CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

5: Aanpassingen Wijzigingsverordening in HVV tekst

Besluitvormende raadsvergadering 31 mei 2023, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Huisvestingsverordening gemeente Waddinxveen 202316.423 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HUISVESTINGSVERORDENING GEMEENTE WADDINXVEEN 2023 Inclusief wijzigingen (groen gemarkeerd) indien het wetsvoorstel van de Wet tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Huisvestingswet 2014 wordt aangenomen Versie: april 2023

INHOUDSOPGAVE LEESWIJZER.................................................................................................................................. 4 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN....................................................................................... 4 Artikel 1. Begripsbepalingen.......................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2. DE HUISVESTINGSVERGUNNING........................................................................... 6 Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte...................................................................6 Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning...............................................................6 Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning..............................................................7 Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte......................................7 Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte....................................................................... 7 HOOFDSTUK 3. URGENTIE............................................................................................................. 8 Artikel 7. Voorrang bij urgentie......................................................................................................

8 Artikel 8. Randvoorwaarden voor urgentie..................................................................................... 8 Artikel 9. Urgentiecategorieën........................................................................................................ 9 Artikel 10. Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding...............................................10 Artikel 11. Beperking keuzemogelijkheden urgent woningzoekenden..........................................11 Artikel 12. Intrekken, verval van rechtswege of wijzigen indeling in een urgentiecategorie.........11 HOOFDSTUK 4. VOORRANG EN RANGORDE................................................................................ 11 Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs...............................12 Artikel 14. Voorrang in verband met slaagkansen........................................................................12 Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding..............................................12 Artikel 16. Rangorde woningzoekenden....................................................................................... 13 Artikel 17. Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen........................................................13 HOOFDSTUK 5.

WOONWAGENSTANDPLAATSEN.......................................................................... 13 HOOFDSTUK 6. GERESERVEERD................................................................................................. 15 HOOFDSTUK 7. GERESERVEERD................................................................................................. 15 HOOFDSTUK 8. GERESERVEERD................................................................................................. 15 HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN............................................................................................... 15 Artikel 44. Experimenten.............................................................................................................. 15 Artikel 45. Hardheidsclausule....................................................................................................... 15 Artikel 46. Bestuurlijke boete....................................................................................................... 15 Artikel 47. Overgangsbepaling..................................................................................................... 16 Artikel 48. Intrekking oude verordening....................................................................................... 16 Artikel 49.

Inwerkingtreding en geldigheidsduur..........................................................................16 Artikel 50. Citeertitel.................................................................................................................... 16 TOELICHTING.............................................................................................................................. 17 ALGEMEEN................................................................................................................................... 17 ARTIKELSGEWIJS.......................................................................................................................... 18 HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN................................................................................... 18 Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

Artikel 1. Begripsbepalingen..................................................................................................... 18 HOOFDSTUK 2. DE HUISVESTINGSVERGUNNING....................................................................... 21 Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte..............................................................21 Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning.........................................................22 Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning.........................................................23 Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte................................23 Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte..................................................................23 HOOFDSTUK 3 URGENTIE.......................................................................................................... 23 Artikel 7. Voorrang bij urgentie................................................................................................. 24 Artikel 8. Randvoorwaarden voor urgentie................................................................................ 24 Artikel 9. Urgentiecategorieën.................................................................................................. 25 Artikel 10.

Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding............................................28 Artikel 11. Beperking keuzemogelijkheden urgent woningzoekenden.......................................28 Artikel 12. Intrekken, verval van rechtswege of wijzigen indeling in een urgentiecategorie......30 HOOFDSTUK 4: VOORRANG EN SLAAGKANSEN.........................................................................30 Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs............................30 Artikel 14. Voorrang in verband met slaagkansen.....................................................................31 Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding...........................................32 Artikel 16. Rangorde woningzoekenden.................................................................................... 32 Artikel 17. Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen.....................................................32 HOOFDSTUK 5 WOONWAGENSTANDPLAATSEN......................................................................... 33 HOOFDSTUK 6 GERESERVEERD................................................................................................ 33 HOOFDSTUK 7 GERESERVEERD................................................................................................

33 HOOFSTUK 8 GERESERVEERD................................................................................................... 33 HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN.............................................................................................. 33 Artikel 44. Experimenten.......................................................................................................... 33 Artikel 45. Hardheidsclausule.................................................................................................... 33 Artikel 46. Bestuurlijke boete.................................................................................................... 34 Artikel 47. Overgangsbepaling.................................................................................................. 34 Artikel 48. Intrekking oude verordening.................................................................................... 34 Artikel 49. Inwerkingtreding en geldigheidsduur.......................................................................34

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

LEESWIJZER De Huisvestingsverordening Gemeente Waddinxveen 2023 bevat regels voor de verdeling van huurwoningen (woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, € 808,26, prijspeil 2023) en (nieuwbouw) middenhuurwoningen die vallen onder de (plaatselijke) Verordening middenhuurwoningen of een anterieure overeenkomst. De Huisvestingsverordening Gemeente Waddinxveen 2023 is ook van toepassing op nieuwbouw betaalbare koopwoningen met een aankoopprijs van maximaal € 355.000,- vrij op naam (v.o.n.). Een woningzoekende mag een gereguleerde huur- of koopwoning alleen in gebruik nemen als hij/zij beschikt over een huisvestingsvergunning. Hoofdstuk 2 bevat bepalingen hierover. In artikel 3 is vastgelegd wie voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt, in artikel 4 hoe deze moet worden aangevraagd. In artikel 5 is geregeld hoe verhuurders van goedkope huurwoningen het aanbod aan dergelijke woningen openbaar bekend moeten maken en hoe woningzoekenden kunnen reageren op dit aanbod. In sommige gevallen kan een woningzoekende een urgentieverklaring krijgen, waardoor deze bij de woningtoewijzing voorrang krijgt op andere woningzoekenden. De bepalingen rond urgentieverklaringen en de toepassing daarvan zijn te vinden in hoofdstuk 3 (artikelen 7 tot en met 12). In bijna alle gevallen zullen er meer woningzoekenden zijn die belangstelling hebben voor een vrijkomende woning.

Van belang is dan dat er duidelijke regels zijn die bepalen wie er voorrang heeft en wat de rangorde is van de woningzoekenden met belangstelling voor de woning. Deze regels staan in hoofdstuk 4 (artikelen 13 tot en met 17). In de huisvestingsverordening Waddinxveen 2023 zijn ook regels opgenomen voor de toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 5 (artikelen 18 tot en met 24). Hoofdstuk 6, 7 en 8 zijn gereserveerde hoofdstukken. Om de vergelijking tussen de verordeningen in de regio zo eenvoudig en helder mogelijk te maken, wordt voor dezelfde artikelen dezelfde nummering aangehouden. Niet opgenomen hoofdstukken en artikelen uit andere gemeenten worden aangeduid als “gereserveerd”. Tot slot staan in hoofdstuk 9 (artikelen 44 tot en met 49) enkele slotbepalingen, waaronder de hardheidsclausule die het de gemeente mogelijk maakt van een aantal bepalingen in de verordening af te wijken. In de toelichting van de verordening wordt deze in het algemeen en vervolgens artikelsgewijs uitgebreid toegelicht. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.

Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aangepaste woning: woonruimte die naar zijn aard bestemd of geschikt gemaakt is voor bewoning door een huishouden waarvan tenminste één lid een fysieke functiebeperking heeft en op medische grond op aangepaste woonruimte aangewezen is; Bemiddeling: woningtoewijzing aan bijzondere doelgroepen buiten om het aanbodsysteem, zoals genoemd in artikel 5; BL-score: Bewoningsduur-/Leeftijdscore: a. bewoningsduurscore is het aantal volledige maanden dat verstreken is sinds de datum dat een woningzoekende volgens de Basisregistratie Personen (BRP) in de huidige woonruimte is ingeschreven, b. leeftijdsscore is het aantal volledige maanden dat verstreken is sinds de datum dat een woningzoekende die niet beschikt over zelfstandige woonruimte, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

betaalbare koopwoning: koopwoning met een maximale aankoopprijs van € 355.000,v.o.n. De huisvestingsverordening is van toepassing zo lang de woning beschikbaar is in het betaalbare koopsegment (nieuwbouwwoningen met maximale aankoopprijs € 355.000,- v.o.n.), indien er sprake is van nieuwbouw en bij de eerste bewoning; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen; co-ouderschap: van co-ouderschap is sprake als beide ouders 50% van de tijd de feitelijke zorg voor de kinderen hebben. Hiervan is in ieder geval sprake als:  het kind/de kinderen ten minste drie dagen per week wonen bij de woningzoekende én ten minste drie dagen per week bij de andere ouder, óf  het kind/de kinderen om en om één week bij de ene ouder wonen en één week bij andere; dienstwoning: een woonruimte die in het geldende bestemmingsplan de bestemming bedrijfs- of dienstwoning heeft en waarbij een arbeidscontract bepalend is voor de toewijzing van de woning; doorstromer: een woningzoekende die daadwerkelijk en rechtmatig als huurder of eigenaar een zelfstandige woonruimte bewoont en die zelfstandige woonruimte na verhuizing leeg achterlaat; economisch gebonden: het daaromtrent in artikel 14, derde lid onder a van de wet bepaalde; huishouden:  eenpersoonshuishouden: het huishouden van een persoon die als enige een woonruimte bewoont of wil gaan bewonen; 

meerpersoonshuishouden: het huishouden van twee of meer personen die gezamenlijk een woonruimte bewonen of willen gaan bewonen, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid; huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; ingezetene: een persoon die in de Basisregistratie Personen van de gemeente is opgenomen en daar daadwerkelijk zijn hoofdverblijf heeft in woonruimte (waaronder ook begrepen onzelfstandige woonruimte) die uitsluitend permanent mag worden bewoond; ingrijpende renovatie: een ingrijpende voorziening aan een woonruimte die niet tijdens bewoning uitgevoerd kan worden; inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die rechtmatig door een ander huishouden in gebruik is genomen; mantelzorg: hulp als bepaald in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; maatschappelijk gebonden: het daaromtrent in artikel 14, derde lid, onder b van de wet bepaalde; middenhuurwoning: nieuwbouw huurwoning als bedoeld in de lokale middenhuurverordening en/of de als zodanig benoemde woningen in een anterieure overeenkomst. De huisvestingsverordening is van toepassing op een verhuring zo lang de woning beschikbaar is in het middenhuursegment.

onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet beschikt over een eigen keuken en toilet; slaagkans: het aantal verhuringen gedurende een specifieke periode gedeeld door het aantal actief woningzoekenden binnen dezelfde periode * 100. Bij de slaagkans voor een specifieke categorie woningzoekenden gaat het om het aantal verhuringen aan deze categorie en het aantal actief woningzoekenden binnen deze categorie; starter: een woningzoekende die geen zelfstandige woonruimte leeg achterlaat of een woonruimte bewoont met een tijdelijk huurcontract zoals bedoeld in:  artikel 15 eerste lid onder a tot en met d van de Leegstandswet;  artikel 7:271, eerste lid, onder a van het Burgerlijk Wetboek, óf  artikel 7:274 c tot en met 7:274f van het Burgerlijk Wetboek; vergunningplichtige woonruimte: woonruimte waarvoor in deze verordening een huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik geven en nemen ervan; verhuurder: partij die een woonruimte in gebruik geeft aan een woningzoekende en daarvoor een huurprijs ontvangt. Verhuurders omvatten woningcorporaties en particuliere verhuurders;

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

-

-

-

-

Verkoper: partij die een woonruimte verkoopt aan een woningzoekende en daarvoor een koopprijs ontvangt. Verkopers omvatten woningcorporaties en particuliere verkopers; wet: Huisvestingswet 2014; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet ; woningzoekende: huishouden dat is ingeschreven in een door de verhuurder gehanteerd woonruimteverdeelsysteem of dat anderszins bij de verhuurder schriftelijk heeft aangegeven op zoek te zijn naar woonruimte; woongroep: een duurzaam samenlevingsverband bestaande uit drie of meer personen, die geen gemeenschappelijk huishouding voeren en geen onderlinge huurrelatie hebben, maar die op basis van eigen initiatief kiezen om samen te wonen; zoekprofiel: een beschrijving van het woningtype en eventuele andere kenmerken van de woning waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking kan komen; zorgwoning: een woonruimte waarvoor een woningzoekende vanwege beperkingen in zelfredzaamheid een indicatie nodig heeft voor zorg of begeleiding, en waarbij die zorg of begeleiding in de directe nabijheid van die woning beschikbaar is en geleverd wordt door een professionele zorgorganisatie.

HOOFDSTUK 2. DE HUISVESTINGSVERGUNNING Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën woonruimten mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a. woonruimten van verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; b. middenhuurwoningen; c. betaalbare koopwoningen. 2. Voor middenhuurwoningen zijn uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 lid 2, artikel 15 en 45 van deze verordening van toepassing. 3. Voor betaalbare koopwoningen is uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 lid 3, artikel 15 en artikel 45 van deze verordening van toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte van verhuurders die in de gemeente tien of minder woningen beneden de huurtoeslaggrens verhuren; b. onzelfstandige woonruimte; c. inwoning; d. woningruil met toestemming van de verhuurder; e. verhuizen binnen hetzelfde complex met toestemming van de verhuurder; f. zorgwoningen; g. dienstwoningen; h. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met d van de Leegstandwet; i. woonruimte die verhuurd wordt op basis van een tijdelijk huurcontract als bedoeld in de artikelen 7:271, eerste lid, onder a en 7:274 c tot en met 7:274f van het Burgerlijk Wetboek; j.

ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens. 5. Op de huisvesting van bijzondere doelgroepen als bedoeld in artikel 17 zijn artikelen 5, 7 tot en met 16 niet van toepassing. Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning in aanmerking woningzoekenden die : a. meerderjarig zijn en staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen in een gemeente in Nederland, én b. gereageerd hebben op per publicatie aangeboden woonruimte en op grond van het bepaalde in deze verordening voor de desbetreffende woonruimte in aanmerking komen. 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid onder b een huisvestingsvergunning verlenen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17. Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning 1. Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden door de woningzoekende de volgende gegevens verstrekt: a. naam, contactgegevens en geboortedatum; b. het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden dat de woonruimte zal betrekken; c. bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10, tweede lid, van de wet; d. bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld; e. een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt, dat deze bereid is de woonruimte aan de woningzoekende te verhuren, of een kopie van de koopovereenkomst; f. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte, óf adres, naam van de verkoper en de verkoop-/aankoopprijs van de te betrekken woonruimte; g. datum van ingang van de huurovereenkomst, of datum voorgenomen of verwachte inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; h. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een aangepaste woonruimte; i. indien van toepassing, een afschrift van de urgentiebeschikking zoals bedoeld in artikel 7 zevende lid. 2.

Indien de aanvraag incompleet is, retourneert het college de aanvraag en stelt de woningzoekende daarbij in de gelegenheid om binnen vijf werkdagen na de verzenddatum van de retourzending een volledige aanvraag in te dienen. 3. Het college verleent de huisvestingsvergunning waarbij in ieder geval vermeld wordt: a. een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen waarop de toewijzing gebaseerd is; d. de voorwaarde dat de woningzoekende aan wie de vergunning is verleend, de woonruimte binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik moet nemen. Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte 1. De verhuurder of verkoper maakt het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar toegankelijk (digitaal) medium, voor zover deze woonruimte niet direct wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17. Bij verkoop kunnen aanvullende afspraken over de wijze van aanbieden vastgelegd in de anterieure overeenkomst. 2. De bekendmaking bevat in ieder geval: a. het adres en de huur-/koopprijs van de woonruimte; b. een goede omschrijving van de woning en woonomgeving c.

de mededeling dat een huishouden de woonruimte alleen voor bewoning in gebruik mag nemen als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend; d. indien van toepassing, de criteria en regels voor voorrang bij het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. 3. Door of namens de verhuurder worden woningzoekenden in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van minimaal drie werkdagen op de te huur aangeboden woonruimte te reageren. Voor woningen met voorrang bestemd voor de leeftijdscategorie 55 jaar en ouder is deze termijn minimaal vijf werkdagen. 4. Door of namens de verhuurder kunnen reacties op per publicatie aangeboden woonruimte met onvolledig en/of onjuist ingevulde inschrijfgegevens buiten behandeling worden gelaten. 5. Woningzoekenden mogen maximaal twee actuele reacties hebben. Dit zijn reacties op woningen waarvan de reactietermijn nog niet verstreken is. Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte 1. Woningcorporaties verantwoorden achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

2.

3. 4.

5.

woonruimte als bedoeld in artikel 5, eerste lid, door bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woonruimte is binnengekomen en de motivering van de toewijzing op grond van artikel 16 van deze verordening. Woningcorporaties verantwoorden op een soortgelijke manier als in het eerste lid achteraf eveneens de toewijzingen die hebben plaatsgevonden aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17. De verantwoording als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt zo spoedig mogelijk plaats na de ingangsdatum van de huurovereenkomst van de woonruimte. Verhuurders niet zijnde woningcorporaties en verkopers motiveren op verzoek van een woningzoekende de toewijzing van de woonruimte waarop de betreffende woningzoekende heeft gereageerd. Verhuurders en verkopers verantwoorden hun toewijzingen aan het college indien zij hiertoe van het college een verzoek ontvangen.

HOOFDSTUK 3. URGENTIE Artikel 7. Voorrang bij urgentie 1. Voor de in artikel 2 lid 1 sub a aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvan door urgentieverklaring is aangetoond dat voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. 2. Een woningzoekende kan bij het college schriftelijk een aanvraag indienen tot urgentieverklaring. Deze aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, contactgegevens en geboortedatum van de woningzoekende; b. het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden van de woningzoekende; c. bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10 tweede lid, van de wet; d. bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld; e. aanduiding van de noodzaak en motivering voor de urgentieverklaring. 3. Het college neemt de aanvraag voor een urgentieverklaring in behandeling zodra de aanvrager de leges heeft voldaan conform de geldende legesverordening. 4. De urgentieverklaring geldt alleen in de gemeente waarin deze is afgegeven. Het college kan beslissen een urgentieverklaring over te nemen die is afgegeven door een andere gemeente; 5. De urgentieverklaring geldt alleen voor het zoekprofiel dat in de urgentieverklaring is opgenomen.

Dit is een zoekprofiel waarmee het urgentieprobleem wordt opgelost. Hiervoor gelden de bepalingen in artikel 11. 6. Bij de beoordeling van de aanvraag voor urgentieverklaring kan het college zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie. 7. Het college verleent de urgentieverklaring. De urgentieverklaring vermeldt tenminste: a. de woningzoekende aan wie de urgentie wordt toegekend; b. de urgentiecategorie waarin deze woningzoekende is ingedeeld; c. de datum waarop de beschikking is afgegeven; d. het zoekprofiel waarvoor de urgentie is toegekend; e. de ingangs- en einddatum van de urgentieverklaring. Artikel 8. Randvoorwaarden voor urgentie Voor het verlenen van een urgentieverklaring gelden de volgende randvoorwaarden: a. de woningzoekende is ingezetene van de gemeente dan wel economisch of maatschappelijk gebonden aan de gemeente (met uitzondering van de woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 categorie A, B en C) óf de woningzoekende is voor het voorzien in de dringend noodzakelijke behoefte aan woonruimte uitsluitend aangewezen op de gemeente; b. de woningzoekende is ingeschreven in het door de verhuurder gehanteerde woonruimteverdeelsysteem;

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

c.

d. e. f. g.

de woningzoekende bevindt zich in een acute persoonlijke woongerelateerde noodsituatie, waarin het noodzakelijk is om binnen zes maanden te verhuizen. Dit geldt niet voor een urgentie op grond van volkshuisvestelijke indicatie (artikel 9 categorie N); de noodsituatie is ontstaan buiten verwijtbare schuld van de woningzoekende; de noodsituatie is niet door de woningzoekende op eigen kracht binnen zes maanden op te lossen; de woningzoekende is voor het oplossen van de noodsituatie expliciet aangewezen op zelfstandige woonruimte, én de woningzoekende heeft een belastbaar huishoudinkomen van maximaal 1,25 keer de inkomensgrens bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Dit geldt niet voor een urgentie op grond van volkshuisvestelijke indicatie (artikel 9 categorie N).

Artikel 9. Urgentiecategorieën Een urgentieverklaring kan alleen worden afgegeven aan woningzoekenden die vallen in één van de volgende categorieën: A. Taakstelling vergunninghouders Vergunninghouders die op grond van de gemeentelijke taakstelling moeten worden gehuisvest, zoals genoemd in artikel 28 van de wet. In afwijking van artikel 7, tweede lid, wordt de urgentie zonder aanvraag verleend op basis van de gemeentelijke taakstelling. In afwijking van artikel 10 worden vergunninghouders eenmalig bemiddeld naar een woning; B. Tijdelijke opvang huiselijk geweld Woningzoekenden die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten, en die nu verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang of daarvoor in aanmerking komen; C. Mantelzorg Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen. De afdeling van de gemeente die de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 uitvoert, adviseert over de noodzaak van een urgentieverklaring wegens mantelzorg en wint zo nodig hiervoor advies in bij interne of externe deskundigen; D. Medische problematiek Woningzoekenden met een medische problematiek die verband houdt met woonruimte. De urgentie wordt zonder verdere beoordeling verleend indien aan de woningzoekende in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een verhuiskostenvergoeding wegens ontoereikende huisvesting is toegekend.

In alle andere gevallen beoordeelt een onafhankelijke medische instantie de medische situatie. E. Calamiteit Woningzoekenden die vanwege een calamiteit gedwongen hun woonruimte moeten verlaten. Voorwaarde is dat er sprake is van een calamiteit na een brand of een andere vergelijkbare gebeurtenis waardoor de woningzoekende acuut dakloos is en de woonruimte niet binnen 3 maanden te herstellen is; F. Onbewoonbaar verklaarde woning Woningzoekenden van wie de woonruimte onbewoonbaar is verklaard. Voorwaarde is dat er sprake is van één huishouden dat ten minste één jaar onafgebroken op het desbetreffende adres heeft gewoond zoals blijkt uit de Basisregistratie Personen, en dat er een last is opgelegd om het gebruik van de woonruimte te staken; G. Woonkosten Woningzoekenden die bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag ontvangt en in verband hiermee een verhuisplicht heeft. Voorwaarde is dat er sprake is van één huishouden dat ten minste gedurende één jaar onafgebroken op het desbetreffende adres heeft gewoond, zoals blijkt uit de Basisregistratie Personen. Indien de woningzoekende door eigen verwijtbaar handelen in de situatie van te hoge woonlasten is terechtgekomen, wordt geen urgentie verleend; H. Relatiebeëindiging Woningzoekenden met minderjarige kinderen die hun woonruimte moeten verlaten door echtscheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of samenwoning.

Voorwaarden zijn:

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

-

De woningzoekende heeft de volledige zorg over de kinderen en de kinderen staan bij de woningzoekende geregistreerd in de Basisregistratie Personen of de woningzoekende heeft de zorg over de kinderen in co-ouderschap en kan dit aantonen met officiële documenten. Indien beide ouders de woning moeten verlaten kan in geval van coouderschap aan beiden urgentie worden verleend, én - de woningzoekende kan aantonen dat in de procedure door de woningzoekende het recht is geclaimd om in de huidige woonruimte te blijven wonen en dat deze claim niet is toegekend. Indien er zwaarwegende redenen zijn zoals hoge woonlasten of bedreiging door de (ex)partner, kan hiervan worden afgeweken, én - de woningzoekende kan aantonen dat het huwelijk of de samenwoning minimaal twee jaar heeft bestaan en korter dan één jaar geleden is verbroken; I. Gedwongen verkoop woning Woningzoekenden met minderjarige kinderen die hun woonruimte moeten verlaten door gedwongen verkoop van hun woonruimte in de gemeente. Voorwaarde is dat de woningzoekende een schrijven van de bank of hypotheekverstrekker kan overleggen waaruit dit blijkt. De gedwongen verkoop mag niet het gevolg zijn van verwijtbaar (betaal)gedrag; J. Geweld of bedreiging Woningzoekenden die te maken hebben met geweld of bedreiging in of bij hun huidige woonruimte.

Voorwaarde is dat er sprake is van zeer ernstige overlast in de vorm van geweld of reële bedreiging die tot gevolg heeft dat woningzoekende niet langer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. De woningzoekende toont het geweld of de bedreiging aan door het overleggen van verklaringen van de (wijk)politie en/of van een of meer hulpverleningsinstanties; K. Bijzondere problematiek Woningzoekenden met een bijzondere (starters)problematiek. Voorwaarde is dat er sprake is van zeer ernstige problematiek in de huidige woonsituatie die tot gevolg heeft dat de woningzoekende daar niet langer kan blijven wonen en dat naar het oordeel van een hulpverleningsinstantie betere huisvesting een basisvoorwaarde is voor adequate hulpverlening aan (het huishouden van) de woningzoekende. Voorwaarde is voorts dat er aantoonbare redenen zijn waarom de woningzoekende niet in staat is in een onzelfstandige woonruimte te wonen of hiervoor niet aanmerking komt. De bijzondere (starters)problematiek wordt aangetoond door het overleggen van verklaringen van een of meer hulpverleningsinstanties of sociaal team. L. Economische binding met verhuisplicht Woningzoekenden die economisch gebonden zijn en die een verhuisplicht hebben. Voorwaarde is dat de woningzoekende economisch gebonden is aan de gemeente, werkzaam is bij politie of brandweer en zijn functie een onmiddellijk oproepbaar karakter heeft; M.

Economische binding en reisafstand Woningzoekenden die economisch gebonden zijn en waarvan hun huidige woonplaats in Nederland op grote reisafstand ligt. Voorwaarde is dat de woningzoekende een arbeidscontract heeft van minimaal één jaar voor minimaal 18 uur per week en dat de postcode van de woonplaats van de woningzoekende begint met 13, 16 t/m 18, 38, 43 t/m 45 of 54 t/m 99; N. Volkshuisvestelijke indicatie Woningzoekenden die hun woonruimte moeten verlaten wegens sloop of ingrijpende renovatie en voor wie een sociaal statuut is opgesteld. De urgentie wordt verleend conform de bepalingen in het Sociaal Statuut. Het college moet instemmen met het Sociaal Statuut. Artikel 10. Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding 1. Woningzoekenden met een urgentieverklaring op grond van categorie B tot en met N kunnen - met inachtneming van artikel 7, vijfde lid, - reageren op het gepubliceerde woningaanbod als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Voor de volgordebepaling geldt artikel 16. 2. Het college kan de volgende categorieën woningzoekenden binnen de geldigheidsduur van hun urgentieverklaring, tweemaal passende woonruimte aanbieden buiten het gepubliceerde aanbod: a.

woningzoekenden die vallen onder de urgentiecategorie volkshuisvestelijke indicatie zoals genoemd in artikel 9 categorie N; Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

b.

woningzoekenden die niet in staat blijken – of geacht worden – zelfstandig woonruimte te vinden binnen het gepubliceerde woningaanbod. De woningcorporatie en/of de gemeente bepaalt of de woningzoekende hieronder valt; 3. Indien het college, gelet op het feitelijk beschikbare woningaanbod, niet binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring tweemaal een woningaanbieding kan doen, wordt deze periode automatisch verlengd totdat tweemaal passende woonruimte is aangeboden. 4. Woningzoekenden die verhuizen met een urgentieverklaring, behouden gedurende maximaal vijf jaar de bewoningsduurscore die is opgebouwd in de zelfstandige woonruimte van waaruit verhuizing dringend noodzakelijk is. De bewoningsduurscore vervalt bij een verhuizing naar een woning buiten het zoekprofiel of een volgende verhuizing. Artikel 11. Beperking keuzemogelijkheden urgent woningzoekenden 1. Bij de urgentieverklaring hanteert het college een standaardzoekprofiel per urgentiecategorie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:  Profiel 1: niet medische urgentieverklaring op grond van alle urgentiecategorieën uit artikel 9 met uitzondering van categorie D en N;  Profiel 2, medische urgentie: urgentieverklaring op grond van artikel 9, categorie D;  Profiel 3, uitzonderingen op de standaard zoekprofielen 1 en 2. 2.

De standaard-zoekprofielen omvatten de volgende woningtypen: Profiel 1 (niet-medische urgentie) Bovenwoning Etagewoning zonder lift Portiekwoning zonder lift Galerijwoning zonder lift Portiekmaisonnette zonder lift Galerijmaisonnette zonder lift

Profiel 2 (medische urgentie) Etagewoning met lift Portiekwoning met lift Galerijwoning met lift Portiekmaisonnette met lift Galerijmaisonnette met lift Benedenwoning

Profiel 3 (op basis van een gemotiveerd advies) Eengezinswoning Maisonnette begane grond Benedenwoning

3. Van de standaard-zoekprofielen 1 en 2 kan worden afgeweken indien in het advies van de adviseur als bedoeld in artikel 7 lid 6 uitdrukkelijk en gemotiveerd een ander zoekprofiel wordt geadviseerd; 4. Voor de urgentieverklaring op grond van volkshuisvestelijke indicatie als genoemd in artikel 9 onder N geldt het Sociaal Statuut; Artikel 12. Intrekken, verval van rechtswege of wijzigen indeling in een urgentiecategorie 1. Het college kan de urgentieverklaring intrekken als de woningzoekende: a. niet langer voldoet aan de voorwaarden als genoemd in artikel 8 en artikel 9; b. bij zijn of haar aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij of zij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. 2. Een urgentieverklaring vervalt van rechtswege: a. zodra een woningaanbieding is geaccepteerd; b. als, bij toepassing van artikel 10, tweede lid, onder b en c, de woningzoekende tweemaal een aanbod voor een passende woonruimte heeft geweigerd; c. uiterlijk 52 weken na de datum van afgifte van de urgentieverklaring, met uitzondering van de urgentiecategorie volkshuisvestelijke indicatie (artikel 9 onder N) waarbij het Sociaal Statuut bepalend is. 3. Het college kan de geldigheidsduur van de urgentieverklaring, genoemd in tweede lid onder c verlengen in bijzondere gevallen. 4.

Het college kan een woningzoekende, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, verstrekt het college aan hem of haar een nieuwe urgentieverklaring en vervalt de oude. HOOFDSTUK 4. VOORRANG EN RANGORDE

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling. 2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). 3. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor betaalbare koopwoningen, wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,6 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). 4. Met inachtneming van het eerste lid wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een aangepast woning voorrang gegeven aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen. 5.

Met inachtneming van het eerste lid verhuurders op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken. 6. Het college kan woningcorporaties toestemming geven om met inachtneming van het eerste lid voor woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doelgroepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat. Artikel 14. Voorrang in verband met slaagkansen 1. Indien blijkt dat bepaalde (doel)groepen woningzoekenden in onvoldoende mate voor toewijzing in aanmerking komen, kunnen woningcorporaties woonruimte met voorrang voor die (doel)groep bestemmen. 2. Als criterium voor het eerste lid geldt dat de slaagkans voor een categorie actief woningzoekenden meer dan 5%-punt lager is dan de slaagkans voor alle actief woningzoekenden. De volgende indeling in categorieën wordt daarbij gehanteerd: a. leeftijdsgroepen:  18 tot en met 22 jaar;  23 tot en met 29 jaar;  30 tot en met 39 jaar;  40 tot en met 54 jaar;  55 tot en met 74 jaar;  75 jaar en ouder. b. huishoudensgrootten:  1 persoonshuishoudens;  2 persoonshuishoudens;  3 tot en met 5 persoonshuishoudens;  6 en meer persoonshuishoudens. c. doorstromers; d. starters. Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding 1.

Verhuurders kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub a, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente. 2. Verhuurders kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub b, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente. 3. Verkopers kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub c, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente. Over de verkoopprocedure kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden in de anterieure overeenkomst. 4. Het college kan toestemming geven om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte of prijs, voorrang te Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

geven aan een specifieke doelgroep met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat. Artikel 16. Rangorde woningzoekenden 1. Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - bij woonruimte van woningcorporaties de rangorde als volgt bepaald: a. woningzoekenden uit de urgentiecategorie genoemd in artikel 9 onder A; b. overige woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd; c. woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding op basis van artikel 15; d. overige woningzoekenden. 2. Als op grond van het eerste lid onder b meer woningzoekenden met een urgentieverklaring in aanmerking komen, gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven urgentieverklaring voor op woningzoekenden met een later afgegeven urgentieverklaring. De volgorde van toewijzing van woonruimte aan woningzoekenden met een urgentieverklaring van gelijke datum gebeurt op basis van woonduur. Bij gelijke afgiftedatum en woonduur is de hoogste leeftijdscore bepalend. 3. Bij woningzoekenden die niet in een urgentiecategorie vallen, wordt de volgorde bepaald door hun BL-score.

Degene met de hoogste BL-score gaat voor. De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BL-score wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e verjaardag. Indien ook deze score gelijk is dan wordt de volgorde van toewijzing op basis van loting bepaald. De B-score wordt gehanteerd bij doorstromers en de L-score voor starters. 4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan een verhuurder in geval van een woongroep voor woningtoewijzing een coöptatiesysteem hanteren. 5. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan een woningcorporatie voor maximaal 25% van de te publiceren woonruimte bedoeld in artikel 5, eerste lid, de volgorde bepalen door middel van loting. Woningzoekenden komen in dat geval voor de woonruimte in aanmerking in volgorde van resultaat van de loting. 6. Als op grond van deze verordening bij middenhuurwoningen meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met in achtneming van artikel 13, tweede lid en artikel 15, tweede lid de volgorde van toewijzing bepaald op basis van loting. 7.

Als op grond van deze verordening bij betaalbare koopwoningen meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met in achtneming van artikel 13, derde lid en artikel 15, derde lid de volgorde van toewijzing bepaald op basis van loting. Artikel 17. Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen 1. Woningcorporaties stellen jaarlijks een – nader met het college af te spreken – aantal woningen beschikbaar voor woningzoekenden die vallen onder het regionaal convenant ter bevordering van de uitstroom uit maatschappelijke instellingen en de huisvesting van ex-gedetineerden. 2. Gereserveerd 3. Woningcorporaties mogen jaarlijks maximaal 5% van hun leeggekomen woonruimten vrij toewijzen aan woningzoekenden die niet via het reguliere toewijzingssysteem dan wel via de bestaande urgentiecriteria in aanmerking komen voor woonruimte. HOOFDSTUK 5. WOONWAGENSTANDPLAATSEN Artikel 18. Bekendmaking 1. De verhuurder maakt het aanbod van de standplaatsen in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar toegankelijk (digitaal) medium. 2. De bekendmaking bevat in ieder geval: a. het adres en de huurprijs van de standplaats;

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

b. c. 3.

4.

5.

de mededeling dat een huishouden de standplaats alleen voor bewoning in gebruik mag nemen als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend; de criteria en regels bij het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.

Door of namens de verhuurder worden woningzoekenden in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van minimaal drie werkdagen op de te huur aangeboden standplaats te reageren. Door of namens de verhuurder kunnen reacties op per publicatie aangeboden standplaats met onvolledig en/of onjuist ingevulde inschrijfgegevens buiten behandeling worden gelaten. Woningzoekenden mogen maximaal twee actuele reacties hebben. Dit zijn reacties op stand plaatsen waarvan de reactietermijn nog niet verstreken is.

Artikel 19. Toelating Voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor een standplaats komen huishoudens in aanmerking: a. die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden opgenomen in artikel 3 lid 1 sub a en b. b. die beschikken, dan wel verklaren binnen korte termijn te kunnen beschikken, over een voor de desbetreffende standplaats geschikte woonwagen, en c. ten aanzien van wie verhuurder bereid is de standplaats aan hen te verhuren, en d. die tijdig, en onder volledige invulling van de daarbij gevraagde gegevens, hebben gereageerd op de bekendmaking als bedoeld in artikel 18. Artikel 20. Volgordebepaling Voor de toewijzing van een standplaats komen de volgende categorieën huishoudens in aanmerking in de navolgende rangorde: a. een huishouden dat op een woonwagenlocatie in de gemeente woont, in het bezit is van een huisvestingsvergunning voor een standplaats, behoort tot de traditionele doelgroep en deze standplaats moet ontruimen vanwege opheffing of verkleining van die locatie; b. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad die woonachtig is op een woonwagen-locatie in de gemeente; c. een huishouden die behoort tot de traditionele doelgroep en die in de gemeente in een woonwagen op een standplaats woont of heeft gewoond, waarbij de woningzoekende die een standplaats leeg achterlaat, voorgaat op de woningzoekende die geen standplaats leeg achterlaat; d.

overige huishoudens die een standplaats zoeken. e. indien er meerdere kandidaten binnen eenzelfde prioriteit zijn, vindt selectie door middel van notariële loting plaats. Artikel 21. Aanvraag huisvestingsvergunning voor een standplaats 1. Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning voor een standplaats geschiedt door het indienen van een daartoe door het college vast te stellen en door het huishouden in te vullen formulier. 2. Het huishouden verstrekt het college bij het indienen van de aanvraag de gegevens aan de hand waarvan vastgesteld kan worden a. of het huishouden voldoet aan de toelatingsvoorwaarden uit artikel 19 en b. in welke prioriteit als bedoeld in artikel 20 het huishouden kan worden ingedeeld. 3. Door of namens het college kunnen onvolledig en/of onjuist ingevulde reacties op per publicatie aangeboden standplaatsen buiten behandeling worden gelaten. 4. Door of namens het college worden huisvestingsvergunningen verleend, geweigerd of ingetrokken. Artikel 22. Verlenen huisvestingsvergunning voor een standplaats Een huisvestingsvergunning voor een standplaats wordt verleend voor een onbepaalde tijd, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Artikel 23. Vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een standplaats Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

Een huisvestingsvergunning voor een standplaats vervalt: a. één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de ver gunning geen gebruik meer te willen maken; b. onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats is beëindigd en de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten; c. onmiddellijk nadat de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten, voorzover de betreffende standplaats niet ingevolge een huurovereenkomst door de vergunninghouder werd ingenomen. Artikel 24. Intrekking huisvestingsvergunning voor een standplaats 1. Het college kan de vergunning voor het innemen van een standplaats intrekken, indien: a. de vergunninghouder niet binnen de termijn gesteld in de verleende huisvestingsvergunning de standplaats inneemt; b. de vergunninghouder handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze verordening, de voor de standplaats verstrekte huisvestingsvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften. 2. De vergunninghouder ontvangt schriftelijk bericht indien het college een huisvestingsvergunning voor een standplaats heeft ingetrokken.

HOOFDSTUK 6. GERESERVEERD HOOFDSTUK 7. GERESERVEERD HOOFDSTUK 8. GERESERVEERD HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN Artikel 44. Experimenten Het college kan voor een bepaalde tijd experimenten toestaan waarin afgeweken wordt van de bepalingen van deze verordening. Belanghebbende partijen kunnen hiertoe een onderbouwd verzoek bij het college indienen. Experimenten moeten passen binnen de wet. Artikel 45. Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in artikel 3, 7, 8, 9, 13 en 16 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte of vanwege een groot maatschappelijk belang leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Toepassing van dit artikel moet passen binnen de wet. Artikel 46. Bestuurlijke boete 1. Het college kan een overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, 21 en 22 van de wet beboeten door een bestuurlijke boete op te leggen. 2. De boete voor overtreding van: a. het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; b. het verbod, bedoeld in artikel 8, tweede lid bedraagt ten hoogste: 1e.

het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2e. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor overtredingen van artikel 8, tweede lid en artikel 21 van de wet indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door de ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

Artikel 47. Overgangsbepaling 1. Eigenaren van woonruimten die vergunningplichting zijn op grond van artikel 26 of 30 van deze verordening, maar waar geen vergunning voor is verleend, kunnen gedurende een termijn van zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening alsnog een vergunning voor omzetting/splitsing aanvragen, ter legalisatie van deze bestaande situatie. 2. Een urgentieverklaring die is verleend op grond van de in artikel 48 genoemde verordening, wordt gelijkgesteld met een urgentieverklaring die is verleend op grond van deze verordening. Artikel 48. Intrekking oude verordening De Huisvestingsverordening Gemeente Waddinxveen 2019 wordt ingetrokken. Artikel 49. Inwerkingtreding en geldigheidsduur 1. Deze verordening treedt in werking op de dag volgend na de dag van bekendmaking. 2. Overeenkomstig artikel 4 van de wet geldt deze verordening voor de duur van ten hoogste vier jaar. Artikel 50. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Gemeente Waddinxveen 2023 Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Waddinxveen gehouden op 31 mei 2023. De griffier,

De voorzitter

Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

TOELICHTING ALGEMEEN Uitgangspunten Huisvestingswet 2014 De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Voor de verdeling van woonruimte kan een gemeente een Huisvestingsverordening vaststellen, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van woonruimte. Ook kan de gemeente bepalen dat het verboden is zonder vergunning wijzigingen in de woonruimtevoorraad aan te brengen. Gebruikmaken van dit instrumentarium is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden. Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan categorieën woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen.

De schaarste kan betrekking hebben op bepaalde categorieën woonruimte in het algemeen, woonruimte met specifieke voorzieningen of woonruimte voor de huidige inwoners van een gemeente. Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de wet gebruik te maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare groepen, als gevolg van die schaarste. Teneinde de rechten van woningzoekenden niet onnodig te beperkten, dient ingrijpen beperkt te blijven tot die delen van de woningmarkt waar de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste zich voordoen. Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de schaarste woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens is vervallen; gemeente wijst zelf de schaarse voorraad aan en maakt deze daarmee vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van woonruimte boven de in de verordening genoemde prijsgrens is uitgesloten. Een overeenkomstige verordening met lokaal maatwerk De regio Midden-Holland bestaat uit de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Van deze gemeenten heeft de gemeente Krimpenerwaard een afwijkend woonruimteverdeelsysteem. De overige vier gemeenten – Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas - hebben er voor gekozen een huisvestingsverordening op te stellen, die zoveel mogelijk met elkaar overeenkomt.

Bij alle overeenkomsten zijn er ook verschillen die het gevolg zijn van lokaal maatwerk. Afgezien van enkele ondergeschikte punten doen zich verschillen voor bij de volgende onderwerpen:  Artikel 2, eerste lid, onder c: In Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen heeft de raad ervoor gekozen om ook nieuwbouw betaalbare koopwoningen aan te wijzen als vergunningplichtige woonruimte.  Artikel 2, vierde lid onder a: In Bodegraven-Reeuwijk heeft de raad ervoor gekozen om het minimumaantal woningen beneden de huurtoeslaggrens dat een verhuurder in de gemeente mag verhuren zonder dat een huisvestingsvergunning is vereist, op drie te leggen. In de andere gemeenten is dit minimumaantal tien woningen.  Artikel 15: de voorrang bij economische of maatschappelijke binding aan de gemeente is in alle gemeenten mogelijk voor alle sociale huurwoningen en aangewezen nieuwbouw middenhuurwoningen. In Zuidplas en Bo-Re is ervoor gekomen om woningzoekenden uit een dorpskern voorrang te geven op andere woningzoekenden uit de gemeente. Bij middenhuur geldt in Zuidplas daarnaast ook dat degene die een sociale huurwoning achterlaten voorgaan. In Bo-Re betreft het geen kanbepaling maar heeft dit artikel een meer verplichtend karakter. In Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen is dit ook mogelijk voor betaalbare koopwoningen.

 Artikel 16: Gouda heeft in de verordening vastgelegd dat de voorrang voor woningzoekenden met urgentie uit lid 1 geldt voor alle verhuurders (dus zowel woningcorporaties als particuliere verhuurders). De B/L-score geldt alleen voor Wijzigingen in huisvestingsverordening na wetwijziging Huisvestingswet 2014, versie april 2023

 

woningcorporaties. In Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas geldt de rangordebepaling alleen voor woningcorporaties. Dit is gedaan om het voor particulier verhuurders aantrekkelijke te maken sociale huurwoningen te exploiteren. Artikel 17 in combinatie met artikel 9 categorie A: Zuidplas heeft er voor gekozen om vergunninghouders geen urgentie meer toe te kennen op grond van artikel 9 categorie A. In plaats daarvan is in artikel 17 tweede lid vastgelegd dat woningcorporaties jaarlijks met het college afspreken hoeveel woningen zij ter beschikking stellen voor de huisvesting van vergunninghouders. Dit aantal wordt afgestemd op de gemeentelijke taakstelling. Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen handhaven de urgentie voor vergunninghouders op grond van artikel 9 categorie A. Hoofdstuk 5. Woonwagenstandplaatsen: In Gouda verhuurt de gemeente de woonwagenstandplaatsen. In overleg met de Woonwagenbewonersvereniging Gouda heeft de gemeente Gouda er voor gekozen om de toewijzingsregels met betrekking tot de standplaatsen vast te leggen in beleidsregels en niet in de huisvestingsverordening. In Waddinxveen zijn de standplaatsen in het bezit van de woningcorporatie. Daarom heeft Waddinxveen er voor gekozen de toewijzingsregels voor standplaatsen op te nemen in de huisvestingsverordening.

In Zuidplas worden de standplaatsen verhuurd door de gemeente en zijn de toewijzingsregels opgenomen in de huisvestingsverordening. In BodegravenReeuwijk zijn de standplaatsen eigendom van de woningcorporatie. In het kader van het woonwagenbeleid vindt op dit moment nog een discussie plaats over de toewijzingsregels voor de standplaatsen. Hoofdstuk 6. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad: Bodegraven-Reeuwijk en Zuidplas hebben wijzigingen in de woonruimtevoorraad vergunningplichtig gemaakt. Wijzigingen in de woonruimte die vergunningplichtig zijn, zijn het onttrekken, samenvoegen of omzetten alsmede woningvorming en het splitsen van een gebouw in appartementsrechten. Via de vergunningsplicht worden opgetreden tegen illegale of ongewenste kamerverhuur. Gouda en Waddinxveen hebben er niet voor gekozen om dergelijke bepalingen op te nemen. Hoofdstuk 7. Toeristische verhuur van woningen is alleen in Gouda ingevuld. Hoofdstuk 8. Opkoopbescherming: Bodegraven-Reeuwijk en Gouda hebben opkoopbescherming ingevuld. In Bodegraven-Reeuwijk geldt opkoopbescherming voor alle woningen met een WOZ-waarde tot 70% van de NHG-grens. In Gouda geldt opkoopbescherming voor alle woningen met een WOZ-waarde tot de NHG-grens. De overige gemeenten hebben geen opkoopbescherming opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12650688/4