Bijlage 1. Memo septembercirculaire 2025
Tekst van het document
MEMO Zaakkenmerk: 316101 Documentkenmerk: 316164 Doelgroep: Raad Onderwerp: Septembercirculaire 2025 Afzender: Wethouder Vleij Datum: 28 oktober 2025 Geachte Raad,
De Miljoenennota 2026 van het Rijk is op 16 september 2025 bekend gemaakt. Deze nota kijkt vooruit naar de Rijksbegroting voor de komende jaren. Dit heeft ook gevolgen voor de uitkeringen uit het Gemeentefonds aan gemeenten. De Septembercirculaire 2025 informeert gemeenten over deze gevolgen en is op Prinsjesdag verscheen. In de 2 e Burap 2025 en de Programmabegroting 2026-2029 hebben wij de uitkomsten van de meicirculaire gehanteerd en hebben wij in de berekening van de uitkering van het gemeentefonds rekening gehouden met de woningbouwprognose van juni 2025, en de bijbehorende verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners, het aantal jeugdigen < 18 jaar en het aantal inwoners >= 75 jaar. Dezelfde uitgangspunten hebben wij gehanteerd bij de doorrekening van de effecten van de septembercirculaire. Omdat dit jaar de 2e Burap 2025 in november vastgesteld wordt in de raad, is het niet mogelijk om de effecten van de septembercirculaire, net als voorgaande jaren, te verwerken in de 2e Burap. Financieel effect septembercirculaire 2025: Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
Beginstand septembercirculaire 2025 Mutaties septembercirculaire 2025
68.349 2.135
69.891 1.407
71.493 308
71.043 161
72.427 94
Eindstand septembercirculaire 2025
70.484
71.298
71.801
71.204
72.521
Het netto verschil tussen deze septembercirculaire 2025 en de voorgaande meicirculaire 2025 is als volgt (ten opzichte van basisjaar 2025, - = budgettair nadeel). Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
Bruto verschil septembercirculaire 2025
2.135
1.407
308
161
94
Mutatie lasten of ov. baten begroting
1.090
1.124
137
57
57
Netto verschil septembercirculaire 2025
1.045
283
171
104
37
1. Gevolgen septembercirculaire 2025 voor Begroting 2025 Voor 2025 in de 2e Burap de kosten op basis van realistische inschatting in de prognose verwerkt. Daarom leiden niet alle mutaties in de opbrengsten vanuit het gemeentefonds ook tot hogere lasten in 2025. In 2025 worden de lasten alleen opgehoogd voor de (meer)kosten voor de spreidingswet en voor dotatie aan de egalisatiereserve Sociaal Domein. Per saldo heeft dit tot gevolg dat het verwachte resultaat over 2025 € 1,0 miljoen hoger zal uitvallen dan bij de 2e Burap 2025 is gemeld.
2. Gevolgen septembercirculaire 2025 voor Programmabegroting 2026-2029 De septembercirculaire 2025 heeft voordelige structurele gevolgen voor de Programmabegroting 2026-2029. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: - De actualisatie van het accres voor de jaren 2026 en verder. Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel; het volumedeel is ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres en het nominale deel is ter compensatie van loon- en prijsstijging; - Compensatie van incidentele tekorten Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024; - De aanvullende mutaties in de uitkeringsfactor van het Gemeentefonds. Tabel 1: Financieel effect septembercirculaire 2025
De mutaties van bovenstaande tabel worden hieronder toegelicht. (1) Meicirculaire 2025 Dit is de uitkering uit het gemeentefonds na doorrekening van de meicirculaire 2025. De toelichting hiervan staat in bijlage 3 ‘Financiële effecten van meicirculaire 2025’ bij de 2e kaderbrief 2026-2029 en is verwerkt in de 2e Burap 2025. (2) Septembercirculaire 2025 Dit is het saldo van de uitkering uit het gemeentefonds na doorrekening van de septembercirculaire 2025. (3) Verschil septembercirculaire 2025 en meicirculaire 2025 Dit betreft het verschil tussen de septembercirculaire 2025 en meicirculaire 2025. Een positief bedrag betekent een hogere uitkering, een negatief bedrag een lagere uitkering. Het verschil heeft meerdere oorzaken. Dit wordt op hoofdlijnen toegelicht onder nummer 4 tot en met 18. (4) Volumeaccres historisch Bbp Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2026 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV 2026). Voor de jaren 2026 en verder is de raming van het volumeaccres is neerwaarts bijgesteld.
(5) LPO accres prijs Bbp In de septembercirculaire 2025 is het LPO accres geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (MEV 2026). De indexatie voor loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). Voor de jaren 2026 en verder is de raming neerwaarts bijgesteld. (6) Voorschot ruimte onder BCF-plafond 2024 Het BTW-compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. In 2025 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,5 miljard. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2025 € 428 miljoen. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om een incidenteel voordeel van € 713.000. Waddinxveen had hiervoor al een stelpost opgenomen van € 460.000, zie (18). Per saldo is het voordeel € 253.000. (7) Hoeveelheidsverschillen Door de continue ontwikkeling van (landelijke en eigen) aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden, enz. vinden er bij iedere circulaire aanpassingen plaats. Bij de berekening van de septembercirculaire is rekening gehouden met de op dit moment bekende areaalgegevens.
Dit is inclusief onze verwachting van het aantal woningen en inwoners per 1 januari 2025 waarmee in de meicirculaire 2025 al rekening is gehouden. (8) Overige mutaties (9) Mutaties IU/DU/SU en taakmutaties < € 25.000 De overige mutaties is het subtotaal van algemene mutaties in de algemene uitkering. Daarnaast zijn ook taakmutaties onder de € 25.000 en mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen onder de € 25.000 opgenomen.
Taakmutaties Taakmutaties zijn middelen die het Rijk via de algemene uitkering beschikbaar stelt voor bepaalde doelen. Deze mutaties kunnen gevolgen hebben voor de lasten en/of baten in de begroting. In deze circulaire zijn ook weer enkele taakmutaties opgenomen. De taakmutaties groter dan € 25.000 worden hieronder nader toegelicht. (10) Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Voor Waddinxveen gaat het om een incidenteel voordeel in 2025 van € 1.053.000. Deze middelen worden toegevoegd aan de egalisatiereserve Sociaal Domein. (11) Loon- en prijsbijstelling middelen Jeugdhulp Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn al in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd. Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026, € 19,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 19 miljoen structureel vanaf 2029.
Voor de gemeente Waddinxveen gaat het om € 34.000 in 2026 en € 29.000 voor 2027 en verder. (12) Implementatie Participatie in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar. Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. Voor de gemeente Waddinxveen gaat het in 2025 om € 38.000, 2026 € 16.000, 2027 € 4.000, 2028 en 2029 € 1.000. (13) Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen.
Voor Waddinxveen bedraagt het incidentele voordeel in 2025 € 116.000.
Integratie-uitkeringen(IU)/Decentralisatie-uitkeringen (14) Participatie (IU) In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie). Voor Waddinxveen gaat het in 2025 om € 68.000, 2026 € 73.000 en 2027 € 77.000.
(15) Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken (zie ook paragraaf 3.2.3 van de decembercirculaire 2024). Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Voor Waddinxveen gaat dit om een bedrag van € 37.000 in 2025. (16) Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. In 2026 wordt een bedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op he gebied van klimaat- en energiebeleid. Van dit bedrag wordt € 30,5 miljoen in een volgende circulaire verdeeld op basis van een nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 2030 maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Voor de gemeente Waddinxveen die geld ontving via de SPUK gaan we er, tot de definitieve verdeling van de middelen bekend is, van uit dat de omzetting naar een decentralisatieuitkering budgettair neutraal. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering.
Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering voor de vergroting van hun capaciteit. Daarnaast zijn aanvullend middelen beschikbaar voor gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben aangevraagd voor bijvoorbeeld het instellen van een zero emissie-zone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgrasvrij maken van woningen. (17) Overheidsbrede Dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de DU Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empatische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar. Voor de gemeente Waddinxveen, die geld ontving via de SPUK is de omzetting naar een decentralisatie-uitkering budgettair neutraal.
Bijlage(n) 1. Septembercirculaire 2025