CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beoordeling milieuomgevingsaspecten ODMH 65142

Commissie Ruimte + Infrastructuur 7 december 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Passage3.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Team ROM, Externe veiligheid en Ecologie L. Verbiest 088 - 54 50 332 Postbus 45 2800 AA Gouda 088 - 54 50 000

Gemeente Waddinxveen T.a.v. X. Leenheer Postbus 400 2740 AK WADDINXVEEN gemeente@waddinxveen.nl X.Leenheer@waddinxveen.nl Onderwerp Herbeoordeling omgevingsaspecten de Passage

www.odmh.nl Besluitdatum Verzenddatum

24-08-2023

Ons kenmerk

2023-00010764

Uw kenmerk Bijlagen:

3

Beste X. Leenheer, Op 31 juli 2023 heeft u ons gevraagd om het bestemmingsplan de Passage op aspecten uit de fysieke leefomgeving te beoordelen. Dit hebben wij gedaan. In bijlage 1 leest u naar welke aspecten wij hebben gekeken. Onze adviezen leest u hieronder. Dit betreft een herbeoordeling. Daarom gaan wij in deze brief enkel in op aspecten die wij in de eerste beoordeling d.d. 20-06-2023 met kenmerk 2023-00006769 als onvoldoende beoordeelden. Situatie en procedure Het initiatief betreft de herinrichting van één van de oudste straten van Waddinxveen; de Passage. Hier moet verdichting van het gebied komen, waarbij er een mix ontstaat van woningen (huur, koop, grondgebonden en gestapeld) en ondersteunende functies (gericht op dienstverlening, ambacht en zorg). Er worden circa 160 woningen toegevoegd. Dit past niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Van station tot hefbrug’, of ‘Passage’ of het wijzigingsbesluit ‘Passage’. Daarom heeft de initiatiefnemer een nieuw bestemmingsplan opgesteld, waarin deze plannen integraal worden herzien. Het nieuwe bestemmingsplan is ‘De Passage’, ontvangen op 31 juli 2023, kenmerk: NL.IMRO.0627.bpDePassage2023-0301. Het bestemmingsplan kan nog niet in procedure worden gebracht Het (concept) bestemmingsplan voldoet nog niet aan de huidige wet- en regelgeving. Wij adviseren daarom dat de aanvrager de volgende acties uitvoert: 1. M.e.r.

(5.1): Pas de onderbouwing aan voor soortenbescherming. 2. Bedrijven & milieuzonering (5.3): Voer onderzoek uit voor de onderbouwing van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3. Externe veiligheid (5.7): Pas de conclusie aan. 4. Ecologie (5.10): Voer nader onderzoek uit naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen voor definitieve vaststelling, vul de toelichting aan en neem een planregel op. 5. Archeologie (5.11): Neem een verwijzing op naar het Parapluplan Archeologie en Parkeren uit 2018. De motivering voor deze adviezen leest u in bijlage 2.

Identificatie D-2023-00069171

1 van 10

Regels in het bestemmingsplan Op basis van bovenstaande adviezen stellen wij voor om de volgende regel op te nemen in het bestemmingsplan. Ecologie: Neem in de planregels de onderzoekverplichting op voor het uitvoeren van ecologisch onderzoek voorafgaande aan de sloop. Zorg ervoor dat de volgende besluiten tegelijkertijd worden genomen 1. Het m.e.r. beoordelingsbesluit, deze leest u terug in bijlage 3. 2. Het besluit hogere waarden, op uw verzoek stellen wij deze op. Voor de omgevingsvergunning onderdeel bouwen zijn de volgende acties nodig 1. Bodem: nader bodemonderzoek noodzakelijk. Heeft u vragen? Neem dan contact op met L. Verbiest. Dat kan via 088 - 54 50 332 of per e-mail via lverbiest@odmh.nl. Vermeld dan het kenmerk 2023-00010764. Zo kunnen wij u sneller helpen. Met vriendelijke groet, L. Verbiest Dit document is digitaal vastgesteld.

Bijlagen Bijlage 1: Afkadering Bijlage 2: Motivering omgevingsaspecten Bijlage 3: m.e.r.-beoordelingsbesluit

Identificatie D-2023-00069171

2 van 10

Bijlage 1: Afkadering We hebben gekeken naar de volgende aspecten. Het nummer achter ieder aspect verwijst naar de paragraaf van de toelichting. Wij baseren ons advies op de bij een aspect genoemde documenten. 

  

 

M.e.r. (5.1) - Bijlage 2 Aanmeldnotitie Passage Waddinxveen, opgesteld door Royal HaskoningDHV, d.d. 24 juli 2023. Bedrijven & milieuzonering (5.3) Luchtkwaliteit (5.5) Geluid (5.6) - Rapport Nieuwbouwplan De Passage te Waddinxveen, akoestisch onderzoek wegverkeer, d.d. 12 juni 2023 opgesteld door RHDHV. Externe veiligheid (5.7) Ecologie (5.10) - Natuurtoets De Passage Waddinxveen, door Royal HaskoningDHV, met kenmerk BH9789RHD-XX-XX-RP-EO-0001, d.d. 19 mei 2023 (door ODMH genoemd: quickscan); - Stikstofdepositie Passage Waddinxveen, door Royal HaskoningDHV, met kenmerk BH9789MI-NT-230316, d.d. 24 juli 2023 (door ODMH genoemd: stikstofberekening); Archeologie (5.11)

Als ODMH opmerkingen heeft over een omgevingsaspect, dan staan deze in bijlage 2. Als er geen opmerkingen zijn, dan is het aspect akkoord. De beoordeling is gebaseerd op de op het moment van opstellen geldende wet- en regelgeving. Wijzigingen in deze wet- en regelgeving kunnen leiden tot andere conclusies.

Identificatie D-2023-00069171

3 van 10

Bijlage 2: Motivering Leeswijzer bij deze bijlage: -

achter ieder omgevingsaspect staat een nummer; dit is de paragraaf in de toelichting.

-

per omgevingsaspect vind je een genummerde opsomming van onze adviezen. De waarom bij ieder advies staat vervolgens bij ‘argumenten’, waarbij de argumenten 1.1 t/m 1.x horen bij advies 1, de argumenten 2.1 t/m 2.x horen bij advies 2, enz.

M.e.r (5.1) Advies 1. De ODMH is het eens met de conclusie in de toelichting van het plan dat het opstellen van een MER niet nodig is. 2. De aanmeldnotitie is te kort door de bocht voor ecologie, soortenbescherming. 3. Op basis van de aanmeldnotitie en eventuele adviezen moeten B&W een besluit nemen of een milieueffectrapport al dan niet opgesteld moet worden. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit kan genomen worden bij de vaststelling van de ontwerpvergunning. Als het bevoegd gezag besluit op grond van de aanmeldnotitie dat een Milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk is, dan moet het bevoegde gezag de Wabo vergunningaanvraag aanhouden. De initiatiefnemer moet dan eerst een MER opstellen. Argumenten 1.1 De ODMH is het eens met de toelichting van het plan waarom geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, omdat deze voldoet aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. 2.1 Er wordt gesteld dat alleen voor stikstof een verstoring zou kunnen plaatsvinden, dat is niet het geval. Nader onderzoek is nodig voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Op voorhand kan niet gesteld worden dat er geen enkele verstoring voor deze soorten plaatsvindt. Zie geel gemarkeerde tekst in bijlage 3 bij deze brief. 3.1 Dit staat in de bijlage bij het Besluit m.e.r..

Onder kolom 3 (plannen) of kolom 4 (besluiten) wordt per activiteit verwezen naar wetsartikelen van andere wetten wie bevoegd gezag is. Hetzelfde bevoegd gezag neemt ook het m.e.r-beoordelingsbesluit. Geluid (5.3 en 5.6) Advies aan aanvrager 1. Het akoestisch onderzoek is akkoord. 2. De paragraaf geluid in de toelichting is akkoord. 3. De paragraaf bedrijven en milieuzonering is niet akkoord. Advies aan RO-medewerker 4. ODMH stelt, na opdrachtverlening van u, een (ontwerp) besluit hogere waarden op. Leg dit (ontwerp) besluit gelijktijdig met (ontwerp) bestemmingsplan ter inzage. Argumenten 1.1 Het akoestisch onderzoek is akkoord Het onderzoek is in orde. Uit de berekeningen blijkt dat op kavel 7 sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De maximale waarde wordt niet overschreden. Wij verlenen hogere waarden. Het akoestisch onderzoek berekent de geluidsbelasting op meer bouwvlakken dan het plan mogelijk maakt. Dit maakt voor de conclusies niet uit. Het onderzoek hoeft dan ook niet aangepast te worden. Ook gaat het akoestisch onderzoek nog steeds niet in op de beleidsregel (geluidsluwe Identificatie D-2023-00069171

4 van 10

gevel en buitenruimte) maar een geluidsluwe gevel en buitenruimte zijn wel geborgd in regels voor wonen en gemend. Dit is akkoord.

1 2.2 Paragraaf 5.6 Geluidhinder is akkoord Het aangepaste onderzoek is juist verwerkt in de toelichting.

2 3.1 Vul paragraaf 5.3 Bedrijven en milieuzonering aan In het plangebied worden verschillende functies in combinatie met woningen mogelijk gemaakt. Wij zien graag dat hier onderzoek naar gedaan wordt. Nu wordt aangegeven dat categorie A en B wel kunnen. Wij vinden dit te mager. Er dient een betere onderbouwing aan de hand van onderzoek gegeven te worden. 4.1 ODMH stelt een (ontwerp) besluit hogere waarden op omdat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt De voorkeursgrenswaarde die voor dit initiatief geldt is 48 dB. De initiatiefnemer heeft onderzocht of de geluidsbelasting op of onder deze voorkeursgrenswaarde kan komen door het nemen van maatregelen. Dit blijkt niet mogelijk, gewenst en/of doelmatig. Externe veiligheid (5.7) Advies 1. Pas conclusie aan. Argumenten: 1.1 Er staat dat er geen relevante risicobronnen zijn, terwijl het plangebied in het invloedsgebied van een hogedrukaardgasleiding ligt. Dat klopt niet. Daarnaast is het advies ook gevraagd conform Bevb, niet enkel Bevt. Ecologie (5.10) Advies aan aanvrager 1. Het onderdeel ecologie nog niet voldoende. Zolang het nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen niet aan de onderbouwing is toegevoegd, moet de toelichting worden aangevuld om de haalbaarheid van het plan goed te onderbouwen. 2. De stikstofberekening en ecologische quickscan zijn voldoende uitgevoerd.

Advies aan omgevingsvergunningverlener / RO medewerker 3. De ecologische onderbouwing van het plan is nog niet voldoende. De haalbaarheid van het plan moet beter onderbouwd worden in de toelichting. Argumenten 1.1 In de toelichting staat dat nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen nodig is. Er wordt niet benoemd of het onderzoek reeds is gestart of wanneer dit onderzoek uitgevoerd moet zijn. Voor alle ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, moet zicht worden gegeven op de uitvoerbaarheid. Dat betekent dat duidelijk moet zijn of een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en of deze kan worden verkregen. Het doorschuiven van dit onderzoek brengt risico’s, zoals het onzorgvuldig voorbereiden van een plan en geen zicht geven op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Daarom adviseren we om het nader onderzoek in het plan te verwerken voordat het plan definitief wordt vastgesteld. 1.2 In de toelichting van het plan wordt alleen onderbouwd dat in de nieuwe situatie maatregelen getroffen kunnen worden om verblijfplaatsen van vleermuizen en nesten van huismussen en Identificatie D-2023-00069171

5 van 10

gierzwaluwen te compenseren, indien een ontheffing nodig is. Er wordt niet onderbouwd op basis van welk wettelijk belang (uit de Wet natuurbescherming) een eventuele ontheffing verkregen kan worden. Dit moet worden aangevuld. 1.3 Er is nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen nodig voordat de bebouwing gesloopt wordt. De bebouwing kan gesloopt worden met een sloopmelding. Bij een sloopmelding is geen toetsing aan de Wet natuurbescherming. Indien de optie zoals in punt 1.1 aangegeven is (verwerken nader onderzoek voor het definitief vaststellen van het plan) niet mogelijk is, dan adviseren we tenminste een planregel met onderzoekvoorwaarde op te nemen om de verplichting van het nader onderzoek te borgen. In de planregel moet staan dat nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen voorafgaand aan de sloop uitgevoerd moet zijn en indien nodig ook een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen. Zonder het opnemen van een planregel kan de bestaande bebouwing gesloopt worden zonder toets op beschermde soorten. Hierdoor kan de Wet natuurbescherming overtreden worden.

2.1 De stikstofberekening is aangevuld, waardoor de herkomst van de invoer voldoende is onderbouwd. Hou rekening met mogelijke wijzigingen in stikstof wet- en regelgeving. In de berekening wordt gebruik gemaakt van intern salderen. Naar verwachting wordt intern salderen in 2024 vergunningplichtig. De te doorlopen procedures kunnen hierdoor langer duren. 2.2 Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat nader onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen nodig is. Overige beschermde soorten worden met de plannen niet geschaad. 3.3 Zie bovenstaande argumenten. Archeologie (5.11) Advies 1. Verwijs naar het juiste beleid Argumenten: 1.1 Verwijs in de toelichting naar het Parapluplan Archeologie en Parkeren uit 2018. Hierdoor is de Waarde Archeologie 3 ter hoogte van het plangebied vervallen. 1.2 Op dit moment staat er geen verwijzing in naar dit beleid uit 2018.

Identificatie D-2023-00069171

6 van 10

Bijlage 3: voorzet m.e.r.-beoordelingsbesluit

M.e.r.-beoordelingsbesluit De Passage 1

Aanleiding

In verband met de voorgenomen ontwikkeling van de gemeente Waddinxveen in samenwerking met Gemiva hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het vaststellen van een plan bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het herinrichten van de Passage, waarbij er een mix ontstaat van woningen (huur, koop, grondgebonden en gestapeld) en ondersteunende functies (gericht op dienstverlening, ambacht en zorg). Circa 1.100m2 commerciële ruimten (detailhandel en horeca) wordt verplaatst binnen het plangebied. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

2

Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door de gemeente Waddinxveen in samenwerking met Gemiva geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan (NL.IMRO.0627.bpDePassage2023-0301) maakt onderdeel uit van dit besluit.

3

Rechtsmiddelen

Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.

4

Procedure

De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.

5

Overwegingen

De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag: 5.1

Toetsingskader

Identificatie D-2023-00069171

7 van 10

De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D11.2. In kolom 2 van D11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: - de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); - de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); - soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).

Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project Het toevoegen van circa 160 woningen, herstructureren en indelen van 1100m2 aan commerciële ruimte in het plangebied De Passage in Waddinxveen tussen Stationsplein/ Prinses Beatrixlaan en Juliana van Stolberglaan. De cumulatie met andere projecten De ontwikkeling van de Passage maakt onderdeel uit van een groter aantal ontwikkellocaties in Waddinxveen die allemaal zijn gelegen tussen het station en de hefbrug. Deze ontwikkellocaties staan gezamenlijk bekend als het Sleutelkwartier. Een aantal van deze locaties is al gerealiseerd of in uitvoering. Vooruitlopend op de uitvoering van de Passage worden het Raadhuisplein en de locatie Stationsstraat 5 ontwikkeld tot woningbouwlocatie, hiervoor zijn reeds bestemmingsplannen vastgesteld. Er is geen sprake van cumulatie met deze of andere projecten. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen worden beperkt toegepast Verontreiniging en hinder Er is sprake van beperkte hinder als gevolg van dit plan.

Risico van ongevallen Als gevolg van de aanleg en het gebruik van de woningen en de nieuwe functies is er geen toename van het risico op ongevallen te verwachten.

Identificatie D-2023-00069171

8 van 10

5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik Het plangebied wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk woonbebouwing. Deze woonbebouwing komt in verschillende typen voor. Appartement is het meest voorkomende woontype. De Passage kenmerkt zich vooral door haar autovrije verbinding tussen Kerkweg-oost en Kerkweg- west. Daarnaast komen er enkele maatschappelijke locaties voor, zoals de Kruiskerk, en gemengde locaties. Bij de gemengde locaties wordt wonen gecombineerd met bedrijven/ winkels. Tegenwoordig is de Passage een open gebied waar samenhang ontbreekt. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied kent geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het opname vermogen van het natuurlijke milieu met aandacht voor

wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historische cultureel of archeologische gebieden van belang

Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken. Met betrekking tot de plaats van het project is ecologie relevant. Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), weidevogelgebieden of andere door de Wet natuurbescherming beschermde gebieden. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Directe verstoring, anders dan die van stikstofdepositie, als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn niet te verwachten. De Natura 2000-gebieden zoals ‘Broekvelden, Vettenbroek & polder Stein’ liggen op circa 6 kilometer afstand, waardoor verstoring door licht, zicht, trillingen, geluid, verdroging of vernatting en dergelijke kunnen worden uitgesloten. Uit berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat er in de permanente gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie wordt berekend. Uit de AERIUS Calculator blijkt dat er ook tijdens de tijdelijke aanlegfase geen toename in stikstofdepositie wordt berekend (0,00 mol N/ha/j). Hierdoor kunnen significant negatieve effecten binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar de milieukwaliteitsnormen worden overschreden. De locatie betreft een binnenstedelijk gebied dat niet gerekend kan worden tot een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.

Het plangebied is ook niet gelegen in of in de nabijheid van een landschap van historisch, cultureel of archeologisch belang. 5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) De effecten zijn beperkt en treden hooguit lokaal op. Het effect op het woon- en leefklimaat in de omgeving zijn nihil. De beperkte effecten in het plangebied zijn te ondervangen middels maatregelen. Zo worden maatregelen genomen om ter bescherming van beschermde diersoorten; vleermuizen, broedvogels met en zonder jaarrond beschermd nest en amfibieën. Daarnaast worden voor een aantal woningen hogere waarden verleend. Grensoverschrijdend karakter Niet van toepassing Orde van grootte en complexiteit effect Het effect van het planvoornemen (bouwen/aanleggen en gebruiken) is beperkt en niet complex. Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Identificatie D-2023-00069171

9 van 10

Er zal geen sprake zijn van potentieel aanzienlijke effecten permanent van aard, zoals in het vorenstaande is aangetoond. Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden worden effecten verwacht, maar deze zijn beperkt en tijdelijk van aard. 5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen.

Identificatie D-2023-00069171

10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13478204/1