Beantwoording Technische vragen Commissie M + F 16 september 2025 Openbaar
Tekst van het document
Technische vragen Commissie M + F (openbaar) gemeente Waddinxveen - 16 september 2025
Agendapunten: Agendapunt 4: Lijst Ingekomen Stukken Partij: CDA
Vraag (kort en bondig) 4:2: bijlage 3, 1. Er zit verschil tussen de definitiefs van STEC groep en Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK. Waarom wordt de wet niet opgevolgd?
Antwoord 1. Het uitgangspunt van de definities uit de regionale woonzorgvisie zijn de definities van het Rijk (zoals beschikbaar tijdens het moment van opstellen). De beschikbaarheid van data en bronnen maakt dat het afwijken of verdiepen van de Rijksdefinities soms noodzakelijk was. Rijksdefinities kunnen na het opstellen van dit beleid nog nader afgebakend worden bij ministeriële regeling (zoals aangekondigd was in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting).
2. En welke invloed heeft dit op Regionale Woonzorgvisie en het opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma. Na inwerking stelling van de Wet versterking regie op de volkshuisvesting?
2. Voor voldoende borging wordt in de regionale woonzorgvisie gemeenten aangeraden de regionale afspraken rondom aandachtsgroepen en definities aanvullend te verwerken in het op te stellen volkshuisvestingsprogramma en lokale prestatieafspraken.
PvdA GL
4:2: bijlage 1 regionale Woonzorg/Pagina 27 1. Er wordt ingezet op doorstroming van ouderen mbv informatie campagnes, hoeveel effect heeft dit de afgelopen jaren gehad? Pagina 27 / algemeen 2. Helaas worden sommige vrijgekomen woningen verkocht. Hoeveel
sociale woningen zijn in 2025 in Waddinxveen verkocht? En hoeveel daarvan door woonpartners?
Pagina 20 3. Wat is de opgave voor waddinxveen mbt de 10875 extra woningen voor ouderen 4. En hoe gaat het college dit aanpakken gezien de weinige woningen die gebouwd worden de afgelopen jaren? Bijlage 1 GS brief aan regio Midden Holland reg woningbouwprogramma/Pagina 6 5. Er staat dat plannen voldoende sociale woningen moeten bevatten, en dat gemeentes die hier niet aan voldoen, 34% sociale woningbouw in hun plannen moeten meenemen. Is dit voor onze gemeente van toepassing aangezien wij onder de 27 procent zitten?
1. Daar kunnen we nu nog niets over zeggen omdat de regionale woonzorgvisie nog moet worden verwerkt in de lokale volkshuisvestelijke programma’s. 2. Woonpartners heeft van 1 januari 2025 tot en met 10 september 2025 7 woningen verkocht en 3 woningen weer terug in verhuur genomen in overeenstemming met de afspraken over de verkoopvijver. De gemeente Waddinxveen heeft geen data beschikbaar over de verkoop van particuliere sociale huurwoningen. 3. Er wordt in 2025 gestart met het opstellen van het lokale afspraken kader over de verdeling van de regionale opgave. 4. Er wordt in 2025 gestart met het opstellen van het lokale afspraken kader over de verdeling van de regionale opgave.
5. In de groeipad brieven waar de provincie om vroeg hebben de gemeenten, die niet voldoen aan de 27% sociale huur in de woningvoorraad, opgenomen wat zij voor acties ondernemen om te groeien naar 30% sociale huur in de voorraad. De groeipadbrief van de gemeente Waddinxveen, die de raad ook heeft ontvangen, is door de Provincie Zuid-Holland goed ontvangen. Hier zijn geen verdere afspraken uit voort gekomen.
6. En hoe verhoudt deze verplichting zich tot het geplande vereveningsfonds?
6. Het vereveningsfonds is ook beschreven in de groeipadbrief.
7. Wat zijn de financiele consequenties? Agendapunt 4: Lijst Ingekomen Stukken; Regonale Woonzorgvisie
7. Zie antwoord op vraag 5. N.v.t.
8. Regionale woonzorgvisie. Al vele jaren geleden is er door de raad gevraagd om een plan voor een woonvoorziening voor kwetsbare mensen. Steeds is gezegd: het komt eraan. Nu krijgen we weer een onderzoekrapport met veel plannen maar weinig beleid. Bent u het eens
8. De regionale woonzorgvisie is in samenwerking met stakeholders, zorgpartijen en de regiogemeenten (zowel sociaal als ruimtelijk domein) opgesteld. Dit proces is zorgvuldig ingericht. Er wordt in 2025 gestart met het opstellen van het
dat een regionaal overleg in dit geval eerder vertragend werkt?
In het onderzoeksrapport sta. In totaal zijn er nu plannen voor 80 extra verpleegzorgplekken. Dit is meer dan waar behoefte aan is (35). Kunt u dit toelichten?
PCW
afspraken kader over de verdeling van de regionale opgave. De uitkomsten van dit rapport worden verder verwerkt in het Volkshuisvestelijk programma. 9. De 80 extra verpleegzorgplekken zijn onderdeel van het nieuwe Souburgh wat momenteel wordt gebouwd.
4.2 Regionale woonzorgvisie 1. Wat is de status van huidig document welke 6 maart is opgeleverd?
1. De regionale woonzorgvisie is op 6 maart door de wethouders wonen en sociaal domein aanvaard. Er wordt in 2025 gestart met het opstellen van het afspraken kader over de verdeling van de regionale opgave. Deze afspraken worden lokaal verwerkt en vastgesteld in de lokale volkshuisvestelijke programma’s en prestatieafspraken.
2. Onder andere de regionale afsprakenkader?
2. Er wordt in 2025 gestart met het opstellen van het afspraken kader over de verdeling van de regionale opgave.
3. Wanneer kunnen wij deze verwachten? 4. Is er qua huisvestingsvraagtsukken eenheid tussen de verschillende wooncorporaties binnen de regio en in het bijzonder bij woonpartners I.v.m tekort aan financiële Middelen? In Memo regionale projectenlijst staat dat we 2026 gecontroleerd worden op voldoende huisvesting van ouderen, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners enz. 1. Wanneer is bekend hoeveel en waar er voor deze doelgroepen huisvesting komt?
3. Er wordt in 2025 gestart met het opstellen van het afspraken kader over de verdeling van de regionale opgave. 4. De woningcorporaties in de regio Midden-Holland lopen tegen een tekort aan investeringscapaciteit aan. Gezamenlijk pakken zij zoveel mogelijk nieuwe projecten op. Daarnaast kijken de woningcorporaties en gemeenten samen naar mogelijke oplossingen voor het tekort aan investeringscapaciteit.
1. Ieder jaar wordt in Q1 de door de Gedeputeerde Staten aanvaarde RPW van de regio Midden-Holland met de gemeenteraad gedeeld. Deze lijst bevat de kwalitatieve en kwantitatieve data met betrekking tot alle nieuwbouw plannen.
Op dit moment wordt gewerkt aan een VHP. Hierin komen de doelgroepen extra aandacht.
Agendapunt 6: Gebiedsexploitatie opvanglocatie en flexwoningen IJsermanweg
Partij: D66
PCW
Vraag (kort en bondig) 1. Wat betekent de afspraak met het COA dat een deel van de flexwoningen wordt toegewezen aan statushouders voor de toepassing van de voorrangsregels die gelden voor de toewijzing van sociale huurwoningen?
Antwoord 1. Op grond van artikel 44 van de Huisvestingsverordening wordt een tijdelijk toewijzingsbeleid opgesteld voor de toewijzing van de flexwoningen aan spoedzoekers en statushouders in de vorm van een proefproject. Momenteel wordt hieraan gewerkt.
2. Hoe lang gaan de flexwoningen nog mee?
2. De flexwoningen hebben een levensduur van minimaal 25 jaar en zullen op de locatie aan de IJsermanweg voor het eerst geplaatst worden.
3. Kunnen alle spoedzoekers in aanmerking komen voor deze flexwoningen? Speelt hier nog in mee dat dit sociale huurwoningen worden?
3. De flexwoningen zijn sociale huurwoningen. Hiervoor komen alleen woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan de inkomensgrens van het Rijk: € 49.669 voor eenpersoonshuishoudens en € 54.847 voor meerpersoonshuishoudens in 2025. Op grond van artikel 44 van de Huisvestingsverordening wordt een tijdelijk toewijzingsbeleid opgesteld voor de toewijzing van de flexwoningen aan spoedzoekers en statushouders in de vorm van een proefproject. Momenteel wordt hieraan gewerkt. 1. De helft van de 48 flexwoningen dient ter beschikking gesteld te worden aan statushouders. Dat betekent 24 flexwoningen voor statushouders. Deze flexwoningen worden in het voorstel allemaal op de locatie aan de IJsermanweg geplaatst.
1. COA stelt dat de helft van de flexwoningen voor 10 jaar voor statushouders moeten zijn: - helft van 48 of de helft van de 28 extra woningen? - beschikbaar op dezelfde locatie? 2. Betaalt COA ook mee aan de gronden die nodig zijn voor de flexwoningen?
2. COA betaalt niet mee aan de gronden die nodig zijn voor de flexwoningen. De flexwoningen zijn een initiatief van de gemeente zelf. Het COA betaalt wel voor de grond die nodig is voor de opvanglocatie en voor de voorzieningen nodig voor de realisatie van de opvanglocatie, zoals de aanpassingen aan de IJsermanweg en de aanleg van een rioolgemaal.
3. Hoe kan het dat Woonpartners toch nog een onrendabele top heeft? De woningen zijn toch ook voor hun ‘gratis’?
3. Zie beantwoording in geheime bijlage.
4. Is het mogelijk om een deel van de resterende gronden (aan de randen) te gebruiken voor zonnepanelen?
4. Voor de resterende gronden (agrarische grond) wordt een pachtovereenkomst met de huidige agrariër gesloten. Na afloop van de pachtovereenkomst kan pas naar een nieuwe invulling gekeken worden.
5. Het tekort van 1,89 milj is het cumulatieve tekort na 8 jaar. Na 2..3 jaar is er een aanzienlijk groter cumulatief tekort dat later afneemt tot 1,89 miljoen. Hoe wordt dit op jaarbasis gedekt?
5. Indien de kosten in enig jaar hoger zijn dan de opbrengsten dan wordt dit tekort verrekend met de reserve Opvang Vluchtelingen. Als de kosten in enig jaar lager zijn dan de opbrengsten dan wordt dit positieve saldo aan deze reserve toegevoegd.
6. Wie wordt uiteindelijk eigenaar van de woningen? Gemeente of Woonpartners?
6. De gemeente wordt eigenaar van de flexwoningen.
7. Wordt het gebied (coa en flexwoningen) een openbaar toegankelijk gebied of een ‘afgesloten’ terrein? Wie wordt verantwoordelijk voor onderhoud, beheer, veiligheid van de gebieden (cao, flexwoningen)?
7. Zowel om het terrein van de opvanglocatie als om het terrein van de flexwoningen wordt een houtwal geplaatst waarmee beide deelgebieden op een natuurlijke manier afgesloten zijn van de omgeving. Aan de kant van de IJsermanweg komt geen afscheiding. Daar komen de toegangswegen naar de terreinen. Bij de ingang van de opvanglocatie komt een slagboom. Het COA is verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en veiligheid op het terrein van de opvanglocatie. Op de locatie is 24/7 een beveiliger aanwezig. Daarnaast is er een locatiemanager. Het terrein rond de flexwoningen wordt openbaar gebied. De gemeente is daarvoor verantwoordelijk. De gemeente maakt met Woonpartners afspraken over het beheer en onderhoud van de flexwoningen. Op het terrein van de flexwoningen komt een sociaal beheerder die toezicht houdt op de locatie van de flexwoningen.
8. Omwonenden hebben suggesties gedaan mbt verkeer, veiligheid, etc tijdens informatieavonden. Zijn deze suggesties overgenomen?
8. Alle suggesties en aandachtspunten met betrekking tot verkeer, veiligheid en groen zijn tijdens de inloopavonden verzameld. Vervolgens zijn deze beoordeeld door de interne vakspecialisten en het COA. De uitkomsten - wat is wel, niet of wellicht mogelijk, inclusief de onderbouwing - zijn per thema uitgewerkt in een overzichtelijk pdfdocument. Dit document is gedeeld met alle betrokkenen en met de gemeenteraad. De thematische terugkoppeling is ook openbaar beschikbaar via onze website: Terugkoppeling inbreng opvanglocatie en
flexwoningen | Gemeente Waddinxveen Tijdens het eerste bewonersoverleg op 4 september is specifiek aandacht besteed aan de verkeerssituatie bij de kruising van de IJsermanweg met de Van Dort Kroonweg. Bewoners hebben daar verzocht om de aanleg van een voet-/fietspad ter bevordering van de verkeersveiligheid. Het projectteam heeft toegezegd de situatie ter plaatse opnieuw te beoordelen en te onderzoeken welke aanvullende maatregelen mogelijk en wenselijk zijn. 9. We hebben voorbereidingskrediet ter beschikking gesteld. Waarom is er nu extra voorbereidingskrediet opgenomen bij de exploitatiedoorrekening? CDA
Raadsvoorstel: 1. Wanneer wordt de pachtovereenkomst met de agrariër getekend? De voorwaarde dat de helft voor 10 jaar naar statushouders gaat is financieel in het verloop niet verder uitgewerkt. Kunt u aanvullend inzicht geven? Als we niet aan die eis voldoen vervalt dan het aanbod?
9. Er is geen extra voorbereidingskrediet opgenomen in de doorrekening van de gebiedsexploitatie. Daar waar gesproken wordt over het voorbereidingskrediet, is dit het eerder toegekende voorbereidingskrediet. 1. De pachtovereenkomst verwachten we in oktober te kunnen sluiten met de agrariër. De gemeente en het COA zijn op dit moment bezig met het vastleggen van de exacte afspraken rondom de realisatie van de flexwoningen. Deze afspraken kunnen pas definitief worden gemaakt nadat de gemeenteraad hierover een besluit heeft genomen. Als de gemeente uiteindelijk niet aan de overeengekomen voorwaarden kan voldoen, bestaat de mogelijkheid dat het COA een boete oplegt. Deze gebiedsexploitatie heeft een looptijd van vijf jaar, de voorwaarde van het COA betekent dat na deze periode de flexwoningen elders nog eens vijf jaar geëxploiteerd moeten worden. Dat is geen onderdeel van deze gebiedsexploitatie. Het kan ook zijn dat de gemeenteraad besluit de duur van de opvanglocatie te verlengen, dan kunnen ook de flexwoningen blijven staan.
2. Voor hoe lang kan en mag de provincie akkoord gaan met het plaatsen van een AZC en flexwoningen op de locatie aan de IJsermanweg? Buiten stedelijk gebied dus?
2. De duur van de opvanglocatie en de flexwoningen op de locatie aan de IJsermanweg is afhankelijk van de duur van de tijdelijke afwijking van het omgevingsplan. Aan de tijdelijkheid zit een maximum van 15 jaar. Als de functies langer dan 15 jaar blijven staan, is geen sprake meer van tijdelijkheid. Een voortzetting van beide functies kan dan slechts d.m.v. de vaststelling van een nieuw omgevingsplan.
De gemeenteraad heeft een besluit genomen voor 5 jaar. Er is dus binnen 5 jaar een nieuw besluit van de gemeenteraad nodig om zowel de opvanglocatie als de flexwoningen te verlengen. De flexwoningen kunnen niet alleenstaand verlengd worden. De provincie staat de functie van flexwoningen buiten bestaand stedelijk gebied alleen toe gekoppeld aan een opvanglocatie. 3. Er zijn op dit moment geen geschikte locaties- behalve de IJserrmanweg voor de 48 flexwoningen.
3. Correct, er zijn geen geschikte locaties in eigendom van de gemeente binnen bestaand stedelijk gebied (een voorwaarde van de provincie wanneer flexwoningen worden geplaatst los van een opvanglocatie).
4. Is er een rapportage beschikbaar van het locatieonderzoek flexwoningen? Er dient tijdig gestart te worden met een onderzoek om te kijken of etc.
4. Zoals in het raadsvoorstel is aangegeven, is er op basis van het locatieonderzoek van het uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen gekeken naar beschikbare locaties in eigendom van de gemeente en binnen bestaand stedelijk gebied waar ruimte is voor voorzieningen. Op basis van dat onderzoek blijkt dat er geen locaties zijn, in eigendom van de gemeente, die op dit moment geschikt zijn voor dit aantal flexwoningen. Omdat de gemeente de flexwoningen in eigendom krijgt, zal er inderdaad tijdig gestart dienen te worden met een onderzoek om de flexwoningen na 5 jaar te verlengen op de huidige locatie of te verplaatsen naar een andere locatie. Er wordt voorgesteld om de motie flexwoningen in oktober 2028 af te ronden. Over ongeveer 3 jaar als de Omgevingsvisie verrijkt is met gebiedsuitwerkingen, is het voorstelbaar dat er nieuwe eisen vanuit het Rijk worden gesteld aan flexwoningen en de huisvesting van statushouders én is provinciaal beleid ten aanzien van het bouwen buiten bestaand stedelijk gebied wellicht veranderd.
5. Op welk moment is het wel mogelijk iets over mogelijke andere locaties te zeggen?
5. Zodra bovengenoemd onderzoek naar andere mogelijke locaties is afgerond kan hier meer over gezegd worden.
6. Om welke type flexwoningen gaat het? Bij 20 woningen waren dat 30 personen,1,5 per woning. Bij 48 is dat 1,75 per woning
6. Er zijn 24 appartementen voor 1 tot 2 personen en 24 appartementen voor 3 tot 4 personen (kleine gezinnen).
7. De gemeente heeft met de Woningpartners een intentie afgesproken om flexwoningen toe te voegen i.p.v. concrete afspraken. Wat zijn de
7. Woonpartners Midden-Holland is in een vroeg stadium benaderd door de gemeente Waddinxveen met de vraag of zij wilden
inhoudelijke argumenten voor deze keuze voor de formulering van de intentieafspraak??
8. Fin. Afhankelijkheden. Punt 4. Welke kosten kunnen niet worden doorgerekend aan Woonpartners?
8. Zie beantwoording in geheime bijlage.
9. De kosten voor het verwijderen/verplaatsen van de flexwoningen zijn niet opgenomen in de exploitatie en wel het verwijderen van de openbare ruimte? Wat zijn de redenen hiervoor?
9. Zie beantwoording in geheime bijlage.
Bijlage 2 1. Wat is de 5000m2 ruimte ‘te handhaven’ in tabel 1?
PvdA GL
VVD
bijdragen aan de flexwoningen voor spoedzoekers. De afspraken met Woonpartners worden na het raadsbesluit concreet gemaakt en er wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten.
1. Zie beantwoording in geheime bijlage.
2. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat geen zekerheid bestaat over alle subsidies. Kunt u het bedrag van €362k toelichten?
2. Zie beantwoording in geheime bijlage.
3. Wat is het verschil tussen nominaal en reëel?
3. Nominaal betreft de huidige waarde zonder inflatiecorrectie, bij reëel wordt deze inflatiecorrectie wel meegenomen.
4. Persleiding: waarom wordt die in 45 jaar afgeschreven en niet gekoppeld aan de duur van dit project? Zijn er gebruiksmogelijkheden na afronding?
4. Zie beantwoording in geheime bijlage.
1. Heel goed dat er meer flexwoningen komen. De opvanglocatie AZC is er vooralsnog voor 5 jaar. Het is toch geen bezwaar dat de flexwoningen er voor langere tijd staan? Of moet het raadsbesluit op dit punt aangepast worden?
1. Aangegeven wordt dat op 1 januari 2025 al bekend was dat het COA gratis flexwoningen ter beschikking kon stellen. Wanneer was het aantal bekend? Op pagina 3 van het RB lijkt dit ook januari te zijn.
De gemeenteraad heeft in juni 2024 een raadsbesluit genomen over de duur van de opvanglocatie en de flexwoningen van 5 jaar. Er is in dit raadsvoorstel geen besluitpunt opgenomen voor een langere looptijd van de opvanglocatie en de flexwoningen. Dit vraagt namelijk om een nieuw raadsbesluit voor beide locaties over 5 jaar. Dat komt omdat de provincie haar akkoord buiten bestaand stedelijk gebied voor de flexwoningen koppelt aan de combinatie met de opvanglocatie. Zonder opvanglocatie mogen de flexwoningen niet buiten bestaand stedelijk gebied blijven staan. 1. In januari 2025 heeft het COA de gemeente benaderd met de mogelijkheid tot overname van een aantal flexwoningen. Op dat moment waren de aantallen, randvoorwaarden en implicaties nog niet volledig uitgewerkt. De gemeente heeft daarom eerst met het COA en juridische afdeling intensief overleg gevoerd over de haalbaarheid en de voorwaarden van een eventuele overname.
Om zorgvuldigheid te waarborgen, zijn wij terughoudend geweest in het communiceren van concrete aantallen. Eerst moest het volledige plaatje in kaart worden gebracht, zodat een goed onderbouwd voorstel aan de gemeenteraad kon worden voorgelegd. Dat moment is inmiddels aangebroken. We hebben de raad in februari geïnformeerd over het voornemen om een voorstel te doen voor de uitbreiding van het aantal flexwoningen, zodat de raad op hoofdlijnen al op de hoogte was van de mogelijke ontwikkeling. 2. Waarom zijn deze aantallen niet eerder kenbaar gemaakt? 3. Als voorwaarde door het COA wordt gesteld dat de woningen voor de duur van 10 jaar beschikbaar moet zijn (24 stuks), hoe rijmt dit met de duur van 5 jaar voor het AZC op deze locatie?
2. Zie antwoord op vraag 1. 3. Het COA heeft aan de overname de voorwaarde gesteld dat de flexwoningen voor 10 jaar voor de helft beschikbaar moeten zijn voor de huisvesting van statushouders. Dat is de tegenprestatie die de gemeente levert voor de kosteloze overname. Op deze locatie heeft de gemeenteraad een besluit genomen om een opvanglocatie en flexwoningen met een looptijd van 5 jaar te plaatsen. Na 5 jaar moet de gemeenteraad een nieuw besluit nemen over de opvanglocatie en de flexwoningen op deze locatie. Bij niet verlengen dient er voor de flexwoningen een andere locatie gevonden te worden waar de flexwoningen voor de resterende 5 jaar weer voor de helft beschikbaar gesteld worden aan statushouders.
4. Hoe werkt het wanneer de flexwoningen verplaatst worden? Hoe lang zijn woningen dan niet bewoonbaar en betekent dit een x periode dat de woningen niet ingezet kunnen worden? Hoe lang?
4. Flexwoningen zijn ontwikkeld om relatief snel gedemonteerd en verplaatst te worden. Een periode van tussen de 4 en 12 weken is hierbij goed voor te stellen, maar dat is afhankelijk van de voorbereiding, de omstandigheden op dat moment en of er al een andere locatie beschikbaar is.
5. Gaat er een max verblijfsduur in de woningen gehanteerd worden voor huurders?
5. Voor de flexwoningen worden tijdelijke huurovereenkomsten gehanteerd met een looptijd van maximaal twee jaar.
6. Vanwege de vooralsnog gestelde duur van 5 jaar op de AZC locatie wordt al naar een andere locatie gezocht. Kan dit proces worden versneld waardoor woningen mogelijk direct voor 10 jaar op een plek kunnen komen niet zijnde de AZC locatie?
6. Zoals in het raadsvoorstel aangegeven is er momenteel geen geschikte locatie in eigendom van de gemeente binnen bestaand stedelijk gebied voor de plaatsing van flexwoningen, behalve de IJsermanweg. De koppeling met de opvanglocatie maakt dat de provincie toestemming geeft om de flexwoningen op deze locatie te plaatsen.
OR Sattaur
WeWa
1. Gebiedsexploitatie opvanglocatie en flexwoningen IJsermanweg Kunnen de flexwoningen losgemaakt en verplaatst worden?
1. Flexwoningen zijn ontwikkeld om relatief snel gedemonteerd en verplaatst te kunnen worden. Een periode van tussen de 4 en 12 weken is hierbij goed voor te stellen, maar dat is afhankelijk van de voorbereiding en omstandigheden op dat moment.
2. Hoeveel personen kunnen in een flexwoning wonen?
2. Er zijn 24 appartementen voor 1 tot 2 personen en 24 appartementen voor 3 tot 4 personen (kleine gezinnen).
3. Waar worden de flexwoningen tijdelijk opgeslagen?
3. De flexwoningen worden op dit moment tijdelijk opgeslagen in een geconditioneerde opslagfaciliteit bij de leverancier, zodat de kwaliteit en technische staat van de woningen behouden blijft tot het moment van plaatsing. Deze opslag bevindt zich in het oosten van het land.
1. Klopt het dat eerst is besproken dat de kosten voor gebiedsexploitatie niet voor rekening van gemeente Waddinxveen zouden komen?
1. Zie beantwoording in geheime bijlage.
2. Onder 1.1 in het raadsvoorstel staat beschreven dat voor de beoogde 20 flexwoningen 2 miljoen euro begroot was. Nu is er een aanbod gedaan door het coa om 48 flexwoningen kosteloos te ontvangen (mits de helft voor statushouders gereserveerd wordt). Betekent dit dat de gemeente de beoogde kosten van 2 miljoen niet meer hoeft te besteden? Zo ja, wat gebeurt er met dit budget van 2 miljoen euro?
2. Met dit raadsvoorstel wordt een voorstel voor investeringskrediet gedaan bij de gemeenteraad. In het investeringskrediet zijn de kosten voor het hele gebied meegenomen. Voorgesteld wordt deze kosten ten laste te laten komen van de reserve vluchtelingen en andere doelgroepen. Concreet betekent dit dat er € 2 mln minder aan de reserve onttrokken hoeft te worden.
3. Eerder is besloten dat de opvanglocatie er komt voor de duur van 5 jaar. Het COA stelt voor het mogen ontvangen van de 48 gratis woningen dat het om een duur van 10 jaar moet gaan. Wordt met dit raadsvoorstel ook een verlenging van de duur van 5 naar 10 jaar gevraagd? Zo ja, waarom staat is dit geen gevraagd besluit?
3. Het COA heeft aan de overname de voorwaarde gesteld dat de flexwoningen voor 10 jaar voor de helft beschikbaar moeten zijn voor de huisvesting van statushouders. Dat is de tegenprestatie die de gemeente levert voor de kosteloze overname. Op deze locatie heeft de gemeenteraad een besluit genomen om een opvanglocatie en flexwoningen met een looptijd van 5 jaar te plaatsen. Na 5 jaar moet de gemeenteraad een nieuw besluit nemen over de opvanglocatie en de flexwoningen op deze locatie.Bij niet verlengen dient er voor de flexwoningen een andere locatie gevonden te worden waar de flexwoningen voor de resterende 5 jaar weer voor de helft beschikbaar gesteld worden aan statushouders.
4. Onder 2.4 wordt aangegeven dat de woningen na 5 jaar verplaatst kunnen worden wanneer de duur van de opvanglocatie niet verlengd wordt om op deze wijze toch te voldoen aan de gestelde 10 jaar voor het ontvangen van de 48 flexwoningen. Wie is verantwoordelijk voor de
4. De gemeente wordt eigenaar van de flexwoningen en daarmee is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten voor de verplaatsing als dit aan de orde is.
(wellicht onnodige) kosten voor deze verplaatsing? 5. Pag. 4. 3.5 graag nadere specificaties van de kosten en de opbrengsten van de 2 varianten.
5. Zie beantwoording in geheime bijlage.
6. RV 1.2 Er is ook gekeken naar het verspreiden van de flexwoningen over meerdere locaties. De flexwoningen zijn vanwege de samenstelling niet eenvoudig op te splitsen. Er wordt gesproken over PM11 t-m 14 types, graag aangeven hoeveel en welk type woning er wordt geplaatst.
6. Er zijn 24 appartementen voor 1 tot 2 personen en 24 appartementen voor 3 tot 4 personen (kleine gezinnen).
7. Is de optie van 5 jaar 48 flexwoningen ter tafel gekomen?
7. Er ligt momenteel een voorstel bij de gemeenteraad voor de ophoging naar 48 flexwoningen met een looptijd van 5 jaar, conform het eerdere raadsbesluit van juni 2024.
8. Aangegeven wordt dat de Henegouwerweg af vat wegen buitenstedelijk gebied. Dat is de IJsermanweg ook Zijn er nog andere valide argumenten? Waarop is het gebaseerd dat het plaatsen van enkele flexwoningen op de Alberdingk Thijmlaan in strijd zou zijn met het belang van rust? Is dit het enige argument of zijn er nog andere redenen? Graag vernemen wij deze.
8. Zoals in het raadsvoorstel is aangegeven ligt de Henegouwerweg, net als de IJsermanweg inderdaad buiten stedelijk gebied (BSD). Maar op de IJsermanweg zorgt de komst van de opvanglocatie dat de provincie akkoord geeft op de flexwoningen.
9. RV 1.3 Aangegeven wordt dat mensen vanuit deze woningen kunnen doorzoeken naar permanente woning.. Huurders die gebruikmaken van een flexwoning hebben te maken met de huidige toewijzingsregels sociale huurwoningen. Ondervinden zij hier hinder van bij het verder zoeken/doorstromen naar een passende sociale huurwoning. Zo ja, hoe wordt dit opgelost? 10. Pag 5. 2.3 Als de opvanglocatie er niet komt, zijn de investeringen voor de flexwoningen dan verloren. Graag ontvangen wij een specificatie van de kosten die er tot nu toe t.b.v. de flexwoningen zijn gemaakt.
De locatie Alberdingk Thijmlaan is een locatie gelegen aan het Gouwebos en de begraafplaats. Het ligt niet direct in een woonomgeving. De combinatie van deze kenmerken maakt dat het niet voor de hand ligt om woningen te bouwen/plaatsen op deze locatie. Daarnaast is de Alberdingk Thijmlaan in het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen aangewezen als reservelocatie voor de scouting Sint Victor. 9. De flexwoningen zijn een tijdelijke oplossing voor spoedzoekers. Deze flexwoningen vormen een rustige en veilige omgeving waarin spoedzoekers zelfstandig op zoek kunnen naar een permanente woning. De spoedzoekers ondervinden geen voorof nadelen ten opzichte van andere woningzoekenden in Waddinxveen bij het zoeken naar permanente bewoning. 10. Op dit moment hebben er behoudens de grondverwerving nog geen investeringen plaatsgevonden omdat de raad de gebiedsexploitatie nog niet heeft vastgesteld. Als de opvanglocatie er niet komt zullen de gemaakte voorbereidingskosten 2025 conform het eerdere raadsbesluit ten
laste worden gebracht van de reserve opvang vluchtelingen. 11. Is er een verkeersveiligheidsanalyse uitgevoerd?
11. Er is een verkeersplan opgesteld waarvan verkeersveiligheid een onderdeel is. Dit plan wordt binnenkort definitief gemaakt en daarna ter informatie aan de raad gestuurd. Naar aanleiding van zorgen die gedeeld zijn in het bewonersoverleg over het ontbreken van een fiets- voetpad hebben wij afgesproken opnieuw de situatie ter plaatse beoordelen en te onderzoeken wat wenselijk en mogelijk is.
12.Wordt er voorzien in openbaar vervoer voorzieningen?
12. Er is een bushalte op +/- 500 meter van de opvanglocatie en flexwoningen. Het gaat om de bushalte aan de Sterrenlaan. Er zullen geen aanvullende openbaar vervoer voorzieningen worden aangelegd.
13. Welke maatregelen worden getroffen om de ontsluiting naar de IJsermanweg veiliger te maken voor fietsers en voetgangers?
13. Zowel de opvanglocatie als de flexwoningen krijgen een eigen ontsluiting aan de IJsermanweg. Het verkeersplan met maatregelen voor de IJsermanweg wordt definitief gemaakt en daarna ter informatie aan de raad gestuurd. Daar is verkeersveiligheid in meegenomen. Naar aanleiding van zorgen die gedeeld zijn in het bewonersoverleg over het ontbreken van een fiets- voetpad hebben wij afgesproken opnieuw de situatie ter plaatse beoordelen en te onderzoeken wat wenselijk en mogelijk is
14. Als de raad niet akkoord gaat met de 48 flexwoningen, komen de 20 er dan wel?
14. De gemeenteraad heeft in juni 2024 een besluit genomen voor de komst van een opvanglocatie en 20 flexwoningen (met plek voor 30 spoedzoekers). Als de gemeenteraad niet akkoord gaat met het voorliggende voorstel, blijft het eerdere raadsvoorstel voor 20 flexwoningen in stand. Echter zal de ontwikkeling van 20 flexwoningen meer tijd en meer kosten (zoals in de gebiedsexploitatie inzichtelijk is gemaakt) met zich mee brengen.
15. Is de RHA (Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen bekend en zo ja, wordt hier of is hier een aanvraag gedaan?
15. De RHA is bekend. Er wordt onderzocht of de flexwoningen voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden aan de subsidie.
16. Bijpraten omwonenden. Kunt u aangeven hoe dit proces wordt ingestoken?
16. Voor, tijdens en na de inloopavonden hebben we via onze reguliere communicatiekanalen inwoners opgeroepen zich aan te melden voor het bewonersoverleg. Bewoners konden zich vrijwillig aanmelden voor het bewonersoverleg. In totaal hebben 18 bewoners zich hiervoor aangemeld. We hebben een reeks geplande overlegmomenten vastgelegd tussen september 2025 en januari 2026. Hiervoor zijn alle aangemelde bewoners uitgenodigd (als er meer overlegmomenten nodig zijn, dan worden die opnieuw ingepland). Tijdens het bewonersoverleg bespreken we met elkaar de voortgang en denken bewoners mee over de verdere uitwerking van de opvanglocatie en de flexwoningen. Iedere avond heeft een thema en ook is er steeds voldoende ruimte voor vragen. Naast de burgemeester en wethouder en leden van het projectteam, is ook steeds iemand van het COA aanwezig. Naast het bewonersoverleg informeren we alle inwoners over de voortgang van de opvang van vluchtelingen en de flexwoningen via onze reguliere communicatiemiddelen en kanalen, zoals met persberichten, de digitale nieuwsbrief opvang vluchtelingen (meer dan 100 inwoners en het aantal stijgt nog steeds gestaag) en via de website. Inwoners attenderen we ook op de ‘Open AZC dag’ op 27 september om een bezoek te brengen aan een opvanglocatie in de buurt, zoals in Gouda.
Later in het traject organiseren we rond de opening van de opvanglocatie in Waddinxveen ook een open dag voor alle inwoners.
Agendapunt 7: Definitieve gebiedsvisie sportpark De Sniep
Partij: D66
Vraag (kort en bondig) 1. Op welke manier komt de versobering van het zwembad hierin terug?
Antwoord 1. In de gebiedsvisie is een locatie voor het zwembad ingetekend, deze locatie blijft ongewijzigd in de versoberingen. Met de aanstaande uitvoering van het ontwerp zal de invulling van de locatie verder blijken.
2. Op pagina 31 onder 3.2 staan in de opgave onder nummer 7 &8 opgaven rondom waterberging en watercompensatie. Waar komt dit vandaan en waarom komt dit nu in de opgaven? Wanneer en waar is dit eerder aan de orde geweest?
3. Pagina 49: Wat betekent 'veilige oversteek'? Hoe ziet dat eruit?
PCW
1. Is er een was-wordt tabel beschikbaar voor de gebiedsvisie 2024 en huidige visie 2025?
2. Hoeveel parkeerplaatsen zijn er aan Limaweg en Tomalaan?
3. Mogen we het verslag van participatie ontvangen? Wat is er opgehaald en wat wordt ermee gedaan?
4. Wanneer wordt locatie OBS De Gouwe te klein obv de leerlingprognoses?
2. De wateropgave binnen het gebied, de bouw van de sporthal De Gouwehal en de vervanging van natuurgrasvelden door kunstgrasvelden zijn de aanleiding geweest voor de aanleg van een waterberging tussen de nieuwe voetbalvelden. De waterberging kan bij een hoosbui een miljoen liter hemelwater opvangen, zodat de kunstgrasvelden bespeelbaar blijven. Het waterschap is erg positief over de waterberging, waarbij de mogelijkheden voor subsidie worden onderzocht. Daarnaast volgen er vervolggesprekken met het waterschap over de waterberging in de tijdelijke situatie waarin het huidige zwembad operationeel is en het nieuwe zwembad in aanbouw is. Deze gesprekken vinden plaats tijdens de uitwerking van een stedenbouwkundig plan. 3. Een veilige oversteek moet voldoen aan de kaders die daarvoor zijn gesteld in de landelijke richtlijnen. Het gewenste verkeersgedrag moet duidelijk blijken uit de inrichting en weggebruikers hebben heldere zichtlijnen. Hierdoor kunnen ze goed anticiperen op de situatie. De nadere uitwerking hiervan volgt in het stedenbouwkundig plan. 1. Ten opzichte van de eerdere voorgelegde ontwerp gebiedsvisie is het aantal parkeerplaatsen aangepast op basis van het parkeeronderzoek en zijn de uitkomsten van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen verwerkt.
Ten aanzien van het Uitvoeringsprogramma gaat het in de definitieve gebiedsvisie om de uitplaatsing van de hockeyvereniging, toevoegen van een multiveld, toevoegen van een urban sportspark, optie voor een schaatsbaan en padelhal, inpassen van een basisschool, opnemen van een ruimtereservering voor een nieuwe brandweerkazerne en het vervallen van de huidige skatebaan. 2. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de Limaweg en de Tomalaan een gezamenlijke parkeercapaciteit hebben van 250 parkeerplaatsen. 3. Het participatieverslag geeft een toelichting op het traject en de uitkomsten. Dit verslag is toegevoegd aan de bijlage, zie bijlage 1. 4. Op basis van het IHP en de jaarlijkse instroom van 1 groep verwachten we op in 2032 dat OBS De Gouwe volgroeid is tot een volwaardige leerlijn (circa 225 leerlingen). Tegelijkertijd hebben we
in het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk aangegeven rekening te houden (in de vorm van een ruimtelijke reservering) met de verdere groei van OBS De Gouwe in relatie tot perspectief 2050. 5. Hoeveel fietsen kunnen er op dit moment worden geparkeerd op het sportpark en hoeveel fietsen straks?
CDA
6. Klopt het dat in de tekeningen de ingang van de Gouwehal wordt verplaatst? En wat zijn daar de kosten van? Raadsvoorstel 1. Pagina 2:De uitfasering van het tankstation is duidelijk; Boonstoppel zal tankstation eveneens sluiten. Daarmee zijn er geen bemande tankstations meer in Waddinxveen. Voor verschillende inwonersgroepen is dat een probleem. Wordt verplaatsing overwogen?
2. Bijlage Pagina 25: Eerder werd de onjuiste locatie van de ‘tijdelijke dislocatie’ gemeld. Waarom niet aangepast?
3. Pagina 36: Tussen padelhal en school bevindt zich een ruimte die vergelijkbaar is met het ‘Hart’. Wat is de bestemming daarvan en kunt u dat intekenen? PvdA GL
Blz 32 1. Wat is de reden dat het evenemententerrein moet blijven binnen het sportpark? 2. Kan het tankstation eerder verhuizen dan het huidige contract van 9
5. Op dit moment zijn er 620 fietsparkeerplaatsen verspreid over het terrein. Er is nu een ruimtereservering voor 240 extra fietsparkeerplaatsen ingetekend in de gebiedsvisie ten opzichte van de huidige situatie, waarbij mogelijkheden voor verdere uitbreiding mogelijk zijn. In het stedenbouwkundig plan wordt dit definitief gemaakt. 6. Nee, de ingang van de Gouwehal wordt niet verplaatst. De huidige ingangen blijven onveranderd. 1. De gevolgen met betrekking tot het uitplaatsen van het tankstation binnen het sportpark De Sniep worden nader onderzocht, waarbij verplaatsing wordt overwogen. De gemeente heeft een contract met het tankstation. De juridische situatie met het tankstation is in kaart gebracht en laat zien dat er mogelijkheden zijn mb.t. de opzegtermijn om te verhuizen. Uit contact met het tankstation is gebleken dat er een jaar nodig is om uithuizing uit het sportpark goed te organiseren. Er is een inventariserend gesprek geweest met de eigenaar en vervolggesprekken worden op dit moment ingepland. Voor het tankstation Boonstoppel wordt gewerkt aan een concrete verhuizing. Voor dit onderwerp vinden gesprekken plaats met verschillende partijen. Nadere informatie over dit onderwerp volgt. 2. Op pagina 22 in de definitieve gebiedsvisie is de juiste locatie weergegeven, op pagina 24 en 25 per abuis niet. De aangepaste tekening is toegevoegd aan de bijlage, zie bijlage 2.
Dit heeft geen effect op de inhoud van de visie. 3. Voor zover mogelijk wordt hier een ruimtereservering opgenomen voor de uitbreiding van de maatschappelijke voorzieningen, ook in relatie tot het perspectief 2050. 1. Vanuit de gemeente is het wenselijk om locaties aan te wijzen waar incidenteel evenementen kunnen plaatsvinden. De locatie functioneert het overgrote deel van de tijd als parkeerplaats.
jaar? Met wie heeft het tankstation dit contract? Blz 56
2. Zie beantwoording CDA vraag 1.
3. Welke varianten zijn haalbaar met de aanleg van de voetbalvelden hoe deze op dit moment gelegd zijn? Algemeen
3. De variantenstudie in de bijlage van de gebiedsvisie is een studie voorafgaand aan het vastleggen van de locatie van de voetbalvelden.
4. In de visie staat een tegenstelling. Uitfaseren van functies die geen relatie hebben met het sportpak. In tegenstelling tot de brandweerkazerne die daar door u gewenst is. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar? Graag nader uileg. VVD
1. Wat zijn de consequenties wanneer verzocht wordt om rekening te houden met een 5e korfbalveld naast het bestaande korfbalcomplex en achter de uitbreiding van den Edel?
4. In het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen wordt geconcludeerd dat, ten behoeve van de veiligheid, het sportpark De Sniep de meest geschikte locatie is voor de brandweerkazerne. Voor een nadere toelichting zie Bijlage B van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen (raad april 2025). 1. Het is ruimtelijk gezien niet wenselijk om op de aangegeven locatie een vijfde korfbalveld te realiseren. Achter de uitbreiding van Den Edel is nu een langzaam verkeersroute voorzien, voor een verbinding met het Groene Hart. Daarnaast is hier ruimte gereserveerd voor MIVA-parkeerplaatsen en fietsparkeerplaatsen. Het multiveld (gecombineerd korfbal- en voetbalveld) in de gebiedsvisie biedt ruimte voor Korbis en ASW. Het realiseren van dit multiveld is op het gebied van kosten en ruimte meer efficiënt dan een apart korfbalveld en een apart voetbalveld.
2. Zijn er alternatieve denkbaar voor de inzet van de grond waar nu een multiveld gepland staat op locatie huidige hockey?
2. Ja, hier zijn alternatieven denkbaar.
3. Hoe wordt omgegaan met huurkosten wanneer er multivelden worden aangelegd? Worden kosten dan gedeeld tussen de betreffende sporten die gepland zijn op het multiveld?
3. De verrekening van de huurkosten is nog niet vastgelegd. In de huurovereenkomst wordt opgenomen dat hier met de gemeente nadere afspraken over gemaakt worden zodra dit aan de orde is.
4. Is de gestelde fasering in tijd nog steeds haalbaar met huidige inzichten?
4. Met het vaststellen van deze gebiedsvisie wordt een stip op de horizon gedefinieerd, waarbij sport, bewegen en ontmoeten in het gebied samenkomen. Deze vaststelling geeft richting aan de uitwerking van het gebied, en duidelijkheid voor de functies op het sportpark en de omwonenden van het sportpark. Het is een raamwerk voor toekomstige ontwikkelingen, het tijdspad wordt nader afgestemd op de financiële besluiten.
OR Sattaur
WeWa
5. Op pagina 32 punt 8 wordt aangegeven "verplaatsing misschien mogelijk". Hoe verhoudt zich deze uitspraak tot de geplande investeringen van Korbis in een nieuw Club gebouw?
5. Op pagina 32 is de Vaste Waarden kaart weergegeven, als onderdeel van de uitgangspunten voor het ontwerptraject. Aan het begin van het traject is hiermee gekeken naar de mogelijkheden en ruimte in het gebied. Op basis daarvan is de gebiedsvisie gemaakt. Hierin behoudt de huidige locatie van de korfbalvereniging haar plek.
6. Bij het IHP is meegegeven dat eerst gekeken moet worden naar het voortzetten van activiteiten van bassischool de Gouwe op de huidige locatie voordat de bouw van een nieuwe school wordt ingezet. Hoe is deze uitspraak meegenomen in de voorliggende gebiedsvisie?
6. Hierbij is uitgegaan van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen, waarbij is vastgesteld dat er in 2031 ruimte nodig is voor een volwaardige leerlijn in de vorm van nieuwbouw. De huidige locatie van OBS De Gouwe is de Kanaaldijk 7. Dit is de aanbouw van het oude gebouw van het Coenecoop College. Dit is een tijdelijke aanbouw uit 2011 met ook een tijdelijke vergunning. Een tijdelijk gebouw wordt normaliter gebruikt voor een periode tot maximaal 10 jaar. 1. Bij beantwoording van de vraag is uitgegaan van de ‘afzonderlijke functies’ zoals beschreven onder het kopje ‘Beoogd doel/resultaat’ in het raadsvoorstel. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de nog te ontwikkelen functies in het gebied zoals de basisschool.
1. Welke afzonderlijke functies bedoelt u?
2. Waar kunnen wij de uitkomsten van de onderzoeken vinden waarover u spreekt in de inleiding van het raadsvoorstel?
2. Het gaat hierbij om de onderzoeken naar de uitwerking van de moties. De uitkomsten hiervan zijn beschreven onder het kopje ‘Argumenten’.
3. Wat zal de functie zijn van de waterberging en waar zal deze geplaatst worden?
3. De waterberging is tussen de voetbalvelden aangelegd. Door het aanleggen van de waterberging wordt het water opgevangen onder het maaiveld en vertraagd opgenomen door de bodem om wateroverlast te voorkomen. De waterberging kan bij een hoosbui een miljoen liter hemelwater opvangen, zodat de kunstgrasvelden bespeelbaar blijven.
4. Is uithuizing van het tankstation besproken met de eigenaar? Wat is de reactie van de eigenaar? 1. Welke andere locaties in Waddinxveen zijn nader onderzocht voor plaatsing van de brandweerkazerne. Graag het antwoord zo specifiek mogelijk voor wat betreft aanrijtijden, locatie en adres en weging.
4. Zie beantwoording CDA vraag 1.
2. Visie, 28 Hoelang blijft Theo Thijssenschool gebruik van de tennishal. Waarom maakt het CC nu nog geen gebruik van de Gouwehal. Het lijkt of de nu voorliggende gebiedsvisie een paar maanden verouderd is. Waarom is dit niet aangepast naar de huidige situatie?
2. De analyse van de gebiedsvisie is uitgevoerd in 2024. Als gevolg van voortschrijdend inzicht heeft de actualiteit op enkele punten deze eerdere analyse ingehaald. In de gebiedsvisie gaan we uit van de actuele situatie d.d. mei 2025. Jaarlijks wordt er een nieuwe planning gemaakt voor het gebruik van de sportzalen, dit is niet van
1. Voor een nadere toelichting zie Bijlage B van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen (raad april 2025).
invloed op gebiedsvisie. 3. Wanneer komt er een nieuw clubgebouw voor Korbis?
3. De huidige locatie voor het clubgebouw blijft behouden. Het is aan de vereniging zelf om verbouw of nieuwbouw te plegen aan hun clubgebouw.
4. Wanneer wordt verwacht dat de uitfasering van het tankstation plaatsvindt? Komt het tankstation op een andere plaats weer terug? Zo ja, wat zijn de beoogde locaties hiervoor?
4. Zie beantwoording CDA vraag 1.
5. Klopt het dat voor verplaatsing van het zwembad naar de voorgestelde opties geen problemen zijn met netcongestie? Heeft dit te maken met de afstand van de verplaatsing of zijn er andere criteria?
5. Het klopt dat er met de voorgestelde locatie voor het zwembad een oplossing is voor de netcongestie. Dit heeft te maken met de locatie van het huidige en het nieuwe zwembad. De netbeheerder heeft aangegeven dat verzetting van de bestaande aansluiting van het huidige naar het nieuwe zwembad mogelijk is, omdat deze op hetzelfde perceel ligt. Daarbij wordt nog bekeken of het nieuwe zwembad hetzelfde huisnummer kan of moet krijgen om de omzetting mogelijk te maken.
6. Op dit moment wordt participatieniveau ‘samen weten’ gehanteerd. Binnen dit niveau wordt er geen input gevraagd aan de omgeving. Ze worden enkel geïnformeerd. Toch wordt er aangegeven dat er input opgehaald is. Is het juiste participatieniveau gehanteerd? En wordt in het vervolgtraject (de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan) het participatieniveau op de participatieladder verhoogd?
6. In het participatietraject is de omgeving geïnformeerd over de gebiedsvisie op het niveau van ‘samen weten’ volgens de participatieladder. Voor het vervolg in het stedenbouwkundig plan is input opgehaald bij de omgeving. Er wordt voor het stedenbouwkundig plan een nieuwe participatieaanpak opgesteld.
Agendapunt 8: Vaststellen Nota verevening sociale woningbouw
Partij: D66
Vraag (kort en bondig) 1. Waarom ligt de grens op van 3 naar 4 woningen en van 33 naar 34 woningen?
Antwoord Omdat de systematiek is gebaseerd op 30% sociale woningbouw en je hiermee op (afgerond) hele aantallen sociale woningen komt. Oftewel bij 3 woningen is dit 1 sociale woning en bij 33 woningen zijn dit 10 sociale woningen.
VVD
CDA
PvdA GL
PCW
1) Aan het vereveningsfonds is een doel verbonden: het realiseren van 30% sociale woningen in Waddinxveen. De nota beschrijft niet wat gebeurt er met het fonds als dit doel is bereikt. Kunt u daar inzicht in geven?
1) elk project dient 30% sociale woningbouw in zich te hebben. Het fonds vult zichzelf slechts indien er in een project minder dan 30% sociale woningbouw plaatsvindt en deze dus als afdracht aan het fonds wordt ‘afgekocht’. Hiermee ontstaat bij vulling van het fonds automatisch een verplichting om een tekort aan sociale woningbouw op te lossen. Als het doel 30% sociale woningbouw is behaald kan dit fonds helpend zijn om een daling van dat percentage te voorkomen.
2) Waarom moeten projecten met 0-3 woningen zonder verplichtingen tot de 30%-norm wel een bijdrage leveren aan het fonds?
2) Omdat er onder de 3 woningen geen hele woning kan worden gerealiseerd als sociale woning, maar de aantallen tot 3 wel zorgen voor een toevoeging van vrije sector woningen en daarmee geen toevoeging aan sociale woningbouw. Door een bijdrage te vragen kan op een andere locatie alsnog aanvullende sociale woningbouw plaatsvinden.
Raadsvoorstel: blz 2. 1. De tarieven zijn onvermeld. Wat zijn de tarieven? 2. Bijlage 2: kunnen de voorbeelden uitgewerkt krijgen? Bijlage 1 nota verevening fonds/Pagina 9 paragraaf 3.1 1. Bepaalt het college om hiervan af te wijken of de raad? Algemeen vereveningsfonds
1) Op pagina 6 zijn de tarieven weergegeven. 2) Dit zijn uitgewerkte voorbeelden. 1) Het college besluit dit
2. Hoe zorgen wij voor een evenwichtige spreiding van sociale huurwoningen Met dit fonds?
2) Spreiding van het woonprogramma wordt gestuurd middels de woonzorgvisie en middels planologie. Het fonds is slechts een financieel instrument.
3. Kunnen wij voorkomen dat Project ontwikkelaars zichzelf '' vrij kopen'' van de verplichting om huurwoningen te bouwen?
3) Uiteraard. Afkoop is geen recht, maar een keuze onder voorwaarden om toe te staan.
1. Er staat dat de gemeente oordeelt wanneer er op Wijkniveau minder sociale huurwoningen nodig zijn. Bij welke wijken is dit het geval?
1) Het vereveningsfonds is een financieel instrument, sturing op woningbouw vindt plaats via het woonbeleid.
2. In welke Wijken zouden er juist wel meer sociale huurwoningen nodig zijn?
2) Zie antwoord op vraag 1
3. Gemeente Waddinxveen draagt zorg voor gebied waar sociale huurwoningen in de toekomst gerealiseerd kunnen worden. Wanneer
3) Zie antwoord op vraag 1
en waar is dit bekend?
4. Wat is de reden om tot 33 woningen af te mogen wijken om sociale huurwoningen te bouwen?
4) Omdat onder dit aantal een percentage van 30% tot een dermate laag aantal sociale woningen resulteert dat dit minder realistisch is om af te dwingen.
De regeling verevening sociale woningbouw geldt met terugwerkende kracht vanaf 26 maart 2025 voor alle nieuwe initiatieven. De regeling geldt niet voor reeds gesloten anterieure overeenkomsten.
OR Sattaur
1.
Waarom geldt deze regeling niet voor reeds gesloten anterieure overeenkomsten?
2.
Met terugwerkende kracht geld voor welke initiatieven?
3.
Kunt u de tarieven benoemen?
4.
Wanneer vindt uiteindelijk de afrekening plaats, omdat er een groot financieel gat kan ontstaan in waarde tussen aankoop grond en de start van een bouwproject?
1. Wie mogen geld storten en opnemen? Kunnen dit ook inwoners zijn die los van de projecten staan? Mogen zij ten alle tijden geld opnemen?
1) Omdat hierin reeds alle afspraken bindend zijn vastgelegd en door beide partijen zijn ondertekend. In deze overeenkomsten was het vereveningsfonds niet meegenomen, omdat deze op het moment van tekenen nog niet bestond. 2) Elk initiatief dat na 26 maart is of wordt ingediend bij de gemeente. 3) Zie pagina 6 van het vereveningsfonds.
4) Het moment van afdracht zal in de anterieure overeenkomsten worden vastgelegd. Logischerwijs zal dit liggen tussen moment van tekenen van de overeenkomst en onherroepelijk worden van de functiewijziging die de realisatie van het project mogelijk maakt. 1) Het betreft een bestemmingsreserve van de gemeente. De gemeente beheert deze. Initiatieven die als gevolg van bovenmatige sociale woningbouw (dus meer dan 30%) aantoonbaar negatieve financiële consequenties hierdoor hebben kunnen een beroep doen op een bijdrage uit het vereveningsfonds. De gemeente beslist of een bijdrage alsdan plaatsvindt. Er is geen verplichting voor de gemeente om bij te dragen.
WeWa
2. Waar wordt dit fonds geregistreerd?
2) Het is een bestemmingsreserve die de gemeente in haar administratie vastlegt en verantwoord.
3. Hoe vindt de belastingafdracht plaats? Onder paragraaf 2.2 wordt in de laatste regel van de tabel aangegeven dat bij de bouw van 34 of meer woningen niet mag worden afgeweken van 30% sociale huurwoningen, maar dat er wel afgedragen moet worden aan het vereveningsfonds? Waarom is dit?
3) Het betreft een bestemmingsreserve. Als 30% sociale woningbouw in een project wordt gerealiseerd hoeft geen afdracht plaats te vinden. De tabel geeft aan dat boven de 33 woningen er in de basis een verplichting is tot uitvoer van de woonzorgvisie.De woonzorgvisie bevat afwijkingsmogelijkheden. Mocht mocht hiervan gebruik worden gemaakt dan is een bijdrage in het fonds verplicht.
Agendapunt 9: Strategische aankoop Stationsstraat 38/Kanaalstraat 10 te Waddinxveen
Partij: CDA
Vraag (kort en bondig) Raadsvoorstel blz 1: Hoe komt het dat de advocaat van de gemeente niet eerder heeft ontdekt dat op grond van jurisprudentie de juridische positie van de gemeente minder zeker was?
PvdA GL
Is het niet wenselijk een punt toe te voegen aan het raadsbesluit, namelijk te onderzoeken of het pand in bezit van gemeente moet blijven of verkocht moet worden. Aangezien op een bepaald moment is gebleken dat het college juridisch minder sterk stond en de rechtbank mogelijk een voor de gemeente negatieve beslissing zou nemen, is het de vraag welke lessen er zijn geleerd uit dit gebeuren. Kunt u dit aangeven?
WeWa
[pag. 2] Is er zicht op de termijn wanneer het onderzoek naar de omgang van het pand wordt gestart. Welke kosten zijn hiermee gemoeid? Worden deze kosten opgenomen in de 2e burap of in de begroting?
Antwoord Bij de voorbereiding van het verweerschrift voor de rechtbank is dieper in de inhoud van de dagvaarding gedoken. Dat is ook het moment dat alle stukken van de rechtbank bekend zijn en dat er dus integraal naar gekeken wordt. De verkoper heeft nog zes maanden het voortgezet gebruik. In die periode zal het college inventariseren welke mogelijkheden er zijn voor het pand en de raad daarover informeren of een voorstel voorleggen.Voor de inventarisatie is geen raadsbesluit nodig. . Het laatste deel van de vraag kan zowel technisch als politiek worden beschouwd. Deze beantwoording heeft betrekking op de organisatie en het proces. De bestuurlijke evaluatie wordt gezien als een politieke vraag. Het project Oude Postkantoor is gedurende de hele ontwikkeling juridisch ingewikkeld en intensief geweest, zowel privaatrechtelijk als bestuursrechtelijk, met verschillende partijen. Daar is veel aandacht aan gegeven en veel inzet in geweest en hebben veel gesprekken over plaats gevonden. Vroegtijdig is gesignaleerd dat deze inzet nodig was en naar onze mening is op dit punt gedaan wat nodig was. Ook in volgende gevallen zal deze lijn gevolgd worden. Zie hiervoor het eerste deel van het antwoord op de vragen van de fractie PvdA GL. Als aanvulling hierop: het onderzoek zoals bedoeld kan in de vorm van een quick scan worden uitgevoerd, waarbij de capaciteit hiervoor in de
bestaande formatie gevonden wordt.
Agendapunt 10: Rekenkameronderzoek Sturen op indicatoren
Partij: VVD
Vraag (kort en bondig) 1) Begin deze raadsperiode heeft een werkgroep indicatoren bepaald voor het ‘meten; van voortgang in beleidsdoelen. Heeft de rekenkamer het resultaat van de werkgroep betrokken bij haar onderzoek? Wat heeft ervan gevonden? Het onderzoek toont verbeterpunten aan voor alle regiogemeenten. Is samenwerking en/of kennisuitwisseling tot verbetering van de indicatoren mogelijk?
Antwoord 1. De rekenkamer gaat zelf over de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd. Ditzelfde geldt over haar mening over de resultaten van de toenmalige werkgroep. Beide vragen kunnen we niet beantwoorden.
2) In de bestuurlijke reactie geeft u aan, dat de gemeente een aantal aanbevelingen in de praktijk brengt. Zijn de lopende acties voldoende om de bevindingen van de Rekenkamer te verwerken? Zo nee, welke aanvullende acties gaat u ondernemen?
2. De lopende acties zijn niet voldoende om alle bevindingen te kunnen verwerken. Immers, het aanpassen van KPI’s en indicatoren vergt instemming en scherpe afkadering door de gemeenteraad. Dat is gezien de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen mogelijk een taak voor de nieuwe raad.
Agendapunt 11: Klachtenregeling gemeente Waddinxveen
Partij: D66
Vraag (kort en bondig) 1. Wie is gedurende de behandeling van de klacht het vaste aanspreekpunt van de klager?
Antwoord De klachtbehandelaar.
PCW
Artikel 1e: Ambtenaar wordt genoemd als bestuursorgaan. Dit dient o.i. gewijzigd te worden in 1 f. Ambtenaar: een persoon … etc.
Dat klopt. Dit passen we aan.
CDA
1. Welke functie heeft klachtencoördinator in zijn takenpakker? Is dat een manager of een vertrouwenspersoon of iemand anders?
1. De klachtencoördinator is een juridisch adviseur. De coördinator stuurt de klacht door naar de klachtbehandelaar, ondersteunt de klachtbehandelaar en bewaakt de voortgang.
2. Klachtbehandelaar is manager van het organisatieonderdeel waarop de klacht betrekking heeft. Wat is de reden om de klachtencoördinator geen grotere rol toe te bedelen (bv ontvangst, bevestiging, bewaking voortgang etc).
2. De klachtbehandelaar is een manager van een andere afdeling dan waaronder die ambtenaar valt. Hiervoor is gekozen om een onafhankelijke behandeling van de klacht te waarborgen. De klachtbehandelaar is het aanspreekpunt voor de klager. De klager heeft contact met de klachtbehandelaar en niet met de coördinator. De klachtencoördinator heeft enkel de regie over het proces.
Agendapunt 11: Machtigingsbesluit verstrekken informatie waar geheimhouding is opgelegd
Partij: D66
Vraag (kort en bondig) 1. Hoe vaak heeft het college 'last' ervan gehad dat dit niet geregeld was? 2. Op welke wijze kan de raad haar controlerende taak hierop uitvoeren?
CDA
Bijlage: kunnen Bij artikel 2 bullets vervangen door nummers, zodat laatste bullet daadwerkelijk verwijst naar 3?
Antwoord 1. Dit heeft zich één keer voorgedaan, vanaf de wetswijziging op 1 april 2023. 2. Er wordt niet bijgehouden met wie het college of de burgemeester de geheime informatie deelt, daarom is dat nu niet mogelijk. Dit wordt aangepast.