CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Monitor Sociaal Domein 2024

Besluitvormende raadsvergadering 10 december 2025, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken8.614 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor Sociaal Domein 2024

Voorwoord Geachte lezer, Bij deze ontvangt u van het college de monitor sociaal domein 2024. Deze monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen van het sociaal domein op basis van cijfers. Met het delen van deze monitor wil het college de gemeenteraad in staat stellen haar controlerende taak uit te voeren. Onder het sociaal domein verstaan wij alle taken die voortkomen uit de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet. Zorg voor iedereen die het echt nodig heeft Iedereen die echt zorg of ondersteuning nodig heeft, moet deze ook krijgen. Wij kijken zorgvuldig naar de behoeften van inwoners en zorgen dat hulp op tijd en passend wordt geboden. Tegelijkertijd moeten we de zorg betaalbaar houden, zodat de kwaliteit op lange termijn blijft en ook toekomstige generaties gebruik kunnen maken van de ondersteuning. Dit vraagt om duidelijke keuzes, goede samenwerking met partners en het versterken van de eigen kracht van inwoners. Door preventie, vroegtijdige hulp en een sterke sociale basis te combineren, zorgen we dat inwoners zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen en specialistische zorg beschikbaar blijft voor wie het echt nodig heeft. Vraag naar hulp en ondersteuning stijgt Het aantal inwoners van Waddinxveen groeit, de levensverwachting neemt toe en ook het aantal ouderen neemt toe. Hierdoor stijgt het gebruik van voorzieningen.

Opvallend is de groei van het aantal kinderen tot 12 jaar. Tussen 2018 en 2024 nam deze groep met 43% toe. Door deze groei neemt ook de vraag naar hulp en ondersteuning toe en daarmee stijgen de kosten. Hogere kosten drukken op de begroting Niet alleen de toenemende vraag drijft de kosten op. Ook de prijzen voor hulp, lonen en uitkeringen stijgen. Daarnaast hebben landelijke besluiten invloed. Beslissingen van het Rijk hebben directe gevolgen voor Waddinxveen. Landelijke wet- en regelgeving, zoals de Hervormingsagenda Jeugd en het Integraal Zorg Akkoord, zetten in op verschuiving van (dure) zorg naar meer aanbod lokaal en in de wijk. Gemeenten moeten hierdoor extra zorg en voorzieningen bieden, terwijl het bijbehorende Rijkbudget vaak niet evenredig meegroeit. Ook veranderingen in de Jeugdwet hebben gevolgen voor de lokale uitvoering. We moeten keuzen maken om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden De kosten in het sociaal domein blijven oplopen en deze drukken op de gemeentelijke begroting. Daarom zit er een taakstelling op het sociaal domein. Bij de programmabegroting is een plan van aanpak voor deze beoogde transformatie toegevoegd. In dit plan laten staan mogelijkheden om de taakstelling te halen.

Naast het terugdringen van kosten kijken we ook naar de hoeveelheid aanvragen Sinds de decentralisatie van het sociaal domein is het aantal kinderen en jongeren dat jeugdzorg ontvangt sterk gestegen. Dit zorgt voor hoge kosten en druk op de zorg. Tegelijkertijd roept het maatschappelijke vragen op: wat is normaal en wanneer is professionele hulp nodig? In Waddinxveen zetten we daarom in op normaliseren

2 Monitor Sociaal Domein 2024

Inwoners kijken eerst wat zij zelf kunnen, met hulp van gezin, familie of buren. Pas daarna schakelen we extra ondersteuning in. Zo blijft specialistische zorg beschikbaar voor wie het echt nodig heeft. Deze aanpak versterkt de sociale basis, voorkomt problemen en stimuleert een gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren. Een belangrijk deel van de oplossing ligt bij het Rijk. Wij rekenen erop dat de Jeugdwet, zoals afgesproken in de Hervormingsagenda Jeugd, zo wordt aangepast dat niet voor alle problematiek automatisch een beroep op jeugdzorg nodig is. Werken aan een toekomstbestendig sociaal domein Wij zetten in op preventie en normaliseren, zodat inwoners eerst kijken wat zij zelf kunnen en specialistische zorg beschikbaar blijft voor wie dat nodig heeft. We versterken de sociale en pedagogische basis via gezinnen, scholen en buurtinitiatieven. Zo voorkomen we problemen vroegtijdig en zorgen we dat kinderen en jongeren gezond opgroeien. Wij investeren in een sterk lokaal team van goed toegeruste professionals, zodat ondersteuning effectief, samenhangend en toegankelijk is. Middelen zetten we efficiënt in en we werken samen met partners om vrij toegankelijke voorzieningen goed te organiseren. Zo bouwen we aan een sociaal domein dat nu en in de toekomst toegankelijk, betaalbaar en effectief is voor alle inwoners van Waddinxveen.

Wij blijven ons inzetten voor de juiste zorg voor de meest kwetsbaren, maar ook de betaalbaarheid van de zorg. Het college van burgemeester en wethouders, Evert Jan Nieuwenhuis Albert Kerssies Brigitte Leferink Femke Vleij

3 Monitor Sociaal Domein 2024

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1

Verantwoording financiële gegevens ...................................................................................... 6

1.2

Wijzigingen ten opzichte van voorgaande versies van de monitor ......................................... 6

Samenvatting ................................................................................................................................... 7 2.1

Algemeen................................................................................................................................. 7

2.2

Jeugdwet ................................................................................................................................. 7

2.3

Wmo ........................................................................................................................................ 7

2.4

Participatiewet en armoedebeleid ........................................................................................... 8

2.5

Vrij toegankelijke voorzieningen .............................................................................................. 8

Demografische ontwikkelingen ........................................................................................................ 9 3.1

Ontwikkeling van het aantal inwoners ..................................................................................... 9

3.2

Ontwikkeling van de samenstelling van de bevolking ........................................................... 10

Jeugdwet en leerlingenvervoer ...................................................................................................... 11 4.1

Aantal en percentage kinderen met een Jeugdwetvoorziening ............................................ 11

4.2

Groei aantal kinderen met een jeugdwetvoorziening ............................................................ 12

4.3

Uitgaven Jeugdwet ................................................................................................................ 13

4.4

Leerlingenvervoer .................................................................................................................. 14

4.5

Uitgaven leerlingenvervoer .................................................................................................... 15

4.6

Resultaten cliëntervaringsonderzoek Jeugdwet .................................................................... 15

Wet maatschappelijke ondersteuning ............................................................................................ 17 5.1

Aantal inwoners met een Wmo-voorziening .......................................................................... 17

5.2

Uitgaven Wmo type voorziening ............................................................................................ 20

5.3

Resultaten cliëntervaringsonderzoek Wmo ........................................................................... 22

Participatiewet en Armoedebeleid .................................................................................................. 23 6.1

Ontwikkeling van het aantal uitkeringen ................................................................................ 23

6.2

Instroom en uitstroom ............................................................................................................ 25

6.3

Duur van de uitkeringen ........................................................................................................ 26

6.4

Arbeidsplaatsen met loonkostensubsidie (beschut werk en garantiebanen) ........................ 26

6.5

Uitgaven Participatiewet ........................................................................................................ 27

6.6

Toegekende minimaregelingen en bijzondere bijstand ......................................................... 28

Vrij toegankelijke voorzieningen ..................................................................................................... 29 7.1

Ontvangen hulpvragen .......................................................................................................... 29

7.2

Kortdurende begeleiding ....................................................................................................... 31

7.2.1

Steunouders ...................................................................................................................... 32

4

1

Inleiding

Voor u ligt de Monitor Sociaal Domein over 2024. Deze monitor geeft inzicht in het gebruik van maatwerkvoorzieningen binnen het sociaal domein en de kosten die daarmee zijn gemoeid. Ook wordt inzicht gegeven in het gebruik van vrij toegankelijke voorzieningen. Deze verschillende onderdelen van de monitor worden hier kort toegelicht. Demografische ontwikkelingen De omvang en de samenstelling van de bevolking is in hoge mate bepalend voor het gebruik van de hulp en ondersteuning binnen het sociaal domein. Daarom worden in hoofdstuk 3 van deze monitor ook de belangrijkste demografische ontwikkelingen uitgelicht. Maatwerkvoorzieningen binnen het sociaal domein Een maatwerkvoorziening is een voorziening die op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon is afgestemd. Om gebruik te kunnen maken van een maatwerkvoorziening is een verwijzing of indicatie en beschikking vanuit het Sociaal Team van de gemeente of een andere verwijzer nodig. Een maatwerkvoorziening kan in de vorm van ‘zorg in natura’ (zin) of een persoonsgebonden budget (pgb) verstrekt worden aan een inwoner. Bij zin wordt de zorg gedefinieerd, toegekend, geleverd en afgerekend volgens gemeentelijke en vooral regionale basis- en deelovereenkomsten. Bij een pgb sluiten (vertegenwoordigers of familie van) inwoners zelf deze contracten af voor het inkopen van hun zorg en ondersteuning.

Aan elk van de maatwerkvoorzieningen die worden verstrekt vanuit drie wetten die onderdeel zijn van het sociaal domein is een apart hoofdstuk gewijd. In hoofdstuk 4 wordt gebruik van en kosten voor voorzieningen vanuit de Jeugdwet toegelicht. In hoofdstuk 5 gaat over het zorggebruik en de kosten voor maatwerkvoorzieningen vanuit Wet maatschappelijke ondersteuning en hoofdstuk 6 over de maatwerkvoorzieningen vanuit de Participatiewet. Vrij toegankelijke voorzieningen Het gebruik van maatwerkvoorzieningen en de kosten daarvoor stijgen jaarlijks. Bij veel gemeenten heeft dit gezorgd voor financiële tekorten en wachtlijsten voor het gebruik van sommige maatwerkvoorzieningen. Om de kostenstijging af te remmen probeert de gemeente hulpvragen van inwoners te voorkomen. Dit doen we door zelfredzaamheid en gezondheid te vergroten. Daar waar toch een hulpvraag ontstaat proberen we deze in een vroeg stadium te signaleren. Dit doen we omdat we willen dat een hulpvraag verergert en er zwaardere en duurdere hulp (lees: maatwerkvoorzieningen) moeten worden ingezet. Dit doen wij door voorzieningen aan te bieden waar inwoners zo veel mogelijk zonder doorverwijzing van het sociaal team of bijvoorbeeld de huisarts gebruik van kunnen maken. Deze voorzieningen zijn dus vrij toegankelijk. In hoofdstuk 7 wordt het gebruik van vrij toegankelijke voorzieningen toegelicht.

Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor het preventieteam Wadwijzer. Daarnaast zijn er verschillende andere organisaties die van de gemeente Waddinxveen een subsidie ontvangen voor het bieden van een vrij toegankelijk dienst.

5 Monitor Sociaal Domein 2024

1.1 Verantwoording financiële gegevens De financiële gegevens komen uit de gemeentelijke administratie voor het sociaal domein en gaan over het jaar 2024 en daarvoor. De gepresenteerde gegevens in deze monitor gaan alleen over de geleverde en al gedeclareerde zorg of ondersteuning in het sociaal domein. De jaarrekening 2024 geeft een vollediger beeld van de totale lasten in het sociaal domein.

1.2 Wijzigingen ten opzichte van voorgaande versies van de monitor De monitor sociaal domein wijzigt elk jaar op een aantal punten ten opzichte van de voorgaande versie. Dit kan komen omdat de verantwoordelijkheden van gemeenten binnen het sociaal domein wijzigen als gevolg van een wetswijziging, doordat er nieuwe gegevens beschikbaar komen of doordat een meting van gegevens wijzigt of stopt. Deze monitor is ten opzichte van voorgaande versies gewijzigd op de volgende punten: •

Voor de Jeugdwet en de Wmo zijn cijfers over pgb’s toegevoegd. Het betreft zowel het aantal personen dat van een pgb gebruikt maakt als de kosten die daarmee gemoeid zijn.

•

De resultaten van de cliëntervaringsonderzoeken voor de Jeugdwet en de Wmo zijn opgenomen in de monitor. De belangrijkste verschuivingen ten opzichte van de resultaten van de vorige cliëntervaringsonderzoeken worden in de monitor uitgelicht. De onderzoeken in hun geheel zijn als aparte bijlagen toegevoegd.

•

Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer is uitgesplitst naar schooljaar in plaats van naar kalenderjaar.

•

Voor leerlingenvervoer zijn de uitgaven per jaar toegevoegd.

•

In de grafiek in paragraaf 6.1 die het percentage gezinnen met een uitkering vanuit de participatiewet in Waddinxveen en Nederland weergeeft is een correctie doorgevoerd. Het percentage huishoudens dat landelijk een uitkering ontvangt werd eerder te laag weergegeven.

•

Cijfers over het aantal gezinnen dat in 2024 armoede leefde in Waddinxveen ontbreken. Deze cijfers zijn nog niet gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

6 Monitor Sociaal Domein 2024

2

Samenvatting

2.1 Algemeen In 2024 was in Waddinxveen, in lijn met het landelijke beeld, sprake van een stijging van de vraag naar hulp en ondersteuning vanuit het sociaal domein. De belangrijkste ontwikkeling die hieraan bijdroeg was de relatief sterke inwonersstijging. Met name de sterke groei van het aantal kinderen tot 12 jaar is in vergelijking met andere gemeenten uitzonderlijk te noemen. Tussen 2018 en 2024 groeide deze groep met 43%. Ook de toenemende levensverwachting en de groei van het aantal ouderen zorgt voor een stijging van het gebruik van voorzieningen en kosten.

2.2 Jeugdwet Het aantal kinderen met een voorziening vanuit de Jeugdwet ontvangt is ook in 2024 gegroeid. De groei was wel minder sterk dan de groei van het totale aantal kinderen in Waddinxveen. Het percentage kinderen met een jeugdwetvoorziening blijft daardoor dalen en benaderd de situatie van voor de corona uitbraak. De kosten voor jeugdzorg blijven daarentegen stijgen. De kosten stijgen bovendien harder dan de groei van het aantal kinderen met jeugdzorg in Waddinxveen. Beide ontwikkelingen zijn ook landelijk zichtbaar. Terwijl in de periode 2015-2022 het aantal jeugdigen met jeugdzorg landelijk toenam met 25% namen de kosten toe met 81%. Bij het leerlingenvervoer is in 2024 sprake van een toename in het aantal voorzieningen voor aangepast en eigen vervoer. Door de stijging van het leerlingenaantal in Waddinxveen neemt logischerwijs ook de vraag naar passend onderwijs en vervoersvoorzieningen toe.

2.3 Wmo Het percentage inwoners dat gebruikt maakt van een Wmo voorziening is sinds 2015 relatief stabiel en schommelde tussen de 6,1% en 6,4%. In 2024 was er voor het eerst sprake van een daling van het aantal inwoners met een Wmo voorziening. Doordat de bevolking wel bleef doorgroeien daalde het aantal inwoners met een Wmo voorziening naar 5,8% in 2024. Het aantal gebruikte Wmo voorzieningen daalde echter niet. Dit komt omdat het aantal Wmo voorzieningen per persoon steeg, evenals de duur van het gebruik van die voorziening. Een persoon met hulp bij huishouden maakt daar bijvoorbeeld meer gebruik van en maakt daarnaast ook gebruik van een rolstoel of begeleiding vanuit de Wmo. De totale uitgaven voor Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn in 2024 met 5,5% gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dit is de sterkste stijging sinds 2018. De voornaamste oorzaken hiervoor zijn de stijging van het aantal inwoners met begeleiding of hulp bij huishouden en het aantal uur dat deze inwoners deze ondersteuning nodig hebben.

7 Monitor Sociaal Domein 2024

2.4 Participatiewet en armoedebeleid Het aantal huishoudens met een uitkering stijg licht. Echter, omdat ook het totaal aantal huishoudens toeneemt, neemt het percentage van de huishoudens dat een uitkering ontvangt nauwelijks toe. In vergelijking met de landelijke cijfers maken in Waddinxveen minder huishoudens en minder individuen gebruik van een uitkering. De uitgaven voor de Participatiewet zijn in 2024, net als in 2023 hard blijven doorstijgen. De reden hiervoor is, ook weer net als in 2023, met name de stijging van het minimumloon. De hoogte van verschillende uitkeringen is gekoppeld aan de hoogte van het minimumloon, waardoor de uitgaven meestijgen met de hoogte van het minimumloon.

2.5 Vrij toegankelijke voorzieningen Het aantal hulp- en informatievragen vragen dat door Wadwijzer is ontvangen nam in 2024 weer fors toe ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze ontwikkeling is al gaande sinds de oprichting van Wadwijzer in 2018. Het aantal begeleidingstrajecten en hulpvragen dat door de verschillende specialisten binnen preventieteam Wadwijzer wordt verzorgd stabiliseerde in 2024 voor het eerst sinds de oprichting van Wadwijzer. Tot 2024 was ook daar sprake van een jaarlijkse toename.

8 Monitor Sociaal Domein 2024

3

Demografische ontwikkelingen

De omvang en samenstelling van de bevolking zijn belangrijke voorspellers voor het gebruik van voorzieningen in het sociaal domein. Daarom worden de belangrijkste demografische ontwikkelingen in dit hoofdstuk toegelicht. De Waddinxveen groeit in vergelijking met de andere Nederlandse gemeenten nog steeds hard. Daarnaast verander de samenstelling van de bevolking relatief (zeer) snel. Bovendien is de manier waarop de samenstelling wijzigt anders dan in de meeste andere gemeenten.

3.1 Ontwikkeling van het aantal inwoners Sinds 2018 is Waddinxveen relatief gezien een van de snelst groeiende gemeente van Nederland. Het bevolkingsaantal groeit veel harder dan de landelijke bevolking. De snelheid waarmee het aantal inwoners per jaar in Waddinxveen groeit neemt bovendien elk jaar toe. In 2024 groeide Waddinxveen harder dan ooit. Er kwamen 1399 inwoners bij, een groei van 4,3% ten opzichte van het voorgaande jaar. Ter vergelijking, de bevolking van Nederland als geheel groeide in 2024 met slechts 0,7%.

Bevolkingsontwikkeling Waddinxveen 5.0% 4.0% 3.0% 2.0% 1.0% 0.0% -1.0% -2.0% -3.0%

1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

40,000 35,000 30,000 25,000 20,000 15,000 10,000 5,000 0

aantal inwoners

% groei t.o.v. vorg jaar

Sinds 2018 is de ontwikkeling van de bevolking van Waddinxveen vergeleken met Nederland als geheel als volgt: •

Over de periode 2018 tot 2024 groeide de totale bevolking van Waddinxveen met 28,1%, terwijl de Nederlandse bevolking als geheel met ‘slechts’ 5% groeide.

•

Qua groei van het aantal ouderen (65+) houdt Waddinxveen nagenoeg gelijke tred met Nederland als geheel. In Waddinxveen groeide deze groep over de periode 2018 tot 2024 met 17,2%. Landelijk was de groei van het aantal ouderen over deze periode16,4%.

•

Het aantal volwassenen (19 tot 65 jaar oud) groeide tussen 2018 tot 2024 in Waddinxveen met 28%, terwijl deze groep landelijk met maar 4,3% toenam.

•

Waddinxveen verschilt het meest van de rest van Nederland in de groei van het aantal jongeren. In de periode 2018 tot 2024 groeide het aantal jongeren tot 18 jaar in Waddinxveen met 34%. Nederland als geheel daalde het aantal jongeren in deze leeftijdscategorie met -3%.

9 Monitor Sociaal Domein 2024

3.2 Ontwikkeling van de samenstelling van de bevolking De bovenstaande ontwikkelingen zorgen voor relatief snelle verandering van de samenstelling van de Waddinxveense bevolking. De samenstelling van de bevolking is (naast de omvang) een belangrijke verklarende factor voor zorggebruik. Over het algemeen geldt: hoe meer inwoners hoe meer zorggebruik. Maar niet in iedere leeftijdsgroep is het zorggebruik gelijk. Met name ouderen boven de 75 en jongeren tussen 7 en 18 doen relatief vaak een beroep op zorg vanuit het sociaal domein. Jongeren en ouderen doen daarnaast ook vaak een beroep op familie, vrienden, buurtgenoten en zorgvrijwilligers voor ondersteuning bij praktische zaken zoals boodschappen, vervoer en administratie. De meest gebruikte manier om gemeenten met elkaar te vergelijken qua bevolkingssamenstelling is door te kijken naar: • •

Groen druk: het aantal 0-20 jarigen verhouding tot het aantal inwoners van 20-65. Grijze druk: het aantal 65+ers in verhouding tot het aantal inwoners van 20-65.

Waddinxveen kent een relatief hoge groen druk. Voor elke 100 personen tussen de 20-65 zijn er 40 jongeren. Landelijk staat er tegenover elke 100 personen tussen de 20-65 maar 36 jongeren. De grijze druk is in Waddinxveen relatief laag. Voor elke 100 personen tussen de 20-65 zijn er maar 32 ouderen. Landelijk staan er tegenover elke 100 personen tussen de 20-65 36,5 ouderen. In de onderstaande grafiek wordt ontwikkeling deze groepen in Waddinxveen over de periode 20002024 weergegeven.

Relatieve verhouding jongeren, volwassenen en ouderen Waddinxveen 2000-2024 11.5%

13.4%

15.9%

19.0%

19.6%

18.1%

63.9%

62.7%

61.7%

59.9%

59.0%

59.3%

24.6%

23.9%

22.4%

21.1%

21.4%

22.6%

2000

2005

2010

2015

2020

2024

0-17

18-64

65-105

In Waddinxveen neemt het percentage ouderen af en het percentage jongeren toe. Landelijk is de trend precies omgekeerd.

10 Monitor Sociaal Domein 2024

4

Jeugdwet en leerlingenvervoer

Dit hoofdstuk bevat monitorinformatie over de Jeugdwet en het gebruik van leerlingenvervoer van 2028 tot en met 2024.

4.1 Aantal en percentage kinderen met een Jeugdwetvoorziening De onderstaande grafiek toont het aantal unieke kinderen (0 tot 18) met één of meer actieve jeugdwetvoorzieningen, uitgesplitst naar jeugdzorg in natura of jeugdzorg via een pgb. Ook weergegeven is het percentage van het totaal aantal kinderen met één of meer actieve Jeugdwetvoorzieningen.

14.6%

1200 1000 800

52

600

14.2%

400

48

14.1% 767

798

36

40

14.6% 51 14.4%

73

81

14.4% 14.4%

14.2%

975

1013

14.1%

849

14.5%

14.3% 14.2%

917

944

14.1% 14.0%

200

13.9%

0

13.8% 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Axis Title Aantal kinderen met jeugzorg in natura

Percentage kinderen met jeugdzorg

Aantal kinderen met jeugdzorg

Aantal en percentage kinderen met een Jeugdwetvoorziening

Aantal kinderen met jeugdzorg pgb

% kinderen 0-18 met jeugdzorg

Zoals te zien in de bovenstaande grafiek blijft het absoluut aantal kinderen met een Jeugdwetvoorziening ieder jaar toenemen. Gezien de groei van het totaal aantal kinderen in Waddinxveen is dit ook een logische ontwikkeling. Het percentage kinderen met jeugdzorg bereikte in 2021 haar hoogtepunt. Toen ontving 14,6% van de Waddinxveens jongeren tot 18 jaar jeugdhulp. Sinds 2022 daalt het percentage kinderen met Jeugdhulp. Hiervoor is niet met zekerheid een duidelijke oorzaak aan te wijzen. Wel is het mogelijk dat, in overeenstemming met het landelijke beeld, er meer behoefte was aan jeugdzorg gedurende de corona periode. Vergelijking met andere gemeenten (alleen voor jeugdzorg in natura) In 2024 ontving in Waddinxveen 13,2% van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp in natura. Dat is iets lager dan landelijk het geval is. Landelijk ontving namelijk 13,7% van de jongeren tot 18 jaar een vorm van jeugdhulp in natura. Bij jongeren tot 23 jaar kreeg 10,3% in Waddinxveen jeugdzorg in natura. Landelijk was dat 10,6%.

11 Monitor Sociaal Domein 2024

4.2 Groei aantal kinderen met een jeugdwetvoorziening In de voorgaande grafiek was te zien dat het aantal kinderen dat gebruik maakt van een of meerdere Jeugdwetvoorzieningen jaarlijks stijgt. De snelheid waarmee deze toename plaatsvindt verschilt per jaar. In de onderstaande grafiek is te zien dat er van 2018 tot en met 2021 sprake was toename van het aantal kinderen met een Jeugdwetvoorziening die sterker was dan de groei van het aantal kinderen in Waddinxveen. De groei van het aantal kinderen met een maatwerkvoorziening is sinds 2022 weer minder sterk dan de groei van het aantal kinderen (0-18) in totaal. Dit aantal groeide in 2024 met 5,4% ten opzichte van het voorgaande jaar, terwijl het aantal kinderen met een Jeugdwetvoorziening met ‘slechts’ 4,4% groeide.

Procentuele groei van het aantal kinderen met jeugdzorg t.o.v. voorgaande jaar vs. procentuele groei van het aantal kinderen in totaal 10%

8.1%

8% 6%

3.8%

4.6%

4.9%

5.0%

4% 2%

5.8% 5.3%

4.0%

4.2%

5.4% 4.4%

3.3%

0% 2019

2020

2021

% stijging aantal kinderen met jeugdzorg

2022

2023

2024

% stijging aantal kinderen

12 Monitor Sociaal Domein 2024

4.3 Uitgaven Jeugdwet In de onderstaande grafiek worden de uitgaven voor Jeugdwet maatwerkvoorzieningen (zin en pgb) per jaar weergegeven.

Millions

Ontwikkeling kosten jeugdzorg - zin en pgb (in miljoenen) € 14

€ 11.8

€ 12 € 10

€8

€ 6.8

€ 7.5

€ 9.5

€ 9.3

2020

2021

2022

Kosten ZIN

Kosten PGB

€ 10.3

€ 8.1

€6 €4 €2 €0 2018

2019

2023

2024

De uitgaven voor de Jeugdwet lieten in 2022 een eenmalige lichte daling zien ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit lijkt echter een eenmalige afwijking te zijn geweest die werd veroorzaakt doordat er tijdens de coronaperiode, als gevolg van de toen geldende maatregelen, een deel van de zorg die wel beschikt was niet geleverd kon worden. In 2024 was opnieuw sprake van een kostenstijging ten opzichte van het voorgaande jaar en wel van 14,7%.

Ontwikkeling kosten jeugdzorg - procentueel t.o.v. voorgaande jaar 16.5%

18%

14.7%

16% 14%

12%

10.4%

10.0%

10%

8.1%

8% 6% 4% 2% 0% -2%

2019

2020

-4%

2021

2022 -1.5%

2023

2024

Over de gehele periode 2018-2024 bedroeg de kostenstijging 72,9%. Op dit moment is over deze periode nog geen vergelijking mogelijk met de kostenontwikkeling bij gemeenten landelijk. Wel is bekend dat in de periode 2015-2022 bij gemeenten landelijk de kosten voor jeugdzorg stegen met 81%. Een belangrijke reden voor de toename van de kosten is dat het gebruik van duurdere vormen van zorg, zoals specialistische jeugdzorg en jeugdzorg met verblijf, niet zijn afgenomen. Dit was bij start van de 13 Monitor Sociaal Domein 2024

decentralisatie wel de verwachting. Een verwachting die wel is uitgekomen is dat het gebruik van goedkopere en lichte vormen van zorg, zoals ambulante jeugdhulp, is toegenomen. Dit gebruik van lichtere zorg heeft de zwaardere zorg, anders dan gehoopt, echter niet vervangen. Het netto-effect van de decentralisatie van de jeugdzorg is dus een structurele toename van zowel zorggebruik als kosten geweest.

4.4 Leerlingenvervoer De gemeente organiseert leerlingenvervoer voor kinderen die niet zelf naar school kunnen. Bijvoorbeeld kinderen met een handicap of gedragsproblemen, maar ook voor kinderen met basisonderwijs vanuit een specifieke geloofsrichting waarbij de school ver weg is. Eigen vervoer (kilometervergoeding voor auto, fiets, brommer), vergoeding voor het openbaar vervoer en het aangepast vervoer (schooltaxibus) vallen ook hieronder. Leerlingenvervoer is formeel geen onderdeel van het sociaal domein, omdat de wettelijke basis niet ligt in de Jeugdwet. Het gebruik van deze voorzieningen is echter wel nauw verbonden met het gebruik van voorzieningen vanuit de Jeugdwet. In de onderstaande tabel is het aantal kinderen te zien dat actief gebruik maakte van een vorm van leerlingenvervoer. Door de stijging van het leerlingenaantal in Waddinxveen neemt ook de vraag naar passend onderwijs toe. Dit leidt tot meer toegekende vervoersvoorzieningen. Dit kan aangepast-, eigenof openbaar vervoer zijn. Sinds het schooljaar 2020-2021 is er sprake van een gestage toename van totale aantal jongeren met leerlingenvervoer. In het schooljaar 2023-2024 was er sprake van een verdere toename van het aantal voorzieningen voor aangepast en eigen vervoer. Dit schooljaar (dat loopt van september 2023 tot en met augustus 2024) is het meest bepalend voor de kosten die in 2024 worden gemaakt.

Aantal kinderen met Leerlingenvervoer 300 250 250 204 200 159

214

203

191

183

167

154

230

164

159

150 100 50

31

14

65

63

50

32

30

5

6

5

3

2

2020-2021

2021-2022

2022-2023

2023-2024

2024-2025

0 2019-2020

Aangepast vervoer

Eigen vervoer

Openbaar vervoer

Totaal

De verwachte effecten van de nieuwe beleidsregels voor leerlingenvervoer zijn in de bovenstaande tabel nog niet zichtbaar. Deze gaan pas in vanaf het schooljaar 2025-2026.

14 Monitor Sociaal Domein 2024

4.5 Uitgaven leerlingenvervoer Terwijl het aantal leerlingen met een vervoersvoorziening in 2024 toenamen bleven de kosten voor leerlingenvervoer ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van een jaar eerder. Dit wordt mede veroorzaakt doordat in 2023 met terugwerkende kracht over meerdere jaren meerkosten zijn betaald aan de vervoerder en een tijdelijke tussentijdse tariefsverhoging is doorgevoerd. Hierdoor vielen de kosten voor het leerlingenvervoer in 2023 hoger uit dan ze normaliter waren geweest. Daarnaast zorgde de relatief beperkte stijging van het aantal leerlingen met aangepast vervoer in het schooljaar 2023-2024 ervoor gezorgd dat de kosten in 2024 relatief weinig toenamen. De lasten voor leerlingenvervoer komen namelijk voor ongeveer 95% vanuit het aangepast vervoer.

Uitgaven leelringenvervoer €1,000,000 €900,000 €800,000 €700,000

€ 710,494

€ 720,869

2020

2021

€ 951,531

€ 945,728

2023

2024

€ 768,081

€ 607,019

€600,000 €500,000 €400,000 €300,000 €200,000

€100,000 €2019

2022

4.6 Resultaten cliëntervaringsonderzoek Jeugdwet Gemeenten zijn verplicht om periodiek onderzoek te doen naar de ervaringen van inwoners met Jeugdzorg of Wmo. Hier worden puntsgewijs de opvallendste ontwikkelingen in de waardering van jongeren met jeugdzorg en hun ouders ten opzichte van het voorlaatste onderzoek uit 2022 weergegeven. De volledige onderzoeken naar de waardering van jongeren en hun ouders zijn als bijlage 1 en 2 toegevoegd. Bij de resultaten van deze onderzoeken moet worden opgemerkt het aantal respondenten dermate klein is dat de verschillen tussen de resultaten van 2022 en 2024 statistisch niet significant zijn. • • • • •

Het rapportcijfer dat ouders/verzorgers van kinderen met jeugdzorg van het contact met het sociaal team geven is daalde van een 7,4 in 2022 naar een 7,2 in 2024. Het rapportcijfer dat kinderen met jeugdzorg van contact met het sociaal team geven is stabiel gebleven op een 6,5. Ouders geven minder vaak aan dat ze snel zijn geholpen. In 2022 gaf 59,6% aan vaak of heel vaak snel geholpen te zijn. In 2024 was dat %51,9. Ouders vinden minder vaak dat hulpverleners goed samenwerken om het kind te helpen. In 2022 gaf 83,0% aan dat er vaak of heel vaak goed werd samengewerkt. In 2024 was dat 69,8%. Jongeren geven aan dat de ontvangen hulp vaker past bij hun hulpvraag. In 2022 gaf 53,9% aan dat de hulp vaak of heel vaak past. In 2024 was dat 75,0%.

15 Monitor Sociaal Domein 2024

•

Jongeren geven aan dat het door de ontvangen hulp beter gaat op school, werk of dagbesteding. In 2022 gaf 36,2% dat het door de hulp beter ging. In 2024 was dat 70,0%.

16 Monitor Sociaal Domein 2024

5

Wet maatschappelijke ondersteuning

Dit hoofdstuk bevat informatie over de ontwikkeling van het zorggebruik, de kosten en de cliëntervaring binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

5.1 Aantal inwoners met een Wmo-voorziening De grafiek hieronder toont het aantal unieke cliënten met een of meer Wmo voorziening per jaar. De aantallen per jaar zijn uitgesplitst voor Wmo via een pgb en Wmo ondersteuning als zorg in natura. De rode lijn in de grafiek geeft het percentage van de totale bevolking van 18 jaar of ouder dat een Wmo beschikking heeft. In 2024 heeft er voor het eerst een daling van het absolute aantal personen met een Wmo voorziening plaatsgevonden. Ook het percentage van alle inwoners van 18 jaar of ouder dat gebruikt maakte van een Wmo voorziening gedaald van 6,2% in 2023 naar 5,8% in 2024.

Aantal en percentage personen met een Wmo maatwerkvoorziening - zin en pgb 1800

6.4%

1600 1400 1200 1000

33

36

55

33

30

28

6.2%

6.2%

1466

1522

6.4% 27

6.3% 6.2%

6.1%

6.1%

6.1%

800 600

6.5% 6.3%

1406

1369

1264

1407

6.0% 1500

5.9% 5.8%

400

5.8%

200

5.7% 5.6%

0

5.5% 2018

2019

ZIN

2020

PGB

2021

2022

2023

2024

% inwoners 18+ met een Wmo maatwerkvoorziening

Dat het percentage inwoners met een Wmo-voorziening de afgelopen jaren relatief stabiel bleef is te wijten aan de groei van de bevolking. In de onderstaande tabel is de procentuele groei van de groep 18+ (de doelgroep voor zorg vanuit de Wmo) weergegeven, samen met de procentuele groei van het aantal inwoners met een Wmo-voorziening. Zoals te zien is de groei van het aantal inwoners met een Wmo-voorziening soms sterker en soms minder sterk dan de groei van het aantal 18+-ers. In 2024 was het gat tussen deze twee ontwikkelingen bijzonder groot, waardoor het percentage inwoners met een Wmo voorziening voor het eerst onder de 6% daalde.

17 Monitor Sociaal Domein 2024

Procentuele ontwikkeling per jaar van het aantal inwoners met een Wmo maatwerkvoorziening en van het totale aantal inwoners 18+ 7.0%

6.5% 5.5%

6.0% 5.0% 3.9% 4.0% 3.0%

3.9%

3.6%

3.4% 2.2%

2.0%

2.1%

3.6%

2022

2023

2.4%

1.0% 0.1% 0.0% 2019

2020

2021

2024 -1.5%

-1.0% -2.0% % groei aantal inwoners met een Wmo maatwerkvoorziening

% groei aantal inwoners 18+

In de onderstaande grafiek wordt het aantal cliënten dat daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van type voorziening binnen de Wmo weergegeven. Deze aantallen tellen op tot een ander totaal dan het aantal inwoners met een Wmo voorziening. Dit komt, omdat één persoon gebruik kan maken van meerdere Wmo regelingen en doordat iemand met een Wmo voorziening daar niet altijd daadwerkelijk gebruik van maakt. Met name bij hulp bij huishouden en begeleiding was er in 2024 een relatief sterke stijging van het gebruik te zien.

Aantal Wmo cliënten waarop gedeclareerd is per jaar per regeling - ZIN en PGB 1,800 1,600 1,400 1,200

84 149

84 157

83 156

97 160

188

179

173

197

189

313

346

330

314

325

576

612

608

728

527

653

448 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1,000

84 147

800

218

600

283

159 376

400 200

97 180

96 169

0 Hulp bij huishouden

Begeleiding

Rolstoelen

Vervoer

Wonen

18 Monitor Sociaal Domein 2024

Die ontwikkeling is niet nieuw. Sinds 2018 is, ten opzichte van de andere regelingen binnen de Wmo, een relatief sterke stijging in het gebruik van hulp bij huishouden en begeleiding te zien. Hulp bij huishouden en begeleiding vormen daardoor ook een steeds groter deel van het totaal aantal Wmo voorzieningen dat per jaar gebruikt wordt, zoals te zien in de onderstaande grafiek.

Aandeel clienten per Wmo-voorziening op totaal 100% 90%

80% 70% 60% 50% 40%

30% 20% 10% 0% Wonen Vervoer Rolstoelen Begeleiding Hulp bij huishouden

2018 7% 12% 17% 22% 35%

Hulp bij huishouden

2019 6% 11% 14% 23% 38%

2020 6% 11% 13% 22% 41%

Begeleiding

2021 6% 11% 13% 23% 43%

2022 7% 11% 12% 24% 41%

2023 6% 11% 11% 21% 42%

Rolstoelen

Vervoer

Wonen

2024 6% 12% 10% 24% 47%

19 Monitor Sociaal Domein 2024

5.2 Uitgaven Wmo type voorziening In de onderstaande grafiek ziet u de uitgaven voor Wmo maatwerkvoorzieningen (zin en pgb) per jaar vanaf 2018. De grafiek geeft zowel de totale uitgave weer als de uitgave voor de verschillende categorieën van Wmo maatwerkvoorzieningen.

Millions

Uitgaven WMO per jaar per categorie maatwerkvoorziening - ZIN en PGB €5 €4 €4 €3 €3 €2 €2

€1 €1 €Hulp bij huishouden Begeleiding Rolstoelen Vervoer Wonen Totaal

Uitgaven 2019 €1,147,870.42 €1,336,385.63 €173,438.08 €143,788.24 €152,709.44 €2,954,191.81 Hulp bij huishouden

Uitgaven 2020 €1,251,659.76 €1,276,199.85 €181,741.21 €140,966.69 €103,611.20 €2,954,178.71 Begeleiding

Uitgaven 2021 €1,373,791.73 €1,583,576.34 €175,082.63 €178,443.15 €118,258.83 €3,429,152.68 Rolstoelen

Uitgaven 2022 €1,304,884.96 €1,644,543.04 €190,458.02 €166,845.57 €84,200.36 €3,390,931.95 Vervoer

Uitgaven 2023 €1,447,250.59 €1,724,996.34 €215,729.61 €193,969.61 €165,437.61 €3,747,383.76 Wonen

Uitgaven 2024 €1,682,325.40 €1,897,254.04 €206,364.70 €206,590.00 €194,926.57 €4,187,460.71

Totaal

Hulp bij houdhouden en begeleiding zijn de categorieën waaraan het overgrote (85% in 2024) van het Wmo budget worden uiteggeven. Bij beide voorzieningen nam het aantal actieve cliënten fors toe ten opzichte van 2023, wat de belangrijkste verklaring voor de kostenstijging op deze onderdelen

De totale uitgaven voor Wmo maatwerkvoorzieningen zijn in 2024 met 11,7% gestegen ten opzichte van 2023. Zoals te zien in de onderstaande tabel fluctueert de procentuele stijging van de uitgaven voor Wmo-voorzieningen per jaar sterk.

% stijging kosten Wmo t.o.v. voorgaande jaar 20% 16.1% 15% 11.7% 10.5% 10%

5%

0.0% 0% 2019

-5%

2020

2021

2022 -1.1%

2023

2024

-3.0%

Anders dan de procentuele kostenstijging voor Wmo als geheel is de verhouding tussen de kosten voor de verschillende Wmo voorzieningen relatief stabiel, zoals te zien in de onderstaande grafiek.

Aandeel kosten per Wmo-voorziening op totaal kosten Wmo 100% 90% 80% 70% 60%

50% 40% 30% 20% 10% 0% Wonen Vervoer Rolstoelen Begeleiding Hulp bij huishouden

Uitgaven 2019 5.2% 4.9% 5.9% 45.2% 38.9%

Hulp bij huishouden

Uitgaven 2020 3.5% 4.8% 6.2% 43.2% 42.4% Begeleiding

Uitgaven 2021 3.4% 5.2% 5.1% 46.2% 40.1%

Uitgaven 2022 2.5% 4.9% 5.6% 48.5% 38.5%

Rolstoelen

Vervoer

Uitgaven 2023 4.4% 5.2% 5.8% 46.0% 38.6%

Uitgaven 2024 4.7% 4.9% 4.9% 45.3% 40.2%

Wonen

21

5.3 Resultaten cliëntervaringsonderzoek Wmo Hier worden puntsgewijs de belangrijkste ontwikkelingen in de waardering van inwoners met een Wmo voorziening ten opzichte van de voorlaatste meting uit 2022 weergegeven. Het hele onderzoek is als bijlage 3 bijgevoegd. Voor het onderzoek naar cliëntervaring geldt bij de Wmo dat het aantal respondenten hoog genoeg is de om de verschillen statistisch significant te noemen. •

Het rapportcijfer dat inwoners met een Wmo voorziening het contact met het sociaal team geven is gestegen van een 7,8 in 2022 naar een 8,0 in 2024.

•

De waardering van kwaliteit van de ontvangen ondersteuning is gestegen van een 8,0 naar een 8,9.

•

Dit sluit aan bij de ontwikkeling van de mate waarin inwoners de ontvangen hulp goed vinden aansluiten bij hun hulpbehoefte. In 2022 beoordeelde was nog maar 62,2% van de respondenten het er mee eens dat de geboden hulp goed aansloot bij hun hulpbehoefte. In 2024 was dat 79,4%.

•

Inwoners hadden vaker het gevoel dat de medewerker waarmee ze gesproken hebben samen met hen naar een oplossing heeft gezocht. In 2022 reageerde 71,1% van de respondenten positief op de stelling: “de medewerker en ik hebben in het gesprek samen naar een oplossing gezocht.” In 2024 was dat 76,0%

•

Inwoners hadden vaker het gevoel dat ze snel werden geholpen. In 2022 reageerde 69,3% van de respondenten positief op de stelling: “ik werd snel geholpen.” In 2024 was dat 77,4%.

22 Monitor Sociaal Domein 2024

6

Participatiewet en Armoedebeleid

De gemeente speelt een centrale rol in de Participatiewet door inwoners met een arbeidsbeperking te begeleiden naar betaald werk en inkomensondersteuning (bijstand) te bieden aan mensen die zelf niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De gemeente helpt uitkeringsgerechtigden daarnaast uit een uitkering te stromen door het inzetten van trajecten, scholing en persoonlijke aandacht. Daarnaast zijn vanuit ons armoedebeleid voor een bredere groep inwoners van Waddinxveen minimaregelingen, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening beschikbar. Dit hoofdstuk gaat in op deze onderwerpen.

6.1 Ontwikkeling van het aantal uitkeringen In de grafiek hieronder ziet u de ontwikkeling van het aantal huishoudens met een Participatiewet (PW) uitkering voor levensonderhoud. Dit zijn de regelingen voor Algemene Bijstand, Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en IOAZ (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen) per het einde van een jaar.

Aantal huishoudens met PW 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

12 22

22

21 17

20

17

17

16

327

326

308

275

296

307

311

335

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Algemene Bijstand

374

2024

IOAW/IOAZ

In 2024 was sprake van een toename van het aantal huishoudens met een uitkeringen van 7% ten opzichte van 2023. Doordat het aantal huishoudens in Waddinxveen ook groeide nam het percentage van de huishoudens met een uitkering slechts toe van 2,7% naar 2,8%, zoals te zien is in de onderstaande grafiek. In vergelijking met de landelijke cijfers maken in Waddinxveen naar verhouding structureel aanzienlijk minder huishoudens gebruik van een uitkering.

% huishoudens met PW, lokaal en landelijk 6.0% 5.5% 5.0%

5.7%

5.7%

5.4%

4.5%

5.1%

5.1%

5.1%

4.8%

4.7%

4.7%

2.5%

2.6%

2.8%

4.0% 3.5%

3.2%

3.1%

3.0%

2.8%

2.5%

2.6%

2.6%

2.5% 2.0% 2016 2017 2018 2019 2020 % huishoudens met PW Waddinxveen

2021 2022 2023 2024 % huishoudens met PW Landelijk

23 Monitor Sociaal Domein 2024

De onderstaande figuur laat de bijstandsdichtheid per gemeente zien, per ultimo juni 2024 (voorlopige cijfers). De bijstandsdichtheid is het aantal personen met een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet per duizend inwoners vanaf 15 jaar. In Waddinxveen lag dit aantal in 2024 op 15,9. Waddinxveen bevindt zich in de onderstaande grafiek dus in de gele staaf, samen met 87 andere gemeenten waar het aantal ook tussen de 15 en 20 lag.

Verdeling van gemeenten per aantal inwoners per 1.000 met een uitkering vanuit de Participatiewet 140 118

120 100

87

80 60 37

40 20 0

27

21

32 15

3 [0, 5]

2 (5, 10]

(10, 15]

(15, 20]

(20, 25]

(25, 30]

(30, 35]

(35, 36]

> 36

24 Monitor Sociaal Domein 2024

6.2 Instroom en uitstroom Het aantal instromers ligt met 110 hoger dan het voorgaande jaar, toen het aantal 70 bedroeg. Ook het aantal personen dat uitstroomde ligt hoger dan in 2023, toen waren er 47 uitstromers. Oorzaak instroom Inkomensvoorziening asielzoekers/ gedoogde Beëindiging uitkering WW Ander inkomen Beëindiging uitkering WIA/WAO Beëindiging verblijf buiten Nederland Oorzaak bij partner Beëindiging huwelijk/relatie Beëindiging studie Huisvesting daklozen Arbeid in dienstbetrekking Beëindiging detentie

Cliënten 32

Oorzaak uitstroom Regulier werk (client zelf aan het werk)

20

27

Bereiken pensioengerechtigde leeftijd

11

12

Verhuizing naar andere gemeente

10

9

Andere oorzaak

6

6 5

Ander inkomen: Studiefinanciering Oorzaak bij partner

4 4

4

Ander inkomen: Uitkering WAO/WIA/Wajong Overlijden

4

Uitkering op eigen verzoek beëindigd

3

2

Ander inkomen: ANW-uitkering

2

4

Aangaan relatie

1

Overschrijden max. verblijfsduur buitenland Verhuizing naar andere buitenland

Andere oorzaak

1

Aangaan relatie

Beëindiging zelfstandig beroep of bedrijf

1

2

Ander inkomen: pgb Cliënt in detentie Ander inkomen: Zelfstandig beroep of bedrijf Vermogen boven norm

Totaal instroom 2024

Cliënten

110

Totaal uitstroom 2024

3 3

2 2 1 1 1 1 1 75

De lagere uitstroom in Waddinxveen past in de landelijke trend. Het voortdurend lage uitstroompercentage wijst erop dat veel mensen die nu in de bijstand zitten de stap naar werk moeilijk (kunnen) zetten. Zij ervaren een grote afstand tot de arbeidsmarkt, of anders gezegd: de arbeidsmarkt is onvoldoende ingericht op deze groep mensen. In 2024 waren in Waddinxveen 91 personen met een uitkering op enig moment in het jaar (tijdelijk) ontheven van de arbeidsplicht. Zij waren ontheven van de arbeidsplicht, omdat zij arbeidsongeschikt waren, alleenstaand waren met een kind jonger dan vijf of vanwege een andere dringende reden. Deze personen ontvingen wel een uitkering, maar waren tijdelijk vrijgesteld van de plicht om als tegenprestatie werkzaamheden te verrichten, mee te werken aan re-integratie en om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. In 2023 waren er nog maar 74 personen op enig moment in het jaar ontheven van de arbeidsplicht. Deze groei wordt mede veroorzaakt doordat grote steden hun dak- en thuislozen zich laten inschrijven in kleinere gemeenten. Deze komen in Waddinxveen sneller in aanmerking voor een woning dan in de steden waar zij eerder stonden ingeschreven.

25 Monitor Sociaal Domein 2024

6.3 Duur van de uitkeringen Een deel van de inwoners met een uitkering vanuit de Participatiewet heeft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Deze personen komen niet snel of helemaal niet meer aan een reguliere baan en zijn daardoor langdurig aangewezen op een dergelijke uitkering. Een indicator om te bepalen hoe groot de groep inwoners is die niet of zeer lastig een baan kan krijgen is de omvang van de groep inwoners die langer dan 5 jaar een uitkering ontvangt. Zoals te zien in de onderstaande tabel is de omvang van deze groep in Waddinxveen in vergelijking met Nederland als geheel relatief klein (37% vs. 49%). Duur uitkering Korter dan 6 maanden 6 maanden tot 1 jaar 1 tot 3 jaar 3 tot 5 jaar 5 jaar of langer Totaal

Aantal 42 51 92 58 143 386

Waddinxveen Percentage 11% 13% 24% 15% 21% 100%

Aantal 34.200 28.940 91.830 52.580 198.150 400.460

Nederland Percentage 8% 7% 23% 13% 49% 100%

6.4 Arbeidsplaatsen met loonkostensubsidie (beschut werk en garantiebanen) Mensen die door een fysieke of mentale beperking niet een wettelijk minimumloon kunnen verdienen, komen in aanmerking voor beschut werk of een garantiebaan. Garantiebanen Wanneer iemand wel regulier werk kan doen, maar (nog) niet al het vereiste werk kan doen kan iemand een garantiebaan worden geboden. Een garantiebaan is een reguliere baan met enige extra begeleiding of voorzieningen. In beide gevallen ontvangt een werkgever van de gemeente financiële compensatie voor dat deel van het werk dat een werknemer (nog) niet kan leveren. Dit heet loonkostensubsidie en vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon. Werkgevers, waaronder gemeenten, moeten een bepaald aantal garantiebanen en beschut werkplekken bieden voor mensen met een ziekte of handicap (het zogenaamde quotum arbeidsbeperkten). In 2024 waren er in totaal 56 inwoners uit Waddinxveen werkzaam via en garantiebaan bij een werkgever waarvoor de gemeente loonkostensubsidie verstrekt. Beschut werk Beschut werk is een optie wanneer iemand (nog) niet in een reguliere baan kan werken, ook niet met extra begeleiding, ondersteuning of voorzieningen. De gemeente moest er in 2024 voor zorgen dat 24 inwoners met een beschut werk indicatie een baan kregen. De gemeente heeft voor 12 inwoners een baan gevonden bij een andere werkgever dan de gemeente.

Het ministerie heeft aangegeven dat de verdeling van het aantal beschut werkplekken is gebaseerd op sterk verouderde cijfers. Hierdoor komt het regelmatig voort dat dat gemeenten ondanks alle inspanningen hun eis niet halen. Het ministerie werkt daarom aan een nieuwe verdeling van het te behalen aantal beschut werkplekken.

26 Monitor Sociaal Domein 2024

6.5 Uitgaven Participatiewet In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de uitgaven die gemoeid zijn met de uitvoering van de Participatiewet over de laatste zes jaar weergegeven. Hieronder vallen uitgaven voor Algemene Bijstandsuitkeringen, Loonkostensubsidie en uitkeringen voor oudere werklozen en oudere arbeidsongeschikte zelfstandigen. Uitgaven in het kader van de Uitvoeringsregels Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (TOZO) zijn buiten beschouwing gelaten.

Ontwikkeling van de uitgaven voor de Participatiewet €8,000,000

€7,399,183.32

€7,000,000

€6,162,759

€6,000,000 €5,000,000

€4,392,096

€4,564,759

2019

2020

€5,042,954

€5,153,909

2021

2022

€4,000,000 €3,000,000

€2,000,000 €1,000,000 €2023

2024

Zoals in de bovenstaande grafiek is te zien is stijgen de uitgaven jaarlijks. In de onderstaande grafiek wordt de procentuele groei van deze uitgaven t.o.v. het voorgaande jaar weergegeven. In 2024 bedroeg de groei van de uitgaven, net als in 2023 20%. Deze kostenstijging is, vergeleken met de periode voor 2023, hoog te noemen. De verklaring voor deze relatief sterke kostenstijging in 2023 en 2024 ligt in de ontwikkeling van het vastgestelde minimumloon (waaraan de hoogte van de uitkering zijn gekoppeld) en in de ontwikkeling van het aantal huishoudens met een uitkering. In de onderstaande grafiek wordt de jaarlijkse ontwikkeling van deze twee factoren weergegeven, samen met de procentuele jaar-op-jaar ontwikkeling van de uitgaven die gemoeid zijn met de uitvoering van de participatiewet.

Relatieve toename kosten PW, bruto minimumloon en aantal huishoudens met Algemene Bijstand of IAOW/IOAZ 25%

20%

20%

20% 15% 10% 5% 0%

10% 4% 2% 1% 2020

10%

3%

2%

2% 2021

1% 2022

12%

2023

7%

2024

% toename bruto minimumloon op 1 januari t.o.v. vorig jaar % toename totale kosten PW t.o.v. vorig jaar % toename huishoudens met AB of IOAW/IOAZ t.o.v. vorig jaar

27 Monitor Sociaal Domein 2024

Zoals te zien steeg het aantal huishoudens met een uitkering in 2024 met 12% en in 2024 met 7% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het minimumloon steeg in 2023 met 10%. In 2024 steeg het minimumloon tussen de 7% en 20%. De reden dat voor 2024 niet één percentage te geven is waarmee het minimumloon steeg ten opzichte van het voorgaande jaar is dat er in 2024 een wetswijziging is ingegaan. Door deze wetswijziging wordt het minimumloon nu per uur bepaald. Vóór 2024 werd het minimumloon per week bepaald en was de duur van de werkweek afhankelijk van de cao. Als wordt uitgegaan van een werkweek van 40 uur was de stijging van het minimumloon 20%. Bij een werkweek van 36 uur was de stijging 7%. In 2021 lag de groei van de kosten opvallend veel hoger dan de groei van het aantal huishoudens met een uitkering en de groei van het minimumloon. Dit werd veroorzaakt door extra uitkeringen die dat jaar werden verstrekt in het kader van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke kosten (TONK).

6.6 Toegekende minimaregelingen en bijzondere bijstand In de tabel hieronder ziet u de toegekende minimaregelingen en bijzondere bijstand. Regeling

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Kindpas

410

400

441

411

367

358

329

Tegemoetkoming voor chronisch zieken Individuele inkomstentoeslag

247

250

222

223

222

204

235

252

273

256

250

265

230

259

Collectieve Ziektekostenverzekering

513

553

560

400

422

620

640

Bijzondere bijstand

385

365

345

332

312

344

342

Bijdrageregeling schoolkosten

84

68

60

53

56

41

58

Bijdrage maatschappelijke activiteiten

342

349

319

317

390

369

428

Rotterdampas

331

497

605

438

362

375

362

1153

1166

Energietoeslag

Voor de Rotterdampas geldt in deze tabel alleen het aantal passen dat wordt gerapporteerd vanwege een laag inkomen met korting is uitgegeven. De Rotterdampas is namelijk tegen betaling ook verkrijgbaar voor inwoners met een hoger inkomen. In verband met de sterke stijging van de energieprijzen is in 2022 en 2023 ook energietoeslag toegekend. De energietoeslag kende geen vermogenstoets wat, in combinatie met de aandacht hiervoor in de media, verklaart waarom deze regeling zo vaak werd toegekend.

28 Monitor Sociaal Domein 2024

7

Vrij toegankelijke voorzieningen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het gebruik van en de kosten voor vrij toegankelijke voorzieningen. Vrij toegankelijke hulp en ondersteuning heeft als doel om inwoners laagdrempelig en snel te helpen. Zo kan in een deel van de gevallen worden voorkomen dat de hulpvraag ernstiger wordt en de inzet van zwaardere en duurdere maatwerkvoorzieningen nodig is. Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor preventieteam Wadwijzer. Wadwijzer is in Waddinxveen de centrale en integrale toegang voor alle inwoners die op zoek zijn naar informatie of die hulpvragen hebben over wonen, zorg, geld, werk, vervoer, actief zijn, jeugd en gezin. Wadwijzer helpt hulpvragers door informatie, hulp bij vraagverheldering en advies te bieden. Als dat niet voldoende is om de hulpvraag op te lossen zorgt Wadwijzer voor kortdurende begeleiding door een van de experts binnen het team. Indiende de hulpvraag ook met kortdurende begeleiding niet valt op te lossen wordt doorverwezen naar het sociaal team voor een of meerdere maatwerkvoorziening.

7.1

Ontvangen hulpvragen

In de onderstaande grafiek wordt het aantal hulp- en informatievragen weergegeven dat jaarlijks door Wadwijzer wordt ontvangen.

Aantal hulpvragen ontvangen door Wadwijzer 5000

4597

4500 3926

4000 3407

3500

2500

2861

2762

3000 2204

2000

1500 1000 500 0

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Zoals te zien neemt het aantal hulp en informatievragen jaarlijks toe. In 2024 nam het aantal hulpvragen met 17% toe ten opzichte van 2023. Sinds de oprichting van Wadwijzer is het aantal ontvangen hulpvragen meer dan verdubbeld. Alleen in 2022 lijken er minder vragen gesteld te zijn dan het jaar daarvoor. Dit is echter te wijten aan een wijziging in het softwareprogramma waarin de hulpvragen worden geregistreerd. Een onbekend aantal van de in 2022 binnengekomen hulpvragen is daardoor niet juist geregistreerd. Het overgrote gedeelte (89%) van de informatie en advies vragen die in 2024 zijn ontvangen werd via de telefoon gesteld. De overige vragen kwamen via e-mail en het inloopspreekuur binnen.

29 Monitor Sociaal Domein 2024

In de onderstaande figuur is te zien hoe de hulpvragen die Wadwijzer in 2024 ontving werd afgehandeld.

Afhandeling hulp- en informatie vragen Wadwijzer 7% Direct opgelost 26%

Doorverwezen naar Sociaal Team

67%

Doorverwezen naar kortdurende begeleiding door specialist binnen Wadwijzer

Van alle 4579 geregistreerde vragen van de telefonisch consulenten, werden 67% direct opgelost. Daarnaast werd 7% van de vragen intern verwezen naar een specialist binnen Wadwijzer voor kortdurende begeleiding. Hierin wordt in de volgende paragraaf verder ingegaan. De overige 28% werd doorgezet naar het Sociaal team.

30 Monitor Sociaal Domein 2024

7.2 Kortdurende begeleiding In 2024 boden acht specialismes binnen Wadwijzer 786 kortdurende begeleidingstrajecten. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2023. Vanaf de oprichting van Wadwijzer tot 2024 was jaarlijks sprake van stevige toename van het aantal begeleidingstrajecten dat door Wadwijzer wordt uitgevoerd.

Totaal aantal begeleidingstrajecten Wadwijzer 1000 800 600

459

552

576

2021

2022

799

786

2023

2024

400 200 0 2020

Aantal kortdurende begeleidinstrajecten

In de onderstaande grafiek wordt het aantal begeleidingstrajecten per specialisme weergegeven.

Aantal begeleidingstrajcten per specialisme Sociaal raadsman

20

83

25 GGZ wijkconsulent

42 45

100

68 61 63 54 57 66 57

Mantelzorgondersteuner

106 Ouderenadviseur

121 116 64

60 76 32

45 40

Algemeen maatschappelijk werk 20

40

2020

2021

2022

107

70 73

51 0

166 178 163

88 88

Schoolmaatschappelijk werk

154

110

Onafhankelijke cliëntenondersteuning Opvoedondersteuning en pedagogische thuisbegeleiding

141

109

59

60

106 80

2023

100

120

128 140

160

180

200

2024

31 Monitor Sociaal Domein 2024

7.2.1 Steunouders In 2022 is gestart met een tweejarige pilot, steunouders in te zetten. Een steunouder is een vrijwilliger die een of twee dagdelen per week een kind opvangt. De ouders hebben daardoor even tijd voor zichzelf. Ouders, die behoefte hebben aan steun, kunnen niet altijd op hun eigen netwerk terugvallen. Daardoor kunnen ze in stressvolle situaties terecht komen. Dat kan een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van een kind en leiden tot het moeten inzetten van zwaardere zorg.

Aantal kinderen opgevangen door steunouders

2022

2023

2024

4

22

49

32 Monitor Sociaal Domein 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16223834/1