BeantwoordingTechnische vragen commissie M + F 3 december 2024 Overig
Tekst van het document
Technische vragen Commissie M + F (openbaar) gemeente Waddinxveen – 3 december 2024
Agendapunten: Agendapunt 4: Lijst Ingekomen Stukken Partij: WeWa
Vraag (kort en bondig) 4.4. Memo Stand van zaken Integraal Huisvestingplan 2024-2029 Wanneer kan de raad het IHP verwachten?
PCW
4.2. Brief BSGR schuldenknooppunt: Wanneer en op welke wijze worden de inwoners van Waddinxveen hiervan op de hoogte gebracht en hoe wordt bekendheid gegeven aan het landelijke loket?
Antwoord 4.4 Op dit moment is nog niet aan te geven wanneer het IHP aan de gemeenteraad wordt toegezonden. Begin januari as. wordt aan het college door het bureau Hevo de gevraagde nadere technische toelichting gegeven. Het streven is uiteraard om het IHP z.s.m. aan de gemeenteraad aan te bieden. Het schuldenkooppunt is niet een voorziening die vrij toegankelijk is of hoeft te zijn. Het is enkel van belang voor inwoners die schulden hebben. Een inwoner moet vanuit de AVG altijd toestemming geven om zijn/haar gegevens te delen via het schuldenknooppunt (net als alle andere informatie platforms). Op die manier is gegarandeerd dat inwoners weten van de werking, mogelijkheden en voordelen van dit platform. Er zal geen brede bekendheid gegeven worden aan dit knooppunt.
4.4. Memo Stand van zaken Integraal Huisvestingplan 2024-2029 ‘Het is nodig om het begeleidende raadsvoorstel op onderdelen te verduidelijken’ Welke onderdelen moeten worden verduidelijkt en waar bestaat die verduidelijking uit?
4.4 Het IHP is in zijn totaliteit een complex document, waarin onderdelen zoals wettelijke verplichtingen, gewenste ontwikkelingen en financiën onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De uitdaging voor het college is dan ook om een duidelijk, zelfstandig te lezen voorstel aan de raad voor te leggen, zonder al te veel verwijzingen naar de vele bijlagen. In het raadsvoorstel moet duidelijk naar voren komen waar de gemeenteraad een besluit over neemt.
Het is het IHP van 2024-2029. 2024 is al geheel verstreken als het IHP wordt voorgelegd. Wat zijn hiervan de consequenties voor het IHP?
Oorspronkelijk was het de bedoeling om het IHP al in 2024 door de gemeenteraad te laten vaststellen. Dat is niet gelukt. De periode van
D66
4.4. Memo Stand van zaken Integraal Huisvestingplan 2024-2029 We zouden graag de oktobertelling van de scholen ontvangen.
CDA
4.3a Raadsinformatiebrief Rapport Onderzoek en Plan van aanpak alternatieven jeugdzorgplus MH De Jeugdzorgplus wordt afgebouwd. Er is focus nodig voor de drie milieuvoorzieningen en GGZ verblijf. Hier zien we een toename of aanhoudende stabilisatie. Tegelijkertijd afbouwen van bovengenoemde voorzieningen is mogelijk niet realistisch en uitvoerbaar. Jeugdigen die eerst in de gesloten voorzieningen terecht kwamen komen nu hoogstwaarschijnlijk naar zwaardere open verblijfsvoorzieningen. 1) Waarom is niet eerder bedacht dat deze doorstroming zou plaatsvinden?
2) Op welke termijn wordt duidelijk wat realistisch is en haalbaar en of de jeugdigen uit de gesloten jeugdzorg terecht zijn gekomen in de open voorzieningen?
het IHP verschuift daarom naar 2025-2030. Voor de uitvoering in de praktijk heeft dit geen consequenties. Voor de specifieke acties komen aparte voorstellen naar de raad vanwege budgetrecht. Vanwege de omvang van de oktobertelling – het betreft 10 basisscholen en 1 middelbare school - worden deze separaat toegestuurd.
1)De regio Midden Holland is vanaf 2018 actief met het vormgeven van alternatieven van residentiële zorg via het programma Gewoon Thuis Jeugd. Dit zijn alternatieven voor zowel open als gesloten verblijf en kent verschillende aandachtsgebieden. De vraag van de doelgroep vraagt voortdurend doorontwikkeling waardoor rekening is gehouden met brede doorstroming (naar allerlei varianten van zwaardere open verblijfsvoorzieningen). Op dit moment is een zwaartepunt zichtbaar op de 3-milieuvoorzieningen, omdat andere alternatieven volgens kwalitatief onderzoek nog te weinig worden ingezet. Hier wordt in het plan van aanpak 2024-2026 aandacht aan besteed. 2)We weten al dat het aantal plaatsingen in de jeugdzorgplus van 2018 t/m 2023 is gedaald met ongeveer 71%, van 35 naar 10 plaatsingen. Voor de resterende doelgroep zijn nog stappen te zetten in het verder ontwikkelen van alternatieven. Deze zijn opgenomen in het huidige plan van aanpak dat een realisatietermijn heeft voor 2024-2026. Het landelijk streven is om in 2030 het aantal gesloten plaatsingen te hebben teruggebracht naar ‘zo dicht mogelijk bij nul.’ Tot die tijd vinden op regionaal en landsdeel niveau 1 tot 2 jaarlijks evaluaties plaats.
Agendapunt 8: Ontwerpbegroting gemeenschappelijke regeling Jeugd en WMO 2025
Partij: CDA
OR Sattaur
Vraag (kort en bondig) 1) Raadsvoorstel: Wat is de reden dat er geen ‘winstwaarschuwing’ gegeven is voor de verwachte kosten van het Regionaal zorgaanbod?
Antwoord 1) De in de begroting GR JW opgenomen kosten van het regionaal zorgaanbod zijn gebaseerd op eerder genomen regionale besluiten, afzonderlijk van en niet per se in samenhang met elkaar. Bij het opstellen van de begroting van de GR JW is gebleken dat elke regiogemeente op een andere manier de financiële verwerking in de begroting heeft opgenomen. Een winstwaarschuwing in de begroting zou daarmee voor de ene gemeente wel van toepassing zijn geweest en voor een andere gemeente niet.
2) Bijlage 1 Begroting Pag 6: Regionaal Zorgaanbod: wat zijn zorgkosten die niet via het berichtenverkeer worden betaald? Pag 5: waarop is het percentage van 35% overhead gebaseerd?
2)Pag 6: Dit zijn kosten die niet rechtstreeks aan een cliënt toe te rekenen zijn. Pag 5: Het overheadpercentage is vergeleken met de andere gemeenten in de regio én met de landelijke cijfers voor overhead.
3) Concept Zienswijze: U noemt geen datum in uw alinea toekomstige bijlagen, Waarom niet vanaf het komend jaar (2026)
3)Met toekomstige bijlagen zijn de eerstvolgende bedoeld. Het wordt aangepast naar “Tevens zien wij in bijlagen vanaf 2026 graag de kosten van het regionaal zorgaanbod gespecifieerd per product en per gemeente opgenomen.” 1) De middelen waar u naar verwijst, waren incidentele middelen van het Ministerie van VWS die gebruikt konden worden voor specifieke projecten. Zo is bijvoorbeeld de Skaeve Huse met deze middelen gerealiseerd. Deze middelen staan los van het bredere actieplan Daklozen, dat al is opgesteld maar nog moet worden vastgesteld op regionaal niveau.
1)Wat is de reden dat er geen actieplan daklozen is opgesteld? In 2024 was dit wel begroot, maar in 2025 niet. Het lijkt alsof er niets mee wordt gedaan. Klopt dit?
2)Waar kunnen mannen terecht als zij slachtoffer zijn van (huiselijk) geweld of mensenhandel?
2) Mannen kunnen, net als vrouwen en kinderen, terecht bij Veilig Thuis voor advies of een melding. Er zijn daarnaast zes organisaties in Nederland die zich inzetten voor hulp en opvang voor mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en mishandeling. Deze hebben hoofdkantoren in Delft, Amsterdam, Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Zwolle. Vanuit deze locaties wordt hulp en opvang geboden door heel Nederland.
3)Voor beschermd wonen en vrouwenopvang is een eigen bijdrage. Hoe hoog is deze bijdrage? Kunnen personen hier ook terecht als zij geen inkomen hebben?
3)Zowel beschermd wonen als de vrouwenopvang vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning. Voor hulp vanuit de Wmo is de standaard eigen bijdrage in 2024 maximaal €20,60 per maand.
Wanneer bij beschermd wonen de wooncomponent voor de inwoner wordt vergoed, dan is de eigen bijdrage afhankelijk van factoren zoals inkomen, vermogen, en de specifieke kosten van de woonvoorziening en kan deze hoger zijn.Voor de vrouwenopvang geldt dat in specifieke gevallen, zoals voltijd verblijf of crisisopvang, de eigen bijdrage gebaseerd kan worden op de persoonlijke financiële situatie. Deze wordt bijvoorbeeld afgeleid van het verschil tussen de bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, rekening houdend met inkomsten uit werk of uitkering. 4)Voor het regionaal zorgaanbod is in 2027 en 2028 een lager bedrag begroot, terwijl de bezuinigingen zullen vervallen. Wat is de reden hiervoor en wat zijn de gevolgen in de praktijk?
4)De reden van het lagere bedrag voor 2027 en 2028 is dat de kosten van de Break (€1.291.000) hier niet meer in zijn opgenomen. De pilot eindigt in 2026.
Agendapunt 9: Raadsvoorstel Tarieven 2025
Partij: WeWa
D66
Vraag 1)Bijlage Afvalstoffenheffing Wordt de €25,00 ook in rekening gebracht bij nieuwe inwoners/bewoners van een woning als die de container van de vorige eigenaar willen omwisselen voor een andere maat en waarom?
Antwoord 1)In artikel 5 lid 3, is aangegeven dat een nieuwe bewoner van een bestaande woning binnen 3 maanden kosteloos een volumewissel kan aanvragen.
2)Bijlage 8 Er staat bij een aantal punten (o.a. Artikel 1.2, 1.3, 1.4, 1.7 etc.) ‘Gereserveerd’. Wat houdt dit in? 1)Dit betreft bijlage 9 pagina 2 Verhuur verenigingen: Wat is de reden dat er verschil zit in het tarief in badhuur voor de twee verschillende verenigingen?
2)Gereserveerd houdt in dat dit artikel open staat voor gebruik, mochten wij daar in de toekomst leges voor willen berekenen. 1) Het verschil in de verhuur tarieven bij de zwemclubs heeft te maken met de verschillende bijdragen vanuit de gemeente. Het verschil tussen het commerciële en maatschappelijke tarief dat wordt bijgedragen door de gemeente.
2) Diversen: Schoolzwemmen recreatief: Wordt er schoolzwemmen gedaan? Door welke school? 3)Particulier zwemles: Waarom zijn 4 enkele lessen jeugd goedkoper dan een leskaart voor 4 lessen? Wat is de reden daarvoor? PvdA/GL
1) De lasten worden verhoogd vanwege de indexatie zoals beschreven in de programmabegroting, in deze begroting wordt gesproken over een co2 tax die verhoogd wordt en die direct wordt doorgerekend naar gemeentes, zo is de verwachting. De hoogte van deze verhoging is al
2) Er zijn geen scholen meer die schoolzwemmen aanbieden. 3) De tarieven voor losse lessen en een leskaart moeten hetzelfde zijn. Door afronding is hier een fout in gekomen. Het tarief voor de leskaart dient € 49,80 te worden. 1)De verwachting is inderdaad dat de tarieven worden doorberekend naar de gemeente, maar in welke mate dit gebeurd is nog niet duidelijk. Omdat onze verwerker voor restafval deze wijziging nog niet heeft
CDA
PCW
bekend, waarom wordt dit nog niet meegenomen in de nieuwe tarieven? En wat voor tekort kan dit geven aan het eind van het jaar?
doorgevoerd, is dat voor ons nog niet zichtbaar in de tarieven. Eventuele tekorten worden verrekend met de egalisatiereserve.
2) Waarom stellen we het tarief voor GPK niet vast en is dit alleen een memo?
2)Het tarief voor de gehandicaptenparkeerkaart (GPK) staat vermeld in de bijlage bij de Legesverordening 2025. Artikel 1.33.5. Het tarief in 2025 wordt € 41,20 1)Het verlies aan opbrengsten van 0,5% vindt zijn oorzaak in bezwaarschriften die gehonoreerd worden, waardoor er een verlies ontstaat aan OZB opbrengsten.
1) Bladzijde 2, laatste zin: Waarop is het verlies aan opbrengsten van 0,5% gebaseerd? (NB Vraag identiek aan 2024 en werd toen niet beantwoord) 2) Bladzijde 3, Gemengde objecten: volgt de gemeente de motie die wordt genoemd?
2)Wij volgen het amendement De Pater.
3) Bladzijde 3, Tarief woningen (en niet-woningen): In afwijking van voorgaande jaren wordt bij het berekenen niet eerst gecorrigeerd voor de waardestijging (zoals in voorgaande jaren) en daarna de inflatie bijgeteld (zoals nu nieuw is bepaald)? Wordt inflatie daardoor niet dubbel berekend?
3)Nee, er wordt niet dubbel berekend. Als gevolg van realistisch ramen hebben we in de programmabegroting 2025 de tarieven en de gebudgetteerde opbrengst met 3,2% geïndexeerd, de indexatie vanuit de Meicirculaire. Dit hebben we niet gecorrigeerd met eventuele waardestijging of –daling. Gemeente Waddinxveen wordt voor de WOZ waarde negatief gecorrigeerd op de algemene uitkering Gemeentefonds. Dus als de WOZ waarde stijgt (en het voordeel van de waardeontwikkeling aan de eigenaren/gebruikers toekomt), dan stijgt vanaf 2025 de ozb opbrengst en daalt de algemene uitkering Gemeentefonds navenant. Als de WOZ waarde daalt, dan daalt de ozb en stijgt de algemene uitkering Gemeentefonds. Vanwege realistisch ramen zien wij dit als communicerende vaten.
4) Bladzijde 4: Rioolheffing wordt geïndexeerd met 7% volgens afspraken in Gemeentelijk Rioleringsplan. Wanneer is dat vastgesteld?
4)Het Gemeentelijk Waterplan 2021-2025 is vastgesteld op 11 november 2020.
5) Gemeentelijke sportaccommodaties: blijven de tarieven voor Korbis en ASW gelijk na de aanpassing/uitbreiding van de velden? OZB: waarom is de gebruikelijke correctie waardestijging niet toegepast bij het berekenen van de tarieven?
5)Bij het opleveren van de velden voor Korbis en ASW (zomer 2025) wordt een nieuw huurcontract opgesteld. Als gevolg van realistisch ramen hebben we in de programmabegroting 2025 de tarieven en de gebudgetteerde opbrengst met 3,2% geïndexeerd, de indexatie vanuit de Meicirculaire. Dit hebben we niet gecorrigeerd met eventuele waardestijging of –daling. Gemeente Waddinxveen wordt voor de WOZ waarde negatief gecorrigeerd op de algemene uitkering Gemeentefonds. Dus als de WOZ waarde stijgt (en het voordeel van de waardeontwikkeling aan de eigenaren/gebruikers toekomt), dan stijgt vanaf 2025 de ozb opbrengst en daalt de algemene uitkering Gemeentefonds navenant. Als de WOZ waarde daalt, dan
OR Sattaur
1)Hoe zijn de tarieven opgesteld voor de gemeentelijke sportaccomodaties?
daalt de ozb en stijgt de algemene uitkering Gemeentefonds. Vanwege realistisch ramen zien wij dit als communicerende vaten. 1)De tarieven van de gemeentelijke sportaccommodaties zijn geïndexeerd met 3,2% ten opzichte van 2024
2)Wat is gehanteerd als richtlijn en on hoeverre zijn deze tarieven kostendekkend?
2)Het dekkingspercentage wordt in de tarievennota sport vastgesteld door de raad.
Agendapunt 10: Verlenging gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas
Partij: PCW
Vraag 1) Bij de behandeling van de verbonden partijen in juni was er sprake van een aanspraak van ruim 3 miljoen voor Waddinxveen van de geldverstrekker indien de GR zou stoppen. Dit bedrag is nu 4,75 miljoen. Is de huidige financiering verhoogd waardoor dit bedrag hoger is geworden?
Antwoord 1. De genoemde 3 miljoen zag niet op het aandeel van de gemeente in de leningen binnen de grondbank, maar op het door de accountant ingeschatte risico op basis van de jaarrekening van de grondbank.
2) Wat is de stand van zaken mbt de huidige en/of nieuwe koopovereenkomst met gemeente Zuidplas? Welke afspraken zijn of worden gemaakt om budgetneutraal uit te komen?
2.Voor de koopovereenkomst geldt dat na verlenging de gesprekken met Zuidplas zullen worden gevoerd over een nieuwe koopovereenkomst. Inzet hierbij is een voor de grondbank kostenneutrale verkoop.
Doordat de grondbank formeel aan het eind van het jaar eindigt zou zonder verlenging de gemeente Waddinxveen 5% van de uitstaande lening moeten dragen wat neerkomt op de genoemde 4,75 miljoen.
Agendapunt 11: Herziene Gemeenschappelijke regeling VRHM
Partij: WeWa
Vraag Bijlage 3; Wat is de reactie op het niet overnemen van de Zienswijze die gemeente Waddinxveen heeft ingediend.
Antwoord De VRHM heeft op de voorgestelde tekstuele wijzigingen gereageerd en aangegeven dat het juridisch iets anders ligt dan door ons voorgesteld. Het college heeft kennis genomen van deze nadere toelichting van de Veiligheidsregio en kan zich hier ook in vinden.
Agendapunt 12: Budgetaanvraag Kunstwerk Beukenhof
Partij: PCW
WeWa
Vraag 1) Waren er geen inzendingen die wel binnen het budget zouden kunnen worden uitgevoerd? - Wat is er gecommuniceerd aan de kunstenaars die door zijn naar de finaleronde? Welke verwachtingen zijn er gewekt?
Antwoord 1. Nee. Uit de overleggen met de constructieadviseur bleek dat alle ontwerpen dermate grote aanpassingen nodig hadden dat ze in de huidige vorm niet binnen het budget gerealiseerd konden worden. Dit is met de kunstenaars besproken en daarna is de prijsvraag beëindigd. De kunstenaars weten dat het opnieuw starten van de nieuwe prijsvraag afhankelijk is van de aanvraag om extra budget. Als we een nieuwe prijsvraag kunnen starten dan zetten we die zo op dat de originele finalisten in de nieuwe prijsvraag direct door zijn naar de finaleronde.
2) Er wordt gesproken over 3 kunstwerken die naar finaleronde gaan. Waarom worden er voor 4 kunstenaars dan een beloning geraamd van 500 euro?
2. Wanneer er voldoende extra budget wordt vrijgemaakt voor een nieuwe prijsvraag werken we het proces volledig uit. Het exacte aantal finalisten moet daarom nog bepaald worden. We gaan ervan uit dat er al drie finaleplaatsen zijn vergeven aan de finalisten van de originele prijsvraag. We moeten daarnaast ruimte houden voor nieuwe inschrijvingen. Daarom wordt er in de raming gerekend met 5 finalisten. De vaste beloning van 500 euro per finalist is alleen voor degenen die de prijsvraag niet winnen. De 500 euro is een compensatie voor de tijd die zij steken in het technisch uitwerken van hun ontwerp. Daarom is er in de raming rekening gehouden met een vaste beloning voor vier verliezend finalisten. De finalist met het winnende ontwerp krijgt niet de vaste beloning van 500 euro, maar een honorarium welke is gekoppeld aan de realisatieprijs van het kunstwerk. In de raming bij het raadsvoorstel is hiervoor een bedrag tussen de € 1.385,50 en € 3.850 opgenomen..
3) Wordt er bij de nieuwe prijsvraag die uitgeschreven wordt een richtbedrag opgenomen voor de realisatiekosten van het kunstwerk?
3. Dit is nog niet bepaald. Als er extra budget wordt toegewezen dan wordt het proces, waaronder een eventueel richtbedrag verder uitgewerkt. Een maximumbudget voor de realisatie zal in ieder geval onderdeel zijn van een eventueel nieuwe prijsvraag. Er is tot nu toe ongeveer € 2.000,- uitgegeven aan het project. Dit zijn proceskosten die onderdeel waren van de originele prijsvraag welke nu beëindigd is. De gemeente heeft geen kunstwerken voor de buitenruimte in de opslag staan.
Hoeveel is er tot nu toe uitgegeven voor het project. Wat zijn dus de kosten tot nu toe? Heeft gemeente Waddinxveen nog kunstwerken in opslag staan?
CDA
VVD
1) Raadsvoorstel: Financieel voorstel is niet geheel duidelijk. Het totaalbudget is € 83.850. Er is eerder €21.000 beschikbaar gesteld, waarvan € 19.000 resteert. Aanvullend benodigd € 64.850. De relatie naar het bedrag van €45.850 is niet duidelijk. Graag een eenvoudige opstelling.
1. Op basis van de raming is er een grote diversiteit aan kunstwerken die voor een totaalbedrag van € 83.850,- gerealiseerd kunnen worden. Er is eerder € 21.000,- beschikbaar gesteld uit de grondexploitatie Sleutelkwartier, waarvan € 19.000,- resteert. Aanvullend benodigd budget is daarom € 83.850 – € 19.000 = € 64.850. In de grondexploitatie Sleutelkwartier zit voor het park Beukenhof nog eens € 19.000,- ruimte. Dit kan daarom direct aangewend worden voor het kunstwerk, waardoor er nog € 64.850 - € 19.000 = € 45.850,- nodig is. Voor deze € 45.850,- zou een verhoging van de verliesvoorziening van de grondexploitatie nodig zijn.
2) Blz. 1 de prijsvraag is nu beëindigd. Is dit gecommuniceerd met de kunstenaars? Zo ja, wat was hun reactie daarop? Mogen ze bij een volgende ronde meedingen?
2. Zie ook de beantwoording van vraag 1 van PCW. De finalisten van de originele prijsvraag zijn op de hoogte gesteld van de beëindiging van die prijsvraag. Zij vinden het jammer dat de prijsvraag is beëindigd, maar zouden een verhoging van het budget toejuichen aangezien zij niet uitkwamen met het huidige budget. Bij een eventueel volgende prijsvraag mogen zij opnieuw meedingen en zitten ze automatisch in de finaleronde. 1. De spelregels van de originele prijsvraag worden toegestuurd. Hierin staan de kaders voor elke ronde van de originele prijsvraag welke inmiddels beëindigd is.
1. Welke kaders zijn er meegegeven aan de kunstenaars voor het ontwerp in de eerste ronde? 2. Welke kaders worden er meegegeven bij de komende prijsvraag?
2. Na een besluit op de budgetaanvraag worden de kaders uitgewerkt. Uitgangspunt hierbij zijn de kaders van de beëindigde prijsvraag, welke waar nodig worden aangepast en aangescherpt.
3. Hoe groot is het stuk grond waarop het kunstwerk gaat worden geplaatst?
3. Voor de plaatsing van het kunstwerk is een groenvak gereserveerd in park Beukenhof. Deze plek is 5 x 7,5 meter = 37,5 m 2, maar wordt omringd door twee bomen. Het kunstwerk moet tussen de bomen in komen te staan en mag geen negatieve effecten hebben op de gezondheid van de bomen. Het ontwerp is bepalend voor de exacte afstand die er tussen de bomen en het kunstwerk aangehouden moet worden om de gezondheid van de bomen te waarborgen.
4. Welke organisatie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de keuze en de uitvoering van dit project?
4. De gemeente Waddinxveen en de Waddinxveense Kunst Kring zijn samen verantwoordelijk voor de keuzes die gemaakt moeten worden over de opzet van het project en voert het proces gezamenlijk uit. De uiteindelijke keuze voor het ontwerp is een totaalresultaat van de beoordeling door de beoordelingscommissie en de publieksstem. De beoordelingscommissie bestaat in ieder geval uit leden van de
gemeente Waddinxveen en de Waddinxveense Kunst Kring. De kunstenaar van het winnende ontwerp is verantwoordelijk voor de uitvoering. 5. Is er gekeken naar een alternatieve verwerving? Daarbij valt te denken aan een reeds bestaand object of een enkelvoudige opdracht.
5. Tijdens de opzet van de nu beëindigde prijsvraag zijn alternatieve verervingsmethoden besproken. De gemeente Waddinxveen en de Waddinxveense Kunst Kring hebben voor een prijsvraag gekozen, voor, zodat iedereen de kans had om mee te doen.
6. Hoe zijn de eisen van robuustheid gedefinieerd?
6. In de beëindigde prijsvraag was de robuustheid gedefinieerd aan de hand van de veiligheid en levensduur van het kunstwerk. Bij een eventueel nieuwe prijsvraag bekijken we of deze definitie nog steeds voldoet of dat er een aanscherping nodig is.
7. Is de nieuwe financiële inschatting een gevolg van de keuze voor het materiaal en de grootte van het object?
7. Nee. Het gebruik van materialen en de grootte van het kunstwerk zijn niet vooraf bepaald. Het kunstwerk moet wel voldoen aan de minimale eisen van robuustheid. Tot op heden zijn er geen aanpassingen gedaan aan deze eisen. Het is aan de kunstenaars om binnen de kaders een ontwerp te maken. De keuzes van de kunstenaars zijn van invloed op de uiteindelijke realisatiekosten.