CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bredeweg 4 Toelichting, regels en bijlagen bestemmingsplan

Commissie Ruimte + Infrastructuur 16 februari 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststelling bestemmingsplan Bredeweg 427.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NL.IMRO.0627.BPbredeweg4-0401

Bredeweg 4, Waddinxveen VASTGESTELD

26 januari 2022

REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Aannemersbedrijf Zevenbouw B.V. Noordelijke Dwarsweg 51 2761 GD Zevenhuizen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 26 oktober 2020 10 juni 2021 20 juli 2021 26 januari 2022

VERSIE 2e versie 2e versie 1e versie 1e versie

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren 3.5 Beeldkwaliteit

11 11 11 12 12 13

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie

15 15 16 21 24 26

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

27 27 27 28 28 29

Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

33 33 42 45 47

Hoofdstuk 7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

49 49 49 49 51

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

53 53

Hoofdstuk 9

55

Maatschappelijke betrokkenheid

3

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

9.1 9.2 9.3

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro Communicatie Zienswijzen

55 55 55

Bijlagen toelichting

57

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

58

Bijlage 2

Bodemonderzoek

97

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

165

Regels

201

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

202 202 206

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Gemengd Water

207 207 210

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

211 211 212 213 214 215

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

216 216 217

Bijlage regels

219

Bijlage 1

220

4

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Toelichting

Toelichting

5

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

6

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de hoek van de Bredeweg en Abr. Kroesweg is aan de Bredeweg 4 een aannemersbedrijf gevestigd. Ten noordwesten van het bedrijfspand ligt een bijbehorend bedrijfsperceel dat wordt gebruikt voor buitenopslag. Deze opslag is niet langer noodzakelijk. In verband hiermede wordt een vervolgfunctie naar een gemengd gebied met wonen en werken voorgestaan, zoals dat al eerder planologisch mogelijk is gemaakt aan de Bredeweg in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. Deze ontwikkeling wordt passend geacht in het kader van de gebiedsontwikkeling in de Zuidplaspolder. Dit bestemmingsplan maakt de transformatie naar een gemengde bestemming juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Bredeweg, ten noordwesten van de Abr. Kroesweg. Het perceel maakt nu nog onderdeel uit van een aannemersbedrijf aan de Bredeweg 4. In noordoostelijke en noordwestelijke richting ligt grasland, dat bestemd is voor glastuinbouw. In zuidoostelijke richting grenst het plangebied aan een aannemersbedrijf. Aan de overzijde van de weg ligt een lintzone met aansluitend het glastuinbouwgebied van de gemeente Zuidplas. Iets noordwestelijker ligt een camping. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Zuidplas Noord" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Toelichting

Raadsbesluit 26 juni 2013 19 september 2018

Uitspraak ABRvS 9 juli 2014

7

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

In het bestemmingsplan Zuidplas Noord is het plangebied bestemd voor 'Bedrijf' met de aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - aannemer'. Om aan de vervolgfunctie medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het bestemmingsplan is bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 juli 2014 onherroepelijk van kracht geworden.

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Zuidplas Noord.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het gebied ten noordoosten van de Bredeweg en ten noordwesten van de Abr. Kroesweg tot de Zesde Tochtweg is hoofdzakelijk in gebruik als glastuinbouw. Aan de Abr. Kroesweg zelf liggen aan weerszijde hiervan glastuinbouwbedrijven. Aan de overzijde van de Bredeweg, op grondgebied van de gemeente Zuidplas, ligt een lintzone met aansluitend een glastuinbouwgebied in Zevenhuizen. Dat gebied wordt ontsloten op het Oogstpad. Verder ligt een aan de Bredeweg 66c in Moerkapelle 'Park de Randstad', een camping met chalets en stacaravans. Het gebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling in de Zuidplaspolder. Het gebied wordt getransformeerd naar een bedrijvenlandschap met nieuwe lanen en linten. Aan de Bredeweg wordt wonen en werken mogelijk gemaakt. Planspecifiek Het bedrijfsperceel maakt onderdeel uit van een aannemersbedrijf met een ontsluiting op de Bredeweg. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,4 hectare. Het opslagterrein is niet langer noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Het is grotendeels in gebruik als grasland. Naastgelegen aannemersbedrijf.

Glastuinbouw achter plangebied.

Nabij gelegen camping 'Park De Randstad'.

Twee nieuwe woon-werkunits aan Bredeweg.

Toelichting

9

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

10

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). De lintzone maakt nieuwe ontwikkelingen mogelijk zoals wonen en werken. Zo zijn elders aan de Bredeweg al initiatieven ontwikkeld voor woon- en werkcombinaties in de milieucategorieën 1 en 2 in het door de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 vastgestelde bestemmingsplan 'Glasparel+'.

3.2

Randvoorwaarden en uitgangspunten

Om een ruimtelijke kwaliteitswinst te bewerkstelligen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: Een vervolgfunctie naar een gemengde bestemming met wonen en werken dient aan te sluiten bij de bestemming 'Gemengd' zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. De inpassing, inclusief verkeersafwikkeling, mag geen belemmeringen opleveren voor omliggende (agrarische) bedrijvigheid en woningen. Met name wordt genoemd het milieutechnische aspect voor het naastgelegen aannemersbedrijf. De invloed op de omgeving dient bij inpassing gewaarborgd te zijn. Er dient aandacht te worden besteed aan de maat, de schaal en de richting van het landschap. De bouwvolumes dienen landschappelijk te worden ingepast. Voor de bestemming 'Gemengd' zijn de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan 'Glasparel+' van overeenkomstige toepassing. Plangebied.

De (te verbreden) sloot langs het fietspad.

De onbebouwde zone in het plangebied om afstand te houden van het naastgelegen aannemersbedrijf.

Toelichting

11

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

3.3

Nieuwe situatie

Op basis van de in 3.2 genoemde beleidsuitgangspunten is een plan ontwikkeld voor het oprichten van drie woon-werkunits, waarbij tussen het aannemersbedrijf en de dichtstbijzijnde nieuwe woning een bebouwingsvrije afstand van 30 m in acht wordt genomen. Achter de drie woonpercelen wordt het mogelijk gemaakt om kleinschalige werk- of bedrijfsruimtes op te richten, waarbij per perceel niet meer dan 35% mag worden bebouwd om de lintenstructuur te behouden. De drie woon(werk)kavels zijn zodanig ontworpen dat zij zich voegen in het raster van de Zuidplaspolder. Het plangebied is groot circa 1,4 ha. De woningen en overige gebouwen op de (woon)kavels hebben kappen en richten zich met hun voorgevel op de Bredeweg. Aan de straatzijde ligt een tuinzone met een minimale diepte van vijf meter. De langs het fietspad liggende poldersloot wordt gehandhaafd. Achter de woonkavels is er ruimte om schuren, loodsen, bijgebouwen en dergelijke te realiseren in de vorm van werk- of bedrijfsruimtes. Tussen het aannemersbedrijf en het plangebied wordt een groenbuffer aangelegd, bestaande uit streekeigen boom- en struikvormers. De bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan 'Glasparel+' zijn van overeenkomstige toepassing voor de bestemming 'Gemengd'. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 3.

Figuur 3: Verkavelingstekening plangebied (indicatief).

3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt aan de Bredeweg. De weg heeft een maximum snelheid van 60 km uur. Naast de weg ligt een dubbelzijdig fietspad. Eén woon-werkunit kan gebruik blijven maken van de bestaande uitrit. De overige twee nieuw te bouwen woningen krijgen elk een eigen nieuwe uitrit. Vanaf de Bredeweg is de woonkern van zowel Waddinxveen als Moerkapelle bereikbaar. De aansluiting op het rijkswegennet (A12) is uitstekend.

12

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Fietspad naast Bredeweg.

Inrit ten behoeve van één van de percelen.

Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld, zoals dat later is verankerd in het paraplubestemmingsplan voor parkeren. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2012 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 317). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 9.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Woning, vrijstaand Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief

Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning min. 0,8 pp per 100 m² max. 1,3 pp per 100 m²

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning 5%

De drie percelen hebben een oppervlakte van elk circa 3.850 m² met een bebouwingspercentage van niet meer dan 35% per perceel. Op eigen terrein is ruim voldoende gelegenheid voor parkeren voor de werkeenheden. Voor de drie woningen is eveneens op eigen terrein meer dan genoeg ruimte voor minimaal drie parkeerplaatsen per woning, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In 9.1 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

3.5

Beeldkwaliteit

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied ligt aan één van de historische linten in de Zuidplaspolder. In dit gebied wordt een combinatie van wonen, glastuinbouw en bedrijven mogelijk gemaakt. Het is als het ware de proeftuin van de Zuidvleugel, waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is binnen moderne gebiedsontwikkeling. De verschillende onderdelen in dat plan hebben op meerdere manieren een onderlinge relatie. Dit betekent dat wonen, werken en recreëren in dit plan hand in hand gaan. De herontwikkeling van het plangebied aan de Bredeweg 4 levert hieraan een bijdrage met drie woon-werkeenheden, zoals dit ook al aan verderop aan de Bredeweg mogelijk is gemaakt in dit bebouwingslint. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten, de Vijfde en Zesde Tocht als tocht en de Beijerincklaan als de ‘oprijlaan’ van Waddinxveen.

Ten behoeve van deze planontwikkeling is een verkavelingsplan opgesteld door Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten B.V. te Bergambacht. Doelstelling is het plangebied een bijdrage te laten leveren

Toelichting

13

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

aan de transformatie en versterking van de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van het lint aan de Bredeweg. Concreet is er sprake van een vervolgfunctie van het plangebied aan de Bredeweg 4 naar drie woon-werkcombinaties. De nieuwe percelen bestaan uit een woning met de mogelijkheid voor het bouwen van één of meerdere schuren (werkruimtes of bedrijfsruimtes). De woningen en voortuinen daarvan oriënteren zich op de Bredeweg waarbij er variatie in de rooilijnen mogelijk is. De toegestane bebouwing mag maximaal 35% van het bouwperceel bedragen. In alle gevallen blijft de huidige planopzet daarbinnen. Het verkavelingsplan, zoals weergegeven in figuur 3, heeft als basis gediend voor het bestemmingsplan.

14

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

15

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing

16

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Op de Laag van cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied in een droogmakerij (klei) aan een polderlint (figuur 4). Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg.

Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. De Bredeweg betreft een polderlint: de bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Richtpunten zijn o.a.: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst.

Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied aan een lint in het glastuinbouwgebied. Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Op de Laag van de beleving heeft het plangebied geen aanduiding. Toetsing aan kwaliteitskaarten

Toelichting

17

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Deze planontwikkeling maakt een vervolgfunctie mogelijk van een bedrijfsperceel naar drie woon-werkeenheden. De bebouwing is passend in het polderlint. Voldaan wordt aan de richtpunten. Het lint blijft het lint, waarbij door de ontwikkeling de huidige korrel en profiel behouden blijft. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Deze ontwikkeling valt onder de noemer inpassing, omdat dit bestemmingsplan een herontwikkeling mogelijk maakt van een bedrijfsperceel naar drie woon-werkeenheden. Deze vervolgfunctie valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied, zoals ook al eerder door Gedeputeerde Staten is toegestaan in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied worden verbeterd, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie.

Figuur 4: Link s uitsnede Laag van cultuur en natuurlandschappen rechts Kaart 11 Greenports van de Omgevingsverordening. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van drie woon-werkeenheden mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woon-werkeenheden is aanwezig, terwijl deze vervolgfunctie

18

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de woningen landschappelijk worden ingepast in het bebouwingslint van de Bredeweg. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 1 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op Kaart 11 van de Omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als 'Greenports' (figuur 4). Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Als richtpunt wordt onder meer aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Sprake is van een bestaand bedrijfsperceel, waarbij gezocht is naar een passende vervolgfunctie, zoals ook al elders wordt gerealiseerd aan de Bredeweg. De landschappelijke dynamiek aan de Bredeweg verandert door drie nieuwe woon-werkeenheden in het plangebied, zoals dat ook al elders aan de Bredeweg mogelijk is gemaakt in het bestemmingsplan 'Glasparel+'. Onderhavige vervolgfunctie past qua aard, schaal en maat van de bestaande kenmerken van het gebied zonder dat de aangrenzende bestemmingen worden beperkt. De ontwikkeling past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied wijzigen. De vervolgfunctie naar wonen en werken is een gebiedseigen ontwikkeling. Dit betekent dat sprake is van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor het plan. Glastuinbouwgebied In artikel 6.15, lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, zoals verbeeld op kaart 11 in bijlage II, alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.

In lid 4 is opgenomen dat in het bestemmingsplan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate kan worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Toetsing aan glastuinbouwgebied In de Omgevingsverordening is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen. Het plangebied ligt aan een cultuurhistorisch waardevol

Toelichting

19

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

bebouwingslint dat in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplaspolder (zie paragraaf 4.3.1) is aangeduid als 'lintzone' tussen 'bestaand en gepland: glastuinbouw' waarmee de provincie heeft ingestemd. Ten opzichte van de geldende bestemming 'Bedrijf' brengt deze bestemmingswijziging vanuit een goede ruimtelijke ordening een kwaliteitsverbetering met zich mee. Daarbij komt dat dat de (toekomstige) gebruiksmogelijkheden van het achterliggende glastuinbouwgebied niet in de weg staan, omdat de (bedrijfs)woningen op voldoende afstand komen te staan van toekomstige glasopstanden. Bovendien is het perceel te klein om hier een (volwaardig) glastuinbouwbedrijf te kunnen exploiteren. Tegen deze achtergrond kan gebruik worden gemaakt van de in lid 4 opgenomen afwijkingsregeling. Conclusie Met deze planontwikkeling wordt verrommeling tegengaan door het beëindigen van buitenopslag bij een aannemersbedrijf. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte van een droogmakerij zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling) door nieuwbouw van drie woon-werkeenheden mogelijk te maken.

Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet in strijd is met de regels van glastuinbouwgebied, omdat gebruik kan worden gemaakt van de in de Verordening opgenomen afwijkingsbevoegdheid als genoemd in artikel 6.15, lid 4. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld.

Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd.

Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is. De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. De nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven

20

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap. Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij.

Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van het lint is nog altijd herkenbaar rond de locatie, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de verderop gelegen nieuwe op- en afrit bij de A12. Het contrast tussen het nieuwe bedrijvenlandschap (Glasparel+) en behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De woon-werkeenheden aan het lint bieden een fraaie overgang richting het glastuinbouwgebied. Bestaande kwaliteiten worden hierdoor niet aangetast. Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het cultuurhistorisch waardevolle lint, waarbij de woningen en bijbehorende bedrijfsbebouwing landschappelijk met groen worden ingepast.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.

Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie

Toelichting

21

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 5) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' tussen 'bestaand en gepland: glastuinbouw'. Het plangebied is met een zwarte pijl aangeduid op de plankaart. Deze wijziging van bedrijf naar een gemengde functie met wonen en werken is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.

Figuur 5: Plankaart ISP. Plangebied met zwarte pijl aangeduid.

22

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

4.3.2 Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder In het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit document is vastgesteld door het bestuur van de ROZ en dient als inspiratie bij toetsing van nieuwe aanvragen door de gemeenten. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. Het lint Bredeweg - Middelweg is ruimtelijk de centrale as van de polder en maakt onderdeel uit van de hoofdplanstructuur. Het lint aan de Bredeweg heeft overwegend een gemengd karakter met voornamelijk glastuinbouw, wonen en werken.

De lintzone kan herkenbaar blijven door continue bebouwingsafstanden en door een duidelijke grens te bewaren tussen de wereld van de lintbebouwing zelf en de achterliggende bouwvelden. Eén van de richtinggevende principes is het handhaven van het huidige polderwegprofiel in het lint waardoor zij ook voor langzaam verkeer aantrekkelijk kan blijven of worden (als toekomstige ontwikkelingen afwaardering mogelijk maken). Het perceel maakt onderdeel uit van een aannemersbedrijf ten behoeve van buitenopslag. Deze situatie maakt plaats voor drie landschappelijk in te passen woon-werkeenheden. Per saldo is sprake van een ruimtelijke kwaliteitswinst. Conclusie Deze ontwikkeling maakt drie woon-werkeenheden in een bebouwingslint mogelijk. Het plan past bij de korrelgrootte en oriëntatie op de oude lintweg. De planontwikkeling voldoet aan de in het Ambitiedocument genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is zoals in dit bestemmingsplan wordt voorgestaan. 4.3.3 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag.

De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019. Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen.

In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid

Toelichting

23

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Waddinxveen Waddinxveen is sinds de jaren '80 uitgegroeid van een dorpskern langs de Gouwe naar een middelgrote gemeente met de daarbij behorende voorzieningen. De ligging langs de A12 Utrecht – Den Haag is daarvoor belangrijk. Daarnaast heeft Waddinxveen drie treinstations aan een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk. Aan de zuidwestzijde van de oude dorpskern is een nieuw centrum gerealiseerd. Zuidelijk daarvan is de woonwijk Park Triangel in aanbouw.

Waddinxveen kent veel laagbouw, met aan de zuidrand een dorps en soms luxer woonmilieu. Het luxe woonmilieu is een onderscheidend aanbod, dat verder grotendeels ontbreekt in de regio. Conclusie De nieuwbouw van drie woningen in de dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Waddinxveen voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (toevoeging drie woningen) niet te worden afgestemd met de Regio Midden-Holland, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Waddinxveen 2030 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de structuurvisie Waddinxveen 2030 "Positief en realistisch naar 2030" vastgesteld. De structuurvisie van 2006 is herzien, omdat in de periode tot 2006 en nu veel is veranderd. De huidige economische situatie en bijgestelde groeiprognoses hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het beleid dat gericht is op de woningmarkt. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Het karakter van de structuurvisie is positief en realistisch. Concreet betekent dit dat de ambities haalbaar en uitvoerbaar zijn, maar dat de visie ook uitdaagt en perspectief biedt. De nieuwe structuurvisie moet zowel de gemeente als burgers, bedrijven en andere betrokken partijen inspireren om actief mee te werken en te bouwen aan de toekomst van Waddinxveen. De structuurvisie schept een duidelijk kader voor de ontwikkeling van het buitengebied, aan beide zijden van de kern Waddinxveen. Als één van de uitgangspunten is benoemd dat er behoefte is aan ruimte voor de glastuinbouw, niet alleen in Waddinxveen, maar ook in andere gemeenten in de regio. Grote toekomstopgave voor het landelijk gebied is het verbreden van de landbouw en het benutten van de potentie van recreatie.

Daarnaast is het van belang om wonen in het buitengebied naast de agrarische sector verder mogelijk te maken. Op de integrale kaart van de Structuurvisie ligt het plangebied ten zuidwesten van de aanduiding "Glastuinbouw/ bestaand". Het plangebied zelf ligt in een lintzone met de aanduiding “Versterken natuurwaarden Zuidplaspolder/ Polder Achterof” (zie figuur 6). Conclusie Het plangebied ligt aan de Bredeweg. Deze weg vormt van oudsher de verbindingsroute tussen Moerkapelle en Moordrecht. Een kleinschalige vervolgfunctie naar drie woon-werkeenheden aan de rand van het glastuinbouwgebied is inpasbaar zonder dat de bestaande ruimtelijke kwaliteiten worden

24

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

aangetast. Het oprichten van de woon-werkpercelen is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Structuurvisie.

Figuur 6: Integrale kaart Structuurvisie. 4.4.2 Mobiliteitsplan 2013-2020 De gemeenteraad heeft op 26 juni 2013 het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie Waddinxveen uit 2006 en de second opinion uit 2007. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. Conclusie De Bredeweg kan worden aangemerkt als een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom. Een deel van een bedrijfsfunctie vervalt ten behoeve van het oprichten van drie woon-werkeenheden. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie is er een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen zonder dat er sprake is van verkeerscongestie op de Bredeweg.

Toelichting

25

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

4.4.3 Duurzaamheid De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 een Woonvisie vastgesteld. Het doel van deze Woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven. Pijler 3 heeft betrekking op duurzaamheid. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. In de duurzaamheidsvisie is een tweetal ambities op het gebied van duurzaamheid en wonen opgenomen. Het gaat om het stimuleren van duurzame nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Conclusie De nieuwe woningen krijgen geen gasaansluiting meer. De woningen worden energie neutraal (nul op de meter) gebouwd. De bedrijfsgebouwen zullen bijna energieneutraal worden opgericht.

Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.

4.5

Conclusie

Het planinitiatief voldoet aan het geschetste rijksbeleid. Het betreft een passende vervolgfunctie in het buitengebied. Er is geen strijdigheid met de rijksbelangen. In de provinciale Omgevingsvisie ligt het plangebied aan de rand van het glastuinbouwconcentratiegebied. Een bedrijfsperceel wordt gewijzigd naar een passende vervolgfunctie ten behoeve van wonen en werken in het lint van de Bredeweg. De nieuwe bebouwing past qua aard en schaal bij wat er al is in de nabije omgeving. Per saldo is er sprake van verbetering van ruimtelijke kwaliteit, omdat buitenopslag wordt vervangen door drie nieuwe woningen langs het lint. Gesteld kan worden dat sprake is van 'inpassing'. Voldaan wordt aan de uitgangspunten en randvoorwaarden, zoals deze zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale belangen. De planontwikkeling past eveneens binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke structuurvisie. De nieuwe woon-werkpercelen worden landschappelijk ingepast. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

26

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg 4, Waddinxveen

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleidskader rijk en provincie

5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Provincie Op provinciaal niveau heeft de provincie Zuid-Holland het beleid vertaald in het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Dit plan bepaalt het waterbeleid. Het gaat om waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en een robuust en veerkrachtig watersysteem. In de Omgevingsvisie is veel ruimtelijk waterbeleid geïntegreerd. De visie omvat onder andere het wettelijk verplichte regionale waterplan als genoemd in artikel 4.4 van de Waterwet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092406/1