CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen Commissie R + I 19 januari 2022

Commissie Ruimte + Infrastructuur 19 januari 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen6.156 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format Technische vragen Commissie R + I gemeente Waddinxveen 19 januari 2022

Agendapunten: Agendapunt 5.1.: Bod in het kader van de prestatieafspraken 2022 Partij: PCW

Vraag (kort en bondig) Naar aanleiding van de Prestatieafspraken 2022 Blz. 2 1. Woonpartners maakt gebruik van de experimenteerruimte in de huisvestingsverordening om een complex bij voorrang toe te wijzen aan maatschappelijke sleutelfunctionarissen. Vraag: Om welke complexen gaat het de komende jaren en om hoeveel woningen?

Antwoord

1. Bij oplevering van nieuwbouwprojecten mag Woonpartners jaarlijks gebruikmaken van de wettelijke mogelijkheid om 25% van het aanbod toe te wijzen aan lokaal woningzoekenden. We gaan met Woonpartners bespreken welke keuze het meest logisch is en ook wettelijk kan plaatsvinden.

Vraag 2: De Verhuurderheffing wordt afgeschaft door de nieuwe regering. Wat betekent dit voor het aantal extra nieuw te bouwen sociale huurwoningen door Woonpartners in Waddinxveen de komende jaren? Moet het bod van Woonpartners hierdoor worden aangepast?

2. Woonpartners kan meer sociale huurwoningen bouwen en verduurzamen als er minder van hun inkomsten naar de verhuurderheffing gaat. In 2022 zal de verhuurdersheffing eerst verlaagd worden. Dit is simpelweg een compensatie voor de huurbevriezing. Vanaf 2023 zal de verhuurdersheffing helemaal afgeschaft worden. Het bod wordt jaarlijks aangepast, dus zullen wij hierover spreken bij de volgende ronde. De nieuwbouwcijfers die in het bod van 2022 te lezen zijn, zijn hard voor het lopende jaar en indicatief voor de jaren erna en dus vereisen geen aanpassing tussentijds.

Vraag 3: Welke locaties zijn geschikt / beschikbaar / kunnen geschikt worden gemaakt voor het bouwen van (sociale) flexwoningen de komende jaren?

3. Er is eerst een quickscan nodig om te onderzoeken welke locaties in Waddinxveen zich lenen voor tijdelijke flexwoningen voordat we hier uitspraken over kunnen doen. Zodra hier duidelijkheid over is, zullen we dit met u delen. In februari zal naar verwachting het plan van aanpak realisatie flexwoningen afgerond zijn.

WeWa

Het betreft de cijfers in het kader op pagina 5. Hoe verhoudt zich dit tot de 30% sociale huurwoningen tot 2027?

Ik neem aan dat u pagina 4 bedoelt. Alles wat nu gebouwd wordt, zijn plannen van vóór 2018 en is daarmee gebaseerd op de oude woonvisie. Dus in die projecten wordt een totaal van 30% sociale huur niet gehaald. Alle plannen die in de Woonvisie 2018-2022periode zijn opgestart, is de doelstelling 30% sociale huur wel van toepassing. Bijvoorbeeld zoals in het geheel van het Sleutelkwartier, de gebiedsontwikkeling Noordkade en De Dreef komt minimaal 30% sociaal.

Agendapunt 7.: RV.RB. Ambitiedocument de Passage, Sleutelkwartier Partij: VVD

Vraag (kort en bondig) 1. Op 2 november 2021 heeft Fysiotherapie Praktijk Joosten B.V. een brief aan wethouder Schippers en projectleider Marc Bonekamp gestuurd. Is de brief beantwoord? Zo ja, kunt u de reactiebrief meesturen met de beantwoording van de technische vragen? Zo nee, wanneer wordt de brief beantwoord?

Antwoord 1 De brief is niet schriftelijk beantwoord, echter zijn wij persoonlijk in gesprek getreden met de heer Joosten van Fysiotherapie Praktijk Joosten B.V. Wethouder Schippers, projectleider De Bruijne en de heer Joosten hebben een plezierig gesprek gehad. Hierbij hebben zij onderlinge afspraken gemaakt om de voortgang en de belangen van de heer Joosten m.b.t. Fysiotherapie Praktijk Joosten B.V. constructief mee te nemen in de planvorming.

2.

2 Op basis van het Ambitiedocument ‘Passage Ambities” d.d. 29 november 2021, zijn we in de berekeningen voor het parkeren en verkeersstromen uitgegaan van 147 nieuwe woningen en 300m2 nieuwe commerciële ruimte. In het Passagegebied zijn op dit moment 187 parkeerplaatsen aanwezig. Inclusief de nieuwbouw zijn er volgens de normen 231 plekken nodig. Rekening houdend met een maximale parkeerdruk van 90% van de openbare plekken (conform parkeerbeleid mogen er van elke 10 openbare parkeerplekken maximaal 9 bezet zijn op het drukste moment), zijn er 257 plekken nodig. In het ambitiedocument zijn 284 plekken geschetst. Er worden dus meer plekken aangelegd dan benodigd.

Hoeveel parkeerplaatsen zijn er in het eindplaatje beschikbaar?

3. Op pagina 4 van 5 van het RV/RB staat: “ Gelijktijdig met de herberekening van de kosten en opbrengsten van het project De Passage is geconstateerd dat er voor de overall plankosten Sleutelkwartier een extra bijdrage vanuit De Passage gewenst is om het budget toereikend te laten zijn. Deze aanvulling is in de gewijzigde kosten van De Passage meegenomen.” Vraag: om welke extra bijdrage gaat dit? En heeft dit te maken met het plan om een hoge woontoren te realiseren nabij het pand

3 Het gaat om een budget verhoging van ca. € 200.000,-. Dit komt omdat het budget voor plankosten in de overall-GREX Sleutelkwartier te laag is gebleken. Met de actualisatie van de passage is er gelijktijdig gekeken naar de totale plankostenraming. Dit heeft niets te maken met de keuze voor het realiseren van een stedenbouwkundig accent op vlek 7, op de hoek bij de rotonde (zie antwoord bij vraag 4 en 5 van VVD en antwoord bij vraag 2 en 3 van

Sleutelkwartier? (voormalig pand ABN / AMRO)

CDA).

4. Vindt het college een nokhoogte van 34 meter (ongeveer zo hoog als de hefbrug) in kavel 7 realistisch? Zijn dat 11 bouwlagen? (zie bijlage 1: pagina’s 37 & 39)

4 Het stedenbouwkundig bureau De Zwarte Hond heeft vanaf de start geadviseerd om op deze plek een eyecatcher te realiseren, dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Een eyecatcher past in de omliggende bebouwing, en de extra woningen die hier worden gerealiseerd betekenen een constructieve bijdrage aan de levendigheid. Het college heeft het advies van het De Zwarte Hond overgenomen en acht het daarom realistisch. Het betreft een bouwhoogte van 34 meter waarbinnen 11 bouwlagen zijn te realiseren, met bovenop een plat dak.

4. Wat zou het betekenen als de gemeenteraad een maximale nokhoogte van 20 meter (6 bouwlagen) voor de woontoren vaststelt? Hoe zou het plan er dan uit zien?

5 Een verlaging van het gebouw op de hoek betekent een vermindering in dat gebouw van ca 20 woningen en zet het Sleutelkwartier als gebied met stedelijk accent i.c.m. dorpse zorgvuldigheid minder sterk op de kaart. De woontoren markeert op die hoek juist het onderscheidende karakter van het Sleutelkwartier. Wanneer de toren lager wordt gemaakt, en vastgehouden wordt aan eenzelfde opbrengst, moet de rest van de bebouwing op kavel 7 hoger worden, wat de balans tussen dorpse zorgvuldigheid en stadse allure verstoort. De naastgelegen Passage gebouwen (appartementen) hebben een hoogte van circa 7 lagen. Als dit gebouw teruggebracht wordt naar 6 lagen, hebben we niet meer te maken met een eyecatcher. Hetgeen afbreuk zal doen aan het stedenbouwkundige plan. Het aantal wooneenheden wordt ook verminderd. Hetgeen afbreuk doet aan de levendigheid. Verder is het wenselijk om binnen het stedelijk gebied woningen te realiseren voordat we naar uitleg locaties gaan.

5. Pagina 4 van 5: waarom is het aantal woningen verdubbeld van 65 naar 125 woningen?

6 Er is met het oog op de wens naar levendigheid, het grote woningtekort en de ligging van het gebied nabij het station onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van verdichten, en het daarmee onder andere kunnen vergroten van de diversiteit van het woonprogramma en het toevoegen van middenhuurwoningen. Na onderzoek bleek dat er stedenbouwkundige ruimte voor was. Hiermee is de mogelijkheid ontstaan voor het toevoegen van bijzondere woningtypes, middeldure huur, en realiseren we aanvullende grondopbrengsten zodat we het plangebied kunnen vergroten en meer openbaar gebied kwalitatief kunnen herinrichten.

7. Hoe kan het dat in het RV/RB op pagina 4 van 5 gesproken wordt over 125 woningen, terwijl op pagina 40 van bijlage 1 sprake is van 147 woningen?

7 Het verschil bestaat uit de 22 woningen die zijn geprognotiseerd op de C1000 locatie. Dit komt omdat in bijlage 1 ook de voormalige C1000 locatie is meegenomen. Dit is echter niet in eigendom van de gemeente en daarom ook niet meegenomen in de grondexploitatie c.q. het raadsvoorstel. Mocht deze ontwikkeling doorgang vinden dan zal hier een separaat facilitair project voor worden opgestart.

8. In bijlage 1 van bijlage 2 staat een overzicht van de parkeerbalans. Veel parkeernormen zijn minder dan 1 parkeerplaats per woning, terwijl in nieuwbouwwijken vaak met een norm van 1,6 parkeerplaats per woning werd gerekend. Klopt deze conclusie in bijlage 2? :”Hiermee kan worden geconcludeerd dat op basis van het Ambitiedocument ruim wordt voorzien in de totale parkeervraag na herontwikkeling van het Passagegebied” (zie bijlage 2, pagina 6/17)

8 De conclusie klopt. De parkeernormen lijken mogelijk laag doordat het bezoekersaandeel van 0,3 parkeerplaats per woning apart is opgenomen in de parkeerbalans. Alhoewel dan bij sommige type woningen de parkeernorm lager dan 1 is. De gebruikte parkeernormen passen binnen het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In de memo ‘Parkeren en verkeersstromen Passagegebied’ is gemotiveerd uitgelegd waarom de parkeernormen voor dit gebied passend zijn. Dit betreft onder andere de nabijheid van een ruim aanbod van voorzieningen en de nabijheid van het treinstation. Tevens worden er 284 plekken aangelegd terwijl er volgens de berekening maar 257 plekken benodigd zijn.

9. Een vraag mbt tot de 7 parkeerplaatsen thv kavel 7 aansluiting 4. (bijlage parkeren en verkeerstromen): Zijn dit de parkeerplaatsen die voor de tandarts bedoeld zijn, die reeds onder zijn pand aanwezig zijn en waarvoor de aansluiting 4 is blijven bestaan? Of zijn dit extra parkeerplaatsen specifiek voor de passage/ gezondheidszorg die daar is gevestigd?

9 Dit zijn inderdaad plekken die zowel voor de tandarts bedoeld zijn, maar tevens extra plekken zijn voor de Passage. De ontsluiting van zijn huidige parkeerplaatsen onder zijn pand blijft gehandhaafd, en kan blijven plaatsvinden richting de Juliana van Stolberglaan.

10. Op pagina 6 staat dat de 7 parkeerplaatsen voor tijdelijk gebruik zijn en in de toekomst niet meer noodzakelijk zijn. Is dit correct? Op pagina 9 staat dat de 7 parkeerplekken wel weer worden meegenomen in de verkeersstroom. Worden de 7 parkeerplaatsen nu wel of niet gerealiseerd?

10 Op pagina 6 staat dat de plekken niet nodig zijn aangezien er meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd dan benodigd (284 tov 257) . De 7 plekken worden echter wel gewoon aangelegd.

11. Er staat dat er nog veel moet verkend en uitgewerkt moet worden in de definitieve versie. Op welke wijze worden de daar gevestigde ondernemers en bewoners betrokken bij de uitwerking van de definitieve versie?

11 We hebben participatie hoog in het vaandel staan en er worden verschillende participatie bijeenkomsten georganiseerd. Verder hebben er al meerdere gesprekken plaatsgevonden en staan er ook nog verscheidene gesprekken gepland. Deze gesprekken en participatieavonden worden dus gecontinueerd. Er zal, zoals toegezegd aan de omgeving (ondernemers en bewoners) een tweede informatieavond worden gehouden ergens de komende maanden. Dit zal tevens een eerste bijeenkomst zijn in het kader van het gaan opstellen van een bestemmingsplan De

Passage.

Onafhankelijk lid Van der Steldt

12. Er is rekening gehouden met een straal van 200 meter voor de Poolse supermarkt. Waarom is er geen rekening gehouden voor patiënten die niet ver van een zorgbedrijf kunnen parkeren?

12 In figuur 2 zijn de parkeerlocaties en de ontsluitingen op het wegennetwerk aangegeven. Hierin is bij ontsluiting 4 een parkeerruimte voor 7 plekken opgenomen. Deze plekken ligging pal naast de tandartspraktijk. De afbeeldingen 4 en 5 over de loopafstanden zijn ter illustratie opgenomen, alleen om te duiden hoe ver 100 meter en 200 meter is. Er is gekozen voor functies aan de randen van het gebied (oost- en westzijde), maar dat hadden ook andere functies in het gebied kunnen zijn. Verder wordt er nog nader gekeken naar de ligging van de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en looproutes. Dit conform het parkeerbeleid. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met een goede bereikbaarheid van de zorgvoorzieningen.

13. De passage is bestempeld als dienstverlening, daarom hebben ondernemers gekozen om daar hun bedrijf te vestigen, ook met het aan aantal openbare parkeerplaatsen die direct voor het bestemmingsplan dienstverlening aanwezig zijn. Nu wordt het aantal openbare toegankelijke parkeerplekken verplaatst waardoor zorgbehoevende mensen minder toegankelijkheid verkrijgen. In de gemeente Waddinxveen is inclusiviteit een belangrijk punt, toegankelijkheid voor alle inwoners. Waarom zien we dit in de huidige plannen niet direct terug? Bijlage 1. Pagina 40 schema naast Programma,

13 Inclusiviteit is een belangrijke waarde die wij onderstrepen. Rondom de nieuwbouw komen meer dan voldoende parkeerplaatsen, waaronder algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Naar de precieze aantallen en locaties van deze plekken wordt nog nader gekeken, conform het parkeerbeleid.

In het schema zien we dat er 21 sociale huurwoningen komen. Dit is slechts 14,28%. Waarom wordt hier niet de afgesproken 30% gehanteerd? Waarom wordt er geen vermelding gedaan dat minimaal 25% maar nog liever 30% naar inwoners van Waddinxveen gaat?

Er is afgesproken om in de totale GREX Sleutelkwartier een percentage van minimaal 30% sociale huur te realiseren. Met deze aantallen in De Passage komt het percentage sociaal op minimaal 30%. Daar wordt op gestuurd. Op andere locaties worden eveneens sociale huurwoningen gerealiseerd. Zo is het voornemen om op de locatie van het oude gemeentehuis het programma volledig in te vullen met sociale huurwoningen.

Bijvoorbeeld in Utrecht gaat nu 50% naar inwoners van Utrecht.

PCW

Waarom wordt het gebied aan de noordzijde van de Passage tot aan het privéterrein van Souburgh toegevoegd aan het projectgebied de Passage?

Voor wat betreft het toewijzen van koop of huurwoningen aan inwoners van Waddinxveen is er (nog) geen vastgesteld beleid. Vooralsnog is dit geen uitgangspunt waar het project De Passage rekening mee houdt. Er zijn meerdere argumenten waarom ervoor is gekozen om het projectgebied uit te breiden. Ten eerste geeft de nieuwe ontsluiting, en het inpassen van het parkeren, aanleiding om voor dit gebied een nieuw ontwerp te maken. Daarnaast is er sprake van enig achterstallig onderhoud wat gelijktijdig kan worden aangepakt (werk

met werk). Als laatste argument, maar zeker niet de minste, is gebleken uit gesprekken met aanwonenden, dat er behoefte is aan betere loop- en fietsverbindingen tussen Souburgh en De Passage, en daarmee ook naar het station en het Gouweplein. CDA

Raadsvoorstel, participatie 1. Welke informatie uit de gesprekken met ondernemers/eigenaren is verwerkt in het ambitiedocument?

Bijlage 1 Ambitiedocument de Passage blz 39 kavel 7 hoek projectgebied 2. Waarom is gekozen voor een gebouw van 34 meter (11 verdiepingen)?

3. Wat gaat het voor het beeld en de kosten betekenen als het gebouw van 34 meter 2 of 3 etages lager wordt en een ander gebouw 2 of 3 etages hoger?

Bijlage 2 Parkeren en verkeersstromen Passagegebied vanaf pag 9 4. Is er met de realisatie van het plan sprake van goede en veilige kruising bij Julianalaan /Bernardlaan?

1 Er zijn diverse gesprekken geweest, evenals een informatieavond met de mogelijkheid om vragen te stellen. Naast de veel gestelde vraag om toch vooral haalbare plannen te maken en te zorgen dat er iets gaat gebeuren, is er in de planvorming met name rekening gehouden met wensen ten aanzien van parkeren voor mindervaliden, ontsluiting en parkeren voor de ondernemers, een route voorlangs de kerk, het betrekken van het monument in de inpassing, een ontsluiting naar de Beatrixlaan in plaats van de huidige ontsluiting op de Juliana van Stolberglaan, een gewenste locatie voor flexwerken (onder de C1000) en een levendige functie in de plint op de hoek bij de rotonde. 2 De woontoren markeert op die hoek juist het onderscheidende karakter van het Sleutelkwartier als plek waar een stedelijke sfeer kan worden ervaren in Waddinxveen. (Zie ook de antwoorden bij vraag 4 en 5 van de VVD) 3 Als het bouwvolume gelijk blijft, en eenzelfde aantal woningen kan worden gerealiseerd op vlek 7, is de aanname dat het voor de opbrengstpotentie niet veel zal uitmaken. Het zou zo kunnen zijn dat er minder efficiënt of juist efficiënter kan worden gebouwd. Maar dat is geheel afhankelijk van het ontwerp. De aangewezen locatie voor de woontoren past alleen daar omdat het een hoek van het plan betreft gelegen aan de belangrijkste straat van Waddinxveen.

Er is wel bewust gekozen om lager te blijven dan de hoogte van de Hefbrug. De ‘compensatie’ van het lager maken van de toren moet gezocht worden binnen kavel 7. (kavel 8 en kavel 9 zijn niet wenselijk hoger dan 3 bouwlagen). Juist de contrast tussen de dorpse hoogtes en de uitschieter maakt het plan interessant en spannend. 4 We verwachten dat de verkeersintensiteit op de Bernhardlaan toeneemt. De nieuwe verwachte intensiteit van 2.180 motorvoertuigen per etmaal is dermate beperkt dat we ook

inschatten dat dit niet leidt tot verkeersknelpunten op de kruising met de Juliana van Stolberglaan. De verkeersbelasting van de huidige aansluiting op de Juliana van Stolberglaan zal daarentegen substantieel afnemen en zorgen voor een betere doorstroming van de Juliana van Stolberglaan. 5. Is er met de realisatie van dit plan nog sprake van een veilige spoorwegovergang?

Algemeen over bijlage 2 6. Waarom is voor deze verkeersparagraaf niet gekozen voor een verkeersmodel?

5 Door de nieuwbouw verwachten we een toename van verkeer over de spoorwegovergang, maar de procentuele toename is gering. Er rijden nu 3.200 motorvoertuigen per etmaal over de spoorwegovergang en we verwachten een toename van maximaal een paar honderd per etmaal. Tevens komt de ontsluiting van de huidige parkeerkoffer, gecombineerd met het fietspad tegenover de spoorwegovergang te vervallen. Dit komt de overzichtelijkheid en daarmee de verkeersveiligheid op de kruising ten goede. Maar zoals ook in de notitie op pagina 14/17 staat, is de verkeersintensiteit op het Stationsplein (rond het station) wel een aandachtspunt. 6 De omvang van het gebied en de omvang van de nieuwbouw zijn te klein en te gedetailleerd voor berekeningen met een verkeersmodel. Hiervoor in de plaats is ervoor gekozen om de huidige verkeersintensiteiten op 11 locaties in de directe omgeving te meten en te gebruiken voor de analyse.

Agendapunt 8.: RV.RB. Stedenbouwkundige visie Noordkade Partij: VVD

Vraag (kort en bondig) 1. Is er ook met alle ondernemers gecommuniceerd die bedrijfsruimte huren?

2.

Welke bedrijven moeten verplaatst worden? En waar is de nieuwe locatie van deze bedrijven voorzien?

Antwoord 1. Dit is niet na te gaan. Bij de gemeente zijn niet alle huurders bekend. Daar waar mogelijk hebben we de ondernemers proberen te bereiken via de eigenaren. Daarnaast hebben we via de publicaties in de krant, de informatieborden in de wijk en via de gemeentelijke website gepoogd de ontwikkelingen van de Noordkade zo breed mogelijk bekend te maken. 2. Er is geen sprake van gedwongen verplaatsingen. Ondernemers die op de huidige locatie willen blijven en tevens eigenaar zijn van die locatie mogen in het gebied blijven zitten. De nieuwe locatie voor de bedrijven gaat in overleg. Niet iedere ondernemer wilt naar dezelfde plek verplaatsen. De gemeente heeft een inspanningsverplichting om

vervangende locatie aan te bieden. In de openbaarheid kunnen er nog geen mededelingen gedaan worden waar deze locatie(s) zijn.

PCW

3. Bijlage 1, pagina 59: klopt het dat er in totaal 1.420 woningen gepland zijn?

3. Nee dat klopt niet. De aantallen in de visie zijn een indicatie van het aantal te realiseren woningen. Hierbij zijn aannames gebruikt voor de oppervlaktes van de woningen, de hoogtes van de bouwblokken en de programmering. Het uiteindelijke aantal woningen is afhankelijk van de uitwerking van de plannen.

4. Bijlage 1, pagina 65 (programma per opdrachtgever): wat wordt met de 3 disclaimers bedoeld dat de percelen wel in eigendom zijn, maar niet in de berekeningen zijn opgenomen?

4. De percelen die in de disclaimer met kadastraal nummer genoemd zijn, zijn of te klein voor een zelfstandige ontwikkeling, of hebben geen aansluiting met het eigendom of zijn al bebouwd met een woning. De disclaimer voor de gebouwen is opgenomen omdat nog niet bekend is of de bestaande gebouwen een woonfunctie krijgen en de woningen die daarin gerealiseerd kunnen worden tellen niet mee met de berekening die gemaakt is voor het aantal nieuwe woningen.

5. Bijlage 1: hoe kan het dat de aantallen woningen van pagina’s 59 en 66 afwijken? Pagina 59 telt 1.420 woningen en pagina 66 telt 1.424 woningen (in de onderlinge plannen van S-Noord, M-Noord, L, M-Zuid en SZuid zitten ook verschillen).

5. De verschillen zijn ontstaan door afrondingsmarges. Het geheel aan woningen is een raming gebaseerd op de oppervlaktes van de percelen.

6. Bijlage 2: vraag 2: hoe hoog is de schoorsteen?

6. De schoorsteenpijp is ruim 32 meter hoog. In 2023 zal bij nader onderzoek over de staat van de pijp ook aanvullend meetonderzoek plaatsvinden. Het hoogste gebouw is in de plannen 10 bouwlagen en komt onder deze hoogte uit.

7. Hoe denkt het college de enorme toename van het verkeer van 1.420 woningen te ontsluiten?

7. De ontsluiting van het gebied gaat via de centrale nieuwe ontsluiting door het gebied. Er is aanvullende mobiliteits- en parkeeronderzoek noodzakelijk om dit inzichtelijk te maken.

8. Behoren de 29 bedrijfsunits van Staringlaan 14 en 16 ook tot dit plan?

8. De gemeente is in overleg met de eigenaar van deze locaties om de plannen passend te maken binnen het woon-werkgebied van de Noordkade.

Bijlage 1 Stedenbouwkundige visie Noordkade Blz. 19 1. Waarom maken de gebieden a-e geen onderdeel uit van deze visie?

1. Bij locatie A,B en E was bij aanvang bekend dat de locatie eigenaren geen onderdeel wenste uit te maken van de herontwikkeling van het gebied. Locatie C en D zijn woningen en het uitgangspunt is dat woningen in het gebied mogen blijven.

Blz. 59 2. Klopt het dat er nu sprake is van in totaal 1420 nieuwbouwwoningen? En is dit het maximaal aantal nieuw te bouwen woningen in dit gebied?

Blz. 65 3. Wat zijn de programma’s voor de andere gebieden die niet in eigendom zijn van de drie opdrachtgevers Raab Kärcher, van Uden en Houtex?

CDA

Bijlage 1 stedebouwkundige visie Noordkade blz 33 Ontsluiting via Oranjelaan lijkt geen optie, wordt het nog drukker bij de Hefbrug. Worden ontsluitingsvarianten onderzocht met en zonder Oranjelaan?

2. Nee dit klopt niet. Het aantal van 1420 woningen is een prognose op basis van de op dit moment bekende uitgangspunten. Bij de uitwerking van de plannen zal dit aantal per locatie scherper gesteld worden. Fysiek is er in het plan ruimte voor de toevoeging van meer woningen. Er wordt gezocht naar een balans in de leefbaarheid, openbare ruimte, parkeren en het aantal woningen. 3. De programma’s per eigendomssituatie zijn conform de woonvisie en de ontwikkelstrategie. Uitgangspunt is daarbij 30% sociaal, 12% middenhuur, 10% goedkope koop en de overige 48% vrije markt. De ontwikkelstrategie staat ten minste 55 woningen per ha. toe. In de Samenwerkingsovereenkomst worden deze kaders vastgelegd. 1. De ontsluiting van het gebied zal primair via de Staringlaan en de Willem de Zwijgerlaan lopen. De nieuwe Noord-Zuid verbinding in het gebied sluit hier op aan. Er wordt in 2022 na vaststelling van de visie verder onderzoek gedaan naar de mobiliteit. Het ontlasten van de Oranjelaan en de Noordkade zijn hierbij vanzelfsprekend.

Agendapunt 9.: RV.RB. Koersdocument Duurzaam Waddinxveen Partij: VVD

Vraag (kort en bondig) 1. p8 van het koersdocument worden resultaten geschetst. Het resultaat dat 30% van de inwoners 2 keer per jaar de repairshop bezoekt. Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf in een dergelijk punt oftewel hoe denkt de gemeente inwoners hiertoe te bewegen? Zelfde geldt voor doelstellingen als 2000 elektrische auto’s en 600 woningen geschikt voor biodiversiteit.

Antwoord 1. Deze vraag heeft eigenlijk betrekking op de uitvoering. Er is geen gelijk antwoord voor ieder voorbeeld. De genoemde voorbeelden zullen allen een andere aanpak vragen.

2. p47 van het koersdocument. Is de tabel puur informatief of gaat de gemeente hier actief een rol in spelen om te stimuleren?

2. P47 (wat kunnen inwoners zelf doen rondom circulair leven). De intentie van de tabel is illustratief, om te laten zien dat grote (abstracte) opgaven en ambities al bij iedereen kunnen beginnen met kleine stapjes; om ook een handelingsperspectief voor ‘vandaag’ te geven.

3. overkoepelende vraag (samengevat op p.8 en 9) er worden resultaten genoemd die we (denk gemeente) willen bereiken voor inwoners en ondernemers, maar de rol van de gemeente in deze ontbreekt ons inziens. Wat doet de gemeente? Om te informeren, helpen, stimuleren? Is niet helder terug te vinden in het document.

3. Het zijn de resultaten die we als samenleving moeten bereiken. In heel veel gevallen moeten inwoners en ondernemers die stappen zetten. De rol van de gemeente staat wel beschreven (in hoofdstuk 4), omdat we bijvoorbeeld inzetten op de gemeentebrede aanpak (voor inwoners) uit de Transitievisie

PCW

Algemeen: 1. Er wordt ingezet op bewustwording, proces, faciliteren, etc. Dat is natuurlijk belangrijk. Maar voor veel ondernemers/inwoners is het nodig/wenselijk dat er een concreet en betrouwbaar aanbod is voor verduurzaming. Het zou mooi zijn als dit vanuit lokale ondernemers komt. Is/wordt het ‘organiseren’ van een (integraal) aanbod van verduurzamingsmaatregelen door de gemeente in samenwerking met (lokale/regionale) ondernemers, onderdeel van het uitvoeringsplan?

Warmte Waddinxveen en ook het Servicepunt energietransitie bedrijven waar we nu met de ondernemers en energie coöperaties aan werken om ondernemers te ondersteunen bij de energietransitie. Specifieke bij de energietransitie heeft de gemeente de expliciete regierol gekregen. Die vullen we in via de buurt aanpak. 1. Ja wat ons betreft wel.

2. Het koersdocument lijkt zich met name te richten op inwoners en bedrijven. Hoe worden verenigingen, scholen, kerken, etc betrokken (met name mbt bewustwording maar ook mbt verduurzaming gebouwen)?

2. Er is een uitgebreide stakeholderanalyse gemaakt en daar staan deze groepen allemaal op. Het koersdocument zit tussen omgevingsvisie en detailvisies, zoals de Transitievisie Warmte Waddinxveen (TVW), in. In de TVW en ook de Regionale Energie Strategie komen deze groepen ook terug.

3. Het koersdocument gaat niet echt in op de financiële consequenties van de benodigde verduurzamingsmaatregelen. Hoe krijgen we zicht op de betaalbaarheid van deze opgave? Niet alleen voor inwoners en ondernemers maar ook voor de gemeente zelf? Wanneer krijgen we een eerste doorkijk naar de financiële consequenties?

3. Het koersdocument geeft een globale doorkijk naar de benodigde proceskosten per tijdsperiode/jaar (hoofdstuk 8). De kosten voor verduurzaming bij inwoners/ondernemers volgen uit de projecten die daarvoor moeten worden opgezet, zoals de buurtuitvoeringsplannen (BUP) voor de startbuurt en de buurten daarna. Kosten voor de gemeente zelf volgen uit (eventuele actualisatie of doorontwikkeling) van de uitvoeringsagenda voor bijvoorbeeld maatschappelijk vastgoed. De globale kosten voor klimaatadaptieve maatregelen (in de openbare ruimte) moeten komen uit de verdiepende studie klimaatadaptatie en biodiversiteit, die als beslispunt is voorgelegd bij het raadsbesluit

4. De duurzaamheidsdoelstellingen zullen consequenties hebben voor de ‘infrastructuren’ in Waddinxveen. Niet alleen de infrastructuur voor energie maar ook op andere vlakken. Denk aan: laadinfra mobiliteit, groeninfra (mbt biodiversiteit), fietsinfra (CO2-reductie mobiliteit), nieuwe structuren/voorzieningen voor bezorgdiensten (CO2-vrije mobiliteit bevoorrading winkels maar ook pakketbezorging particulieren), etc. Dit zijn infrastructuren die noodzakelijk zijn voor inwoners en bedrijven om de doelstellingen mbt verduurzaming te halen. Het zijn collectieve

4. Het toont dat deze transities in de basis alle beleidsterreinen van de gemeente raken. De duurzaamheidskoers is dus een opdracht aan iedereen die visies en beleid opstelt om deze doelen als uitgangspunt te hanteren.

infrastructuren. Welke rol gaat de gemeente innemen om deze infrastructuren/voorzieningen te realiseren? Waar krijgt dit een plek in de uitwerking? En wanneer? 5. Voor het realiseren van (grootschalige) energievoorzieningen zoals wind, zon of warmte zal er iemand initiatief moeten nemen. Als dit in relatie tot andere (maatschappelijke) doelen gedaan moet worden, zijn dit opgaven die mogelijk niet of niet vanzelf door marktpartijen opgepakt worden. Aanbeveling 3 van het Groene Hart Rekenkamer-onderzoek gaat over samenwerking. Dit wordt verder niet ingevuld terwijl de samenwerking tussen (gemeentelijke) overheid en markt van groot (strategisch) belang is. Is er al nagedacht over publiek-private samenwerkingen in het kader van de duurzaamheidsopgave? Eventueel op regionaal niveau? Zo ja, wat is hier uit gekomen? Zo nee, wanneer wil de gemeente dit verder oppakken? Vragen bij het raadsvoorstel: 6. Waarom is beslispunt 2 geformuleerd als een advies vanuit het college? Is het niet handiger dat het tweejaarlijkse uitvoeringsplan voorzien wordt van een korte evaluatie van het koersdocument en dat dit ter informatie naar de raad gestuurd wordt al dan niet met een advies mbt bijstelling koersdocument?

5. Ja dat doen we. We zien dit terugkeren bij bijvoorbeeld de WSO en de RES 2.0.

6. We wilden in ieder geval voorkomen dat het koersdocument ‘standaard’ een aantal jaar op slot gaat en standaard na een aantal jaar jaar herijkt moet worden. Het kan namelijk zijn dat er op kort termijn behoefte is aan een actualisatie (denk aan het landelijke coalitieakkoord).

7. Beslispunt 3: waar is de 45k voor nodig? In 5.4 van bijlage 2 is aangegeven dat duidelijk is waar gestart moet worden, wat actielijnen zijn. Alleen einddoel is nog niet in beeld. En in bijlage 1 wordt bij aanbeveling 5 van de GH Rekenkamer aangegeven dat in het uitvoeringsplan Groen 20212024 biodiversiteit een belangrijk aspect is. Wat moet er dan uitgezocht worden?

7.

8. Wat betekenen de verwachte financiële middelen voor de meerjarenbegroting? Zit er voor zover nu bekend ruimte in de meerjarenbegroting?

8. We verwijzen naar het voorwoord in de Programmabegroting 2022 – 2025. Hier staat: Deze begroting ‘kijkt’ tot en met 2025. Na 2025 zijn er ook grote financiële uitdagingen. We krijgen dan te maken met de structurele lasten van de Omgevingswet, het Klimaatakkoord, de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB). Omdat nog onzeker is of het rijk hiervoor geld beschikbaar stelt,

Een van de uitvoeringsactiviteiten van het uitvoeringsplan Groen 2021-2024 is ‘kansen voor biodiversiteit’. Hierbij onderzoeken we mogelijkheden en kansen in het openbaar groen voor het versterken van biodiversiteit in Waddinxveen. De opgave om het verlies aan biodiversiteit te herstellen is echter groter. In het koersdocument hebben we een beeld van de opgave en de strategische aanpak geschetst. Maar het inzicht ontbreekt over waar, wat en hoeveel. Nodig is een verdiepingsslag, naar voorbeeld van de Transitievisie Warmte Waddinxveen: welke gebieden zijn er te onderscheiden, wat is de situatie ter plaatse, welke maatregelen kunnen we dan treffen en wat kosten die. Die inzichten zijn ook nodig voor de meerjarenbegroting.

zijn de lasten in deze begroting vooral verwerkt als incidenteel nieuw beleid. In het Regeerakkoord worden in ieder geval middelen beschikbaar gesteld om de klimaatdoelstellingen te kunnen realiseren. Wat dit betekent voor gemeenten zal waarschijnlijk meer duidelijk worden in de Meicirculaire 2022. 9. Is er enigszins een verwachting hoeveel geld er vanuit het rijk komt naar gemeenten? Wat is bijvoorbeeld de inzet vanuit VNG hiervoor? En in hoeverre is dit dekkend voor de genoemde kosten voor komende jaren?

9. Hiervoor verwijzen we naar het nationale coalitieakkoord met de daarin opgenomen cijfers voor Klimaat- en Energie. De VNG heeft ingezet op de uitkomsten van het ROB Onderzoek naar de uitvoeringslasten van het klimaatakkoord. We verwachten in de mei circulaire 2022 meer duidelijkheid over de bijdrage van het Rijk aan het gemeentefonds voor klimaat.

10. Zit in de financiële middelen ook de bedragen voor de wijkaanpak aardgasvrij maken zoals deze gecommuniceerd zijn bij het vaststellen van de TVW?

10. Ja, de proceskosten daarvoor zijn opgenomen.

11. Is het mogelijk om naast de RES meer zaken in regionaal verband op te pakken en uit te werken zodat het wiel niet 5x uitgevonden hoeft te worden? Bijvoorbeeld de aanpakken voor bedrijventerreinen? Of delen van de gemeentebrede aanpak? Is het mogelijk dat de kosten hierdoor lager uitpakken?

11. Ja dat kan en waar dat mogelijk is wordt die mogelijk ook uitgezocht.

12. Er wordt aangegeven dat er veel afhankelijkheden zijn en daarom de aanpak ‘adaptief’ is. Is er nagedacht over scenario’s zodat aan de hand daarvan ook makkelijk geschakeld kan worden bij veranderende omstandigheden. Wat doe je bijvoorbeeld als er niet voldoende financiële middelen zijn? Of als stakeholder niet of niet voldoende meewerken? Etc.

12. Ja is er is zeker nagedacht over scenario’s. Scenario zijn meer van toepassing op een specifiek, concreet vraagstuk (bijvoorbeeld scenario’s bovenregionale restwarmte, scenario zon op dak, scenario energiebesparing) en minder toepasselijk op een algehele transitie. Daarom staan ze niet in het Koersdocument.

Bijlage 1: Verwerking aanbevelingen Groene Hart Rekenkamer 13. Aanbeveling 3 van de GHRekenkamer gaat over de samenwerking met stakeholders. In hoofdstuk 7 wordt hier beperkt op in gegaan. Bij aanbeveling 3 wordt aangegeven dat dit bij de uitvoeringsagenda verder uitgewerkt wordt en daarna pas verder vorm gegeven. Is de samenwerking niet zodanig strategisch van aard dat dit onderdeel zou moeten zijn van het koersdocument?

14.

Aanbeveling 7 geeft aan dat de gemeente een voorbeeldrol moet

13. Het is ook een belangrijk onderdeel van het koersdocument en komt op verschillende plaatsen terug (bijvoorbeeld bij de gemeentebrede aanpak en servicepunt bedrijven). We hebben in koersdocument aangegeven dat het bouwen aan de beweging een essentiële pijler is. De organisatie van de samenwerking (met wie, hoe, rollen, intensiviteit) zal in de tijd ook variëren naar gelang de stand van een transitie. Daarom kunnen we het ook nu al ‘vastklikken’ in dit koersdocument. 14. Het raakt de gemeente in basis in alle facetten en in Hoofdstuk 6

innemen als het gaat om de duurzaamheidsambities. Is er een totaaloverzicht waar de duurzaamheidsdoelstellingen de organisatie raken? In hoeverre zijn de ambities geïntegreerd in de organisatie-onderdelen? Is dit formeel vastgelegd en wie is er verantwoordelijk voor het waarmaken van de ambities en doelen? Bijlage 2: Koersdocument 15. Op bladzijde 8 worden de doelstellingen samengevat. Wanneer is een woning klimaatadaptief? Is dat wanneer al de maatregelen uit tabel 8 op blz 46 zijn toegepast? En wanneer waterrobuust? Over welke kringlopen gaat het die voor 50% gesloten moeten zijn in 2030?

hebben we getracht de meest relevante raakvlakken te duiden. Maar in de kern: Door het duurzaamheidskompas als uitgangspunt te nemen kan en moet ieder beleidsveld zelf zijn raakvlakken ontdekken en verder vormgeven. Interne verankering is de verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris. 15. Tabel 8 is een illustratieve opsomming van wat mensen zelf al kunnen doen om ze een handelingsperspectief te geven. Wanneer een woning klimaatadaptief en waterrobuust is moeten we feitelijk nog vaststellen; daarvoor is ook het aanvullende onderzoek (besluit 2 in het raadsvoorstel) nodig om die ambitie te bepalen. De kringlopen die gesloten moeten worden hebben we uitgewerkt in het koersdocument Circulair Waddinxveen.

16. Figuur 12 op bladzijde 26 is te zien dat de CO2-reductie in de periode 2010-2020 vrijwel niet gedaald is. Hoe realistisch is het om een trendbreuk in de periode 2020-2030 richting 50% te verwachten/te realiseren?

16. Het is duidelijk dat met het klimaatakkoord uit 2019, Fit For 55 van de EU en met nieuwe landelijke coalitieakkoord er meer ambitie en ook geld beschikbaar komt. Verder is dit een politieke vraag.

17. Is de doelstelling uit figuur 13 op blz 27 realistisch? Tabel 10 op blz 50 geeft aan dat met name ingezet wordt op de glastuinbouw. Het aandeel gasgebruik in de glastuinbouw is 21% van het totaal. Dit betekent dus dat nog 29% uit andere onderdelen moet komen om in totaal op 50% reductie uit te komen. Ofwel de overige onderdelen moeten 29% / 79% = 37,5% reductie opleveren. Dit moet dus gerealiseerd worden bij inwoners, overige bedrijven, mobiliteit, etc. Dat haal je toch niet met de aantallen zoals in tabel 5 (blz 43) en 10 (blz 50) gepresenteerd?

17. In het koersdocument zijn opgave, doelen, resultaten en uitvoering met elkaar in lijn gebracht, waarbij ook gekeken is naar een realistisch tempo. We willen natuurlijk strategisch inzetten om het tempo zoveel mogelijk te gaan versnellen, door structureel te ‘bouwen aan de beweging’. Het blijft een grote ambitie.

18. Om de glastuinbouw in 2030 vrijwel aardgasvrij te krijgen is de CO2vrije warmte noodzakelijk. Wanneer is daar zekerheid over? En wat als deze warmte er toch niet komt? Dan is toch een enorme extra inzet nodig op de overige onderdelen om in korte tijd de doelstellingen te halen? Is er hiervoor een plan B (scenario!)?

18. Dat is correct, echter op dit moment maken we nog voldoende stappen met de trajecten in de glastuinbouw. Daarom besteden we niet nu al (onze beperkte) middelen (capaciteit/geld) aan een uitgewerkt plan B.

19. Op bladzijde 44 wordt de energieke buurtaanpak beschreven. Bewoners gaan zelf aan de slag ‘en maken samen het verhaal en bepalen wat ‘energiek’ is’. Dit klinkt erg vrijblijvend. Welke kaders krijgen de bewoners mee zodat de doelen uit tabel 5 gehaald worden?

19. Deze aanpak is vastgelegd in de TVW. Of en welke kaders we de (start)buurt meegeven moeten we bepalen we bij de start van het opstellen van een buurt uitvoeringsplan.

20. Tabel 10 op blz 50 geeft aan dat we 0,079 TWh zon grootschalig moeten realiseren. Hiervoor zal circa 250.000 m2 zonnepanelen nodig zijn. De wethouder heeft toegezegd dat er een afwegingskader komt mbt geschikte locaties voor zonnepanelen. Is dit specifieke lokale kader er zodat initiatieven gestimuleerd worden of in ieder geval meer duidelijkheid hebben mbt de slaagkans?

20. Het afwegingskader komt via de RES 2.0 programma organisatie.

21. Vervolg op vraag 6: wat zijn de meest kansrijke plaatsen in Waddinxveen om in 2050 250.000 m2 te realiseren? (ik snap dat dit een ‘uitvoeringsvraag’ is maar de vraag is bedoeld om inzicht te krijgen in de kansrijkheid van de doelstelling)?

21. Dit is een vraag die bij de RES thuishoort en is ook geadresseerd wordt in het Servicepunt Energietransitie Bedrijven Verder hebben we in de regio sinds kort de website “zonnedakje.nl’ waarin de potentie staat op adresniveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11031615/1