CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Bredeweg 7-11 (Toelichting en regels)

Commissie Ruimte + Infrastructuur 14 september 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Bredeweg 7-1126.021 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.0627.BPbredeweg9-0401

Bredeweg 7-11, Waddinxveen VASTGESTELD

21 september 2022

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 28 augustus 2020 15 september 2021 30 november 2021 21 september 2022

VERSIE 2e versie 2e versie 1e versie 3e versie

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren 3.5 Beeldkwaliteit

11 11 11 12 13 14

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie

17 17 18 23 27 29

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

31 31 31 32 32 33

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

37 37 45 47 51

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

53 53 53 53 55

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

57 57

Hoofdstuk9

59

Toelichting

Maatschappelijke betrokkenheid

5

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

9.1 9.2 9.3

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro Communicatie Zienswijzen

Regels

59 59 59

61

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

62 62 67

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch - Glastuinbouw Tuin Wonen

68 68 69 70

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

74 74 75 76 77 78

Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

79 79 80

Bijlagen toelichting Bijlage 1

M.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 2

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Wet geluidhinder; besluit Hogere waarden

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

Bijlage 6

Aanvullend ecologisch onderzoek

Bijlage bij regels Bijlage 1

6

Beplantingsplan

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Bredeweg 9 in Waddinxveen ligt een agrarisch bouwvlak van een akkerbouwbedrijf. In verband met de ontwikkelingen in de Zuidplaspolder heeft de agrarisch ondernemer zijn akkerbouwgronden behoudens het agrarisch bouwvlak – verkocht aan een marktpartij. In Schouwen-Duiveland heeft hij een nieuw akkerbouwbedrijf opgericht. Nu de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied achter de percelen Bredeweg 7-11 in een ver gevorderd stadium verkeert is het niet langer mogelijk om de agrarische activiteiten ter plaatse voort te zetten, zodat initiatiefnemer zijn percelen wenst te transformeren naar woondoeleinden. De overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, zodat op grond van de ruimte-voorruimteregeling twee compensatiewoningen kunnen worden gerealiseerd en de vier verouderde plattelandswoningen kunnen worden vervangen door vier vrijstaande woningen. De bestaande woonboerderij 'Gerardshoeve' wordt hierin meegenomen, waarbij de aanduiding van bedrijfswoning vervalt. In deze karakteristieke woonboerderij kunnen twee wooneenheden mogelijk worden gemaakt, zodat de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing blijft behouden. Dit bestemmingsplan maakt de transformatie naar woondoeleinden juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten noordoosten van de gemeentegrens met de gemeente Zuidplas aan de Bredeweg in Waddinxveen. Het perceel bestaat uit een bouwvlak met een (voormalige) agrarische bedrijfswoning en bijbehorende opslagloodsen, alsmede 4 plattelandswoningen. In zuidwestelijke richting, aan de overzijde van de Bredeweg, ligt een lintzone met daarachter een glastuinbouwgebied. Dit gebied wordt ontsloten via het Jan Hendrikspad en het Zaaipad. Noordoostelijk van het plangebied liggen nu nog akkerbouwgronden welke binnenkort worden getransformeerd naar een glastuinbouwlandschap. In het kader van Glasparel+ zijn de aan weerszijden gelegen gronden bestemd voor 'Gemengd'. Verderop in noordelijke richting ligt het glastuinbouwgebied aan de Abr. Kroesweg. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (zwarte rechthoek) en omgeving.

Toelichting

7

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018

Uitspraak ABRvS 9 juli 2014

In het bestemmingsplan Zuidplas Noord is het plangebied bestemd voor 'Agrarisch' met de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - agrarische groothandel'. In het bouwvlak zijn naast de bedrijfswoning vier plattelandswoningen toegestaan (twee-onder-één-kap). Om aan de vervolgfunctie medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het bestemmingsplan is bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 juli 2014 onherroepelijk van kracht geworden.

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Zuidplas Noord.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het gebied ten noordoosten van de Bredeweg tot de Zesde Tochtweg is hoofdzakelijk in gebruik als akkerbouwgrond. Aan de Abr. Kroesweg ligt een glastuinbouwgebied. Ook aan de Zesde Tochtweg 6 en 7a is een glastuinbouwbedrijf gevestigd. Aan de overzijde van de Bredeweg op het grondgebied van de gemeente Zuidplas ligt een lintzone met aansluitend een glastuinbouwgebied in Zevenhuizen. Het gebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder. Het gebied wordt getransformeerd naar een bedrijvenlandschap met nieuwe lanen en linten. Zo wordt langs de Plasweg één van de nieuwe woonlinten gerealiseerd. Aan de Bredeweg wordt wonen en werken mogelijk gemaakt. Deze ontwikkelingen worden beschreven in paragraaf 3.1. Planspecifiek Het plangebied is afgerond 2,6 hectare. Tot voor kort maakte het perceel aan de Bredeweg 9 onderdeel uit van een akkerbouwbedrijf. Naast de leegstaande boerderij met aangebouwde stal staan er diverse schuren en loodsen, die voor opslag van agrarische producten en stalling van materieel worden gebruikt. De boerderij "Gerardshoeve" is één van de oudste boerderijen aan de Bredeweg. Aan weerszijden van de boerderij staan 4 plattelandswoningen in de vorm van twee-onder-één-kap. De meest noordwestelijke loods wordt via een aparte uitrit ontsloten op de Bredeweg.

De boerderijwoning en de plattelandswoningen beschikken over eigen uitritten op de Bredeweg. Het perceel is groen ingepakt met een bomenrij langs de Bredeweg. Glastuinbouw aan Abr. Kroesweg (gezien vanaf Bredeweg).

Lintzone aan Bredeweg nabij Plasweg.

Toelichting

Een nieuw woon-werkunit aan Bredeweg.

Nieuw woonlint aan Plasweg.

9

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

10

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). Het gebied ten noordoosten hiervan maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder dat wordt getransformeerd naar een bedrijvenlandschap (Glasparel+). Een bestemmingsplan hiervoor heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 gewijzigd vastgesteld, waarin de ontwikkeling van een glastuinbouwgebied, logistiek- en distributiepark en woningen mogelijk worden maakt. Het gebied ten noordoosten van het plangebied is bestemd voor glastuinbouw. De lintzone aan weerszijden van het plangebied is bestemd voor 'Gemengd' waar wonen en werken in de milieucategorieën 1 en 2 zijn toegestaan. Momenteel onderzoekt de initiatiefnemer van Glasparel+ de mogelijkheden om een gedeelte hiervan te wijzigen naar alleen Wonen, omdat er onvoldoende belangstelling is voor woon-werk combinaties. Een uitsnede van de plankaart van dit bestemmingsplan is opgenomen in figuur 3.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Glasparel+'. (plangebied gearceerd aangeduid).

3.2

Randvoorwaarden en uitgangspunten

Om een ruimtelijke kwaliteitswinst te bewerkstelligen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: Een vervolgfunctie naar wonen is toegestaan, omdat voortzetting van akkerbouw als gevolg van de ontwikkelingen in verband met 'Glasparel+' niet meer mogelijk is. De begrenzing van de bestemming “Wonen” aan de achterzijde dient in een lijn komen liggen met de begrenzing van de bestemming “Gemengd” in het aangrenzende bestemmingsplanGlasparel+. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt om twee compensatiewoningen mogelijk te maken. De vier plattelandswoningen mogen worden herbouwd tot vrijstaande woningen als compensatie voor sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing. De cultuurhistorisch waardevolle woonboerderij dient behouden te blijven. In de bestaande woonboerderij zijn twee wooneenheden toegestaan, zodat de cultuurhistorisch

Toelichting

11

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

waardevolle bebouwing kan worden behouden. De invloed op de omgeving dient bij inpassing gewaarborgd te zijn. Hierbij is vooral het milieutechnische aspect van belang, de inpassing mag geen belemmeringen opleveren voor omliggende (agrarische) bedrijvigheid. Er dient aandacht te worden besteed aan de maat, de schaal en de richting van het landschap. De bouwvolumes dienen landschappelijk te worden ingepast waarbij bestaand groen zoveel mogelijk wordt behouden. Voor de bestemming 'Wonen' zijn de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' van overeenkomstige toepassing. Woonboerderij 'Gerardshoeve' verscholen achter groen.

Te behouden boerderij.

De twee linker plattelandswoningen en twee rechter gelegen plattelandswoningen t.o.v. de boerderij.

3.3

Nieuwe situatie

Op basis van genoemde beleidsuitgangspunten is een plan ontwikkeld voor het vervangen van vier plattelandswoningen met behoud van de bestaande woonboerderij 'Gerardshoeve' op een ruim perceel. Overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, zodat er twee compensatiewoningen kunnen worden gebouwd. Hiervoor wordt totaal 2.875 m² aan voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt. De nieuwe woonkavels zijn zodanig ontworpen dat zij zich voegen in het raster van de Zuidplaspolder. (Het plangebied is groot circa 2,6 ha.) De bestaande woonboerderij wordt aangeduid als 'karakteristiek', omdat het hoofdgebouw cultuurhistorische waarde heeft. Hierin zijn 2 wooneenheden toegestaan. Bij restauratie van de woonboerderij dienen karakteristieke bouwelementen te worden behouden. De woningen op de (woon)kavels hebben kappen en richten zich met hun voorgevel op de Bredeweg. Aan de straatzijde ligt een tuinzone met een minimale diepte van vijftien meter. De langs het fietspad liggende poldersloot wordt gehandhaafd. Achter de woonkavels is er ruimte om bijgebouwen te realiseren. Aan weerszijden van het plangebied ligt het bouwvlak op 10 meter vanaf de bestemmingsgrens om het plangebied landschappelijk in te passen met een vijf meter brede groenstrook overeenkomstig het beplantingsplan. Ook aan de achterzijde wordt beplanting aangelegd, zodat een 'groene wand' ontstaat.

De achterzijde van de bestemming 'Wonen' komt te liggen met de begrenzing van de bestemming

12

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

“Gemengd” in het aangrenzende bestemmingsplan Glasparel+, zodat er een logische rechte begrenzing ontstaat van het glastuinbouwgebied. Verder zullen tussen de woonpercelen groene afschermingen worden aangelegd met streekeigen bufferbeplanting. De bestaande bomen en groen langs de Bredeweg worden zoveel behouden. De bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' zijn van overeenkomstige toepassing voor de bestemming 'Wonen'. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 4.

Figuur 4: Verkavelingstekening plangebied (indicatief).

3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt aan de Bredeweg. De weg is ter plaatse een 60 km uur zone. Naast de weg ligt een dubbelzijdig fietspad. De woonboerderij kan gebruik blijven maken van de bestaande uitrit. De nieuw te bouwen woningen krijgen een eigen uitrit, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande uitritten. Vanaf de Bredeweg is de woonkern van zowel Waddinxveen als Moerkapelle bereikbaar. De aansluiting op het rijkswegennet (A12) is uitstekend.

Fietspad met op achtergrond plangebied, verscholen achter het groen.

Fietspad en Bredeweg ter hoogte van plangebied.

Parkeren

Toelichting

13

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is verankerd in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 10.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Woning, vrijstaand

Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning

In de nieuwe situatie zijn afgerond 3 parkeerplaatsen per woning nodig. De kavels zijn dusdanig van omvang dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is voor minimaal 3 auto's per kavel, zodat kan worden voldaan aan de parkeernorm. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 10.1 Parkeerregeling van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

3.5

Beeldkwaliteit

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied grenst direct aan Glasparel+ in de Zuidplaspolder. In dit gebied wordt een combinatie van wonen, glastuinbouw en bedrijven mogelijk gemaakt. Het is als het ware de proeftuin van de Zuidvleugel, waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is binnen moderne gebiedsontwikkeling. De verschillende onderdelen in dat plan hebben op meerdere manieren een onderlinge relatie. Dit betekent dat wonen, werken en recreëren in dit plan hand in hand gaan. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten, de Vijfde en Zesde Tocht als tocht en de Beijerincklaan als de ‘oprijlaan’ van Waddinxveen. Ten behoeve van deze planontwikkeling is een verkavelingsplan opgesteld door Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten B.V. te Bergambacht. Doelstelling is het plangebied een bijdrage te laten leveren aan de transformatie en versterking van de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van het lint aan de Bredeweg.

Concreet is er sprake van een vervolgfunctie van het plangebied aan de Bredeweg 7 - 11 naar wonen, waarbij het bebouwingslint wordt versterkt met behoud van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij 'Gerardshoeve'. De bestaande woonboerderij ligt wat verder terug qua rooilijn in vergelijking tot de nieuwe woningen. De boerderij blijft als ensemble zoveel mogelijk behouden waarbij het van belang is dat er voldoende ruimte blijft bestaan rondom de boerderij voor een goede inbedding in het landschap. Eén schuur is in slechte staat en zal worden gesloopt. Op de nieuwe woonpercelen zijn zes vrijstaande woningen mogelijk met bijbehorende bouwwerken. De woningen en voortuinen daarvan oriënteren zich op de Bredeweg waarbij er variatie in de rooilijnen mogelijk is, mede ingegeven door behoud van bestaande beplanting. Vier woonerven krijgen een gemeenschappelijke ontsluiting op de Bredeweg om tegemoet te komen aan de maat en schaal van de gewenste grotere eenheid van het erf. De toegestane bebouwing is 750 m³ per woning met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 m. Het verkavelingsplan, zoals weergegeven in figuur 4, heeft als basis gediend voor het bestemmingsplan. Beplantingsplan Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het groen aan weerzijde van het plangebied en de achterzijde hiervan is een beplantingsplan opgesteld.

De aanleg en instandhouding hiervan wordt via een voorwaardelijke verplichting geborgd in de specifieke gebruiksregels 5.4.2 van de bestemming 'Wonen'.

14

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Toelichting

15

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

16

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

17

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing

18

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.

De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Op de Laag van cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied in een droogmakerij (klei) aan een polderlint (figuur 5). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg.

Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. De Bredeweg betreft een polderlint: de bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Richtpunten zijn o.a.: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied aan een rand van het glastuinbouwgebied. Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Op de Laag van de beleving heeft het plangebied geen aanduiding.

Toelichting

19

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een vervolgfunctie mogelijk van een (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woondoeleinden. De woonbebouwing is passend in het polderlint. Voldaan wordt aan de richtpunten. Het lint blijft het lint, waarbij door de ontwikkeling de huidige korrel en profiel behouden blijft. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Deze ontwikkeling valt onder de noemer aanpassing. De Bredeweg wordt gekenmerkt door typische grote erven, deze zijn over het algemeen qua korrel groter dan andere linten in de omgeving Zuidplaspolder. Een stevige invulling van het erf is hier dan ook passend. Zowel de functieverandering als de schaal, ondanks bijna verdubbeling van het kavel, zijn passend in dit lint. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied worden verbeterd, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

Figuur 5: Links uitsnede Laag van cultuur en natuurlandschappen rechts Kaart 11 Greenports van de Omgevingsverordening. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van twee compensatiewoningen en het vervangen van vier plattelandswoningen mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader

20

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.3, terwijl deze vervolgfunctie vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de woningen landschappelijk worden ingepast in het bebouwingslint van de Bredeweg. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c.

als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op Kaart 11 van de Omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als 'Greenports' (figuur 5). Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein.

Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Sprake is van bestaande (voormalige) agrarische bebouwing, waarbij gezocht is naar een passende vervolgfunctie met behoud van de bestaande cultuurhistorisch waardevolle boerderij. De verouderde plattelandswoningen worden vervangen door nieuwbouw, passend binnen de aanwezige lintstructuur. De lintbebouwing krijgt hierdoor een kwaliteitsimpuls. De historische gaafheid van het lint wordt gerespecteerd, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing. Dit betekent dat sprake is van ‘aanpassing’. In paragraaf 3.5 (beeldkwaliteit) is de verbetering van de landschappelijke kwaliteiten beschreven. De ruimtelijke kwaliteit wordt passend geacht in het lint. De landschappelijke dynamiek aan de Bredeweg verandert door nieuwe woon-werkeenheden aan weerszijden van het plangebied, zoals dat mogelijk is gemaakt in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. Onderhavige vervolgfunctie past qua aard, schaal en maat van de bestaande kenmerken van het gebied zonder dat de aangrenzende bestemmingen worden beperkt.

De ontwikkeling past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied wijzigen. De vervolgfunctie naar wonen is een gebiedseigen ontwikkeling. Glastuinbouwgebied In artikel 6.15, lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, zoals verbeeld op kaart 11 in bijlage II, alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. In lid 4 is opgenomen dat in het bestemmingsplan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate kan worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande

Toelichting

21

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Toetsing aan glastuinbouwgebied In de Omgevingsverordening is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen. Het plangebied ligt aan een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint dat in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplaspolder (zie paragraaf 4.3.1) is aangeduid als 'lintzone' tussen 'bestaand en gepland: glastuinbouw' waarmee de provincie heeft ingestemd. Ten opzichte van de geldende bestemming 'Agrarisch' met de functie-aanduiding 'Agrarische groothandel' en vier plattelandswoningen brengt deze bestemmingswijziging vanuit een goede ruimtelijke ordening een kwaliteitsverbetering met zich mee. Daarbij komt dat dat de (toekomstige) gebruiksmogelijkheden van het achterliggende glastuinbouwgebied niet in de weg staan, omdat de woningen op voldoende afstand komen te staan van toekomstige kassen. Bovendien is het perceel te klein om hier een (volwaardig) glastuinbouwbedrijf te kunnen exploiteren. Tegen deze achtergrond kan gebruik worden gemaakt van de in lid 4 opgenomen afwijkingsregeling. Conclusie Met deze planontwikkeling wordt verrommeling tegengaan door het saneren van voormalige agrarische bebouwing.

Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte van een droogmakerij, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling) door vervangende nieuwbouw en twee compensatiewoningen mogelijk te maken. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (aanpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet in strijd is met de regels van glastuinbouwgebied, omdat gebruik kan worden gemaakt van de in de Omgevingsverordening opgenomen afwijkingsbevoegdheid als genoemd in artikel 6.15, lid 4. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.

Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Hollandsche IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart.

De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan

22

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. De nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap.

Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het lint is nog altijd herkenbaar rond de locatie, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de verderop gelegen nieuwe op- en afrit bij de A12. Het contrast tussen het nieuwe bedrijvenlandschap (Glasparel+) en behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint).

Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De woningen bieden een fraaie overgang richting het in ontwikkeling zijnde bedrijvenlandschap enerzijds en een vloeiende overgang naar de aan weerszijden gelegen bestemming 'Gemengd' anderzijds. De bestaande lintstructuur wordt door deze ontwikkeling opgewaardeerd. Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het cultuurhistorisch waardevolle lint, waarbij de karakteristieke boerderij behouden blijft en de erven groen worden ingepast.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van

Toelichting

23

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld. Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as.

Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 6) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' tussen het glastuinbouwlandschap' en het reservegebied glastuinbouw of nieuw wonen. Het plangebied is met een zwarte pijl aangeduid op de plankaart. Deze wijziging van een (voormalig) agrarisch bedrijf naar wonen is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.

24

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Figuur 6: Plankaart ISP. Plangebied met zwarte pijl aangeduid. 4.3.2 Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder In het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit document is vastgesteld door het bestuur van de ROZ en dient als inspiratie bij toetsing van nieuwe aanvragen door de gemeenten. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. Het lint Bredeweg - Middelweg is ruimtelijk de centrale as van de polder en maakt onderdeel uit van de hoofdplanstructuur.

Het lint aan de Bredeweg heeft overwegend een gemengd karakter met voornamelijk glastuinbouw, wonen en werken. De lintzone kan herkenbaar blijven door continue bebouwingsafstanden en door een duidelijke grens te bewaren tussen de wereld van de lintbebouwing zelf en de achterliggende bouwvelden. Eén van de richtinggevende principes is het handhaven van het huidige polderwegprofiel in het lint

Toelichting

25

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

waardoor zij ook voor langzaam verkeer aantrekkelijk kan blijven of worden (als toekomstige ontwikkelingen afwaardering mogelijk maken). Aan het lint van de Bredeweg staan enkele monumentale boerderijen. De 'Gerardshoeve' is één van deze fraaie boerderijen welke in de nieuwe situatie wordt behouden. De te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en vier plattelandswoningen maken plaats voor zes landschappelijk in te passen woonpercelen, waarvan twee compensatiewoningen, met behoud van de karakteristieke boerderij. Conclusie Deze ontwikkeling maakt gevarieerde, solitaire woningen in een bebouwingslint mogelijk die past bij de bestaande korrelgrootte en erfstructuur en georiënteerd is op de oude lintweg. De planontwikkeling voldoet aan de in het Ambitiedocument genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is op grond van dit bestemmingsplan. 4.3.3 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag.

De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019. Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen.

In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk.

Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod,

26

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De nieuwbouw van zes woningen, waarvan vier vervangende nieuwbouw en twee compensatiewoningen in de dure koopsector, levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Waddinxveen voor de doelgroep doorstromers. De karakteristieke woonboerderij blijft behouden met de mogelijkheid een extra wooneenheid in het hoofdgebouw toe te voegen. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (totaal 8 woningen, waarvan vier vervanging, twee compensatiewoningen en de bestaande boerderij die de mogelijkheid heeft om opgesplitst te worden naar twee wooneenheden) niet te worden afgestemd met de Regio Midden-Holland, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de structuurvisie Waddinxveen 2030 "Positief en realistisch naar 2030" vastgesteld. De structuurvisie van 2006 is herzien, omdat in de periode tot 2006 en nu veel is veranderd. De huidige economische situatie en bijgestelde groeiprognoses hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het beleid dat gericht is op de woningmarkt. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Het karakter van de structuurvisie is positief en realistisch. Concreet betekent dit dat de ambities haalbaar en uitvoerbaar zijn, maar dat de visie ook uitdaagt en perspectief biedt. De nieuwe structuurvisie moet zowel de gemeente als burgers, bedrijven en andere betrokken partijen inspireren om actief mee te werken en te bouwen aan de toekomst van Waddinxveen. De structuurvisie schept een duidelijk kader voor de ontwikkeling van het buitengebied, aan beide zijden van de kern Waddinxveen. Als één van de uitgangspunten is benoemd dat er behoefte is aan ruimte voor de glastuinbouw, niet alleen in Waddinxveen, maar ook in andere gemeenten in de regio. Grote toekomstopgave voor het landelijk gebied is het verbreden van de landbouw en het benutten van de potentie van recreatie.

Daarnaast is het van belang om wonen in het buitengebied naast de agrarische sector verder mogelijk te maken. Op de integrale kaart van de Structuurvisie ligt het plangebied ten zuidwesten van de aanduiding "Glastuinbouw/ bedrijvenlandschap nieuw". Het plangebied zelf ligt in een lintzone met de aanduiding “Versterken natuurwaarden Zuidplaspolder/ Polder Achterof” (zie figuur 7). Conclusie Het plangebied ligt aan de Bredeweg. Deze weg vormt van oudsher de verbindingsroute tussen Moerkapelle en Moordrecht. Een kleinschalige vervolgfunctie naar alleen woningen aan de rand van het glastuinbouwgebied is inpasbaar zonder dat de bestaande ruimtelijke kwaliteiten worden aangetast. Mitsdien kan worden gesteld dat het oprichten van de woonpercelen in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Structuurvisie.

Toelichting

27

bestemmingsplan Bredeweg 7-11, Waddinxveen

Figuur 7: Integrale kaart Structuurvisie. 4.4.2 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Verkeersgeneratie (conform CROW 381, december 2018) In de bestaande situatie is er sprake van een agrarisch bedrijf en vijf woningen. De verkeersgeneratie van een agrarische groothandel is gemiddeld 4,8 per 100 m². De loods heeft een oppervlakte van 921 m², dat wil zeggen een verkeersgeneratie van vrachtverkeer van (4,8 x 9,21 =) 44 verkeersbewegingen.

Voor de bestaande vijf woningen kan het aantal verkeersbewegingen worden vastgesteld op gemiddeld 5 x 8,2 = 41 verkeersbewegingen. De totale verkeersgeneratie in de bestaande planologische situatie is (44 + 41 = 85 verkeersbewegingen. In de nieuwe situatie is alleen sprake van maximaal 8 woningen met een vekeersgeneratie van (8 woningen x 8,2 =) 66 verkeersbewegingen per dag. In de nieuwe situatie is er sprake van een afname van het aantal verkeersbewegingen. Conclusie De Bredeweg kan worden aangemerkt als een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom. Een agrarische bedrijfsfunctie vervalt ten behoeve van acht (deels nieuwe) woonpercelen. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie heeft deze planontwikkeling geen verkeer aantrekkende werking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781610/1