CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden Technische vragen Commissie M + F 18 maart 2025 Openbaar

Commissie Maatschappij + Financiën 18 maart 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen8.352 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Commissie M + F (openbaar) gemeente Waddinxveen Datum: 18 maart 2025

Agendapunten: Agendapunt 4: Lijst Ingekomen Stukken Partij: VVD

Vraag (kort en bondig) 1a en 1b. Warmtetransitie Startbuurt GVPH

Antwoord

•

De berekeningen zijn gebaseerd op haalbaarheidsonderzoeken van adviesbureaus Greenvis en Fakton. Welke onzekerheidsmarges zitten hierin, en hoe gevoelig zijn de uitkomsten voor schommelingen in energieprijzen of subsidies?

1. De haalbaarheidsonderzoeken zijn uitsluitend uitgevoerd door adviesbureau Greenvis en zijn uitgevoerd in de jaren 2022 en 2024. De onzekerheidsmarge op de aansluitbijdrage bedraagt ongeveer 20%, gebaseerd op de cijfers van deze jaren. Uitkomsten zijn inderdaad gevoelig op diverse vlakken, waaronder energieprijzen, subsidies en conversiegraad. Stapeling van negatieve of positieve invloeden maakt of breekt de haalbaarheid van een warmtenet. De haalbaarheid wordt in hier opvolgende fasen steeds nauwkeurig berekend wat uiteindelijk resulteert in een propositie aan eindgebruikers en vastgoedeigenaren. De aansluitbijdrage uit de memo en bijlagen moeten dan ook geïnterpreteerd worden als voorlopig cijfer.

•

De conversiegraad van 82% wordt als haalbaar gepresenteerd. Is er in vergelijkbare projecten bewijs dat dit realistisch is?

•

De aansluitbijdrage voor een warmtenet wordt op € 5.000 - € 6.000 geschat. Wat gebeurt er als de werkelijke kosten hoger uitvallen? Wie draagt dan de financiële last?

•

In hoeverre is de warmtenet-optie afhankelijk van subsidies? Wat als deze subsidies in de toekomst worden afgebouwd?

•

Warmtetarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de werkelijke kosten van het warmtebedrijf. Hoe wordt gewaarborgd dat deze indexatie in lijn blijft met

2. Nee dat is er niet, mede omdat de aanwijsbevoegdheid nog nergens is ingezet. We zijn met WPMH in gesprek over de aansluiting van 45% van de woningen. 3. De eigenaren van de woningen die worden aangesloten. Dit is uiteraard tot beperkte hoogte wenselijk in het kader van betaalbaarheid en daarmee ook draagvlak. Dit zal de conversiegraad verlagen en de kosten per aansluiting verder verhogen (sneeuwbal effect). 4. Deze is zeer sterk afhankelijk van subsidies. Indien deze worden afgebouwd dan is een warmtenet niet haalbaar. Echter zien we juist dat de subsidies t.b.v. warmtenet van 2024 naar 2025 zijn gestegen (voor huurwoningen). 5. Momenteel vindt tariefregulering plaats aan de hand van de gasprijsreferentie met een maximaal tarief vastgesteld door het ACM. Het rijk stelt voor om over te

WeWa

de ontwikkeling van andere energieprijzen, zoals elektriciteit?

gaan op kosten gebaseerde tarieven plus een redelijk rendement. Tarieven die verbruikers betalen zullen dan beter aansluiten op de kosten van het collectieve warmtesysteem. Dit geeft de verbruikers en het warmtebedrijf meer zekerheid. Er zit voor de warmtebedrijven een efficiëntieprikkel in doordat ACM maximale tarieven vast stelt voor tariefonderdelen.

•

Welke warmtebronnen zitten er in de buurt? Wanneer wordt het warmtebronnen onderzoek afgerond?

6. Fase 1 van het onderzoek naar bronnen is afgerond en laat zien dat er potentieel voldoende bronnen zijn (zoals regionale geothermie, bio warmte, en warmte uit lucht, oppervlaktewater of rioolwater) om te voorzien in de totale warmtebehoefte van kansrijke warmtenetbuurten en -bedrijfsterreinen in Waddinxveen.

•

Kan u inzicht geven in de kostenuitgaven rondom de warmtetransitie in 2025 en of er sprake is van onderbesteding / extra benodigd budget?

7. Wij geven deze informatie voorafgaand aan de themabijeenkomst Inzicht in Duurzaamheid conform de aangenomen motie in november.

1a en 1b. Warmtetransitie Startbuurt GVPH Is er budget voor bijkomende kosten die Bewoners (in eerste instantie huurders) krijgen voor noodzakelijke bijkomende aanpassingen in de woning? Zoals vervangen gasfornuis. Zijn de geschatte maandelijkse kosten voor warmte gelijk voor alle type woningen (appartement, huur, koop, vrijstaand etc.) ongeacht aantal bewoners?

Is er zicht of deze kosten straks ook gelden voor andere wijken in de toekomst of gaan er per wijk verschillen ontstaan? Zijn deze kosten gedeeld tijdens de participatie en wat is de reactie van de inwoners op deze kosten?

1. Op dit moment is er rekening gehouden met de proceskosten voor het project startbuurt GVPH. Hierin is nog geen budget gereserveerd voor overige bijkomende kosten van aanpassingen in de woning. Dat komt door de fase van het project en omdat er nog onvoldoende inzicht is in de exacte noodzakelijke aanpassingen in de woning. Dit wordt meegenomen als onderdeel van het uitvoeringsplan en aan de gemeenteraad eind 2025 aangeboden. Voor het deel wat betreft huurder wordt met Woonpartners gesproken wat hun rol hierin zou kunnen zijn. 1. De geschatte maandelijkse kosten verschillen op basis van verbruik (aantal kWh of GJ) en aansluiting (individueel of collectief)(vastrecht en/of aansluitbijdrage). 2. Per buurt/ wijk zullen de kosten van het warmtenet en daarmee de kosten voor de vastgoedeigenaar en eindgebruiker anders zijn. 3. Deze kosten zijn nog niet gedeeld in het participatietraject, dit staat gepland voor april/ mei 2025 omdat uw raad gevraagd heeft deze informatie eerst te ontvangen. In het participatietraject nemen we de financiële uitgangspunten van dit onderzoek mee.

De huidige netbelasting is te laag voor de vraag aan stroom. Is dit meegenomen in het onderzoek?

4. De vraag is niet helemaal duidelijk. Mocht de vraag zijn of er rekening wordt gehouden met netcongestie dan is het antwoord ‘ja’, echter dit heeft geen financiële gevolgen voor dit onderzoek.

Is er bekend wat de gemiddelde kosten voor energie nu zijn in de sociale huurwoningen? Zo ja, wat zijn deze?

5. Nee, dat is op dit moment niet bekend. In deze fase is gewerkt met gemiddelde verbruiken op postcode niveau.

Gaan we door met deze startbuurten of wachten we op meer duidelijkheid met de verwachte warmtewet? Wie zijn de Stakeholders in de betreffende wijken?

PCW

6. Bij voldoende draagvlak in de Startbuurt GVPH gaan we door met de verdere ontwikkeling (lees: verkenning) van het warmtenet. 7. De stakeholders zijn alle eindgebruikers en vastgoedeigenaren in de Startbuurt GVPH: inwoners, ondernemers, woningcorporatie, VvE’s, particulieren verhuurders en andere vastgoedeigenaren.

1a en 1b: Financiële uitgangspunten warmtetransitie Startbuurt GVPH 1. In het overzicht op blad 6 van de bijlage worden de jaarlijkse lasten van de verschillende opties weergegeven. Waarom wordt bij de warmtenetoptie geen rekening gehouden met kapitaalslasten? Er is dan wel geen sprake van een reservering (voor een herinvestering) maar de woningeigenaar moet toch geld lenen om de BAK te kunnen betalen? En dat leidt dan toch in ieder geval de eerste 10..15 jaar tot jaarlijkse lasten die in de vergelijking meegenomen moeten worden? En zou je diezelfde methodiek ook niet moeten gebruiken bij de warmtepompvariant (kapitaalslasten obv lening om aanvangsinvesteringen te financieren ipv reserveren voor een uitgave die pas over 15 jaar plaatsvindt en waarvan de kostenstijging/daling nog heel onzeker is)? 2. Op blad 15 van de bijlage wordt een aansluitbijdrage van 8769 euro genoemd. Later wordt aangegeven dat 6000 euro het uitgangspunt is. Op basis waarvan wordt deze afschaling van 8769 naar 6000 euro aangenomen? Is er een recente (2024/2025) onderbouwing van de aansluitbijdrage aan de hand van een doorrekening van het totale warmtenet (van warmtebron tot en met woningaansluiting)? Zo ja, kan daar een samenvatting van gedeeld worden? Zo nee, zijn er

1. Wij willen laten zien wat de maandelijkse lasten zijn na aansluiting op een aardgasloze warmte installatie (warmtepomp of warmtenet) en vergelijken dit met het huidige aardgas. In dit vergelijk is ervoor gekozen om de initiële investering van alle 3 de opties (gasketel, warmtepomp en warmtenet) niet mee te nemen in de maandelijkse lasten van jaar 1. De herinvestering(en) binnen de looptijd van 30 jaar zijn hier wel meegenomen. Uiteraard zal het ene huishouden de investering betalen uit spaargeld en de andere vanuit een lening waardoor je een ander beeld krijgt. Wij nemen deze vraag dan ook mee als tip in zowel het participatietraject en in de volgende fasen van dit project. Waarbij we onderscheid maken tussen maandelijkse energierekening en de kapitaalslasten.

2. De bruto BAK van 8769 euro is verlaagd met het deel SAH subsidie 3.800 t.b.v. aansluiting warmtenet, waarna een netto BAK van 4969 overblijft. Hier is een veiligheidsmarge van afgerond 1000 euro aan toegevoegd. Greenvis heeft twee studies gedaan waar aansluitbijdragen zijn genoemd. Enerzijds is een regionaal onderzoek t.b.v. de gehele Zuiplaspolder gedaan (vermogensvraag per kern, leiding tracés en globale haalbaarheid, mrt 2022) en anderzijds een vergelijk in warmteopties voor enkele gebouwen in Waddinxveen (jan 2024). Wij hebben een gemiddelde (bruto) aansluitbijdrage uit beide studies gebruikt en aangepast met additionele kosten (aansluitingskosten regionaal

PvdA GL

CDA

aansluitbijdragen bekend uit soortgelijke warmtenetten in de bestaande bouw?

warmtenet) en subsidies (SAH/ISDE) om een indicatie te krijgen van een netto aansluitbijdrage (van 4969 euro).

3. Zijn al de genoemde bedragen inclusief of exclusief btw? 1 Memo financiële uitgangspunten warmtetransitie stortbuien GVPH. Vraag: Wat is de waarde van de voorkeur die bewoners uit de startwijk uitspreken als er ongeacht de voorkeur een uitvoeringsplan opgesteld gaat worden?

3. De bedragen zijn inclusief btw. 1. bewoners en stakeholder worden gevraagd om een voorkeur uit te spreken. Dit kunt u zien als een draagvlakmeeting voor de alternatieven in de startbuurt. Dit bepaalt mede de koers voor het vervolg van het project en waarop wordt ingezet. Een uitvoeringsplan staat verder los van de uitkomsten van een draagvlakmeeting. Het uitvoeringsplan schetst de route hoe de gebouwde omgeving aardgasvrij gemaakt kan worden. Hierin komen de technische, financiële en de sociale aspecten in terug.

Vraag. U stelt: We streven ernaar dat 100% van de eindgebruikers bij hun overstap op warmte niet meer betaalt dan in hun huidige situatie met aardgas. Vervolgens geldt dit niet voor 15 %. Kunt u dit toelichten? Is de aansluitbijdrage van 6000 Euro daarbij inbegrepen? 1. Warmtetransitie

2. Het streven is dat 100% van de eindgebruikers er op vooruit gaat of minimaal gelijk blijft qua maandelijkse energielasten, echter we eisen dat 85% van de eindgebruikers erop vooruit gaat, waardoor maximaal 15% van de eindgebruikers erop achteruit kan gaan bij start levering. Voor deze laatste (maximaal) 15% ontwerpen we een ingroeiregeling. Nee, de aansluitbijdrage staat daar los van.

•

De gemaakte berekeningen gaan uit van na isolatie van de woning. Is deze dakisolatie een vereiste voor de transitie? En wat zijn de gemiddelde kosten per woning voor een na isolatie voor label A en voor label B?

•

Wat is het gemiddelde huidige energie label van de woningen in de startbuurt?

•

In de berekening voor all electric wordt een bedrag van ruim 17 duizend euro ingevuld voor een warmtepomp en ruim 27 duizend euro voor de vervanging ervan. De kosten van een warmtepomp variëren aanzienlijk, van ongeveer € 6.000 tot € 30.000, afhankelijk van het type en de capaciteit. Bij de keuze voor een warmtepomp is het belangrijk om rekening te houden met de prijs van een warmtepomp in relatie tot de grootte van je huis en de

1. We rekenen met isolatiekosten per labelstap (€ 5.100 voor particulier en € 8.000 bij de woningcorporatie). Afhankelijk van het huidige label en de toekomstige warmteoptie kun je het aantal labelstappen per woning bepalen. Voor een warmtepomp is vaak label A nodig, voor een warmtenet (70 graden) is label C voldoende (beide deels afhankelijk van de radiatoren). 2. Zie hieronder (onder vraag 6) het overzicht met isolatie labels in de Startbuurt GVPH. Gemiddeld label C.

3. Er is gerekend met de kosten voor een warmtepomp met bouwkundige aanpassingen voor een rijtjeswoning uit een referentieproject. Momenteel onderzoeken we voor een aantal referentiewoningen uit de Startbuurt wat de (totale) kosten specifiek per woning(type) zijn.

kwaliteit van isolatie. Deze factoren bepalen mede wat een warmtepomp uiteindelijk zal kosten. In hoeverre is met voorgaande rekening gehouden in de berekening? En is het mogelijk om voor meerdere type warmtepompen een tabel toe te voegen?

•

Kunt u uiteenzetten hoe de aanwijsbevoegdheid werkt? Wat is de conversiegraad als er geen gebruik gemaakt wordt van de aanwijsbevoegdheid? En wat zijn de verschillen in de kostenberekeningen?

•

Hoe wordt de 85% of 15% eindgebruiker geïdentificeerd die erop vooruit of achteruit gaan qua kosten? Wat is naast financiële kader het kader voor duurzaamheid qua energie gebruik (CO2 uitstoot)?

5. De maximaal 15% die er op achteruit gaat wanneer men in gaat op het voorstel van het warmtebedrijf (leveringsovereenkomst) moeten zich zelf bij het warmtebedrijf melden.

•

Blz 1 Memo: inwoners spreken een voorkeur uit. Er zal sprake zijn van non-response. Hoe gaat u daarmee om? Er kan sprake zijn van een afwijzing van beide alternatieven. Hoe gaat u daarmee om?

6. Door een voorkeur uit te spreken geven inwoners aan de hand van de gepresenteerde informatie aan welk alternatief het meest interessant is voor hen om verder te verkennen. Bewoners wordt niet gevraagd of ze van het aardgas af willen. Maar wel naar hun beweegredenen. We houden er rekening mee dat een deel van de bewoners niet zullen reageren. We sturen er vooral op om van alle verschillende doelgroepen te vernemen wat hun beweegredenen zijn. De gemeente zet breed in om zoveel mogelijk inwoners te bereiken.

4. De raad kan besluiten om de aanwijsbevoegdheid in te zetten in het omgevingsplan. Hierbij wordt een gebied aangewezen waar na een gestelde termijn (minimaal 8 jaar) geen aardgas meer wordt geleverd. Wij gaan uit van 61% (raming), zie pagina 19. Dan stijgt de aansluitbijdrage, onbekend hoeveel dat is.

2. Jaarwisseling Blz 2 Memo: wat de oorzaken zijn van de sterke stijging van de Fixi-meldingen?

2. Jaarwisseling De sterke stijging van het aantal Fixi-meldingen is mogelijk te verklaren door een combinatie van factoren. Allereerst heeft de gemeente actief opgeroepen om overlast via Fixi te melden, wat de meldingsbereidheid wellicht heeft vergroot. Ook heeft de politie vaker doorverwezen naar de gemeente voor meldingen die niet direct onder hun taken vielen. Deze samenloop kan hebben geleid tot een toename van het aantal Fixi-meldingen. Overigens hadden de Fixi-meldingen niet alleen te

maken met het afsteken van vuurwerk. Een deel van de meldingen ging bijvoorbeeld ook over vuurwerkresten en jeugdoverlast.

Agendapunt 7: Kredietstelling project Behoud Identiteit Plasweg

Partij: D66

Vraag (kort en bondig) Wat gebeurt er aan de weg om de verkeersveiligheid van de fietsers te waarborgen?

PCW

1. Op de tekeningen is niet duidelijk of er voldoende rekening is gehouden met uitwijkmogelijkheden voor brede landbouwvoertuigen die elkaar moeten kunnen passeren. Zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden? Zijn de voorziene uitwijkmogelijkheden breed genoeg?

Antwoord Het definitief ontwerp gaat uit van een inrichting die past bij een 30 kmgebied, waarbij de rijbaan van de Plasweg wordt versmald en er drempels en plateaus worden aangebracht om de snelheid van het verkeer te verlagen. Aan weerszijde van de rijbaan worden bermkanttegels aangebracht voor het passeren van autoverkeer, fietsers rijden op de rijbaan. De Plasweg dient voor al het verkeer toegankelijk te blijven. 1. Het nieuwe wegprofiel van de Plasweg wordt 4,5 meter breed. Waar ruimte is verbreden we de berm van de Plasweg met bermkanttegels om passeren van groot vrachtverkeer op een paar plekken mogelijk te maken. De locaties van deze passeerstroken werken we nader uit in het uitvoeringsplan.

2. U vraagt aan de raad bij beslispunt 1 om € 4.716.000 beschikbaar te stellen en bij beslispunt 3 aanvullend € 700.000. totaal € 5.416.000. Echter eerder is al € 3.841.000 beschikbaar gesteld. Moet het besluit 1. dan niet luiden: Een aanvullend krediet van 875.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het project herinricht en behoud Plasweg? (besluit 3 kan dan vervallen). Vraag: Welke aanpassingen zijn mogelijk om binnen het bestaande krediet van 4 miljoen te blijven?

2. In totaal is een investering van € 4.716.000 nodig om het project te kunnen realiseren, hiervan is € 3.841.000 dekking uit de Programmabegroting 2025-2028 en een nog te verkrijgen subsidie van € 175.000. We vragen de raad een aanvullend krediet van € 700.000 beschikbaar te stellen, zie ook tabel 2 overzicht dekkingsvoorstel in het raadsvoorstel. 1. Om het herinrichtingsontwerp te kunnen realiseren is de volledige investering benodigd.

Vraag: Welke mogelijkheden zijn er om de Plasweg goedkoper te verbeteren?

2. De vele onderzoeken hebben aangetoond dat onderhoud aan de weg, openbare verlichting, beschoeiing en het groen noodzakelijk is en aan vervanging toe is. Alleen de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen aan de wegconstructie, openbare verlichting, het groen en de oevers worden uitgevoerd. Voor de gewenste 30 km/u weginrichting is

PvdA GL

passende openbare verlichting en zijn snelheid remmende maatregelen nodig om de verkeersveiligheid te verbeteren (zie ook Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer, 4.4 Wensbeeld auto, pag. 29). Door deze maatregelen integraal uit te voeren wordt de Plasweg toekomstbestendig ingericht. Er kan bespaard worden op de aanplant van een kleinere maat bomen, echter is dit een nadrukkelijke wens van de bewoners. Vraag: Er wordt gesproken over sluipverkeer. Over hoeveel sluipverkeer gaat het en wat gaat het opleveren als er geen sprake zou zijn van sluipverkeer? VVD

Er wordt openbare verlichting geplaatst passend bij het weginrichting van 30 km/uur. Hiervoor is 366.000,= extra voor nodig. 1. Is openbare verlichting duurder bij 30 km/uur dan bij 50 km/uur?

3. Precieze cijfers zijn niet bekend, maar bij drukte op de Beijerincklaan wordt de Plasweg gebruikt als sluiproute. Het ontmoedigen van sluipverkeer was ook een van de vele genoemde zorgpunten van bewoners in het participatieproces.

1. Nee, hierin zit nauwelijks verschil. In de huidige situatie is maar een zeer beperkt deel van de Plasweg voorzien van verlichting. De extra middelen zijn nodig om de gehele Plasweg te verlichten. Dit komt de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid ten goede en is een nadrukkelijke wens van de bewoners.

2. Zijn er eisen of normen, die dicteren hoe de verlichting er bij 30 km/uur uit moet zien?

2. Ja, er zijn normen die zijn vastgelegd in de NPR 13201 (Nederlandse Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting).

3. Waarom is extra beschoeiing nodig ten opzichte van hetgeen geraamd was ten tijde van de dekking?

3. Dit komt voort uit een recent uitgevoerde nadere inspectie, waarbij is gebleken dat circa 2.500 meter oever van de Plasweg binnen 10 jaar moet worden verstevigd en voorzien van beschoeiing. De huidige bomen zorgen voor stevigheid in de oever en worden binnen het project vervangen. Daarnaast is de Plasweg door de jaren heen zwaarder belast geweest met als gevolg dat de oevers zijn gaan afkalven.

4. Zijn er ook posten, die goedkoper lijken uit te vallen?

5. Waarop zou technisch gezien op bespaard kunnen worden om het aanvullend krediet te beperken?

4. Nee, de kosten zijn reëel geraamd met ruimte voor het opvangen van eventuele tegenvallers. 5. De vele onderzoeken hebben aangetoond dat onderhoud aan de weg, openbare verlichting, beschoeiing en het groen noodzakelijk is en aan vervanging toe is. Alleen de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen aan de wegconstructie, openbare verlichting, het groen en de oevers worden uitgevoerd. Voor de gewenste 30 km/u weginrichting is passende openbare verlichting en zijn snelheid remmende maatregelen nodig om de verkeersveiligheid te verbeteren (zie ook

CDA

• Welke mogelijkheden zijn er om zonder aanvullend budget het project te realiseren? (Uiteraard naast het aanplanten van kleine in plaats van grote bomen)

Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer, 4.4 Wensbeeld auto, pag. 29). Door deze maatregelen integraal uit te voeren wordt de Plasweg toekomstbestendig ingericht. Er kan bespaard worden op de aanplant van een kleinere maat bomen, echter is dit een nadrukkelijke wens van de bewoners. 1. We zien geen mogelijkheden om zonder aanvullend budget het project te realiseren. Afhankelijk van het aanbestedingsresultaat kan de raming nog worden bijgesteld. De vele onderzoeken hebben aangetoond dat onderhoud aan de weg, openbare verlichting, beschoeiing en het groen noodzakelijk is en aan vervanging toe is. Alleen de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen aan de wegconstructie, openbare verlichting, het groen en de oevers worden uitgevoerd. Voor de gewenste 30 km/u weginrichting is passende openbare verlichting en zijn snelheid remmende maatregelen nodig om de verkeersveiligheid te verbeteren (zie ook Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer, 4.4 Wensbeeld auto, pag. 29). Door deze maatregelen integraal uit te voeren wordt de Plasweg toekomstbestendig ingericht. Er kan bespaard worden op de aanplant van een kleinere maat bomen, echter is dit een nadrukkelijke wens van de bewoners.

• Wat is de invloed op de verkeersafwikkeling van de woonwijken, voor BeFair, de Maneges en bedrijven die de Plasweg als ontsluitingsweg hebben nu de Plasweg een erftoegangsweg wordt? (Bijvoorbeeld op zaterdag is er een groot aantal auto’s dat tussen de Florijnlaan en de Sniepweg in beide richtingen over de Plasweg gaat. Gaat de versmalling van de Plasweg niet in grote opstoppingen resulteren?

2. Dit heeft geen invloed, de weg wordt dusdanig ingericht dat alle gebruikers er veilig gebruik van kunnen maken. Het blijft op piekmomenten zoals zaterdagochtend drukker op de Plasweg.

• Bijlage 2: hoe wordt de aansluiting op de Bredeweg? (Voor alle verkeer)

3. De nieuwe 30 km inrichting van de Plasweg sluit aan op de bestaande inrichting van het kruispunt met de Bredeweg en het tweerichting fietspad.

• Bijlage 2: wordt de aansluiting op de Bredeweg voor het langzaam verkeer aangepast/verbeterd qua oversteek?

4. Nee, er is geen fietsoversteek meegenomen in het ontwerp.

• Bijlage 2: Diverse drempels worden aangegeven waar geen autoverkeer komt (bijvoorbeeld aan beide zijde van de tunnel onder de Vredenburglaan). Wat is de functie van deze drempels

5. De twee drempels op het gedeelte tussen de Polderweg en Piet Stuurmanweg kunnen gezien het beperkt aanwezige verkeer worden verwijderd uit het herinrichtingsontwerp.

• Bijlage 2: Er zijn verhoogde plateau’s aangegeven waar een fietspad aansluit. Vervallen de huidige snelheidsbeperkende hekken waarlangs men momenteel toegang krijgt tot de Plasweg? En wordt het een gelijkwaardige kruising?

6. Gezien de aanpassingen en de vele snelheid remmende maatregelen welke in het nieuwe ontwerp zijn voorzien, is de intentie om, in het kader van een betere toegankelijkheid, de hekjes te verwijderen. De verkeerssituatie zal worden geobserveerd. Bij herhaaldelijk ontstaan van gevaarlijke situaties met oversteken, kan worden overwogen om de hekjes terug te plaatsen. De fietsaansluitingen worden daarmee gelijkwaardig aan de Plasweg. De voetgangersoversteken blijven daarentegen buiten de voorrang.

• Wordt de fietstunnel onder de Vredenburghlaan opengesteld voor autoverkeer? Dat is in het Ontwerp niet duidelijk aangegeven.

7. Nee, de nieuwe inrichting van de Plasweg sluit aan op de bestaande inrichting van de fietstunnel.

Agendapunt 8: Bespreken scenario's Perspectief Waddinxveen 2050

Partij: WeWa

Vraag (kort en bondig) Graag uitleg en toelichting op de verwachtte 47.000 inwoners in 2050. Hoe is dit aantal berekend?

Antwoord 1. Uitgangspunt is gebaseerd op de bevolkingsprognose, namelijk 45.000 inwoners in 2045 bij uitvoering van alle bestaande plannen. In scenario A groeit dat naar 47.000 in 2050 op basis van beter benutten bestaande voorraad, bijvoorbeeld door splitsen van woningen en transformatie van overige panden naar woonfunctie.

Momenteel zijn er 13.840 woningen in Waddinxveen. Graag ontvangen wij een overzicht van het aantal woningen wat er nog gepland staat in de vorm van een soort Excel lijstje zoals bijv. Noordkade;;; ….. woningen ’t Suyt: … woningen Waddix…. Woningen Dreef….. woningen, Wilhelminakade… woningen Triangel…. Woningen Plasweg…. Woningen Heggewinden… woningen Sleutelkwartier….woningen

2. De projectenlijst Waddinxveen, onderdeel van de RPW die per 1 januari 2025 bij de provincie is aangeboden ter aanvaarding is toegevoegd onderaan de beantwoording van de vragen. De raad ontvangt net als elk jaar na vaststelling van GS een memo over de RPW.

etc Inclusief kleine particuliere projecten die nu al bekend zijn. Een kleine telling levert ons zelf al ca 3.000 geplande woningen op maar we ontvangen graag een correct overzicht. Welke keuzes uit de scenario’s B en C zijn niet mogelijk in A.

3. Scenario B heeft als kern de schaalsprong van Waddinxveen tot stedelijk knooppunt. Het brengt met zich een aantal ontwikkelingen mee die beleidsmatig en financieel afhankelijk zijn van deze schaalsprong – en daardoor niet mogelijk of onwaarschijnlijk in scenario A. Dit zijn de volgende ontwikkelingen in scenario B: - Toevoegen van 4.000 á 5.000 extra woningen in het stadshart en in nieuwe woon-werkwijken en daarmee het diversifiëren van het woningvoorraad voor meerdere doelgroepen (starters, jongeren, ouderen) zodat lokale doorstroming op de woningmarkt mogelijk wordt; - Transformeren van stadshart en Gouwekade tot autoluw gebied; - Extra voorzieningen gericht op de doelgroepen (sport, cultuur, horeca) die hier komen wonen en werken; - Realiseren van aanvullende natuur, recreatie en waterberging aan de rand, om aan normen per inwoner te voldoen; - Aanvullende opwekking van duurzame energie zoals zon, geothermie en wind, waarbij het aansluiten op de Warmte Samenwerking Oostland (WSO) ook een hogere slagkans heeft met extra woningen; - Frequentere, snellere treinverbindingen naar de grote steden vanuit de drie stations. Scenario C heeft als kern de groei van Waddinxveen met behoud van het landschappelijk karakter. De volgende keuzes zijn hieraan gekoppeld en dus niet mogelijk of onwaarschijnlijk in scenario A.

Dit zijn de volgende ontwikkelingen in scenario C: - Toevoegen van 2.500 á 3.500 extra woningen in de wijken en aan de rand en daarmee het diversifiëren van het woningvoorraad voor meerdere doelgroepen (gezinnen, jongeren, ouderen) zodat lokale doorstroming op de woningmarkt mogelijk wordt; - Toevoegen van aanvullende voorzieningen in alle wijkcentra, omdat er minder aanleiding is daarvoor zonder extra woningen;

-

Wat is de belangrijkste voorkeur uit de participatie en in welk scenario komt dit het beste naar voren.

D66

Op de posters met de vier verschillende scenario’s staat rechts bovenin een cirkeldiagram met daarin de aansluiting van het scenario op de opgehaalde participatieopbrengsten. De meeste factoren zijn te herleiden naar de categoriën die beschreven staan in het linkerdeel van de poster. We zien dat het thema Gezondheid niet in het linkerdeel terugkomt. We zijn op zoek naar de onderbouwing en de weging van het thema Gezondheid. De verschillende scenario’s geven een verschillende uitkomst op het thema gezondheid, maar we begrijpen niet waarom het ene scenario beter scoort dan het andere. Kunt u de onderbouwing daarvoor delen? Waarop is gescoord en hoe is gewogen?

Autoluwe wijken en meer groen op straat, met parkeergebouwen aan de rand, ook omdat zonder de extra woningen er minder aanleiding hiervoor is.

4. Belangrijkste voorkeur uit de participatie is het toevoegen van groen voor natuur en recreatie. In de scenario’s A en B krijgt de natuur veel ruimte in de rand van Waddinxveen en kunnen inwoners via aantrekkelijke loop- en fietsroutes naar het buitengebied. In de scenario’s C en D wordt juist ingezet op wonen in het groen aan de randen van de bebouwing. Als basis voor alle scenario’s wordt uitgegaan van een verbetering van de lucht- en waterkwaliteit onder andere door verduurzaming. Per scenario krijgen de verschillende aspecten van een gezonde leefomgeving meer of minder aandacht en dat bepaalt ook de score op dit thema: In scenario A valt het accent vanuit positieve gezondheid op nabijheid van voorzieningen en groen. Zo worden alle bewoners aangemoedigd om mee te doen in de samenleving en actief te bewegen op alle leeftijden. Er wordt ingezet op voorzieningen en groen in en nabij woonwijken, met specifiek een accent op zorgvoorzieningen voor ouderen. Natuur krijgt veel ruimte en inwoners kunnen via aantrekkelijke loop- en fietsroutes naar het buitengebied om te recreëren. In scenario B ligt voor gezondheid de nadruk op een stedelijk, autoluw centrum dichtbij treinstations. Er is veel ruimte voor fietsen, sporten en ontmoeten aan de Gouwe, voor zowel jong als oud.

In dit scenario krijgt de natuur veel ruimte en kunnen inwoners via aantrekkelijke loop- en fietsroutes naar het buitengebied. Zo wordt fysiek bewegen maximaal aangemoedigd. In scenario C wordt ingezet op voorzieningen en groen in en nabij woonwijken. Vooral de wijken waar veel kinderen en ouderen wonen, worden autoluw. Zo wordt buitenspelen en bewegen en elkaar ontmoeten aangemoedigd. Tijd doorbrengen in een groene omgeving draagt bij aan de gezondheid van mensen. In scenario C wordt ingezet op wonen naast of zelfs in het groen, aan de randen van de bebouwing. In scenario D worden vooral de nieuwe wijken waar veel kinderen en jongeren wonen autoluw. Zo wordt buitenspelen en bewegen en elkaar

ontmoeten aangemoedigd. Er wordt hier ook ingezet op wonen in het groen aan de randen van de kern, zo kan men tijd doorbrengen in een groene omgeving. PvdA GL

CDA

Uit onderzoek is gebleken dat de groenvoorziening binnen de bebouwde kom matig is in Waddinxveen De raad heeft daar ook een motie over aangenomen op 9 november 2022. Vraag: Kunt u aangeven per scenario aangeven hoe de aangenomen motie past binnen het scenario?

1. In alle scenario’s zijn huidige plannen en beleid inclusief voor groen uitgevoerd. Daarnaast wordt er aangevuld per scenario. In de scenario’s A en B is er extra groenvoorziening zowel in de bestaande bebouwde kom als in de rand van Waddinxveen. Inwoners kunnen via aantrekkelijke, groene loop- en fietsroutes naar deze rand en verder naar het buitengebied. In scenario C wordt groen toegevoegd vooral in de wijkcentra en in de rand, dicht bij de nieuwe woningen. In scenario D wordt de nieuwe woonwijk in de westelijke rand met veel groen ingericht.

U gaat ervan uit dat van 2032 naar 2045 er een autonome groei is van 3000 zonder woningbouw. Vraag: Waarop baseert u dit? Het CBS is namelijk opgehouden met dit soort prognoses van regionale/gemeentelijke ontwikkelingen vanwege de onbetrouwbaarheid. • De scenario’s worden mede ingekleurd aan de hand van de omvang en samenstelling van de bevolking (vooral naar leeftijd). Kunt u per scenario de veronderstelde samenstelling geven (in een vergelijking met de landelijke cijfers).

2. Waddinxveen is een relatief jonge gemeente. De huidige woningbouwplannen zijn vooral gericht op gezinnen. Hierdoor is (nog) geen sprake van krimp maar van groei.

• Scenario A wordt in de beschrijving vooral ‘grijs. Waaruit bestaat de verjonging bij de andere scenario’s? Veronderstelt dit dat we blijven bouwen voor niet-inwoners?

2. In scenario A komen er weinig nieuwe woningen waardoor er beperkte doorstroming op de woningmarkt is. Jongeren uit Waddinxveen kunnen hierdoor moeilijk een woning in de gemeente vinden, ook wanneer ze willen blijven. Er ontstaat dus zelfs een uitstroom van jongeren. In scenario B wordt ingezet op zowel lokale jongeren die willen blijven als jongeren vanuit andere gemeenten die hier komen voor werk. Ook

1. Er is geen bevolkingssamenstelling berekend per scenario. In vergelijking met landelijke cijfers is Waddinxveen op dit moment (cijfers 2024) een relatief jonge gemeente. De verwachting is dat dit zo blijft met bestaande plannen die vooral gericht zijn op jonge gezinnen. Net zoals in de landelijke trend is hier sprake van vergrijzing. Daarnaast wordt per scenario een ander accent gelegd: - scenario A is gelijk aan de bestaande trend, waarbij jongeren iets meer uitstromen dan in andere scenario’s vanwege gebrek aan betaalbare en beschikbare woningen; - in scenario B ligt de focus op aantrekken van meer jongeren; - in scenario C wordt ingezet op woningen voor alle leeftijdsgroepen; - in scenario D blijft Waddinxveen inzetten op het aantrekken van jonge gezinnen.

wordt er gebouwd voor ouderen die kleiner willen wonen maar wel in Waddinxveen blijven waardoor eengezinswoningen vrij komen. In scenario C wordt ingezet op alle doelgroepen. Door het sociale element in dit scenario wordt verondersteld dat vooral inwoners van Waddinxveen hiervan gebruik maken. Ook hier is sprake van woningen voor ouderen die kleiner willen wonen. In scenario D wordt ingezet op jonge gezinnen, zowel uit Waddinxveen als niet-inwoners. • Scenario B gaat uit van een sterk openbaar vervoer. Bij de bespreking van het uitvoeringsprogramma Mobiliteit constateerden we een aansluitprobleem voor de Zuidwesthoek van Waddinxveen. Wordt dat opgelost in dat scenario?

3. In scenario B wordt vooral ingezet op een betere treinverbinding naar grote steden, met uitstekende trein-fiets overstap en deelmobiliteit op de bestaande stations. In de zuidwesthoek komen er parkeergebouwen met deelmobiliteit (fiets, deelfiets, oplaadfaciliteiten etc.) zodat inwoners de auto achter kunnen laten en de kern autoluw kan worden.

• Scenario B en C zijn nagenoeg identiek qua aantallen inwoners. Scenario B gaat uit van geconcentreerde hoogbouw en C van (oppervlakkig bezien beperkt) bouwen in groen (Noordeinde en oostzijde Henegouwerweg). Ligt er een berekening onder het veronderstelde ruimtebeslag? Is die beschikbaar?

4. In scenario B worden er 4.000 á 5.000 nieuwe woningen gebouwd in geconcentreerd hoogbouw voor huishoudens van gemiddeld 1,5 personen. 45.000 + (4.500 * 1,5) = 51.750, afgerond 52.000 In scenario C worden er 2.500 á 3.500 woningen gebouwd verspreid over het centrum, alle wijkcentra en in de rand, met een gemiddeld huishouden van 2 personen. 45.000 + (3.000 * 2) = 51.000

• (Alle scenario’s) Wonen: kunt u een duidelijke berekening maken van de huishoudgrootte, aantal woningen en aantal inwoners?

5. Scenario A 1.000 nieuwe woningen met huishoudensgrootte 2,0 45.000 + (1.000 * 2) = 47.000 Scenario B 4.000 á 5.000 nieuwe woningen met huishoudensgrootte 1,5 45.000 + (4.500 * 1,5) = 51.750 Scenario C 2.500 á 3.500 nieuwe woningen met huishoudensgrootte 2,0 45.000 + (3.000 * 2) = 51.000 Scenario D 3.500 á 4.500 nieuwe woningen met huishoudensgrootte 2,5 45.000 + (4.000 * 2,5) = 55.000

OR Sattaur

• Scenario B gaat uit van het verdwijnen van de Hefbrug. Op welke manier wordt in oeververbindingen voorzien?

6. In scenario B wordt de Hefbrug gereserveerd voor voetgangers, fietsers en beperkt bestemmingsverkeer. Dat is nodig voor het autoluwe centrum en verblijfskwaliteit aan de Gouwekade. Er is een parkeergebouw met deelmobiliteit aan de oostkant van de brug, waar men de auto achter kan laten en het centrum in kan lopen, fietsen of met lokaal ov. Opgave in dit scenario is om samen met de regio een oplossing te verkennen voor de oeververbinding voor wegverkeer om overlast elders te voorkomen. Deze oplossing is niet uitgewerkt in het scenario

• Kan de aansluiting van de scenario’s cijfermatig (in aanvulling op visueel) worden vertaald in een score? Bv Scenario A scoort 80% op gezondheid, etc. Leidend tot een totaalscore?

7. Dat is niet mogelijk en ook niet wenselijk. De bedoeling van de visuele vertaling is dat scenario’s een integraal beeld geven voor de toekomst. Een cijfermatige opsomming kan een vertekend beeld geven als het bijvoorbeeld slechts op een kleine selectie van thema’s goed scoort en andere thema’s buiten beschouwing worden gelaten. 1. De ecologische uitwerking is gebaseerd op de visie op ecologische verbindingszones van de gemeente. Deze visie is ontwikkeld met specialisten in ecologie en opgenomen in het omgevingsprogramma duurzame leefomgeving dat tot 27 maart ter inzage ligt. Over een eventuele toename van wilde dieren in Waddinxveen zijn geen prognoses bekend.

In scenario A krijgt de natuur veel de ruimte. We zien met de ontwikkeling van het klimaat en migratie van dieren ook een toename van wilde dieren in Nederland. Is het mogelijk dat deze ontwikkeling zich ook zal voordoen in Waddinxveen? Zijn hiervan prognoses beschikbaar?

De wijk Triangel is ruim en qua indeling lijken het verschillende wijken in een wijk. In scenario A zou men makkelijk lopend op fietsend bij voorzieningen komen. Zullen de huidige wegen in de wijk hiervoor aangepast moeten worden? Zijn er plannen voor andere voorzieningen in de wijk? Zullen de fietspaden verbreed worden in scenario A? Zullen in scenario B er meer windmolens bijkomen en zijn er al plannen over de plaatsing? Hoe wordt ervoor gezorgd dat een autoluw centrum alsnog toegankelijk blijft voor invaliden of minder mobiele personen? Bedoelt u met autoluw dat geen enkele auto toegang heeft tot het centrum?

2. In scenario A worden een aantal dagelijkse voorzieningen toegevoegd in de wijken, op loopafstand. Ook worden grotere voorzieningen in het centrum versterkt. Om deze te bereiken worden groene, aantrekkelijke fietsroutes vanuit alle wijken naar het centrum aangelegd en worden bestaande fietspaden verbetert qua verkeersveiligheid. Voor wegen betekent dit in de toekomst bredere trottoirs, bredere fietspaden en meer groen en bomen. 3. In scenario B worden windmolens langs de A12 vervangen door grotere, efficiëntere windmolens. Ook worden andere locaties onderzocht voor wind, zoals in het bedrijventerrein, glastuinbouwgebied of in het westelijke buitengebied. Bij stations en aan de rand van het autoluwe centrum komen er hubs waarvan men ook met lokale bussen het centrum in kan. Ook kunnen er oplossingen op maat worden gevonden voor minder mobiele personen die in het centrum wonen. In het autoluwe centrum kunnen lokale bussen en logistiek op aangegeven routes rijden. Hulpdiensten kunnen overal.

Wat is de behoefte aan sociale huurwoningen en levensloopbestendige woningen per scenario, en hoe verhoudt dit zich tot de geplande woningbouwprogramma’s?

4. De behoefte is hetzelfde per scenario, de invulling daarvan verschilt per scenario. Voor de cijfers is gebruik gemaakt van Woningbehoefteonderzoek Waddinxveen.

Welke percentages van de nieuwbouw in scenario’s C en D worden gereserveerd voor sociale huur, middenhuur en aangepaste woningen voor ouderen en mensen met een beperking?

5. De scenario’s zijn niet zo ver uitgewerkt. Bij de uitwerking wordt gebruik gemaakt van de woonzorgvisie woningmix.

In hoeverre wordt er in de scenario’s rekening gehouden met de wachtlijsten voor begeleid en beschermd wonen, en welke capaciteit is benodigd om aan de verwachte vraag te voldoen?

6. Er wordt geen rekening gehouden met actuele wachtlijsten. Verdere invulling is aan de orde na de keus voor een scenario. Scenario’s B en C bieden hiervoor de meeste kansen door diverse type nieuwe woningen.

Welke verplaatsings- en verhuisstromen worden verwacht per scenario, en wat zijn de gevolgen voor de bestaande woonvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen?

7. Er zijn geen verplaatsing- of verhuisstromen berekend voor de scenario’s. Scenario’s B en C bieden qua woonvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen de meeste kansen door diverse type nieuwe woningen.

Hoeveel extra capaciteit in huisartsenzorg, wijkverpleging en GGZ is benodigd per scenario, en hoe wordt deze gefinancierd en gefaciliteerd? Welke scenario’s leiden tot de grootste belasting op de Wmo (hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen), en hoe wordt de uitvoerbaarheid hiervan beoordeeld?

8. Dit is geen onderdeel van het scenario onderzoek. Uitgangspunt is dat huidige afspraken qua zorgvoorzieningen worden uitgevoerd. Per scenario worden voorzieningen verschillend doorontwikkeld na 2030. Scenario A leidt tot de grootste belasting op de Wmo. Dit komt door weinig doorstroming op de woningmarkt waardoor ouderen vaker in ongeschikte woningen blijven wonen. Ook komen en blijven in dit scenario minder jonge inwoners in Waddinxveen om in de zorgsector te werken. In scenario D bestaat de extra bevolkingsgroei voornamelijk van jonge gezinnen in de nieuwe woonwijk aan de westelijke rand. De nodige voorzieningen worden gerealiseerd in deze wijk.

In scenario D neemt de bevolkingsomvang fors toe. Hoe wordt de personeelscapaciteit in zorg en maatschappelijke ondersteuning gewaarborgd, gezien de bestaande tekorten in de sector?

Welke effecten hebben de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen op de bereikbaarheid van cruciale zorgvoorzieningen, zoals huisartsenposten, ziekenhuizen en crisisopvang?

9. In scenario’s A en C worden nieuwe kleine zorgvoorzieningen zoals huisartsenposten verspreid over de wijken waardoor de bereikbaarheid hiervan makkelijker wordt. In scenario’s B en D worden deze nieuwe voorzieningen juist geconcentreerd in het centrum, respectief in het westelijke deel, waardoor inwoners uit de rest van de kern langer moeten reizen. Bereikbaarheid van ziekenhuizen en crisisopvang verandert niet.

Hoe worden de loop- en rolstoelroutes naar sociale voorzieningen, zorgen welzijnsvoorzieningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking gewaarborgd bij verdichting en nieuwe woonontwikkelingen? Hoe wordt de capaciteitsuitbreiding van jeugdzorg, onderwijsvoorzieningen en kinderopvang per scenario ingeschat, en welke tekorten worden verwacht?

PCW

10. Bij verdichting en nieuwe woonontwikkelingen wordt ingezet op autoluwe gebieden (verschillend per scenario) met veel aandacht voor aantrekkelijke looproutes die ook geschikt zijn voor rolstoel. 11. In scenario A groeit de jonge bevolking niet verder, dus kunnen voorzieningen die minder nodig zijn (bijvoorbeeld basisscholen) in de loop van de tijd verbouwd worden naar andere functies zoals ouderenzorg. In scenario B wordt ingezet op starters dus blijft de vraag naar genoemde voorzieningen constant. In scenario’s C en D neemt de vraag toe en worden deze voorzieningen toegevoegd waar nieuwe woningen komen. In scenario C kan deze vraag door de inzet op de sociale component deels door de gemeenschap worden opgevangen.

Welke aanvullende investeringen in speciaal onderwijs en passend onderwijs zijn benodigd per scenario, en hoe sluit dit aan bij de verwachte bevolkingsgroei?

12. Dit is te gedetailleerd voor een scenario studie en niet berekend. Speciaal en passend onderwijs kunnen een plek krijgen in de ruimte voor nieuwe voorzieningen waar nodig.

In scenario D wordt ingezet op woningbouw voor jonge gezinnen. Welke extra druk op jeugdzorgvoorzieningen wordt verwacht en welke maatregelen worden genomen om escalatie te voorkomen?

13. Dit is te gedetailleerd voor een scenario studie en niet berekend. Jeugdzorgvoorzieningen kunnen een plek krijgen in de ruimte voor nieuwe voorzieningen waar nodig.

Hoe wordt de toegankelijkheid van voorschoolse educatie en vroegsignalering bij kwetsbare gezinnen per scenario gewaarborgd?

14. Dit is te gedetailleerd voor een scenario studie en niet berekend. Naar verwachting groeit de vraag in scenario’s C en D, waarbij deze voorzieningen worden toegevoegd waar nieuwe woningen komen. In scenario C kan deze vraag door de inzet op de sociale component deels door de gemeenschap worden opgevangen.

Welke wijzigingen in de ruimtelijke inrichting van speel- en ontmoetingsplekken per scenario zorgen voor een inclusieve omgeving voor kinderen met een beperking?

15. In alle scenario’s wordt ingezet op speel- en ontmoetingsplekken voor alle doelgroepen – dus ook voor kinderen met een beperking. De locatie verschilt per scenario: A – verspreid door de kern B – in het stadshart C – in wijkcentra D – aan de westelijke rand 1 Met alleen bestaande plannen is het inwonersaantal 45.000 in 2045.

-

In Scenario A wordt ingezet op 1000 extra woningen door betere benutting met daarbij een huishoudensgrootte van 2.0 Dat zou betekenen zo’n 2.000 extra inwoners. Wat is de

geprognotiseerde inwoner aantal bij de realisatie van alle bestaande plannen?

-

Scenario A is het enige scenario waarbij de gemeentelijke belastingen worden genoemd. Kunt u aangeven welke effecten Scenario B, C en D hebben op de gemeentelijke belastingen (ongeacht de ontwikkelingen van het gemeentefonds)

-

In Scenario B wordt aangegeven dat er woningen worden gebouwd voor ouderen, starters en jong talent. Kunt u wat voorbeelden geven wat ‘jong talent’ is en wat voor woningen daarbij zouden passen.

-

In Scenario B wordt aangegeven: Maximaal duurzaam opwekken met zon….. Daarbij is de 3 hoek langs de A12 aangegeven als toekomstig Bedrijventerrein. In Scenario C wordt daarentegen aangegeven dat de focus ligt op lage energievraag en dat duurzame opwekking plaats vind door klein wind, zon (op dak) wat vooral buiten zicht is. Daarbij is de 3 hoek langs de A12 in het toekomstbeeld wel als Zon op veld in getekend. Kunt u aangeven hoe deze keuzes en opbouw tot stand zijn gekomen?

2. In scenario’s B, C en D groeit het aantal inwoners en bedrijven waardoor de belastingdruk breder kan worden verspreid. Wel kunnen er extra kosten zijn verbonden aan opgaven in gebiedsontwikkelingen zoals waterhuishouding en nieuwe infrastructuur voor mobiliteit en energievoorziening. Dit is niet specifiek berekend omdat het gaat om richtinggevende scenario’s en nog niet om concrete plannen.

3. In de woningbehoefteonderzoek Waddinxveen is de categorie Alleenstaanden en stellen tot 35 jaar uitgesplitst in de volgende subcategorieën: jong urbaan met laag/ middel/ hoog budget (de laatste ook breder bekend als ‘Yuppies’). Voor deze groepen zijn kleinere woningen in een stedelijke omgeving dichtbij treinstations passend.

4. De kaarten zijn indicatief. In scenario B wordt zonne-energie opgewekt onder andere op daken van grote (bestaande en nieuwe) bedrijven. In scenario C kan in het midden van de kavels zonne-energie worden opgewekt, met kleinere schaal bedrijven aan de voorkant. Het gebied aan de A12 is daarnaast geschikt voor opwekking van zonneenergie in scenario C omdat het niet aan de kern of in een van de waardevolle polderlandschappen ligt.

-

In Scenario C en D wordt ingezet op (parkeer)Hubs. Welke maximale loopafstanden naar woningen is daarbij gebruikelijk?

5. Vanuit parkeerhubs is de gebruikelijke loopafstand 200-400 m (ca. 5 minuten). De locaties op de kaarten zijn indicatief.

-

In de huidige Omgevingsvisie staat het industrieterrein aan de Maarten Schoutenstraat/Mercuriusweg als een transformatiegebied naar woningen. Wat is de reden dat dit in Scenario C is losgelaten?

6. Scenario C wijkt deels af van de Omgevingsvisie wat betreft industrieterrein Maarten Schoutenstraat/ Mercuriusweg. Het deel aan de Gouwe van dit terrein wordt gemengd gebied met goede verblijfskwaliteit aan de kade. De rest blijft werkgebied met kleinschalige bedrijvigheid. Deze invulling past beter bij scenario C waarin Waddinxveen er naar streeft om kleine bedrijven en lokale werkgelegenheid te behouden. Op deze manier wordt ook nabijheid van wonen en werken op loop- en fietsafstand van elkaar versterkt.

-

Veel huidige bedrijventerreinen worden in de Scenario’s aangeduid in de legenda als Gemengd woon-werkgebied. Overigens is bijv in Scenario C niet helemaal te herlijden waarom Doelwijk als woon-werk gebiedt wordt aangeduid en Coenecoop als industrieterrein. Klopt het dat de huidige bedrijventerreinen meer gemengde gebieden worden?

-

Wordt er in de Scenario’s B, C en D ook uitgegaan dat we een inhaalslag op het gebied van Maatschappelijke voorzieningen zoals Sport? (hij wordt bij A heel nadrukkelijk genoemd.

7. In scenario C worden de benoemde huidige bedrijventerreinen geen woon-werkwijken. Doelwijk blijft een bedrijventerrein, met daarbij energieopwekking zoals zon op dak (omdat het buiten zicht is vanuit de kern, zie antwoord hierboven). Coenecoop blijft een bedrijventerrein om nabijheid van wonen en werken te versterken.

8. Extra maatschappelijke voorzieningen (verder dan bestaande afspraken en beleid) worden in scenario’s B, C en D toegevoegd specifiek voor de doelgroepen in de nieuwe woningen. Specifiek over Sport: in scenario A ligt de focus niet op sportvoorzieningen, wel wordt bewegen in de openbare ruimte aangemoedigd. In scenario B worden extra sportvoorzieningen toegevoegd in de westelijke rand in combinatie met groen, en kleinschaliger in het stadshart en woonwerkwijken aan de Gouwe. In scenario C worden kleinschalige sportvoorzieningen toegevoegd in de wijkcentra en aan de rand. In scenario D wordt een grootschalige sportvoorzieningen toegevoegd, een kansrijke locatie hiervoor is indicatief aangegeven ten zuiden van de Vredenburghlaan.

Agendapunt 9: Nota kostenverhaal en financiële bijdragen Waddinxveen 2025

Partij: PCW

Vraag (kort en bondig) 1. Raadsvoorstel pag. 3: Wat is het toepassingsbereik en wat zijn de uitgangspunten voor de berekening van de hoogte van de bijdrage aan het Vereveningsfonds van een initiatiefnemer die niet aan de Woonzorgvisie kan voldoen? 2.Wat zijn de uitgangspunten voor het aanvragen van een bijdrage uit het vereveningsfonds? 3. De gemeente dient voor voldoende compensatielocaties te zorgen. In hoeverre is hier al rekening mee gehouden in de planvorming?

Antwoord Vraag 1 t/m 3: Met het voorstel besluit de Raad een instrument toe te voegen aan het kostenverhaal. Het college zal de definitieve uitwerking van het fonds vaststellen op basis van het besluit perspectief Waddinxveen 2050 (en eventuele aandachtspunten die naar voren komen in de bespreking van het voorliggende voorstel).

PvdA GL

-(punt 3: storingen moet zijn stortingen) Vraag: Klopt het dat als de gemeente de ontwikkelaar is er in principe volgens de woonzorgvisie wordt gebouwd?

2. Ja dat kan.

CDA

Vraag: Kan de gemeente als ontwikkelaar ook gebruik maken van de reserve betaalbare woningen? • Raadsvoorstel: Wat worden de kaders (voorwaarden en financieel) van het Vereveningsfonds Sociale Woningbouw? NB Uitwerking in Bijlage 1 van Nota kostenverhaal is summier.

• Raadsvoorstel blz 2: is er een inhoudelijk verschil tussen een anterieure en een posterieure overeenkomst? NB Posterieur nergens uitgewerkt.

Vraag 2: Posterieure overeenkomst is een overeenkomst die gesloten kan worden na vaststelling van een exploitatieplan.

• Nota kostenverhaal: kunt u voorbeeld geven van een situatie (zie blz 10) dat het onmogelijk is een overeenkomst te sluiten?

1. Ja dat klopt.

Vraag 1: Met het voorstel besluit de Raad een instrument toe te voegen aan het kostenverhaal. Het college zal de definitieve uitwerking van het fonds vaststellen op basis van het besluit perspectief Waddinxveen 2050 (en eventuele aandachtspunten die naar voren komen in de bespreking van het voorliggende voorstel).

Vraag 3: Als de gemeente en de ontwikkelaar het niet (tijdig)eens worden over de uitgangspunten/randvoorwaarden van de desbetreffende ontwikkeling.

heeft verwijderd: ¶

• Memo motie extra sociale huurwoningen: blz 3 vermeldt een % sociale woningen in bezit van woningcorporatie van 27%, te verhogen met 268 woningen van particulieren. Waar staan we nu? NB Waddinxveen in cijfers geeft een totaal van 25,6% sociale verhuurder (landelijk 28,6%). Hoe groot is momenteel het tekort voor 30%?

OR Sattaur

Kunnen wij een apart document krijgen over het verevenigsfonds omtrent het opgestelde beleid, financiering, besteding en verdeling van middelen, beheer, controle en evaluatie, bijbehorende wet- en regelgeving?

Is er een lager bedrag mogelijk dan 355.000 voor betaalbare koop?

Vraag 4: De cijfers met betrekking tot (particuliere-) sociale huurwoningen uit het memo extra sociale huurwoningen komen uit het onderzoek van Stec groep d.d. mei 2023. De cijfers die de gemeente verder tot haar beschikking heeft, zijn te zien in Waddinxveen in Cijfers. Daarin zijn alleen corporatiewoningen opgenomen. In 2023 was dit circa 27%, in 2024 circa 26%. De precieze aantallen sociale huurwoningen in de particuliere huursector zijn niet bekend bij de gemeente Waddinxveen. Vraag 1: Met het voorstel besluit de Raad een instrument toe te voegen aan het kostenverhaal. Het college zal de definitieve uitwerking van het fonds vaststellen op basis van het besluit perspectief Waddinxveen 2050 (en eventuele aandachtspunten die naar voren komen in de bespreking van het voorliggende voorstel). Vraag 2: De Woonzorgvisie Waddinxveen schrijft in het indicatieve woonprogramma voor dat het segment betaalbare koop betrekking heeft op woningen van maximaal 355.000 euro. Alle woningen tot aan deze prijs vallen in het segment betaalbare koop.

Welke bedragen horen bij middenhuur?

Vraag 3: De maximale huur voor een middenhuurwoning zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma van de Woonzorgvisie Waddinxveen is € 1.128,60 (peildatum februari 2024).

Kunnen wij in Waddinxveen een maximum bedrag stellen aan een sociale huurwoning? Kunnen wij apart beleid en regelgeving hiervoor opstellen?

Vraag 4: Nee. Het Rijk stelt elk jaar de maximale huur vast van sociale huurwoningen (liberalisatiegrens). Over deze maximale huurprijs (€ 900,07 per 1 jan 2025) kan een gemeente geen afwijkend, lokaal beleid opstellen. Ook de hoogte van de sociale huurprijzen tot de eerste en tweede aftoppingsgrens worden vastgesteld door het Rijk.

Agendapunt 10: Aanvraag financiële bijdrage voor onderzoek ontplofbare oorlogsresten

Partij: D66

Vraag (kort en bondig) Zijn er nog meer locaties in Waddinxveen waar dergelijke oorlogsresten mogelijk gevonden kunnen worden?

Antwoord Ja. Zie bijlages met de Bodembelastingskaart en het bijbehorende Historische vooronderzoek uit 2021.

We begrijpen dat er een kaart is waarop locaties in beeld gebracht zijn. Kunt u deze kaart met ons delen?

In 2021 is er door het bureau Reaseuro in kaart gebracht in welke delen van Waddinxveen mogelijk niet ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen (toen nog NGE genoemd, niet gesprongen

explosieven). Dit is gedaan door diverse bronnen te raadplegen. Dit wordt toegelicht in de rapportage die hier ook als bijlage is toegevoegd.

PCW

Er zijn onderzoeken gedaan in Park Triangel. Wat hebben deze onderzoeken opgeleverd?

Er zijn onderzoeken uitgevoerd in het gebied aan de westkant van het spoor en in ParkRand (G3), het toekomstige bedrijventerrein in Triangel. In beide gevallen zijn er geen explosieven gevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15268151/1