Bijlage 1 Nota zienswijzen 't Suyt II definitief
Tekst van het document
:
Nota zienswijzen bestemmingsplan ’t Suyt fase II Proces Het ontwerpbestemmingsplan ’t Suyt fase II heeft van 29 juli 2021 tot en met 8 september 2021 ter visie gelegen. Gedurende die termijn zijn vier zienswijzen van belanghebbenden ontvangen. Hierna is een samenvatting en beantwoording opgenomen van de ingekomen zienswijzen. Beschouwing zienswijzen 1.1 Gedane beloften Samenvatting 1. In december 2020 is de gemeente al begonnen met het aanbrengen van een zandlaag op die locatie als voorbelasting. Het hele bestemmingsplan wijzigingstraject moest nog beginnen en toch start de gemeente al met werkzaamheden. Ook blijkt dat de benodigde omgevingsvergunningen hiervoor niet beschikbaar zijn. 2. Omwonenden is beloofd het betreffende stuk land als agrarische bestemming te behouden. Wat is de waarde van toezeggingen en uitspraken van de gemeente? Beantwoording 1. In juli 2019 was het advies van de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) dat een omgevingsvergunning niet nodig was voor ’t Suyt II. Dit advies was gebaseerd op de regels van het bestemmingsplan ’t Suyt. Echter, dit advies had gebaseerd moeten zijn op het Parapluplan Archeologie en Parkeren. Hierin is aangegeven dat er voor het ophogen van de bodem en het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, wanneer de oppervlakte 1.000m² of meer bedraagt, wel een aanlegvergunning nodig is.
Nu dit het geval is, is voor de huidige werkzaamheden een vergunning noodzakelijk. Daarnaast is een gedeelte van de voorbelasting gelegen op gronden met een agrarische bestemming (bestemmingsplan Zuidplas Noord). Omdat de voorbelasting niet bij deze bestemming hoort, is een omgevingsvergunning nodig om af te wijken van het bestemmingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend op 19 april 2021 en is door de ODMH verleend. 2. Dit is onjuist. In de toelichting van het bestemmingsplan ‘t Suyt (2013) staat over de keuze voor de planbegrenzing aan de noordoostelijke kant het volgende: “De overige plangrenzen zijn niet gedefinieerd door bestaande wegen of waterwegen, deels zijn deze zodanig gekozen zodat deze aansluiten op de omringende bestemmingsplangebieden.” Dit is te zien in de onderstaande uitsnede van het bestemmingsplan “Landelijk gebied west” waarbij de grens van het destijds vigerende bestemmingsplan als uitgangspunt is genomen voor de grens van het bestemmingsplan ’t Suyt (2013).
Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 1.2 Onderbouwing van noodzaak tot omzetten bestemmingsplan Samenvatting Nergens in de stukken wordt inzicht gegeven dat dit woningbouwprogramma niet wordt gehaald indien de groenstrook niet wordt bebouwd en men vasthoudt aan de afgesproken 120 woningen in ’t Suyt II. De “ladder van verstedelijking” volgend zijn er voldoende alternatieven om 40 woningen te
:
bouwen. Wij verzoeken u derhalve deze uitbreiding met extra 40 woningen te schrappen en conform de gedane toezeggingen de groenstrook te handhaven. Beantwoording Er is een nieuwe ladderonderbouwing (Ladder voor duurzame verstedelijking) uitgevoerd voor woningbouwlocatie 't Suyt fase II op 15 september 2021 waarin de behoefte aan de voorgenomen 160 woningen wordt getoetst. Gelet op de ligging buiten bestaand stedelijk gebied bevat de ladderonderbouwing de behoefte en een afweging van alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied. De conclusie uit de ladderonderbouwing is dat, gezien het woningbeleid, de vraag en het aanbod in het onderzoeksgebied, de geplande 160 woningen op locatie 't Suyt fase II ruimschoots passen binnen de woningbouwbehoefte van het onderzoeksgebied tussen 2021 en 2031. Ook is gebleken dat elders in bestaand stedelijk gebied in de gemeente Waddinxveen ontwikkelingen op deze schaal en tijdspanne niet mogelijk zijn. Wijziging van het bestemmingsplan De ladderonderbouwing wordt toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan. 1.3 Toegang tot ’t Suyt fase II Samenvatting Een belangrijke toegang van ’t Suyt fase II gaat via de Florijnlaan vlak naast de ingang van het voetbalpark. Het is niet duidelijk waarom de bouwroute die direct het ‘t Suyt fase II in gaat niet ook kan worden gebruikt als ontsluitingsroute.
Beantwoording Het stedenbouwkundig concept gaat uit van een autoluw middengebied. Middels parkeerhofjes aan de achterzijde van woningen worden de woningen zo veel mogelijk via bestaande wegen ontsloten. Dit draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik. Daarnaast sluit het stedenbouwkundig concept aan op de andere ruimtelijke randvoorwaarden in de omgeving. Dit betreft een minimale afstand van woningen ten opzichte van de voetbalclub in verband met geluid, de inpassing van de bestaande watergang en een goede aansluiting op het omliggende landschap en ‘t Suyt fase I. Het verkeerskundig onderzoek toont aan dat het verkeer van ’t Suyt fase II dat via de Florijnlaan het plangebied in- en uitrijdt ongeveer 50% via het noorden rijdt en 50% via het zuiden. De maximale capaciteit van de Florijnlaan wordt voor 50% benut na realisatie van ’t Suyt fase II. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 1.4 Geluid Samenvatting 1. Aangegeven is dat de Provincie bij de aanleg van de Bentwoudlaan (80km weg) moet zorgen dat wordt voldaan aan de wettelijke norm van 48 dB(A). De maatregelen die in het concept PIP N207 Zuid zijn genoemd zouden inderdaad moeten borgen dat dit (theoretisch) klopt. Vraag is of tot de genoemde maatregelen ook uiteindelijk in het PIP besloten zal worden. Er zouden waarborgen hiervoor ingebouwd moeten worden.
Wij verzoeken u hier actie op te nemen. 2. Ook is bekend dat als gevolg van project Beter Bereikbaar Gouwe meer verkeer over de Bentwoudlaan zal trekken. Gevolg is dat de gewenste geluids-reductie niet gehaald zal worden. Beantwoording 1. Met de provincie Zuid-Holland zijn harde afspraken gemaakt ten aanzien de geluidsbelasting als gevolg van de nieuwe Bentwoudlaan (de N457). Deze afspraken worden in de vorm van regels opgenomen in het PIP. Uitgangspunt hierbij is geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde binnen ’t Suyt fase II als gevolg van de N457. De gemeente Waddinxveen en de Omgevingsdienst Midden-Holland hebben samen invloed op de formulering van deze regels. 2. Het PIP gaat in de berekeningen uit van de toekomstige situatie waarin zoveel mogelijk alle beoogde ontwikkelingen zijn meegenomen. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 1.5 Luchtkwaliteit Samenvatting Het toekomstige extra verkeer over de Bentwoudlaan en de wens van de gemeente Waddinxveen tot plaatsing van 2 biomassacentrales in de Glasparel hebben direct effect op de luchtkwaliteit en mogelijk verslechtering leefklimaat. Uit het onderzoek blijkt dat ook een afstand van 3 km nog een effect waarneembaar is. Beantwoording
:
Voor de berekeningen uitgevoerd ten behoeve van de luchtkwaliteit is voor de bijdrage van het verkeer gebruik gemaakt van de gegevens die ook voor het geluidsmodel zijn gebruikt. Uit de luchtkwaliteitsberekeningen blijkt dat de totale concentratie na realisatie van de N457 ruim onder de grenswaarden blijft. Uit de achtergrondrapportage luchtkwaliteit blijkt dat de ontwikkeling van de N457 overall op alle gevoelige bestemmingen een positief effect heeft op de concentraties NO2, PM10 en PM2,5. Ten aanzien van de biomassacentrales is er zoals de door u toegevoegde figuur laat zien, weliswaar invloed op de gehalte fijn stof in de lucht, maar deze bijdrage is zeer klein en de concentraties blijven ruim onder de wettelijke grenswaarden. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 1.6 Deel niet te bebouwen Samenvatting Het niet bebouwen van een deel van het perceel is bepalend voor het ontwerp van de rest van ’t Suyt fase II. Echter staat alleen in de kantlijn van het Stedenbouwkundig plan dat dit is omdat de bodem niet sterk genoeg is om op te bouwen. Enige onderbouwing van die stelling ontbreekt echter. Betere onderbouwing met onderzoeksrapporten is noodzakelijk voor een zo belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp.
Beantwoording Op basis van het Advies bouwrijpmaken Plangebied t Suyt - fase 2 (zie bijlage 1 bij deze nota) blijkt dat in het gebied A2 de benodigde voorbelasting relatief groot is. In dit gebied wordt zonder aanvullende maatregelen niet aan de restzettingseis voldaan. Er is daarom voor gekozen om deze gronden niet te bebouwen. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 1.7 Funderingen woningen Onderweg Samenvatting In de nota van inspraak is niet ingegaan op de effecten van aanpassing van de grondwaterstanden op bestaande huizen. Beantwoording Het uitgangspunt is dat de grondwaterstand niet wordt aangepast (verlaagd of verhoogd) bij de ontwikkeling van het plan. Mocht dit wel aan de orde zijn, dan is een watervergunning (lozingsvergunning) nodig. Dit valt onder de bevoegdheid van het Hoogheemraadschap. Uitgangspunt bij vergunningverlening is dat het tijdelijk aanpassen van de grondwaterstand niet mag leiden tot nadelige effecten in de omgeving. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.1 Participatieproces Samenvatting Wij zijn zeer teleurgesteld over dit plan en over de wijze waarop dit stand is gekomen. Heel duidelijk is destijds besloten om de agrarische zone in stand te houden. Iedereen was daarvoor.
Ook is toen expliciet besloten om slechts een toegangsweg voor het totale plan ‘t Suyt te realiseren. Hoewel er tegen de ontwikkeling van de driehoek Plasweg Onderweg grote bezwaren waren in de omgeving is toen, zeker door de bewoners van de Onderweg afgezien van bezwaar maken, aangezien de agrarische zone, zo kenmerkend voor het landschap intact bleef. Hoewel bij de eerste participatiebijeenkomst op 29 januari 2019 een overgrote meerderheid koos voor behoud van de agrarische zone is er daarna op een zeer onbehoorlijke manier afgeweken van dit standpunt dat ook door de toenmalige wethouder werd onderschreven. Beantwoording In onze ogen zijn de bewoners van de Onderweg en de Kleikade in dit traject op meerdere momenten in de gelegenheid gesteld om op de plannen te reageren. Er is in het participatietraject gekozen om te werken met open brede bewonersavonden en een klankbordgroep die namens de omgeving spreekt. De zorgen van de bewoners van de Kleikade en Onderweg zijn in dit traject onderzocht en het plan is dan ook op onderdelen aangepast. In januari 2019 was er nog geen formeel besluit of standpunt ingenomen door het college danwel de gemeenteraad over de bebouwing van de reststrook. Dit betekent dat een belofte of toezegging door een toenmalige wethouder niet leidend waren.
Met het collegebesluit op 17 december 2019 heeft het college haar standpunt omtrent de bebouwing van de reststrook ingenomen. Op 7 oktober 2020 heeft
: de gemeenteraad dit standpunt bekrachtigd met het vaststellen van het stedenbouwkundig plan voor ’t Suyt fase II. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.2 Bebouwen groenstrook Samenvatting Hoewel de structuurvisie (mei 2012) geen juridische basis heeft en alleen grove contouren schetst, is inderdaad daar als potentiële woningbouwlocatie ‘t Suyt aangewezen. Maar de relatie die u legt met de verbindingsweg is natuurlijk onjuist. De groenstrook heeft niets met de verbindingsweg te maken. Die liep namelijk in het midden van het plangebied. Daarnaast is het plan ‘t Suyt vastgesteld door de raad na de Structuurvisie en toen is bewust gekozen de agrarische zone niet op te nemen in het plan. Beantwoording In de Structuurvisie was al een ontwikkeling met woningbouw en een verbindingsweg voorzien op deze locatie. Indertijd zijn de agrarische gronden aangekocht om een weg aan te leggen. Nu deze verbindingsweg niet zal worden aangelegd op deze plek, biedt dit mogelijkheden een andere bestemming toe te kennen aan het perceel. In samenspraak met de klankbordgroep is besloten het gebied als geheel te ontwikkelen. Belangrijkste reden daartoe was de zekerheid over de invulling van dat gebied en het feit dat ‘t Suyt fase II dan als 1 geheel wordt ontwikkeld.
Het merendeel van de betrokkenen vond dat een goede oplossing voor dit restperceel waarmee onzekerheid over de ontwikkeling ervan in de toekomst is uitgesloten. Er is geen sprake van een formeel besluit waarin de stedelijke ontwikkeling, zoals deze was voorzien in de Structuurvisie, wordt teruggedraaid. Door het gebied te betrekken bij de ontwikkeling van ‘t Suyt fase II is er meer ruimte gecreëerd voor een duurzame en groene invulling. Het gebied krijgt hiermee een goed woonklimaat. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.3 Ontsluiting verkeer van de wijk en verkeer Onderweg/Kleikade Samenvatting a. Bij de vaststelling van het plan ‘t Suyt in 2013 is gekozen om voor het gehele plan (Suyt1 en Suyt2)de ontsluiting te laten plaatsvinden aan de Plasweg (twee ontsluitingen). Of de Bentwoudlaan nu wel of niet aangelegd gaat worden,de Onderweg is niet geschikt als ontsluitingsweg. b. Voorstel om ontsluiting op de Onderweg alleen voor fietsers/hulpdiensten in te richten. c. Kleikade: Indiener stelt dat door toenemend verkeer op de Onderweg er wordt gezocht naar een alternatief, de Kleikade. d. Waarom is de ontsluiting via het Herbarenerf niet in beeld, terwijl deze doorsteek wel in de Structuurvisie is vermeld als mogelijkheid? e.
Indiener draagt 3 verschillende alternatieve ontsluitingen aan voor ’t Suyt fase II, namelijk: - Directe aansluiting op de Bentwoudlaan; - Parallelweg langs Bentwoudlaan en west- & zuidzijde voetbalvelden; - Parallelweg langs Bentwoudlaan en noord- & oostzijde voetbalvelden. Beantwoording a. In de huidige situatie rijden er 1085 motorvoertuigen per etmaal op het westelijke deel van de Onderweg en 1.527 mvt/etmaal op het oostelijke deel. Na komst van de nieuwe woonwijk ’t Suyt fase II (zonder realisatie van de Bentwoudlaan) zullen deze intensiteiten met 428 mvt/etmaal toenemen. Hiermee komen de toekomstige verkeersintensiteiten op de Onderweg rond de 2000 mvt/etmaal. Gezien de inrichting van de Onderweg verwachten wij dat dit niet direct tot problemen leidt. Op basis van de kenmerken van de Onderweg is een maximale verkeersintensiteit van 2.500 mvt/etmaal nog acceptabel. Indien de Bentwoudlaan wordt aangelegd en de Onderweg ten westen van de aansluiting naar ’t Suyt fase II wordt geknipt, zullen de verkeersintensiteiten afnemen met 1085 mvt/etmaal, waardoor er 657 mvt/etmaal resteren op het oostelijke deel van de Onderweg. De term “ontsluitingsweg” is in de reactie van indiener misleidend en impliceert verkeersintensiteiten vele malen hoger dan dat er daadwerkelijk aanwezig zijn. De inrichting van de Onderweg is wel een aandachtspunt.
De Onderweg is binnen de bebouwde kom gelegen in een 30 km/uur-zone en uitgevoerd in asfalt. Er zijn 2 snelheidsremmende maatregelen (plateaus) aanwezig. Bij de gehouden verkeers- en snelheidsmeting in maart 2020 kwam naar voren dat de maximumsnelheid van 30 km/uur op de Onderweg structureel wordt overschreven. De overtreden snelheidslimieten zorgen voor gevaarlijke situaties en verkeersonveiligheid. Kijkend naar de circa 2000 mvt etmaal op de Onderweg wanneer de Bentwoudlaan niet wordt aangelegd, is dit verkeerskundig gezien geen intensiteit die de Onderweg niet meer zou kunnen
:
b.
c.
d.
e.
verwerken. Op basis van de inrichting van de Onderweg zijn 2500 mvt/ etmaal nog acceptabel. Die 2000 mvt per etmaal vormt, gezien de beperkte breedte van de Onderweg wel voor een minder prettige verkeerssituatie voor de fietser (475 fietsers/ etmaal). Het is dan ook wel een vereiste dat de gereden snelheden dienen te worden gereduceerd, waarbij bij de komst van de Bentwoudlaan het fietsverkeer via een nieuwe fietsverbinding nabij de Kleikade wordt afgewikkeld. (Zie de aanbevelingen in de bijlage 2 Aanvullend Verkeersonderzoek). Er is gekozen voor een ontsluiting op de Onderweg om twee redenen: - Het is de eis van de hulpdiensten dat een wijk via twee ontsluitingen wordt opgezet; - De hoeveelheid autoverkeer op de Florijnlaan/Plasweg wordt hierdoor minder. Daarnaast is uit de verkeersonderzoeken voor het plan ‘t Suyt fase II gebleken dat het realiseren van een ontsluiting op de Onderweg niet leidt tot een situatie die de Onderweg niet aankan. De Kleikade wordt in de huidige situatie niet vaak gebruikt. De intensiteiten zijn erg laag (115 motorvoertuigen per etmaal). Die hoeveelheid is passend bij het aantal woningen aan de Kleikade en de Kleikade wordt dus uitsluitend gebruikt door bestemmingsverkeer. Niet verwonderlijk gezien het krappe wegprofiel.
Aangezien de Kleikade met de huidige verkeersintensiteiten op de Onderweg al niet wordt gebruikt als alternatief voor de Onderweg, is de verwachting dat dit ook niet zal gebeuren wanneer een deel van het verkeer van ’t Suyt fase II via de Onderweg wordt afgewikkeld. Mocht er toch sprake zijn van ongewenst verkeer via de Kleikade, hebben we de maatregel achter de hand om verkeer vanaf de Kleikade verplicht linksaf te laten rijden, zodat de rijbeweging naar ’t Suyt fase II niet langer is toegestaan. Deze maatregel kan eventueel worden aangevuld met een krappe bochtstraal naar rechts, zodat de bocht vanaf de Kleikader rechtsaf de Onderweg op richting ’t Suyt fase II, lastig te maken is. We verwachten dat het nemen van die bebordingsmaatregel echter niet nodig zal zijn. De doorsteek van het Herbarenerf is destijds in de Structuurvisie gekomen ervanuit uitgaande dat er een aansluiting vanuit Waddinxveen ergens ter hoogte van het woningbouwplan ’t Suyt op de Bentwoudlaan zou worden gerealiseerd. Het beleid van de provincie Zuid-Holland is echter om het aantal aansluitingen op een dergelijke weg beperkt te houden om zo de doorstroming optimaal in stand te kunnen houden. Aangezien het de weg van de provincie is, zijn zij in deze de partij die dergelijke afwegingen maakt. De gemeente heeft hier slechts beperkt inspraak in.
Met de aansluiting via de Plasweg in de nieuwe situatie is er verkeerskundig gezien sprake van een goede afwikkeling van het Waddinxveens wegennet door de Bentwoudlaan en is de nut en noodzaak voor die extra aansluiting ook beperkt. Hiermee is de ontsluiting via Herbarenerf niet meer actueel en gezien bovenstaande verwachte verkeerseffecten ook ongewenst. Daarnaast is in het Aanvullend verkeersonderzoek’t Suyt Fase II” reeds aangetoond dat een ontsluiting via het Herbarenerf onwenselijk en wel om de volgende redenen: - De verwachting is dat meer verkeer dan alleen een percentage verkeer van ’t Suyt fase II deze route zal nemen. Ook voor bewoners Plasweg en ’t Suyt fase I kan deze route interessant zijn. Denk hierbij aan een toename van mogelijk 1000 mvt/ etmaal op die route. - De intensiteiten op Herbarenerf zijn nu laag. Naar verwachting nog geen 1000 mvt/etmaal. Dit zou minstens een verdubbeling inhouden van het verkeer, maar met 2000 mvt/etmaal zou dit nog om een acceptabele intensiteiten gaan. - Er wordt op Herbarenerf op de rijbaan geparkeerd. Mogelijk leidt dit tot lokale knelpunten en zullen parkeervakken moeten worden aangelegd. - Aansluiting van nieuwe verbindingsweg is noodzakelijk tussen Florijnlaan / Plasweg en Herbarenerf.
Hier ligt nu enkel een fietspad; Zoals hierboven is vermeld is het aansluiten van ’t Suyt fase II en wellicht ook fase I direct op de Bentwoudlaan geen reële optie, daar de Provincie in haar beleid heeft opgenomen zo min mogelijk aansluitingen op de Bentwoudlaan te realiseren. Inmiddels is het Provinciaal Inpassingsplan (afgekort PIP) gepubliceerd, waarin het ontwerp voor de Bentwoudlaan, Verlengde Bentwoudlaan en Verlengde Beethovenlaan ruimtelijk worden vastgelegd. Dit is momenteel in procedure. Het tweede en derde voorstel (een parallelweg langs de Bentwoudlaan) beoordelen wij op de noodzaak en het nut. De noodzaak van het aanleggen van een parallelweg langs de nieuwe Bentwoudlaan is er verkeerskundig gezien niet. Dat betekent ook dat de haalbaarheid van een dergelijke weg erg beperkt is. Wel zal een directe ontsluiting via ‘t Suyt fase II door middel van een parallelvoorziening dan meer verkeer gaan aantrekken. Hierbij valt te denken aan een percentage van circa 50%van zowel ‘t Suyt fase 1 (600 mvt/etmaal) en circa 80% ’t Suyt fase II. (870 mvt/etmaal) De zuidelijke helft van ’t Suyt fase I zal gebruik blijven maken van de Plasweg richting de Bentwoudlaan omdat de reistijd tussen beide varianten (Plasweg vd Parallelweg nagenoeg gelijk is en uiteraard rijdt niet iedereen via de Bentwoudlaan.
Conclusie is dan ook dat die nieuwe parallelvoorziening aangelegd zou moeten worden voor circa 1100 mvt/etmaal. Dit zijn geen verkeersintensiteiten die de aanleg van zoveel nieuw asfalt rechtvaardigen. De conclusie blijft overeind dat zowel de Onderweg als Plasweg het verkeer van ’t Suyt fase II kunnen verwerken. Daarnaast is de conclusie dat een dergelijke parallelvoorziening (in beide
:
aangedragen varianten) dermate weinig verkeer genereert dat de aanleg hiervan niet wenselijk, noch verdedigbaar is. Als bijlage 2 bij deze zienswijzennota is het Aanvullend Verkeersonderzoek (notitie van Haskoning DHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure' Beantwoording Zienswijze van 8 oktober 2021) gevoegd waar de drie voorgestelde alternatieven in zijn afgebeeld. Wijziging van het bestemmingsplan In de regels wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de ingebruikname van de ontsluiting op de Onderweg. Deze mag pas in gebruik worden genomen als óf de Bentwoudlaan gerealiseerd is óf er snelheidsbelemmerende maatregelen genomen zijn op de onderweg zoals opgenomen in het Aanvullend verkeersonderzoek van Haskoning d.d. 8 oktober 2021. 2.4 Ecologische en archeologische aspecten Samenvatting a. Inmiddels is bij het gemeentebestuur bekend dat de beschermde rugstreeppad is aangetroffen in het plangebied aangegeven dat de mogelijkheid niet uitgesloten is dat de rugstreeppad daar aanwezig is. Heel waarschijnlijk zijn door het ontbreken van onderzoek rugstreeppadden gedood, hetgeen strafbaar is. Hoe gaat het gemeentebestuur nu om met de aanwezigheid van rugstreeppadden? b. Met het bestemmingsplan Parapluplan Archeologie en Parkeren heeft een deel van de restanten van de Tweede Wereldoorlog een lagere archeologische waarde gekregen.
Wij menen dat er voldoende redenen zijn om dit onderzoek alsnog uit te voeren.Verwezen wordt naar het rapport van RAAP Archeologisch Adviesbureau waarin bij veldwerken in het gebied wordt geadviseerd door middel van veldonderzoek te bepalen of de verwachte resten uit de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn. Beantwoording a. Eerder is al door de gemeente geantwoord aan de originele indiener van de zienswijze dat rugstreeppad zich in ’t Suyt II heeft gevestigd. Nu is in deze ronde die tekst niet langer omstreden. Wel kunnen we inmiddels toevoegen dat het benodigde aanvullende onderzoek naar rugstreeppad klaar is en dat dit heeft geleid tot indienen van een aanvraag van een ontheffing soortenbescherming bij het bevoegd gezag. Wijzigingen van het bestemmingsplan De tekst van de toelichting is op dit punt aangepast. b.
In het algemeen geldt bij graafwerkzaamheden in ieder geval het volgende: ook als archeologisch onderzoek niet verplicht is of nodig geacht wordt, kunnen archeologische resten toch nog aanwezig zijn. Mocht blijken bij de uitvoering van de werkzaamheden dat deze aanwezig zijn, dient het bevoegd gezag (zijnde gemeente Waddinxveen) meteen op de hoogte gesteld te worden en een beslissing te nemen over hoe om te gaan met de resten. Dit conform paragraaf 5.4, artikel 5.10 van de Erfgoedwet.
Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.5 Milieugevolgen, noodzaak MER Samenvatting Waarschijnlijk is het gemeentebestuur onvoldoende op de hoogte dat er juist veel onrust is over de gevaren voor de volksgezondheid door de uitstoot van biomassacentrales, luchtkwaliteit en stankoverlast. Mede gezien het feit dat er ook nog een nieuwe weg op korte afstand van het plangebied is gepland vinden wij een volledige MER heel gewenst. Beantwoording Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij maar ons eerdere antwoord op de inspraakreactie. Een MER dient te worden opgesteld voor ontwikkelingen die aanzienlijke effecten kunnen hebben op de omgeving. Voor de ontwikkeling van woningen is dit aan de orde indien sprake is van meer dan 2000 woningen. Op basis van de onderzoeken is een vormvrije mer-beoordeling uitgevoerd. Op basis hiervan zien wij geen aanleiding om een MER op te stellen. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.6 Perceel dat niet bebouwd wordt Samenvatting Helaas geeft de nota opnieuw geen informatie in welk rapport wij kunnen lezen dat deze locatie niet geschikt is voor woningbouw. Graag vernemen wij de bron.
:
Beantwoording Als bijlage 1 bij deze zienswijzennota is het 'Advies bouwrijpmaken Plangebied t Suyt - fase 2 te Waddinxveen d.d.1 oktober 2019' gevoegd. Hierin is de onderbouwing voor de keuze opgenomen. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.7 De Van Vliet bedrijven Samenvatting 1. Wij vermoeden dat er inmiddels bij de gemeente meer bekend is over de plannen die Van Vliet heeft met het gebied, als het bedrijf verhuist. Klopt dit? En wat kunnen de gevolgen zijn voor de directe omgeving? 2. Aan de Onderweg zijn twee bedrijven gesitueerd die een risicocontour met zich meebrengen. Binnen deze contouren mag op dit moment niet gebouwd worden. Hiervoor zal een aparte procedure moeten worden gevolgd. Kunt u precies en gedetailleerd uitleggen waarom er nu geen procedure gevolgd moet worden. De bewegingen tussen de twee bedrijven van Van Vliet zijn niet meegenomen in de metingen. Beantwoording 1. De mogelijke uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van Van Vliet bedrijven maakt geen onderdeel uit van onderhavig bestemmingplan en de huidige planologische situatie wordt als uitgangspunt gehanteerd. Voor beide bedrijven kunnen maatwerkvoorschriften worden opgesteld ten behoeve van een hogere geluidbelasting.
Om de bestaande onbenutte planologische uitbreidingsruimte te borgen wordt in de regels een zone opgenomen waarbinnen een hogere maximale gevelbelasting wordt toegestaan. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan. Binnen de bestemming ‘Woongebied’ wordt een aparte zone aangeduid waar een hogere gevelbelasting wordt toegestaan.
2.
Het bedrijf dat gevestigd is aan de Onderweg 12 betreft een hoveniersbedrijf. Dit bedrijf wordt in de VNG brochure “bedrijven en milieuzonering” aangemerkt als een ‘- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²’ waar een milieucategorie 3.1 bij hoort. De richtafstand die daarbij hoort vanaf de grens van de bestemming is 50 meter en heeft betrekking op het aspect geluid. De feitelijke afstand is 25 meter. Omdat de ontwikkelingen binnen de richtafstand valt van het bedrijf, is een onderzoek nodig waarbij wordt aangetoond dat alsnog sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het bedrijf dat gevestigd is aan de Onderweg 91A betreft een aannemer in weg- en waterbouw, waarbij de activiteiten ter plaatse hoofdzakelijk bestaan uit het stallen en onderhouden van machines, alsmede metaalbewerking. Dit bedrijf wordt in de VNG brochure “bedrijven en milieuzonering” aangemerkt als een bouwbedrijf algemeen b.o. > 2.000 m2 met een maximale hindercontour van 100 meter. De toetsingsafstand van 100 meter heeft betrekking op het aspect geluid. De feitelijke afstand is 15 meter. Omdat de ontwikkelingen binnen de richtafstand valt van het bedrijf, is een onderzoek nodig waarbij wordt aangetoond dat alsnog sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Door Cauberg-Huygen is een rapportage opgesteld "Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan 't Suyt fase II te Waddinxveen; in het kader van een goede ruimtelijke ordening" d.d. 30 juni 2021 met referentie 07040-53619-07. Op basis van een inventarisatie van de nu aanwezige geluidsbronnen bij Van Vliet Bedrijven B.V. is een rekenmodel opgesteld voor Van Vliet Bedrijven en de directe omgeving. Met behulp van dit model zijn conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai de geluidsniveaus berekend binnen het plangebied. Op basis van de berekeningen wordt in de rapportage van CaubergHuygen geconcludeerd dat ter plaatse van de beoogde woningen binnen 't Suyt fase II door Van Vliet Bedrijven B.V., wordt voldaan aan de normstelling uit stap 2 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Vervolgens is door de ODMH onderzoek gedaan naar eventuele beperkingen voor mogelijke toekomstige uitbreidingen van Van Vliet bedrijven die ontstaan door de bouw van woningen. Als uitgangspunt hierbij is genomen dat ten aanzien van de bestaande woningen aan de Onderweg, Kleikade en Nooitgedacht rekening gehouden dient te worden met de normen uit het Activiteitenbesluit. Op basis hiervan zijn geluidbronnen ingevoerd verspreid over het terrein van beide bedrijven.
Uit dit onderzoek blijkt dat voor beide bedrijven geldt dat de bouw van nieuwe woningen binnen 't Suyt II niet leidt tot beperking van de huidige en de mogelijk toekomstige bedrijfsvoering. (Het onderzoek van ODMH is bij deze zienswijzennota in bijlage 3 gevoegd)
:
Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
2.8 Planschade Samenvatting Fijn dat planschade is opgenomen in de grondexploitatie. Beantwoording De gemeente maakt de grond bouwrijp, verkoopt het deel waar gebouwen komen aan de bouwer (particulier, projectontwikkelaar of woningcorporatie) en richt de rest in als openbaar gebied. De grondexploitatie dient dan om alle kosten en opbrengsten in beeld te brengen en te beheersen. Gronden zijn in eigendom van gemeente. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.9 Marktpartijen Samenvatting Kunt u aangeven met welke marktpartijen u contact heeft gehad? ls er al een keuze gemaakt? Beantwoording De vraag of en met welke marktpartijen contact is geweest en of er een keuze is gemaakt is geen voor dit bestemmingsplan ruimtelijke relevante vraag en behoeft in dit kader dan ook geen beantwoording. Volledigheidshalve kunnen we hier wel over mededelen dat er nog geen keuze is gemaakt. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2.10 Ontwerpproces Samenvatting In onze eerste reactie hebben wij gewezen op het belang rekening te houden met de bestaande structuur en woonomgeving. De nota gaat daar niet inhoudelijk op in. Opvallend is dat dit wel gebeurt met de aansluiting van de woningen bij Suyt 1 zelfde hoogte),maar bij de Onderweg in het geheel niet.
Beantwoording Wij zijn van mening dat de bewoners van de Onderweg en de Kleikade in dit traject op meerdere momenten de gelegenheid hebben gehad om op de plannen te reageren. Er is in het participatietraject gekozen om te werken met open brede bewonersavonden en een klankbordgroep die namens de omgeving spreekt. De zorgen van de bewoners van de Kleikade en Onderweg zijn in dit traject onderzocht en het plan is dan ook op onderdelen aangepast. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 3.1 Algemeen Samenvatting In het ontwerpbestemmingsplan zijn woongebieden en bouwvlakken opgenomen. In de regels of begrippenlijst behorende bij het bestemmingsplan is echter niet aangegeven dat de woningen uitsluitend binnen de bouwvlakken dienen te worden gerealiseerd. Zonder deze expliciete regel zou formeel woningbouw tot aan de plangrens (voor het woongebied)mogelijk zijn op zeer korte afstand van Van Vliet. Dit zou betekenen dat Van Vliet nagenoeg geen activiteiten meer kan beoefenen op het buitenterrein. Dit is absoluut niet verenigbaar met de bedrijfsvoering van Van Vliet. In het bestemmingsplan zal een nadere omschrijving of regel moeten worden opgenomen dat woningbouw uitsluitend binnen het bouwvlak mogelijk is. Beantwoording De regels zijn op dit punt aangepast.
In de regels is opgenomen dat woningen in het bouwvlak gerealiseerd moeten worden. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan. 3.2 Gemengd gebied Samenvatting De aanname dat sprake is van gemengd gebied en het op basis daarvan hanteren van de standaard geluidgrenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde is onjuist of is in ieder geval onvoldoende onderbouwd.
:
Beantwoording In het plangebied 't Suyt fase II worden nieuwe milieugevoelige activiteiten mogelijk gemaakt (woningen). Rondom het plangebied is een aantal milieubelastende activiteiten gelegen waarvoor op basis van de VNG brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' richtafstanden gelden:
Bedrijf
Adres
Sportvelden cvv Be Fair (cat. 3.1) Van Vliet Hoveniers (cat. 3.1) Bouwbedrijf Van Vliet (cat.3.2)
Toernooiweg 101 Onderweg 12 Onderweg 91A
Richtafstand Daadwerkelijke afstand tot plangebied t.o.v. rustige (meter) woonwijk (meter) 50 25 50
25
100
15
Voor deze locatie wordt uitgegaan van een rustige woonwijk. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt tot aanpassing van paragraaf 6.3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan.
3.3 Akoestisch onderzoek Samenvatting In het akoestisch onderzoek behorende bij dit bestemmingsplan worden de optredende geluidsniveaus ten gevolge van de werkzaamheden van de bedrijven van Van Vliet, gelegen aan de Onderweg 12 en 91, onderschat. De nieuwe woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, leiden derhalve tot een beperking van de bedrijfsactiviteiten van Van Vliet bedrijven. Verwezen wordt naar een rapport van Peutz. Hierin wordt geconcludeerd dat, teneinde aan de geluidgrenswaarden ter hoogte van de nieuwe woningen te kunnen voldoen, aanvullende maatregelen cq. aanvullende ontwerpvoorwaarden aan de woningen noodzakelijk zijn. Het ontwerpbestemmingsplan zoals dat thans voorligt kan derhalve niet zo worden vastgesteld. Beantwoording Door Cauberg-Huygen is een rapportage opgesteld "Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan 't Suyt fase II te Waddinxveen; in het kader van een goede ruimtelijke ordening" d.d. 30 juni 2021 met referentie 07040-53619-07. Op basis van een inventarisatie van de nu aanwezige geluidsbronnen bij Van Vliet Bedrijven B.V. is een rekenmodel opgesteld voor Van Vliet Bedrijven en de directe omgeving. Met behulp van dit model zijn conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai de geluidsniveaus berekend binnen het plangebied.
Op basis van de berekeningen wordt in de rapportage van Cauberg-Huygen geconcludeerd dat ter plaatse van de beoogde woningen binnen 't Suyt fase II door Van Vliet Bedrijven B.V., wordt voldaan aan de normstelling uit stap 2 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Door ODMH is hierop volgend onderzoek gedaan naar eventuele beperkingen voor mogelijke toekomstige uitbreidingen van Van Vliet bedrijven die ontstaan door de bouw van woningen. Als uitgangspunt hierbij is genomen dat ten aanzien van de bestaande woningen aan de Onderweg, Kleikade en Nooitgedacht rekening gehouden dient te worden met de normen uit het Activiteitenbesluit. Op basis hiervan zijn geluidbronnen ingevoerd verspreid over het terrein van beide bedrijven. Dit leidt tot de volgende conclusies: Onderweg 12 Voor het hoveniersbedrijf is het mogelijk om, na het nemen van een maatwerkbesluit (conform artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit), van de maximaal mogelijke planologische invulling van het terrein gebruik te maken. Maatwerk is dan nodig, en mogelijk, voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode en voor de maximale geluidsniveaus in de dagperiode. Verruiming van de maximale geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode is niet mogelijk omdat bestaande woningen dit nu al niet mogelijk maken.
Onderweg 91 Voor het bouwbedrijf is het mogelijk om, na het nemen van een maatwerkbesluit (conform artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit), van de maximaal mogelijke planologische invulling van het terrein gebruik te
:
maken. Maatwerk is dan nodig, en mogelijk, voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode en voor de maximale geluidsniveaus in de dagperiode. Verruiming van de maximale geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode is niet mogelijk omdat zowel bestaande woningen als het gebruik van het terrein dit nu al niet mogelijk maken. Voor beide bedrijven geldt dat de bouw van nieuwe woningen binnen 't Suyt II niet leidt tot beperking van de huidige en de mogelijk toekomstige bedrijfsvoering. Voor beide bedrijven kunnen maatwerkvoorschriften worden opgesteld ten behoeve van een hogere geluidbelasting. Om de bestaande onbenutte planologische uitbreidingsruimte te borgen wordt in de regels een zone opgenomen waarbinnen een hogere maximale gevelbelasting wordt toegestaan. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan. Binnen de bestemming ‘Woongebied’ wordt een aparte zone aangeduid waar een hogere gevelbelasting wordt toegestaan.
4.1 Alternatieven Samenvatting Is er naar alternatieven gekeken om het verkeer op de Onderweg ook daadwerkelijk te beperken? (bijvoorbeeld ; Onderweg sowieso afsluiten voor vrachtverkeer / of in het geheel? , ’t Suyt 2 alleen vanuit de Onderweg ontsluiten voor hulpdiensten) Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van inspraakreactie 3a t/m e. Wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
:
Bijlagen Bijlage 1: Advies bouwrijp maken
: Advies bouwrijpmaken Plangebied t
Betreft
Suyt - fase 2te WADDINXVEEN
Gemeente Waddinxveen : T.a.v. Dhr. A. MiesPostbus 400
Opdrachtgever
2740 AK WADDINXVEEN
ir. D.P.J. Oostveen (088-5130218)
Behandeld door :
Kenmerk
:
R1803867-06
Datum
:
1 oktober 2019
MOS GRONDMECHANICA B.V. Correspondentieadres:
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam
Telefoonnummer: +31(0)88-5130200
Hoofdkantoor Rotterdam Albert Plesmanweg 47
3088 GB
Rotterdam
Vestiging Helmond Vestiging Almelo
5705 CL 7604 PJ
Helmond Almelo
Vossenbeemd 90B Het Wendelgoor 13
:
Vestiging Amsterdam
Pleimuiden 8B
1046 AG
Amsterdam
Vestiging Suriname
Ds Martin Luther Kingweg 150
District Wanica
Suriname
Tel. +597-488188
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
Inhoudsopgave Pagina
1. INLEIDING ...................................................................................................................................... 3 2. PROJECTBESCHRIJVING ................................................................................................................. 4 3. GEOTECHNISCHE GEGEVENS ......................................................................................................... 5 3.1
Uitgevoerd grondonderzoek...........................................................................................5
3.2
Geotechnisch laboratoriumonderzoek ...........................................................................5
3.3
Geotechnisch profiel .......................................................................................................5
3.4
Grondwaterstanden .......................................................................................................6
4. ZETTINGSPROGNOSE ..................................................................................................................... 8 4.1
Inleiding ..........................................................................................................................8
4.2
Uitgangspunten zettingsberekeningen...........................................................................8
4.3
Grondprofiel en samendrukkingsparameters...............................................................10
4.4 4.4.1 4.4.2
Openbaar terrein ..........................................................................................................13 Berekeningsresultaten ..................................................................................................13 Voorbelasting ................................................................................................................14
4.5 4.5.1 4.5.2
Uitgeefbaar gebied .......................................................................................................15 Berekeningsresultaten ..................................................................................................15 Voorbelasting ................................................................................................................16
5. STABILITEIT .................................................................................................................................. 17 6. UITVOERING VOORBELASTING .................................................................................................... 18 6.1
Zakbaken monitoren.....................................................................................................18
6.2
Opschonen maaiveld ....................................................................................................18
6.3
Kabels en leidingen .......................................................................................................18
6.4
Algemene uitvoeringsrichtlijnen voor het aanbrengen van ophogingen .....................19
Bijlage A
Grondonderzoek
Bijlage B
Laboratoriumonderzoek
Bijlage C
Tijd-zettingsdiagrammen
Bijlage D
Algemene uitvoeringsrichtlijnen
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
-3-
1. INLEIDING In opdracht van de gemeente Waddinxveen is door Mos Grondmechanica B.V. een grondonderzoek uitgevoerd en is op basis daarvan een bouwrijpmaakadvies opgesteld voor de ontwikkeling van fase 2 van Plangebied 't Suyt te Waddinxveen (zie ook figuur 1-1). Dit rapport betreft een uitbreiding van een eerder uitgebracht geotechnisch bouwrijpmaakadvies (R1803867-04, d.d. 11 juli 2019) vanwege een vergroting van het projectgebied. Het sondeeronderzoek en de boringen zijn separaat gerapporteerd in rapport R1803867-03, d.d. 11 april 2019 en R1803867-05, d.d. 15 augustus 2019. Voor de volledigheid is tevens in dit rapport het uitgevoerde grondonderzoek opgenomen (zie bijlage A). Het uitgevoerde geotechnisch laboratoriumonderzoek is in dit rapport opgenomen (zie bijlage B).
Figuur 1-1
Ligging Plangebied 't Suyt – fase 2
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
-4-
2. PROJECTBESCHRIJVING Het project betreft de ontwikkeling van Plangebied 't Suyt (fase 2; zie ook figuur 1-1) te Waddinxveen. Ten behoeve van dit project is het volgende document beschikbaar gesteld:
Pdf-file "1352_001.pdf" met daarin aangegeven de ligging van het plangebied
Uit dit document en aanvullende informatie van de opdrachtgever zijn de volgende projectgegevens afgeleid:
Het ontwerppeil respectievelijk streefpeil van de verharding is vastgesteld op NAP -5,0 m, en van het uitgeefbaar gebied op NAP -4,8 m;
Voor het project is door de gemeente Waddinxveen een restzettingseis vastgesteld. De restzettingseis bedraagt maximaal 0,10 m in 30 jaar (≈10.000 dagen) voor openbaar en verhard gebied en 0,20 m in 30 jaar voor het uitgeefbaar gebied. De voornoemde tijdsperiode van 30 jaar (≈10.000 dagen) betreft het theoretisch einde van het zettingproces;
Aangegeven is dat de opdrachtgever voorbelastingperioden van 9, 12 en 18 maanden onderzocht wil hebben;
De verharding zal bestaan uit de volgende (of equivalente) constructie:
0,10 m Straatstenen, volumegewicht van = 24 kN/m³;
0,25 m repac, veldvochtig volumegewicht van veld = 18,0 kN/m³ en een verzadigd volumegewicht van sat = 20,0 kN/m³;
0,50 m zandbed, veldvochtig volumegewicht van veld = 18,0 kN/m³ en een verzadigd volumegewicht van sat = 20,0 kN/m³;
Indien de dikte van de wegverharding ontoereikend is om het niveau tussen het ontwerppeil enhuidige maaiveldniveau te overbruggen dan wordt dit opgevuld met zand;
Riolering in het gebied wordt aangebracht met een diepteligging van circa maaiveld -1,5 m. De exacte ligging is momenteel nog niet bekend;
In het gebied zijn watergangen aanwezig. Dit betreffen zowel vrij recent gegraven watergangen als de oude sloten. Van de watergangen zijn geen profielen beschikbaar. Van de oude sloten is bekend dat het minimum waterhoogte hier 0,4 m bedraagt. In de watergangen wordt een peil gehandhaafd van NAP -6,92 m à NAP -7,12 m.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
-5-
3. GEOTECHNISCHE GEGEVENS 3.1
Uitgevoerd grondonderzoek
Op 27 en 28 februari 2019 zijn door Mos Grondmechanica de sonderingen 1 tot en met 30 uitgevoerd en op 8 en 12 augustus 2019 de sonderingen 31 tot en met 48. De sonderingen zijn uitgevoerd tot een diepte van circa maaiveld -10 m (maximaal circa NAP -16 m). Naast de conusweerstand (qc) is de plaatselijke wrijving (fs) gemeten. Uit de plaatselijke wrijving en de conusweerstand is het wrijvingsgetal (Rf) berekend. Dit getal geeft nader inzicht in de aanwezige grondsoorten. Op 26 maart 2019 zijn nabij de sonderingen 1, 20, 25 en 27 handboringen uitgevoerd tot een diepte van maaiveld -5 m. De vrijgekomen grondslag is visueel geclassificeerd en tot boorprofiel verwerkt. Per boring zijn 4 ongeroerde monsters gestoken voor het laboratoriumonderzoek. De boringen HB1 en HB20 zijn afgewerkt met een peilbuis. Op 8 augustus is nabij sondering 48 een handboring uitgevoerd tot een diepte van maaiveld -5 m. De vrijgekomen grondslag is visueel geclassificeerd en tot boorprofiel verwerkt. De boring is afgewerkt tot een peilbuis. De sondeerlocaties zijn door onze landmeetkundige afdeling in het terrein uitgezet en gewaterpast ten opzichte van NAP. Voor een verslaglegging van het uitgevoerde veldwerk wordt verwezen naar het veldwerkverslag R1803867-03, d.d. 11 april 2019 en R1803867-05, d.d. 15 augustus 2019.
De resultaten van het grondonderzoek zijn voor de volledigheid tevens opgenomen in bijlage A van dit rapport.
3.2
Geotechnisch laboratoriumonderzoek
Op de tijdens het boren genomen ongeroerde monsters zijn in het geotechnisch laboratorium van Mos Grondmechanica een aantal proeven uitgevoerd. In totaal zijn 16 handvinproeven en 4 samendrukkingsproeven uitgevoerd. Daarnaast is van 13 monsters het volume gewicht en watergehalte bepaald. De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn in bijlage B van dit rapport opgenomen.
3.3
Geotechnisch profiel
De maaiveldhoogte ter plaatse van de sondeerlocaties varieert van NAP -5,1 m tot NAP -6,2 m. Aan de hand van het uitgevoerde grondonderzoek is het volgende geotechnische profiel opgesteld:
Vanaf maaiveld tot NAP -7,9 m à NAP -12,4 m is een sterk samendrukbaar pakket aangetroffen hoofdzakelijk bestaand uit (humeuze) klei en veenlagen. In het pakket zijn conusweerstanden (qc) gemeten van 0,1 MPa tot 0,4 MPa. De dikte van dit pakket kent door de aanwezigheid van een zandrug in het gebied een sterke ruimtelijke variatie. In figuur 3-1 is ter illustratie de onderkant van het samendrukbare pakket (in m NAP) op een topografische ondergrond weergegeven.
Hieronder tot aan de maximaal verkende diepte van NAP -16,0 m is een zandpakket aangetroffen waarin conusweerstanden zijn gemeten van 2 MPa tot 20 MPa.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
-6-
Aan de hand van het uitgevoerde grondonderzoek zijn 3 maatgevende geotechnische profielen uitgewerkt. Voor de beschrijving van de bodemopbouw inclusief daarbij afgeleide zettingsparameters wordt verwezen naar paragraaf 4.3.
Figuur 3-1 Onderkant samendrukbaar pakket [m NAP] gebaseerd op in het gebied beschikbare sonderingen (blauwe punten), tussen de sonderingen met de methode Kriging geïnterpoleerd.
3.4
Grondwaterstanden
Op de projectlocatie wordt een openwaterpeil gehanteerd van NAP -6,92 m à NAP -7,12 m. Op basis van waterspanningssonderingen wordt voor het zandpakket onder de deklaag een stijghoogte herleid van globaal NAP -6,0 m. De boringen HB1 en HB20 zijn op 26 maart 2019 afgewerkt met een peilbuis. De waterstand in de peilbuis is een aantal maal gepeild. De resultaten van de metingen zijn in tabel 3-1 opgenomen.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
Tabel 3-1:
-7-
Gemeten grondwaterstanden/stijghoogte Peilbuisgegevens [m NAP]
nummer peilbuis
1
20
48
maaiveld
-5,90
-5,14
-5,61
bovenkant peilbuis
-5,25
-4,51
-5,03
van
-9,90
-9,14
-9,61
tot
-10,90
-10,14
-10,61
-6,57
-
-6,88
-6,23
-
-6,75
-6,23
-
diepte filter
Grondwaterstanden en stijghoogten [m NAP] 26 maart 2019
(1)
1 april 2019 8 april 2019 (1)
8 augustus 2019 (1)
-
-
-
-6,14
Direct na plaatsing van de peilbuis opgenomen en daardoor mogelijk minder betrouwbaar
Peilbuis 1 en 48 staan volledig afgesteld in de waterremmende deklaag, peilbuis 20 staat met het filter deel in het onder de deklaag aanwezige zandpakket. De in peilbuis 1 gemeten grondwaterstanden komen meer overeen met het gehanteerde openwaterpeil, die in peilbuis 20 en 48 met de op basis van de waterspanningssonderingen bepaalde stijghoogte. Voor de zettingsberekeningen is uitgegaan van een grondwaterstand op NAP -6,8 m (rekening houdend met enige opbolling) en een stijghoogte op NAP -6,0 m.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
-8-
4. ZETTINGSPROGNOSE 4.1
Inleiding
De zettingsberekeningen zijn uitgevoerd met het programma de D-Settlement (versie 18.2, Deltares Systems). Als berekeningsmethode is de methode ontwikkeld door "Koppejan" aangehouden, waarbij rekening is gehouden met consolidatie en seculaire effecten. De zettingsprognose betreft een "best estimate" (zo realistisch mogelijke voorspelling). Opgemerkt wordt dat de belastingtoename relatief beperkt is en dicht bij de grensspanning is gelegen. De daadwerkelijke zettingen zijn daarom zeer sterk afhankelijk van zowel de daadwerkelijke ophoging (en dus het maaiveldniveau en fluctuaties daarin) als de grensspanning. De berekende zettingen betreffen naar verwachting een bovengrens. Het is goed mogelijk dat (lokaal) aanzienlijk kleinere zettingen zullen optreden. Naast het berekenen van de benodigde bruto ophoging worden (indien benodigd) in dit hoofdstuk ook de benodigde zettingsversnellende maatregelen (overhoogte) gegeven. Bij het bepalen van deze zettingsversnellende maatregelen geldt als uitgangspunt de voornoemde restzettingseisen van 0,10 m, en 0,20 m in 30 jaar. Allereerst dienen de zettingen die zonder maatregelen na een tijdsperiode van 30 jaar optreden te worden berekend. Op basis hiervan kan worden bepaald of aan de eis van 0,10 m c.q. 0,20 m in 30 jaar wordt voldaan, en indien niet wordt voldaan, hoeveel zettingen dienen te worden geforceerd om aan deze eis te voldoen.
Vervolgens zal dan, indien noodzakelijk, met behulp van een overhoogte in een periode van 9, 12 of 18 maanden een zetting worden geforceerd die ten minste gelijk is aan de berekende zettingen (zonder maatregelen). In dit advies worden de volgende termen gebruikt: −
Eindzetting:
Zetting op het theoretisch einde van het zettingproces, 30 jaar (≈10.000 dagen)
−
Netto ophoging:
Ophoging die initieel reikt tot de gewenste (plan)hoogte;
− Bruto ophoging: Ophoging die na het optreden van de eindzakking reikt tot de gewenste (plan)hoogte (= netto ophoging + zettingscompensatie; de zettingscompensatie is gelijk gehouden aan de eindzetting); −
Overhoogte:
4.2
Tijdelijke extra hoogte boven de bruto ophoging (t.b.v. zettingversnelling).
Uitgangspunten zettingsberekeningen
In de berekeningen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Het ontwerppeil respectievelijk streefpeil van de verharding is vast gesteld op NAP -5,0 m, en van het uitgeefbaar gebied op NAP -4,8 m;
Voor het project is er door de gemeente Waddinxveen een restzettingseis vastgesteld. De restzettingseis bedraagt maximaal 0,10 m in 30 jaar (≈10.000 dagen) voor openbaar en verhard gebied en 0,20 m in 30 jaar voor het uitgeefbaar gebied. Het voernoemde tijdsperiode van 30 jaar (≈10.000 dagen) betreft het theoretisch einde van het zettingproces;
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
-9-
De zettingsberekeningen zijn uitgevoerd met een voorbelastingsperiode van 9, 12 en 18 maanden;
In het projectgebied zal verharding worden aangebracht, ten aanzien van de verharding wordt uitgegaan van de volgende (of equivalente) opbouw:
0,10 m Straatstenen, volumegewicht van = 24 kN/m³;
0,25 m repac, veldvochtig volumegewicht van veld = 18,0 kN/m³ en een verzadigd volumegewicht van sat = 20,0 kN/m³;
0,50 m zandbed, veldvochtig volumegewicht van veld = 18,0 kN/m³ en een verzadigd volumegewicht van sat = 20,0 kN/m³;
Indien de dikte van de wegverharding ontoereikend is om het niveau tussen het ontwerppeil en huidige maaiveldniveau te overbruggen dan wordt dit opgevuld met zand.
De verharding wordt uitgevoerd door middel van straat stenen of asfalt. In de berekening is een dikte van 0,10 m aangehouden. De definitieve dikte van de asfaltlaag moet worden bepaald door de aannemer. Indien de toegepaste dikte van de asfaltlaag groter is dan is toegepast in de berekeningen dan zijn de resultaten niet meer sluitend;
Voor het aanvulzand (zandbed), het zand in de rioolsleuf en zand voor de voorbelasting is uitgegaan van een veldvochtig volumegewicht van veld = 18 kN/m3 en een verzadigd (nat) volumegewicht van sat = 20 kN/m3;
De berekende zettingen zijn exclusief de eigen klink van het opgebrachte materiaal. De grootte van de eigen klink is afhankelijk van de mate van verdichting van het ophoogmateriaal en dus van de zorgvuldigheid van uitvoering;
Uitgangspunt is dat de oude oorspronkelijke sloten mogelijk worden gedempt. Het bodemniveau van deze sloten is aangenomen op NAP -7,5 m. Ten aanzien van de recentelijk (tijdens de aanleg van fase 1) gegraven grotere watergangen met name langs de rand van het projectgebied wordt ervan uitgegaan dat deze behouden blijven en niet worden gedempt;
In de berekeningen is geen rekening gehouden met restzettingen van in het verleden (mogelijk) uitgevoerde terreinophogingen (behalve de gedeeltelijke terreinophoging uitgevoerd bij de aanleg van fase 1), en met externe invloeden, zoals extreme grondwaterstandsverlaging(en);
De invloed van de voorbelasting op watergangen, objecten of belendende percelen is niet beschouwd, dit is geen onderdeel van de huidige opdracht.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
4.3
- 10 -
Grondprofiel en samendrukkingsparameters
De grondopbouw is bepaald aan de hand van de resultaten van het uitgevoerde grondonderzoek. Omdat op de huidige projectlocatie vanwege de aanwezigheid van een zandrug grote verschillen in de grondopbouw voorkomen, zijn voor het gebied drie grondprofielen opgesteld (zie figuur 4-1). De karakteristieke waarden voor de grondeigenschappen (volumieke gewichten, samendrukkingsparameters en consolidatiecoëfficiënten) zijn bepaald aan de hand van de resultaten van het uitgevoerde grondonderzoek (met behulp van tabel 2.b van NEN9997-1:2017), het laboratoriumonderzoek alsmede de ervaring welke is opgedaan in het ontwikkelingsgebied De Triangel, dit gebied kent een overeenkomende grondopbouw. Bij het bepalen van de parameters is tevens de relatief kleine belastingtoename meegewogen, deze parameter set is daarom niet geschikt voor significant hogere belastingen. In de uitwerking is gekozen voor het model NEN-Koppejan met de optie natuurlijke rek. De geschematiseerde grondopbouw met de karakteristieke waarden van de grondparameters voor de verschillende lagen is weergegeven in tabel 4-1 tot en met tabel 4-3. Uit het AHN blijkt dat tijdens de aanleg van fase 1 van het project ook in het huidige projectgebied enige herprofilering heeft plaatsgevonden waarbij het maaiveld gedeeltelijk is opgehoogd en een aantal grotere watergangen zijn gegraven langs de randen van het projectgebied.
Ten aanzien van de maaiveldniveaus die in de berekeningen als uitgangspunt dienen, wordt uitgegaan van de oorspronkelijke maaiveldniveaus voor deze ingreep (zie ook figuur 4-2). Op basis van de grondprofielen en de maaiveldniveaus is het gebied vervolgens in een aantal subgebieden opgedeeld. De ligging van deze sub-gebieden is in figuur 4-3 weergegeven.
Figuur 4-1
Onderverdeling in profielen
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
Figuur 4-2
Maaiveldniveaus (berekeningsuitgangspunt)
Figuur 4-3
Onderverdeling in sub-gebieden
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
- 11 -
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
Tabel 4-1
- 12 -
Geotechnisch profiel A en karakteristieke grondparameters (model NEN-Koppejan)
Laag o.k. laag nr. [NAP +m]
Classificatie Grondslag
veld/sat
Cp
C 'p
Cs
Cs'
cv
[kN/m³]
[-]
[-]
[-]
[-]
[m2/s]
0
-5,5 / -6,0
Maaiveld
-
-
-
-
-
-
1
-7,0
Klei, zandig
17,0/17,0
240
60
900
240
1,00E-06
2
-8,6
Klei, humeus
14,0/14,0
40
10
160
40
5,00E-08
3
-9,5
Veen
10,5/10,5
40
10
160
40
1,00E-07
4
-10,0
Klei, humeus
14,0/14,0
40
10
160
40
5,00E-08
5
-11,2
Klei
15,0/15,0
60
15
300
60
5,00E-08
6
-12,0
Veen
10,5/10,5
40
10
160
40
1,00E-07
Tabel 4-2
Geotechnisch profiel B en karakteristieke grondparameters (model NEN-Koppejan)
Laag o.k. laag nr. [NAP +m]
Classificatie Grondslag
veld/sat
Cp
C 'p
Cs
Cs'
cv
[kN/m³]
[-]
[-]
[-]
[-]
[m2/s]
0
-5,5 / -5,1
Maaiveld
-
-
-
-
-
-
1
-6,5
Klei, zandig
17,0/17,0
240
60
900
240
1,00E-06
2
-8,0
Klei, humeus
14,0/14,0
40
10
160
40
5,00E-08
3
-8,8
Veen
10,5/10,5
40
10
160
40
1,00E-07
4
-9,5
Klei
15,0/15,0
60
15
300
60
5,00E-08
Tabel 4-3
Geotechnisch profiel C en karakteristieke grondparameters (model NEN-Koppejan)
Laag o.k. laag
Classificatie
nr.
Grondslag
[NAP +m]
veld/sat
Cp
C 'p
Cs
Cs'
cv
[kN/m³]
[-]
[-]
[-]
[-]
[m2/s]
0
-5,5 / -6,0
Maaiveld
-
-
-
-
-
-
1
-8,6
Klei, zandig
17,0/17,0
240
60
900
240
1,00E-06
2
-9,5
Veen
10,5/10,5
40
10
160
40
1,00E-07
3
-10,2
Klei, humeus
14,0/14,0
40
10
160
40
5,00E-08
4
-11,2
Klei
15,0/15,0
60
15
300
60
5,00E-08
5
-12,0
Veen
10,5/10,5
40
10
160
40
1,00E-07
Hierin is: veld /sat Volumiek gewicht van veldvochtige grond / volumiek gewicht van verzadigde grond Cp/Cp' Primaire samendrukkingscoëfficiënt onder / boven de grensspanning Cs/Cs' Secundaire samendrukkingscoëfficiënt onder / boven de grensspanning C/ C' Samendrukkingscoëfficiënt onder / boven de grensspanning cv Consolidatiecoëfficiënt volgens Terzaghi
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 1803867 Plaats : Waddinxveen Project : Plangebied t Suyt - fase 2
- 13 -
In de samendrukbare grondlagen is een POP (pre-overburden pressure) aangehouden van 10 kPa. Hiermee wordt een mate van aanpassing van de ondergrond aan grondwaterstandswisselingen in het verleden in rekening gebracht. De freatische grondwaterstand is aangehouden op NAP -6,8 m, de stijghoogte in het zandpakket onder het samendrukbaar pakket is aangehouden op NAP -6,0 m.
4.4
Openbaar terrein
4.4.1 Berekeningsresultaten Voor het project is door de gemeente Waddinxveen een restzettingseis vastgesteld. De restzettingseis bedraagt maximaal 0,10 m in 30 jaar (≈ 10.000 dagen) voor het openbaar terrein (en voor de parkeerkoffers in het uitgeefbaar gebied). In tabel 4-4 is voor de beschouwde bodemprofielen de berekende eindzettingen ten gevolge van de netto en bruto ophoging weergegeven. De tijdzettingsdiagrammen voor de bruto eindzetting zijn opgenomen in bijlage C. Uit het tijd-zettingsverloop wordt geconcludeerd dat in gebied A2 en C1 zonder aanvullende maatregelen niet aan de restzettingseis wordt voldaan. Bij gebied A1 wordt ten aanzien van de netto ophoging wel aan de restzettingseis voldaan, ten aanzien van de bruto ophoging niet meer. Dit betekent dat bij aanleg van de weg zonder dat daarna in het kader van onderhoud opnieuw wordt opgehoogd, de zettingen van de weg naar verwachting kleiner zijn dan 0,1 m in 30 jaar, maar dat wanneer in het kader van onderhoud tussentijds wordt opgehoogd (herprofilering), niet meer aan deze restzettingseis wordt voldaan (er wordt dan meer massa aangebracht). Hier dient een keuze te worden gemaakt of wel of niet aanvullende maatregelen worden genomen. Bij gebied B1 en B2 zijn de te verwachten zettingen kleiner, hier wordt voldaan aan de restzettingseis en zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk.