CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen Commissie M + F 23 mei 2023 def

Commissie Maatschappij + Financiën 23 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen8.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format Technische vragen Commissie M + F gemeente Waddinxveen – 23 mei 2023

Agendapunten: Agendapunt 5.2. Zienswijze programmabegroting 2024-2027 Regio Midden-Holland CDA

Bijlage c Controle-verklaring.

Zie de opmerking van de griffie hiernaast.

De controle verklaring heeft geen betrekking op Regio Midden-Holland, maar op de ODMH. Kunt u verklaren? Opm. Griffie: De regio heeft ons die controle verklaring gemaild. Ik heb vandaag per mail gevraagd of dit klopt. Antwoord is dus mogelijk bij griffie op te halen.

Agendapunt 7. Raadsvoorstel startnotitie Maatschappelijke Voorzieningen WeWa

1. Wat moeten wij voorstellen bij een “projectgroep” ?

1) Het visiedocument gaat over verschillende onderwerpen die verschillende beleidsterreinen raken. Om overal de juiste input op te halen is er een projectgroep opgestart met daarin een vertegenwoordiger van elk cluster maatschappelijke voorzieningen. De projectgroep zorgt ervoor dat alle belangrijke elementen die in de visie maatschappelijke voorzieningen moeten terugkomen goed geborgd zijn in de organisatie. De projectgroep bestaat uit beleidsmedewerkers van zowel Ruimte als Maatschappij en een medewerker vanuit communicatie. Gezamenlijk zorgt de projectgroep ervoor dat per onderdeel van het plan van aanpak de juiste mensen input leveren op het visiedocument en de voortgang wordt bewaakt.

2. Gaat de rol van de bevolking alleen via het internet of worden er ook nog andere wegen bewandeld dan alleen de digitale snelweg?

2) De participatie is tweeledig. Enerzijds middels een inwonersenquête die inderdaad hoofdzakelijk digitaal afgenomen zal worden, maar ook fysiek is in te vullen. Daarnaast worden er twee externe sessie

georganiseerd waarbij de belangrijkste externe stakeholders per cluster maatschappelijke voorzieningen worden uitgenodigd. Deze bijeenkomsten zullen plaatsvinden in de raadszaal. De eerste bijeenkomst zal eind juni plaatsvinden en in het najaar zullen de belangrijkste resultaten van het onderzoek gedeeld worden tijdens de tweede gezamenlijke sessie met stakeholders. PCW

PvdA Groenlinks

1. Bijlage 1, pag. 2, ‘rol van de samenleving’ a. Welke vorm van participatieaanpak heeft het college voor ogen?

a) de participatieaanpak is tweeledig. Enerzijds wordt door middel van een inwonersenquête via Waddsup, de behoefte naar en het gebruik van de maatschappelijke voorzieningen in beeld gebracht. Daarnaast worden er twee themasessies in de raadszaal georganiseerd waarbij de belangrijkste stakeholders per cluster maatschappelijke voorzieningen worden uitgenodigd om tijdens de eerste sessie (eind juni) de behoeften en wensen te delen en op te halen en tijdens de tweede sessie (begin september) de resultaten van het (data) en referentieonderzoek vanuit de gemeente te delen.

b. Welke stakeholders waren aanwezig op de stakeholderssessie begin februari?

b) dit was een interne ambtelijke bijeenkomst waarbij in beeld gebracht is welke stakeholders er benaderd moeten worden gedurende het traject. Er waren dus geen stakeholders aanwezig, want dat was niet de insteek van de bijeenkomst.

c. Is van deze stakeholderssessie een verslag beschikbaar? Zo ja, kunnen wij die ontvangen?

c) Nee hier is geen verslag van beschikbaar. Dit, omdat het geen bijeenkomst met stakeholders betreft, maar een interne ambtelijke bijeenkomst waarbij enkel voorbereidend werk is verricht t.b.v. de stakeholdersessies eind Juni en begin september (zie antwoord a). Het is dus de opbouw geweest naar het goed in beeld kunnen brengen van de betrokken partijen. Stakeholdersessie is wellicht niet het juiste woord voor deze bijeenkomst en kan daarmee verwarring hebben veroorzaakt, maar deze sessie is dus enkel ter voorbereiding geweest op de sessie met stakeholders die nog gaan komen.

Algemeen: 1. Er wordt onderzoek gedaan naar de maatschappelijke voorzieningen. Wordt er ook onderzocht welke behoeften er zijn? Waar is er nu exact een tekort aan? Als een 0-meting.

1) Ja. Wij zijn bezig, in samenwerking met een externe partij, (databureau) een 0-meting uit te voeren. Op basis van een eventuele wettelijke taak en beleidsuitgangspunten in Waddinxveen, wordt dan gekeken of er sprake is van een tekort of overschot. Indien er geen wettelijke taak is voor een bepaalde voorziening wordt er gekeken of er beleid is opgesteld voor de betreffende voorziening en die richting kan geven en indien dit niet het geval is wordt er een nieuwe referentienorm opgesteld op basis van vergelijkbare gemeenten in Nederland aangevuld met een beoordeling van de inwoners uit Waddinxveen,

voortkomende uit de participatieaanpak, en als laatste aangevuld met een interne ambtelijke beoordeling op basis van ervaring en landelijke trends en ontwikkelingen. 2. Er wordt geen visie gegeven op de participatie. Hoe ziet het participatietraject eruit en wie/welke groepen worden hier allemaal bij betrokken?

CDA

1) In collegeprogramma wordt sportbeleidsplan geprioriteerd. Hoe wordt de samenhang met sportbeleidplan nu geborgd? Is dat een integraal onderdeel van het plan voor de maatschappelijke voorzieningen, wordt dat parallel ontwikkeld of daarna? Indien daarna, kunt U al iets zeggen over de planning? Inleiding. 2e alinea:

2) Er is wel een participatieaanpak. De participatieaanpak is tweeledig. Enerzijds wordt door middel van een inwonersenquête via Waddsup, de behoefte naar en het gebruik van de maatschappelijke voorzieningen in beeld gebracht. Daarnaast worden er twee themasessies in de raadszaal georganiseerd waarbij de belangrijkste stakeholders per cluster maatschappelijke voorzieningen worden uitgenodigd om tijdens de eerste sessie (eind juni) de behoeften en wensen te delen en op te halen en tijdens de tweede sessie (begin september) de resultaten van het (data) en referentieonderzoek vanuit de gemeente te delen. 1) Dit zal daarna vorm krijgen. De input die wij verzamelen gedurende het traject voor de visievorming van de maatschappelijke voorzieningen wordt meegenomen in het sportbeleidsplan. Gedurende het traject van de visie voor maatschappelijke voorzieningen zullen er referentienormen worden voorgesteld voor het cluster sport die voortkomen uit bestaande beleid, denk aan het lokale sportakkoord en aangevuld zullen worden door de belangrijkste stakeholders vanuit dit cluster.

2) Wat wordt gedaan met de visie maatschappelijke voorzieningen uit 2012?

2) Deze visie is gebruikt bij het opstellen van het plan van aanpak voor het huidige visietraject. Het meest recente beleidsstuk dat gebruikt wordt gedurende dit nieuwe traject is de nota accommodatiebeleid uit 2017.

3) Wordt behalve getoetst aan de groei van Waddinxveen, ook getoetst aan trends, zoals huidige en gewenste toekomstige sportparticipatie- % (nb ontwikkeling landelijke beweegrichtlijnen)? Bijv: Hoeveel inwoners willen we dat aan sport doet en aan culturele activiteiten deelneemt? (Achtergrond: impact op specifieke voorzieningen en Sportbeleidsplan). Onderbouwing voorstel

3) Ja. In samenwerking met een extern bureau werken we verschillende trends uit die per cluster maatschappelijke voorzieningen het meest relevant zijn.

4) Wie maken deel uit van de projectgroep? NB participatie van sport en cultuursector. Wat is de scope voor de projectgroep; omvat dit tevens behoefte-inventarisatie? In hoeverre worden bij de inventarisatie de visies van sportbonden betrokken (mn ten aanzien van vereiste voorzieningen). Resultaat

4) De projectgroep wordt gevormd door een viertal medewerkers van respectievelijk het aandachtsgebied ruimte en maatschappij en een collega van communicatie. De projectgroep is verantwoordelijk voor het gehele proces van start tot oplevering van het visiedocument. De projectgroep geeft invulling aan het plan van aanpak dat is opgesteld. Gezamenlijk geven zijn invulling aan het data en beleidsonderzoek dat

moet worden uitgevoerd om in beeld te brengen welke behoeften, wettelijke taken en bestaand beleid (0-meting) er ligt ten aanzien van de maatschappelijke voorzieningen en de projectgroep geeft invulling aan het participatietraject. Gedurende het participatietraject worden alle benodigde stakeholders uitgenodigd om hun visie te geven op de maatschappelijke voorzieningen, dus ook de sportbonden worden betrokken. 5) Wat zijn de definities van referentienormen en gebruiksnormen? En wie bepaalt ze? Kaders

5) Referentienormen zijn criteria waaraan maatschappelijke voorzieningen moeten voldoen. Neem als voorbeeld het onderwijs. Op basis van leerling prognoses wordt er bepaald hoeveel vierkante meter schooloppervlak er benodigd is. We stellen normen op voor ieder cluster maatschappelijke voorzieningen voor zover er nog geen duidelijke wettelijke normen zijn vastgesteld. De referentienormen en gebruiksnormen worden bepaald door enerzijds de ambtelijke organisatie en anderzijds de input gedurende het participatietraject. Indien er geen wettelijke basis ligt onder een referentienorm dan wordt er een wenselijke situatie beschreven. De referentienorm is dan dus een uitgangspunt dat gehanteerd kan worden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen, maar geen strikte juridische basis heeft. Echter op dit moment zijn er helemaal geen referentie en gebruikersnormen en zodoende kan er tijdens een nieuwe gebiedsontwikkeling niet eenvoudig worden aangegeven welke standaarden er moeten worden meegenomen ten aanzien van de maatschappelijke voorzieningen.

6) Zijn de clusters, zoals genoemd boven aan pagina 2 de definitieve clusters (als resultaat van de 1 mei-mijlpaal)?

6) Nee. Dit zijn de voorlopige clusters. Binnenin de clusters kan nog het nodige gewijzigd worden, omdat nieuwe inzichten ertoe kunnen leiden dat er ook nog extra onderdelen moeten worden meegenomen. In principe verwachten wij dat we hiermee de belangrijkste clusters te pakken hebben, maar binnen de clusters kan er nog wat gewijzigd worden. Om een voorbeeld te geven. Ten aanzien van het cluster openbare ruimte is duidelijk geworden na overleg met de regisseur openbare ruimte dat het aspect groen breder getrokken moet worden en is inmiddels aangepast naar natuur en recreatie.

7) Wie zijn de externe stakeholders? Rol vd samenleving

7) Dit is een zeer omvangrijke lijst. Per cluster wordt er gekeken wie er in Waddinxveen actief is binnen deze cluster en die worden uitgenodigd voor de externe sessies. De lijst omvat inmiddels ruim 30 partijen en de verwachting is dat dit nog oploopt tot 50.

8) Wat zijn de resultaten van het participatietraject dat in febr 2023 heeft

8) zie antwoord bij vragen PCW -1b.

plaatsgevonden? Aanpak en indicatieve planning 9) In welke mate worden financiën in de scenario's uitgewerkt? Dit bepaalt toch mede de mogelijkheden? VVD

inzake punt 7: Startnotitie Visie Maatschappelijke voorzieningen Waddinxveen: Bij punt 3: wensen; 1) Wat zijn de hoogtes van de niveaus, die bij de drie de 3 scenario’s worden bedoeld? Indien alleen de wettelijke taken bij scenario A worden vastgesteld, valt bijvoorbeeld de kinderopvang hier dan buiten? Wat valt er binnen?

2) Welke prioritering wordt gehanteerd bij het opstellen van scenario’s?

9)Gedurende het traject zal met de betreffende financiële adviseur gekeken worden wat de financiële gevolgen zijn van de mogelijk extra benodigde maatschappelijke voorzieningen. Dit wordt een onderdeel van de scenario’s.

1)Deze vraag is momenteel nog moeilijk te beantwoorden, omdat nog niet van alles duidelijk is of er wel of niet een wettelijke taak onder ligt. Het voorbeeld van kinderopvang is behulpzaam, omdat op dit moment de gemeente inderdaad geen wettelijke taak heeft ten aanzien van de huisvesting van kinderopvang. Indien er enkel naar de wettelijke taak gekeken zou worden en de gemeenteraad zou kiezen voor scenario A zou dat betekenen dat in de visie wordt uitgegaan van het niet faciliteren van huisvesting voor kinderopvang door de gemeente, maar de gemeente enkel de rol van toetser op kwaliteit zal vervullen, zoals dat in de huidige wet ligt vastgelegd. Dat is hetzelfde voor andere clusters, zoals bijvoorbeeld bij onderwijs. 2) We zullen bij de scenario’s gaan kijken naar de behoeften en wensen van de inwoners en de alle externe stakeholders. De wensen die naar voren komen uit de participatieaanpak zullen we naar voren laten komen in scenario B en C en daarbij inzichtelijk maken wat die wensen concreet zouden betekenen indien je die zou vertalen naar referentienormen. Indien er sprake is van een bestaande wettelijke taak zullen we inzichtelijk maken wat deze wensen betekenen bovenop de huidige wettelijke taak.

Agendapunt 8. Raadsvoorstel Uitbreiding Maatschappelijke voorzieningen Park Triangel, 3e fase bijgesteld WeWa

Initiatief buurtcentrum/ontmoetingsplek / Buurtcafé 1. U spreekt over het functioneren van buurtcentrum met de kantinefunctie van de sportzaal, zoals ook in de wijk Zuidplas is gerealiseerd. Volgens ons is dit niet juist, de aanwezige kantine wordt daar inderdaad gedeeld door Invictus en de Bouncers. Deze kantine is in sportzaal de Duikelaar De twee aparte ruimtes voor wijkactiviteiten zitten in het Zuidhonk en wordt beheerd door de wijkvereniging.

1. Net als in De Duikelaar willen wij hier tussen de sportkantine en het buurthuis een schuifwand realiseren om - indien gewenst/nodig - er een grotere ruimte van te kunnen maken. Gelet op de beperkt beschikbare ruimte is het onze bedoeling om voor de sportkantine en het buurtcentrum zoveel mogelijk zaken (bergingen, inrichting, installaties e.d.) gemeenschappelijk te regelen.

Dat de verenigingen die de sportkantine beheren hier extra inkomsten door krijgen is goed en ook juist, maar hoe ziet u het voor u zich als er een buurtactiviteit georganiseerd wordt, moeten dan de verenigingen komen op draven omdat zij het kantine beheer doen? En hoe zit het bij deze activiteiten qua horecapapieren die hiervoor nodig zijn? (De verenigingen kunnen het besloten houden, maar bij een buurtactiviteit is dat niet het geval ) Voor wat betreft de nieuwe school op Park Vredenburg. 1. In het raadsbesluit vraagt u de raad het college te verzoeken een nader voorstel over de invulling van deze locatie aan de raad ter beslissing voor te leggen, In wat voor tijdsbestek?

PCW

Zo proberen wij ook om één kantinevoorziening te realiseren, die gedeeld en gezamenlijk geëxploiteerd wordt door de buurtvereniging én de sportverenigingen. Dit kan alleen indien de betrokken partijen goede afspraken kunnen maken over onder andere inkoop, bezetting, inrichting, schoonmaak en verdeling van de inkomsten. Mocht dat niet lukken dan zal er een tweede bar/keuken moeten komen. Helaas gaat dit dan ten koste van de beschikbare m2 en beschikbare inrichtingskosten (dubbele kosten). 1. Het college streeft ernaar om dit voorstel in de raad van september 2023 aan u voor te leggen.

2. Wij missen in het hele verhaal van deze te bouwen school op het voormalig terrein van het Afval Brengstation of er een grondonderzoek heeft of gaat plaatsvinden mogelijk gepaard gaande met een eventuele grondsanering?

2. Uit reeds gedaan onderzoek blijkt dat er geen sprake is van zware bodemverontreiniging. Aanvullend asbestonderzoek moet nog wel plaatsvinden, zoals dat overal in Park Triangel gebeurt. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek zullen de gronden wel of niet gesaneerd worden

3. Hoe gaat u de verkeersveiligheid voor de schoolgaande kinderen, met het oog op de Zuidelijke rondweg en mogelijk alsmede de Beijerincklaan?

3. De verkeersveiligheid zal meegenomen worden bij de uitwerking van de verkaveling van de school en het omliggende deelplan. Daarnaast wordt de Zuidelijke Rondweg afgewaardeerd van een 80 km p/u weg naar een 50 km p/u weg met een middenberm. Beide ontwikkelingen worden in samenhang bekeken

4. Op 5 mei j.l. was er bij “Eén vandaag” een item over scholen dichtbij drukke wegen. Waar aangegeven werd dat de luchtkwaliteit hier te wensen over laat en heel veel kinderen astma krijgen. Bent u hiervan op de hoogte en gaat u dit meenemen bij de verdere uitwerking. 1. Raadsvoorstel, pag. 2 a. De vorige aanbesteding is mislukt; er waren geen geldige inschrijvingen. Welke acties worden ondernomen om de kans van slagen van de nieuwe aanbesteding te verhogen?

4. Dit wordt meegenomen bij de verdere planontwikkeling. Uitgangspunt is dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen van landelijk en lokaal beleid. De milieuaspecten worden ook getoetst bij de verstrekking van een omgevingsvergunning.

2. Raadsvoorstel, pag. 3 a. De initiatiefnemer van het buurtcentrum is afgehaakt. Is/zijn er nieuwe initiatiefnemers in beeld?

1a. We kiezen voor een andere aanbestedingstrategie en gaan van traditionele aanbesteding naar bouwteam aanbesteding. Dit biedt een aantal voordelen. Zo zal de bouwer eerder betrokken worden en ontstaat er eerder comfort over realisme, planning en budget. Daarnaast kan door de vroegere selectie de aannemer beter rekening houden met zijn opdrachtportefeuille voor de realisatie van het project. 2a. Er zijn nieuwe initiatiefnemers in beeld. De gesprekken met deze initiatiefnemers moeten echter nog worden opgestart.

3. Raadsvoorstel, pag. 4, locatie Park Vredenburgh a. In hoeverre is rekening gehouden met de verkeersveiligheid bij de locatiekeuze Park Vredenburgh?

3a: Met de verkeersveiligheid is rekening gehouden. Dit zal meegenomen worden bij de uitwerking van de verkaveling van de school en het omliggende deelplan. Daarnaast wordt de Zuidelijke Rondweg afgewaardeerd van een 80 km p/u weg naar een 50 km p/u weg met een middenberm. Beide ontwikkelingen worden in samenhang bekeken.

b. Heeft de keuze locatie Park Vredenburgh effect op het totaal aantal nog te realiseren woningen in de Triangel zoals aangegeven in de tabel van het Uitvoeringsplan Woonzorgvisie?

3b. Het effect op het totaal aantal te realiseren woningen wordt op dit moment onderzocht. In het raadsvoorstel van september zal hier nader op in worden gegaan.

c. Is er in het voorstel al rekening gehouden met de duurzaamheid van het te bouwen pand? Zo ja, in welke mate (welk energielabel? Energieneutraal?)

3c. Er zal gebouwd worden conform duurzaamheidsbeleid Waddinxveen en de geldende wet- en regelgeving. We streven naar nul-op-de-meter.

4. Raadsvoorstel, pag. 6, locatie Parklaan a. In de tabel wordt een structureel gebruik gemeld van 122 uur. Het Sportplatform schrijft in hun advies dd 12 mei 2023 dat er in de planning voor komend schooljaar is gerekend met 86 uur. Klopt dit? Zo ja, is dan de zaalcapaciteit van 9 zaaldelen na nieuwbouw wel toereikend?

b. Is er, naast overleg met (sport)verenigingen ook overleg met kerkelijke gemeenten die nu geen eigen gebouw hebben en mogelijk gebruik zouden willen maken van de sporthal?

5. Geheime bijlage

4a. In de structurele ruimtebehoefte (122 lesuren) bewegingsonderwijs voor de 4 scholen in Zuid wordt voorzien door sportzaal De Duikelaar en de nog te bouwen “sportzaal Park Triangel”; in totaal 4 zalen á maximaal 37 lesuren. Volgend schooljaar maakt het basisonderwijs (ca. 86 lesuren), naast De Duikelaar, nog gebruik van het gymnastieklokaal Joh. Postlaan en/of ruimte in één van de zalen van sporthal De Dreef. Het Coenecoop College gebruikt volgens planning, naast de 2 huidige gymnastieklokalen Oude Dreef, een zaal in Sporthal De Dreef en ook 1 zaal in de tennishal. De zaalcapaciteit is toereikend. 4b De PGW (Protestantse Gemeente Waddinxveen heeft interesse getoond voor deelname in dit project. In beginsel is huren van de sportzaal mogelijk. Misschien dat enkele praktische problemen (berging, inrichting, vloerbescherming e.d.) kunnen worden opgelost. De sportzaal is in eerste aanleg (naast het onderwijs) bedoeld voor sportactiviteiten. Dit gebruik gaat voor. Overigens hebben wij de PGW er al eerder op gewezen dat medegebruik van andere gebouwen (bv andere kerkgebouwen) een beter alternatief lijkt.

D66

1. Wordt er bij de positionering van CBS TOV op het perceel voldaan aan het GGD advies om scholen op voldoende afstand te plaatsen van drukke wegen?

2. Welke verkeerskundige voorzieningen zullen worden getroffen zodat de leerlingen en ouders veilig naar de nieuwbouw van CBS TOV kunnen komen? 3. Voldoen de maten van de nieuw te bouwen zalen aan de maten voor de sportvelden voor in Waddinxveen actieve sportverenigingen?

4. Welke behoefte (prognose) aan sportvoorzieningen is er voor de scholen op korte termijn (2023 t/m 2026)? Voldoen deze sportvoorzieningen ook aan alle eisen om te voldoen aan het curriculum?

1. Dit wordt meegenomen bij de verdere planontwikkeling. Uitgangspunt is dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen van landelijk en lokaal beleid. De milieuaspecten worden ook getoetst bij de verstrekking van een omgevingsvergunning. 2. De benodigde verkeersvoorzieningen zullen worden meegenomen bij de uitwerking van de proefverkaveling.

3. De zaal is goed te gebruiken voor verschillende sporten. De sportzaal Triangel heeft de afmeting 29 x 22 meter en dat zijn 2 zaaldelen (14,5 x 22). Voor veel sporten is deze zaal te gebruiken voor trainingen. De zaal kan voor volleybal, basketbal en badminton ook voor de wedstrijden worden gebruikt. 4. 2023/2024: zie antwoord op vraag 4 PCW. 2024/2025: wordt nog bezien, mede op basis van voortgang bouwplannen Kanaaldijk/Oude Dreef en Joh. Postlaan. Ook de voortgang van de bouw sportzaal Park Triangel en de Gouwehal zijn daarbij belangrijk. Mogelijk dat de tennishal nog verder ingezet moet worden. Deze is beschikbaar. 2025/2026: We gaan er vanuit dat de nieuw Gouwehal en sportzaal Park Triangel dan gereed zijn. Dat volstaat. Alle sportvoorzieningen zullen voldoen aan de eisen die voor het bewegingsonderwijs gelden, alsmede aan de eisen die gesteld worden aan sportuitoefening van de van die accommodatie gebruikmakende sportverenigingen.

PvdA Groenlinks

Algemeen: 1. Nu wordt het oude abs als lokatie genoemd. Is een andere lokatie echt niet mogelijk binnen de Triangel bv door uitruil? Raadsvoorstel pagina 7: 2. Er wordt gesproken over een ‘kloppend hart’ van de wijk. Wat wordt er met deze term bedoeld, gezien het geografisch gezien an de rand van de wijk ligt? Raadsvoorstel algemeen:

1. Een andere locatie is niet mogelijk. Dit heeft te maken met het feit dat de wijk Park Triangel verder stedenbouwkundig uitontwikkeld is. 2. Met kloppend hart (het gaat hier om de voorzieningen aan de Parklaan) wordt met name gedoeld op een plek of accommodatie waar de bewoners van de wijk elkaar ontmoeten en kunnen deelnemen aan allerlei activiteiten. Het moet de sociale samenhang bevorderen.

3. Er zijn veel onzekerheden over de omvang van de voorzieningen. Medische voorzieningen en opvang kan alleen als deze ook kunnen investeren. Dit is duidelijk, maar hoe zit het met het buurtcentrum? Gaat de gemeente hier wel in investeren? De initiatiefnemer kan niet meedoen. Is onderzoek gedaan onder gedreven inwoners die hier iets in kunnen betekenen? Los van de kantine van de gymzaal. En zo nee, gaat de gemeente die oproep doen?

CDA

Pagina 1, Voorstel a. 1 1) De betreffende locatie was bestemd voor woningbouw. Wat is de impact in bouwvolume op het woningbouw programma? Welke mogelijkheden worden gezien voor compensatie? Pag 2 Alinea 3 2) Hier wordt aangegeven dat de behoefte aan binnensportaccomodatie is geactualiseerd. Wij veronderstellen dat hier sprake is van een voorlopige conclusie; dit onder verwijzing naar de analyse van het Sportplatform en agendapunt 7, dat het voorstel bevat voor de brede analyse van maatschappelijke behoeften. Pag 3 2e alinea 3) Verkeersaspecten: gelet op specifieke locatie veronderstellen we dat daarbij in ieder geval de volgende onderdelen spelen: 1. Veilige fietsverbindingen 2. Zoen- en zoefstroken voor ouders die met auto kinderen naar school brengen 3. Afwaardering Zuidelijke Rondweg 4. Nabijheid Beijerincklaan als uitvals- en toegangsweg tot Waddinxveen. Is er al een overzicht van aandachtspunten beschikbaar? Pag 5 1e alinea 4) Oude TOV moet worden aangepast voor Dick Bruna. Wij veronderstellen dat de huidige inrichting van TOV op hun specifiek verzoek werd gerealiseerd. Is het dan gebruikelijk dat bij overdracht aan een andere school de gemeente opdraait voor de kosten van herinrichting?

3. Het deelproject Parklaan heeft urgentie, vooral voor de sportzaal (ruimtebehoefte basisonderwijs), maar ook voor de kinderopvang. De keuze voor het buurtcentrum moet dan ook nu gemaakt worden. Later op deze locatie nog iets toevoegen is niet mogelijk. Wij kiezen ervoor om het buurtcentrum nu te bouwen en dus zelf te investeren, zoals we ook in andere wijken hebben gedaan. Wij rekenen erop dat er een “wijkbestuur” komt met vrijwilligers die activiteiten gaan organiseren. De petitie is door meerdere bewoners getekend, dus dat stemt ons positief. Op dit moment is er al contact met mogelijke initiatiefnemers. In Park Triangel is de “Stichting Thuis in de Triangel” al actief. Deze stichting organiseert al activiteiten en heeft ook contact gelegd met andere buurthuizen. Zo nodig gaan we de bewoners ook benaderen om zich hiervoor in te zetten. Wij twijfelen er niet aan dat hiervoor belangstelling is. 1. De impact wordt op dit moment onderzocht. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het voorstel van september aan de raad gepresenteerd. 2. De behoefte aan ruimte bewegingsonderwijs is op basis van de nieuwe leerlingenprognoses geactualiseerd. De structurele behoefte in Waddinxveen Zuid wordt voor de 4 basisscholen geraamd op structureel 122 lesuren (2 sportzalen / 4 oefenruimten).

Een eventueel grotere behoefte in Waddinxveen aan binnensportaccommodaties wordt meegenomen in het onderzoek “visie maatschappelijke voorzieningen Waddinxveen”. 3. Er is nog geen overzicht beschikbaar. De door u genoemde punten zullen worden meegenomen in de uitwerking van het plan

4. Deze aanpassing valt onder de (onderwijs) huisvestingsvoorziening “ingebruikneming”. Deze voorziening staat in onze verordening “voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017” als een door de gemeente te bekostigen voorziening. De ruimte die de

Pag8 1e alinea

gemeente aan de D. Bruna beschikbaar stelt om in de ruimtebehoefte te voorzien moet ook geschikt zijn voor het onderwijs (met aparte groepslokalen), dat de D. Bruna geeft.

5) Graag een korte opsomming van de onderdelen die nadere uitwerking behoeven.

5. Het gaat o.a. om: a. De proefverkaveling van deelplan I3 met school b. De verdere uitwerking van de ontsluiting van het gebied c. De plannen voor de nieuwe school d. Verkoop vierkante meters aan kinderopvang en mogelijk huisartsen.

Agendapunt 9. Zienswijze Hecht CDA

Pag 18 alinea 4 en 5 1) Is er momenteel een tekort aan verpleegkundigen gezien het landelijk tekort? Zo ja, hoe wordt dit opgevangen om de juiste zorg te bieden? Pag 18 al 6 2) Het digitaal contact groeit in populariteit. Wordt deze manier van contact geprefereerd door zowel de staf, de ouders en de jongeren? Zal deze manier van contact op langer termijn groeien?

VVD

PCW

1) De solvabiliteitsrisico zal nog verder dalen. Wat zijn de risico’s voor Waddinxveen?

1. Is bekend hoe Hecht in samenspraak met gemeenten extra aandacht wil besteden aan de kwetsbaarheid van de mentale gezondheid van zowel

1. Momenteel bestaan er vanuit Hecht geen signalen dat er in Waddinxveen een tekort is aan verpleegkundigen voor het uitvoeren van de JGZ-taken. 2. De inzet van digitale middelen moet vooral gezien worden als aanvullend en ondersteunend ten opzichte van het fysieke aanbod. In de regel geldt dat voor het reguliere JGZ-aanbod fysieke contactmomenten de voorkeur genieten en/of noodzakelijk zijn. Wanneer dat in de toekomst zinvol is, kan digitaal contact worden ingezet, maar het ligt niet voor de hand dat dat op de langere termijn de dominante manier van werken wordt. Wel kunnen via laagdrempelige manieren van digitaal contact kleine hulpvragen snel worden opgelost en kan de druk op fysieke contactmomenten worden verlicht. 1. De solvabiliteitsratio geeft, naast de weerstandsratio, aan in hoeverre Hecht zelf financiële tegenslagen kan dragen. Dit vermogen is momenteel beperkt, waardoor grote financiële tegenslagen mogelijk tot extra kosten voor de deelnemende gemeenten en dus Waddinxveen leiden. Daarbij moet worden vermeld dat op basis van het vernieuwde risicomanagementsysteem en de daaruit volgende huidige weerstandsratio, het eigen vermogen van Hecht momenteel voldoende is om de realistische financiële risico’s te dragen. 1. Momenteel werkt Hecht hier in opdracht van de gemeente Waddinxveen preventief aan via het aanbieden van Rots en Water

jongeren als volwassenen? (Zie laatste alinea blz 4)

weerbaarheidstrainingen. Dit betreft een aanvullende dienst en valt onder de JGZ. Aandacht voor de mentale gezondheid van volwassenen loopt in principe via de huisarts en reguliere GGZ. Wel heeft Hecht via de uitvoering van gezondheidsmonitoren een belangrijke kennisfunctie voor het gezondheidsdomein op dit gebied.

2. We zien dat er al lokale en regionale initiatieven worden genomen om op kleine schaal de nodige hervormingen op te starten. Wij werken daar zo veel als mogelijk aan mee. (blz 28 onder ontwikkelingen 2024) Worden er in onze gemeente al zulke lokale initiatieven genomen? Zo ja, welke?

2. De werkwijze van ons preventieteam en sociaal team sluit al goed aan op het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Waar nodig werkt het sociaal team samen met professionals uit de jeugdbescherming op een integrale manier aan kind- en gezinsbescherming.

Agendapunt 10. Zienswijze regio midden-holland CDA

1. Met steun van alle gemeenten heeft Regio Midden-Holland een actieve rol in de oplossing van de vluchtelingen problematiek. Waarom wordt daar in de zienswijze geen aandacht aan besteed?

1. De duurzame opvang asielzoekers in Hollands Midden is blijvend onderwerp van gesprek binnen het dagelijks bestuur van Regio Midden-Holland (net als in Holland-Rijnland) en er vindt regelmatig uitwisseling plaats tussen de projectleiders die werkzaam zijn voor de verschillende gemeenten in Midden-Holland. In de voorliggende Programmabegroting 2024-2027 van de Regio Midden-Holland is de inzet met betrekking tot asielzoekers niet opgenomen. In lijn met de besluitvorming op 19 april jl. in uw raad is de provincie verzocht te zorgen voor dekking van de kosten voor regionale coördinatie; de provincie dekt de kosten nagenoeg geheel. Behalve eventuele politieke overwegingen zien we geen aanleiding dit onderwerp in de zienswijze op te nemen.

2. De agrarische sector staat momenteel stevig onder druk en maakt direct en indirect een belangrijk onderdeel uit van de regionale economie (Cheese Valley). Waarom wordt in de zienswijze geen aandacht besteed aan de lastige positie van deze ondernemers?

2. Vanuit de tafel Economie, Arbeidsmarkt en Onderwijs wordt uitvoering gegeven aan de Economische Visie van de regio MiddenHolland (in december 2020 vastgesteld door B&W, waarover de raad destijds is geïnformeerd en wat in 2021 is verwerkt in het economisch koersdocument Waddinxveen). In deze regionale visie worden 4 speerpunten beschreven: 1. Techniek: Midden-Holland als het centrum van modern vakmanschap in de Randstad; 2. Zorgtechnologie: ontwikkelen van toepassingen voor domotica en langer thuis wonen;

3. Midden-Holland als innovatiecentrum voor bouwen in moeilijke bodemomstandigheden; 4. Midden-Holland als ‘best practice’ in transport, logistiek en distributie. Daarmee legt deze economische visie nadrukkelijk de koppeling met een aantal belangrijke maatschappelijke thema’s, waaronder bij speerpunt 1: techniek als voorwaarde voor transities op het gebied van energie, klimaat, transport en logistiek, landbouw en meer. We zien het verder als een politieke overweging om dit onderwerp wel of niet op te nemen in de zienswijze. PCW

Jaarstukken Regio Midden - Holland 2022 versie 2.0 (agendapunt 5.2.b) Blz. 5 van 59 1. Klopt het dat wij de laatste tijd geen snelkoppelingen meer hebben ontvangen met informatie vanuit de regio? En wat is daar de reden van? Blz. 17 van 59 Wij onderzochten de woningbehoeften voor diverse doelgroepen in relatie tot demografische ontwikkelingen en landelijke besluitvorming. Ook deze stukken graag delen. Of wat dit onderzoek betekent voor de regio en elke deelnemende gemeente? Blz. 15 van 59. Subsidie ten aanzien van versnellingslocaties. In 1e tranche is het Goudse voorstel voor de Spoorzone gehonoreerd.

1. In de afgelopen maanden heeft de regio Midden-Holland geen nieuwsbrieven verspreid in verband met personele omstandigheden. Daarnaast is er voor gekozen niet standaard een terugkoppeldocument op te stellen per bestuurlijk overleg. Terugkoppeling is op dit moment beperkt tot de jaarstukken, via de website van Regio Midden-Holland en mondelinge uitwisseling, bijvoorbeeld tijdens commissievergaderingen. Een samenvatting van het betreffende document:

In het verlengde van het rapport is bestuurlijk afgesproken om wenselijkheid en noodzakelijkheid van een regionale woonzorgvisie te verkennen, d.w.z. nagaan wat regionaal te agenderen, wat lokaal en hoe e.e.a. regionaal uit te werken. 2. Zou ook als versnellingslocatie bijvoorbeeld deelproject Hart van de Wijk/Noordkade meegenomen kunnen worden? Blz. 16 van 59.

2. Bij de eerste tranche is gekeken of Waddinxveense projecten (zoals Noordkade) in aanmerking kwamen, dit was niet het geval. Bij een nieuwe subsidieronde zal dit opnieuw worden bekeken.

3. Als het gaat om subsidie verkeer en één van de snelst groeiende Gemeentes. Is er voor Waddinxveen projectmatig gekeken naar regionale wegen ontsluiting en subsidie?

3. Ja, we vragen regelmatig subsidies aan. Zo is in december via tweede tranche 'Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022-2023' een subsidie aangevraagd. Dit bedrag is binnen 5 jaar te besteden aan maatregelen met betrekking tot verkeersveiligheid.

Programmabegroting Blz. 19 van 36 3.1.2 Programma Verkeer en Vervoer 4. Wanneer wordt uitvoeringsprogramma verkeer en vervoer (2021) weer geactualiseerd. Men geeft aan na drie tot vier jaar? Agendapunt 10 Blz. 21 van 36 Ontwikkeling regionale integrale laadvisie. 5. Graag zouden wij de Status quo van de integrale laadvisie willen

ontvangen? Agendapunt 10. 3.1.4 Programma Duurzaamheid Blz. 24 van 36 Wij gaan aan de hand van een kansenkaart en monitoring de vergroening van de openbare ruimte stimuleren en verbindingen maken tussen groen in de regio (aanvullend aan bestaande activiteiten zoals de Groenalliantie Midden-Holland en het Programma Veenweiden Gouwe Wiericke), 6. Welke verbindingen vanuit Gemeenten Waddinxveen staan er op de agenda?

4. Wij hebben geen signaal ontvangen dat wordt afgeweken van de planning zoals in uw vraag en de begroting is opgenomen.

5. De regiogemeenten werken op dit moment samen aan een integrale regionale laadvisie, deze is dus in ontwikkeling.

6. Deze inzet vanuit de regio sluit aan op de ambitie vanuit het coalitieakkoord om natuur- en recreatiegebieden beter met elkaar te verbinden. De kansenkaart wordt nog opgesteld. Potentiële verbindingen van en naar de Vredenburghzone en tussen Gouwebos en Bentwoud brengen we hierbij onder de aandacht en zullen we onderzoeken, ook in relatie tot een te ontwikkelen visie op natuur- en recreatiegebieden en een integraal recreatieplan.

Agendapunt 11. Zienswijze jaarstukken promen PCW

Pagina 32 Sociale Veiligheid: blz 32 Tov 2021 was er een toename in het aantal meldingen van 37. 1. Hoeveel meldingen sociale veiligheid waren er totaal in 2022? Opvallend hierin is de toename van de klachten door de leidinggevenden. 2. Is in begin van 2023 al resultaat merkbaar van de gegeven

1. Promen geeft aan dat dit helaas niet correct in het jaarverslag 2022 staat. In 2022 waren er in totaal 37 meldingen, een stijging van 5 ten opzichte van 2021 (32 meldingen). 2. Dit is inderdaad al merkbaar. In 2023 ging het in 9 van de 37

trainingen in een afname van het aantal meldingen? Pagina 45 Sinds 2020 is Promen in gesprek met de Belastingdienst voor vrijstelling van VPB voor Promen. 3. Is hier al duidelijkheid over of zicht op wanneer hier duidelijkheid over komt?

meldingen over leidinggevenden. In 2023 is er op dit moment slechts 1 melding binnengekomen over een leidinggevende.

3. Promen verwacht dat het traject met de Belastingdienst in 2023 afgerond zal worden.

Agendapunt 13. Zienswijze regio BGR CDA

Bijlage 2 Zienswijze 1) Aantal WOZ bezwaren neemt af (woningen); deel van de bezwaren via NCNP neemt toe (deel is 60%); ruim 30% van de bezwaren zijn gegrond. Terecht maakt zienswijze melding van de zorg om hoge kosten, maar de zorg dient tevens uit te gaan naar een hoog percentage gegronde bezwaren (bij NCNP ca 25% bij individueel bezwaar ruim 40%). Zienswijze zou een oproep moeten bevatten te werken aan het terugbrengen van het % gegronde bezwaren en dat kan alleen door aan de voorkant (vaststellen waardes) meer aandacht te besteden.

Dit is geen technische vraag, maar een suggestie voor het aanvullen van de zienswijze. Indien de meerderheid van de raad het eens is met deze suggestie kan de tekst worden opgenomen in de zienswijze.

Agendapunt 14. Zienswijze streekarchief CDA

begroting blz 10: weerstandsvermogen. Op 1-1-24 109.675 60,9 5 van het gewenste weerstandsvermogen. 1-1-23 94.462 52,5 1) Het streefsaldo voor het weerstandsvermogen is 180.000. Wanneer denkt men dit bedrag te bereiken? Wat gebeurt er, als in een jaar alle risico's tot een bedrag van 200.000 zich voordoen? Klopt het dat de gemeente dan een aanvullende rekening krijgen? Hoe hoog zou die zijn voor Waddinxveen? begroting blz 17: inkomsten: verhuur van overcapaciteit aan Zoetermeer

1) Er wordt gepoogd elk jaar een structureel bedrag toe te voegen aan het weerstandsvermogen. Het huidige weerstandsvermogen van 52,5 % is in de afgelopen 3 jaar bereikt, dat is dus al snel. Omdat de reserve ook gebruikt wordt om onverwachte verschillen in de begroting op te vangen, is er echter geen vast bedrag per jaar te noemen. Voor dit jaar is het ook maar de vraag of er aan het eind van het jaar wel zo'n substantieel bedrag over zal zijn, aangezien ook het Streekarchief Midden Holland te maken heeft met flink hogere kosten door de inflatie. Er is helaas nog geen exact jaartal noemen wanneer het Streekarchief de 100% zal behalen. In de risicoanalyse wordt het gewenste weerstandsvermogen bepaald. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen de bedrijfsvoering van het Streekarchief moet faciliteren, dat wil zeggen dat het dient voor:

   

inzet van tijdelijk personeel bij langdurig verzuim (gedwongen) uitstroom van personeel, schade aan of diefstal van documenten onverwachte aanpassingen IT-infrastructuur

In de genoemde voorbeelden, zal de gemeente alleen extra bij moeten dragen als het weerstandsvermogen (op dat moment) niet hoog genoeg is. 2) Is er nu nog overcapaciteit? Zo ja, zijn er nog mogelijkheden voor verhuur ?

2) Er is nu nog een bescheiden overcapaciteit van meters in het Gouwedepot. Deze is bedoeld als buffer voor de nog binnenkort te verwachten over te dragen meters van de deelnemende gemeentes, de te verwachten meters van de Gemeenschappelijke Regelingen waarvoor het streekarchief als archiefbewaarplaats is aangewezen, nog te acquireren particuliere archieven en overige collecties. Er is geen substantiële hoeveelheid over om nog te verhuren in een constructie zoals aan Zoetermeer.

Agendapunt 18. Huisvestigingsverordening D66

1. Artikel 4: Huisvestingsverordening: Kan een huisvestingsvergunning worden afgewezen? En op basis waarvan?

2. Artikel 4: Is er een maximum inkomen waarmee je in aanmerking komt voor middenhuur? Indien ja, hoeveel en waar staat dat? Indien nee, waarom moeten mensen die een huisvestingsvergunning willen voor middenhuur hun inkomen inzichtelijk maken voor de gemeente? In de middenhuur verordening staat geen maximum inkomen benoemd.

1. Een huisvestingsvergunning kan worden afgewezen als niet wordt voldaan aan de criteria op basis van hoofdstuk 2 van de huisvestingsverordening. (Enkele voorbeelden: bijvoorbeeld wanneer iemand niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Of wanneer niet aan de inkomenseis wordt voldaan. Of wanneer de aanvraag incompleet is). 2. Ja. In de Verordening middenhuurwoningen Waddinxveen staat in artikel 3 de doelgroep beschreven (‘huishoudens met een inkomen van 1,0 tot 1,8 keer de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm)’). Dat houdt in (prijspeil 2023, afgerond) € 44.000 tot € 79.000 voor eenpersoonshuishoudens en € 49.000 tot € 87.000 voor meerpersoonshuishoudens. 3. Dat wordt per situatie bekeken. Wanneer de woning onbewoonbaar is verklaard en de persoon te horen heeft gekregen dat de woning tijdelijk moet worden verlaten (<3 maanden) en iemand is (bijvoorbeeld) in staat om bij een familielid te logeren, dan is een beroep op een urgentieverklaring overbodig. Is dit niet mogelijk, dan maakt de woningzoekende kans op een urgentieverklaring in verband met een

3. Artikel 9E: Wat doet de gemeente met personen die acuut dakloos zijn geworden, maar waarbij de woonruimte binnen 3 maanden te herstellen is?

4. Artikel 9L: Wat is de onderbouwing om hier alleen politie en brandweer te benoemen?

PvdA Groenlinks

5. Artikel 16.2: Waarom is de leeftijdscategorie bepalend en waarom niet bijvoorbeeld het aantal inwonende minderjarigen? Art 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding: 1. Waarom is gekozen voor 25% en niet voor een hoger percentage met ingang van 1-1-2024? Opkoopbescherming:

2. In het memo van het RIGO gaat het over de cijfers t/m 2021. Heeft u al cijfers over 2022? Bodegraven/Reeuwijk en Gouda hebben de opkoopbescherming wel ingevoerd. Is het ten aanzien van dit onderwerp niet wenselijk een eensgezind regionaal standpunt te hebben?

tijdelijk onbewoonbare woning en acute dakloosheid. 4. Volgt uit landelijke richtlijnen omdat bij deze functies (vaak) een verhuisplicht en combinatie met een onmiddellijk oproepbaar karakter speelt. Andere functies (dan brandweer of politie die genoemd worden) vallen onder de urgentiecategorie M. Wanneer woningzoekende een economische binding heeft met W’veen en afstand tussen de woonplaats van de woningzoekende en de gemeente meer dan 70 km bedraagt, kan urgentie worden verleend. De postcode is bepalend voor de urgentievaststelling. 5. In deze bepaling is (in aansluiting op de urgentie-/voorrangsregels) een rangorde opgenomen voor de gevallen waarin er meerdere (gelijke) woningzoekenden met urgentie in aanmerking komen voor de woning. De persoon die de urgentieverklaring het langste in bezit heeft, gaat voor. Bij urgentieverklaringen met een gelijke afgiftedatum wordt naar de B/L-score gekeken (eerst woonduur). Bij gelijke afgiftedatum én woonduur is de hoogste leeftijdsscore bepalend (L-score). In schrijnende gevallen (bijvoorbeeld omdat er minderjarige kinderen betrokken zijn) kan de hardheidsclausule worden toegepast.

1. Ondanks dat het huidige percentage van 25% blijft staan, is er in de nieuwe huisvestingsverordening weldegelijk een verruiming van de lokale voorrang. Onder de huidige huisvestingsverordening mag de lokale voorrang verleend worden binnen alle nieuwbouw sociale huurwoningen. In de nieuwe huisvestingsverordening wil de gemeente dit verruimen naar de bestaande én nieuwbouw sociale huurvoorraad voor woningzoekenden die gebonden zijn aan Waddinxveen. Daarmee kan er een groter deel met voorrang worden toegewezen. Deze verruiming draagt bij aan het dienen van de belangen van lokaal woningzoekenden zonder daarbij al te veel in te grijpen op de vrijheid van vestiging (uitgangspunt Huisvestingswet). 2. De cijfers van 2022 zijn niet in het huidige schaarste-onderzoek meegenomen (de opdracht voor het onderzoek is mid 2022 afgegeven en Kadaster hanteert peilmomenten van januari voor het kalenderjaar ervoor). Het kan wenselijk zijn om in de regio eensgezind op te trekken in de

Paragraaf 1 blz 18

opkoopbescherming om een waterbedeffect te voorkomen. Maar een waterbedeffect voorkomen mag geen reden zijn tot sturing en zorgt voor een risico op juridische onhoudbaarheid als een besluit op grond van de opkoopbescherming wordt aangevochten. De gemeente blijft de ontwikkelingen monitoren.

3. Waarom heeft Waddinxveen wijzigingen in de woonvoorraad niet vergunningsplichtig gemaakt? En welke beleidsregels gelden daarvoor dan? In verband met het hoge aantal arbeidsmigranten is illegale kamerverhuur wel een serieuze aangelegenheid in deze omgeving. Algemeen:

3. Wijzigingen aanbrengen in de bestaande woningvoorraad is ook in Waddinxveen vergunningplichtig. Waddinxveen heeft bepalingen in het bestemmingplan als het gaat om de woonbestemming en heeft separaat beleidsregels waarin regels omtrent kamerverhuur zijn opgenomen. Wij hebben deze regels niet in de huisvestingsverordening ondergebracht, zoals Bodegraven-Reeuwijk en Zuidplas hebben gedaan, maar separaat gehouden om de verordening overzichtelijk te houden.

4. Toewijzing regels. Hoe is dit nu? Kunt u uitsplitsing geven op leeftijdscategorieen? Blz 24 paragraaf 7:

4. De toewijzingsregels voor sociale huurwoningen zijn gebaseerd op de B/Lsystematiek. Dit gaat over de bewoningsduur (B-score) of leeftijd (L-score). De Bscore is het aantal maanden dat de woningzoekende als hoofdbewoner staat ingeschreven op het huidige woonadres. De L-score geldt wanneer de woningzoekende niet zelfstandig woont. Dan geldt het aantal maanden dat de woningzoekende ouder is dan 18 jaar. De groep die geen zelfstandige woning achterlaat bestaat voor een groot deel uit starters van jongere leeftijd. Deze groep heeft een lagere slaagkans dan andere groepen. Toch is dit beeld vergelijkbaar met het beeld in andere regio’s met andere verdeelsystemen. Zie onderstaande tabel voor uitsplitsing van leeftijd en zoektijden. Regionaal wordt onderzocht of de B/L- systematiek aanpassing behoeft en welk alternatief systeem een betere uitkomst kan bieden voor regio Midden-Holland. Zie ook antwoord op vraag 3 van het CDA. Rapportage zoektijd en registratieduur van geslaagd woningzoekenden in Waddinxveen in 2022 op moment van verhuring 18 t/m 22 jaar 54,0 23 t/m 29 jaar 26,7 30 t/m 39 jaar 20,1 gemiddelde zoektijd naar leeftijd 40 t/m 54 jaar 14,7 55 t/m 74 jaar 14,1 75 jaar en ouder 12,7 Zoektijd tot verhuring = aantal maanden tussen 1e maal reageren op advertentie en acceptatie van aanbieding

5. Waarom is er voor gekozen om de inkomensgrens te verhogen met x1,25? Algemeen:

6. Waarom is er voor gekozen geen opkoopbescherming op te nemen in de nieuwe verordening?

PCW

Nota van beantwoording: Blz. 2 van 11 1. Is het mogelijk omdat niet alle gemeentes tegelijk huisvestingsverordening behandelen om later middels een addendum iets toe te voegen en of te wijzigen? Huisvestingsverordening: Blz. 9 van 33 C. Mantelzorg 2. Wanneer is een gerealiseerde mantelzorgwoning definitief? 2a. Of hoe loopt proces na plaatsing? Blz.17 van 33 Zowel mensen met een lokale binding en bepaalde

5. Dit betreft geen verhoging. Voor het aanvragen van een urgentieverklaring geldt een maximale inkomensgrens. Uitgangspunt is dat een huishouden met een hoger inkomen niet is aangewezen op de sociale huursector en om die reden geen voorrangspositie nodig heeft. Als maximuminkomen is gekozen voor een belastbaar huishoudinkomen van maximaal 1,25 keer de inkomensgrens bedoeld uit het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV). Deze inkomensgrens voor eenpersoonshuishoudens is € 44.035 en voor meerpersoonshuishoudens (bestaande uit twee of meer personen) € 48.625 (prijspeil 2023). Ook wel de DAEB-inkomensgrens genoemd. Om voor urgentie in aanmerking te komen mag een huishouden dus niet meer verdienen dan 1,25 keer deze grens ofwel € 55.043,75 (alleenstaande) of € 60.781,25 (meerpersoonshuishouden). De differentiatie van inkomensgrenzen tussen een alleenstaande of een meerpersoonshuishouden is voor een periode van drie jaar vastgesteld (tot 2025). De inkomensgrenzen zelf worden jaarlijks geïndexeerd. 6. Om de opkoopbescherming als instrument in te mogen zetten moeten nut en noodzaak van de maatregel worden aangetoond. Uit de cijfers blijkt dat er geen grote investeerders zijn in Waddinxveen die huizen hebben opgekocht en dat er een dalende tendens is m.b.t. het opkopen van huizen.

Een opkoopbescherming invoeren zonder goede onderbouwing zorgt voor extra regeldruk en het risico op juridische onhoudbaarheid als een besluit op grond van de opkoopbescherming wordt aangevochten.

1.

In principe wordt de huisvestingsverordening voor de komende 4 jaar vastgesteld. Maar tussentijdse aanpassing is mogelijk wanneer nodig of wenselijk.

2.

+ 2a: Urgentiecategorie C ‘mantelzorg’ gaat over het verdelen en (met voorrang) toewijzen van een sociale huurwoning aan mantelzorgverlener of – ontvanger. De huisvestingsverordening gaat niet over het proces of plaatsen van een mantelzorgwoning.

doelgroep alsook economisch maatschappelijk verbonden zijn voorrang geven. Zeker als zij ook een sociale huurwoning achterlaten (BO-RE en ZUIDP). 3. Waarom is hier niet voor gekozen binnen Waddinxveen?

3.

Op basis van artikel 15, lid 3, kunnen wij wel bij specifieke wooncomplexen (zoals middenhuur) voorrang geven aan specifieke groepen (zoals doorstromers uit die een sociale huurwoning achterlaten) met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Alleen Zuidplas heeft het in de verordening opgenomen als verplichte toewijzingsregel. Gouda, Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen hebben ervoor gekozen om dit per complex te bekijken.

4.

Nee, dit hoort niet thuis in de huisvestingsverordening. Dit hoort thuis bij de woningcorporatie.

5.

a + b: deze vragen hebben geen betrekking op de huisvestingsverordening.

6. Is bekend hoeveel ouderenhuisvestingen er zich in Waddinxveen bevinden? 6a. Is bekend hoeveel seniorenwoningen/clusterwoningen Waddinxveen tot 2030 nodig heeft?

6.

+ 6a: vragen gaan niet over de huisvestingsverordening. Maar: er is een regionale woonzorganalyse verricht in de regio Midden-Holland en uitgesplitst naar de afzonderlijke gemeenten. Daarin is inzichtelijk gemaakt hoeveel woningen op dit moment levensloopbestendig zijn of te maken zijn. Er wordt een regionale woonzorgvisie opgesteld (en daarna verwerkt in onze lokale woonzorgvisie) om de opgave voor de komende jaren te formuleren.

6b. Worden er bij dergelijken complexen aanvullende voorrangregels gehanteerd voor senioren?

6b. Ja. Dergelijke woningen worden gelabeld voor de bijpassende groep woningzoekenden. Daarnaast kan de gemeente, in de nieuwe

4. Is het mogelijk om in de huisvestingsverordening voor de sociale huursector, oftewel de niet-geliberaliseerde huurwoningen een inkomensafhankelijke huurverhoging toe te passen op huishoudens met hoge inkomens? Blz. 30 van 33 Lid 3: hier is een voorrangsregel opgenomen voor woningen die in het bijzonder geschikt zijn voor mensen met beperkingen. Dit geldt specifiek voor woningen waar de gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning investeringen heeft gepleegd om die woning geschikt te maken voor iemand met een beperking. 5. Hoeveel van deze woningen staan er in Waddinxveen? 5a. Hoeveel aanvraag(en) van deze woningen zijn er. 5b. Kijk dan ook naar de boven, regionale vraag vanuit Gouda.

huisvestingsverordening, bij specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte of prijs, voorrang geven aan specifieke groepen woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Bijvoorbeeld bepaalde leeftijdsgroepen.

Was wordt lijst: 7. Wie bepaald de lengte en duur dat er een stempel middenhuur op een woning ligt? 7a. Wie bepaalt wanneer dit uiteindelijk wijzigt in ander huursegment?

7.

+ 7a: Een instandhoudingstermijn wordt in de middenhuurverordening geregeld (die verordening gaat over het bouwen en behouden van type woningen). Huisvestingsverordening gaat over het verdelen en toewijzen van type woningen.

8. Waarom is in Waddinxveen geen opkoopbeschermhing tot NHG betaalbaarheidsgrens in de huisvestingsverordening opgenomen?

8.

Om de opkoopbescherming als instrument in te mogen zetten moeten nut en noodzaak van de maatregel worden aangetoond. Uit de cijfers blijkt dat er geen grote investeerders zijn in Waddinxveen die huizen hebben opgekocht. Een opkoopbescherming invoeren zonder goede onderbouwing zorgt voor extra regeldruk en het risico op juridische onhoudbaarheid als een besluit op grond van de opkoopbescherming wordt aangevochten.

9. Waarom zijn flexwoningen om schaarste aan sociale

9.

De huisvestingsverordening gaat niet over het bouwen of realiseren van (flex)woningen. Maar over het verdelen en toewijzen van aangewezen woningcategorieën. Zoals bekend wordt hier nog een notitie over opgesteld.

huurwoningen tegen te gaan niet opgenomen in huisvestingsverordening? CDA

1) Waarom geldt deze verordening alleen voor sociale huurwoningen die eigendom zijn van Woonpartners en niet voor particuliere verhuurders? Dit roept rechtsongelijkheid op. Het argument dat particuliere verhuurders dan afhaken is een kulargument.

1. Woonpartners heeft als woningcorporatie de taak om te zorgen voor betaalbare woningen voor mensen met lage inkomens. Particuliere verhuurders hebben deze rol niet. Wanneer een particulier meer dan 10 woningen onder de liberalisatiegrens verhuurd, zijn deze vergunningplichtig.

2) Enkele artikelen gaan ook over middenhuurwoningen. Maar we hebben toch een middenhuurverordening. Is dit niet verwarrend?

2. Het realiseren van middenhuurwoningen en het waarborgen van een instandhoudingstermijn wordt geregeld in een middenhuurverordening (bouwen en behouden van die woningen). De verdeling en toewijzing van dergelijke woningen kan alleen worden geregeld in een huisvestingsverordening.

3) Zowel Woonpartners als de PAR geven heel duidelijk aan dat de BL-score rechtsongelijkheid in de hand werkt en meer nadelen dan voordelen oplevert. Met name voor starters. Waarom wordt geen afscheid genomen van dit

3. Regionaal wordt nagedacht of de B/L- systematiek aanpassing behoeft. Daarvoor is een projectgroep (woningcorporaties en regio gemeenten) opgericht om dit goed te onderzoeken. In een wooncrisis is het lastig om een ‘perfect’ systeem te vinden. De methode op basis van inschrijftijd is voor jongeren nadelig omdat ze pas inschrijftijd gaan opbouwen als ze bij WoningNet staan ingeschreven en niet

systeem en gaat men over op een systeem waar inschrijfduur een veel bepalender rol speelt. Het kan toch niet zo zijn dat een starter van 28 jaar met 10 inschrijfduurjaren geen voorrang heeft boven een bewoner met 30 bewoningsjaren die zich pas net als woningzoekende heeft ingeschreven als zij beide op een appartement reageren. 4) Deze verordening is een uitgelezen kans om een artikel op te nemen dat inwoners die een sociale huurwoning achterlaten en willen doorstromen naar een middenhuurwoningen voorrang krijgen. Wat is de reden dat hier niet voor is gekozen? Een aantal andere gemeenten doen dit wel.

meteen vanaf hun achttiende verjaardag. Ook zien we in andere regio’s dat veel ouderen zich pas gaan inschrijven bij WoningNet als er een verhuiswens gaat spelen. Dat heeft ook weer nadelige gevolgen. Een eventuele aanpassing van het woonruimteverdeelsysteem moet dus zorgvuldig gebeuren.

4. Op basis van artikel 15, lid 3, kunnen wij bij specifieke wooncomplexen (zoals middenhuur) voorrang geven aan specifieke groepen (zoals doorstromers uit die een sociale huurwoning achterlaten) met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Alleen Zuidplas heeft het in de verordening opgenomen als verplichte toewijzingsregel. Gouda, Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen hebben ervoor gekozen om dit per complex te bekijken.

5) Bij co-ouderschap bestaat de mogelijkheid dat beide partijen een urgentie kunnen aanvragen. U geeft aan dat het in de praktijk nauwelijks voorkomt dat deze situatie zich voordoet. Waarom dan deze mogelijkheid in het leven roepen. Daar kun je in specifieke gevallen toch gebruik maken van de hardheidsclausule. Voor de beeldvorming naar buiten kun je beter de hardheidsclausule toepassen. Bent u dit met ons eens?

5. Het toepassen van de hardheidsclausule dient terughoudend te gebeuren. De hardheidsclausule is er voor specifieke en uitzonderlijke situaties die bij het schrijven van de verordening niet te voorzien waren. Omdat dit om een beperkte uitbreiding van de urgentiecategorie gaat en we deze al zien aankomen bij het schrijven van de verordening, is besloten de bepaling op te nemen. Tot slot komt daarbij dat de regio gemeenten dit ook in hun verordening hebben opgenomen en wij zoveel mogelijk de verordening gelijk willen houden.

6) Artikel 20 gaat over de volgordebepaling voor de toewijzing van een standplaats. Punt a is overgenomen uit de beleidsregels van de gemeente Gouda. Volgens ons is dit hier niet aan de orde. Wij zijn van mening dat volgordebepaling a. moet komen te vervallen. Dit mede gelet op het feit hoe de woonwagenlocatie aan de Meteorenweg tot stand is gekomen. Punt a hoort thuis in de beleidsnotitie over het actualiseren van het woonwagenbeleid en de daarbij behorende discussie over de uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen. Bent u dit met ons eens?

6. De verdeel- en toewijzingsregels zijn niet gewijzigd t.o.v. van de huidige huisvestingsverordening. Actualisatie van dit deel van de verordening wordt inderdaad in samenhang met de beleidsnotitie/actualisatie woonwagenbeleid opgepakt.

7) Waarom nu al de wijzigingsverordening vaststellen. Zodra de landelijke wet- en regelgeving definitief is vastgesteld dan pas de wijzigingsverordening in de raad bespreken. Dit zou onze voorkeur hebben. Stel dat er nog amendementen komen? Bent u dit met ons eens?

7. Er is voor de wijzigingsverordening gekozen om zo efficiënt mogelijk om te gaan met de tijd. Omdat we niet precies weten wanneer de nieuwe Huisvestingswet ingaat (naar verwachting is het 01-01-2024 maar kan ook later zijn). Het vaststellen van een verordening kan zo een half jaar in beslag nemen (denk aan een 6 weekse zienswijzeperiode, adviesvraag PAR, de reacties verwerken en de deadlines voor college- en raascyclus). Daarom is er voor gekozen om de nieuwe keuzes nu al mee te nemen via een wijzigingsverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12778994/5