Beantwoording Technische vragen gezamenlijke Commissies M + F en R + I 8 april 2025
Tekst van het document
Format Technische vragen gezamenlijke commissie M + F en R + I (openbaar) gemeente Waddinxveen – 8 april 2025
Agendapunten: Agendapunt 4.1.: Lijst Ingekomen Stukken Memo achtergrond ontwikkeling en organisatie bouwwerkzaamheden Kerkweg-Oost 155B
Partij: PvdA/GL
Vraag (kort en bondig) Vraag: Zijn er nog nieuwe juridische ontwikkelingen sinds het schrijven van het memo? Terzijde: het raadslid heet niet Kraaijenstijn, maar Kraaijestein.
Antwoord De hoorzitting voor bestuursrechtelijke procedure (beroep tegen de omgevingsvergunning) is door de rechter ingepland en vindt plaats op 10 juni 2025. In de tussentijd doen we de benodigde voorbereidingen voor de behandeling van het beroep tegen de omgevingsvergunning. Wanneer het verweerschrift klaar is ontvangt u deze.
Agendapunt 4.2.: Lijst Ingekomen Stukken Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving (concept 2.0)
Partij: PCW
Vraag (kort en bondig) 1. Voor welke periode wordt/is het omgevingsprogramma vastgesteld? Hoe vaak kan dit geactualiseerd worden?
2. Hoe worden de ambities zoals verwoord in het omgevingsprogramma gemonitord?
Antwoord 1. Het Omgevingsprogramma treedt in werking na definitieve vaststelling door het college. Dat is omstreeks mei 2025. Het Omgevingsprogramma heeft, net als de Omgevingsvisie, geen einddatum en kan worden geactualiseerd wanneer daar een aanleiding voor is. Het programma is, op zichzelf, niet gebonden aan termijnen. 2. Ambities zijn verwoord in beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie, de Programmabegroting en in het Koersdocument (naar een Duurzaam Waddinxveen). Het Omgevingsprogramma is een vertaling van die visies/ doelen op hoofdlijnen naar praktisch toepasbare principes voor ruimtelijke
ontwikkelingen en beheer. Hoe monitoring plaatsvindt verschilt per onderwerp. Onderwerpen die te maken hebben met klimaatadaptatie worden bijvoorbeeld landelijk gemeten en gepubliceerd in de Klimaateffectatlas. Ecologisch beheer van bermen wordt in onze eigen GIS applicatie bijgehouden. Monitoring van gezondheid wordt gedaan door partijen zoals CBS, GGD en RIVM.
3. Het programma heeft ruim 150 ambities cq ontwerpprincipes. Wordt er bij toetsing van plannen op al deze principes getoetst? Wat als niet voldaan wordt? Is er een prioritering van de thema’s en de principes in het programma?
3. Er is geen vooraf bepaalde prioritering. De ontwerpprincipes worden integraal per project afgewogen. Om dit proces te ondersteunen is een tool in ontwikkeling voor gebiedsreconstructies en gebiedsontwikkeling maar het blijft een inschatting die per project of per gebied kan verschillen, afhankelijk van wat er nodig en mogelijk is. Interne adviseurs zijn betrokken om de principes uit het Omgevingsprogramma te borgen in de verschillende projecten. Wanneer wordt afgeweken van een principe, wordt dit onderbouwd en als beslispunt voorgelegd aan het college.
4. Wat is de rol van de gemeente als het gaat om het realiseren en concretiseren van de ambities in relatie tot andere stakeholders (inwoners, vastgoedeigenaren, grondeigenaren, netbeheerders, sportverenigingen, etc.)? Met name de ambities die niet direct te koppelen zijn aan nieuwe projecten maar betrekking hebben op de bestaande leefomgeving? Bijvoorbeeld: blz 67 geeft in ontwerpprincipes 2 en 3 uitgangspunten aan mbt hoeveelheid laadvoorzieningen bij projecten. Er wordt echter niets aangegeven mbt ordening van laadvoorzieningen in de bestaande openbare ruimte. De vraag is dan bij dit voorbeeld maar ook in het algemeen bij dit programma hoe de gemeente gaat zorgdragen voor het juiste aantal voorzieningen op de juiste plaats.
4. Een Omgevingsprogramma is in de eerste plaats zelfbindend voor de gemeente en in juridische zin niet dwingend richting stakeholders. De rol van de gemeente richting stakeholders is informeren, stimuleren, overtuigen en wel/ geen medewerking verlenen aan plannen als er een Omgevingsvergunning nodig is voor een activiteit. Als ruimtelijke plannen van stakeholders niet in lijn zijn met het Omgevingsprogramma wordt geprobeerd om in overleg of door onderhandeling de plannen wel in lijn te brengen met de principes uit het Omgevingsprogramma. Omdat het Omgevingsprogramma in lijn is met de Omgevingsvisie is er wel voldoende basis om hierin een stevige positie in te nemen. De principes uit het omgevingsprogramma zullen bij nieuwe ontwikkelingen worden meegegeven als het kader waarbinnen een ontwerp gemaakt moet worden. Ingrijpen in de bestaande situatie kan op het moment dat er een gebiedsreconstructie plaatsvindt. Laadinfra is zo’n specifiek en uitgebreid onderwerp dat hiervoor een aanvullend beleidsdocument zal worden opgesteld. Hiermee wordt gestart in 2025. De doorlooptijd is nog niet bekend. De ordening van laadpalen is geregeld in de LIOR.
D66
Agendapunt 4.2 Op pagina 14/91 staat een inrichtingsmatrix EVZ: Wat betekenen de vinkjes en wat betekenen de kruisjes? We zien dat het basis scenario veel meer vinkjes heeft, waarom dan toch voorkeur geven aan het plus scenario?
PvdA/GL
Toelichting: De aanwezigheid van groen in de bebouwde kom heeft. Naast vele andere positieve invloeden zoals klimaatadaptie, biodiversiteit, etc. ook een positieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners. Vraag: U spreekt over openbaar groen. Is het mogelijk een onderscheid te maken tussen groen in de bebouwde kom en de rest van de gemeente?
Vraag: U schrijft: “Nieuwe gebouwen worden zoveel mogelijk ontworpen met nestruimte voor vleermuis, huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en spreeuw”. Wat bedoelt met zoveel mogelijk? Wanneer zijn er beperkingen?
We zullen ter verduidelijking een legenda/ aanvullende tekst toevoegen bij dit figuur. Bij een vinkje is de activiteit wel toegestaan in de ecologische verbindingszone. Bij een kruisje is de activiteit niet toegestaan in de ecologische verbindingszone. De basisvariant richt zich op een beperkt aantal diersoorten. Deze soorten zijn minimaal nodig voor het in stand houden van de huidige natuurwaarden. De plusvariant is gericht op het beschermen van meer diersoorten, soorten die rust nodig hebben zoals otter en weidevogel. In dat scenario is verbetering van de biodiversiteit het streven en dan is minder menselijke activiteit wenselijk.
Ja, door te werken met icoonsoorten die symbool staan voor een habitat type, wordt er onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied. De verschillende habitattypes staan op pagina 20. Hierin valt op dat het groen in de bebouwde kom wordt geoptimaliseerd voor soorten zoals huismus en egel terwijl het groen in het buitengebied wordt geoptimaliseerd voor soorten zoals grutto en steenuil. Deze dieren stellen verschillende eisen aan de leefomgeving en daardoor zullen ontwerpen voor ruimtelijke projecten in de bebouwde kom er anders uitzien dan ontwerpen voor ruimtelijke projecten in het buitengebied. Verder is er een onderscheid gemaakt in 3 ecologische verbindingszones en stedelijk groen. Daarbij is rekening gehouden met de mogelijkheden van de verschillende gebieden. De ecologische verbindingszone in de bebouwde kom ziet er anders uit dan de ecologische verbindingszones in het buitengebied. Sommige principes gelden voor zowel de bebouwde kom als het buitengebied. Natuurvriendelijke oevers en ecologisch bermbeheer worden bijvoorbeeld in de gehele gemeente toegepast. Bij ieder nieuwbouwproject zal worden geadviseerd om nestruimte voor gebouwbewonende diersoorten op te nemen. Er zijn geen technische beperkingen als nestruimte vroeg in het ontwerpproces wordt meegenomen.
Sommige nieuwbouw trajecten lopen echter al zo lang dat er in het verleden al overeenkomsten zijn gesloten. In dat geval kunnen we geen aanvullende eisen meer stellen. Het kan dus voorkomen dat er na het vaststellen van dit
CDA
Er worden principes benoemd. In hoeverre zijn deze principes vereisten of zijn het alleen denkrichtingen?
Omgevingsprogramma een gebouw wordt gemaakt waarin geen rekening is gehouden met gebouwbewonende soorten. Dit Omgevingsprogramma is bovendien niet juridisch dwingend voor projectontwikkelaars. Mocht het tot een rechtzaak komen dan kunnen we niet eisen dat de nestruimte er komt. Het Omgevingsplan, dat nog moet worden opgesteld voor Waddinxveen, is wel juridisch afdwingbaar. Tot slot speelt nog dat gemeentelijk natuurbeleid niet strenger mag zijn dan landelijk beleid. Op dit moment is nestruimte nog niet verplicht in het landelijke Bouwbesluit. Het lijkt erop dat deze verplichting er wel gaat komen. Dan staat de gemeente sterker bij het stellen van eisen. De principes worden meegegeven als beleidskader waarbinnen een ruimtelijke ontwikkeling/ beheer plaatsvindt. Met een goede motivering kan het college afwijken van een principe.
Er worden veel ambities genoemd. We missen 0 metingen. Waarom zijn die niet als uitgangspunt meegenomen?
In 2022/2023 heeft een 0-meting naar klimaatadaptatie en biodiversiteit plaatsgevonden. Inzichten vanuit die 0-meting zijn meegenomen bij het opstellen van de principes. Op pagina 30 staat een voorbeeld hiervan. Het formuleren van specifieke doelen en de verantwoording daarover valt buiten de scope van dit Omgevingsprogramma. Dergelijke doelen zijn wel opgenomen in “Koers naar duurzaam Waddinxveen” en in de programmabegroting.
Blz 15. Hoeveel m2 groen is er nu per huishouden?
75 m² groen per huishouden is opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze richtlijn is overgenomen in het Omgevingsprogramma als ontwerpprincipe zodat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals nieuwbouw het groen in balans is met het aantal woningen. Hoe veel meter groen er nu exact is per huishouden is niet opgenomen in openbaar toegankelijke data. In de klimaateffectatlas is per wijk op te zoeken hoe veel groen er is, verdeeld in openbaar en privaat groen (klimaateffectatlas.nl/basiskaart-groen-en-grijs). In combinatie met data van het CBS (m.b.t. het aantal huishoudens) is uit te rekenen hoeveel m² groen er per huishouden is in een wijk.
Blz 18. Hoeveel % van de rotondes wordt nu gebruikt voor reclame-uitingen? De norm is 5 %
Exacte cijfers hebben we niet over het % reclame uitingen op rotondes. Maar we zien dat rotondes nu verschillend worden gebruikt voor groen/ reclame uitingen (met uitschieters naar hele grote reclame uitingen en nauwelijks groen) terwijl in het groenbeleid al sinds 2016 staat dat rotondes voornamelijk groen moeten zijn en beperkt beschikbaar zijn voor reclame uitingen. Door nu 5% als norm op te nemen in het beleid kunnen we duidelijker aangeven richting de beheerder hoe we het willen zien.
Blz. 19 Kan snippergroen niet verkocht worden onder voorwaarde groene inrichting?
Nee, wanneer snippergroen eenmaal is verkocht, geldt in principe privaatrecht. Groene inrichting van privé terrein is niet te handhaven.
Blz 40. De juiste verlichting. Er wordt niet gesproken over de relatie tussen verkeersveiligheid en verlichting. Waarom niet? Zie ook blz 46. relatie zichtbaar maken en verlichting. Die relatie ontbreekt daar ook.
Verlichting heeft als hoofddoel het bevorderen van de (verkeers)veiligheid. Dit zal in de tekst worden verduidelijkt.
Blz 42. Ontmoedig houtstook bij nieuwe ontwikkelingen. Waarom alleen bij nieuwe ontwikkelingen? En hoe wordt straks ontmoedigd?
Een verbod op houtstook kan alleen door de gemeenteraad worden ingesteld. Ontmoedigen kan bijvoorbeeld door zelf geen hout te stoken, door bij evenementen geen houtstook toe te laten, door de risico’s van houtstook onder de aandacht te brengen of bij de bouw van nieuwe woningen geen houtkachels toe te staan. Het verwijderen van bestaande houtkachels of handhaving op houtstook behoort niet tot de bevoegdheid van het college. Wijziging van het beleid rondom houtstook kan door de gemeenteraad worden gedaan door een aanpassing in de APV.
Blz 67. Bij hoeveel % van de huidige scholen is de parkeerstrook al omgebouwd tot fietsparkeerplaats? Blz 69 Parkeren op eigen terrein. Geldt dat ook voor bewoners van woonhuizen die hun auto parkeren op de oprit, maar dat niet doen?
Het ontwerpprincipe over flexibele parkeerplaatsen geldt voor nieuwe ontwerpen rondom scholen die nog gemaakt moeten worden. Dit ontwerpprincipe is nog nergens toegepast. Indien er met deze vraag wordt gericht op de overlast veroorzaakt door mensen die een oprit hebben, maar alsnog de auto op de openbare parkeerplekken plaatsen, dan geldt het volgende antwoord: Dit principe wordt meegenomen in de ontwerpfase van een project. Dit betekent dat er minder openbare parkeerplaatsen worden ingetekend indien parkeervakken op eigen terrein worden ontwikkeld. Dit zorgt ervoor dat parkeren in de openbare ruimte lastiger wordt gemaakt en wellicht niet mogelijk is. De openbare ruimte kan dan voor andere doeleinden dienen.
Agendapunt 7: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2024-2029
Partij: PCW
Vraag (kort en bondig) Integraal Huisvestingsplan: Pagina 4, paragraaf 1.2: Hier wordt uitgegaan van een inwonertal van 45.000 in 2034. Volgens het groeiperspectief 2050 wordt dit aantal rond 2045 bereikt. Is de gehanteerde prognose in het IHP niet te stevig?
Antwoord -
P4. De verwachting is dat we in de komende 10 jaar tot iets meer dan 44.000 inwoners groeien. Op basis van het woningbouwprogramma is er nog geen zicht op aanvullende woningbouw. Het aantal groeit naar ca. 45.000 in 2045.
Pagina 6, Tabel 1: Volgens de tabel is het aantal leerlingen per 1/10/2024 3091. In de tekst wordt een totaal van 2881 leerlingen genoemd. Welk aantal is juist?
-
P6. 3091 is het juiste aantal. Dat zijn de cijfers uit de laatste oktobertelling van 2024. De 2881 waren het aantal leerlingen per 1-okt 2023. Tijdens de laatste aanpassingen is abusievelijk de 2881 blijven staan.
-
Pagina 13, punt f: In hoeverre is er in het IHP rekening gehouden met het vestigen van een onderwijsvoorziening voor speciaal onderwijs in Waddinxveen?
P12. Het is wenselijk om verduurzaming en verbetering van ventilatie als één project op te pakken. Nieuwe installaties voor ventilatie kennen een aanzienlijke energievraag. Indien deze niet wordt gecompenseerd door verduurzamingsmaatregelen kost de nieuwe ventilatie het schoolbestuur veel geld in energielasten en onderhoudskosten. Dit is ook de reden dat de verduurzamingsscans deze beide maatregelen hebben gecombineerd.
-
P13. In het IHP is er op dit moment geen rekening gehouden met speciaal onderwijs.
Pagina 15, samenwerking PO/VO: Is er ook samenwerking met VO-scholen in de regio, waar Waddinxveense jongeren naar school gaan?
-
P15. Het IHP is een document dat gaat over de scholen die gevestigd zijn in Waddinxveen.
Pagina 18, leerlingprognose: Is de verhoging van 0,4 naar 0,5 kind per woning afdoende?
-
P18. Deze verhoging is gebaseerd op basis van referentiegemeenten en ervaringen van Hevo.
-
P18. C1 = Correctie 1, C2= Correctie 2. Beide zijn beschreven op het linkerdeel van pagina 18.
Pagina 12, energieprestatie: ventilatieverbetering is niet zozeer een duurzaamheidsmaatregel, maar heeft te maken met kwaliteitsverbetering en comfort. Waarom is dit onderdeel uit het IHP gelaten?
Pagina 18, tabel: In de tabel worden drie scenario’s genoemd: Basis, Basis+C1, Basis+C1&C2. Wat wordt hier bedoeld met C1 en C2?
-
P19. Deze prognose komt rechtstreeks uit de prognose zoals beschreven in de bijlage inclusief de correctie zoals benoemd op pagina 18 van het IHP.
-
P19. De basis voor alle locaties is de huidige stand van zaken voor bij de capaciteitsanalyse. Bij de opmerkingen is aangegeven dat er een geplande uitbreiding is.
Pagina 19: Waarop is de prognose van OBS De Gouwe gebaseerd?
-
P19. Op basis van het idee dat OBS de Gouwe 1 leerlijn zal huisvesten wat neerkomt op 225-250 lln.
Pagina 31, tabel: waarom wordt de realisatie van een 4 e bouwlaag bij het VO niet meegenomen?
-
P31. De kostenconfigurator bevat een set van algemene aannames voor bepalen van de kosten voor het realiseren van schoolgebouwen. In de ervaring van HEVO wordt in de praktijk minder vaak gekozen voor vier bouwlagen bij de realisatie van VO scholen. Vandaar dat voor het bepalen van algemene kengetallen het uitgangspunt van drie bouwlagen is aangehouden.
Pagina 31, paragraaf 7.3.2: wat is de reden om niet te kiezen voor scenario B?
-
P31. De uitleg hiervoor staat beschreven onder argument 1.4 in het raadsvoorstel.
Pagina 32, tijdelijke huisvesting: waarop is het percentage van 20% voor kosten tijdelijke huisvesting gebaseerd?
-
P32. De 20% gaat niet alleen over de kosten voor tijdelijke huisvesting maar over alle kosten die locatiegebonden zijn. De 20% is een gemiddelde dat Hevo gebruikt vanwege de ervaringen.
-
1. De gemeente heeft geen actueel inzicht in bestaande wachtlijsten. In de beschikkingen aan de kinderopvangorganisaties is sinds dit jaar wel de verplichting opgenomen om tweemaal per jaar op de wachtlijsten te rapporteren, eerste rapportages zijn nog niet ontvangen. Er gaat geen aanvullende ruimtevraag uit van de groei van het aantal VVE plekken. Een deel van de extra te realiseren capaciteit voor kinderopvang zal mede aangeboden worden als VVE plaats.
-
2. Als alle (voorzichtige) initiatieven worden omgezet in uitvoering en de ruimte waarvandaan de partij komt behouden
Pagina 19, prognose VO: waarop is deze prognose gebaseerd? Kunt u deze nader onderbouwen? Pagina 19: waarom is in de capaciteitsprognose van de Theo Thijssenschool geen rekening gehouden met de geplande uitbreiding?
Raadsmemo Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke voorzieningen 1.
Hoeveel kinderen staan er op de wachtlijst voor Voor en Vroegschoolse Educatie? En is er in dit uitvoeringsplan rekening gehouden met voldoende VVE plekken in de toekomst?
2.
Blz 11 Hoeveel m2 eerstelijns zorg is er nodig bij benadering als er is wel rekening wordt gehouden met lopende initiatieven voor het realiseren van gezondheidscentra.
blijft voor gezondheidszorg, dan is er voldoende ruimte voor gezondheidszorg. De praktijk is naar verwachting weerbarstiger. Hier is dus geen sluitend antwoord op te geven.
3.
De investeringsbedragen incl. 1e inrichting en de raming van de voorbereidingskosten van het IHP scenario A pag. 39 sluiten niet aan bij de bedragen uit bijlage 3 Financiële paragraaf UMV. Waardoor worden de verschillen veroorzaakt? Wat zijn de juiste bedragen?
-
-
4.
Is bij de in bijlage 3 Financiële paragraaf UMW genoemde exploitatielasten naast de kapitaallasten ook rekening gehouden met de bestaande en nieuwe overige exploitatielasten? M.a.w. betreft het hierbij de netto extra lasten?
5.
Waarom zijn alleen de investeringen voor de 1 e 10 jaar uit het IHP meegenomen in de financiële paragraaf van het UVM?
6.
Welke effecten heeft dit uitvoeringsplan op de huur die de sportverenigingen betalen aan de gemeente?
7.
Blz 22 locatiestudie multigebruik muziekschool en school voor beeldende kunst: is er een mogelijkheid om volledig multigebruik bij Coenecoop te doen? Zo nee, wat is de reden?
3. In het UMV is ervoor gekozen om, voor de investeringskredieten waarvan de voorbereidingskosten op dit moment niet concreet zijn uitgewerkt, te rekenen met 2% (van het investeringsbedrag) te activeren voorbereidingskosten en 13% (van het investeringsbedrag) voorbereidingskosten niet te activeren en deze te dekken uit de bestemmingsreserve maatschappelijke voorzieningen. In het geval van het IHP is dit dus lager dan de 20% die HEVO noemt. Daarnaast zijn de kosten van eerste inrichting op het allerlaatste moment in het IHP iets aangepast (op het totaal 58.100 lager), deze wijziging is per abuis niet meegenomen in de doorrekening in het UMV. De bedragen zoals genoemd in het UMV worden meegenomen in het Kaderbriefproces.
-
4. In de financiële paragraaf is enkel rekening gehouden met de afwijking van de exploitatielasten ten opzichte van de huidige begrote bedragen. Hier wordt dus het financiële effect ten opzichte van de huidige begroting weergegeven.
-
5. Het uitvoeringsprogramma richt zich op de komende 10 jaar omdat het woningbouwprogramma zover strekt. Alle nieuwe onderwijshuisvesting waar een ruimtevraag/nieuwbouw vanuit gaat is meegenomen in het uitvoeringsprogramma. In de financiële doorkijk in de Kaderbrief die we opstellen wordt de scope ook beperkt tot de komende 10 jaar.
-
6. Het uitvoeringsprogramma doet hier geen uitspraken over. Sportverenigingen betalen de tarieven conform het jaarlijks besluit tot vaststelling van de tarieven voor het gebruik van de gemeentelijke sportaccommodaties. Hieraan ligt een berekening per type veld aan ten grondslag.
-
7. Naast lokalen buiten schooltijden is er ruimte nodig om les te geven tijdens schooltijden. Daarnaast is er ruimte nodig voor opslag en kantoorruimte.
WeWa
8.
Zijn er alternatieve locaties voor OBS De Gouwe onderzocht?
-
8. Ja
9.
Wanneer vindt de eerste actualisatie plaats nav genomen besluit Perspectief 2050?
-
9. Over 2 jaar wordt het uitvoeringsprogramma geactualiseerd Daarnaast worden er voor onderwijshuisvesting en voor het cultuurhuis haalbaarheidsstudies uitgevoerd.
-
P8. De projectplanning voor deze 3 projecten behoort niet binnen de kaders van het IHP. De gemeenteraad wordt apart op de hoogte gebracht wanneer er ontwikkelingen zijn tijdens deze 3 projecten.
-
P4. In het voorstel zijn we uitgegaan van realistische uitgangspunten m.b.t. de gemeentefinanciën. Daarom is dit nu niet meegenomen. In de voorbereiding op de kaderbrief wordt onderzocht in hoeverre er financiële ruimte is voor extra duurzaamheidsmaatregelen.
-
P39. Dit is verdeeld over permanente uitbreiding (0-5 jaar) en tijdelijke huisvesting (5-10 jaar). Zoals te zien op pagina 27 heeft de school bij oplevering volgens de prognose nog ruimte. Dat verandert snel. We zijn breed de mogelijkheden voor de 3e bouwlaag aan het onderzoeken. Met de huidige plannen/bouw kan het niet worden meegenomen vanwege de strakke planning van oplevering van het gebouw voor start schooljaar 2026/2027.
-
P51. De lokalenstudie is een theoretische berekening van het benodigd aantal lokalen om zo te onderzoeken of er een groot verschil merkbaar is tussen het aantal lokalen en de vierkante meters.
-
Algemeen. Verduidelijking nodig om deze vraag te kunnen beantwoorden.
-
Bijlage A. OBS De Gouwe is reeds gestart. De school groeit elk jaar met 1 groep, van onderop. In verband met de druk op de
Raadsvoorstel blz.2 Alinea 8: Op basis van een aanvraagprocedure zijn nu 3 projecten in uitvoering, dit zijn nieuwbouw voor CBS TOV, en uitbreiding Theo Thijssenschool de KC de Kas. Wanneer wordt er gestart met deze bouwactiviteiten. Blz. 4 Bij punt 6 staat beschreven dat verduurzaming bij gerenoveerde schoolgebouwen nu niet is meegenomen in besluit. Waarom niet? IHP blz. 39 In deze tabellen wordt gesproken over de uitbreiding van CBS TOV over 0-5 jaar en 5-10 jaar. Kunt u wat specifieker aangeven hoe dit zit. En wil dit zeggen dat de nieuw te bouwen school nu al te klein is. Zo ja kan dit met de bouw dan niet meegenomen worden.?
Blz 51 Lokalenstudie Primair Onderwijs Hierin wordt gesproken over 25 leerlingen per lokaal (.a.v. een berekening) Wat heeft dit voor effect op de steeds meer gebruikte leerpleinen waar extra ruimte voor nodig is. Algemeen: We zien bij sommige scholen nauwelijks of geen verschil tussen de prognoses vermeld in de bijlage en vermeld in het IHP. Kunt u dit verklaren? RAADSMEMO UITVOERINGSPROGRAMMA MAATSCHAPPELIJK VASTGOED. Bijlage A; Hoewel in het IHP vermeld staat dat er nog geen prognose is voor OBS De Gouwe vraagt u wel tijdelijke huisvesting om de groei op
scholen in het PO, voornamelijk de Theo Thijssen, is de verwachting dat deze school één leerlijn zal huisvesten.
korte termijn op te kunnen vangen. Graag nadere uitleg. Blz 17: d. En sporthal vanaf het moment dat De Dreef sluit tot aan oplevering van een nieuwe sporthal. Hoe gaat u in die behoefte voorzien. Blz 22: Houdt het bouwen van een multifunctionele accommodatie als kloppend hart van Waddinxveen, wat gepland staat op locatie Oude Dreef in dat de voorziene woningbouw aldaar volledig van de baan is? Blz 24/25: Uitplaatsing Hockey: Grond is geen eigendom van de gemeente. Is de gemeente van plan deze grond te kopen? Daarnaast is er in 2018 een waterveld en een semiwaterveld aangelegd op het hockey terrein. Dit heeft volgens ons veel geld gekost. Graag ontvangen wij info over hoeveel dit destijds heeft gekost. Zowel als in het IHP als in deze Bijlage A.zien wij geen cijfermatige onderbouwing met welk scenario rekening is gehouden m.b.t. perspectief 2050.
D66
of geen verschil tussen de prognoses vermeldwaar extra ruimte voor nodig is? Integraal Huisvestingsplan (IHP): • Er zit een verschil in op basis van welke aantallen inwoners prognoses worden gemaakt. HEVO rekent met 40.000 inwoners in 2029 en 44000 in 2034. In de leerlingenprognoses basisonderwijs wordt rekening gehouden met totaal aantal inwoners 36787 in 2030 en 38541 in 2044 (pagina 10/22) Waarmee is gerekend?
-
P17. Zie onderaan pagina 30 en bovenaan pagina 31. In overleg met de sportverenigingen wordt naar een oplossing gezocht wanneer we op basis van verder uitgewerkte planningen een scherper beeld hebben van de opgave. Mogelijk kan worden uitgeweken naar hallen in de regio.
-
P22. Nee
-
P24/25 Ja. Er is in 2018 een investeringssom van €885.000 geactiveerd, deze wordt in 15 jaar afgeschreven.
-
Perspectief 2050 is nog niet vastgesteld, er is dus ook nog geen scenario vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma is opgesteld in de afgelopen periode, uitgaande van het huidige woningbouwprogramma. Wanneer extra woningen worden gebouwd betekent dit ook een extra vraag ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen.
•
Deze cijfers komen vanuit dezelfde prognose en is ook hetzelfde als de prognose van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen. In de leerlingenprognose is bij de totale bevolking per wijk, inclusief het eindtotaal, het aantal inwoners van de aparte wijken nieuwbouw Triangel en Noordkade niet meegenomen. Worden deze meegerekend is het rond de 44000 in 2034. Er is daarmee gerekend met de 44000 in 2034.
•
P9. Dat proces loopt via de LEA. Afstemming tussen de LEA en het IHP vindt plaats.
•
Het IHP is het beleidskader. Na instemming zullen er programmaplannen en haalbaarheidsonderzoeken komen. Dan zal er per project specifieker gekeken worden naar de (praktische) mogelijkheden en beperkingen.
Het nieuwe totaal aantal kindplaatsen op kinderopvanglocaties wordt 1305, verdeeld over 17 locaties. Voldoet dit ook aan de vraag die er is? En hoe zal dat zijn als de aangekondigde Heggewinde en Plasweg ook worden toegevoegd?
•
Op basis van de berekening is er bij een belangstellingspercentage van 54% voldoende aanbod voor kinderopvang (dit is al inclusief de nog op te leveren kindplaatsen Parklaan en Park Vredenburgh). Bij een percentage van 64% is er nog wel een tekort in de huidige situatie á 75 kindplaatsen. Op de Plasweg is een uitbreiding van 78 kindplaatsen voorzien, daarmee zou dan ook tegemoet worden gekomen aan de behoefte bij het 64%-scenario. Wat betreft de Heggewinde is nog niet duidelijk om hoeveel kindplaatsen het gaat, omdat dit project nog niet zover gevorderd is. De uitbreidingen aan de Plasweg en Heggewinde voor kinderopvang zijn nog niet meegenomen in de cijfers in het IHP. Voor buitenschoolse opvang is in de huidige situatie geen tekort (uitgaande van een belangstellingspercentage van 29%). Bij een belangstellingspercentage van 39% is er wel een tekort. De gemeente Waddinxveen streeft naar dubbelgebruik van lokalen voor het onderwijs voor BSO. Met de uitbreiding van de onderwijscapaciteit wordt dus ook meer capaciteit voor BSO gerealiseerd.
•
Op P. 9 van het IHP wordt geschreven over de Noordkade: “in het vervolg na het IHP dient nader bepaald en geanalyseerd te worden wat de behoefte is van de ouders in de nieuwe wijk”. Hoe gaat dat worden gedaan? En hoe zit dat qua timing in relatie tot de realisatie?
•
P9. Het heeft hier betrekking op het laten aansluiten bij de (geloofs-)overtuiging van verschillende gezinnen. Tijdens de haalbaarheidsonderzoeken voor Noordkade zal deze vraag beantwoord worden en worden besproken met de schoolbesturen.
•
Op pagina 16 bij 4.2 onderaan staat “in deze analyse is geen rekening gehouden met eventueel wijzigend overheidsbeleid op het gebied van toegankelijkheid van kinderopvang. Dit kan grote invloed hebben op deze cijfers.” Wat voor invloed
•
P16. Indien de Rijksoverheid bijvoorbeeld besluit om kinderopvang gratis of nagenoeg gratis te maken zal ook de vraag fors stijgen. In deze situatie verwachten wij dat er meer plekken gerealiseerd moeten worden dan nu is voorzien.
•
P. 9 van het IHP zegt “Ook wordt de mogelijkheid onderzocht om een Brede Schoolaanpak te faciliteren. Wanneer wordt dit voorzien? En is dit op tijd klaar om mee te nemen in de bestaande plannen?
•
In hoeverre kunnen de bouwplannen die worden ontwikkeld n.a.v. het IHP worden gedwarsboomd door de stikstofuitspraak?
•
wordt er ‘globaal’ voorzien? •
In mei/juni komt het Bestemmingsplan voor de Theo Thijssen in de raad. In het bestemmingsplan bestaat de mogelijkheid tot 4 lokalen. Dit is reeds door de wethouder naar de gemeenteraad gecommuniceerd.
•
In de plannen die voorliggen gaan we uit van het gemiddelde van 15 jaar. Dit sluit aan bij de uitspraken van het college.
•
P20/56. Welke locaties zijn meegenomen staat beschreven onder paragraaf 2.3 (pagina 7). Dit is met inbegrip van de nieuw te realiseren locaties op Park Vredenburg en Parklaan. Plasweg en Heggewinde zijn hierin nog niet meegenomen.
•
P25/56. De verduurzamingsopgave is in kaart gebracht maar nu niet meegenomen in de besluitvorming. In de voorbereiding op de kaderbrief wordt onderzocht in hoeverre er financiële ruimte is voor extra duurzaamheidsmaatregelen
Pagina 38/56: Punt 7.5.5. Aangepast scenario College: Met welke onderbouwing heeft het college besloten tot punt 3: niet uitgaan van een opslagpercentage van 6,5% in het VO?
•
P38/56 De cijfers is gebaseerd op de prognoses voor het gehele IHP. Het belangstellingspercentage voor het Coenecoop College is in de prognose opgehoogd in opgehoogd van 24,3% naar 29,4%. Dat is een opslagpercentage binnen de prognoses. Het college heeft besloten om het opslagpercentage uit de prognose te hanteren.
•
Hoeveel leerlingen hebben ingeschreven bij het CCC voor schooljaar 2025/2026? Wat is daarmee het belangstellingspercentage?
•
284. Belangstellingspercentage is onbekend.
•
In de leerlingenprognoses van het PO wordt rekening gehouden met een piek. In de PO prognoses is de piek in 2033 met totaal aantal leerlingen van 3724. In de VO prognoses loopt het aantal leerlingen op tot en met 2044. uit de tekst op pagina 18/56 blijkt dat ervanuit gegaan wordt dat
•
De piek voor het primair onderwijs is, op basis van de plannen zoals meegenomen in het IHP en UVP, in 2035/2036. Zie daarvoor ‘’Doelgroep per wijk’ op pagina 8 van de prognose PO. Voor het VO is de piek logischerwijs 8 jaar later, in 2044. Zoals meermaals aangegeven is dit op basis van de huidige kennis en prognoses.
•
Is het in de bouwplannen van de Theo Thijssen nog steeds mogelijk om 8 extra lokalen te realiseren in plaats van 4?
•
Het college heeft ooit gezegd niet te willen bouwen op de piek. Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de plannen die er nu voorliggen?
•
Op pagina 20/56 onder 5.2. Capaciteit Kinderopvang staan alle cijfers in het rood waar het gaat om balans tussen kindplaatsen benodigd en aanbod. Dit is gebaseerd op de huidige leerlingenprognoses. Is dit inclusief de nieuw voorziene locaties?
•
op pagina 25/ 56 staat onder punt 6.2.3 verduurzaming staat dat de verduurzaamheidambitie is opgenomen binnen dit IHP. In het raadsvoorstel staat dat er geen overeenkomst is, wat is nu juist?
•
PvdA GL
in 2044 ook de piek in het VO zal zijn. Welke onderbouwing is er om er vanuit te gaan dat er dan een piek zal zijn? (we vragen dit vooral in relatie tot Waddinxveen perspectief 2050, waarin uitgegaan wordt van autonome groei tot 47000 inwoners zonder extra interventies) Blz. 13 ‘VO-scholen zijn bij voorkeur ook in de nabijheid van bedrijven, instellingen en partners gesitueerd.’ Wat is de reden van deze voorkeur? 4.2 Blz. 16 Is er naast de capaciteitsanalyse ook rekening gehouden met de wachtlijsten van de kinderopvang organisaties?
Algemeen: Er wordt geen invulling gegeven aan de duurzaamheidsopgave. Wat zijn de consequenties als hier bij de kaderbrief 2026-2029 op teruggekomen wordt? Er wordt zoveel mogelijk gekozen voor IKC’s. Wat betekent dit voor nieuwe kinderopvangorganisaties die niet in een schoolgebouw terecht kunnen/mogen? Zouden zij wel kunnen starten in Waddinxveen? Hoe wordt dit beoordeeld?
CDA
Integraal Huisvestingsplan (IHP), raadsvoorstel: Pag 1: Verhoogde leerlingenprognoses: met welke % of aantallen zijn de prognoses verhoogd? Waarom niet expliciet benoemd in raadsbesluit? Wie is uiteindelijk eindverantwoordelijk voor de prognoses? De school of de gemeente?
-
P13. Dit is de voorkeur omdat het op deze manier mogelijk is om de samenwerking, verbondenheid en betrokkenheid te kunnen versterken.
-
P16. De wachtlijsten geven geen accuraat beeld van de vraag in de toekomst (ouders kunnen hun kind bij meerdere organisaties aanmelden), maar geven vooral een signaal of er sprake is van een tekort. Daarom is bij het berekenen van het noodzakelijk aantal kinderopvangplekken gebruik gemaakt van bevolkingsprognoses (aantal 0-4-jarigen) en landelijke gemiddelden m.b.t. het gebruik van kinderopvang. Naast een basisscenario heeft de gemeente ook rekening gehouden met een + scenario, waarin uitgegaan wordt van een hogere vraag naar kinderopvang dan landelijk gemiddeld.
-
Tijdens de kaderbrief 2026-2029 is het mogelijk om een integrale afweging te maken.
-
De gemeente heeft in zowel de LEA 2024-2028 als het Uitvoeringsprogramma MV haar voorkeur uitgesproken voor de ontwikkeling van IKC’s. Dit sluit echter niet uit dat kinderopvangorganisaties zich buiten een school huisvesten. Hieraan werkt de gemeente in principe ook mee volgende de gebruikelijke ruimtelijke procedures. Hiermee geeft de gemeente invulling aan haar faciliterende rol. De agrarische kinderopvang op de Plasweg is een goed voorbeeld.
-
P1. Dit staat beschreven onder paragraaf 5.1 (pagina 18 & 19 van het IHP). Onder paragraaf 7.5.5. staan de laatste correcties beschreven waarop de cijfers onder 7.5.5 zijn gebaseerd. De prognoses worden gezamenlijk door de schoolbesturen en de gemeente vastgesteld.
-
P2. De gemeente heeft formeel geen wettelijke taak op het gebied van kinderopvang. Omdat er geen wettelijke taak is zijn kinderopvangorganisaties niet formeel aan het IHP verbonden, maar het IHP is wel richtgevend voor de gemeente bij het sturen op voldoende aanbod aan kinderopvang.
-
P4. Enkel de scholen die na het IHP uit 2016 geen (ver)nieuwbouw hebben gekregen zijn meegenomen in de verduurzamingsopgave. Het is onduidelijk wat in de vraag bedoelt wordt met een technisch verschil.
-
P5. Omdat dit locatiegebonden kosten zijn. Per locatie kunnen deze kosten sterk verschillen.
-
P4. Het gaat hier enkel om de paragraaf lokale context. Deze schetst het beeld op hoofdlijnen in Waddinxveen. De prognose uit de bijlage in combinatie met de genoemde correcties gelden als basis.
Pag 6: In paragraaf 2.1 worden verschillende totalen genoemd (in tekst en als tabeltotaal). Wat is uiteindelijk het aantal waarmee de prognoses starten voor de categorieën basis, voortgezet en opvang? Zie tevens pag 19 voor VO.
-
P6. 3091 is het juiste aantal. Dat zijn de cijfers uit de laatste oktobertelling van 2024. De 2881 waren het aantal leerlingen per 1-okt 2023. Tijdens de laatste aanpassingen is abusievelijk de 2881 blijven staan.
Pag 12: punt 10. Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor het vaststellen van de prognose. NB Vraag ingegeven door actief (of niet) wervingsbeleid dat van school tot school kan verschillen.
-
P12. De Prognoses worden gezamenlijk door de schoolbesturen en de gemeente vastgesteld. Een prognose geeft het vermoedelijk verloop aan van het leerlingenaantal. Bij significante verschillen gaan gemeente en schoolbesturen in gesprek. Zie onder 3.4.1 in het IHP (p12)
Pag 12 (toekomstbestendigheid): kunt u voorbeeld geven van transformatiemogelijkheden?
-
P12. Denk hierbij aan het ombouwen van schoolgebouwen naar appartementen of ruimtes voor maatschappelijke voorzieningen.
Pag 14: Samenwerking IKC niet verplicht: zijn er scholen die zich daartegen verzetten?
-
P14. Op dit moment zijn er geen scholen die zich verzetten tegen IKC-vorming.
-
P18. Een belangstellingspercentage van 85% is relatief laag. In overleg met de schoolbesturen en Hevo is besloten om voor de nieuwbouwwijken dit op te hogen naar 95% omdat de
Pag 2: Kinderopvangorganisaties zijn betrokken: is dat vrijblijvend of zijn/worden zij formeel verbonden?
Pag 4: enkele scholen werden niet meegenomen in verduurzaming. Voor alle initiatieven moeten aanvullende kredietbesluiten worden genomen. Voor eventuele verduurzaming kan dat meegaan in kadernota. Maakt dat voor de school een technisch verschil? Pag 5: Grondkosten worden niet meegenomen. Waarom niet? Bijlage 1 IHP Pag 4: Lokale context geeft de verwachte ontwikkeling van de bevolking. De genoemde getallen van de reeksen in bijlage IV. Kunt u de relatie/verschillen tussen Bijlage 1 en Bijlage IV uiteenzetten?
Pagina 18, punt 2: waarop is de verhoogde belangstellings van 85 naar 95% gebaseerd?
verwachting is dat kinderen uit deze wijken geneigd zijn om in Waddinxveen naar school te gaan. Dit is mede ingegeven door de recente ervaringen in nieuwbouwwijk Park Triangel.
Pag 18: verwijzen de C1 en C1&C2 naar de toelichting in de voorgaande kolom op dezelfde pagina. Dit is niet duidelijk. Pag 19: Waarom is beoogde uitbreiding van Theo Thijssen niet meegenomen? Pag 25: CBS TOV voorziet een tekort. In de tekst wordt gesproken over de maatschappelijke plint; wordt daarmee gedoeld op de extra verdieping bestemd voor maatschappelijke voorzieningen? Blijft de rest verhuurbaar? Pag 28: Kinderopvang: de benodigde ruimte wordt niet zichtbaar in de berekeningen voor de BO; is dat in een volgende fase voorzien? Zie ook bijlage V blz 1 3e aandachtspunt over NHS. Hoe wordt daarmee omgegaan in de berekeningen? Pag 30 en 31: de indexen voor het BO zijn hoger dan de indexen voor VO. Het VO heeft doorgaans kostbaarder voorzienigen. Zij die niet meegenomen? Pag 38: graag duiding van wat een piek is: omvang en duur.
Pag 41: paragraaf 8.3. Wat wordt verstaan onder volumeafspraken?
-
P18. C1 = Correctie 1, C2= Correctie 2. Beide zijn beschreven op het linkerdeel van pagina 18.
-
P19. De basis voor alle locaties is de huidige stand van zaken voor bij de capaciteitsanalyse. Bij de opmerkingen is aangegeven dat er een geplande uitbreiding is.
-
P25. De 3e verdieping wordt hiermee bedoelt. We zijn breed de mogelijkheden voor de 3e bouwlaag aan het onderzoeken.
-
P28. Voor de realisatie van BSO streeft de gemeente zoveel mogelijk naar dubbelgebruik van lokalen i.p.v. apart te realiseren ruimte. Om deze reden is de benodigde ruimte niet apart zichtbaar.
-
P30 & 31. De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen en aantal bouwlagen; compact bouwen). VO scholen zijn vaak groter dan PO.
-
P38. Met de piek wordt het jaartal bedoelt waarbij het leerlingenaantal op zijn hoogste punt is. Dat gaat voor het PO om 2036.
-
P41. Bij volumeafspraken spreken schoolbesturen onderling en met de gemeente af om de huisvestingscapaciteit, en daarmee het leerlingenaantal te maximeren op een aantal leerlingen. De volgende volumes zijn besproken, waarbij is gerekend met één of meerdere keren 8 klassen, eventueel zelfs met een opslag van 10%: 225 – 250 leerlingen 450 – 500 leerlingen 675 – 750 leerlingen
• • •
Bijlage IV Bijlage dateert uit maart 2024 en vertoont in de Samenvatting al een verschil in start van de prognoses (vergeleken met pagina 6 van Bijlage 1). Hoe moeten we dat lezen? Sommige getallen sluiten aan en sommigen verschillen. UITVOERINGSPROGRAMMA MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Bijlage A Uitvoeringsprogramma Pag 7: welke criteria zijn gehanteerd voor het vaststellen van de prioritering? Pag 11: zijn de verhuiswensen van een ‘groot deel van de huisartsen’ gerelateerd aan de wensen om in gezondheidscentra te participeren? Pag 14 (maar ook elders in de rapportage): alle berekeningen zijn gebaseerd op bevolkingsaantallen Waddinxveen en de groei daarvan. Op welke manier zijn regionale effecten (bv inwoners andere gemeente gebruiken faciliteiten in W’veen) meegenomen? Pag 18: De Kroon is minder kostendekken dan gedacht. Er wordt later in het rapport een verplaatsing en vergroting voorgesteld. Is er al gekeken naar de effecten van kostendekkendheid en kan dat worden gedeeld?
-
Bijlage IV. De laatste bekende telling voor de prognose was 1okt 2023. In de prognose staat onder 2025 de prognose per 1okt 2024. In het IHP op p6. Staan de leerlingaantallen zoals bekend per 1-okt 2024. Verschil is daarmee prognose t.o.v. actueel in het IHP.
Pag 7. Zie paragraaf 4.3. Bij vaststelling van de Kaderbrief 2026-2029 zullen zo nodig keuzes moeten worden gemaakt. In het uitvoeringsprogramma is enkel een toelichting gegeven op wat we wettelijk verplicht zijn en waar keuzeruimte ligt. Pag. 11. Voor zover we hier zicht op hebben geldt dit in ieder geval voor een deel van de huisartsen. Pag. 14. Deze zijn niet meegenomen.
Pag. 18. Cultuurhuys de Kroon is in principe kostendekkend, maar o.a. corona en de fors gestegen energielasten hebben geleid tot hogere stabiele kosten dan verwacht was. Er wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd waarin gekeken wordt naar het gehele plaatje, inclusief de kosten en inkomsten.
Pag 25: Waarom wordt onder 5 een uitzondering gemaakt voor padel?
Pag. 25. Er is geen sprake van een uitzondering. Er is sprake van een ruimtelijke reservering omdat we padelbanen niet zelf realiseren.
Pag 29: kunt u het begrip ‘smal’ uit de 5 e bullit toelichten?
Pag. 29. Er worden waar mogelijk geen andere functie toegestaan dan gezondheidszorg. Hierdoor blijven de grondprijzen betaalbaar voor geïnteresseerde partijen in de gezondheidszorg.
Pag 30: Tijdelijk tekort aan een sporthal. Is de sporthal in Noord niet te versnellen?
Pag. 30. In dit uitvoeringsprogramma zijn inschattingen gemaakt ten aanzien van de doorlooptijd. In een verdere uitwerking van de planning
Bijlage 1 (BAS): Zijn de resultaten van het rapport bekend bij de verenigingen en kunnen zij zich daarin vinden?
Pag 14: Kunt u de genoemde bijlage IV beschikbaar stellen? Locatiestudie Pag 11: Maakt een woonzorgcomplex al onderdeel uit van het project Noordkade? Locatiestudie Brandweerkazerne Pag 2: naar welke locatie wordt het oefenterrein verplaatst? Blijft dat ergens in Waddinxveen?
Pag 2 (laatste alinea). Welke parkeernomen gelden voor deze omgeving (Sniep)
binnen het op te starten project moeten blijken of deze planning haalbaar is of dat deze zelfs kan worden versneld. Bijlage 1. Eind 2024 is een concept besproken tijdens een avond voor de buitensportverenigingen, de buitensportverenigingen zijn hiervoor uitgenodigd. De tennisverenigingen waren hier niet bij aanwezig. In q1 2025 is er gesproken met de afzonderlijke sportverenigingen waar sprake is van ruimtebehoefte in de komende 10 jaar. Bij het prognosticeren van de veldbehoefte zijn er veel onzekerheden. Op pagina 13 van het uitvoeringsprogramma zijn daarom diverse kanttekeningen opgenomen, evenals onder ‘d’ op pagina 14 m.b.t. tennis en padel. Over deze kanttekeningen is ook gesproken met de verenigingen. Op hoofdlijnen is er overeenstemming over de weergave in het rapport, met inachtneming van de kanttekeningen. Pag 14. Ja Pag. 11. Een woonzorgcomplex is nog geen onderdeel van de plannen. Het SP/BKP sluiten dit echter ruimtelijk en kwalitatief niet uit. Pag 2. We denken op dit vlak mee met de veiligheidsregio. Een potentiële locatie is Businesspark Vredenburgh Fase 2. De gesprekken hierover lopen nog. Een locatie buiten Waddinxveen is overigens ook mogelijk, een afweging hierover wordt gemaakt door de veiligheidsregio. Pag 2.
Vanuit de gemeente is hier rekening gehouden met de CROWrichtlijnen uitgaande van een gemiddelde bandbreedte voor een sterk stedelijk gebied in de schil van het centrum. Voor nu gaan we ervanuit dat de brandweer parkeert op het eigen terrein.
Agendapunt 9: Vaststelling bestemmingsplan Henegouwerweg 119a/b, 120
Partij: PCW
Vraag (kort en bondig)
D66
- In de bijgevoegde brief van de ODMH staat “In de stikstofonderbouwing wordt uitgegaan van intern salderen, waarbij stikstofruimte gevonden wordt door de bouw van een nieuwe, emissiearme stal. Intern salderen is meestal niet vergunning plichtig. In dit geval is het voorgenomen interne salderen wél vergunning plichtig. Intern salderen met emissiearme stallen is namelijk, op basis van uitspraken door de Raad van State, vergunning plichtig geworden.” Wat betekent dat op dit moment voor dit voorgenomen project?
Zijn de plannen ook voorgelegd aan Stichting Weids Bloemendaal. Zo nee, waarom niet?
- Past de boerderij-automaat binnen de bestemming 'Opslag' en 'intensieve veehouderij'?
Antwoord Initiatiefnemer heeft bij de Stichting Weids Bloemendaal de weidevogeltelling gegevens opgevraagd en via hen ontvangen. Tijdens de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan heeft eenieder de mogelijkheid gekregen om een zienswijze of reactie in te dienen voor dit plan. Er zijn geen reacties van de stichting ontvangen tijdens deze periode. - Op dit moment betekent dit dat het voorgenomen project nog een natuurvergunning zal moeten aanvragen voor het intern salderen van stikstof op deze locatie, maar dat het bestemmingsplan wel al kan worden vastgesteld. Op dit moment staat de vergunningverlening voor intern salderen stil, omdat er eerst nieuw beleid gemaakt moet worden door de provincie. De ODMH heeft de initiatiefnemer aangeraden om de natuurvergunning te bemachtigen voordat sloop/nieuwbouwwerkzaamheden uitgevoerd worden. Het aantal dieren op de locatie wijzigt niet, de stikstofemissies van de locatie nemen af door het toepassen van de nieuwste technieken. Bij hetzelfde aantal kippen blijft de hoeveelheid mest geproduceerd door de kippen dus gelijk. Op basis daarvan stelt de ODMH dat de situatie ongewijzigd blijft ten opzichte van de bestaande, planologisch legale situatie voor wat betreft stikstofemissies. En dat daarmee het bestemmingsplan doorgang kan vinden zonder aparte stikstofbeoordeling. Een evenwichtige toedeling van functies is voldoende aangetoond. -
De boerderijautomaat past binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ Art. 3.1 lid d; Ondergeschikte verkoop van bedrijfsgebonden producten.
PvdA GL
- Zijn er zonnepanelen voorzien op het dak van de stal? Moeten we nog iets wijzigen aan het bestemmingsplan om dat mogelijk te maken? Vraag: De initiatiefnemer heeft zelf een weidevogeltelling gedaan. Is het niet veel objectiever dat een neutrale instantie die telling doet?
- Het dak wordt voorzien van zonnepanelen. Zonnepanelen zijn vergunningsvrij te plaatsen op een dakvlak. Hiervoor is geen aanpassing van het bestemmingsplan nodig. - De weidevogeltelling is niet door initiatiefnemer zelf uitgevoerd. De telling is door het agrarisch collectief Rijn & Gouwe Wiericke uitgevoerd.
Vraag: Is op deze locatie de afgelopen jaren vogelgriep vastgesteld? Zo ja, was er dan mogelijk een relatie met de weidevogels in de directe omgeving?
- In 2022 was er vogelgriep vastgesteld op het bedrijf. Of de vogelgriep in 2022 op het bedrijf door wilde watervogels kwam is onbekend.
Intensieve veehouderij heeft veelal een slechte naam voor wat betreft dierenwelzijn. Vraag: Volgens het ODMH blijft het aantal dieren gelijk. Het gaat hier dus om 105.800 dieren op 2430m2? Dus om 43 dieren per m2? Vraag: Gaat het hier ook om eieren die uitgebroed worden?
- De 105.800 kippen worden gehouden in stallen die nu samen 5.888m² groot zijn, dat zijn 18 kippen per m². Na realisatie van de nieuwe stal ontstaat er een totale staloppervlakte van 6.890m² en dat zijn 15 kippen per m². - Er worden geen eieren uitgebroed.
Vraag: Zo ja, wordt bij de eieren gebruik gemaakt van de nieuwe technologie om al een onderscheid te maken tussen kippen en hanen?
- n.v.t; zie antwoord op de vraag hiervoor.
Vraag: Zo niet, hoe wordt er dan omgegaan met de hanen, die overbodig zijn?
- Hanen zijn niet overbodig in de vleeskuikenhouderij. In een stal met vleeskuikens zijn altijd zowel hanen als hennen aanwezig.
U schrijft: Als op de termijn de welzijnseisen verhoogd worden (door het aantal kuikens per m2 verder te verlagen), dan kan deze
- Het is mogelijk dat op termijn de zolder ook zal (moeten) worden gebruikt voor het houden van kuikens. Dit zal enige tijd van tevoren al te voorzien zijn. Met stabiele neveninkomsten wordt hier verwezen naar
zolder eenvoudig worden ingezet om ook kuikens te houden, zonder dat de totale pluimveestapel toeneemt. Tevens schrijft u: Door te voorzien in opslagruimte, wordt een stabiele neveninkomst gecreëerd en wordt bijgedragen aan meervoudig ruimtegebruik. Vraag: Aangezien het gezien de maatschappelijke ontwikkelingen heel waarschijnlijk is dat de welzijnseisen worden verhoogd en de zolder moet worden gebruikt is het argument dat het om stabiele neveninkomsten gaat toch niet reëel?
een vast inkomen dat wordt gegenereerd uit het verhuren van opslagruimte. Voor deze verhuur wordt een contract opgesteld met de huurder. De initiatiefnemer kan dan op basis van de duur van dit contract en de prijs die wordt gevraagd voor de opslagruimte inzichtelijk krijgen welke inkomsten hieruit voortvloeien, voor zo lang als de zolder als opslagruimte gebruikt zal worden. In die zin is dit een stabiel en berekenbaar inkomen. In tegenstelling tot het houden van kuikens is deze inkomstenbron minder afhankelijk van (plotselinge) externe factoren zoals een plotselinge besmetting onder de kuikens, wat een groot risico vormt voor de stabiliteit en berekenbaarheid van pluimveehouders en hun inkomsten.