CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2a Memo Septembercirculaire 2022 algemene uitkering

Besluitvormende raadsvergadering 9 november 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Collegeprogramma1.634 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Zaakkenmerk: Z/22/112334 Documentkenmerk: 264806 Onderwerp: Septembercirculaire 2022 algemene uitkering Afzender: F. Vleij Datum: 30 september 2022

Geachte Raad, 1. Inleiding In de 1e Burap 2022 en de Programmabegroting 2023 – 2026 zijn de uitkomsten van de Meicirculaire 2022 verwerkt. Zoals gebruikelijk informeren wij u vóór de behandeling van de programmabegroting in de commissie en raad in een memo over de uitkomsten van de Septembercirculaire 2022. Deze uitkomsten worden via de 2e Burap 2022 in de begrotingsjaren 2022 – 2026 verwerkt. De in Tabel 1 opgenomen gevolgen van de Septembercirculaire 2022 zijn één van de bouwstenen van de 2e Burap 2022. In deze Burap worden bijvoorbeeld ook, indien noodzakelijk, de begrotingscijfers van de open einde regelingen in het sociaal domein bijgesteld. Het traject van samenstelling van de 2e Burap loopt nog, waardoor de gevolgen van de 2e Burap voor deze memo nog niet bekend zijn. 2. Gevolgen Septembercirculaire 2022 De gevolgen voor de begrotingsjaren 2022 – 2026 zijn volgens de inzichten van dit moment:

Nadere toelichting: De gevolgen van de Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 worden op hoofdlijnen toegelicht. 2.1

Duurzaamheidskoers

Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord Rutte IV veel nieuwe

taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft een advies uitgebracht genaamd “Van Parijs naar Praktijk” met daarin de geschatte uitvoeringsmiddelen die medeoverheden nodig hebben voor de periode 2022 - 2030 voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Over deze geschatte uitvoeringsmiddelen vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk. In de Septembercirculaire 2022 is daarom nog geen verdeling van deze middelen voor 2023 en volgende jaren voor de uitvoeringskosten van de duurzaamheidskoers opgenomen. 2.2.

Accressen

De accressen hebben betrekking op de groei van het gemeentefonds. Deze groei bestaat uit twee delen, namelijk een volume deel en een inflatoir deel (loon- en prijsontwikkeling). Eerst wordt het volume deel toegelicht en daarna het inflatoir deel. 2.2.1

Volume deel

Het volumedeel is vastgezet voor de jaren 2022 – 2025. In deze periode zijn er daardoor voor gemeenten minder budgettaire schommelingen in het gemeentefonds. Dit betekent dat in deze periode alleen het inflatoir deel nog wordt bijgesteld. Het Rijk werkt met gemeenten en provincies aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. Dit heeft tot gevolg dat het Rijk terughoudend is met de ontwikkeling van de accressen voor 2026 en volgende jaren. Daardoor daalt de omvang van het gemeentefonds vanaf 2026 fors. Het jaar 2026 heeft de titel ‘ravijnjaar’ gekregen. Daarom stelt het kabinet voor gemeenten in 2026 in de septembercirculaire macro een eenmalige bijdrage van € 1 miljard beschikbaar. Voor Waddinxveen is dit € 1,35 miljoen. Dit is de voornaamste oorzaak waarom de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 van 2025 naar 2026 omslaan van nadelig naar voordelig. Het gemeentefonds heeft daarmee voor 2026 een incidentele plus gekregen van macro € 2 miljard bovenop de stand van de Miljoenennota 2022. Voor het jaar 2027 daalt de uitkering voor Waddinxveen echter met € 2,1 miljoen!! 2.2.2

Inflatoir deel

De Programmabegroting 2023 – 2026 is evenals voorgaande jaren een zogenaamde statische begroting voor de jaren 2024 - 2026. Dit betekent dat we alleen voor het begrotingsjaar 2023 de structurele gevolgen van prijs-, loonontwikkeling en groei van de gemeente hebben verwerkt. De jaren 2024 – 2026, inclusief de algemene uitkering, ramen we dus in constante prijzen/lonen en zonder groei. In de Programmabegroting 2023 – 2026 is, rekening houdend met een verwachte 50% bijdrage uit de algemene uitkering een aanvullende stelpost prijs- en loonontwikkeling voor 2023 opgenomen van per saldo € 400.000,- per jaar. Dit vooruitlopend op de Septembercirculaire 2022 en op basis van de relevante indexen augustus 2022. De in de begroting 2023 – 2026 genoemde indexen van augustus zijn nog steeds de laatst bekende gegevens. Het inflatoir deel 2023 van het accres is in de septembercirculaire aangepast voor loon- en prijsontwikkeling.

In de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 zijn verwerkt: Verhoging stelpost prijsontwikkeling vanaf 2023 met € 900.000,- per jaar (wordt € 2 miljoen) (Nationale consumentenprijsindex (cpi) voor 2023 van +/+ 2,4% naar +/+ 4,3%); Verlaging stelpost loonontwikkeling vanaf 2023 met € 100.000,- per jaar (wordt € 0,5 miljoen) (Loonvoet sector overheid voor 2023 van +/+ 3,6% naar +/+ 3,0%); Vervallen aanvullende stelpost vanaf 2023 van € 400.000,- per jaar en Verhoging accres 2023 algemene uitkering voor loon- en prijsontwikkeling met € 583.000,- per jaar. De algemene uitkering 2024 – 2026 wordt berekend met zogenaamde constante uitkeringsfactoren. Dit dus exclusief de verwachte gevolgen van loon- en prijsontwikkeling voor deze jaren. Tot en met de Meicirculaire 2022 werd het inflatoir deel van het accres in deze jaren gecorrigeerd met de prijsmutatie Bruto binnenlands

product (Bbp). Vanaf de Septembercirculaire 2022 wordt hiervoor, op basis van de raming van het Centraal Planbureau (CPB), het gewogen gemiddelde van de loonvoet sector overheid, materiële overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen gebruikt. Deze sluit meer aan op gemeenten, waardoor het toekomstige verschil van de ontwikkeling van de inflatoire lasten en de bijbehorende baten in de algemene uitkering vanaf 2024 kleiner wordt. In de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 betekent deze aanpassing een nadeel van € 467.000,- voor 2024 oplopend naar € 1 miljoen in 2026. 2.3

BTW compensatiefonds

Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover BTW. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij, met een aantal uitzonderingen, die BTW niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies deze BTW daarom terugvragen uit het BTW compensatiefonds. Dit BTW compensatiefonds heeft een maximale omvang. Onder- of overschrijdingen worden verrekend in de algemene uitkering. In de Septembercirculaire 2022 is voor het jaar 2022 een voorschot verstrekt van macro € 321 miljoen op de verwachte onderschrijding van het BTW compensatiefonds. In de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 betekent dit een voordeel van € 483.000,- in 2022. De definitieve vaststelling van de onderschrijding gebeurt in de Meicirculaire 2023. In de Meicirculaires 2020, 2021 en 2022 is de definitieve vaststelling van de onderschrijding van het BTW compensatiefonds steeds hoger uitgevallen dan het voorschot in de Septembercirculaires 2019, 2020 en 2021. Er is een Bestemmingsreserve onderuitputting algemene uitkering ingesteld voor tegenvallers hierin. In de afgelopen 3 jaren heeft dit zich niet voorgedaan. Daarom komt de reserve te vervallen. In de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 betekent dit een voordeel van € 318.000,- in 2022. 2.4

Gemeentegegevens

Bij gemeentegegevens moet worden gedacht aan maatstaven als aantal woningen, bedrijven, bijstandsontvangers enz. De laatst bekende gegevens zijn meegenomen bij de doorrekening van de Septembercirculaire 2022. Daarbij wordt opgemerkt dat het aantal maatstaven vanaf 2023 fors is teruggebracht. Afwijkingen doen zich in 2022 met name voor in maatstaven die vanaf 2023 zijn komen te vervallen en waarvoor wij afhankelijk zijn van informatie van derden. In de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 betekent dit een voordeel van € 651.000,- in 2022. 2.5

Invoeringskosten Omgevingswet

Het Rijk draagt macro € 150 miljoen bij aan de invoeringskosten die gemeenten hebben gemaakt in de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Er volgt nog een evaluatie, waarbij de daadwerkelijk door gemeenten gemaakte kosten in beeld worden gebracht. Voor deze invoeringskosten is reeds een Bestemmingsreserve invoering omgevingswet gevormd. In de gevolgen Septembercirculaire 2022 in Tabel 1 betekent dit een voordeel van € 258.000,- in 2022. 3. Taakmutaties In de Septembercirculaire 2022 zijn ook taakmutaties voor gemeenten opgenomen. Bij deze taakmutaties horen directe lasten en/of mutaties in bestemmingsreserves die worden meegenomen in de 2e Burap 2022. Onderstaande bedragen maken daarom geen onderdeel uit van de voordelen opgenomen in Tabel 1 van deze memo.

Nadere toelichting: De voornaamste taakmutaties worden op hoofdlijnen toegelicht: 3.1

Energietoeslag

In het debat over de Voorjaarsnota op 5 juli 2022 heeft het Kabinet aangekondigd het richtbedrag van de eenmalige energietoeslag 2022 te verhogen, van € 800,- naar € 1.300,- voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Het kabinet heeft hiervoor een eenmalig extra budget (van macro € 550 miljoen) beschikbaar gesteld. Hiervan is € 500 miljoen bestemd voor de ophoging van de energietoeslag en € 50,miljoen voor de extra uitvoeringskosten van gemeenten. 3.2

Maatschappelijke begeleiding statushouders

Volgens artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorzien gemeenten in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden in 2022 in totaal macro € 3,5 miljoen (14.763 personen * € 2.370,-). 3.3

Passende ondersteuning inburgeraars

In het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers van 26 augustus 2022 is afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van de hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met macro respectievelijk € 20, 40 en 30 miljoen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. 3.4

Leerlingenvervoer Oekraïne

Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen. Gemeenten krijgen voor de periode vanaf 1 maart 2022 tot aan de zomervakantie op 16 juli 2022 macro € 9,2 miljoen. 4. Decembercirculaire 2022 Aan het eind van het jaar 2022 komt er ook nog een Decembercirculaire 2022. Hiervoor zijn, onder voorbehoud, onder andere aangekondigd: Bevoorschotting in 2022 energietoeslag 2023 van macro € 500 miljoen. Is € 500,- voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Invoering wetsvoorstel Goed Verhuurderschap. Bijdrage invoeringskosten macro € 9,2 miljoen en

uitvoeringskosten macro € 12,4 miljoen. De verdeling over de gemeenten is nog niet bekend. Door het tijdstip van verschijnen van deze circulaire kunnen de financiële gevolgen niet meer in een door de raad vast te stellen begrotingswijziging 2022 worden verwerkt. De gevolgen voor 2023 en volgende jaren worden verwerkt in de 1e Burap 2023.

Bijlage(n) 1. Septembercirculaire 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11955119/2