Beoordeling ODMH milieuomgevingsaspecten (1)
Tekst van het document
Afdeling Expertise J. Peters 088 - 54 50 143 jpeters@odmh.nl Postbus 45 2800 AA Gouda
Gemeente Waddinxveen T.a.v. de heer X. Leenheer Postbus 400 2740 AK Waddinxveen x.leenheer@waddinxveen.nl / gemeente@waddinxveen.nl
088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum
20-03-2020
Ons kenmerk
2020041182
Uw kenmerk
Onderwerp: ROM beoordeling BP Kerkweg - Oost 214 – 216 Waddinxveen Bijlagen
5
Geachte heer Leenheer, Op 6 februari 2020 hebben wij van u het verzoek ontvangen om het bestemmingsplan Kerkweg - Oost 214 - 216 op omgevingsaspecten te beoordelen. Het bestemmingsplan is gedateerd op 30 januari 2020 en opgesteld door Introview. Situatie Aan de Kerkweg-Oost 214 en 216 stonden vroeger twee vrijstaande woningen. Deze zijn inmiddels gesloopt. De nieuwe eigenaar heeft de mogelijkheden onderzocht om deze locatie te herontwikkelen voor woningbouw. In de nieuwe situatie zal op de hoek van de Juliana van Stolberglaan en KerkwegOost een appartementengebouw worden gerealiseerd in 3 bouwlagen met een kap. De goothoogte is maximaal 11m met een nokhoogte van maximaal 15 m. Daarnaast worden er twee grondgebonden woningen gerealiseerd, deze krijgen een goot- en bouwhoogte van 7 en 11 meter. Advies In bijlage 1 treft u een beoordeling op de milieuaspecten aan.
De volgende milieuaspecten hebben nog aandacht nodig omdat deze onvoldoende zijn uitgewerkt: Geluid (onderzoeksrapport en toelichting aanpassen, hogere waarden noodzakelijk) Ecologie (ingaan op houtopstanden en Polder Stein) Archeologie (Geen vervolgonderzoek noodzakelijk) Daarnaast adviseren wij u de volgende aanpassingen in het bestemmingsplan aan te brengen: Duurzaamheid (paragraaf uitbreiden) Niet gesprongen explosieven (paragraaf opnemen) Voor het plan zijn voor wat betreft wegverkeerslawaai hogere waarden nodig. Het (ontwerp) besluit hogere waarden moet tegelijk met het(ontwerp) van het bestemmingsplan ter inzage gaan. Het hogere waarde besluit is gemandateerd bij de ODMH. Wanneer het aangepaste geluidsrapport door ons is geaccordeerd, kan de gemeente opdracht geven om een concept (ontwerp) besluit hogere waarde op te stellen. Regels en verbeelding Ten aanzien van de regels en verbeelding is er de volgende opmerking:
Identificatie 2020077064
1 van 11
Op de verbeelding kan de dubbelbescherming Waarde Archeologie 2 vervallen, eveneens Artikel 6 bij de regels. In de onderbouwing moet aangegeven worden waarom wordt afgezien van een archeologische dubbelbestemming.
Meer informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen. U vindt de contactgegevens en het kenmerk bovenaan deze brief. Als u wilt reageren op deze brief vragen wij u dit kenmerk te noemen, zodat wij u sneller van dienst kunnen zijn.
Met vriendelijke groet, Jonas Peters ROM-adviseur Dit document is digitaal vastgesteld.
Identificatie 2020077064
2 van 11
Bijlage 1: beoordeling omgevingsaspecten Mer (6.1.1) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. De ontwikkeling komt niet voor in het besluit m.e.r., een m.e.r beoordeling of m.e.r plicht is niet aan de orde. Bedrijven en milieuzonering (6.1.2) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Geluid (6.1.3) Met het gestelde in deze paragraaf kan niet worden ingestemd. De akoestische rapportage en de toelichting op het bestemmingsplan zijn niet in orde bevonden. We adviseren om het onderzoek en de toelichting aan te laten passen aan de hand van opmerkingen in bijlage 2. Voor het plan zijn hogere waarden nodig. Het (ontwerp) besluit hogere waarden moet tegelijk met het (ontwerp) van het bestemmingsplan ter inzage gaan. Bodem (6.1.4) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Op basis van de Nota Bodemkwaliteit bij Bouwen (2013) is het niet noodzakelijk dat meer milieukundig bodemonderzoek wordt uitgevoerd voordat de omgevingsvergunning in kader van de bouw kan worden verleend. Op basis van het beoordeelde bodemonderzoek is de locatie geschikt voor de toekomstige bestemming (en het gebruik). De locatie is voldoende onderzocht. In bijlage 3 van deze brief vindt u de uitgebreide beoordeling van het bodemonderzoek. Luchtkwaliteit (6.1.5) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd.
Externe veiligheid (6.1.6) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Archeologie (6.2) Met het gestelde in de paragraaf archeologie kan niet worden ingestemd. De dubbelbestemming Waarde Archeologie kan op zowel de verbeelding als bij de regels vervallen. De toelichting dient aangepast te worden met de gegevens waarom verder archeologisch onderzoek niet meer nodig is. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek wordt (voorzichtigheidshalve) een proefsleufonderzoek geadviseerd. Mede op basis van aanvullende gegevens echter wordt een vervolgonderzoek door de ODMH niet meer nodig geacht. Er zijn naar onze mening voldoende aanwijzingen dat binnen het plangebied geen waardevolle en behoudenswaardige archeologisch resten te verwachten zijn. In bijlage 4 van deze brief vindt u de uitgebreide beoordeling omtrent archeologie. Ecologie (6.3) Met het gestelde in deze paragraaf kan niet worden ingestemd. Het onderdeel ecologie is nog niet helemaal voldoende. De meeste beschermde soorten en natuurgebieden worden met de plannen niet geschaad. Maar er zijn nog twee aandachtspunten die moeten worden aangevuld: In de quickscan moet het onderdeel houtopstanden worden aangepast. Identificatie 2020077064
3 van 11
In de ruimtelijke onderbouwing moet ook rekening gehouden worden met Polder Stein. Dit is een Natura 2000-gebied dat op termijn wordt aangewezen als stikstofgevoelig. Dat is nu nog niet meegenomen in de onderbouwing van het plan. Pas als alle effecten in beeld zijn, wordt duidelijk of het plan haalbaar is. Daarom moeten de rapporten op deze onderdelen worden aangevuld. Door het rapport aan te vullen wordt het beeld compleet gemaakt. In bijlage 3 van deze brief vindt u de uitgebreide beoordeling omtrent ecologie.
Duurzaamheid (4.4.6) Met het gestelde in deze paragraaf kan worden ingestemd. Wij adviseren echter wel om zaken concreter te benoemen en uit te werken. Hoe wordt 0 op de meter bereikt in dit geval? De ontwikkeling van woningen biedt veel kansen voor duurzaamheid. Het aspect duurzaamheid in de breedste zin van het woord, en de mogelijke toepassingen zien op een breed spectrum. Het nu volgende is bedoeld als inspiratie om zaken verder uit te werken in het kader van duurzaamheid. Het bouwen van nieuwe woningen biedt kansen om gebouwen, gronden en de omgeving te verduurzamen: groen, water, energieverbruik (zonnepanelen en warmtepompen), duurzame en gerecyclede materialen, schaduwplekken en behoud en ontwikkeling van biodiversiteit zijn enkele voorbeelden. Met eenvoudige voorzieningen aan gebouwen, zoals architectonische aanpassingen aan het ontwerp of het aanpassen van een werkwijze of de te gebruiken materialen, kan veel bereikt worden op al deze duurzaamheidsthema’s. Er zijn bijvoorbeeld veel technische voorzieningen mogelijk in de vorm van inbouwkasten voor broedende vogels of vleermuizen. Voor gier- en boerenzwaluwen zijn speciale dakpannen op de markt. Een ander voorbeeld is het toepassen van groene daken en groene muren, deze zorgen voor een betere leefomgeving voor dier en mens.
Tot slot nog een tip: door slim om te gaan met (buiten) verlichting kunnen veel negatieve effecten op dieren worden voorkomen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden ter inspiratie om eventueel verder uit te werken in het plan. Niet gesprongen explosieven Er ontbreekt een paragraaf die ingaat op niet gesprongen explosieven. Wij adviseren hier een paragraaf voor op te nemen. De nu volgende tekst kan hiervoor als input worden gebruikt. Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de gebruikte Conventionele Explosieven (CE) uit WOll tijd niet functioneerde en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2012 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van NGE voor het grondgebied van de gemeente Waddinxveen. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE. Verder onderzoek naar NGE is naar onze mening niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van NGE, kan niet met zekerheid worden gesteld dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Provinciale milieubelangen Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen.
Hieronder leest u welke dit zijn en hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot deze belangen: Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied.
Identificatie 2020077064
4 van 11
Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EVrelevante risicobron.
De provinciale milieubelangen zijn niet in het geding.
Identificatie 2020077064
5 van 11
Bijlage 2: beoordeling geluid Van: M. Groen Kenmerk: 2020041208 Aanleiding De volgende stukken zijn beoordeeld: “Woningbouwontwikkeling Kerkweg-Oost 214-216 te Waddinxveen Akoestisch onderzoek geluidsbelasting” d.d. 14-01-2020 opgesteld door S&W Consultancy met referentie 2170522. Toelichting “Bestemmingsplan kerkweg-oost 214 en 216 gemeente Waddinxveen” d.d. 30 januari 2020 opgesteld door Adviesbureau Introview met referentie NL.IMRO.0627.BPKerkwegOost201-0201. Beoordeling akoestisch onderzoek Het akoestisch onderzoek voldoet niet en dient aangepast te worden aan de hand van de volgende opmerkingen: Voor het vaststellen van de hogere waarden Wet geluidhinder zal uitgegaan worden van de hoogste geluidsbelasting van elke weg apart. Hierdoor is er nog sprake van mogelijke vrije indeling van de bouwvlakken. In dit kader dienen de berekeningen uitgevoerd te worden op de randen van de bouwvlakken. Het is niet duidelijk of dit al is uitgevoerd (de verbeelding ligt niet “onder” het model). In het hogere waarden besluit zullen voorwaarden opgenomen worden ten aanzien van de geluidsluwe gevel en buitenruimten van de appartementen en de grondgebonden woningen. Voor het appartementencomplex dient aangegeven te worden hoe aan de eisen uit het hogere waarden beleid wordt voldaan ten aanzien van de geluidsluwe gevel en buitenruimte. Bronmaatregelen.
In § 4.1.1 is een overzicht gegeven van een mogelijke bronmaatregel. De doelmatigheid van een ander type asfalt is niet aangetoond. Voor de bepaling van de doelmatigheid kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van het DMC van het IPO of uit de Wet geluidhinder. Beoordeling toelichting bestemmingsplan Wanneer de akoestische rapportage is aangepast dienen de conclusies verwerkt te worden in de toelichting. Conclusie Het akoestisch onderzoek is niet in orde bevonden. Onderzoek naar de doelmatigheid van mogelijke bronmaatregelen is niet onderzocht. Eveneens ontbreekt een oplossing om te voldoen aan de beleidsregel ten aanzien van een geluidsluwe gevel en buitenruimte. Het onderzoek moet hierop aangevuld worden. Wanneer het akoestisch onderzoek en de toelichting is aangepast kunnen hogere waarden worden vastgesteld.
Identificatie 2020077064
6 van 11
Bijlage 3: beoordeling bodem Van: G. van Roessel Kenmerk: 2020041210 Aanleiding In verband met de herontwikkeling van de locatie is een actualiserend historisch en aanvullend bodemonderzoek (RPS advies- en ingenieursbureau bv, projectnummer 1806732A00, d.d. 30 november 2018) ter plaatse van Kerkweg - Oost 214 - 216 in Waddinxveen uitgevoerd. Beoordeling onderzoek Uit het vooronderzoek is gebleken dat er op de locatie een bron aanwezig is (geweest) die verontreiniging van de bodem heeft kunnen veroorzaken. Dit betreft een voormalige ondergrondse tank van 3.000 liter. Tevens is er sprake van een bodemverontreiniging op een aangrenzend perceel die zich mogelijk uitstrekt tot op de onderzoekslocatie. Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk in de bovengrond zwakke tot plaatselijk matige bijmengingen met puin en sporen kolengruis waargenomen. Uit de chemische analyse blijkt dat in de bovengrond een matige verontreiniging met lood en lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, zink en PAK aanwezig te zijn. De ondergrond is niet verontreinigd met vluchtige aromaten en minerale olie. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium en naftaleen geconstateerd. De puinhoudende bovengrond is op asbest onderzocht. In de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Analytisch is in de grond geen asbest aangetoond.
Beoordeling rapport (door ODMH) Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NEN 5725 en NEN 5740. Bij de Omgevingsdienst Midden-Holland zijn niet meer gegevens bekend dan dat er in de rapportage vermeld staan. De locatie wordt terecht als deels verdacht aangemerkt. De matige verontreiniging met lood in de bovengrond overschrijdt niet het achtergrondgehalte van deze bodemkwaliteitszone (zone 3: Historische bebouwing zeekleipolders). De gemeten gehalten met lood liggen beduidend lager. De bevindingen geven geen aanleiding om aanvullend en/of nader bodemonderzoek uit te voeren. De locatie wordt als voldoende onderzocht beschouwd. Conclusie De locatie is op basis van het beoordeelde bodemonderzoek en het eerder uitgevoerde bodemonderzoek (RPS advies- en ingenieursbureau bv, projectnummer NC12180401, d.d. 16 maart 2012)) geschikt voor het beoogde doel (wonen met tuin).
Identificatie 2020077064
7 van 11
Bijlage 4: beoordeling archeologie Van: C. Thanos Kenmerk: 2020041212 Aanleiding Kader: woningbouw Onderzoek: adviesbureau ADC, rapport 4415, 18 januari 2018. Planspecifiek: het bestemmingsplan wordt opgesteld naar aanleiding van de gewenste woningbouw. Beoordeling onderzoek Verwachting bureauonderzoek: er geldt een (algemene) hoge archeologische verwachting op het voorkomen van sporen uit vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Archeologische resten kunnen vanaf het maaiveld voorkomen. Rond 1800 was het plangebied in gebruik als tuin/park van een groot landhuis. Pas vanaf de jaren 1950 is een groot huis aanwezig in het midden van het plangebied. Dit huis is rond 2014 gesloopt. Het is niet uitgesloten dat het plangebied in het verleden zo’n 50 cm is afgegraven. Onderzoeksmethode: booronderzoek (5 boringen tot maximaal 4 m onder het maaiveld). Resultaat: boven het natuurlijke veen is een laag zandig veen aanwezig met een grindbijmenging. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Conclusie en aanbeveling adviesbureau: Er is plaatselijk een pakket zandig veen met puinresten aangetroffen, de puinresten zijn niet nader te dateren dan Nieuwe tijd. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk voor de aanwezigheid van het zandige veen: een restant van een park, opvullingen van oude watergangen of de restanten van een veendijk.
Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van middeleeuwse bewoningsresten, maar het is niet uitgesloten dat er toch archeologische resten te verwachten zijn. Daarom wordt een proefsleufonderzoek aanbevolen. Beoordeling rapport (door ODMH) Het bureauonderzoek heeft aan de hand van historische kaarten duidelijk gemaakt dat binnen het plangebied kans klein is op de aanwezigheid van resten van bebouwing vanaf 1600. Op basis van het booronderzoek leiden we af dat er geen archeologische resten (ophogingslagen, vondsten, enz.) te verwachten zijn vanaf de vroege ontginning rond 1200 tot en met de 17e eeuw. Bij een archeologisch onderzoek (ADC, rapport 4657, december 2019) te kerkweg-Oost 222, net 50 m ten oosten van het plangebied, is eveneens zandig veen waargenomen en een proefsleufonderzoek aanbevolen. Milieukundig onderzoek heeft hier duidelijk gemaakt dat het aangetroffen puin recent was (19e/20e eeuw). Ook hier waren geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten die teruggaan tot de vroege middeleeuwse ontginning van Waddinxveen. De bodem te Kerkweg-Oost 222 en 114-116 is nagenoeg identiek. Er zijn, volgens ons, niet voldoende archeologische aanwijzingen om een proefsleufonderzoek te rechtvaardigen.
Op basis van het historisch onderzoek en het ontbreken van archeologische indicatoren die duiden op de aanwezigheid van middeleeuwse resten, kan de algemene hoge archeologische verwachting naar laag bijgesteld worden. Een vervolgonderzoek voor gebieden met een lage verwachting is in dit geval niet nodig en het plangebied is met het archeologisch booronderzoek voldoende onderzocht.
Identificatie 2020077064
8 van 11
Beoordeling Toelichting - Toelichting, Verbeelding en Regels De archeologische dubbelbestemming Waarde Archeologie kan vervallen. Dit moet op de verbeelding en in de regels aangepast worden. De toelichting moet aangevuld worden met de reden van het vervallen van de dubbelbestemming. Conclusie Conclusie: het plangebied hoeft, op basis van de uitgevoerde onderzoeken, niet verder onderzocht te worden. Aandachtspunten: ook als archeologische resten niet meer verwacht worden, kunnen ze toch nog aanwezig zijn. Mocht blijken bij uitvoer van graafwerkzaamheden dat deze toch aanwezig zijn, moet het bevoegd gezag (zijnde gemeente Waddinxveen) meteen op de hoogte gesteld te worden en moet de gemeente een beslissing nemen over hoe om te gaan met de resten. Dit conform paragraaf 5.4, artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Risico’s: zie bovenstaande.
Identificatie 2020077064
9 van 11
Bijlage 5: beoordeling ecologie Van: P. Wolswijk Kenmerk: 2020041214 Aanleiding Op de locatie Kerkweg-Oost 214-216 is men voornemens appartementen, geschakelde woningen en een vrijstaande woning te realiseren. Het terrein is op dit moment braakliggend. In het verleden hebben er twee vrijstaande woningen gestaan. De nieuwe plannen passen daarmee niet in het geldende bestemmingsplan. Daarom is een bestemmingsplanprocedure gestart om de nieuwe plannen mogelijk te maken. De volgende rapporten zijn hiervoor opgesteld: Bestemmingsplan Kerkweg-Oost 214 en 216 gemeente Waddinxveen, opgesteld door Adviesbureau Introview, met kenmerk NL.IMRO.0627.BPKerkwegOost214-0201, d.d. 30 januari 2020 (hierna: toelichting); Ecologisch onderzoek Kerkweg-Oost, Waddinxveen, opgesteld door Watersnip advies, met kenmerk 17A049, d.d. juni 2018 (hierna: quickscan). Beoordeling onderzoek De beoordeling is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving, waarbij gekeken wordt naar soortbescherming en gebiedsbescherming. De voorgaande versie van de quickscan is in 2018 door de ODMH beoordeeld (advies met kenmerk 2018103793, d.d. 14 mei 2018). Daarna is de quickscan aangepast, maar niet meer door de ODMH beoordeeld. Als punt van aandacht stond in het voorgaande advies dat nog een beoordeling op het onderdeel houtopstanden nodig was. Dit onderdeel is in de quickscan aangevuld.
Er staat nu echter dat een melding in het kader van houtopstanden niet noodzakelijk is, omdat de bomen binnen de bebouwde kom van de gemeente Waddinxveen staan. Echter, het gaat er om dat de bomen binnen een bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grens van de bebouwde kom houtopstanden staan. Alleen binnen de bebouwde kom staan is dus niet voldoende. Opgemerkt wordt dat er ook nog werd gesproken over een monumentale boom. Deze bleek ten tijde van de quickscan al niet meer aanwezig. Een ander punt van aandacht uit het voorgaande advies was de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in de gesloopte gebouwen. Dit bleek niet meer te achterhalen. Geadviseerd werd om de nieuwbouw natuur inclusief te bouwen voor vogels en vleermuizen, om eventueel verloren gegane verblijfplaatsen te compenseren. Beoordeling Toelichting Bij stikstofdepositie is nog geen rekening gehouden met de toekomstige aanwijzing van Polder Stein als stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. De kans is aanwezig dat het gebied wordt aangewezen voordat de omgevingsvergunning voor de bouw is verkregen. Het is daarom belangrijk om ook Polder Stein alvast mee te nemen in de ruimtelijke onderbouwing. De afstand tot Polder Stein is ongeveer 6700 meter.
Bij de onderbouwing kan gebruik gemaakt worden van het Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie, die te vinden is op de website van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (https://www.ozhz.nl/wpcontent/uploads/Beoordelingskaderbouw-stikstof.pdf). Conclusie De ecologische onderbouwing van het plan moet nog op twee punten aangevuld worden. Dit betreft het onderdeel houtopstanden in de quickscan en het onderdeel stikstofdepositie in de ruimtelijke onderbouwing. Als deze punten niet worden aangevuld, kan niet uitgesloten worden dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden.
Identificatie 2020077064
10 van 11
Ook wordt, in het geval van stikstofdepositie, het risico uitgesloten dat het plan niet uitgevoerd kan worden, als blijkt dat in de fase van de bouwvergunning Polder Stein is aangewezen als stikstofgevoelig.
Identificatie 2020077064
11 van 11