Beantwoording Aanvullende technische vragen gezamenlijke commissie M+F en R+I 8 april
Tekst van het document
Aanvullende technische vragen gezamenlijke commissie M+F en R+I 8 april a.s Agendapunt 4.2. het omgevingsprogramma duurzame leefomgeving PCW
4. Wat is de rol van de gemeente als het gaat om het realiseren en concretiseren van de ambities in relatie tot andere stakeholders (inwoners, vastgoedeigenaren, grondeigenaren, netbeheerders, sportverenigingen, etc.)? Met name de ambities die niet direct te koppelen zijn aan nieuwe projecten maar betrekking hebben op de bestaande leefomgeving? Bijvoorbeeld: blz 67 geeft in ontwerpprincipes 2 en 3 uitgangspunten aan mbt hoeveelheid laadvoorzieningen bij projecten. Er wordt echter niets aangegeven mbt ordening van laadvoorzieningen in de bestaande openbare ruimte. De vraag is dan bij dit voorbeeld maar ook in het algemeen bij dit programma hoe de gemeente gaat zorgdragen voor het juiste aantal voorzieningen op de juiste plaats.
Een Omgevingsprogramma is in de eerste plaats zelfbindend voor de gemeente en in juridische zin niet dwingend richting stakeholders. De rol van de gemeente richting stakeholders is informeren, stimuleren, overtuigen en wel/ geen medewerking verlenen aan plannen als er een Omgevingsvergunning nodig is voor een activiteit. Als ruimtelijke plannen van stakeholders niet in lijn zijn met het Omgevingsprogramma wordt geprobeerd om in overleg of door onderhandeling de plannen wel in lijn te brengen met de principes uit het Omgevingsprogramma. Omdat het Omgevingsprogramma in lijn is met de Omgevingsvisie is er wel voldoende basis om hierin een stevige positie in te nemen. De principes uit het omgevingsprogramma zullen bij nieuwe ontwikkelingen worden meegegeven als het kader waarbinnen een ontwerp gemaakt moet worden. Ingrijpen in de bestaande situatie kan op het moment dat er een gebiedsreconstructie plaatsvindt. Laadinfra is zo’n specifiek en uitgebreid onderwerp dat hiervoor een aanvullend beleidsdocument zal worden opgesteld. Hiermee wordt gestart in 2025. De doorlooptijd is nog niet bekend. De ordening van laadpalen is geregeld in de LIOR.
N.a.v. het antwoord op vraag 4 van de PCW. In dit antwoord staat “Laadinfra is zo’n specifiek en uitgebreid onderwerp dat hiervoor een aanvullend beleidsdocument zal worden opgesteld.” Aanvullende vraag: voor welke andere specifieke onderwerpen zal er nog aanvullend beleid worden opgesteld?
Antwoord: Er zijn geen andere onderwerpen vanuit het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving waar aanvullend beleid voor wordt
opgesteld. We werken nog wel aan het integraal beheerplan openbare ruimte (ibor) en het speelruimteplan. Deze plannen hebben een relatie met het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving. Verder gaan we starten met het opstellen van het Omgevingsplan waarin regels worden opgenomen. Hierin zullen o.a. enkele onderwerpen uit het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving terugkomen.
Agendapunt 7: Integraal Huisvestingsplan (IHP): D66 • P. 9 van het IHP zegt “Ook wordt de mogelijkheid onderzocht om een Brede Schoolaanpak te faciliteren. Wanneer wordt dit voorzien? En is dit op tijd klaar om mee te nemen in de bestaande plannen?
• P9. Dat proces loopt via de LEA. Afstemming tussen de LEA en het IHP vindt plaats.
• Het nieuwe totaal aantal kindplaatsen op kinderopvanglocaties wordt 1305, verdeeld over 17 locaties. Voldoet dit ook aan de vraag die er is? En hoe zal dat zijn als de aangekondigde Heggewinde en Plasweg ook worden toegevoegd?
• Op basis van de berekening is er bij een belangstellingspercentage van 54% voldoende aanbod voor kinderopvang (dit is al inclusief de nog op te leveren kindplaatsen Parklaan en Park Vredenburgh). Bij een percentage van 64% is er nog wel een tekort in de huidige situatie á 75 kindplaatsen. Op de Plasweg is een uitbreiding van 78 kindplaatsen voorzien, daarmee zou dan ook tegemoet worden gekomen aan de behoefte bij het 64%-scenario. Wat betreft de Heggewinde is nog niet duidelijk om hoeveel kindplaatsen het gaat, omdat dit project nog niet zover gevorderd is. De uitbreidingen aan de Plasweg en Heggewinde voor kinderopvang zijn nog niet meegenomen in de cijfers in het IHP. Voor buitenschoolse opvang is in de huidige situatie geen tekort (uitgaande van een belangstellingspercentage van 29%). Bij een
belangstellingspercentage van 39% is er wel een tekort. De gemeente Waddinxveen streeft naar dubbelgebruik van lokalen voor het onderwijs voor BSO. Met de uitbreiding van de onderwijscapaciteit wordt dus ook meer capaciteit voor BSO gerealiseerd.
- Is het in de bouwplannen van de Theo Thijssen nog steeds mogelijk om 8 extra lokalen te realiseren in plaats van 4?
• In mei/juni komt het Bestemmingsplan voor de Theo Thijssen in de raad. In het bestemmingsplan bestaat de mogelijkheid tot 4 lokalen. Dit is reeds door de wethouder naar de gemeenteraad gecommuniceerd.
1a. Het college zegt dat de aanpak voor de Brede School wordt aangepakt doordat de LEA en het IHP aan elkaar worden gekoppeld. Wij hebben altijd begrepen dat een Brede School-aanpak extra vierkante meters vraagt. Op welke manier kan de Brede School-Aanpak extra ruimte krijgen in de bouwplannen die gaan volgen na het IHP? 1b. Antwoord: Het IHP is het beleidskader voor de komende termijn en geeft een beeld voor de lange termijn aan wat betreft onderwijshuisvesting en kinderopvang. In de volgende fases zal een programmaplan opgesteld worden inclusief haalbaarheidsonderzoeken. Hierin wordt elk project op meer detailniveau gedefinieerd. De Brede School-Aanpak zou hier mogelijk ruimte kunnen krijgen. 2a. In de antwoorden op een van onze vragen over kinderopvang wordt aangegeven "Op basis van de berekening is er bij een belangstellingspercentage van 54% voldoende aanbod voor kinderopvang". Wat zegt het getal van 54%? Betekent het dat iets meer dan de helft van de Waddinxveense kinderen naar de kinderopvang gaat? Of dat dat percentage wordt gehonoreerd? Of wordt aangevraagd? En hoe verhoudt zich dat tot het huidige percentage? 2b. Antwoord: Voor zowel KDV als BSO is een analyse uitgevoerd op basis van het landelijke gemiddelde belangstellingspercentage (54% voor kdv) en een analyse van +10% bovenop de landelijk gemiddelde belangstelling.
Uit gesprekken met de kinderopvangorganisaties die werkzaam zijn binnen Waddinxveen blijkt voor deze gemeente een bovengemiddelde belangstelling. Voor KDV is daarom een belangstellingspercentage van 54% & 64% (+10%) geanalyseerd.
3a. Uit de antwoorden op de technische vragen blijkt dat er bij de Theo Thijssen maar 4 lokalen mogelijk, terwijl ze tekorten hebben. Hoe zorgt het college ervoor dat de Kerkstraat zo snel mogelijk uit gebruik kan worden genomen? 3b. Antwoord: In het IHP kijken we, gezamenlijk met de schoolbesturen, voor Waddinxveen-breed naar het capaciteitsvraagstuk (de behoefte in vierkante meters) en hoe/waar/wanneer deze benodigde vierkante meters landen. De tekorten in vierkante meters van de Theo Thijssen, ook na realisatie van de 4 lokalen, wordt niet op 1 plek opgevangen maar breed in Waddinxveen. Denk hierbij aan de nieuwbouw van cbs TOV, de extra vierkante meters die de Dick Bruna hierdoor in gebruik kan nemen, de uitbreiding van KC de Kas, de nieuwbouw voor OBS de Gouwe en de nieuwbouw in de Noordkade. PCW
Raadsmemo Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke voorzieningen 8. Zijn er alternatieve locaties voor OBS De Gouwe onderzocht?
8. Ja
Op onze ‘te gesloten’ vraag 8: Zijn er alternatieve locaties voor OBS De Gouwe onderzocht? was het antwoord: ja. Vervolgvraag: Zo ja, welke alternatieve locaties zijn onderzocht en waarom zijn deze afgevallen? Vervolgvraag antwoord: Voor permanente huisvesting is verdiepend gekeken naar 3 locaties: Het oude schoolgebouw aan De Wingerd, inpassing op De Dreef of op Sportpark De Sniep. De Wingerd Tegen: - De groeimogelijkheden op lange termijn op deze locatie zijn beperkt (ook i.r.t. tot verder groei op basis van Perspectief 2050). - Het heeft niet de steun van Stichting Klasse. De locatie is erg ver vanaf de huidige tijdelijk huisvesting (ouders schrijven hun kinderen niet in met de gedachte dat ze daarna 2km naar het noorden verplaatsen). - Zonder inpassing van de school kan deze locatie op termijn worden ingezet voor andere functies.
-
Inpassing op De Sniep kent meer voordelen.
De Dreef Tegen: - Negatieve impact op het vastgestelde woningbouwprogramma of de ruimte voor andere voorzieningen die meer zwaarwegende argumenten hebben om op deze locatie te worden gehuisvest. - Spreiding i.r.t. Theo Thijssen en Dick Bruna is slecht. - Inpassing op De Sniep kent meer voordelen.
Agendapunt 9: Vaststelling bestemmingsplan Henegouwerweg 119a/b, 120 PvdA GL
Vraag: De initiatiefnemer heeft zelf een weidevogeltelling gedaan. Is het niet veel objectiever dat een neutrale instantie die telling doet? Vraag: Is op deze locatie de afgelopen jaren vogelgriep vastgesteld? Zo ja, was er dan mogelijk een relatie met de weidevogels in de directe omgeving? Intensieve veehouderij heeft veelal een slechte naam voor wat betreft dierenwelzijn. Vraag: Volgens het ODMH blijft het aantal dieren gelijk. Het gaat hier dus om 105.800 dieren op 2430m2? Dus om 43 dieren per m2? Vraag: Gaat het hier ook om eieren die uitgebroed worden? Vraag: Zo ja, wordt bij de eieren gebruik gemaakt van de nieuwe technologie om al een onderscheid te maken tussen kippen en hanen? Vraag: Zo niet, hoe wordt er dan omgegaan met de hanen, die overbodig zijn? U schrijft: Als op de termijn de welzijnseisen verhoogd worden (door het aantal kuikens per
De weidevogeltelling is niet door initiatiefnemer zelf uitgevoerd. De telling is door het agrarisch collectief Rijn & Gouwe Wiericke uitgevoerd. - In 2022 was er vogelgriep vastgesteld op het bedrijf. Of de vogelgriep in 2022 op het bedrijf door wilde watervogels kwam is onbekend. - De 105.800 kippen worden gehouden in stallen die nu samen 5.888m² groot zijn, dat zijn 18 kippen per m². Na realisatie van de nieuwe stal ontstaat er een totale staloppervlakte van 6.890m² en dat zijn 15 kippen per m². - Er worden geen eieren uitgebroed. - n.v.t; zie antwoord op de vraag hiervoor. - Hanen zijn niet overbodig in de vleeskuikenhouderij. In een stal met vleeskuikens zijn altijd zowel hanen als hennen aanwezig. - Het is mogelijk dat op termijn de zolder ook zal (moeten) worden gebruikt voor het houden van kuikens. Dit zal enige tijd van tevoren al te voorzien zijn. Met stabiele neveninkomsten wordt hier verwezen naar een vast inkomen dat wordt gegenereerd uit het verhuren van opslagruimte. Voor deze verhuur wordt een contract opgesteld met de huurder. De initiatiefnemer kan dan op basis van de duur van dit contract en de prijs die wordt
m2 verder te verlagen), dan kan deze zolder eenvoudig worden ingezet om ook kuikens te houden, zonder dat de totale pluimveestapel toeneemt. Tevens schrijft u: Door te voorzien in opslagruimte, wordt een stabiele neveninkomst gecreëerd en wordt bijgedragen aan meervoudig ruimtegebruik. Vraag: Aangezien het gezien de maatschappelijke ontwikkelingen heel waarschijnlijk is dat de welzijnseisen worden verhoogd en de zolder moet worden gebruikt is het argument dat het om stabiele neveninkomsten gaat toch niet reëel?
gevraagd voor de opslagruimte inzichtelijk krijgen welke inkomsten hieruit voortvloeien, voor zo lang als de zolder als opslagruimte gebruikt zal worden. In die zin is dit een stabiel en berekenbaar inkomen. In tegenstelling tot het houden van kuikens is deze inkomstenbron minder afhankelijk van (plotselinge) externe factoren zoals een plotselinge besmetting onder de kuikens, wat een groot risico vormt voor de stabiliteit en berekenbaarheid van pluimveehouders en hun inkomsten.
Vervolgvraag 1 In de stukken staat “dat de initiatiefnemer voornemens is een nieuwe pluimveestal te realiseren ter vervanging van de bestaande pluimveestallen. De beoogde stal heeft een oppervlak van 2.430 m2 (81 x 30 meter) en wordt voorzien van een kantine, een stuwbak met ventilatoren, een warmtewisselaar en een bedienings- en technische ruimte. U geeft als antwoord op onze vraag over het aantal kippen per m2: De 105.800 kippen worden gehouden in stallen die nu samen 5.888m² groot zijn, dat zijn 18 kippen per m². Na realisatie van de nieuwe stal ontstaat er een totale staloppervlakte van 6.890m² en dat zijn 15 kippen per m² Vervolgvraag: Er zijn dus nog meer oude stallen van totaal 6890- 2430 m2= 4460m2? Waar worden die in de stukken genoemd? ➔ Beantwoording vraag 1
Uit de in de bijlagen bijgevoegde tekeningen en de afbeeldingen die zijn toegevoegd in de toelichting is te zien dat het pluimveebedrijf in de bestaande situatie 4 pluimveestallen heeft. Deze stallen samen hebben een oppervlakte van 5.888m². In de toelichting staat vermeldt dat 2 verouderde pluimveestallen gesloopt gaan worden en dat daarvoor één nieuwe stal geplaatst wordt. In de nieuwe situatie is er 6.890m² staloppervlak, dit zijn 3 stallen. Op de afbeelding hieronder zijn de stallen in de huidige situatie genummerd. Stal 1 en 2 zullen worden gesloopt en hiervoor komt 1 nieuwe stal terug. Stal 3 en 4 blijven ongewijzigd.
Vervolgvraag 2: U antwoordt: Hanen zijn niet overbodig in de vleeskuikenhouderij. In een stal met vleeskuikens zijn altijd zowel hanen als hennen aanwezig. Kunt u zeggen wie deze informatie heeft verstrekt? Is dit getoetst bij onafhankelijke instanties? Het komt mij voor dat deze informatie onjuist is. Het is toch algemeen bekend dat hanen een minder prominente rol spelen in de vleeskuikenindustrie. Dit komt onder meer doordat ze minder efficiënt zijn in het omzetten van voer naar vlees. Het vlees is ook minder
smaakvol dan van hennen. Bovendien kunnen hanen agressief gedrag vertonen, wat de harmonie in een stal kan verstoren. Hanen worden vaak als minder waardevol beschouwd. Dikwijls worden de mannelijke kuikens geëlimineerd kort na de geboorte. ➔ Beantwoording vraag 2
Het gaat in dit bestemmingsplan om een vleeskuikenbedrijf, op dit bedrijf worden kippen gehouden voor het vlees. Op dit bedrijf worden zowel hennen als hanen gehouden voor het vlees. Nadat de eieren elders zijn uitgebroed en er een gezondheidsselectie heeft plaatsgevonden gaan de kuikens naar dit vleeskuikenbedrijf. Er vindt geen selectie plaats tussen mannelijk of vrouwelijk. Deze vleeskippen zijn van een ander ras dan kippen op een legkippenbedrijf. Er is geen vleessmaak verschil tussen een hen of een haan. Op een legkippenbedrijf zijn geen hanen. Eieren van kuikens die bedoeld zijn voor de legsector worden gesekst op mannelijk en vrouwelijk. De vrouwelijke kuikens worden legkippen. De eieren van mannelijke kuikens worden of niet uitgebroed of deze hanen worden voor het vlees verder opgefokt op speciale hanenbedrijven. Op deze locatie is echter geen sprake van een legkippenbedrijf maar een vleeskuikenbedrijf. De beantwoording is samen met ForFarmers opgesteld, zij begeleiden de initiatiefnemer met de bestemmingsplanprocedure. Zij hebben inhoudelijk veel kennis van dit soort bedrijven en activiteiten, en de informatie is intern bij hen nagevraagd bij collega’s die veel met dit soort pluimveebedrijven te maken hebben.