Beleidskader Wet Inburgering 2022 DEF.pdf
Tekst van het document
Nieuwe Wet Inburgering 2022, Beleidskader regio Midden Holland (Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk)
Opdracht: gemeentelijke regierol bij de inburgering Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. Deze wet vervangt de inburgeringswet van 2013 die niet tot gewenste resultaten heeft geleid. De integratie van statushouders verloopt traag, ook na een aantal jaar is een groot deel nog afhankelijk van een uitkering. De nieuwe wet heeft een betere taalontwikkeling en snellere toeleiding naar werk als doel. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de uitvoering en krijgen daarvoor ook de financiële middelen.
Samenvatting nieuwe Wet inburgering
De regie op de inburgering ligt bij gemeenten, Het huidige leenstelsel wordt afgeschaft. Gemeenten krijgen financiële middelen van het Rijk voor de uitvoering van de wet. Inzet op een hoger gewenst taalniveau: B1 (nu A2). B1 is nodig voor een mbo-opleiding Er komen drie leerroutes: o B1-route: goed leerbare mensen doen inburgering op B1 niveau o Onderwijsroute: intensief taaltraject voor mensen onder de 30 jaar die kunnen doorstromen naar regulier onderwijs. o Z-route: route gericht op zelfredzaamheid, wordt ingezet als B1 niet realistisch is. Brede intake met leerbaarheidstoets leidt tot een Plan Inburgering en Participatie (PIP). In het PIP is aandacht voor alle leefgebieden en worden afspraken over de leerroutes vastgelegd. In duale trajecten wordt taalontwikkeling en (vrijwilligers-) werk gecombineerd. De inburgeraar oefent taal in de praktijk en maakt kennis met de Nederlandse arbeidsmarkt Statushouders worden het eerste half jaar ontzorgd voor de financieel- administratieve kant van hun bestaan. Kosten zoals huur en zorgverzekering worden verrekend met de uitkering. Ondertussen start een traject voor financiële en administratieve zelfredzaamheid
In bijlage 1 wordt het wettelijk kader verder uitgewerkt. De taken van de gemeenten in het nieuwe stelsel worden:
Regie vanaf koppeling aan de gemeente in het Asielzoekerscentrum (AZC). Brede intake en opstellen van een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) Financieel ontzorgen asielmigranten (verrekening van huur en zorgverzekering met uitkering) en begeleiden naar financiële zelfredzaamheid Aanbieden van passende inburgeringstrajecten, inkoop van inburgeringstrajecten: 3 leerroutes en verplichte modules (Participatieverklaring, Kennis Nederlandse Maatschappij, Module Arbeidsparticipatie)
Doel van de wet Het uitgangspunt van de nieuwe inburgeringswet is dat nieuwkomers zo snel mogelijk meedoen in de samenleving, bij voorkeur met betaald werk. De wet biedt ruimte voor maatwerk, het is aan gemeenten hoe ze hieraan invulling geven. In het PIP legt de gemeente vast op welke wijze en binnen welke leerroute de inburgeraar aan de inburgeringsplicht moet voldoen. Daarbij staat het leren van de taal gecombineerd met participatie centraal zodat de inburgeraar de taal ook in de praktijk leert, eerder een betaalde baan heeft en zelfredzaam wordt.
Doelgroepen Er zijn twee doelgroepen te onderscheiden: statushouders en gezinsmigranten. De gemeentelijke rol verschilt per doelgroep als het gaat om verantwoordelijkheid en beschikbaar budget. Voor statushouders is die intensiever dan voor gezinsmigranten. In bijlage 1 wordt het verschil in begeleiding voor beide groepen duidelijk gemaakt. Deze beleidsuitgangspunten hebben vooral betrekking op statushouders. 1.Statushouders: Vluchtelingen die op grond van asiel een tijdelijke verblijfsvergunning voor 5 jaar hebben en de nareizende familieleden. Het is niet met zekerheid te zeggen hoe groot deze groep is. Het Rijk bepaalt elk half jaar de gemeentelijke taakstelling voor huisvesting waardoor gemeenten niet ver vooruit kunnen kijken. 2.Gezinsmigranten: Mensen die vanwege huwelijk in Nederland komen wonen of geestelijke bedienaren. Dit is voor gemeenten een nieuwe doelgroep waar zij een rol heeft bij de inburgering. Aantallen inburgeraars Onderstaande tabel gaat uit van de situatie van 2021 en geeft de aantallen inburgeraars per gemeente weer en de door het Rijk verwachte verdeling over de routes. Inschatting op basis van de huidige praktijk is dat het aantal deelnemers aan de Z-route hoger zal zijn en het aantal deelnemers aan de B1-route lager. Gouda
Krimpenerwaard
Waddinxveen
Bod.Reeuwijk
Totaal
114
88
46
54
302
80
62
32
38
212
60% B1 route
48
38
19
23
128
20 % onderwijsroute*
16
12
6
7
41
20% Z route
16
12
7
8
43
Aantal gezinsmigranten per jaar
50
10
12
10
82
Aantal statushouders per jaar 70% inburgeringsplichtig
Basisprogramma
Beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden In het bestuursakkoord van november 2019 hebben de regiogemeenten over de samenwerking vastgelegd:
Lokaal wat kan, regionaal wat meerwaarde heeft. Regionale aanbesteding leerroutes. Samen optrekken waar mogelijk. Leren van elkaar.
Wat streven de regiogemeenten na? De nieuwe Wet inburgering geeft kansen voor betere inburgering van nieuwkomers. Uitgangspunt is meedoen en inclusie vanaf dag één. Dat is niet alleen van belang voor de inburgeraar zelf, maar ook voor de samenleving. Gemeenten dragen zorg voor goede begeleiding en voeren regie op het totale inburgeringsproces. Beheersing van de Nederlandse taal is belangrijk voor sociale integratie en het vinden van een passende baan. Vanaf dag een wordt ingezet op taalontwikkeling, zoveel mogelijk in combinatie met activiteiten en werk. Inburgeraars leren de taal niet alleen met taalles, maar ook op het werk en in de vrije tijd door Nederlands te praten met collega’s, buren, vrienden of een taalmaatje. Gemeenten werken hierbij nauw samen met de betrokken (lokale) maatschappelijke organisaties. Betaald werk is een belangrijk onderdeel van integratie. Dat zal niet altijd de baan zijn waar de nieuwkomers van dromen maar wel de baan waardoor zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien (droombaan versus broodbaan). Inburgeraars worden gestimuleerd hun talenten en vaardigheden volledig te ontwikkelen. Dat betekent dat ook na het verkrijgen van betaald werk en uitstroom uit de Bijstand, de gemeente aandacht blijft houden voor het proces van inburgering.
Het behalen van de inburgeringsexamens op een zo hoog mogelijk niveau blijft immers van belang en gemeenten hebben hierin een verantwoordelijkheid met de nieuwe wet. Het proces van integratie en inburgering is maatwerk waarbij aandacht is voor de persoonlijke omstandigheden van inburgeraars. Persoonlijke omstandigheden kunnen het proces van inburgeren in de weg staan. Als speciale aandacht in een van de leefgebieden nodig is dan zetten de gemeenten zich in om de drempels weg te nemen zodat de inburgeraar in staat wordt gesteld het inburgeringsexamen te behalen De gemeenten zetten hierbij in op een integrale aanpak vanuit het hele brede sociale domein (Wmo, Jeugd, Werk & Inkomen). Speciale aandacht is er voor de emancipatie en participatie van vrouwen in de gezinnen van de nieuwkomers. De regiogemeenten vinden het van belang dat ook vrouwen zich goed ontwikkelen op taalgebied en kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Ook al is het gezin door de betaalde baan van de kostwinnaar (vaak de man) niet langer afhankelijk van een uitkering.
Hoe willen we dat bereiken? De regierol van de gemeente houdt in dat zij zorgt voor het aanbod van het inburgeringsonderwijs en de begeleiding van de inburgeraar. Consulenten inburgering/casusregisseurs nemen een brede intake af en samen met de inburgeraar stellen zij een PIP op. De consulenten hebben al in het AZC contact met de statushouder en maken gebruik van de informatie van het COA. Wanneer een inburgeraar in het AZC al heeft meegedaan aan ontwikkelgerichte activiteiten, bouwen ze hierop verder. In het PIP staan afspraken over de leerroutes en de mogelijkheden voor werk. De consulenten voeren voortgangsgesprekken en indien noodzakelijk zorgen zij voor handhaving. Zij houden toezicht op het gehele inburgeringstraject en zijn daarmee het eerste aanspreekpunt voor de inburgeraar en de partners. In de begeleiding is aandacht voor alle leefgebieden: taal, werk en onderwijs, financiële zelfredzaamheid, gezondheid en opvoeding en sociaal netwerk. Zij brengen de inburgeraar in contact met initiatieven die helpen bij onder meer het opbouwen van een sociaal netwerk, het leren kennen van stad of dorp en het doen van vrijwilligerswerk. De inburgeraar krijgt ondersteuning maar blijft te allen tijde zelf verantwoordelijk voor zijn/haar inburgeringsproces en het vormen van de eigen toekomst.
Met wie willen we dat bereiken? Deze ambitie is alleen te realiseren samen met de nieuwkomers zelf, de inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers. Voor een goed resultaat binnen de samenwerking is het van belang dat de partners dezelfde visie hebben en uitdragen. Zo ontstaat er duidelijkheid voor de nieuwkomer en kan hij/zij optimaal begeleid worden naar een zelfstandig bestaan in Nederland. Samenwerkingspartners zijn: Vluchtelingenwerk voor de maatschappelijke begeleiding d.w.z. huisvesting, wegwijs maken in de stad, onderwijs voor de kinderen, gezondheid en administratie en coaching zelfredzaamheid. Indien nodig geeft Vluchtelingenwerk juridische begeleiding. Omdat Vluchtelingenwerk een grote rol heeft bij de start van de statushouder in de gemeente wordt zij betrokken bij het opstellen van het PIP en de voortgang. Het sociale team / loket samenleving en zorg komt in beeld bij inburgeraars die tijdens of na hun inburgering intensievere of specifieke ondersteuning vragen, bijvoorbeeld bij opvoedvraagstukken uit de Wmo of Jeugdwet. Promen/Ferm Werk (de begeleidende werk organisatie) is verantwoordelijk voor de begeleiding naar en bij werk indien dit volgens de regievoerder passend is voor de inburgeraar. De formele taalaanbieder en partners in het non-formele taalaanbod zijn partners bij het leren van de taal.
We willen een week vullend programma aanbieden met duale trajecten waarin activiteiten, werk en taal gecombineerd worden. Op deze manier sluit de inburgering beter aan op vervolgonderwijs en arbeidsmarkt. Informeel sociale netwerk van (lokale en vrijwillige) maatschappelijke partners. Dit netwerk wordt ingezet om de zelfredzaamheid te stimuleren en een sociaal netwerk op te bouwen.
Randvoorwaarden Regionale aanbesteding leerroutes. De regiogemeenten hebben samen voldoende statushouders om een kwalitatief goed inburgeringsaanbod te realiseren. Het aanbod moet gerealiseerd worden binnen het financieel kader van de Rijksvergoeding voor de Inburgering. Indien gewenst vullen gemeenten lokaal beleid aan vanuit de eigen middelen.
Uitwerking regionale aanpak inburgering De regio doet gezamenlijk de inkoop van de B1 en Z-route van de inburgering. Daaraan voorgaand biedt de regio een turbotaaltraject aan bij de start van de inburgering. Daarna stroomt de statushouder door naar de geschikte leerroute. Voor de Onderwijsroute sluit de regio aan bij het aanbod van Rotterdam vanwege het kleine volume en de specifieke eisen van deze doelgroep. Rotterdam bedient een grotere regio en kan daarom een ruimer pakket binnen de onderwijsroute aanbieden. Leerroutes
Start: Turbo-taaltraject voor alle leerroutes
Alle statushouders krijgen bij de start een Turbotaaltraject aangeboden In dit programma van 8 weken ligt de nadruk op het leren spreken en begrijpen van de basisbegrippen van de Nederlandse taal inclusief het wegwijs worden in de Nederlandse samenleving. Dit wordt gecombineerd met het wettelijk verplichte participatieverklaringstraject. Bij turbotraject gebruik maken van tolken, onderwijs in eigen taal zodat de leerstof beter binnenkomt.
B1route: (route naar werk)
Combinatie taallessen met (vrijwilligers)werk, bijvoorbeeld Taalstage Aandacht voor taal op de werkvloer (vaktaal) Onderwijsroute: (de route naar opleiding)
Intensief taaltraject waarna de inburgeraar doorstroomt met een warme overdracht naar reguliere vervolgopleidingen. Hierdoor wordt uitval voorkomen. Voor hoogopgeleide statushouders wordt aansluiting gezocht met gespecialiseerde organisaties zoals het UAF (stichting vaan Vluchteling-studenten) en hogescholen met expertise op dit gebied. Z-route: (de route naar zelfredzaamheid)
Inzet alfabetisering en participeren Participatiedeel (800 uur) onderbrengen bij Promen/FermWerk op basis van inbesteding. Veel praktische excursies en trainingen. Nauwe samenwerking met Taalhuis en lokale vrijwilligersorganisaties
Persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP)
Gemeente voert de regie maar inburgeraar is zelf verantwoordelijk eigen inzet en toekomst. PIP gericht op alle leefgebieden. Ondersteuning en begeleiding is maatwerk. Voor het opstellen van een PIP en de begeleiding is opleiding gemeentelijke inburgeringsconsulenten nodig.
Financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid
Wettelijke verplichting eerste 6 maanden betalen huur, verzekering, gas/water/licht vanuit de uitkering. Indien nodig is verlenging of inzet budgetbeheer en individuele begeleiding mogelijk. (bv huur blijvend betalen vanuit de uitkering) Leren zelf doen. Basistraining in groepsverband aanbieden over omgaan met geld in Nederland. Het is belangrijk dat men met elkaar in gesprek gaat over geld en van elkaar leert. Hanteren definitie van het Nibud voor financiële zelfredzaamheid + de competenties. Financiële zelfredzaamheid wordt gemonitord in het PIP Financiële problemen ontstaan vaak bij life events. Indien nodig begeleiden we vanuit bestaande regelingen zoals bv het project Vroegsignalering en kunnen we bemoeizorg inrichten.
Financieel plaatje Over de financiën is nog niet alles duidelijk, bv wat de gevolgen zijn van het half jaar uitstel. Tot nu toe is bekend dat de vergoeding van het Rijk voor de Wet Inburgering uit de volgende posten bestaat: A Structurele uitvoeringskosten (€ 4.100 per asielmigrant en € 2.700 per gezinsmigrant). Dit budget heeft geen bestedingsvoorwaarden en wordt uitgekeerd via het gemeentefonds. Uit de decembercirculaire blijkt dat er voor de regio in 2022 € 633.445 beschikbaar is. B Inburgeringsvoorzieningen (€ 12.712 per asielmigrant en € 589 per gezinsmigrant). Het budget voor de inburgeringsvoorziening is gebonden aan bestedingsvoorwaarden en wordt uitgekeerd via een SPUK. Het beweegt mee met de volumes, definitieve vaststelling achteraf op basis van werkelijke volumes. In dit bedrag is ook de huidige rijksvergoeding voor maatschappelijke begeleiding en PVT opgenomen. Deze vergoeding wordt achteraf uitgekeerd op basis van werkelijke aantallen. C Incidentele invoeringskosten (zijn eenmalig uitgekeerd via de meicirculaire 2020, € 382.243 beschikbaar voor de regio)
Beslispunten: Instemmen met beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden
Bijlage 1: Wettelijk kader Wet inburgering 2022 Hoofdlijnen nieuwe Wet inburgering Uitgangspunt van de nieuwe wet is dat alle inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk 1. Inburgering draagt bij aan het zo snel mogelijk integreren en participeren in de samenleving. In het nieuwe stelsel gaan het leren van de taal en participatie hand in hand. Ook worden er geen ontheffingen van de inburgeringsplicht meer gegeven en gaat de taaleis omhoog van A2- naar B12-niveau. Inburgering wordt gepositioneerd als onderdeel van het sociaal domein met een duidelijke link met de Participatiewet. Doelgroep nieuwe Wet inburgering De doelgroep van de nieuwe Wet inburgering is te verdelen in twee groepen: 1.statushouders en 2. gezinsmigranten en overige inburgeraars. 1. Statushouders Statushouders zijn vluchtelingen die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden erkend en een vluchtelingenstatus krijgen. Zij komen eerst in asielzoekerscentra (AZC) terecht. Het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) vangt hen op en koppelt statushouders aan een gemeente. Nareizigers zijn de nareizende familieleden van de statushouder die na inwilliging van de gezinshereniging in Nederland mogen verblijven. Zij komen dus terecht bij hun familielid die al woonachtig is in de gemeente.
De groep statushouders is vaak in eerste instantie bijstandsafhankelijk. Zij zijn onderdeel van de huidige gemeentelijke aanpak statushouders op het gebied van re-integratie en participatie. 2. Gezinsmigranten en overige inburgeraars Gezinsmigranten en overige migranten (hierna gezinsmigranten) zijn personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming gekomen zijn. Het gaat om personen die een Nederlandse partner hebben. Inburgering start voor gezinsmigranten al met een basisexamen inburgering dat in het land van herkomst wordt afgelegd. Ook geestelijk bedienaren (dominees, priesters en imams) en vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een onbepaald verblijfdoel zijn onderdeel van deze groep. Gezinsmigranten zijn (veelal) niet bijstandsafhankelijk. Op dit moment zijn ze bij de Gemeente vaak alleen in beeld via de participatieverklaringstrajecten die de gemeente voor deze groep moet aanbieden en die voor gezinsmigranten, net als voor statushouders verplicht is. De gemeente wordt met invoering van de nieuwe Wet inburgering voor een grotere groep verantwoordelijk. Het te volgen inburgeringstraject voor statushouders is veelomvattender dan voor gezinsmigranten. Dit betekent dat de wettelijke aanbodplicht verschilt per groep.
Gemeentelijke taken per 1 januari 2022 Hieronder worden allereerst de taken beschreven die de gemeente dient uit te voeren op basis van de Memorie van Toelichting van de Wet inburgering. Vervolgens wordt in een figuur uitgelicht welke verschillen er zijn in aanbodplicht voor de twee groepen inburgeringsplichtigen (statushouders en gezinsmigranten).
1. Brede intake en Plan Inburgering en Participatie (hierna PIP) De regierol van de gemeente start bij de afname van de brede intake. De gemeente is verantwoordelijk om voor elke inburgeringsplichtige, zowel voor statushouders als gezinsmigranten, deze intake af te nemen. De intake geeft op individueel niveau inzicht in de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige op het gebied van inburgering en participatie, op meerdere leefgebieden. De brede intake resulteert in een Plan Inburgering en Participatie (PIP). De gemeente voert de regie op de totstandkoming en de uitvoering van het PIP. Het PIP is een persoonlijk plan voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. In dit plan wordt de keuze voor de leerroute en de afspraken over financieel ontzorgen vastgelegd, en afspraken over eventuele verdere ondersteuning. De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, waar kan al in het AZC. Anders na inschrijving in de gemeente.
2. Financieel ontzorgen van statushouders De gemeente is verplicht de groep statushouders de eerste zes maanden financieel te ontzorgen. Doel van ontzorgen is om de focus in het begin bij het leren van de taal en participatie te leggen. Dit betekent dat de gemeente de vaste lasten (huur, gas, water, licht en de zorgverzekering) gedurende een periode van zes maanden inhoudt op de bijstandsuitkering. De statushouder ontvangt deze eerste periode het resterende bedrag in de vorm van leefgeld. Na de periode van zes maanden kan de gemeente op basis van individueel maatwerk kiezen om de periode van ontzorging te verlengen. De wijze en duur van de ontzorging wordt opgenomen in het PIP. In deze periode wordt ook geleerd om financieel zelfredzaam te zijn; de invulling van begeleiding naar financiële zelfredzaamheid kan de gemeente zelf invullen. 3. Het aanbieden en inkopen van drie leerroutes Het vereiste taalniveau gaat in het nieuwe stelsel omhoog van A2- naar B15- niveau. Het doel is dat elke inburgeraar op het hoogst mogelijke taalniveau inburgert. De gemeente dient 3 duale leerroutes aan te bieden. Voor de groep statushouders is het volgen van een van de drie leerroutes verplicht. De groep gezinsmigranten zijn vrij in de keuze hoe zij de taal leren en aan de inburgeringsverplichting voldoen. 1.
B1-route heeft tot doel om de grootste groep inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de termijn van drie jaar, taalniveau B1 te laten behalen en daarmee hun perspectief op de arbeidsmarkt te vergroten. Het is van belang dat in deze leerroute het leren van taal gecombineerd wordt met werk of participatie. (NB. Taalniveau B1 kan vergeleken worden met het taalniveau van een leerling einde vmbo en mbo1-2-3) 2. Onderwijsroute is gericht om inburgeraars tot 28 jaar via een 1,5 jaar durende taalschakeltraject voor te bereiden op instroom in het Nederlands beroep- of wetenschappelijke onderwijs. Daarnaast leidt deze leerroute ook tot het behalen van taalniveau op B1-niveau. 3. Zelfredzaamheidsroute (hierna Z-route) voor inburgeringsplichtigen voor wie de onderwijs- of B1-route niet haalbaar is, komt er een intensieve leerroute die je voldoende handvatten geeft om je in Nederland zelfstandig te redden (tenminste taalniveau A1). Het is gericht op de groep die bijvoorbeeld in eigen taal analfabeet is of een beperkt leervermogen heeft. Deze groep wordt onder huidige wet ontheven van de inburgering.
4. Overige inburgeringsonderdelen Module Arbeidsmarkt en Participatie (hierna MAP) voor alle inburgeringsplichtigen In de MAP brengt de inburgeringsplichtige de eigen competenties en de arbeidskansen in beeld. Dit wordt gecombineerd met praktische inzet op de (lokale) arbeidsmarkt. Dit inburgeringsonderdeel moet ook binnen 18 maanden afgerond te zijn. Er bestaan vaak grote verschillen tussen de arbeidsmarkt in Nederland en de arbeidsmarkt in het land van herkomst van inburgeringsplichtigen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat alle inburgeringsplichtigen in het land van herkomst een opleiding hebben gevolgd of al hebben gewerkt. Om die reden is het belangrijk dat zij bekend raken met de Nederlandse arbeidsmarkt en dat zij zich de vaardigheden en capaciteiten eigen maken die nodig zijn om te kunnen participeren. In de Onderwijsroute is MAP vervangen door loopbaanoriëntatie. In deze leerroute is MAP niet nodig om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Naast bovengenoemde nieuwe taken zijn er ook bestaande taken waar de gemeente ook onder nieuwe Wet inburgering verantwoordelijk voor blijft.
Maatschappelijke begeleiding voor de groep statushouders. Maatschappelijke begeleiding start bij inschrijving in de gemeente en is gericht op het bieden van hulp van bij praktische zaken, zoals het afsluiten van verzekeringen, het zoeken van scholen voor de kinderen en het inschrijven bij een huisarts en tandarts. Daarnaast omvat de begeleiding voorlichting over leefgebieden en maatschappelijke organisaties. De termijn van maatschappelijke begeleiding ligt wettelijk nog niet was en wordt opgenomen in de lagere wet- en regelgeving. Participatieverklaringstraject (PVT) voor alle inburgeringsplichtigen. Via het participatieverklaringstraject maakt de inburgeringsplichtige kennis met de Nederlandse kernwaarden zoals vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid. In het nieuwe stelsel wordt het PVT geïntensiveerd (van4 naar 12 uur), is een verplicht onderdeel een excursie of een activiteit. Het PVT dient binnen 18 maanden doorlopen te zijn.
Op dit moment werken Gouda, Krimpenerwaard en Waddinxveen al samen in het PVT-traject. Dit bestaat uit 8 workshops waarin naast de wettelijk verplichte onderdelen ook andere zaken worden behandeld zoals Gezondheid, Financiële zelfredzaamheid, Wonen
Verschillen in wettelijk aanbodplicht In figuur 1 staan de verschillen weergegeven in wettelijk aanbodplicht tussen de groep statushouders en de groep gezinsmigranten. De gemeente is verplicht om statushouders financiële ontzorging en maatschappelijke begeleiding te bieden. De brede intake, PIP en de inburgeringsonderdelen Module arbeidsmarkt en participatie en participatieverklaringstrajecten zijn onderdelen die de gemeenten voor elke inburgeringsplichtige moet aanbieden. De groep gezinsmigranten heeft keuzevrijheid met betrekking tot het invullen van de leerroutes. Zij moeten de leerroute zelf financieren, zij kunnen op basis van een inkomenstoets in aanmerking komen voor een lening via DUO. Via het PIP hebben gemeenten een adviserende en sturende rol bij gezinsmigranten voor het leren van de taal en participatie, maar kan de gemeente hen niet verplichten om de leerroute te doorlopen. Voor de groep statushouders is het doorlopen van een leerroute wel een verplicht onderdeel. Figuur 1. Wettelijk aanbodplicht Wet inburgering 2021
Voor wie? Hieronder een overzicht van de wettelijke taken voor asielstatushouders en gezins – en overige migranten. Aanbod
Asielstatushouders
Gezins- en overige migranten
Maatschappelijke begeleiding
X
Ontzorgen
X
Begeleiding bij inburgering (inzake PIP, advies, voortgangsgesprekken)
X
Alfabetisering (voor zover opgenomen in PIP)
X
Een van de 3 leerroutes, incl. KNM
X
MAP
X
X
PVT
X
X
In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatie-componenten
X
*3
X
Maatschappelijke begeleiding (bestaande taak gemeente) De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit de componenten: 1. Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen en bewegwijzering na de huisvesting 2. Voorlichting over leefgebieden in de Nederlandse samenleving. Maatschappelijke begeleiding is een bestaande taak, maar wordt in de nieuwe wet wel aangepast. Elke statushouder en zijn of haar gezinsleden krijgt maatschappelijke begeleiding om hem of haar zo snel mogelijk in de maatschappij thuis te laten voelen en op weg te helpen. Op dit moment wordt dit veelal gedaan door vrijwilligers in samenwerking met professionals. Deze taken zijn al belegd binnen de gemeenten en in Utrecht uitbesteed aan Vluchtelingenwerk. Financieel ontzorgen van asielstatushouders (nieuwe taak gemeente) De verplichte ontzorging bestaat uit het vanuit de bijstandsuitkering betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. Dit gedurende 6 maanden, maar dit kan ook langer dan 6 maanden zijn als dit nodig is voor de inburgeringsplichtige. Naast het financieel ontzorgen is het van belang dat bijstandsgerechtigde statushouders worden ondersteund om financieel zelfredzaam te worden.
Brede intake en Persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) (nieuwe taak gemeente) De brede intake neemt in het nieuwe stelsel een belangrijke plek in en markeert een duidelijke breuk met het huidige stelsel: door middel van de brede intake die verplicht wordt voor elke inburgeringsplichtige en die door gemeenten wordt afgenomen, wordt een beeld gevormd van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige op het gebied van inburgering en participatie. Een leerbaarheidstoets is een verplicht onderdeel van het PIP. Na afronding van de brede
intake stelt de gemeente of bevoegde ketenpartner, zoveel als mogelijk in afstemming met de inburgeringsplichtige, het PIP op. Het PIP bevat de beslissing waarbij de leerroute wordt vastgesteld en bevat overige informatie over op welke wijze de inburgeringsplichtige aan zijn inburgeringsplicht moet voldoen. Het PIP wordt gekwalificeerd als beschikking. Voortgang van de inburgering (nieuwe taak gemeente) In de wet is vastgelegd dat gemeenten gedurende het gehele inburgeringstraject de taak krijgen om tussentijds de ontwikkelingen en vorderingen van de uitvoering van het PIP te monitoren. Op die manier kunnen gemeenten hun regierol op de uitvoering van inburgering goed vormgeven en waar nodig gedurende het traject bijsturen als dit nodig blijkt. Van gemeenten wordt in ieder geval verwacht dat er periodiek contact wordt gelegd met de inburgeringsplichtige om de voortgang van de inburgering op basis van het PIP te bespreken. De gemeente heeft hierbij de verantwoordelijkheid om de relevante informatie over de inburgeringsplichtige vanuit bijvoorbeeld de cursusinstelling op te halen.
Participatieverklaring (PVT) en Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) (Participatieverklaring= aangepaste taak en MAP is nieuwe taak) Op grond van de wet worden inburgeringsplichtigen verplicht om zowel het PVT als de MAP binnen de inburgeringstermijn af te ronden. Binnen de MAP brengt de inburgeringsplichtige de eigen competenties en arbeidskansen in kaart. Er moeten kwaliteitscriteria op worden gesteld voor de MAP. Daarnaast is er de keuze of de MAP moet worden ingekocht net als de leerroutes of worden belegd bij bijvoorbeeld de gemeenschappelijke regeling. De uitvoering komt bij voorkeur te liggen bij een organisatie die ook handhavingsinstrumenten heeft. Het PVT bestaat, net zoals in het huidige inburgeringsstelsel, voor alle inburgeringsplichtigen uit twee onderdelen: een inleiding in de kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. De participatieverklaring is ook een bestaande taak van de gemeenten, met invoering van deze wet moet hij echter worden uitgebreid.
Inburgeringsaanbod: Leerroutes in het nieuwe stelsel (nieuwe taak gemeente) Gemeenten worden verantwoordelijk worden voor de inkoop van de taallessen en de kwaliteit hiervan. Gemeenten krijgen de wettelijke plicht om er zorg voor te dragen dat er aan de inburgeringsplichtige asielstatushouder tijdig een inburgeringsaanbod wordt gedaan dat aansluit bij de leerroute en andere elementen die in het PIP zijn vastgelegd. Er worden verschillende onderwijsroutes aangeboden: de onderwijsroute (leidt toe naar de overstap naar regulier onderwijs), de B1-route (gericht op behalen taalniveau B1) en de Z-route (gericht op zelfredzaamheid). Deze verschillende routes vereisen verschillende expertises van de partijen die ze aanbieden.