Bijlage 1. BP Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a), toelichting, regels, bijlagen
Tekst van het document
Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.35 kap De volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°. 1.36 kelder Een afgedekt gedeelte van een gebouw, waarvan meer dan de helft van de inhoud beneden peil is gelegen. 1.37 kunstwerk Bouwwerk ten behoeve van infrastructurele en/of waterhuishoudkundige voorzieningen. 1.38 ondergeschikte functie Functie waarvoor maximaal 30% van het bruto-vloeroppervlak tot een maximum van 50 m² als zodanig gebruikt mag worden. 1.39 parkeren Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.40 peil a. Voor hoofdgebouwen: de wegkruin van de voorliggende weg; b. voor bijbehorende bouwwerken welke direct aangebouwd zijn aan het hoofdgebouw: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw;
76
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
c. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.41 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.42 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.43 recreatief medegebruik Vormen van recreatie (zoals wandelen en fietsen) waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is en waar in hoofdzaak kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn. 1.44 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch en/of pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.45 stallen van voertuigen Het in een garage of andere bewaarplaats zetten van voertuigen. 1.46 twee-aaneen gebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee-aaneen gebouwde woningen. 1.47 voorerfgebied Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied.
1.48 voorgevel Het voorste deel van de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, ligging aan de weg, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.49 voorgevellijn De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.50 vrijstaande woning Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning of functie. 1.51 wonen Het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid door één afzonderlijk huishouden. 1.52 woning Een complex van ruimten, uitsluitend voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.53 zijgevel Een gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw die voor- en achtergevel met elkaar verbindt.
Regels
77
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van een bouwwerk, waar de afstand het kortst is. 2.2 bebouwingspercentage De verhouding tussen het bebouwde deel van een bebouwingsvlak of bestemmingsvlak en het onbebouwde deel. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: Indien de goot/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager zijn gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7 de lengte, breedte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.8 de oppervlakte van een gebouw Tussen de buitenwerkse gevelvlakken (inclusief overbouwingen) en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
78
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. ontsluitingswegen en -paden; c. voet- en fietspaden; d. parkeervoorzieningen; e. water; f. speelvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 4 meter mag bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
Regels
79
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 4
Recreatie
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatief gebruik met bijbehorende voorzieningen; b. groenvoorzieningen; met de daarbij behorende: c. bouwwerken geen gebouw zijnde; d. voet- en fietspaden; e. bruggen en duikers f. voorzieningen van openbaar nut; g. kunstwerken; h. water. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 4 m; b. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 5 m; c. de hoogte van beeldende kunst bedraagt maximaal 4 m; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond
80
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 5
Tuin
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daarbij behorende b. in- en uitritten; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. water; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. kunstwerken. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken zoals erkers, aan- en uitbouwen gelden de volgende regels: a. de breedte van een aan- of uitbouw bedraagt maximaal 50% van de breedte van de voorgevel en/of van de zijgevel van het hoofdgebouw; b. de bouwhoogte van een aan- en/of uitbouw bedraagt de eerste volledige bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; c. de diepte van een aan- en/of uitbouw bedraagt maximaal 25% van de diepte van de gronden met de bestemming 'Tuin', met een maximum van 1,50 m; d. aan- en/of uitbouwen aan de zijgevel van een hoofdgebouw dienen tenminste 1 m achter de voorgevellijn gesitueerd te worden. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 m. 5.2.4 Algemene bouwregels voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken In afwijking van het bepaalde in 5.2.2 zijn ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten aangebouwde bijbehorende bouwwerken' geen aangebouwde bijbehorende bouwwerken toegestaan.
Deze gronden worden niet aangemerkt als erf zoals bedoeld in artikel 1 bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht waarmee vergunningsvrije bouwwerken niet zijn toegestaan. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Verharden tuinen Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van de gronden ten behoeve van 'Tuin', indien de verharding van het tuinoppervlak: meer bedraagt dan: a. 50% van het tuinoppervlak of b. 75% van het tuinoppervlak in geval van een tuinoppervlak kleiner dan of gelijk aan 100 m².
Regels
81
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 6
Verkeer
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; met de daarbij behorende: b. ongebouwde parkeervoorzieningen; c. fietsenstallingen; d. voet- en fietspaden; e. groenvoorzieningen, waaronder bermen, taluds en beplanting; f. kunstwerken; g. water; h. waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 m.
82
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 7
Water
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. watergangen, oevers en waterpartijen; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bermen, taluds en groenvoorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. kunstwerken, waaronder bruggen en duikers. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 5 m; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m. 7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. woonschepen en drijvende woningen als ligplaats; b. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
Regels
83
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 8
Wonen
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroepen en bedrijfsactiviteiten; met de bijbehorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. water; e. parkeervoorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 8.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen als genoemd in 8.1 gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. hoofdgebouwen worden in de volgende vorm gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': een vrijstaande woning; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' een twee-aaneengebouwde woning of een vrijstaande woning; c. het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven op verbeelding met de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; d. de afstand van hoofdgebouwen van vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen tot de zijerfgrens bedraagt ten minste 3 m met uitzondering van tussengevels van twee-aaneengebouwde woningen; e. de voorgevel van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen wordt in of maximaal 3 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak gebouwd; f. de bouwhoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding met de aanduiding 'maximum bouwhoogte;' g. de goothoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen is aangegeven op de verbeelding met de aanduiding 'maximum goothoogte'; h. de maximale inhoud van woningen bedraagt 750 m³; i.
indien en voor zover de woningen niet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zijn deze slechts toegestaan indien de woningen voldoen aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde (voor wegverkeerslawaai); j. bij een geluidsbelasting hoger dan 53 dB op de gevel van een nieuwe woning: 1. wordt deze gevel, of het deel van de gevel ter plaatse van de overschrijding, doof uitgevoerd; 2. bezit de woning een geluidsluwe gevel; 3. dient op elke verdieping met één of meer verblijfsruimten, ten minste één verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel te zijn gesitueerd. 8.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. aangebouwde bijbehorende bouwwerken op minimaal 1 m afstand achter de voorgevellijn zijn toegestaan; 2. vrijstaande bijbehorende bouwwerken op minimaal 3 m afstand achter de voorgevellijn zijn toegestaan; b. de gronden, gelegen buiten het bouwvlak mogen voor maximaal 50% bebouwd worden met een
84
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
maximum van 50 m². Voor bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m² mag het oppervlakte van 50 m² vermeerderd worden met 10% van het oppervlakte dat het bouwperceel groter is dan 500 m², tot een maximum van 120 m²; c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt maximaal de eerste volledige bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; d. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 3 m; e. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 5 m. 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn bedraagt maximaal 1 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 2 m. Indien de terreinafscheidingen op de grens met het openbaar gebied staan, bedraagt de bouwhoogte: 1. maximaal 1 m; 2. maximaal 2 m, indien deze tenminste op een afstand van 1 m ten opzichte van de perceelgrenzen wordt gerealiseerd; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2,5 m. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Afwijken dakopbouw en topgevels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 sub g voor het overschrijden van de maximaal toegestane goothoogte, teneinde een dakopbouw of topgevel in de voorgevels te realiseren, met dien verstande dat: a. de goothoogte niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de overschrijding niet meer mag bedragen dan 1,5 m; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit van de bebouwing en aan het straatbeeld; c. er geen onevenredige aantasting van het woongenot van omwonenden plaatsvindt. 8.3.2 Afwijken erkers Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.3 sub a voor het oprichten van erkers, met dien verstande dat: a. de breedte van een erker maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt; b. de bouwhoogte van een erker de eerste volledige bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; c. de diepte van een erker maximaal 25% van de diepte van de gronden bedraagt met de bestemming 'Wonen', met een maximum van 1,50 m. 8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijfsactiviteiten Woningen mogen mede worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten als ondergeschikte functie met dien verstande dat: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en de bij de woning behorende bouwwerken mag worden gebruikt tot een maximum van 50 m²; b. de woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; c. de activiteiten worden uitgeoefend door tenminste een bewoner van de woning en ten hoogste één werknemer; d. groothandel, horeca en detailhandel zijn uitgesloten, uitgezonderd verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsactiviteiten alsmede goederen die ter plaatse in het kader van de aan-huis-gebonden activiteiten zijn vervaardigd; e. er geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de buurt als gevolg van
Regels
85
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
f.
bijvoorbeeld geluids- of geuroverlast, reclame, verkeersaantrekkende werking of een onaanvaardbare parkeerdruk in de openbare ruimte waardoor extra verkeersmaatregelen waaronder parkeervoorzieningen noodzakelijk worden; er geen activiteiten plaatsvinden waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van milieuwetgeving verplicht is.
8.4.2 Afsluiten mechanische ventilatie De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor wonen indien ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in de woning door bewoners kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten. 8.4.3 Verharden tuinen Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van de gronden ten behoeve van de functie tuin, indien de verharding van het tuinoppervlak: meer bedraagt dan: a. 50% van het tuinoppervlak of b. 75% van het tuinoppervlak in geval van een tuinoppervlak kleiner dan of gelijk aan 100 m². 8.5
Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Afwijken aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 8.4.1 teneinde een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit bij een vrijstaande woning toe te staan tot een oppervlakte van maximaal 90 m², met dien verstande dat: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en de bij de woning behorende bouwwerken mag worden gebruikt; b. de overige bepalingen in sublid 8.4.1 van overeenkomstige toepassing zijn.
86
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 9
Leiding - Water
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een hoofdwaterleiding met de daarbij behorende beschermingszone, waarbij de bestemming 'Leiding - Water' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. 9.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 9.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels. 9.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Leiding - Water' mede bestemde gronden. 9.2.2 Uitzonderingen Het in lid 9.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op andere bouwwerken ten behoeve van de hoofdwaterleiding met een bouwhoogte van maximaal 3 meter. 9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 9.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits de bouw verenigbaar is met de belangen van de hoofdwaterleiding en de leidingbeheerder daarover heeft geadviseerd. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 9.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a.
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen of bomen; b. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het verrichten van grondroeractiviteiten (b.v. het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. diepploegen; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 9.4.2 Uitzonderingen Het in lid 9.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden; b. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding en/of onderhoud aan de leiding; c. noodzakelijk zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan of waarvoor op dat tijdstip reeds een vergunning was verleend; e. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
9.4.3 Toetsingscriteria De in lid 9.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien de werken en/of werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de hoofdwaterleiding en de leidingbeheerder daarover heeft geadviseerd.
Regels
87
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
88
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 11
Algemene bouwregels
11.1 Bestaande bouwwerken a. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer respectievelijk minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid a uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 11.2 Overschrijding bouwgrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, airco-units en warmtepompen, schoorstenen, zonnecollectoren, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 2 m bedraagt, met dien verstande dat voor balkons 4 m is toegestaan voor zover deze niet boven de bestemming 'Verkeer' zijn gelegen. 11.3 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. Binnen het plangebied mag onder hoofdgebouwen ondergronds worden gebouwd; b.
de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil; c. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a ten behoeve van het ondergronds bouwen buiten de grenzen van het hoofdgebouw, mits er bovengronds geen sprake is van een visueel effect.
Regels
89
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
12.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. de aanleg of het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats voor onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruik van gronden en gebouwen voor het uitoefenen van prostitutie en de exploitatie van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden en gebouwen voor de exploitatie van een coffeeshop.
90
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
13.1 Afwijken bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. het overschrijden van bebouwings- of bestemmingsgrenzen voor zover betrekking hebbende op erkers, balkons, buitentrappen, luifels en soortgelijke bouwwerken; b. het overschrijden van bebouwings- of bestemmingsgrenzen door gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen ingeval de overschrijding meer bedraagt dan op grond van de bouwregels is toegestaan; c. beneden peil gelegen ruimtes in één laag binnen en buiten het bouwvlak. Voordat afwijking wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap; d. containers, al dan niet beneden peil gelegen, voor het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval; e. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; f. de bestemmingsbepalingen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bouwgrenzen met maximaal 3 m, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; g.
de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; h. de bouw van nutsvoorzieningen, mits: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m²; 2. er sprake is van maximaal één bouwlaag; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m. 13.2 Afwijken overige regels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de regels ten behoeve van bouwwerken voor de stalling van fietsen, motorfietsen, scooters, scootmobielen en soortgelijke vervoersmiddelen; de vergunning kan voor een bepaalde termijn worden verleend; ook kan een persoonsgebonden vergunning worden verleend.
Regels
91
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 14
Overige regels
14.1 Parkeerregeling a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de wijziging van de gebruiksomvang en/of de wijziging van de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de nota ’Parkeerbeleid', van de gemeente Waddinxveen, vastgesteld op 9 juli 2014 en de Notitie 'Toepassing parkeerbeleid en resultaten', van de gemeente Waddinxveen, vastgesteld op 9 mei 2017 en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. b. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na de realisering in stand te worden gehouden. d. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en b: 1.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
92
Regels
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Hoofdstuk 4 Artikel 15
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 15.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 15.1 sub a met maximaal 10%. c. 15.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 15.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 15.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 15.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels
93
bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a)
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a) van de gemeente Waddinxveen.
94
Regels
NL.IMRO.0627.BPplasweg20a-0401
Park Polderstaete (Plasweg 20 en 20a) VASTGESTELD
5 juni 2025