4. Toelichting op de ontwerptekst
Tekst van het document
Toelichting bij de derde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Promen Algemeen: De laatste wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Promen dateert uit 2017. Sindsdien hebben o.a. aanpassingen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) plaatsgevonden, die tot technische wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling nopen.1 De onderhavige wijzigingsregeling beoogt deze technische wijzigingen grotendeels “beleidsneutraal” door te vertalen om bij een volgende wijzigingsregeling, mede aan de hand van de uitkomsten van het landelijk onderzoek naar de infrastructuur van sociale ontwikkelingsbedrijven, regionaal vervolgonderzoek en beleidskeuzes die hieruit voorvloeien, te bezien of inhoudelijke wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling benodigd zijn. Andere aanpassingen die worden doorgevoerd bij deze wijziging, zijn onder andere:
De directeur van de algemene regeling zal voortaan als secretaris van het algemeen en van het dagelijks bestuur fungeren; De huidige tekst bevat op diverse plekken de eis om goedkeuring van de Gedeputeerde Staten te vragen, waar de Wgr dat niet vereist. Voorstel is daarom om die goedkeuringseisen te laten vervallen; De gemeente Bodegraven-Reeuwijk is uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling; Bij eerdere wijzigingen zijn vervallen artikelen en artikelleden blijven staan met de tekst “Vervallen”. Deze teksten zijn voor de overzichtelijkheid verwijderd en waar nodig zijn de artikelen en artikelleden met het oog daarop hernummerd.
NB. Wanneer in de toelichting naar een artikel wordt verwezen, wordt in beginsel gedoeld op het nieuwe artikel, tenzij er (oud) achter staat. Initulé: Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven is geen deelnemer meer; ook verder is de tekst geactualiseerd. Artikel 1: De terminologie is aangepast aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. De verwijzing naar de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten is verwijderd omdat deze ingevolge de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren niet meer geldt. Er is voor gekozen om niet meer te verwijzen naar een concreet toepasselijke CAO om te voorkomen dat de regeling op dit punt snel weer verouderd. Het woordje “eindverantwoordelijke” in de definitie van “directeur” is doorgehaald omdat dit verwarring kan creëren in relatie met de eindverantwoordelijke rol van het algemeen bestuur. 1 Als gevolg van de Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van de Bekendmakingswet en andere wetten in
verband met de elektronische publicatie van algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen (Wet elektronische publicaties), Staatsblad 2020, 262 en de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen, Staatsblad 2022, 18. Toelichting concept Gemeenschappelijke regeling Promen (derde wijziging)
Het artikel bevat alleen nog een formele definitie van het begrip directeur; de rol van de directeur is nader uitgewerkt in artikel 25 (nieuw). Aan de definities is een (formele) definitie toegevoegd van de concern controller. Zie ook artikel 26 (nieuw). Artikel 6: De terminologie is aangepast aan de definities en aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Artikel 1, artikel 11 lid 3, artikelen 18a tot en met 18c (oud), artikel 22 (oud): De Raad van Advies is niet feitelijk actief en er lijkt ook geen behoefte aan te bestaan. Daarom is het voorstel om de bepalingen die hierop zien te laten vervallen. Artikel 12: In lid 1 is opgenomen dat de personen die in het AB zijn aangewezen als plaatsvervangers, ook gelden als plaatsvervangers in het DB. In lid 3 is een kennelijke verschrijving hersteld. Artikelen 17 en 25: Het voorstel is dat de directeur voortaan zal fungeren als secretaris van het algemeen en van het dagelijks bestuur. Hij wordt daarmee geen lid van deze besturen (dat wordt voor de duidelijkheid in artikel 25 ook expliciet gemaakt). Ingevolge artikel 24 (oud) was hij al bevoegd om deel te nemen aan de vergaderingen. Artikel 20: Overeenkomstig artikel 17 lid 2 en 3 Wgr dient het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de raden van deelnemende gemeenten actief te informeren. Dat is uitgewerkt in het voorgestelde vijfde lid van artikel 20.
Artikel 22: Ingevolge artikel 10 leden 5 en 6 Wgr dient de regeling een bepaling te bevatten over de gevallen waarin de gemeenteraden een zienswijze mogen indienen over voorgenomen besluiten. Dit in aanvulling op de gevallen waarin de wet zienswijzen voorschrijft. Artikel 23: Ingevolge artikel 10 leden 7 en 8 Wgr dient de regeling te voorzien in bepalingen omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Gezien de aard van de onderhavige samenwerking ligt het voor de hand om de participatie via de deelnemende gemeenten te laten plaatsvinden. Voorstel is daarom om in de regeling op te nemen dat de deelnemende colleges hiervoor waar relevant zorgdragen. Artikel 22 (oud) Het artikel voorziet in een vergoeding voor leden van het algemeen en dagelijks bestuur en leden van de raad van toezicht. Van deze vergoedingsmogelijkheid wordt feitelijk geen gebruik gemaakt omdat de leden van het algemeen en dagelijks bestuur allen politieke ambtsdragers zijn bij hun eigen gemeenten en in die hoedanigheid reeds vergoeding van hun kosten ontvangen. Voorstel is daarom om dit artikel te schrappen.
Toelichting concept Gemeenschappelijke regeling Promen (derde wijziging)
Artikel 25 (artikel 24 oud): In de huidige tekst van de regeling wordt verwezen naar een met de directeur te sluiten managementcontract. Deze wordt niet feitelijk gesloten. Voor de duidelijkheid is benadrukt dat de bevoegdheid van de directeur om naar eigen inzicht leiding en sturing te geven aan het apparaat en de medewerkers van Promen, niet afdoet aan de bevoegdheden van het algemeen en dagelijks bestuur. Hiermede wordt niet een inhoudelijke wijziging beoogd ten aanzien van de huidige praktijken en werkwijzen. In lid 6 is de termijn van een maand na afloop van het betreffende kwartaal verwijderd omdat deze termijn in de praktijk niet haalbaar is gebleken. Artikel 26 (artikel 25 oud): Voorstel is om de verwijzing naar het organisatiebesluit te laten vervallen. Een dergelijk besluit is tot op heden niet genomen en het wordt niet nodig gevonden. De functie-aanduiding “Hoofd Financiën en Controlling” is gewijzigd in “concern controller”. Artikelen 27 en 28 (artikelen 26 en 27 oud): Volgens dit artikel wordt voor de rechtspositie aangesloten bij rechtspositieregelingen van Gouda. Voorstel is om voortaan door het algemeen bestuur de algemene kaders ten aanzien van arbeidsvoorwaarden te laten vaststellen. De vaststelling van de bezoldiging van de directeur blijft in het voorstel de bevoegdheid van het dagelijks bestuur (artikel 27).
Artikelen 19 en 28 tot en met 32 (artikelen 28a tot en met artikel 30a oud): De gewijzigde Wgr leidt tot een gewijzigde begrotingscyclus. Verwezen wordt naar artikel 34 tot en met 35 Wgr. Deze is uitgewerkt in de gewijzigde artikelen. Artikel 28a (oud) is verwijderd omdat een verplichting tot het opstellen van een verordening omtrent het financieel beheer rechtstreeks volgt uit artikel 35 lid 7 Wgr jo. artikelen 212, 213 en 213a Gemeentewet. Artikel 29 lid 5 (oud) nam als uitgangspunt dat de volledige bijdrage bij wege van voorschot wordt betaald per 1 februari van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. De praktijk is dat met voorschotten per maand c.q. kwartaal wordt gewerkt, vanaf januari. Voorstel is om de datum van 1 februari te verwijderen en om tevens een grondslag in de gemeenschappelijke regeling op te nemen voor de werkwijze waarbij met voorschotten per maand c.q. kwartaal wordt gewerkt. De voorgestelde regeling gaat ervan uit dat het algemeen bestuur een afwijkende bevoorschotting kan vaststellen, mits de liquiditeit van Promen gewaarborgd is. In lid 5 van artikel 31 is verduidelijkt dat alleen op goedkeuring door gedeputeerde staten gewacht hoeft te worden indien die vereist is. Artikelen 34, 35 en 37 (artikelen 32, 33 en 35 oud) In de artikelen 32, 33 en 35 (oud) werden besluiten van het algemeen bestuur onderworpen aan goedkeuring door gedeputeerde staten.
De Wgr vereist dit niet (of niet meer) en daarom zijn deze goedkeuringsvereisten in de nieuwe artikelen (34, 35 en 37) verwijderd.
Toelichting concept Gemeenschappelijke regeling Promen (derde wijziging)
Artikel 35 (artikel 33 oud): Artikel 9 lid 1 Wgr vereist dat de gemeenschappelijke regeling de gevolgen van uittreding bepaalt, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen het openbaar lichaam en van de deelnemende gemeenten. De bestaande regeling voorzag hier al in. Voorstel is om het algemeen bestuur expliciet de bevoegdheid toe te kennen om een algemene regeling hieromtrent vast te stellen (lid 3). In geval van een concrete uittreding stelt het algemeen bestuur de concrete gevolgen van de uittreding vast voor zover die niet rechtstreeks volgen uit de gemeenschappelijke regeling. Deze vaststelling is een appellabel besluit. Omdat de wijzigingsregeling een beleidsneutraal karakter beoogt te hebben is voor het overige volstaan met een omschrijving die verwijst naar de bestaande jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over uittredingsvergoedingen. De toevoeging beoogt geen inhoudelijke wijziging van de regeling. Artikel 39 (artikel 37 oud): Het artikel uit de Archiefwet waarnaar wordt verwezen is in 2012 vervallen. De archiefbewaarder is thans Streekarchief Midden Holland. Het artikel is aangepast aan de hand van hun modelbepaling voor gemeenschappelijke regelingen. Artikel 40 (artikel 38 oud): De relevantie van de eerdere overgangsbepalingen is komen te vervallen. Deze zijn daarom verwijderd.
Artikel 11A van de Wgr schrijft voor dat de regeling een bepaling bevat over evaluatie ervan. De wet laat open hoe dit geregeld wordt; de regeling kan zelf inhouden dat er niet geëvalueerd wordt. Het voorstel is om een bepaling op te nemen die ervan uitgaat dat van tijd tot tijd geëvalueerd wordt, zonder hier een vaste frequentie of werkwijze aan te koppelen. Het algemeen bestuur kan naar behoefte besluiten om te evalueren. Artikel 42 (artikel 41 oud): De wijze van bekendmaking is aangepast aan artikel 26 lid 1 Wgr. Daarnaast is opgenomen dat Promen de regeling zal opnemen in het register zoals bedoeld in artikel 136 lid 1 Wgr.
Toelichting concept Gemeenschappelijke regeling Promen (derde wijziging)