a. TAM-omgevingsplan Triangel I3_Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Triangel I3 Gemeente: Waddinxveen Versie
NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401
Inhoudsopgave Motivering
2
Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging en begrenzing Omgevingsplan De bij het plan behorende stukken Opzet van de motivering: leeswijzer
5 6 7 8 9
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie
10
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
11
3.1
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 4.2 4.3
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Water 5.1 5.2 5.3
Algemeen Relevant beleid Water in Park Triangel
Hoofdstuk 6 Planologische en milieutechnische aspecten 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12
Milieueffectrapportage Geluid Luchtkwaliteit Activiteiten en milieuzonering Externe veiligheid Bodem Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en gezondheid Trillingen Kabels & leidingen
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 7.2 7.3
11
13 13 16 17
24 24 24 25
31 31 31 33 36 40 41 43 44 47 50 50 51
52
Omgevingsplan Hoofdstukindeling Werkingsgebieden
52 52 53
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid
55
8.1
Kostenverhaal
Hoofdstuk 9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 9.2
Participatie Procedure
4/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
55
56 56 56
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de zuidzijde van Waddinxveen wordt de nieuwe woonwijk 'Park Triangel' gerealiseerd, waarvoor de gemeente op 24 september 2008 een uit te werken bestemmingsplan Triangel heeft vastgesteld. Op grond van dat bestemmingsplan werd de ontwikkeling van de woonwijk gefaseerd mogelijk gemaakt via diverse uitwerkingsplannen (ex artikel 3.6 Wro). Inmiddels zijn al diverse uitwerkingsplannen vastgesteld en is Park Triangel grotendeels gebouwd. Dit plan gaat over het laatste deelgebied van Park Triangel, deelgebied Park Vredenburgh (I3). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de procedure voor een uitwerkingsplan komen te vervallen. Om het deelgebied voor de realisatie te voorzien van een passend juridisch-planologisch kader is deze wijziging van het omgevingsplan opgesteld.
Figuur 1-1 overzicht deelgebieden park Triangel Het deelgebied waarop dit plan betrekking heeft, Park Vredenburgh (i3), wordt gefaseerd ontwikkeld in fase 1 en 2. In onderstaande afbeelding een overzicht van de fasering.
5/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Figuur 1-2 overzicht fasering binnen deelgebied Park Vredenbugh (i3) Dit plan heeft enkel betrekking op fase 1 van deelgebied Park Vredenburgh (i3). Binnen de fase worden maximaal 108 woningen gerealiseerd, bestaande uit een mix van: 45 appartementen, sociale huur 32 tussen- en hoekwoningen, middendure koop 19 tussen- en hoekwoningen, goedkope koop 12 twee-onder-een-kapwoningen, koop Voor deze ontwikkeling is deze wijziging omgevingsplan opgesteld, waarmee de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt. Door de toename aan woningen in Park Triangel is dringend behoefte ontstaan aan maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een school met kinderdagverblijf en enkele zorgvoorzieningen (zoals bijvoorbeeld een huisartsenpost, fysio, tandarts en/of apotheek). Deze zijn voorzien in deelgebied Park Vredenburgh. Vanwege de urgente vraag is het voornemen om de school halverwege 2026 in gebruik te nemen. Voor de maatschappelijke voorzieningen is daarom gekozen voor een separate procedure, een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
1.2 Ligging en begrenzing Park Triangel is onderverdeeld in verschillende deelgebieden, die gefaseerd mogelijk worden gemaakt. Het plangebied Park Vredenburgh, is gelegen aan de westzijde van Park Triangel. Het is gelegen aan de belangrijkste toegangsweg tot de wijk, de Zuidelijk Rondweg, en is direct gelegen aan de Vredenburghzone.
6/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Figuur 1-3 Ligging plangebied
1.3 Omgevingsplan Het projectgebied ligt binnen het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen. Deze is in werking getreden op 1 januari 2024. De vigerende planologische regeling staat echter nog beschreven in het bestemmingsplan 'Park Triangel' dat is vastgesteld op 24 september 2008. Dit plan betreft een nader uit te werken plan waarbij de beoogde hoofdfunctie in het gebied wonen is. In de regels van het bestemmingsplan zijn diverse uitwerkingsregels opgenomen die in acht moeten worden genomen bij het opstellen van het uitwerkingsplan.
7/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Figuur 1-4 Uitsnede plangebied bestemmingsplan 'Park Triangel' Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de procedure voor een uitwerkingsplan komen te vervallen. Om het deelgebied voor de realisatie te voorzien van een passend juridisch-planologisch kader is deze wijziging van het omgevingsplan opgesteld. Deze wijziging omgevingsplan is uitgewerkt conform de principes van de uitwerkingsregels van het moederplan 'Park Triangel'.
1.4 De bij het plan behorende stukken Deze wijziging van het omgevingsplan is opgesteld via de TAM-IMRO systematiek. Het plan met identificatienummer NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 bestaat formeel uit twee onderdelen: verbeelding/plankaart: waarop de functies van het wijzigingsgebied zijn weergegeven; planregels: de regeling waarin het gebruik van de binnen het wijzigingsgebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. De regeling is conform de Omgevingswet opgesteld. Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld met deze motivering waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording zijn opgenomen.
8/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
1.5 Opzet van de motivering: leeswijzer De motivering is als volgt opgebouwd: In Hoofdstuk 2 van de motivering wordt kort ingegaan op bestaande situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving, waarbij een beschrijving wordt gegeven van mogelijke ontwikkelingen in het plangebied. In Hoofdstuk 4 komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In Hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 7 betreft de juridische motivering. In Hoofdstuk 8 en Hoofdstuk 9 wordt aandacht besteed aan de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
9/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie Park Triangel maakt onderdeel uit van de Zuidplaspolder. Vanaf de tijd van drooglegging is het plangebied gebruikt als agrarisch gebied. Inmiddels is het overgrote deel van Park Triangel bebouwd of in ontwikkeling. Deelgebied I3 wordt gerealiseerd in het zuidwesten van Park Triangel. Het gebied wordt aan de westzijde begrensd door de Beijerincklaan en de Tweede Bloksweg. Aan de oostzijde ligt de Zuidelijke Rondweg. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied van I3 weergegeven. Momenteel ligt het terrein braak. Er zijn al enkele voorbereidingen getroffen om het gebied bouwrijp te maken voor de aanstaande ontwikkelingen.
Figuur 2-1 Bestaande situatie
10/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten Bij de start van de totale wijk Park Triangel is een Integraal Ontwikkelingsplan opgesteld, met onder andere stedenbouwkundige en kwaliteitseisen voor de nieuwbouw. Het Stedenbouwkundig Plan richt zich met name op het planontwerp van de totale wijk op hoofdlijnen. Het Kwaliteitsinstrumentarium richt zich hoofdzakelijk op de plan- en beeldkwaliteit van de beoogde woongebieden, voorzieningen, bedrijvigheid en openbare ruimte in Park Triangel. In fase 1 van het deelplan Park Vredenburgh (I3) worden 108 woningen mogelijk gemaakt. De regels ten aanzien van de toegestane functies en bouwnormen zijn gebaseerd op de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan 'Park Triangel'. In figuur 3-1 is het uitgewerkte stedenbouwkundig plan opgenomen. Dit betreft een impressie van de mogelijke invulling.
Figuur 3-1 Impressie stedenbouwkundige uitwerking fase 1 Park Vredenburgh (I3) De stedenbouwkundige opzet van Park Vredenburgh wordt grotendeels gebaseerd op de direct aangrenzende (openbare) stedelijke ruimtes en haar omgevingskwaliteiten. Het plan wordt zo ontwikkeld dat het gebied zo optimaal mogelijk wordt benut en de overgangen zorgvuldig en passend aansluiten aan de gebieden eromheen. De gebieden die Park Vredenburgh omsluiten zijn de zuidelijke rondweg, de Vredenburghzone en de achterzijde van de vrije kavels, gelegen aan de Tweede Bloksweg. De rijwoningen, het appartementen complex en het schoolgebouw met kinderdagverblijf en maatschappelijke functies in het plangebied wordt met de voorzijde georiënteerd op de 11/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Zuidelijke Rondweg. De bebouwing volgt de glooiing van de weg en in combinatie met de aan de overzijde gevestigde woningen en de meerdere rijen bomen wordt er een soort groene (stedelijke) allee gecreëerd. Ter hoogte van de aansluiting van de Polderlaan op de Zuidelijke Rondweg komt een bijzonder element in de bebouwing wat voor een samenspel en duidelijke begeleiding van de weg zal zorgen. Aan de Zuidelijke Rondweg wordt de bebouwing zo gesitueerd dat er vanuit de woningen aan de noordzijde van de Zuidelijke Rondweg en de straat Notenhout van deelplan Parkrijk een zichtlijn naar de Vredenburghzone wordt gecreëerd. Langs de Zuidelijke Rondweg en Polderlaan worden meerdere openingen tussen de gebouwen gemaakt om doorzicht richting de Vredenburghzone te creëren. Met deze zichtlijnen wordt het natuurgebied meer zichtbaar voor omwonenden en passanten. Ook is het langgestrekte schoolgebouw zo ontworpen dat het als schakel dient voor de twee alzijdige gebouwen in de Vredenburghzone en de meer (aaneen) gesloten bouwblokken elders in de wijk. Binnen het plangebied wordt een buurtstraatje gecreëerd met twee aansluitingen op de Zuidelijke Rondweg. Dit buurtstraatje vormt een lus door de woonbuurt, waardoor auto's rondom kunnen rijden. Het merendeel van de woningen is met de voorzijde aan dit buurtstraatje gesitueerd, waarbij ook de parkeervoorzieningen zich aan deze zijde bevinden.
Door deze verkeersstructuur ontstaat een autovrije, groene zone die 'De Groene Driesprong' wordt genoemd. Deze openbare ruimte is bedoeld voor ontmoeting en spelen voor zowel toekomstige bewoners als bezoekers. De Groene Driesprong draagt bij aan de verbinding met het natuurgebied de Vredenburghzone. De relatie met de omliggende groene ruimtes wordt versterkt door het toepassen van veranda's, pergola's en erkers bij de woningen die aan de Driesprong gelegen zijn, wat zorgt voor een vloeiende overgang tussen privé en openbaar groen. Beeldkwaliteit Ten behoeve van dit plan is een beeldkwaliteitplan (zie Bijlage 1 van de regels) opgesteld om de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te waarborgen. In de regels is opgenomen dat in de functie 'Woongebied' moet worden voldaan aan het beeldkwaliteitplan. Het beeldkwaliteitplan dient als leidraad en toetsingskader voor de beoordelingen van omgevingsvergunningen.
12/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Nationaal beleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.
Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.
We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen 13/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren.
In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties van de prioriteiten te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden.
14/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
4.1.2 (Ladder voor) duurzame verstedelijking Gemeenten en provincies zijn verplicht om in de motivering van een omgevingsplan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Dit staat beschreven in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen die voldoende substantieel is. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de planmotivering. Toets planvoornemen De voorliggende ontwikkeling is te beschouwen als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De gemeente Waddinxveen heeft voor Park Triangel een onderbouwing aan de hand van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Dit rapport is bijgevoegd in Bijlage 1 bij deze motivering.
In het rapport wordt met betrekking tot de behoefte aan woningen het volgende geconcludeerd: Binnen de regio bestaat een kwalitatieve behoefte aan 2.710 sociale huurwoningen. Door het grote tekort aan plancapaciteit in de zuidvleugel, is er tevens een grote behoefte aan grondgebonden woningen en appartementen. Rekening houdend met de bovenregionale vraag, is er een kwantitatieve behoefte aan 22.340 woningen. Tevens is er een kwalitatieve behoefte aan 6.090 grondgebonden woningen en 16.250 appartementen. Geconcludeerd wordt dat de in Park Triangel Park Vredenburgh (I3) geplande 108 woningen waarvan sociale huurwoningen en grondgebonden woningen, zowel regionaal als bovenregionaal, ruimschoots passen in de actuele behoefte. Het gehele gebied van Park Triangel wordt door Rijk als provincie beschouwd als bestaand stedelijk gebied. Tevens is de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen te onderbouwen. Met de grote groei van aan aantal inwoners van Park Triangel de afgelopen jaren is ook de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen toegenomen. Vanuit onderwijshuisvesting was het nodig om extra ruimte te creëren. Recente leerlingenprognoses vormde hierbij de basis. In Park Triangel bevinden zich alleen de (basis)scholen Dick Bruna en cbs TOV. Dit aanbod is beperkt, waardoor dringend behoefte is aan een nieuwe school op korte afstand (loop/fietsafstand) van de woonwijk.
Ook voor andere sectoren, zoals zorg en overige maatschappelijke voorzieningen, wordt extra behoefte verwacht naar aanleiding van de huishoudensgroei. De keuze is gemaakt om de verschillende functies te combineren in één gebouw. Bij de zoektocht naar de nieuwe school inclusief kinderdagverblijf is men uitgekomen op deze locatie in Park Triangel I3. Reden daartoe is dat vrijwel alle andere deelgebieden planologisch al zijn uitgewerkt en grotendeels ook al gerealiseerd. Overige nieuwe locaties zoals bijvoorbeeld I2 waren vanwege ruimtelijke overwegingen (te klein, rekening houdend met enkele watergangen en leidingen) uitgesloten waarbij alleen Park Vredenburgh nog beschikbaar was. Het gebouw is in I3 zo gesitueerd dat het goed toegankelijk is vanuit de andere deelgebieden en via de Zuidelijke Rondweg en dat het aansluit op de omliggende bebouwing. Gezien de ladderonderbouwing, de planologische regeling (uit te werken woongebied met maatschappelijke voorzieningen) en de aantoonbare leerlingenprognoses is afdoende gemotiveerd dat sprake is van duurzame verstedelijking waarbij de behoefte is aangetoond. Gelet op de regionale- en bovenregionale woningbehoefte en de daarmee gepaard gaande huishoudensgroei, kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de kaders van 15/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.1.3 Conclusie Met deze planontwikkeling zijn geen specifieke rijksbelangen gemoeid. De beoogde ontwikkeling is daarmee niet in strijd met het rijksbeleid.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland In mei 2024 is de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland in ontwerp gegaan. Het doel van de omgevingsvisie is om een strategische blik te werpen op de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. Daarnaast biedt het de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid en vormt het samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn en welke regels daarbij gelden. De omgevingsvisie kent zeven ambities waarbij de provincie ruimte maakt voor belangrijke ontwikkelingen rond participatie, bereikbaarheid, energie, economie, natuur, woningbouw en gezondheid & veiligheid. De ambities dienen als stip op de horizon waar de provincie Zuid-Holland naar toe wil en zijn als volgt omschreven. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Samen werken in Zuid-Holland Bereikbaar Zuid-Holland Schone energie voor iedereen Een concurrerend Zuid-Holland Versterken natuur in Zuid-Holland Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Gezond en veilig Zuid-Holland
Aan de hand van de ontwikkeldoelen zijn per ambitie diverse beleidsdoelen opgenomen. Deze beleidsdoelen stellen concrete uitvoeringsdoelen waar de provincie naar toe wil. Onderhavig initiatief voor het realiseren van de school en maatschappelijke voorziening kan aansluiten op de ambities van de provincie Zuid-Holland. Voornamelijk ambitie 6 (sterke steden en dorpen) wordt aan bijgedragen. Naast de realisatie van de woningen, wordt voorzien in nieuwe voorzieningen naar behoefte aan maatschappelijke voorzieningen voor de nieuwe uitbreidingswijk Park Triangel. Daarmee wordt ingezet op het versterken van noodzakelijke maatschappelijke voorzieningen die nodig zijn bij uitbreidingslocaties met veelal woningbouw binnen het stedelijk gebied. De school is door zijn ligging in Park Triangel goed bereikbaar. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op functiemenging door het schoolaanbod te verrijken met bijbehorende maatschappelijke functies.
4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Met de komst van de Omgevingswet is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze verordening past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening staan regels wat wel en niet is toegestaan in de fysieke leefomgeving. Ook zijn instructieregels opgenomen voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Het huidig plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling waarbij maatschappelijke voorzieningen worden toegevoegd. Instructieregels omtrent stedelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in paragraaf 7.3.8 van de omgevingsverordening. Voor maatschappelijke functies zijn geen concrete regels opgesteld vanuit de omgevingsverordening. Zoals reeds aangegeven heeft bij het vaststellen van het voormalig bestemmingsplan in 2009 al een beoordeling plaatsgevonden waarbij deelgebied 16/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
I3 van Park Triangel was voorzien in een nog uit te werken woongebied. Bij deze uitwerkingsregeling was voorzien dat bij woningbouw ook aansluitend maatschappelijke voorzieningen nodig zullen zijn. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan Triangel (2008) worden geen nieuwe mogelijkheden geboden. Er heeft daarbij eveneens al een toets plaatsgevonden aan de ladder van duurzame verstedelijking waarbij de behoefte voor de woningen en de maatschappelijke voorzieningen is aangetoond. Deze is opgenomen in paragraaf 4.1.2.
4.2.3 Conclusie Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen de uitgangspunten van het provinciaal beleid.
4.2.4 Regionale Agenda Wonen Het doel van de Regionale Agenda Wonen (RAW) is om gemeenten op regionaal niveau een kader te bieden waardoor er tijdig kan worden ingespeeld op kansen of ongewenste ontwikkelingen op het gebied van wonen. In de RAW staan drie onderwerpen centraal: 1. Het waarborgen van de productie: in de meeste gemeenten in Midden-Holland is de afgelopen jaren onvoldoende gebouwd om aan de woningbehoefte te voldoen. Hierdoor is de vitaliteit van de regio onder druk komen te staan. Waarborgen van de productie is essentieel om goede huisvestingsmogelijkheden te bieden aan de diversiteit aan huishoudens. Doelgroepen zijn onder andere starters, jonge en oudere gezinnen, kleine huishoudens en senioren. 2. Beter benutten van kwaliteiten van de regio: Midden-Holland kent een breed aanbod aan woonmilieus. De woningbouw moet de diversiteit van de regio en de kwaliteit van het wonen verder versterken. 3. Voorzien in de behoefte van specifieke doelgroepen: gemeenten gaan beter samenwerken om tot betere afstemming en samenwerking te komen met betrekking tot het huisvesten van kwetsbare doelgroepen, zoals: lagere en middeninkomens (tot € 43.000 per jaar): Deze groep kan nauwelijks terecht in de koopsector en heeft daardoor problemen met de doorstroming vanuit sociale huur.
arbeidsmigranten bijzondere doelgroepen (verstandelijk, lichamelijk of psychisch beperkt) en maatschappelijke opvang. De ontwikkeling van Park Triangel zorgt voor kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden voor verschillende soorten huishoudens en draagt op deze manier bij aan de vitaliteit binnen de regio Midden-Holland. Tevens wordt opgemerkt dat aan de gemeentelijke Woonzorgvisie (zie paragraaf 4.3.2) een Uitvoeringsprogramma is toegevoegd. In bijlage van het uitvoeringsprogramma is een Overzicht (indicatieve) woningbouwplannen Waddinxveen 2024-2031 toegevoegd waarin het programma van Park Triangel is opgenomen, die zijn goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland.
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De omgevingsvisie is vastgesteld op 12 oktober 2022. Het centrale thema is 'bruggen bouwen richting de toekomst'. Er komen grote ontwikkelingen aan, zoals energietransititie, klimaatadaptatie, die om ingrijpende keuzes vragen. De brug heeft drie pijlers: Veelzijdig polderlandschap; 17/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Goed leven tussen stad en land; Innovatieve knoop aan de Gouwe.
Figuur 3-1 ambities Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is een 'integrale visiekaart' opgenomen, waarop de belangrijkste ruimtelijke ingrepen staan.
18/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Figuur 3-2 integrale visiekaart In de woonkernen worden de groenstructuren versterkt. Zowel de hoofdgroenstructuur als de wijkgroenstructuur krijgen een kwaliteit- en kwantiteitsimpuls en gaan meer bijdragen aan biodiversiteit. Daarnaast komt er meer ruimte voor ontmoeting. Dit wordt gestimuleerd op logische plekken, zoals bij buurthuizen of andere voorzieningen die mensen trekken. Ook komt er in de openbare ruimte meer plek voor recreatie en speelmogelijkheden. Gebieden rond scholen en andere plekken waar veel kinderen komen, worden rookvrije omgevingen. In het centrum is extra aandacht voor het creëren van een toegankelijke openbare ruimte voor een ieder. Ook is dit een mogelijk autoluwe omgeving in de toekomst. In het centrumgebied streeft de gemeente naar een versterking van de horeca en een betere verbinding met de horeca aan de kade. In het gehele woongebied wordt ingezet op het verbeteren van de fietsinfrastructuur en verbindingen met de fiets. Voor de auto komt er een dekkend laadpalennetwerk. In de woonwijken wordt sterk ingezet op het stimuleren van zon op dak en op klimaatadaptie. Er is een aantal potentiële woningbouwlocaties aangegeven met een rode arcering. De meest opvallende is de transformatie van het bedrijventerrein Noordkade naar woningen. Met een gele arcering zijn gebieden gemarkeerd waar de planvorming al loopt.
Aan de rand van het woongebied zoeken we de verbinding met het buitengebied op. Hier creëren we ruimte voor het maken van groene ommetjes. In het buitengebied zetten we in brede zin in op het bevorderen van de biodiversiteit en natuurontwikkeling. Ook zorgen we dat hier voldoende ruimte is voor waterberging. Op zorgvuldig gekozen plekken verhogen we het waterpeil. Hier kunnen bijvoorbeeld natte teelten worden ontwikkeld. In polder Bloemendaal zien we hier op sommige plekken kansen voor. De grote groene pijlen geven aan waar er groene verbindingen met de regio worden versterkt. In de recreatiegebieden en in het veenweidegebied breiden we recreatie en spelmogelijkheden verder uit. In de gehele gemeente verbeteren we de fietsverbindingen, ook tussen het woongebied en het buitengebied. Voor de bedrijventerreinen zijn de volgende ontwikkelingen te zien. We zetten in op een groene buffer tussen de bedrijvigheid en het woongebied.De Vredenburghzone is de eerste stap hierin. In de A12 driehoek wordt de focus gelegd op bedrijvigheid van de toekomst. In het geval dat dit gebied tot ontwikkeling komt, betekent dit dat naast bedrijfsvormen en productieprocessen ook 19/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
dat dit natuurinclusieve en energieopwekkende gebouwen zijn in een groene omgeving. Alle bedrijventerreinen worden ingezet voor de energietransitie, door grootschalig zon op dak aan te leggen en duurzame warmte te gebruiken. Ze worden ook flink vergroend en duurzaam bereikbaar gemaakt. Het plangebied van Triangel is als 'woonkern' op de visiekaart aangeduid. De invulling van het plan past binnen de nieuwe structuurvisie.
4.3.2 Woonzorgvisie De gemeenteraad van Waddinxveen heeft in december 2022 de nieuwe woonzorgvisie vastgesteld. De woonzorgvisie vervangt per januari 2023 de ‘Woonvisie 2018-2022’. De woonzorgvisie bestaat uit een langetermijnvisie voor wonen (met zorg) voor de periode tot 2035. Het doel van deze woonzorgvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen (de woning en de woonomgeving) en de woningmarkt in Waddinxveen. Deze richting bestaat uit een hoofddoelstelling en vier pijlers die hier vorm aan geven. Hoofddoelstelling Om te zorgen dat iedereen prettig kan wonen, moet de woningvoorraad zo goed mogelijk aansluiten bij de woningbehoefte. Ouderen en kwetsbare inwoners die hulp nodig hebben bij het vinden van passende huisvesting of om toekomstbestendig te zijn, moeten worden ondersteund. Ook moet er een goede balans zijn tussen woningbouw, ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en een groene, gezonde leefomgeving. De hoofddoelstelling is uitwerkt in vier pijlers: Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Passende huisvesting kan voor iedereen iets anders betekenen. Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat ongeacht inkomen, leefstijl en huishoudenssamenstelling iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving.
Voor sommige doelgroepen zijn onvoldoende woningen beschikbaar. Om deze doelgroepen te kunnen bedienen, zal de woningvoorraad moeten worden aangepast en aangevuld. Hierbij gaat het zowel om aanpassingen in de bestaande voorraad als om de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Belangrijk is de bouw van levensloopgeschikte woningen. Dit zijn zelfstandige woningen die geschikt zijn (te maken) voor bewoning in alle levensfasen, met minimale fysieke inspanning en minimale kans op ongevallen. Levensloopgeschiktheid in nieuwe woningen is tot op zekere hoogte gewaarborgd via het BBL. Pijler 2: Wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel samen met contact hebben met anderen en worden ondersteund wanneer dat nodig is. Dit gebeurt steeds vaker in de eigen woning. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn waarin dit kan, zowel in de bestaande voorraad als nieuwbouw. Ook de openbare ruimte en voorzieningen in de nabije omgeving kunnen ontmoeting en welbevinden stimuleren. Samenwerking met de samenleving en andere partners, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties en scholen staat voorop. Pijler 3: Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw.
Door duurzaam te bouwen, bestaande woningen te verduurzamen en door bewustwording en gedragsverandering van bewoners, wordt bijgedragen 20/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan het voorkomen van uitputting van fossiele brandstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Pijler 4: Leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. We willen dat de woonomgeving bijdraagt aan de gezondheid van onze inwoners. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden en op wijk- en buurtniveau in te zetten op de punten waar verbetering nodig is en zoveel mogelijk samen en met de bewoners. Leefbaarheid is niet alleen fysiek. We willen dat de sociale cohesie in de buurten en wijken wordt bevorderd, zodat eenzaamheid kan worden voorkomen. Dit plan draagt, als onderdeel van Park Triangel, bij aan de beschikbaarheid van woningen in een betaalbaar segment. Zeker gelet op het aandeel sociale woningbouw, middenhuur en betaalbare koop in dit plandeel. Gelet op de combinatie van wonen met maatschappelijke voorzieningen in het plan wordt ook bijgedragen aan de doelen rondom zorg, welzijn en leefbaarheid in de woonomgeving. De nieuwe woningen voldoen aan de meest recente duurzaamheidseisen. Opgemerkt wordt dat aan de gemeentelijke Woonzorgvisie een Uitvoeringsprogramma is toegevoegd.
In bijlage van het uitvoeringsprogramma is een Overzicht (indicatieve) woningbouwplannen Waddinxveen 2024-2031 toegevoegd waarin het programma van Park Triangel is opgenomen.
4.3.3 Visie Maatschappelijke voorzieningen Waddinxveen is een van de snelst groeiende gemeentes van Nederland. Mede door de ontwikkeling van Park Triangel, waarbij 2.700 woningen gerealiseerd zijn, is de toestroom van inwoners van omliggende steden en dorpen toegenomen. Met de toename aan inwoners stijgt ook de vraag naar maatschappelijke voorzieningen. Om het belang van goede maatschappelijke voorzieningen te borgen is het visiedocument Maatschappelijke Voorzieningen gemeente Waddinxveen 2030 opgesteld. Hierin wordt het bestaande aanbod en de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar maatschappelijke voorzieningen omschreven. Naast dit visiedocument werkt de gemeente aan een nieuw integraal huisvestingsplan voor primair onderwijs. Dit wordt naar verwachting op 11 december 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Onderwijs Gebleken is dat op meerdere scholen in Waddinxveen een wachtlijst is voor scholen. De vraag naar maatschappelijke voorzieningen is dan ook hoog. Uit de visie maatschappelijke voorzieningen blijkt dat in Waddinxveen momenteel 9 scholen zijn voor het basisonderwijs (primair onderwijs) en 1 middelbare school. Als gekeken wordt naar de spreiding, dan blijkt uit de 'Heat maps' dat met name in het zuiden en oosten van Waddinxveen te weinig spreiding is van basisscholen. In Park Triangel zijn slechts twee basisscholen gelegen.
Dit betreft de openbare basisschool Dick Bruna en CBS Tov gelegen aan de Parklaan. Voor primair onderwijs is er een kwalitatieve behoefte dat de school op fiets- en loopafstand bereikbaar is. Door de beperkte spreiding en de behoefte is deze school in Park Triangel nodig. Kinderopvang De gemeente Waddinxveen streeft er naar om de kinderopvang zoveel mogelijk in Waddinxveen te organiseren. Daarnaast wil de gemeente dat het de norm is dat de kinderopvang in 21/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Waddinxveen te voet of op de fiets bereikbaar is, mits dit ook ruimtelijk inpasbaar is. Daarnaast zo min mogelijk autoverkeer rondom kinderopvang te creëren om de (verkeers)veiligheid van de kinderen zoveel mogelijk te waarborgen en overlast voor de buurt te beperken. Uit de 'Heat map' blijkt waar de meeste behoefte is aan dagopvang of buitenschoolse opvang. Hieruit blijkt dat met name in het zuiden van Waddinxveen er een grotere behoefte aan dagopvang is dan in het noorden. Voor de buitenschoolse opvang is geen grotere vraag in het zuiden of noorden van Waddinxveen, maar lijkt het erop dat dit aanbod voldoende verspreid is. Eén van de belangrijke aandachtspunten is om bij een nieuw te realiseren school altijd de mogelijkheid te onderzoeken tot de realisatie van een integraal kindcentrum. In dit geval wordt bijgedragen aan het invullen van de behoefte van voornamelijk dagopvang en wordt het kinderdagverblijf gecombineerd met de basisschool. Zorg en Welzijn Wanneer wordt gekeken naar de spreiding van Zorg- en welzijnsvoorzieningen dan valt op dat bij de eerstelijnsgezondheidsvoorzieningen de huisartsen en apotheken het best gesitueerd zijn rondom het centrum, maar minder goed in het noorden en zuiden en dat met het oog op 2030 de spreiding van huisartsen in het zuiden verbetert.
Eén van de belangrijke aandachtspunten is om de vraag naar het benodigde aanbod voor maatschappelijke opvang mee te nemen bij nieuwe gebiedsontwikkeling. Zodat altijd de mogelijkheid tot nieuwe locaties voor deze functies verkend kan worden en niet vergeten wordt. In dit geval wordt bijgedragen aan het invullen van de behoefte.
4.3.4 Mobiliteitsplan Het Mobiliteitsplan 2013-2020 is op 26 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Tijdens het opstellen van het mobiliteitsplan is veelvuldig gebruik gemaakt van kennis en kunde van inwoners, het bedrijfsleven en diverse maatschappelijke organisaties van Waddinxveen. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de voornoemde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt. In het Mobiliteitsplan is rekening gehouden met de nieuwe woonwijk Park Triangel.
4.3.5 Masterplan Triangel / Integraal Ontwikkelingsplan (IOP) In het Masterplan voor Triangel zijn de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van het gebied aangegeven. Na het Masterplan zijn diverse uitwerkingen opgesteld, zoals visies en ontwikkelingsprogramma's waaronder het IOP. In februari 2010 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen het IOP voor Park Triangel vastgesteld. Dit plan bestaat uit vijf onderdelen: 1. het Stedenbouwkundig Plan met het bijbehorende functionele programma; 2. het Kwaliteitsinstrumentarium, de beschrijving van de te bereiken product- en proces kwaliteit; 3. het Bestemmingsplan Triangel als het vigerende juridisch planologisch kader; 4. de Grondexploitatie van de op te richten grondexploitatie maatschappij (een samenwerking tussen de gemeente Waddinxveen en BPD); 5. de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Waddinxveen en BPD (voorheen Bouwfonds Ontwikkeling), waarin partijen hun afspraken over de samenwerking bij de 22/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
ontwikkeling van Park Triangel hebben vastgelegd. Op 22 januari 2014 heeft de gemeenteraad het IOP bevestigd. Het voorliggende plan is in lijn met IOP Park Triangel.
4.3.6 Parapluplan Archeologie en Parkeren Het archeologiebeleid is gemeentebreed vertaald in het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren. Een deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' gekregen. Deze bestemming is in het voorliggende wijzigingsplan overgenomen. Het gemeentelijk parkeerbeleid is eveneens vertaald in het parapluplan vertaald. De regels met betrekking tot parkeren zijn eveneens overgenomen.
4.3.7 Beleidsnota externe veiligheid De gemeente Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de Beleidsnota externe veiligheid vastgesteld. In de beleidsnota zijn de volgende veiligheidsambities geformuleerd: woongebieden worden zo veilig mogelijk ingericht; de vestiging van nieuwe risicobedrijven in woongebieden is niet toegestaan; binnen het 100% letaliteitsgebied van risicobronnen zijn nieuwe bestemmingen voor verminderd zelfredzame personen niet toegestaan; de vestiging van nieuwe risicobedrijven op bedrijventerrein Coenecoop is uitsluitend toegestaan onder strikte voorwaarden; de vestiging van nieuwe risicobedrijven is toegestaan op Distripark Doelwijk en op het nog te ontwikkelen bedrijventerrein A12 Noord; nieuwe woon- en verblijfsgebouwen worden standaard uitgevoerd met afschakelbare ventilatie; routering gevaarlijke stoffen; aardgasleidingen. Voor de uitvoering van deze ambities zijn planologische kaders opgenomen, waaraan bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan worden getoetst. Om de uitvoering te borgen wordt deze beleidsnota externe veiligheid gekoppeld aan de nieuwe Structuurvisie Waddinxveen 2030 en wordt bij het opstellen van dit uitwerkingsplan rekening gehouden met de geformuleerde ambities.
4.3.8 Conclusie Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid.
23/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Hoofdstuk 5 W ater 5.1 Algemeen Het klimaat is aan het veranderen en dit leidt tot meer extremere buien. Het (hemel-)watersysteem en afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen het waterbelang te worden afgewogen. In dit hoofdstuk zal het aspect water worden beschreven. Allereerst wordt kort ingegaan op het relevante beleid waarna de bestaande en nieuwe situatie voor Park Vredenburgh i3 wordt beschreven.
5.2 Relevant beleid 5.2.1 Nationaal Waterplan 2022 - 2027 Op 18 maart 2022 is het National Water Programma (NWP) 2022-2027 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het NWP geeft de hoofdlijnen, principes en richting weer van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027. Met dit National Waterplan stelt het kabinet ambities voor schoon, veilig en voldoende water dat kilmaatadaptief en toekomstbestendig is. Onderdeel van het waterplan zijn: Aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering Blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte De zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening
5.2.2 Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 In het Regionaal Waterprogramma 2022-2027 wordt het waterbeleid van de provincie uitgewerkt voor verschillende onderdelen: Verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater Het op peil houden van de voorraad en de kwaliteit van het grondwater Bescherming en beperken van gevolgen tegen mogelijke overstromingsrisico's, ook als gevolg van klimaatverandering.
5.2.3 HHSK Waterbeheerplan 2022-2027 Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerprogramma 2022-2027, de Waterschapsverordening van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het algemeen bestuur van het HHSK heeft op 26 januari 2022 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma staan de ambities van het hoogheemraadschap voor de komende jaren. De taken van het waterschap worden omschreven, zoals de zorg voor voldoende en schoon water, het zuiveren van afvalwater, en wettelijke taken zoals het voorkomen van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Ambities zijn uitgewerkt binnen verschillende thema's: Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen Water en waterschap als onderdeel van de samenleving 24/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
In de Waterschapsverordening staan regels over activiteiten op of bij dijken, sloten, grondwater en wegen binnen het beheersgebied van het waterschap. Waaronder ook regels met betrekking tot veranderingen van het watersysteem, en lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichamen. Zo worden de volgende twee regels gesteld met betrekking tot het wijzigen van een waterstaatwerk: Het met elkaar in verbinding brengen van oppervlaktewaterlichamen is verboden zonder omgevingsvergunning Het aanbrengen van meer dan 500 m2 verhard oppervlak waarvan de neerslag geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, op een oppervlaktewaterlichaam wordt gebracht is verboden zonder omgevingsvergunning.
5.2.4 Gemeentelijke waterplan 2021-2025 Het Gemeentelijk Waterplan (GWP) 2021-2025 geeft vorm aan de ambities en beleidskaders vanuit de gemeente Waddinxveen, op het gebied van water en riolering, met als doel de leefomgeving toekomstbestendig en klimaatadaptief in te richten. Het GWP geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van onze voorzieningen op het gebied van water. Ook dient het GWP als instrument van de Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente Waddinxveen een tijdelijk Omgevingsplan. Alle eerdere bestemmingsplannen zijn onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat daarnaast ook uit een pakket aanr egels van het Rijk over taken die door het Rijk aan de gemeente worden overgedragen. Bijvoorbeeld regels rondom lozingen. Ook staan in het tijdelijk omgevingsplan regels over het afvoeren van hemel- en grondwater. De gemeente heeft tot eind 2031 de tijd om dit tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar het uiteindelijke omgevingsplan. De Omgevingsvisie 2050 van gemeente Waddinxveen, vormt de basis van het omgevingsplan. De Omgevingsvisie omschrijft de leefomgeving en toekomst van Waddinxveen. Een onderdeel daarvan is de natuurlijke leefomgeving zoals water, waterstress, en overstromingen.
De gemeente omschrijft de ambitie om te werken aan beschikbaarheid van voldoende (oppervlakte)water, van goede kwaliteit. De gemeente stelt belang bij het realiseren van voldoende ruimte voor het opvangen, bufferen en vertraagd afgeven van water. Bij herinrichtring en nieuwbouw wordt hier bewust rekening mee gehouden. De gemeente accepteert dat (buurt)wegen en groenstroken vaker kortdurend onder water staan. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het hemelwater dat op eigen terrein valt.
5.3 Water in Park Triangel 5.3.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen tussen de Tweede Bloksweg en de Zuidelijke Rondweg in gemeente Waddinxveen. Het totale oppervlak is circa 30.000 m2. Momenteel ligt de grond braak en voorheen diende het als agrarische grond en was het deels in gebruik als afvalbrengstation. De huidige bestemming betreft op grond van het bestemmingsplan 'Triangel' een nog uit te werken Woongebied. Onderstaande figuur geeft het plangebied van deelgebied I3 weer met rood gestippelde lijn.
25/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Figuur 5-1 Plangebied Park Vredenburg zone I3 (incl. fase 2) Binnen het plangebied zijn verschillende bestaande watergangen aanwezig. Figuur 5-2 geeft de watergangen (roze) weer die binnen het Park Vredenburgh (rood) aanwezig zijn. De meeste watergangen, zoals de watergangen langs de grenzen van het plangebied (OWA-73476 en -73630), betreffen oppervlaktewater uit categorie 'overig'. In de noordwestelijke hoek van het plangebied bevindt zich ook een deel van een primaire watergang. Figuur 5-2 geeft ook een uitvergroting weer van dit deel van het plangebied en de primaire watergang (donkerroze). Het waterschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van deze watergang. Overige (niet-primaire) watergangen binnen het plangebied vallen onder de verantwoordelijkheid van de aangrenzend eigenaar.
Figuur 5-2 Legger waterschap Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard/ Links: volledige plangebied, rechts: Uitvergroting blauw kader. (licht roze = watergang overig, donkerroze = watergang primair)
5.3.2 Nieuwe situatie Figuur 5-3 geeft de nieuwe situatie weer voor deelgebied i3. In het deelplan worden woningen mogelijk gemaakt (noordoostelijke deel). Ook wordt een school met kinderdagverblijf (zuidwestelijke hoek) op te richten en daarbij maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Ook zal binnen het plangebied ruimte beschikbaar zijn voor groenvoorzieningen, wegen en parkeerplaatsen.
26/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Figuur 5-3 Nieuwe situatie Figuur 5-4 geeft de plannen weer voor waterhuishouding binnen het plangebied. De watergangen worden gedempt (roze), en een aantal aangrenzende watergangen worden behouden (licht blauw) of nieuw aangelegd (donker blauw). Ook worden enkele wateroverloopgebieden aangeduid (licht groen).
Figuur 5-4 Situatietekening waterhuishouding (roze = dempen, licht blauw = bestaand, donker blauw = nieuw) In navolgende is de omgang met het thema water uit het bestemmingsplan Triangel overgenomen. Op basis van voorgaande uitwerkingsplannen voor Triangel zijn aandachtspunten naar voren gebracht door het hoogheemraadschap, die in de navolgende tekst zijn verwerkt. 27/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Een aantal van de genoemde regels- en wetgevingen zijn inmiddels verouderd (Waterwet), mede doordat de Omgevingswet van kracht is gegaan. Veiligheid en voorkomen van wateroverlast Door de aanleg van Park Triangel treedt functieverandering op in de Zuidplaspolder. Daardoor neemt mogelijke schade bij een dijkdoorbraak toe. De vraag is dan of de schadeklasse van de boezemkades moet worden verhoogd. Maatgevend hierbij is een doorbraak van de waterkering langs de Gouwe. De boezemkade langs de Gouwe heeft als normering schadeklasse V. Dit is de zwaarste klasse. Het verzwaren van de boezemkades is dan ook voor Park Triangel niet relevant. In december 2005 is in opdracht van de provincie een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van een overstroming voor de Zuidplaspolder. Onder andere voor plangebied Park Triangel zijn de maximaal optredende waterstanden berekend. Deze waterstand ligt 15 cm lager dan het beoogde vloerpeil van toekomstige woningen (dit was aanvankelijk NAP -5,05 m en voor nieuwe woningen recentelijk verhoogd naar NAP -4,85 m). Deze waterstand treedt op bij een dijkdoorbraak langs de Gouwe tussen Waddinxveen en de A12. Door provincie en het Hoogheemraadschap is geconcludeerd dat gezien de geringe waterdiepte, de verwaarloosbare stroomsnelheden van het water en de beschikbare evacuatietijd geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
Het bruto oppervlak van de ontwikkeling bedraagt 106 ha. Wanneer ervan uit wordt gegaan dat 50% van het gebied verhard wordt dan moet voor 53 ha. waterberging gecompenseerd worden. Binnen het gebied is al 15 ha. verhard, waardoor de waterbergingsopgave geldt voor 53-15 = 38 ha. Voor dit oppervlak geldt dat conform de eisen van het hoogheemraadschap waterberging gerealiseerd moet worden. De te realiseren waterberging bedraagt dan 19.400 m3. Deze bergingshoeveelheid dient gevonden te worden tussen het peil van -5.92 m. NAP en -6.25 m. NAP (toetshoogte voor grasland). Het benodigde wateroppervlak voor waterberging bedraagt dan 5,9 ha. Wanneer de hoeveelheid vermeerderd wordt met de hoeveelheid bestaand open water dan bedraagt het te realiseren wateroppervlak in totaal 14,5 ha. Voorkomen van grondwateroverlast Het toekomstige wegpeil in het plangebied wordt dusdanig gekozen dat de minimale drooglegging is gewaarborgd. De drooglegging, het verschil tussen het wegpeil en het waterpeil, voor het waterrijke plangebied met zettingsgevoelige bodem die is overeengekomen met HHSK en gemeente bedraagt 0,9 meter. Hiermee wordt de nodige veiligheid geboden tegen grondwateroverlast. Tegengaan bodemdaling veengebied Voorafgaand aan de bouw en bewoning (gebruiksfase) zal het plangebied bouwrijp gemaakt worden.
Hierbij zal gedurende 8 maanden tot 3 jaar de bodemdaling (zetting) kunstmatig worden versneld door middel van extra bovenbelasting teneinde gedurende de gebruiksfase de bodemdaling te beperken tot acceptabele waarden (norm). De norm die hiervoor gehanteerd wordt is dat een restzetting van 10 cm wordt geaccepteerd ter plaatse van wegen en riolering. Ter plaatse van tuinen wordt voorzien in een restzetting van 20 cm per 30 jaar. De nadere uitwerking hiervan, zoals de systeemkeuze van de versnelde consolidatie, dient in overleg met het HHSK tot stand te komen. Het HHSK heeft wel de toename van kwel als aandachtspunt benoemd. Riolering en waterkwaliteit In het gebied wordt een verbeterd gescheiden stelsel aangelegd waarbij, waar mogelijk, afstromend hemelwater van schone oppervlakken direct wordt afgevoerd naar het 28/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
oppervlaktewater. Het afkoppelen geschiedt met inachtneming van de daarvoor bij het Hoogheemraadschap geldende richtlijnen. Voorbeelden van oppervlakken die relatief schoon zijn, zijn onder andere daken en verkeersluwe wegen. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater afgevoerd wordt naar de afvalwaterrioolzuiveringsinstallatie. Verder zal het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen toegepast worden, alsmede niet-uitlogende en milieuvriendelijke beschoeiing en betuining. Hiermee wordt verontreiniging van het afstromende hemelwater beperkt. Omwille van de waterkwaliteit, worden in het plangebied geen doodlopende watergangen aangelegd, hetgeen de doorspoelbaarheid gunstig beïnvloedt. Inrichting en ecologie In het plangebied zullen de oevers ter plaatse van de openbare ruimte natuurvriendelijk worden ingericht. Het hoogheemraadschap stelt dat minimaal 50% van de totale oeverlengte op deze wijze wordt ingericht. Een natuurvriendelijke oeverinrichting bestaat uit oevers met een flauw talud, zodat de waterdiepte geleidelijk afneemt. Hiermee wordt een variatie aan vegetatietypen gestimuleerd. Door een inrichting van het watersysteem met een waterdiepte van minimaal 1 m wordt een robuust watersysteem gerealiseerd. De natuurvriendelijke oevers dragen bij aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Het plangebied is gesitueerd in een gebied met wateraanvoer waardoor de doorspoeling goed. is. In combinatie met de aanstaande sanering van lozingen van de glastuinbouw zal de waterkwaliteit naar verwachting verbeteren. Beheer en onderhoud Alle hoofdwatergangen zijn in beheer en onderhoud bij HHSK (met uitzondering van de hoofdwatergang langs de spoorlijn, die conform de Legger wordt onderhouden door Prorail). De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de overige watergangen en bijbehorende kunstwerken (duikers, bruggen etc). ook het beheer en onderhoud van de riolering en hemelwaterafvoer ligt bij de gemeente. De kosten worden door elk van de partijen voor zijn deel gedragen. Er vindt nauwe samenwerking plaats tussen de gemeente en het hoogheemraadschap om het beheer en onderhoud van het watersysteem zo efficiënt en effectief mogelijk te laten plaatsvinden (bijvoorbeeld door gebruik te maken van een gezamenlijk onderhoudsbestek). Alle watergangen dienen vanaf de kant bereikbaar te zijn voor onderhoud. Daartoe moet een obstakelvrije onderhoudsstrook (breedte 5 m gerekend vanaf boveninsteek van het talud) aanwezig zijn over de volle lengte van de watergangen. De brede tochten dienen eveneens varend onderhouden te kunnen worden (voor o.a. baggerwerkzaamheden). Daartoe dienen de kruisingen met wegen doorvaarbaar te zijn voor varend onderhoudsmaterieel.
De bewoners dienen op de hoogte te worden gesteld van de plichten, geboden en verboden met betrekking tot het onderhoud en activiteiten ter plaatse van het aangrenzende open water. Het gaat daarbij onder andere over het toepassen van geschikte bouwmaterialen, de eisen ten aanzien van bebouwing en steigers. De aanwezigheid van bomen en grote struiken langs de oevers is in algemene zin niet gewenst omdat dit leidt tot te veel beschaduwing en overmatige bladval in het water. Bouwen langs of in de hoofdwatergang is niet toegestaan omdat dan de bereikbaarheid voor het onderhoud wordt belemmerd. Daarnaast zal de benodigde transportcapaciteit van de hoofdwatergang ontoelaatbaar worden beperkt als bebouwing plaatsvindt. Deze bouwbepalingen zijn in de planregels van het voorliggende uitwerkingsplan vastgelegd. Opgemerkt wordt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem vergunning zal worden aangevraagd bij het HHSK op grond van de "Keur" (ex artikel 77 en 80 van de Waterschapswet). Vooroverleg hierover is gestart. In de keur is ook geregeld dat "beschermingszone" voor watergangen in acht dienen te worden genomen. Het komt erop neer dat binnen de beschermingszone vanaf de insteek van de 29/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
watergang (bovenkant talud) enkele meters niets gebouwd en opgeslagen mag worden. De laatstgenoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. De beschermingszone is door middel van een dubbelbestemming in dit bestemmingsplan vastgelegd. Voor het afkoppelen en direct lozen op het oppervlaktewater dient bij het HHSK vergunning te worden aangevraagd in het kader van de Waterwet. Vervolg en contact Hoogheemraadschap Voor de uitwerking van het onderdeel water wordt aangesloten bij boven omschreven plan. Gedurende het proces wordt daarvoor nauw contact gehouden met het waterschap.
30/56 - v astgesteld - NL.IMRO.0627.TAMOPTriangeli3-0401 -
Hoofdstuk 6 Planologische en milieutechnische aspecten 6.1 Milieueffectrapportage 6.1.1 Wet- en regelgeving De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er zal niet meer getoetst worden aan de limitatieve lijst van MER-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure.