BeantwoordingTechnische vragen Commissie R + I 4 oktober 23
Tekst van het document
Format Technische vragen Commissie R + I gemeente Waddinxveen – 4 oktober 2023
Agendapunten: Agendapunt 5.1: Memo Detailhandel monitoring Partij: PCW
Vraag (kort en bondig) 1 Wordt er voor de winkelstrips Luifelbaan, de Ieplaan, de Dorpstraat en Passage ook gemonitord op branchering?
Antwoord 1. In de monitoring is hoofdzakelijk gekeken naar leegstand en mutaties binnen winkelstrips. De branchering is wel terug te vinden in de data, maar is geen specifiek onderdeel geweest van de monitoring.
2 Één van de conclusies is dat de meeste winkelstrips niet als collectief optreden en dat ondernemers ‘ieder voor zich werken’. Is dat iets wat ondernemers graag anders willen?
2. In de gesprekken die zijn gevoerd met ondernemers kwam deze constatering naar voren. Ondernemers ervaren dit niet zozeer als ongewenst. Het signaal is gedeeld met het Ondernemersplatform Waddinxveen.
3 Er vinden gesprekken plaats over het Gouweplein. a Met wie vinden deze gesprekken plaats? b Wordt hier ook gesproken over een heroverweging van de branchering? c Op welk moment denkt het college meer duidelijkheid te hebben hierover?
3. a) Er vinden gesprekken plaats met Altera en ASR b) Ja, dit is onderdeel van de gesprekken. c) Daar is nog geen uitspraak over te doen.
Agendapunt 7: Startnotitie Perspectief Waddinxveen 2050: visie op groei Partij: WeWa
Vraag (kort en bondig) 1) Wie nemen deel aan de werksessie zoals vermeld op pagina 3 vh raadsvoorstel?
Antwoord 1. Dit is te bepalen door de raad.
2) Wat gaat het ontwerpbureau doen om ervoor te zorgen dat de input niet
2. Er is nog geen ontwerpbureau gecontracteerd. De suggestie voor
CDA
uit dezelfde bronnen komt als altijd maar uit een breder forum
een breder forum wordt meegenomen.
3) Is er met het ontwerpbureau gesproken over alternatieve manier van burgerparticipatie zoals een burgerraad?
Er is nog geen ontwerpbureau gecontracteerd. Indien de raad inzet van een burgerraad wenst dan horen wij dit graag, evenals wat de raad precies onder een burgerraad verstaat en van een burgerraad verwacht.
Blz. 1 3) Wat is de betekenis van een richtgevend besluit? Kan daarop worden teruggekomen?
4) Bij de doelstelling (2e zin) zou 'duurzaamheid' niet mogen ontbreken. Blz. 5 5) Kunt u aangeven wat bij u bekend is over de taken en bevoegdheden van Gemeenten Midden Holland en Provincie inzake groei gemeenten?
Blz 6 matrix 5) Participatie wordt kennelijk gezien als een risico met grote waarschijnlijkheid. Dat risico hebben we toch voornamelijk in eigen hand? Waarom hierover zo pessimistisch? PvdA/GL
6) Is het niet wenselijk eerst vast te stellen hoe de raad denkt over een eventuele groei van Waddinxveen na 2040? Als bijvoorbeeld zou blijken dat de raad geen verdere groei voorstaat, of alleen voor de woningbehoefte van de eigen inwoners, dan kan worden volstaan met een veel eenvoudiger en minder duur onderzoekstraject. 7) Indien toch ‘doorgezet ’wordt. Uiteindelijk moet de raad een besluit nemen over de scenario’s. Is het dan niet wenselijk dat de raad ook besluit welke scenario’s worden onderzocht en de inspraak ingaan?
3. Met een richtinggevend besluit zet de raad de koers uit voor de (ruimtelijke) ontwikkeling van Waddinxveen vanaf 2030. Die kan bijvoorbeeld gericht zijn op de bouw van meer woningen, binnen de contouren en/of juist daar buiten. Een andere richting zou kunnen zijn het versterken van natuur en recreatie en inzetten op ecologische zones. Zo zijn nu nog vele richtingen mogelijk. Het participatieproces en de inzet van het ontwerpbureau zal meer houvast bieden voor realistische scenario’s. 4. Duurzaamheid maakt onderdeel uit van de kaders. 5-1. Eventuele woningbouwplannen worden regionaal, dit is in MiddenHolland verband, afgestemd. De provincie hecht waarde aan deze regionale afstemming. De provincie moet met de woningbouwplannen instemmen. De provincie stemt dan in met het gegeven dat de nieuwbouwaantallen passen in de woningbehoefteraming van de regio en dat er geen bezwaren zijn voor de locaties van de betreffende woningbouwplannen. 5-2. De inrichting van het participatieproces hebben we in eigen hand. De deelname van stakeholders kunnen we stimuleren maar niet afdwingen. De besluitvorming met inachtneming van de opbrengsten van de participatie is aan de raad. 6. Dit is een politieke vraag, dus aan de raad, geen technische vraag.
7. Dit is een politieke vraag, dus aan de raad, geen technische vraag.
Agendapunt 8: Bestemmingsplan Noordeinde 61 Partij: PCW
Vraag (kort en bondig) Vervolg Nadat de Raad het bestemmingsplan Noordeinde 61 heeft vastgesteld wordt het plan 6 weken ter inzage gelegd. Dit is de beroepstermijn. Wanneer er geen beroep wordt ingediend is het bestemmingsplan na deze 6 weken onherroepelijk. 1. Het stuk grond staat nu al verdeeld in twee stukken te koop op het Noordeinde, terwijl 6 weken na goedkeuring raad nog plaats moet vinden. Is dit de juiste volgorde in dit proces? In de inleiding van het raadsvoorstel staat dat er een woning wordt toegevoegd en dat het past in de afwijking bevoegdheid van het bestemmingsplan.
Antwoord
2. Wanneer mag op één stuk grond waar één woning op staat hiervan af geweken worden door ODMH?
2. De vraag is of de ODMH mag afwijken van het bestemmingsplan wanneer op een perceel 1 woning is toegestaan, maar er een aanvraag van een initiatiefnemer komt om op dit perceel meerdere woningen te bouwen? Dit ligt eraan wat het huidige bestemmingsplan beoogt. In de situatie van Noordeinde 61 stelt het bestemmingsplan dat het aantal wooneenheden gelijk moet zijn met het aantal huidige woningen. Het aantal woningen op dit perceel is 1, dat betekent dat er 1 woning op het perceel mag staan. Hier mag dus niet zomaar nog 1 woning bijgebouwd worden, omdat er niet meerdere bouwvlakken op het perceel/in het bestemmingsplan zijn opgenomen, of dit is aangeduid in het bouwvlak. De ODMH mag in dit geval geen extra woning toelaten, of kan hiervan af wijken, en vraagt aan de gemeente of een extra woning op dit perceel wenselijk is. Het is vervolgens noodzakelijk om een nieuw bestemmingsplan in te dienen waar het toestaan van 2 woningen is opgenomen.
Er wordt gesproken dat als bekend is welke bomen gekapt worden een inspectie voor de aanwezigheid van vleermuizen nodig is. Tegelijkertijd zien we dat per woning één nieuwe boom wordt gepland. 3. Hoeveel bomen hebben we straks per saldo meer of minder? Bij de planbeschrijving zien we dat er aansluiting wordt gezocht met drie Zuidelijke gelegen woningen. Waarom krijgen deze woningen dan dezelfde goot- en bouwhoogte en nokinrichting als de Noordelijke woningen.
1. Het komt vaker voor dat initiatiefnemers op dit punt in het proces vooruitlopen; dus al eerder de grond te koop zetten terwijl het bestemmingsplan nog niet helemaal rond is. Het is niet zo verstandig om de grond eerder te koop te zetten, maar wij kunnen daar verder niets aan doen. Er is aan de initiatiefnemers geadviseerd om in de krantenartikelen erbij te zetten dat het bestemmingsplan nog moet worden vastgesteld.
3. Er is een flora en fauna onderzoek gedaan welke rekening houdt met de biodiversiteit. Het is niet zeker hoeveel bomen er precies bij de woningen komen te staan, omdat er nog tuinplannen gemaakt moeten worden (dit zal gebeuren door de kopers). Maar een gegeven is in ieder geval dat er voor elke boom die gekapt wordt er ook weer een wordt
terug geplant. Het aandeel groen/bomen zal niet achteruitgaan. 4.
Zou de lijn van de Zuidelijke woningen niet logischer zijn? 4. Deze manier van formuleren/verwijzen in het bestemmingsplan is bij nader inzien niet geheel duidelijk. De zuidelijk gelegen woningen hebben namelijk dezelfde goot- en bouwhoogte als de noordelijk gelegen woningen. Een goothoogte van 4m en bouwhoogte van 10m is over het hele Noordeinde vrijwel de standaard (met een enkele goothoogte van 6m uitgezonderd). Er is gekozen om de nokrichting van de woningen gelijk te trekken met de noordelijke woningen, omdat het perceel van Noordeinde 61 in de bocht ligt van de weg. Het is de bedoeling dat de woningen met de weg mee komen te staan en dus een beetje scheef ten opzichte van de zuidelijke woningen, die aan een rechte weg liggen. Mede ook gezien het feit dat het perceel wat schuin weg loopt, i.p.v. mooi vierkant is.
Agendapunt 9: Vaststellen bestemmingsplan Zesde Tochtweg 2a Partij: VVD
Vraag (kort en bondig) In de nota van beantwoording staat dat er feitelijk al in de vingerende Bestemmingsplan Zuidplas Noord de mogelijkheid was voor vestiging van een bedrijf met milieuklasse 3.1. op deze locatie. 1. Als er feitelijk niks wijzigt, waarom is voor dit deel dan een apart bestemmingsplan ‘Zesde Tochtweg 2A, Waddinxveen’ gemaakt? 2. Waarom staat in de beantwoording de passage over artikel 6.5 (Algemene Afwijkingsregels) bij een omgevingsvergunning als er feitelijk geen verandering speelt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan? 3. Als er feitelijk planologisch niks veranderd ten aanzien van de bedrijfslocatie, waarom zijn de onderzoeken naar geluid en dergelijke nodig geweest? 4. Waarom staat in de brief van ODMH dat er de vestiging van een bedrijf moet worden gelegaliseerd door deze bestemmingsplan wijziging, terwijl dit dus kennelijk al in het oude bestemmingsplan mogelijk was?
Antwoord (1./4.) Volgens het Bestemmingsplan Zuidplas Noord is een bedrijf toegestaan in de milieuklasse 1 of 2, of een hoverniersbedrijf met milieuklasse 3 of hoger (art. 6.1, sub a). Omdat Horticlean een bedrijfsoppervlak heeft van meer dan 500 m2 valt het automatisch in de categorie 3.1, ondanks dat de werkzaamheden die Horticlean uitvoert vallen onder milieuklasse 2. Omdat Horticlean niet als hoveniersbedrijf maar als loonbedrijf moet worden beoordeeld, valt het buiten de toegestane bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in het bestemmingsplan. Om deze reden is er een bestemmingsplan wijziging nodig. (2.) In het bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in art. 6.5.1, luidende: ‘’Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1, onder a, ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.1 onder a, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.1, onder a, en die naar aard en omvang passen in het gebied,; b.
de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.1, onder a, en die naar aard en omvang passen in het gebied, niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd.‘’ Voor deze bedrijfsactiviteiten kan dus via de afwijkingsbevoegdheid een omgevingsvergunning worden verleend, mits een goede ruimtelijke ordening gewaarborgd blijkt te kunnen worden. (3.) Dit dient uit onderzoek te blijken. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken, welke worden getoetst door een terzake deskundige: geluid, geurproductie, stofuitworp, externe veiligheid, de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. In de ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat van onaanvaardbare hinder geen sprake is. Derhalve is vanuit milieutechnisch oogpunt geen belemmering aanwezig en kan deze bedrijfsvoering in een gewenste ruimtelijke ordening voorzien.
PCW
5 Was het bekend bij de gemeente dat er een bedrijf gevestigd zat dat in strijd handelde met het bestemmingsplan en welke stappen heeft de gemeente daarna gezet?
(5.) Deze zaak is bij de gemeente bekend geraakt omdat er door omwonenden een handhavingsverzoek was ingediend. Hieruit bleek dat er een omgevingsvergunning nodig was voor de huidige bedrijfsvoering. Deze aanvraag is vervolgens door gemeente en ODMH getoetst.
6 Hebben omwonende eerder melding gemaakt van de milieucategorie? Of zijn er meldingen in dergelijke strekking binnen gekomen (denk aan stank of geluidsoverlast)?
(6.) Omwonenden hebben eerder zorgen geuit. Dit betrof echter de angst voor uitbreiding van bedrijvigheid in de toekomst, maar ging niet over (nadelige effecten van) de huidige bedrijfsvoering. Er zijn dan ook geen meldingen bekend over stank- of geluidsoverlast. Er is hier sprake van een (beperkende) maatwerkbestemming die de huidige bedrijfsvoering mogelijk maakt. Het is daardoor niet zo dat dit bestemmingsplan zondermeer alle bedrijfsactiviteiten in de milieuklasse 3.1, nu of in de toekomst, toestaat.
Agendapunt 10: Nota bodembeheer en BKK Partij: VVD
PCW
Vraag (kort en bondig) De nota Bodembeheer en BKK is voor Waddinxveen en de regio belangrijk vanwege bodemdaling, PFAS. Tegelijk staat in paragraaf 1.2 al vermeld, dat dit document lastig te lezen is voor niet-deskundigen. Dit maakt het lastig om de nota met detailinformatie goed te doorgronden, terwijl de raad het wel moet vaststellen. 1. Is het mogelijk om voorafgaand aan de commissievergadering een korte inhoudelijke toelichting op de nota te krijgen vanuit de ambtelijke organisatie? Dat kan eventueel aan alle woordvoerders van de partijen.
Antwoord
2 Er is een zienswijze ingediend wat betrekking heeft op de zone nummering (buitengebied boomkwekerij / Buitengebied-toemaakdek) In hoeverre zijn er rapporten die daadwerkelijk aantonen dat er verontreinigd is?
2. De zone-indeling voor de Bodemkwaliteitskaart is, conform richtlijn, gebaseerd op gebiedshistorie en niet op aanwezige onderzoeken/verontreinigingen. Verschillende (al bestaande) kaarten geven weer waar het toemaakdek (historisch “stadsvuil” gebruikt voor het ophogen van landbouwgronden) in Zuid-Holland ligt. In deze kaarten ligt de desbetreffende locatie ook in dit gebied. Daarnaast wordt deze zone-indeling, ofwel het voorkomen van toemaakdek, bevestigt door een lokaal uitgevoerd onderzoek genaamd: ”Historisch bodemonderzoek Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Polder Bloemendaal Waddinxveen” uit 2014. In dit onderzoek is het voorkomen van toemaakdek visueel vastgesteld.
1. Er is telefonisch contact geweest met de bodemadviseur van ODMH en het raadslid van de VVD.
Agendapunt 11: Opnieuw vaststellen Beleidsnota Externe Veiligheid en vaststellen Aanvulling Tijdelijk omgevingsplan Partij: VVD
PCW
Vraag (kort en bondig) 1. Hoe wordt dit beleidsstuk over externe veiligheid nu concreet gebruikt? Door wie, in welke situaties?
Antwoord 1. Dit wordt gebruikt als kader bij nieuwe ontwikkelingen, vooral door RO-ers en projectleiders van ruimtelijke ontwikkelingen zoals het Sleutelkwartier, Noorkade en Triangel. Tevens kunnen initiatiefnemers zien of een beoogd plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten die de gemeente heeft gesteld. Het gaat dus met name om de beleidskaders Externe veiligheid die in de praktijk worden gebruikt. Als een initiatief niet voldoet aan de voorwaarden uit het planologisch kader, dan is het initiatief strijdig met gemeentelijk beleid.
2. Met deze beleidsnota geven we duidelijkheid aan eigen organisatie, bedrijven en inwoners. Kan er t.b.v. dit doel een publieksvriendelijke versie/samenvatting worden gemaakt? Die bijvoorbeeld op de website van de gemeente of via andere kanalen beschikbaar kan komen?
2. Op de website van de gemeente kunt u een link vinden naar de volledige beleidsnota externe veiligheid: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR636057/1 Als dat gewenst is kunnen we op de website kort samenvatten waar de beleidsnota overgaat. Actuele Informatie over de risicobronnen is openbaar en beschikbaar via de Atlas Leefomgeving, zie: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
3. Het beleidsstuk vraagt op verschillende plekken aandacht voor risico-communicatie? Dat is volgens het beleidsstuk de verantwoordelijkheid van de overheden. Er staat vervolgens in dit rapport, dat er een communicatieplan wordt gemaakt. Is communicatie een verantwoordelijkheid van de gemeente, de provincie, de regio, de ODMH, of andere partijen?
3. Risicocommunicatie is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De Veiligheidsregio ondersteunt de gemeente hierbij en levert algemene risicocommunicatie, zie https://hollandsmiddenveilig.nl/
4. Hoe belangrijk is het dat in dit beleidsstuk de detailinformatie juist is? Zo worden bijvoorbeeld in paragraaf 8.1 een aantal bedrijven genoemd, die vuurwerk verkopen. Enkele daarvan zijn (al geruime tijd) niet meer actief. 5 Wat is de reden dat de Beleidsnota niet is herschreven en als totaal is geactualiseerd?
4. Zoals in antwoord op vraag 1 beschreven gaat het met name om de planologische kaders uit de beleidsvisie. Actuele Informatie over de risicobronnen is openbaar en beschikbaar via de Atlas Leefomgeving, zie: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten. 5. Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 gaan er veel zaken veranderen, waaronder ook het inhoudelijke beleid voor Omgevingsveiligheid. Dat nieuwe beleid is nog niet geheel uitgekristalliseerd en daarnaast moet de gemeente aan de slag met het maken van een definitief omgevingsplan, waarin nog heel veel keuzes gemaakt moeten worden. Die context maakt het lastig om
Communicatie tijdens een incident vindt plaats via het ‘waarschuwings- en alarmeringssysteem’ (WAS) palen (sirene) en NL - Alert.
vooruitlopend een nieuwe beleidsvisie op te stellen. Maar tegelijkertijd is er wel een juridische noodzaak om het huidige beleid opnieuw vast te stellen met de komst van de Omgevingswet. In de aanvulling op de beleidsvisie is rekening gehouden met de Omgevingswet.