Beantwoording Technische vragen Commissie M + F 10 september 2024
Tekst van het document
Technische vragen Commissie M + F gemeente Waddinxveen – 10 september 2024
Agendapunten 7.: Indexaties subsidies 2025
Partij: PvdA/GroenLinks
PCW
Vraag (kort en bondig) In Waddinxveen zijn er organisaties die al decennialang een bijdrage leveren aan de Waddinxveense samenleving en subsidies ontvangen, personeel in dienst hebben en huurovereenkomsten hebben afgesloten. Hoe kan voorkomen worden dat deze instellingen eventueel vanwege subsidieplafonds hun activiteiten niet kunnen voortzetten.
7.1.Raadsvoorstel Indexatie subsidies 2025 In beslispunt 2 wordt aangegeven om vanaf 2025 de vaststelling van de indexaties te delegeren aan het college. Moet dat niet zijn vanaf 2026? Dit omdat in beslispunt 1 de raad over 2025 besluit. 7.2 Memo Subsidieplafonds 2025 1. Wat is er nieuw t.o.v. de huidige procedure? We werken nu ook al met plafonds en dat blijven we doen maken we op uit de beschrijving van het verdelingsproces.
Antwoord Voor iedere organisatie die een subsidie aanvraagt, geldt dat de situatie zich kan voordoen dat een organisatie minder of geen subsidie ontvangt. Het besluit daarover vindt plaats op basis van het geldende subsidiebeleid. Dat betekent onder andere dat wordt beoordeeld in welke mate de activiteiten van een organisatie bijdragen het realiseren van de beleidsdoelen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. In het geval dat het totaal van alle subsidieaanvragen het beschikbare subsidieplafond overschrijdt, wordt daarnaast ook beoordeeld welke organisaties en hun activiteiten de grootste meerwaarde heeft voor de gemeenschap. De indexatie van de beschikbare subsidiebudgetten voor jaar T wordt daaraan voorafgaand in het jaar T-1 bij de vaststelling van de begroting vastgesteld door de gemeenteraad. Om die reden wordt voorgesteld om vanaf 2025 de indexatie al te delegeren. 1. We blijven werken met subsidieplafonds. Deze plafonds bieden een juridische basis om subsidieaanvragen te kunnen weigeren zodra het beschikbare budget is uitgeput. Het proces rond de verdeling van deze plafonds is echter aangepast. Er wordt voortaan sterker gestuurd op de resultaten die we met de subsidie willen bereiken. Bij regelingen waar meerdere aanbieders actief zijn binnen een bepaalde activiteit, worden de aanvragen met elkaar vergeleken en gerangschikt.
De subsidie wordt vervolgens toegekend aan de aanvrager die het beste scoort binnen de betreffende activiteit.
2. We lezen dat er subsidies zijn die nog niet onder een subsidieregeling vallen. Gaat u die ook onder regelingen brengen?
2. Het college van burgemeester en wethouders heeft inmiddels de volgende subsidieregelingen vastgesteld:
CDA
7.1 Raadsvoorstel Indexatie subsidies 2025 1. Is er contact/overleg geweest met ontvangers van subsidie over de voorgenomen wijzigingen? Wat waren reacties? 2. Klopt het dat voor ontvangers van voornamelijk subsidie over lonende de voorgestelde indexatie minder gunstig uitpakt? (Loonvoet sector overheid is 5,3%, voor andere sectoren mogelijk hoger). Kunt u aangeven welke ontvangers dat betreft? Blz 1: Graag zien wij een financieel overzicht van wat er gebeurt als je de subsidies laat stijgen op basis van loon- en loongerelateerde kosten en op basis van het CP! cijfer van 4,2 % Blz 2 Memo: In het raadsvoorstel indexatie subsidies staat op blz 1 dat het beoogd doel van subsidies dat organisaties die afhankelijk zijn van subsidies hun diensten en projecten ononderbroken kunnen voortzetten. Hoe rijmt u dat met in de memo genoemde verdeling van subsidies boven het subsidieplafond?
Subsidieregeling Gezonde Leefstijl Waddinxveen 2025 Stimuleringsbijdrage Waddinxveen 2025 Subsidieregeling Ontmoetingsactiviteiten 2025 Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Opvang 2025 Voortaan moeten alle subsidies, behalve de buitenwettelijke subsidies, die worden toegekend onder een van deze regelingen vallen. Hiermee waarborgen we dat het subsidiebeleid consistent is en gericht op specifieke beleidsdoelen. 1. In de accounthoudersgesprekken wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het gewijzigde subsidiebeleid. Het is belangrijk dat alle betrokken partijen goed op de hoogte zijn van de nieuwe werkwijze en de bijbehorende verwachtingen. Tot op heden hebben wij geen reacties ontvangen en zijn de aanvragen voor 2025 ingediend. 2. Er zullen sectoren zijn waarbij de inflatiecorrectie (indexatie) hoger zal uitvallen dan de indexatie die wij voorstellen. Dit kan zich voordoen bij elk percentage dat wij vaststellen, afhankelijk van de specifieke omstandigheden binnen de sector. Het is op voorhand niet mogelijk een financieel overzicht te geven van wat er gebeurt als de subsidies stijgen op basis van loon- en loongerelateerde kosten. Daarvoor moeten eerst de subsidieaanvragen beoordeeld worden. Anders is er geen zicht op welk deel van de aanvraag loon- en loongerelateerde kosten zal betreffen en welk deel materiële kosten.
Het algemene financiële effect kan wel aangegeven worden: Het hanteren van de loon- en loongerelateerde kosten op basis van de CPI, zoals staat in het subsidiebeleid, zou betekenen dat subsidiepartijen minder indexatie krijgen dan wanneer de gehele subsidie geïndexeerd wordt met een gewogen percentage. Uit gesprekken met de subsidiepartijen is gebleken dat alleen de indexatie van loon- en loongerelateerde kosten niet toereikend is ten opzichte van de hoge inflatie. Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 1, heeft dit
vooral betrekking op organisaties die al subsidie ontvangen van de gemeente. Door de subsidies jaarlijks te indexeren, kunnen deze organisaties hun activiteiten voortzetten zonder dat zij te veel worden geraakt door prijsstijgingen en inflatie. Dit helpt hen om de kwaliteit en continuïteit van hun diensten te waarborgen binnen het vastgestelde subsidiebeleid.
Agendapunt 9.: Participatiebeleid en -verordening Partij: PvdA/GroenLinks
Vraag (kort en bondig) Het participatiebeleid wordt periodiek geëvalueerd. Is het niet wenselijk daar een datum voor vast te stellen?
D66
Op welke manier is er aandacht voor representativiteit bij online participatie?
WeWa
Bijlage 1 participatiebeleid, pag. 5 bij 2.3 laatste bullet. 1. Graag uitleg of toelichting over het verschil wanneer er wordt gekozen tussen punt 1 en 2 en wat het verschil is. 2. Er staat gemeente beslist, wordt dan de raad bedoeld?
PCW
1. Graag uitleg over de zin ‘Door te investeren in participatie organiseren we onze eigen onvrede’. Wat wordt er bedoeld? 2. In inleiding staat dat de koers grotendeels gelijk is gebleven aan de leidraad. Wat zijn de ‘grote’ wijzigingen? 3. Nav 2.2 de rode draad: Op welke manieren kunnen medewerkers helpen en hoe vindt daarover de communicatie plaats? Wat als ik niet digitaal vaardig ben, hoe kan ik dan mee participeren?
Antwoord Er is geen frequentie van evaluatie vastgelegd, omdat dit in de beginperiode vaker nodig zal zijn dan later. Het meest logische moment van de eerste evaluatie is in de zomer van 2026. Daarna kan evaluatie van 1x in de 4 jaar plaatsvinden. Dit verschilt per project en is afhankelijk van het doel van het participatietraject. Bij het ophalen van ideeën om een situatie in de openbare ruimte te verbeteren, is representativiteit niet belangrijk. Het gaat dan vooral om goede ideeën die de gemeente kan gebruiken. Als het gaat om een mening over iets (bijv. wel of geen kinderraad) is representativiteit wel belangrijk. We meten dan op geslacht, leeftijd en buurt. Stelregel is wel: hoe meer aandacht voor representativiteit, hoe duurder, langer en intensiever een participatietraject wordt. 1. Het verschil tussen ‘kennisnemen’ en ‘zwaar laten wegen’ is dat de gemeente bij de eerste de vrijheid heeft de uitkomsten naast zich neer te leggen, terwijl bij ‘zwaar laten wegen’ ze moet verantwoorden waarom ze toch een andere keuze maakt dan de voorkeur van de participanten. 2. Dat is afhankelijk van de vraag of het onderwerp een beslissingsbevoegdheid van het college of van de gemeenteraad is. 1. Door participatie komt vaak onvrede openbaar die verborgen was gebleven als de gemeente er niet naar gevraagd had.
Dat maakt dat participatie een onderwerp complexer kan maken in plaats van makkelijker. 2. De wijzigingen t.o.v. de Leidraad Samenlevingsparticipatie 2019-2022 zitten vooral in de uitwerking. Het leerproces van 2019 tot nu toe heeft als nieuwe elementen bijv. par. 2.3, 2.4, 3.2
4. Nav 3.4 op welke wijze publiceert de gemeente per kalenderjaar de initiatieven waarbij overheidsparticipatie is toegepast? 5. Verordening artikel 4 lid 2 e: worden ook de (extra) financiële effecten aangegeven in de vraagstelling?
CDA
1. RV: Participatiebeleid en verordening/Pag 2, 3e alinea: Participatie is voor iedereen toegankelijk en geen selectie of afvaardiging: hoe wordt voorkomen dat minst betrokkenen in de participatie de boventoon krijgen (boven rechtstreeks betrokkenen). 2. Pag.3, 2e alinea: Zij er voorbeelden van succesvolle toepassing Uitdaagrecht van andere gemeenten? Participatiebeleid 3. Pag. 3, inleiding: Wat wordt bedoeld met de passage "Want door te investeren in particpatie organiseren we onze eigen onvrede" ? 4. Pag.4, paragraaf 2.2: Online platform krijgt dominante plek. Graag nadere informatie over bekendheid, bereik, resultaten, etc. Voor grotere trajecten (bv Plasweg, AZC, etc.) is het ongeschikt gebleken. 5. Pag 8, paragraaf 4.2: Hoe zien de selectiecriteria er uit? Participatieverordening 6. Artikel 3, lid 2: Zijn er voorbeelden van succesvolle toepassing Uitdaagrecht van andere gemeenten? 7: blz 2, artikel 3-5 d: kunt u een voorbeeld geven van niet toepassen participatie bij d? 8: blz 2, artikel 3-7: graag een voorbeeld
en 3.3 opgeleverd. Om de kwaliteit van participatie te verbeteren leggen we nu vast wat we destijds nog vrijlieten. Hoofdstuk 4 is geheel nieuw. 3. Elk participatietraject is ook telefonisch of aan de balie van het gemeentehuis te doen. Medewerkers van de frontoffice zijn opgeleid om de participatievragen aan inwoners voor te leggen en in te vullen. In de uitnodigingsbrief wijzen we hier op. Er wordt echter zelden gebruik van gemaakt (zo’n 2-4 keer per jaar). 4. In de participatieverordening is vastgelegd dat de gemeente de initiatieven waarop overheidsparticipatie is toegepast moet publiceren. Op welke manier we dat doen (bijv. P&C-cyclus, een pagina op de website of Waddsup), werken we komende tijd uit. We kijken o.a. welke mogelijkheden Waddsup hiervoor biedt, omdat initiatieven hier ook ingediend worden. 5. Ja, dit valt onder de ‘financiële kaders’ bij artikel 4, lid 2e. 1. Door, als dat voor het project belangrijk is, de betrokkenheid uit te vragen in de vragenlijst. Een casus uit de praktijk: bij een herinrichting van een speeltuin kan de hele buurt meedenken over de speeltoestellen, maar wordt op het onderdeel ‘groen’ (struiken en bomen) de mening van inwoners die vanuit hun huis zicht hebben op de speeltuin weleens extra meegewogen. Dit vraag maatwerk per project. 2.
Ja, maar meestal alleen grote gemeenten als Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht die gespecialiseerde teams op Uitdaagrecht hebben. Bij kleinere gemeenten is de uitdaging veel groter. Zie voor enkele successen bij kleinere gemeenten: https://www.uitdaagrecht.nl/voorbeelden-van-uitdaagrecht. 3. Door participatie komt vaak onvrede openbaar die verborgen was gebleven als de gemeente er niet naar gevraagd had. Dat maakt dat participatie een onderwerp complexer kan maken in plaats van makkelijker. 4. Per 1 september 2024 hadden 3267 Waddinxveense inwoners een account op Waddsup. Uitgaande van 1 account per huishouden is 24% van de Waddinxveense huishoudens aangesloten op het online participatieplatform. Bij kleinere projecten versturen we een uitnodigingsbrief om mee te doen aan een project op Waddsup. Bij grotere ontwikkelingen communiceren we via huis-aan-huis-krant en social media. 2758 Waddinxveense inwoners met een account kunnen we bereiken vanuit het platform met een mailbericht. Zo’n 55% opent deze emails. Deelname aan het project is afhankelijk van het
9. blz 3, artikel 4-5 voorbeeld? 10: Artikel 4, lid 2 d Wat is een borgingsvraag?
onderwerp. Hoeveel participatietrajecten er jaarlijks uitgevoerd worden, is afhankelijk van het moment in de collegeperiode. Waddsup is voor elk traject geschikt. Het geeft altijd inzicht in het verloop van het participatietraject. Het biedt een veelheid aan participatiemogelijkheden. Onvrede bij trajecten als Plasweg en AZC heeft niets met de geschiktheid van Waddsup te maken, maar in het oneens zijn met het ingezette middel, het niet bereiken van de doelgroepen met communicatie of onvrede over het onderwerp zelf. 5. In paragraaf 4.2 is geen sprake van selectie in de zin van dat er selectiecriteria zijn waar iemand aan moet voldoen. Het gaat veel meer om onze selectie waar wij jongeren kunnen vinden. Bijvoorbeeld via Epic Youth, Gro Up, basisscholen en het Coenecoop College. 6. Ja, maar meestal alleen grote gemeenten als Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht die gespecialiseerde teams op Uitdaagrecht hebben. Bij kleinere gemeenten is de uitdaging veel groter. Zie voor enkele successen bij kleinere gemeenten: https://www.uitdaagrecht.nl/voorbeelden-van-uitdaagrecht. 7. Hoewel in de recente Waddinxveense participatiegeschiedenis niet voorgekomen, moet gedacht worden in de richting van een gevaar voor de gezondheid of omgeving dat zo spoedig mogelijk opgelost moet worden.
Die oplossing raakt ingezetenen en belanghebbenden in aanzienlijke mate doordat hun leefomgeving verandert, maar het zo snel mogelijk oplossen van het gevaar is belangrijker. 8. Op dit moment heeft Waddinxveen geen vormen van participatie geregeld in andere verordeningen, regelgeving of procedures. Artikel 3, lid 7 biedt de mogelijkheid om op een bepaald onderwerp meer specifieke participatieregels af te spreken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gaan over het onderwerp bomen of de locatie van een AZC, wanneer de Participatieverordening alleen daarvoor niet zou voldoen. Op dit moment is daar geen sprake van. 9. Op dit moment heeft Waddinxveen geen nadere participatieregelingen getroffen voor specifieke beleidsterreinen. Artikel 4, lid 5 biedt de mogelijkheid om op een bepaald beleidsterrein meer specifieke participatieregels af te spreken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gaan over onderwerpen binnen het beleidsterrein Sociaal domein of Maatschappelijke voorzieningen kunnen gaan, wanneer de Participatieverordening alleen
VVD
1) Uit de bijgevoegde bijlage Participatie bij aanvraag omgevingsvergunning blijkt ons inziens, dat het participatiebeleid ook betrekking heeft op RO-procedures. is deze aanname juist? 2) De tabel in deze handleiding beschrijft intensieve participatie voor bij grote ingrijpende ontwikkelingen. Vindt deze intensieve participatie niet ruim voorde aanvraag van de omgevingsvergunning plaats? Dient een ontwikkelaar of de gemeente niet in een veel vroeger stadium een participatieplan te maken en de participatie uit te voeren? Waarom is dit niet beschreven in het beleid c.q. in deze handleiding? 3) Hoe verloopt de participatie bij ontwikkelingen, die worden geïnitieerd door een ontwikkelaar? Onder welke van de 3 hoofdvormen (overheids-, inwoners-, jongerenparticipatie)? Waarom staat in het participatiebeleid niets over deze veelvoorkomende situatie? 4) Bij het uitdaagrecht wordt de uitvoering van een gemeentelijke taak overgenomen, onder voorwaarden, door een burgerpartij. Als dat goed gaat, is dat een ontlasting van de gemeentelijke instellingen. Echter, de eindverantwoordelijkheid staat niet duidelijk vermeldt. Wat gebeurt er en wie is verantwoordelijk indien de taak niet goed wordt verricht of als er (ernstige) financiële consequenties zijn?
daarvoor niet zou voldoen. Op dit moment is daar geen sprake van. 10. De borgingsvraag gaat over ‘wat leggen we vast?’ Op die manier wordt de uitwerking van beleid of projecten gegarandeerd. 1. Ja. 2. Alle participatie zoals beschreven in deze handleiding vindt voor het aanvragen van een omgevingsvergunning plaats. Het klopt dat een intensief traject meer tijd kost, voordat een omgevingsvergunning aangevraagd kan worden. Dat dit ‘in een veel vroeger stadium moet’ is niet zondermeer waar. Participatie is, conform raadsbesluit, alleen verplicht bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die niet overeenkomt met de Omgevingsvisie, andere door de gemeenteraad vastgestelde kaders of als het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad oordeelt dat het plan politiek en/of maatschappelijk gevoelig is. In alle andere gevallen is participatie geadviseerd, maar niet verplicht. 3. Dat hangt af van de situatie. Werkt een ontwikkelaar in opdracht van de gemeente, dan geldt inwonersparticipatie. Is er sprake van de bij antwoord 2 genoemde situaties van verplichte participatie, dan geldt de handleiding Participatie bij aanvraag Omgevingsvergunning. Van overheidsparticipatie is pas sprake als de ontwikkelaar de gemeente nodig heeft. In alle andere gevallen is de ontwikkelaar vrij om wel of geen participatie toe te passen. 4.
Dit is onderdeel van artikel 13, lid 3 en 4. Wanneer niet aan de volwaarden of afspraken over proces, resultaat, budget en looptijd voldaan wordt, kan het bestuursorgaan de overeenkomst beëindigen. Dit wordt vastgelegd in de genoemde overeenkomst. Het betekent dus dat er controle nodig is of de overeenkomst wordt uitgevoerd zoals afgesproken.
Agendapunt 10.: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften Waddinxveen Partij: PvdA/GroenLinks
Vraag (kort en bondig) Is er ook overwogen om naast de ambtelijk secretaris in ieder geval ook een onafhankelijk lid van de commissie te betrekken bij het ‘horen’ en
Antwoord Nee. De bedoeling is om laagdrempelige (informele) zittingen te houden. Als we daar een onafhankelijk lid bij betrekken, moeten
zodoende meer waarborgen te hebben dat “de slager niet zijn eigen vlees keurt”? Wat zijn de nadelen om dit via de ambtelijk secretaris te laten lopen? Blijft met deze aanpassing de procedure openbaar te bezoeken?
D66
1)Hoeveel bezwaarschriften zijn er afgelopen jaar ingediend? 2)Hoeveel zouden er in aanmerking komen in deze procedure?
WeWa
Heeft de secretaris van de bezwaarcommissie nog een andere functie of is dit een fulltime aanstelling? Indien er andere functie is, wat is deze?
CDA
Raadsvoorstel Bezwaarschriften 1. Pag 2, 1e alinea: Verduidelijkingsvraag: Kan de indiener van het bezwaarschrift bij het informeel contact aangeven voorkeur te hebben voor behandeling in de commissie in plaats van ambtelijk? 2. Raadsvoorstel verordening voor bezwaarschriften blz 2 kanttekeningen zo mogen de ambtenaren die betrokken waren bij het ambtelijk besluit….hoe wordt geborgd dat er toch geen onderlinge ambtelijke beïnvloeding is? 3. 1. Verordening Artikel 3 Premediation: staat dat gelijk aan informeel afhandelen?
de zittingen in de avonduren plaatsvinden en zijn we afhankelijk van de beschikbaarheid van het externe lid. We zijn dan meer tijd kwijt aan planning en organisatie. Dit is een nieuw proces, waarbij de ambtelijk secretaris in het begin tijd moet investeren om het proces goed te implementeren. Ja, met uitzondering van de gesloten zittingen. Hierin verandert niets. 1. Vorig jaar 79, dit jaar 121 tot nu toe. 2. Het hangt van diverse factoren af, hoeveel bezwaren daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen. Een exact aantal is niet te geven. We willen komend jaar ongeveer 30 bezwaren ambtelijk afhandelen. Dit kunnen er de daaropvolgende jaren meer worden, omdat meer ervaring wordt opgedaan met het ambtelijk horen. Er is één fulltime secretaris en twee part-time secretarissen. Deze laatste twee secretarissen zijn ook juridisch adviseur. Daarnaast is een juridisch adviseur aangewezen als secretaris, die als achtervang functioneert. 1. Voorkeur opgeven mag, besluitvorming ligt bij secretaris. 2. Ambtenaren die betrokken zijn bij de voorbereiding van het primaire besluit, handelen niet het bezwaarschrift af. Zij laten dit door een andere secretaris afhandelen. Zie ook de beantwoording van vraag 2 van de VVD. 3. Ja.
VVD
1) Bij de procedure, waarin een bezwaarmaker ambtelijk wordt gehoord kunnen de secretaris en het uitvoeringsorgaan besluiten om het bezwaar alsnog naar de Bezwaarschriftencommissie te brengen. Geldt dit ook voor de bezwaarmaker? 2) De horende secretaris van de Bezwaarschriftencommissie dient een onafhankelijke positie in te nemen. Een van de vereisten is daarvoor, dat de secretaris niet betrokken is geweest bij het besluit waarover het bezwaar is ingediend. Op welke wijze kan de onafhankelijkheid worden gegarandeerd?
1. Dit geldt niet voor bezwaarmaker. Voor het ambtelijk horen komen bezwaren in aanmerking, die aan een aantal factoren moeten voldoen. De secretaris kan hier het beste een inschatting van maken. 2. De secretarissen zijn niet betrokken bij de primaire besluitvorming. Zij hebben de eed/belofte afgelegd om integer te werken. Indien de secretaris toch op een manier betrokken is bij de voorbereiding, pakt de secretaris de zaak niet op en laat de zaak door een andere secretaris afhandelen. De Awb biedt ook waarborgen om het ambtelijk horen onafhankelijk te laten plaatsvinden.
Agendapunt 11.: Toestemming aangaan GR Jeugd en WMO Midden-Holland Partij: PvdA/GroenLinks
Vraag (kort en bondig) Belangrijk is dat de invloed van de gemeenteraad groot blijft bij deze nieuwe bestuurlijke constructie. Kunt u specifiek aangeven welke mogelijkheden de raad heeft om invloed uit te oefenen? Wat zijn de vooren nadelen van een Raadsadviescommissie?
OP Sattaur
Kanttekening 1 Wat betekent dit in de praktijk? Gemeenschappelijke Regeling Zal het Algemeen Bestuur bestaan uit twee collegeleden van ieder deelnemende gemeente? Zou het ook iemand kunnen zijn die niet deel is van het college? Dient het plaatsvervangend lid ook een collegelid te zijn? Worden raadsleden geïnformeerd over de inhoud, uitgewisselde informatie en genomen besluiten van besloten vergaderingen met de bijbehorende stukken? Wat is de reden dat gekozen is voor een evaluatie om de vier jaar? Waarom is geen andere periode gekozen?
Antwoord De gemeenteraad kan een zienswijze uitbrengen op de kadernota (artikel 29). Dit is nog bovenop de zienswijze van de ontwerpbegroting. Op deze manier is de gemeenteraad in een zeer vroeg stadium betrokken. Naast de wettelijk verplichte zienswijzen kan het DB aanvullende zienswijzen vragen (artikel 11) De raad ontvangt 2 rapportages (artikel 35) Ook zijn rekenkamer, enquêterecht en de mogelijkheid van de raadsadviescommissie uitgewerkt. Voor de voor- en nadelen van een raadsadviescommissie wordt verwezen naar de bijlage. 1. De wijziging van een samenwerkingsovereenkomst naar een gemeenschappelijke regeling betekent dat er een zelfstandige organisatie ontstaat die werkt conform de Wet gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). 2. Ja, 2 collegeleden. In artikel 7 is vastgelegd dan alleen collegeleden lid zijn van het Algemeen bestuur 3. Ja, zie ook artikel 7 4. Daar zijn mogelijkheden voor als dit gewenst of nodig is. 5. Gekozen is voor een periode van 4 jaar zodat dit met enige regelmaat gebeurt maar niet zodanig vaak dat dit het werk van de GR onzeker maakt of onnodig veel tijd en geld kost. Het bestuur is vrij om vaker te evalueren.