CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen Commissie R + I 11 februari 2026

Commissie Ruimte + Infrastructuur 11 februari 2026, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen3.523 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format Technische vragen Commissie R + I (openbaar) gemeente Waddinxveen - 11 februari 2026

Agendapunten:

Agendapunt 4.2: Memo Stand van zaken Motie ‘Verkeersveiligheidsmaatregelen rondom Park Vredenburgh’

Partij: WEWA

Vraag (kort en bondig) 1. Wanneer wordt er een voorstel aangeboden vanuit het college aan de raad?

Antwoord 1. Medio 2026 zal de raad worden geïnformeerd over de uitkomsten van het vervolgonderzoek naar kabels en leidingen en kan worden aangegeven wanneer een voorstel wordt aangeboden aan de raad Op dit moment vindt de voorbereiding plaats van het overleg met de nutspartijen. De verwachting is dat er in het tweede kwartaal duidelijkheid is of de kabels en leidingen kunnen blijven liggen danwel dat deze moeten worden verplaatst en of daar dan ruimte voor is. Op basis van die uitkomsten moet worden beoordeeld wat het verdere vervolg is. Dat vervolg kan bestaan uit het: • Het uitwerken van een investeringsraming als de kabels en leidingen kunnen blijven liggen • Als de kabels en leidingen moeten worden verlegd: o Het in beeld brengen van een nieuw traject voor de kabels en leidingen en de kosten of o Het opstellen van een alternatief met wellicht 3 opstelstroken als de impact op de kabels en leidingen daarvan minder is.

2. Zijn er concrete plannen voor de implementatie van verkeersmaatregelen conform de aangenomen motie? Gezien de oplevering van het nieuwe schoolgebouw bij de start van het nieuwe schooljaar in september 2026.

2. In alle maatregelpakketten is opgenomen dat er op de Zuidelijke Rondweg ter hoogte van de school een schoolzone wordt ingesteld. Deze schoolzone wordt gecombineerd met een fiets- en voetgangersoversteek met Verkeersregelinstallatie VRI. Deze maatregelen zijn onderdeel van de herprofilering van de Zuidelijke Rondweg.

CDA

1. Welke voorziening (tunnel, brug, VRI) heeft de voorkeur op de sociale veiligheid?

Deze herprofilering is onderdeel van grondexploitatie van Park Triangel CV. Met Park Triangel zijn, vooruitlopend op de afronding van het verkeersonderzoek, afspraken gemaakt dat de schoolzone met de fietsen voetgangersoversteek met VRI gereed is op het moment dat de school medio 2026 opengaat. Park Triangel pakt de uitvoering op. 1. Hoewel er geen nader onderzoek is gedaan naar sociale veiligheid lijkt een VRI vanuit sociaal oogpunt een veiligere oplossing omdat er daarmee geen plekken gecreëerd worden die aan het (toe)zicht onttrokken worden zoals dat bij een tunnel en een brug wel het geval kan zijn.

2. Wat is de beoogde verkeersnelheid in de schoolzone? Waar wordt de oversteek positie met de VRI aangebracht gezien langzaam verkeer geneigd is om de kortste route te kiezen en dit op een andere locatie kan zijn dan gewenst?

2. Bij de schoolzone geldt een maximumsnelheid van 30km/u. De VRI wordt aangebracht ter hoogte van de Polderlaan, omdat dit de meest logische plaats is waar de routes naar de school vanuit de wijken samenkomen.

3. Worden de maatregelen bij de school ook afgestemd met de school zelf om de verkeerstromen gescheiden te houden? Hoe is de participatie geregeld?

3. De school is tussentijds geïnformeerd over de uitkomsten van het verkeersonderzoek. Als er meer duidelijkheid is over het vervolg, vindt weer overleg met de school plaats.

4. Welke maatregelen worden ‘tijdelijk’ gedaan voor een veilige oversteek van langzaam verkeer bij de Beijerincklaan tpv Sterrenlaan/Zuidelijke Rondweg?

4. Bij de Sterrenlaan zijn geen tijdelijke maatregelen voorzien.

5. Is een themabijeenkomst met de raad niet verstandig met een toelichting op het onderzoek en de mogelijke maatregelen?

5. Dit is een verzoek voor het fractievoorzittersoverleg en/of een politiek vraag.

6. In het rapport van RH bij hoofdstuk 6 wordt bij maatregelpakket een aansluiting gemaakt met de N451 middels uitvoeg invoegstrokenken. Is dit vereist op een N weg? De aangegeven uitvoeg en invoegstroken zijn beide niet mogelijk (uitvoegstrook gaat dwars door het grondlichaam van de A12 en N451 en de invoegstrook gaat dwars door de te bouwen DHL locatie) waarom zijn deze gepresenteerd? Heeft RH ook voor maatregel 3 en 4 optie 3 en 4 de kosten berekend? En wat zijn deze kosten? Is met optie 3 of 4 een rotonde beijerincklaan-zuidelijke rondweg voldoende voor de toekomstige capaciteit?

6. Er is breed onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de verkeersituatie te verbeteren. De beschreven variant met de invoegstroken is een variant die veel bij kan dragen aan het verbeteren van de verkeerssituatie. Deze heeft echter een groot ruimtelijk nadeel. Daarnaast is deze variant lastig te realiseren omdat er veel partijen, betrokken zijn. Opties 3 en 4 dragen beide ook veel bij aan de verkeerssituatie. De indicatieve raming van beide opties laat zien dat de kosten in de orde van grootte van 25-35 miljoen bedragen.

7. Welke van de 47 maatregelen worden zeer aanbevolen ongeacht de overige maatregelen? En welke kosten zijn hieraan verbonden? Er zijn nog meer efficiënte maatregelen te bedenken hoe kunnen deze worden toegevoegd en beschouwd?

7. De maatregelen die zeer aanbevolen zijn, zijn geland in de maatregelen pakketten. Daarmee zijn er 4 maatregelen pakketten benoemd die de verkeerssituatie kunnen verbeteren en daarvan zijn eveneens de kosten in beeld gebracht.

PCW

PvdA/GL

8. Kan de raad ook bijlage 4 ontvangen?

8. Nee, Bijlage 4 betreft kostenramingen van de mogelijke werkzaamheden die onvoldoende in beeld zijn. Er is onduidelijkheid over de kabels en leidingen. Als het onderzoek naar de kabels en leidingen is afgerond zal de gemeenteraad worden geïnformeerd.

9. Heeft RH gekeken naar de negatieve effecten van de maatregelen op buiten het projectgebied? Is naast ochtendspits ook een onderzoek naar de avondspits gedaan? Indien niet waarom niet? En zo ja kunnen de resultaten beschikbaar gesteld worden aan de raad?

9. Er zijn meerdere simulaties uitgevoerd door RHDHV, waarbij ook de effecten op de omgeving (nabijgelegen rotondes en wegen) in kaart zijn gebracht. Daarnaast is er bij verschillende maatregelen pakketten ook gekeken naar de avondspits. Dit is opgenomen in de rapportage en op basis hiervan zijn de maatregelen pakketten die voorliggen opgesteld. 1.Deze optie is ook bekeken. Vanwege ruimtegebrek aan weerszijden van de Zuidelijke Rondweg zou de toerit tot een tunnel dusdanig steil worden dat dit het gebruik in de weg staat.

1.Er is veel onderzocht; wat is de reden dat een tunneltje onder de Zuidelijke Rondweg naar de school niet is bekeken? 2.Voor het verleggen van de Zuidelijke Rondweg zien we in de bijlages dat het een sterk oplossend vermogen heeft. Wat is de reden dat deze optie niet bij de (4) alternatieven staat?

2. Ten tijde van het onderzoeken van deze varianten was de planontwikkeling van Park Vredenburg en waren de onderhandelingen over de grondverkoop al dermate vergevorderd dat deze varianten niet meer mogelijk waren.

3.Op pagina 27 van het rapport wordt een alternatieve locatie voorgesteld, waar maatregelpakket 1 wel kan plaatsvinden. Maar in de conclusie op pagina 42 van het rapport wordt gesteld dat dit pakket niet haalbaar is door een nadere analyse. Wat is die analyse?

3. De alternatieve locatie die wordt aangegeven, is een kavel die bebouwd wordt en daarmee niet meer beschikbaar is.

4.kunt u ons een animatie sturen van het meest actuele verkeersmodel met de in het rapport genoemde maatregelen of maatregelpakketten?

4. Kunt u bij deze vraag nader duiden wat u wil weten. De simulaties zijn zeer gedetailleerd en vergen specialistische kennis. Als u kunt duiden wat u wilt zien in de simulatie dan kunnen we deze gegevens wellicht gerichter beschikbaar stellen. De maatregelenpakketten 3 en 4 zijn op twee redenen afgevallen. De ruimtelijke inpassing van beide varianten is niet goed mogelijk daarnaast leidt de ruimtelijke inpassing van variant 3 tot een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Daarbij geldt dat beide varianten gepaard gaan met een investering van tussen de 20 – 30 miljoen. Deze investering zorgt voor een zeer negatieve beoordeling op financiële haalbaarheid. De combinatie van slechte ruimtelijke inpassen en de benodigde investeringen hebben ervoor gezorgd dat beide pakketten afgevallen zijn.

Kunt u van de afzonderlijke maatregelpakketten aangeven wat precies de redenen zijn waarom deze niet aanvaardbaar zijn, met name 3 en 4? Wat zijn de extra kosten voor wat betreft pakket 3?

Agendapunt 6: Herstelbesluit bestemmingsplan Zuidelijke Rondweg (achter Akkeroord)

Partij: WEWA

PvdA/GL

Vraag (kort en bondig) 1. [Regels 3.4.3 lid c] a. In dit lid staat dat mag worden afgeweken van lid a en b. Is deze afwijking direct toegestaan of alleen met het verlenen van een vergunning?

Antwoord

b. Kan worden afgeweken met akkoord van het college of van de raad?

1b. Een bedrijf dat zich hier wenst te vestigen is door de voorwaardelijke verplichting uit artikel 3.4.3 verplicht om daarbij ook de schermen te realiseren. Een bedrijf kan alleen afwijken van het plaatsen van deze schermen wanneer met een akoestisch onderzoek kan worden aangetoond dat de bedrijfsactiviteiten binnen het geluidskader passen zoals die is opgenomen in artikel 3.4.2 Specifieke voorwaarden geluid. Dit akoestische onderzoek zal dan door de Omgevingsdienst MiddenHolland (ODMH) worden beoordeeld. Alleen als de geluidsdeskundigen van de ODMH beoordelen dat de schermen inderdaad niet noodzakelijk zijn, kan van de plaatsing worden afgezien. Daar is dan geen akkoord van college of raad voor nodig. De ODMH handelt namens het college.

Is de groenstrook zodanig (breed, hoog, begroeid) dat de omwonende afgescheiden worden van het bedrijfspand? Hebben de omwonende inspraak gehad in het type groenstrook?

De groene inpassing die is opgenomen in het landschappelijk inrichtingsplan van het herstelbesluit is niet gewijzigd ten opzichte van het landschappelijk inpassingsplan van het bestemmingsplan dat door de raad is vastgesteld op 29 mei 2024. De groene inpassing zorgt ervoor dat de omwonenden worden afgescheiden van de bedrijfspanden. Door beplanting en bomen zullen de bedrijfsgebouwen aan het zicht van omwonenden worden onttrokken. Dat is ook geborgd met de voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in artikel 3.4.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing, dat tevens al onderdeel is van het bestemmingsplan dat door de raad is vastgesteld.

1a. Dit betreft het wel of niet hoeven plaatsen van extra geluidsschermen wanneer een te vestigen bedrijf dat nodig heeft om te voldoen aan de geluidsgrenswaarden die zijn opgenomen in artikel 3.4.2 Specifieke voorwaarden geluid. Het niet hoeven plaatsen van de aanvullend mogelijk gemaakte schermen in artikel 3.4.3 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm is alleen toegestaan wanneer uit een akoestisch onderzoek blijkt dat de bedrijfsactiviteiten zonder de schermen al voldoen aan de opgenomen geluidskaders. Bij vergunningverlening van de bouw wordt dit akoestisch onderzoek beoordeeld.

Dit artikel zorgt ervoor dat de inpassing daadwerkelijk gerealiseerd zal worden en in stand zal worden gehouden. De 6 tot 8 meter brede groenstrook die de omwonenden afscheidt van de bedrijfskavel bestaat uit een watergang, een grasberm, een hekwerk met groenblijvende en winterharde begroeiing, een groene haag en een (dubbele) bomenrij. De omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan waarvan de landschappelijke inpassing, met daarin opgenomen groenstroken, onderdeel is. Initiatiefnemer heeft daarvoor meerdere informatieavonden georganiseerd waarin onder andere het landschappelijke inrichtingsplan is besproken en toegelicht. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat zij de omwonenden hebben verzocht om eventuele vragen of opmerkingen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan te delen, zodat deze, waar mogelijk, meegenomen konden worden in de verdere uitwerking. Omwonenden hebben na afloop hun opmerkingen medegedeeld maar zijn in hun reactie niet ingegaan op de landschappelijke inpassing en/of het type groenstrook. Zoals aangegeven is de groene inpassing die is opgenomen in het landschappelijk inrichtingsplan van het herstelbesluit ongewijzigd ten opzichte van het landschappelijk inpassingsplan van het bestemmingsplan dat door de raad is vastgesteld op 29 mei 2024.

De zienswijzen en bezwaarschriften hebben geen aanleiding gegeven om het inrichtingsplan, en de daarin opgenomen groenstrook, te wijzigen.

Agendapunt 7: Beslissing op bezwaren voorkeursrecht Sleutelkwartier Noord

Partij: WEWA

Vraag (kort en bondig) [Bijlage 2, pagina 3 onder 6] In de 3 alinea wordt verwezen naar de omgevingsvisie Waddinxveen 2025. Welke visie wordt hier bedoeld?

Antwoord Dit betreft een kennelijke verschrijving van de commissie. Bedoeld wordt de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050, zoals deze ook betrokken is door de raad bij zijn besluitvorming over het vestigen van het voorkeursrecht.

Agendapunt 8: Integrale Laadvisie Regio Midden-Holland 2025-2035

Partij: PCW

Vraag (kort en bondig) 1. Wat is de verwachting mbt snellaadlocaties; wat zijn geschikte locaties in Waddinxveen? Kan/wil de gemeente er op sturen dat op geschikte locaties snellaadvoorzieningen komen?

Antwoord 1. Waddinxveen baseert haar verwachtingen – in lijn met de regionale laadvisie – op de voorspellingen van E-Laad: dit is het kennis- en innovatiecentrum voor slim en duurzaam opladen van elektrische voertuigen. Het voert onderzoeken uit, doet testen verzameld informatie. ElaadNL is een initiatief van de gezamenlijke Nederlandse Netbeheerders. Door hun onderlinge betrokkenheid bij ElaadNL bereiden de netbeheerders zich voor op een toekomst met elektrisch rijden en duurzaam opladen. Voor personenauto’s wordt in 2035 ca. 25 snelladers voorzien binnen de gemeentegrenzen. Voor logistiek wordt in 2035 ca. 200 snellaadpunten voorzien. Kansrijke locaties voor snelladen zijn: grotere en frequent bezochte bezoekerslocaties, randen van bedrijventerreinen, logistieke knooppunten nabij Gouwe/A20.De gemeente stuurt niet door zelf te exploiteren, maar door onder andere: planologisch ruimte te reserveren en regionaal af te stemmen met landelijke initiatieven zoals Logistiek Laden (LoLa).

2. Wat hebben bedrijven/bedrijventerreinen op korte termijn nodig mbt het realiseren van laadvoorzieningen cq energiehubs? Is dit afgestemd met OPW? Pakken zij dit zelf collectief op; al dan niet in afstemming met de gemeente? Of kan de gemeente zelf dergelijke energiehubs stimuleren cq faciliteren?

2. Wat hebben bedrijven/bedrijventerreinen op korte termijn nodig? Bedrijven geven zelf aan waaraan ze behoefte hebben. Dit gebeurt via de OPW. OPW nam deel aan de regionale werksessie van 16 september 2025 en heeft daar namens Waddinxveense ondernemers input geleverd over: collectieve hubs, netcapaciteit en tempo van uitvoering. Bedrijven en OPW zijn bereid collectief initiatief te nemen (laadpleinen/energyhubs), mits er: duidelijke afspraken zijn met netbeheerder, passende businesscases zijn, en ondersteuning komt vanuit gemeente/regio. Kan de gemeente energiehubs stimuleren/faciliteren? Ja, de gemeente gaat energiehubs stimuleren en faciliteren, zonder zelf exploitant te worden, door bijvoorbeeld de locaties planologisch mogelijk

maken, te helpen bij subsidies en vergunningen en het organiseren van kennisdeling.

WEWA

3. Verwachte stijging van 1000 tot 4000 laadpunten in 2035 in Waddinxveen. Is de lokale netimpact hiervan bekend? Mede ook in relatie tot andere ontwikkelingen zoals energietransitie (zonnepanelen en warmtepompen)? Hoe zorgt de gemeente ervoor dat er tijdig inzicht komt in lokale knelpunten in het elektriciteitsnet vanuit het integrale oogpunt van laadvoorzieningen, zonnepanelen, warmtepompen, etc?

3. De verwachte groei van het aantal laadpunten heeft impact op het lokale elektriciteitsnet in Waddinxveen. De totale netimpact is in beeld op het niveau van Stedin en TenneT, op basis van algemene groeiverwachtingen voor elektrificatie. Deze inzichten zijn meegenomen in het TenneT-congestieonderzoek (2025) en vormen het uitgangspunt voor de beoordeling van netbelasting en knelpunten.

4. Is er inzicht in spreiding van huidige laadplekken en van verwachte, benodigde plekken in Waddinxveen; soort plankaarten? In hoeverre kan en wil de gemeente hierop sturen?

4. Ja. Ook hiervoor geeft de Outlook van E-Laad een goed beeld. In 2026 wordt deze geactualiseerd en verder verfijnt. Alle publieke laadplekken worden op basis van plankaarten door de gemeente Waddinxveen ingetekend. Daarin wordt rekening gehouden met (gebruik, parkeerdruk, aandeel huishoudens zonder eigen oprit). Voor realisatie nemen we als gemeente deel in regionale concessies. In 2026 zal worden overgestapt van vraaggestuurde, naar datagestuurde en strategische plaatsing. Daarmee wordt de sturing daarop verder verbeterd en volgt deze de laadvraag binnen onze gemeente. Voor Waddinxveen betekent dit concreet dat wij eerder kunnen anticiperen op extra behoefte. Dit is een geleidelijk proces. In de eerste jaren zal naar verwachting vooral de aanvraag (mede)leidend zijn bij bepaling van de behoefte. Bij de verdere uitwerking van de visie zal hier meer duidelijk over komen. Door de koppeling van data komt steeds meer inzicht in de behoefte.

5. Hoe kan de gemeente ‘slim laden’ stimuleren?

5. De gemeente kan slim laden stimuleren door hier actief op te sturen in zowel beleid als uitvoering. Dat gebeurt onder meer via het stellen van eisen in de publieke laadconcessie, waarbij afspraken worden gemaakt over netbewust laden, vermogenssturing en het delen van gebruiksdata.

1. [Bijlage 1 pag. 24, 5.1] Privaat laden heeft de voorkeur. a. Zijn er initiatieven vanuit de gemeente om dit aantrekkelijker te maken dan publiek laden?

1a. Privaat laden, en helemaal met lokaal opgewekte stroom geniet de voorkeur. De gemeente zet actief in op het aantrekkelijker maken van privaat laden in lijn met de Ladder van Laden uit de regionale laadvisie (privaat waar het kan, publiek waar het moet). Dat betekent dat laden zoveel mogelijk op eigen terrein wordt gestimuleerd om de druk op de openbare ruimte en het elektriciteitsnet te beperken. Dit doen we vooral door informatieverstrekking over mogelijkheden voor aanschaf en financiering. De gemeente draagt financieel niet bij aan een voorziening.

b. Zijn er (vanuit de gemeente of andere partijen) subsidies beschikbaar voor de aanschaf van een eigen laadpaal?

2. [Bijlage 1] a. Heeft de gemeente invloed op de tarieven per kWh van de publieke en semipublieke (garages van gemeenten) laadpunten?

1b. Ja, er zijn subsidies beschikbaar, op landelijk niveau (er zijn geen lokale gemeentelijke subsidies voor de aanschaf van een eigen laadpaal). Voor Verenigingen van Eigenaren bestaat er een landelijke VvE-regeling die advies en basislaadinfrastructuur ondersteunt, en voor bedrijven zijn er de regelingen SPRILA en SPULA voor private en (semi)publieke laadinfrastructuur. Daarnaast kunnen ondernemers gebruikmaken van fiscale voordelen, zoals investeringsaftrek en afschrijvingsmogelijkheden bij duurzame investeringen in laadvoorzieningen. De gemeente verstrekt zelf geen financiële bijdragen, maar ondersteunt wel actief door informatie te delen, mee te denken over aanvragen en waar nodig partijen wegwijs te maken in de beschikbare regelingen. Op de website van de gemeente staat veel over de regels waar men aan moet voldoen om een laadpaal te plaatsen. De informatie over financiële mogelijkheden en ondersteuning kan beter. Wij zullen dit verbeteren tezamen met de andere aanpassingen die op de website nodig zijn na vaststelling van de integrale laadvisie regio Midden Holland. 2a. De invloed van de gemeente op de kWh-tarieven is verschillend per type locatie.

Voor publieke laadpunten in de straat ligt de tariefopbouw grotendeels vast in de regionale concessie; daar kan Waddinxveen beperkt zelfstandig van afwijken en hebben we er voor gekozen in 2025 het advies van RAL Zuidwest te volgen en per kWh één cent concessievergoeding in rekening te brengen in het laadtarief. Bij semipublieke laadpunten, zoals in gemeentelijke parkeergarages of op gemeentelijk privaat terrein, heeft de gemeente meer invloed: zij kan daar in contracten en uitgiftevoorwaarden eisen stellen aan de tariefstructuur, redelijkheid van prijzen en transparantie richting gebruikers.

b. Zo ja, hoe wordt deze prijs bepaald? De prijs lijkt een stuk hoger te liggen dan de gemiddelde energieprijs per kWh.

3. [Raadsvoorstel & Bijlage 1] Aangegeven wordt dat de regio de regie voert en de gemeente lokale invulling hieraan geeft. Met onder andere participatie m.b.t. het plaatsen van publieke laadpunten. a. Op welke wijze wordt hier in geparticipeerd?

2b. Het publieke laadtarief ligt doorgaans hoger dan de prijs van huishoudstroom omdat het uit meerdere kostencomponenten bestaat: naast de inkoop van energie zijn daarin ook belastingen en heffingen, de kosten voor installatie en beheer van de laadpaal, periodiek onderhoud, afschrijving van de installatie en serviceverlening aan gebruikers verwerkt. Daardoor is het tarief aan een openbaar laadpunt structureel hoger dan wat huishoudens gemiddeld per kWh betalen. 3a. Er geldt dat aan elk publiek laadpunt een verkeersbesluit voorafgaat, waarbij de wettelijke participatie- en zienswijzemogelijkheden worden

doorlopen zoals vastgelegd in ons huidig laadbeleid. Dit is vastgelegd in: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR656238 . b. Hoe wordt deze participatie uitgevoerd?

3b. Volgens de standaard vastgestelde lokale regelgeving hierover. Vastgesteld in het huidige laadbeleid.

c.

3c. Ja, in het lokale laadbeleid.

Is dit ergens vastgelegd?

d. Wat is de huidige werkwijze hiervoor? Er lijkt nu geen participatie plaats te vinden.

3d. Wij volgen daarin het lokale laadbeleid. Er is dus wel degelijk participatie. Met de overgang naar datagestuurde plaatsing in 2026 zullen we de particpatiewijze actualiseren. Dit wordt onderdeel van het uitvoeringsprogramma.

CDA

Wat gaat deze visie betekenen voor Waddinxveen? Denk aan benodigde Fte’s, tijdsplan voor uitwerking locale visie, uitwerkingsplan e.d.

De uitvoering van de laadvisie vraagt om een lichte uitbreiding van de ambtelijke inzet (circa 0,2–0,4 fte) voor de komende twee jaar, waarbij veel ondersteuning regionaal wordt georganiseerd binnen de reeds bestaande samenwerking met Regio Midden-Holland en RAL Zuidwest. De opgave zal naar verwachting de komende tien jaar verder groeien doordat steeds meer inwoners en ondernemers elektrisch gaan rijden. Daarom kiest Waddinxveen bewust voor een aanpak van “regionaal waar slim kan, lokaal waar nodig”. Door gefaseerde en regionale samenwerking houden we grip op de uitvoering en kunnen we tijdig bijsturen; de precieze capaciteitsbehoefte wordt nader uitgewerkt in het regionale en gemeentelijke uitvoeringsprogramma.

OR Sattaur

Is in deze visie rekening gehouden met de mogelijke vervuiling veroorzaakt door de afbraak van elektrische voertuigen of (onderdelen van) apparatuur?

Ja, maar het is belangrijk om te benadrukken dat deze visie gaat over laadinfrastructuur en niet over de voertuigen zelf. De laadvisie adresseert daarom geen milieueffecten van de productie of afbraak van elektrische voertuigen of batterijen. Wel past de gemeente bij de realisatie van laadinfrastructuur – zoals publieke laadpalen – duurzaamheidseisen toe in haar inkoop- en aanbestedingsvoorwaarden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar materiaalgebruik, herbruikbaarheid, levensduur en de milieu-impact van de te plaatsen apparatuur, zodat ook de laadinfrastructuur zo duurzaam mogelijk wordt gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16586461/1