeput raken. Samenvatting Wijze van verdelen ‘Wie het eerst komt, wie het eerst maal’

Voordelen Eenvoudig Minste administratieve lasten

Tenderprocedure

Beoordeling op grond van eenduidige en objectieve criteria Criteria zijn voor de indiening van de aanvraag bekend bij potententiele aanvragers Activiteiten die het meest bijdragen aan de beleidsdoelen, krijgen voorrang Gelijke kansen aanvragers

Nadelen Geen voorrang aan aanvragen die het meest bijdragen aan beleidsdoelen Onvolledige aanvragen gaan voor volledige aanvragen Bij wijziging van de aanvraag verschuift de indieningsdatum van de aanvraag Werkt alleen goed bij in de tijd gespreide binnenkomst aanvragen Bewerkelijk Informatie na sluiting aanvraagtermijn moet buiten beschouwing blijven Niet mogelijk inhoudelijk te communiceren met de aanvrager over zijn aanvraag Verplichte inzage concurrerende aanvragen en stukken besluitvorming

Externe deskundigen adviseren over aanvragen

Naar evenredigheid

Gelijkmatige korting

Inschakelen externe deskundigen werkt kostenverhogend Toezien dat externe adviseurs niet vooringenomen zijn Door korting kunnen activiteiten mogelijk niet of niet geheel worden uitgevoerd Geen onderscheid naar kwaliteit Meerjarige kortingen hebben negatief cumulatief effect

10. In de verordening te komen met een voorstel voor een toekenningsmethodiek Tijdens de bespreking van de notitie Herijking subsidiebeleid is dit dictum van de motie verhelderd in de zin dat dit punt niet moet worden opgevat als een verzoek om één verdelingsmethodiek die geldt voor alle subsidies. De motie verzoekt op dit punt om per subsidieregeling die verdelingsmethodiek te bepalen die het beste past en daarbij aan te geven waarop die keuze is gebaseerd. Daarom is in de Algemene subsidieverordening Waddinxveen 2021 geen toekenningsmethodiek vermeld. In het geval het college een subsidieregeling vaststelt, zal in elke subsidieregeling de wijze van verdelen worden vermeld. In de toelichting op de subsidieregeling zal de gekozen wijze van verdelen worden gemotiveerd. Voor de drie in de notitie Herijking subsidiebeleid genoemde subsidie-gerelateerde beleidsregels (incidentele subsidies, jongerenfonds en internationale uitwisselingen) is de wijze van verdelen op volgorde van binnenkomst. Er is zijn geen feiten en omstandigheden bekend die zouden moeten leiden tot een andere wijze van verdelen. Voorgesteld wordt de verdelingsmethodiek voort te zetten bij het vastleggen van de in de beleidsregels vervatte subsidieregels in een subsidieregeling. Bijlage 1. Overzicht wettelijke en wenselijke subsidies 2020 2021 per programma en thema

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9805628/2