CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Bredeweg 7-11 (Toelichting en regels)

Commissie Ruimte + Infrastructuur 14 september 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Bredeweg 7-1126.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee Nee Nee Nee

49

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

6.3.3 Aanvullend ecologisch onderzoek Als vervolg op het ecologisch onderzoek heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een aanvullend onderzoek naar steenuil, ransuil en vleermuizen uitgevoerd (rapport van december 2021, rapportnr. 21A078, Bijlage 6). Op basis van het aanvullend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden vastgesteld (overgenomen uit rapport). Vleermuizen Tijdens de veldbezoeken is in het plangebied alleen de Gewone dwergvleermuis waargenomen. De Laatvlieger is alleen buiten het plangebied waargenomen. Zomer- en kraamverblijfplaatsen Bij huisnummer 8 is eenmaal een invliegende Gewone dwergvleermuis waargenomen. Het betreft een incidenteel zoekmoment van een verblijfplaats. Bij nadere bouwkundige inspectie bleek de ongeschiktheid als vaste rust- en verblijfplaats, onder meer uit de afwezigheid van de keutels in de holte. Paarverblijf- en zwermplaatsen Tijdens de vleermuisonderzoeken met betrekking tot de paarverblijven zijn twee avondbezoeken uitgevoerd. Tijdens deze veldbezoeken zijn geen paarverblijven aangetroffen. Winterverblijfplaats Het is niet aannemelijk dat de zomerverblijfplaats gebruikt wordt door vleermuizen als winterverblijfplaats, omdat het hier niet om een beschutte ruimte gaat. Er is namelijk geen spouwmuur aanwezig.

Foerageergebied Het plangebied wordt spaarzaam gebruikt als foerageergebied door veel minder exemplaren van verwacht. Het betreft geen essentieel foerageergebied. Er werd van het plangebied wel gebruik gemaakt om te foerageren langs de woningen en langs de bomen binnen het plangebied. De bomen blijven behouden in de nieuwe situatie en houden zodoende ook hun foerageerfunctie. Steenuil en Ransuil De aanwezigheid van een nest van de Steenuil of Ransuil is niet aangetroffen en kan worden uitgesloten. In de omgeving van het plangebied bevinden zich twee nestkasten voor de Steenuil. Deze steenuilen zullen logischerwijs ook foerageren in het plangebied. De eigenaar van het plangebied is voornemens een nestkast te plaatsen ter bevordering van de steenuilenstand. Aanbevelingen Het is gewenst natuur-inclusief te bouwen en een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor vleermuizen: Voor vleermuizen dienen kasten te worden ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels dienen vleermuiskasten te worden geplaatst. Het voornemen is om acht vleermuiskasten op te hangen. Daarnaast wordt aanbevolen in een groenvoorziening een groepskast voor vleermuizen op een paal aan te brengen. Aanbevolen wordt voorzieningen te treffen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis.

Voor de Steenuil wordt een nestkast aanbevolen ter bevordering van de steenuilenstand. Algemene Zorgplicht Voor alle planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht die is opgenomen. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora en/of fauna kan hebben, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan op basis van het ecologisch onderzoek en aanvullend onderzoek naar de steenuil, ransuil en vleermuizen worden geconcludeerd dat er vanuit gebiedsbescherming en soortenbescherming geen ecologische beperkingen zijn. De in de rapporten genoemde aanbevelingen zullen worden overgenomen bij uitwerking van de bouwplannen. De zorgplicht is te allen tijde van kracht.

50

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

Toelichting

51

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

52

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische opzet

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

7.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.

7.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw De gronden achter de bestemming 'Wonen' zijn bestemd als ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ zonder

Toelichting

53

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

bouwvlak ten behoeve van glastuinbouwbedrijven. Deze regels zijn conform het bestemmingsplan 'Glasparel+'. Tuin Artikel 4 De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bestemd voor tuinen, behorende bij de in de aangrenzende bestemming gelegen hoofdgebouwen (bestemd als 'Wonen'). Op de gronden met deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Wonen Artikel 5 De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor wonen. Bij de woonfunctie zijn aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven onder voorwaarden toegestaan. Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen en aan- of uitbouwen en andere bouwwerken. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan. In de bouwvlakken is het maximum aantal woningen per bouwvlak vermeld. Verder zijn in de regels de maximale goot- en bouwhoogten, alsmede inhoudsmaat aangegeven. Buiten het bouwvlak zijn bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) toegestaan. Hierbij geldt dat de gronden buiten het bouwvlak voor maximaal 50% mogen worden bebouwd, tot een maximum van 50 m². Op percelen groter dan 500 m² mogen, afhankelijk van de perceelsgrootte, meer bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Via een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een dakopbouw, een hekwerk op een dakterras of een Bed & Breakfast toestaan. De zes nieuw te bouwen woningen mogen pas in gebruik worden genomen, nadat voldoende voormalige bedrijfsbebouwing is gesloopt. Dit is geborgd in de specifieke gebruiksregels. Voor de boerderijwoning op nummer 9 is een specifieke bouwaanduiding opgenomen om de cultuurhistorische waarde te benadrukken. Het slopen van deze woning is niet toegestaan zonder een sloopvergunning van het bevoegd gezag. In de boerderij zijn twee wooneenheden toegestaan. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Algemene bouwregels Artikel 7 In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, kelders en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Artikel 8 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen.

Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn de parkeerregels opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen.

54

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Overgangsrecht Artikel 11 Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 11.1 e.v. van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 11.4 e.v. van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 12 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

7.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

Toelichting

55

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

56

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 8 8.1

Economische uitvoerbaarheid

Financiële haalbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.

Toelichting

57

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

58

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke betrokkenheid

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal personen en/of instanties.

9.2

Communicatie

Hier volgt een bespreking van de momenten dat omwonenden zijn ingelicht en betrokken zijn bij de planvorming en hoe de argumentatie zijn weerslag in het bestemmingsplan heeft gevonden. Initiatiefnemer heeft op 8 oktober 2020 de eigenaar van een glastuinbouwbedrijf aan het Jan Hendrikspad 2 in Zevenhuizen (Robert Zwinkels B.V.) geïnformeerd over het planinitiatief. Verder is de eigenaar van de Bredeweg 82, in Zevenhuizen en de aangrenzende eigenaar Duurzaam Glas B.V./ Wayland B.V. op de hoogte gesteld van de planontwikeling. Verder zijn er in de directe nabijheid van het plangebied geen overige belanghebbenden.

9.3

Zienswijzen

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 9 december 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is één schriftelijke zienswijze ontvangen van de provincie Zuid-Holland. De ingekomen zienswijze is hieronder samengevat en daaronder beantwoord. Aangegeven is of deze zienswijze al dan niet gegrond is en of het bestemmingsplan hierop is aangepast. Samenvatting zienswijze provincie Zuid-Holland a. Het nieuwe plan zorgt voor een kwaliteitsverbetering ter plaatse en ook zal het de toekomstige gebruiksmogelijkheden van het achterliggende glastuingebied niet in de weg staan. Aangrenzend in dezelfde lintbebouwing langs de Bredeweg liggen percelen met de bestemming ”Gemengd”, waar volgens het bestemmingsplan 'Glasparel+' eveneens woningen (9) zijn toegestaan. Gelet hierop kan de provincie instemmen met toepassing van de aanpassingsmogelijkheid, mits de begrenzing van de bestemming “Wonen” aan de achterzijde in een lijn komt te liggen met de begrenzing van de bestemming “Gemengd” in het aangrenzende bestemmingsplan 'Glasparel+'. Deze strook krijgt conform het geldende bestemmingsplan 'Glasparel+' de bestemming 'Agarisch - Glastuinbouw' zonder bouwvlak. b. De provincie is van mening dat de herontwikkeling van het erf moet worden gezien als een vorm van “aanpassen”.

De Bredeweg wordt gekenmerkt door typische grote erven, deze zijn over het algemeen qua korrel groter dan andere linten in de omgeving Zuidplaspolder. Een stevige invulling van het erf is hier dan ook passend. Zowel de functieverandering als de schaal, ondanks bijna verdubbeling van het kavel, zijn passend in dit lint. Gevraagd wordt de toelichting hierop aan te passen. Beantwoording a. Met de provincie zijn wij van mening dat het beter is om de achterzijde van het plangebied te laten aansluiten op de bestemming 'Gemengd' van het aan weerszijden gelegen bestemmingsplan 'Glasparel+'. De verbeelding wordt hierop aangepast. De achter de bestemming 'Wonen' gelegen gronden worden overeenkomstig de aan weerszijden gelegen gronden bestemd voor 'Agrarisch Glastuinbouw' zonder bebouwing. b. De provincie onderschrijft op hoofdlijnen de motivering zoals opgenomen in de toelichting, dat het saneren van de agrarische bebouwing en het terugplaatsen van woningen een kwaliteitsverbetering met zich meebrengt, mits er voldoende rekening wordt gehouden met de karakteristieken van het lint. Op voor een aantal aspecten is echter nog onvoldoende aandacht besteed. Door de verschillende losse nieuwe woonkavels is er geen sprake meer van één afgebakend erf.

De kleinere woonerven, met elk een eigen ontsluiting op de Bredeweg, doen daarmee afbreuk aan de maat en schaal van de gewenste grotere eenheid van het erf. Wij merken hierover op dat niet alle woningen een eigen inrit krijgen. Vier woningen krijgen een gezamenlijke uitrit, zoals weergegeven in figuur 4

Toelichting

59

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

van de plantoelichting. De tekst in de plantoelichting is hierop aangepast. Conclusie De zienswijze van de provincie leidt tot de volgende aanpassingen in de plantoelichting, regels en op de verbeelding. a. In de toelichting zijn teksten in de paragrafen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten, 3.3 Nieuwe situatie, 3.5 Beeldkwaliteit en 4.2 Provinciaal beleid geactualiseerd over ruimtelijke kwaliteit en 'aanpassen'. b. In de regels is de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' toegevoegd. Verder zijn de begripsbepalingen 'agrarisch bedrijf' en 'glastuinbouw' opgenomen. c. De verbeelding van het bestemmingsplan is aangepast door de achterzijde van de bestemming 'Wonen' in een lijn te brengen met de begrenzing van de bestemming “Gemengd” in het aangrenzende bestemmingsplan 'Glasparel+'. De strook hierachter heeft de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' gekregen.

60

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Regels

Regels

61

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen met identificatienummer NL.IMRO.0627.BPbredeweg9-0401 van de gemeente Waddinxveen. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw Een toevoeging van een (afzonderlijke) ruimte aan het hoofdgebouw, welke vanuit het hoofdgebouw toegankelijk is en functioneel deel uitmaakt van het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, ambachtelijk, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroeps- of bedrijfsactiviteit, inclusief ondergeschikte (productiegebonden) detailhandel, dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse.

1.7 achtererfgebied Het gedeelte van het (al dan niet bebouwde) perceel, dat is gelegen aan de achterzijde van een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt. 1.8 achtergevel De van de wegzijde gekeerde gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die evenwijdig of min of meer evenwijdig loopt aan de voorgevel. 1.9 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen voor glastuinbouw en hiermee gelijk te stellen gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen en/of teeltgebouwen. 1.10 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11 bebouwingsgrens Een grens van een bouwperceel, welke niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen.

62

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

1.12 bebouwingspercentage Een binnen een bij dit plan behorend geometrisch bepaald vlak of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van een deel van het bouwperceel, dan wel bouwvlak of bestemmingsvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; dit percentage heeft geen betrekking op ondergrondse parkeergarages. 1.13 Bed & Breakfast Een kleinschalige overnachtingsgelegenheid ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is. Onder een bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur. 1.14 begane grond bouwlaag De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.15 bestaande situatie a. Bij gebruik: (legaal) aanwezig op het moment van het van kracht worden van het plan; b. bij bouwwerken: (legaal) aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning. 1.16 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.18 bevoegd gezag Het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.20 bijgebouw Een al dan niet vrijstaand gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.21 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.23 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitzondering van onderbouw (kelder), kap of kapverdieping. 1.24 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

Regels

63

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

1.25 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.26 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.27 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28 bruto-vloeroppervlakte (bvo) Bruto-oppervlakte als bedoeld in NEN2580. 1.29 carport Een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een ander bouwwerk, bestaande uit maximaal twee gesloten wanden, bestemd om te dienen als overdekte stalling voor motorrijtuigen en daarvoor ook toegankelijk is vanaf de openbare weg. 1.30 cultuurhistorischewaarde De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.31 dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.32 dakkapel Een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt. 1.33 dakopbouw Het vergroten van een bestaande ruimte door het realiseren van een verhoging van het bestaande dak (nokverhoging) of door het optrekken van de gevel.

1.34 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.35 dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waaronder mede begrepen publieksgerichte dienstverlening, al of niet met baliefunctie, op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch of cosmetisch gebied, zonnebanken, kleinschalige kantoren, fotostudio's, uitzendbureaus, reisbureaus, belwinkels, internetcafé en kapsalons; onder dienstverlening wordt niet begrepen: garagebedrijven, prostitutie, een prostitutie-inrichting of seksinrichting en escortbedrijven. 1.36 dove gevel Een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33dB (ingeval van verkeerslawaai) en 35 dB (ingeval van industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzonderingen te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

1.37 erker Een aan- of uitbouw in één bouwlaag aan de voor- en/of zijgevel van een hoofdgebouw, die in open verbinding staat met het achterliggend vertrek.

64

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

1.38 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39 geluidgevoelige objecten Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.40 glastuinbouw Teelt van gewassen voor tuinbouw en sierteelt en hiermee gelijk te stellen gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen en teeltgebouwen. 1.41 hoofdgebouw Eén of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42 huishouden Een of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.43 inwoning Het bewonen van een niet-zelfstandige woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen. 1.44 karakteristiek Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels cultuurhistorische waarden van gebouwen op dat perceel worden beschermd of waaraan mogelijkheden zijn gekoppeld.

Van cultuurhistorische waarde is in ieder geval het hoofdgebouw en eventueel ook één of meer bijgebouwen. 1.45 kap De volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°. 1.46 kelder Een afgedekt gedeelte van een gebouw, waarvan meer dan de helft van de inhoud niet boven peil is gelegen. 1.47 nutsvoorziening Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit en de telecommunicatie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.48 overkapping Een bouwwerk met een open constructie en een dak met maximaal één gesloten wand. 1.49 parkeren Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.50 peil a. Voor hoofdgebouwen: de wegkruin van de voorliggende weg; b. voor aan- en uitbouwen: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; c. indien op of in het water gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil;

Regels

65

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

d. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.51 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.52 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.53 seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.54 stallen van voertuigen Het in een garage of andere bewaarplaats zetten van voertuigen. 1.55 uitbouw Een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.56 voorerfgebied Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.57 voorgevel Het voorste deel van de gevel van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die door zijn aard, ligging aan de weg, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.58 voorgevellijn De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; bij een hoekperceel wordt de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel, die naar de weg of openbaar groen is gekeerd ook beschouwd als voorgevellijn. 1.59 vrijstaande woning Een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere hoofdgebouw. 1.60 wonen Het gehuisvest zijn in een woning conform de onderhavige begripsbepaling. 1.61 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding. 1.62 zijgevel Een gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw die voor- en achtergevel met elkaar verbindt.

66

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van een bouwwerk, waar de afstand het kortst is. 2.2 bebouwingspercentage Het percentage van gronden, nader bepaald in de regels of op de verbeelding, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: Indien de goot/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager zijn gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak. 2.6 de horizontale bouwdiepte van een gebouw Een lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg toegekeerde gevel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8 de lengte, breedte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.9 de ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, dakgoten, overstekende daken en balkons, voor zover deze niet boven de openbare ruimte gelegen zijn, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1.50 meter bedraagt. Voor lifthuizen op daken geldt dat deze niet meer dan 10 % van het dakoppervlakte van het dak mag bedragen. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 de verticale diepte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het laagste ondergrondse punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.

Regels

67

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch - Glastuinbouw

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. glastuinbouwbedrijven; met de daarbij behorende: b. erven en terreinen; c. ontsluitingswegen, in- en uitritten; d. bermen, taluds en groenvoorzieningen; e. waterlopen en waterpartijen; f. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen en ten dienste staan aan de bestemming. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2,5 m.

68

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 4

Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. in- en uitritten; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. water; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. kunstwerken. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen a. Op of in de gronden mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de afstand van overige bouwwerken tot de bestemming 'Water' van aangrenzende bestemmingsplannen bedraagt ten minste 3 m. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.1 onder b ten behoeve van het verkleinen van de afstand van bouwwerken tot de bestemming 'Water' van aangrenzende bestemmingsplannen, met dien verstande dat: a. daardoor geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de belangen van de watergang c.q. waterhuishouding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheersinstantie van de watergang.

Regels

69

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat: 1. uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; 2. in de boerderijwoning met de aanduiding 'karakteristiek' twee wooneenheden zijn toegestaan; b. aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven; c. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; met de daarbij behorende: d. bijbehorende bouwwerken, bijgebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde; e. tuinen en erven; f. parkeervoorzieningen; g. water; h. speeltoestellen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de afstand van vrijstaande woningen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m; c. het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven op verbeelding met de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; d. de goothoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; f. de maximale inhoud van nieuwe woningen bedraagt 750 m³; g. indien en voor zover de woningen niet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zijn deze slechts toegestaan indien de woningen voldoen aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde (voor wegverkeerslawaai); h. bij een geluidsbelasting hoger dan 53 dB op de gevel van een nieuwe woning en 58 dB op de gevel van een te vervangen woning: 1. wordt deze gevel, of het deel van de gevel ter plaatse van de overschrijding, doof uitgevoerd; 2. bezit de woning een geluidsluwe gevel; 3. dient op elke verdieping met één of meer verblijfsruimten, ten minste één verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel te zijn gesitueerd.

5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd, op minimaal 1 m afstand achter de voorgevellijn; b. de gronden, gelegen buiten het bouwvlak mogen voor maximaal 50% bebouwd worden met een maximum van 50 m². Voor bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m² mag het oppervlakte van 50 m² vermeerderd worden met 10% van het oppervlakte dat het bouwperceel groter is dan 500 m², tot een maximum van 120 m²; c. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal de eerste volledige bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; d. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 3 m; e. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 5 m; f. in afwijking van het bepaalde onder a zijn bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers bij

70

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

hoofdgebouwen toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. de breedte van een aan- en/of uitbouw bedraagt maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte van een aan- en/of uitbouw bedraagt de eerste volledige bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; 3. de diepte van een aan- en/of uitbouw bedraagt maximaal 1,50 m. 5.2.4 Overkappingen en carports Voor het bouwen van overkappingen en carports gelden, voor zover vallend/passend binnen het bepaalde in 5.2.3 onder b, de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m; b. het bebouwde oppervlakte bedraagt maximaal 20 m²; c. de minimale afstand tot de voorgevellijn bedraagt 1 m. 5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn bedraagt maximaal 1 m; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 2 m. Indien de terreinafscheidingen op de grens met het openbaar gebied staan, bedraagt de hoogte: 1. maximaal 1 m; 2. maximaal 2 m, indien deze tenminste op een afstand van 1 m ten opzichte van de perceelgrenzen wordt gerealiseerd; c. de hoogte van pergola's bedraagt maximaal 3 m; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 m. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Afwijken dakopbouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 sub d, voor het overschrijden van de maximaal toegestane goothoogte, teneinde een dakopbouw te realiseren, met dien verstande dat de toegelaten goothoogte met maximaal 0,8 m overschreden wordt. 5.3.2 Afwijken hekwerk dakterras Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 sub e en 5.2.3 sub d, voor het overschrijden van de maximaal toegestane bouwhoogte van hoofdgebouwen en de maximale toegestane goothoogte van aan- en uitbouwen, teneinde een hekwerk ten behoeve van een dakterras te realiseren, met dien verstande dat: a. de overschrijding maximaal 1,0 m bedraagt; b. de afstand tot zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Voorwaardelijke verplichting nieuwe woning Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden ten behoeve van een nieuwe woning, zoals genoemd in artikel 5.1 sub a onder 1, zonder dat de in c.q. grenzend aan het plangebied gelegen (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van totaal 2.875 m² zijn gesloopt. 5.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het plan gelden de volgende regels: a. de landschappelijke inpassing dient uiterlijk het eerstvolgende plantseizoen na oplevering van de laatste nieuwe woning te worden gerealiseerd overeenkomstig de referentiebeelden uit het als Bijlage 1 opgenomen beplantingsplan; b. de landschappelijke inpassing dient vervolgens duurzaam in stand te worden gehouden.

Regels

71

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

5.4.3 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het nachtverblijf (laten) houden in vrijstaande bijgebouwen behoudens het bepaalde in 5.5.1; b. horeca; c. seksinrichtingen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 5.4.4 Aan-huis-verbonden beroepen of bedrijfsactiviteit Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn aan-huis-verbonden beroepen en bedrijfsactiviteiten als ondergeschikte functie toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en de bij de woning behorende bouwwerken mag worden gebruikt tot een maximum van 50 m²; b. de woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; c. de activiteiten worden uitgeoefend door tenminste de bewoner van de woning en ten hoogste één werknemer; d.

groothandel, horeca en detailhandel zijn uitgesloten, uitgezonderd verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsactiviteiten alsmede goederen die ter plaatse in het kader van de aan-huis-verbonden activiteiten zijn vervaardigd; e. er geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de omgeving als gevolg van bijvoorbeeld geluids- of geuroverlast, reclame, verkeersaantrekkende werking of een onaanvaardbare parkeerdruk in de openbare ruimte waardoor extra verkeersmaatregelen waaronder parkeervoorzieningen noodzakelijk worden; f. er geen activiteiten plaatsvinden waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van milieuwetgeving verplicht is. 5.4.5 Afsluiten mechanische ventilatie en plaatsing rookmelders De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor wonen indien: a. een afschakelbare ventilatie in de woning aanwezig is ter voorkoming van het naar binnen zuigen van toxische gassen; b. voldoende rookmelders in de diverse verblijfsruimten van de woning zijn geplaatst overeenkomstig het advies van de Veiligheidsregio Hollands-Midden. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Afwijken Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 teneinde een Bed & Breakfast toe te staan, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd dient te blijven; b. de woning door de hoofdgebruiker dient te worden bewoond; c. de Bed & Breakfast voorziening binnen de ter plaatse, op grond van de bouwregelgeving, toegestane bebouwing (hoofdgebouw met de daarbij behorende bijgebouwen) gerealiseerd dient te worden; d. de toegevoegde voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag (kunnen) functioneren als een zelfstandige woning; e. het parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden, waarbij als parkeernorm geldt 1 parkeerplaats per kamer, tenzij blijkt dat het parkeren binnen het openbaar gebied niet leidt tot een onevenredige hinder voor de woonomgeving; f. de Bed & Breakfast voorziening geen onevenredige afbreuk mag veroorzaken aan de gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het pand, perceel of complex behouden dienen te blijven.

72

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

5.5.2 Afwijken aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.4.4 teneinde een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit bij een vrijstaande woning toe te staan tot een oppervlakte van maximaal 90 m², met dien verstande dat: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en de bij de woning behorende bouwwerken mag worden gebruikt; b. het bepaalde in sublid 5.4.4 van overeenkomstige toepassing is. 5.6

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

5.6.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek’ is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag over te gaan tot het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken met monumentale en/of cultuurhistorische waarden. 5.6.2 Uitzonderingen Het in lid 5.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. op basis van het voorheen geldende plan niet vergunningplichtig waren en die reeds in uitvoering waren ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk. 5.6.3 Toelaatbaarheid Het geheel of gedeeltelijk slopen van de in 5.6.1 bedoelde bouwwerken is slechts toelaatbaar indien voldaan wordt aan één van de volgende voorwaarden: a. het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als monumentaal vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de hoofdvorm van het gebouw; b. de hoofdvorm van het gebouw is niet te handhaven vanwege de slechte bouwkundige staat; c.

op basis van een hiertoe opgesteld rapport dient door een terzake deskundige de betreffende monumentale waarden, de bouwkundige staat, de kosten van renovatie en de waarde van het pand voor en na eventuele renovatie, onderbouwd te worden.

Regels

73

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

74

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Algemeen a. Het bouwen mag niet plaatsvinden met overschrijding van de aangegeven bebouwings- of bestemmingsgrenzen, tenzij in de regels anders is bepaald; b. in die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; c. in het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid c. uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 7.2 Vloerpeilen Ter bescherming van nieuwe gebouwen gelden, in afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2, de volgende regels: a. ter voorkoming van wateroverlast dient het vloerpeil van de bebouwing te liggen op een hoogte van 1,20 meter boven zowel het door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard gehanteerde zomerpeil als toekomstige peil in het/de peilgebied(en) binnen dit plan; b. in het belang van de waterveiligheid binnen het plangebied mag de aanleghoogte van woonbebouwing niet minder bedragen dan NAP –5,00 meter; c.

in afwijking van het bepaalde in sub b mogen ruimten die volgens de wettelijke regelingen niet aangemerkt kunnen of zullen worden als woonruimten/-vertrekken zich onder het NAP –5,00 meter niveau bevinden; d. in afwijking van het bepaalde in sub b kan met een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid b voor een afwijkende normering mits de waterveiligheid is gewaarborgd en vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met een afwijkende normering. 7.3

Ondergronds bouwen

7.3.1 Algemeen De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen; b. gebouwd mag worden tussen peil en 3,50 m onder peil.

Regels

75

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. de aanleg of het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats voor onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruik van gronden en gebouwen voor het uitoefenen van prostitutie, de exploitatie van een seksinrichting en de verkoop en opslag van vuurwerk; c. het gebruik van gronden en gebouwen voor de exploitatie van een coffeeshop; d. in het geval van een ondergeschikte functie, mag maximaal 30% van het bruto vloeroppervlak als zodanig gebruikt worden.

76

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

9.1 Afwijken bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. het overschrijden van bebouwings- of bestemmingsgrenzen voor zover betrekking hebbende op erkers, balkons, buitentrappen, luifels en soortgelijke bouwwerken; b. het overschrijden van bebouwings- of bestemmingsgrenzen door gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen ingeval de overschrijding meer bedraagt dan op grond van de bouwregels is toegestaan; c. beneden peil gelegen ruimtes in één laag binnen en buiten het bouwvlak. Voordat afwijking wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap; d. containers, al dan niet beneden peil gelegen, voor het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval; e. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; f. de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bouwgrenzen met maximaal 3 m, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; g.

de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m.

Regels

77

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 10

Overige regels

10.1 Parkeerregeling a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de wijziging van de gebruiksomvang en/of de wijziging van de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de nota ’Parkeerbeleid', van de gemeente Waddinxveen, vastgesteld op 9 juli 2014 en de Notitie 'Toepassing parkeerbeleid en resultaten', van de gemeente Waddinxveen, vastgesteld op 9 mei 2017 en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. b. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na de realisering in stand te worden gehouden. d. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en b: 1.

indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

78

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 11.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.1 sub a met maximaal 10%. 11.3 Uitzondering op het overgangsrecht Lid 11.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

11.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.6 Afwijking Indien het gebruik, bedoeld in lid 11.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.7 Uitzondering op het gebruik overgangsrecht Lid 11.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels

79

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen.

80

Regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Bijlage bij regels

Bijlage bij regels

3

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

4

Bijlage bij regels

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Inhoudsopgave Bijlage bij regels

3

Bijlage 1

6

Bijlage bij regels

Beplantingsplan

5

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Bijlage 1 Beplantingsplan

6

Bijlage bij regels

Aan te brengen streekeigen bufferbeplanting (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

Aan te brengen streekeigen bufferbeplanting (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

Aan te brengen streekeigen bufferbeplanting (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

bestaande sloot

12

12

12

12

31

28

28

66

29

29

34

Quercus robur Catalpa bignonioides

bestaande sloot 6

Bestaande bosschages onder bestaande bomen behouden en waar nodig aanvullen met nieuw assortiment bufferbeplanting

Fagus sylvatica 'Pendula'

5

Fraxinus exelsior

5

Platanus acerifolia

bouwvlak

bouwvlak Alnus glutinosa

Fagus sylvatica 'Atropunicea'

Fraxinus exelsior

Prunus avium bestaande woning woning Aan te brengen streekeigen bufferbeplanting (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

6

woning

woning woning

woning

woning Fagus sylvatica Tilia Acer pseudoplatanus

Quercus robur Platanus acerifolia Aesculus hippocastanum

5

Fraxinus exelsior

Fagus sylvatica 'Atropunicea'

Acer pseudoplatanus

7

5

Acer pseudoplatanus

Bredeweg

LEGENDA

Aan te brengen streekeigen bufferbeplanting (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

Bestaande boom te behouden (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

Acer pseudoplatanus

Project:

Tekening nr.:

Landschappelijke inpassing van woningbouw

LTL21094-05

aan Bredeweg 7-11 te Waddinxveen

Schaal:

Titel:

1:500 (A2 formaat)

Beplantingsplan landschappelijke inpassing

Datum:

(voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing)

13 juli 2021

Opdrachtgever:

Gewijzigd:

De Noordhoek Zonnemaire Gerardshoeve

15-07-'21, 19-07-'21, 22-07-'21

Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten bv Weegbree 8, Postbus 67, 2860 AB Bergambacht Telefoon: 0182 - 35 70 77, Fax: 0182 - 35 70 27 E-mail: info@lagendijkTLarchitecten.nl, www.lagendijkTLarchitecten.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781610/1