4.b. Bijlage 1 Analyse kosten jeugdzorg 2025
Tekst van het document
Analyse kosten jeugdzorg 2025
Samenvatting Begin april 2026 werd duidelijk dat de jeugdzorg in 2025 een tekort van ongeveer €1,5 miljoen heeft opgeleverd. Het ogenschijnlijk terugkerende effect van het tekort baart zorgen en daarom is nader onderzocht waar de kosten vandaan komen en waarom ze stijgen. De kosten stijgen vooral omdat meer kinderen jeugdzorg gebruiken én omdat de zorg die wordt ingezet duurder is geworden. Het aantal jongeren met jeugdhulp steeg in 2025 met 15% naar 1.141 kinderen. Om inzicht te krijgen is gekeken naar de grootste uitschieters in productcodes, verwijzers en naar leeftijdscategorieën: Productcodes De grootste stijgingen zitten in drie onderdelen: Ambulante jeugdhulp Jeugdhulp met verblijf Persoonsgebonden Budget (PGB) Verwijzers De gemeente is niet de enige verwijzer. Vooral medische verwijzers zorgen voor hogere kosten: Jeugdarts: +95% kosten Medisch specialisten: +73% kosten Vaak gaat het om GGZ-behandeling of diagnostiek De gemeente heeft hier heel weinig grip op, omdat aanbieders zelf de productcodes kiezen Leeftijdscategorieën De grootste groei zit bij kinderen van 4–12 jaar.
18,4% van deze groep gebruikt jeugdhulp Deze leeftijdsgroep groeit ook het snelst in Waddinxveen Daardoor stijgen de kosten extra hard Naast dat er gekeken is naar ‘harde’ cijfers, is er bij interne en externe collega’s aanvullende informatie opgehaald om de ontwikkelingen beter te kunnen verklaren en duiden. Professionals zien onder andere: Meer thuiszitters met complexe problemen Complexere echtscheidingssituaties Meer hulpvragen rond hoogbegaafdheid Toename van (digitale) criminaliteit en het aantal jongeren in onveilige situaties Meer diagnostiek, wat vaak leidt tot specialistische begeleiding De uitkomsten van de analyse bevestigen de urgentie om maatregelen en acties uit het Plan van aanpak Sociaal domein en de Hervormingsagenda Jeugd te door te voeren en te implementeren. Deze acties zijn onder andere: Betere monitoring en datasturing Sterker contractmanagement Het intensiveren van samenwerking met huisartsen, jeugdartsen en GI’s Doorontwikkeling van het sociaal team (normaliseren, betere werkinstructies, toetsing van beschikkingen)
2
De lokale inzichten uit de analyse zullen worden meegenomen in de raming van het benodigde budget voor jeugdhulp in de programmabegroting 2027 – 2030. Daarbij wordt ook het begrotingsadvies van de VNG van mei 2026 ter harte genomen.
Inhoudsopgave
Samenvatting.................................................................................................................................. 2 Inhoudsopgave............................................................................................................................... 3 1
Aanleiding....................................................................................................................................... 4
2
Analyse van de kosten.................................................................................................................... 5 2.1 2.1.1
Wat zien we als we tellen................................................................................................ 5
2.1.2
Wat horen we uit de praktijk............................................................................................ 6
2.2
4
Differentiatie naar leeftijd........................................................................................................ 6
2.2.1
Wat zien we als we tellen................................................................................................ 6
2.2.2
Wat horen we uit de praktijk............................................................................................ 9
2.3
3
Differentiatie naar zorggebruik................................................................................................ 5
Differentiatie naar verwijzer..................................................................................................... 9
2.3.1
Wat zien we als we tellen.............................................................................................. 10
2.3.2
Wat horen we uit de praktijk..........................................................................................12
Lopende ontwikkelingen............................................................................................................... 13 3.1
Hervormingsagenda Jeugd................................................................................................... 13
3.2
Het Plan van aanpak sociaal domein....................................................................................14
3.3
Doorontwikkeling Wadwijzer................................................................................................. 16
Perspectief.................................................................................................................................... 17 4.1
Acties.................................................................................................................................... 17
4.1.1
Doortonwikkeling van de monitoring in het sociaal domein...........................................17
4.1.2
Doorontwikkeling van contractmanagement.................................................................17
4.1.3
Intensiveren van de samenwerking met andere verwijzers...........................................18
4.1.4
Meer focus op de ontwikkelopgave van het sociaal team............................................18
4.2
Blik op de toekomst............................................................................................................... 19
4.2.1
Afsluiting van 2025........................................................................................................ 19
4.2.2
Begroting 2027.............................................................................................................. 19
3
1
Aanleiding
Na het verwerken van alle facturen over geleverde zorg is begin april 2026 het negatieve resultaat op jeugdzorg in 2025 geconstateerd. In de jaarstukken is een verantwoording geformuleerd, maar het totaal van het tekort van circa €1.5 miljoen en het ogenschijnlijk terugkerende effect van het tekort baren zorgen. Een nadere analyse van de kosten was nodig om data goed te kunnen duiden. 2025 is niet het eerste jaar met stijgende kosten, en ook landelijk gezien wordt dit beeld breed herkend. De Jeugdwet is een zogenaamde open-einde regeling, wat kort samengevat betekent dat de gemeente verplicht is om alle noodzakelijke hulp te realiseren en te financieren, ook als het budget hiervoor ontoereikend is. Om het tij van de alsmaar stijgende kosten te kunnen keren is landelijk de Hervormingagenda jeugd opgesteld, en is er in Waddinxveen een Plan van aanpak sociaal domein vastgesteld bij de begroting 2026. Dit Plan van aanpak bevat onder andere maatregelen waarvan een effect wordt verwacht op jeugdzorg de komende jaren. In dit document is de analyse van de gemaakte kosten opgenomen in hoofdstuk 2. Daarna is in hoofdstuk 3 aandacht besteed aan een aantal lopende relevante ontwikkelingen. Tot slot gaat hoofdstuk 4 in op het perspectief. Hieronder zijn te ondernemen acties uitgewerkt, en wordt uiteindelijk vooruitgekeken naar het opstellen van de begroting voor 2027.
4
2
Analyse van de kosten
Om iets te kunnen zeggen over de oorzaken van de stijging in de gemaakte kosten in 2025 is er op verschillende manieren naar de beschikbare data gekeken. Naast de ‘harde’ cijfers uit de beschikbare financiële en zorginhoudelijke data, is in gesprekken met interne en externe collega’s aanvullende informatie opgehaald om de ontwikkelingen beter te kunnen verklaren en duiden. Ter vergelijking is waar mogelijk ook het beeld over 2024 opgenomen. Bij de analyse moet rekening worden gehouden met een aantal factoren die de vergelijkbaarheid van gegevens bemoeilijken. - Eén van deze factoren is dat de jeugdzorg regionaal opnieuw is ingekocht per 2025. Als gevolg hiervan zijn veel productcodes en productnamen gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om ontwikkelingen één-op-één met eerdere jaren te vergelijken. - Ook de monitoring en prognosevorming kennen beperkingen. De beschikbare data geven gedurende het jaar nog geen volledig beeld van de uiteindelijke kostenontwikkeling. Declaraties lopen niet gelijkmatig over het jaar heen, waardoor halverwege het jaar niet automatisch circa 50% van de totale jaarlasten zichtbaar is. Afwijkingen van 5 tot 10% kunnen daardoor al snel leiden tot verschillen van enkele tonnen in prognoses. Hierdoor moeten tussentijdse prognoses met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
- Daarnaast heeft het Rijk in 2025 de I1 van de taakvelden aangepast. De verschillende vormen van jeugdzorg worden hierdoor anders geregistreerd dan voorheen. Dit maakt het lastig om exact te duiden waardoor bepaalde verschillen ontstaan. Ondanks de beperkingen biedt de analyse wel inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen binnen de zorgkosten. Daarbij is specifiek gekeken naar de grootste uitschieters in productcodes, verwijzers en leeftijdscategorie. Deze analyse geeft inzicht in de kostenontwikkeling en helpt bij het identificeren van mogelijke verklaringen voor stijgingen binnen de kosten voor jeugdzorg. Daarnaast geeft het beeld richting aan mogelijke ontwikkelrichtingen en acties om zo te werken aan een duurzaam financieel perspectief.
2.1 Differentiatie naar zorggebruik Om het verschil aan daadwerkelijke kosten ten opzichte van de begroting te kunnen verklaren is gekeken naar het zorggebruik: op welke taakvelden zien we opmerkelijke verschillen? Naast dat er is gekeken naar de platte cijfers, is in gesprek met interne en externe collega's informatie opgehaald over de ervaringen in de praktijk. Op die manier is het beeld verrijkt en/of genuanceerd. 2.1.1 Wat zien we als we tellen Op het totaal aan jeugdzorgkosten worden in 2025 op 3 taakvelden opvallende meerkosten geconstateerd. Dit betreffen ambulante jeugdhulp (+ €1.492.440), jeugdhulp met verblijf (+ €462.000) en Pgb (+ €449.000). Ambulante Jeugdhulp Binnen het taakveld Ambulante Jeugdhulp, wat de jeugdhulp betreft die plaatsvindt in de eigen leefomgeving terwijl de jeugdige thuis blijft wonen, vallen twee productcodes in het bijzonder op. Als
Iv3 (Informatie voor Derden) is een verplichte financiële rapportage waarmee Nederlandse gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen hun begroting, kwartaalcijfers en jaarrekening verantwoorden aan het CBS. Het biedt de Rijksoverheid gedetailleerd inzicht in de financiële positie en bestedingen van lokale overheden. 1
5
eerste is het product Specialistische Begeleiding flink in kosten is gestegen. Dit betreft €717.000 ten opzichte van 2024. Dit komt met name door de toename van het aantal jeugdigen dat hier gebruik van maakte in 2025, namelijk 54% meer dan in 2024. Daarnaast zien we een toename aan kosten van € 483.200 van het specifieke Jeugd-ggz product ‘Geïntegreerde specialistische behandeling.’ Dit product wordt enkel door zorgaanbieder Parnassia en GGZ Rivierduinen geboden. Het aantal personen dat hier gebruik van maakte is ten opzichte van 2024 met 10% gestegen, maar met name de stijging van de gemiddelde kosten per persoon vallen op. Jeugdhulp met Verblijf Bij Jeugdhulp met verblijf is zichtbaar dat een plek op een behandelgroep per persoon met 70% aan kosten is toegenomen. Een behandelgroep in de jeugdhulp richt zich voornamelijk op de opvoeding, gedragsproblemen en het aanleren van levensvaardigheden in een leefgroep. De kosten per persoon van verblijf bij een GGZ-aanbieder zijn gedaald, maar we zien wel dat daar in plaats van één persoon in 2024, in 2025 vijf personen naar verwezen zijn. Dit zorgt voor een toename van €188.000 ten opzichte van 2024. Verblijf bij een GGZ-aanbieder is puur medisch-psychiatrisch en richt zich op de behandeling van complexe psychische problematiek.
Persoonsgebonden budget Waddinxveen verstrekt in vergelijking tot de regio weinig uitzonderingscontracten. Deze contracten betreffen toekenning van zorg aan niet gecontracteerde aanbieders. Het lijkt er echter op dat het Pgb vaker als alternatief wordt ingezet. Dit wijst erop dat, in plaats van via de GR JW een uitzonderingscontract aan te vragen, aanzienlijk vaker dan in voorgaande jaren is gekozen voor het verstrekken van een Pgb. 2.1.2 Wat horen we uit de praktijk Het sociaal team herkent dat het product Specialistische Begeleiding relatief meer wordt afgegeven dan vorig jaar. Trends die zij daarin onderscheiden zijn de volgende: Het aantal thuiszitters groeit, en vaak in combinatie met complexe problematiek. Echtscheidingssituaties worden complexer. Mensen zitten meer klem ten gevolge van de woningnood. Hierdoor verblijven zij vaak langer onder 1 dak dan gewenst, wat zorgt voor meer spanning en escalatie. Het aantal hulpvragen rondom begeleiding bij hoogbegaafdheid en bijbehorende problematiek, neemt toe. (Digitale) criminaliteit en overlastgevend gedrag onder jongeren en het aantal jongeren in onveilige situaties neemt toe. Het aantal diagnostiek-aanvragen stijgt, waar na een diagnose vaak specialistische begeleiding wordt ingezet
2.2 Differentiatie naar leeftijd Waddinxveen groeit, en dat is heel goed terug te zien in de stijgende aantallen (jonge) kinderen. Om te kunnen duiden op welke wijze deze ontwikkeling van invloed is op de toename van kosten voor jeugdhulp is een analyse gemaakt naar leeftijdscategorieën. 2.2.1 Wat zien we als we tellen Het aandeel jongeren in Waddinxveen dat gebruik maakt van jeugdzorg is in 2025 sterk gestegen. Voorafgaand aan 2025 was er juist een aantal jaren sprake van een daling. Dit is te zien in de onderstaande grafiek, waarin het aandeel jongeren tot 18 jaar met een voorziening voor jeugdzorg wordt weergegeven. Dit aandeel schommelde in Waddinxveen jarenlang rond de 14%, maar is in 2025 gestegen naar 15,1%.
6
Het aandeel jongeren dat gebruik maakt van jeugdzorg verschilt per leeftijdscategorie. Daarnaast hebben deze groepen ook verschillende groeisnelheden, zoals te zien in de onderstaande tabel. Met name de sterke groei van het aantal kinderen in de leeftijd 4 tot 12 is hierbij van belang, omdat in deze groep ook relatief veel kinderen gebruik maken van jeugdhulp. Leeftijdscategorie
0 tot 4 4 tot 12 12 tot 18 18 tot 24
Procentuele groei aantal kinderen Waddinxveen – 2025 t.o.v. 2024 5% 6% 0% 1%
Percentage met jeugdhulp 2025
3,0% 18,4% 15,3% 0,4%
Daarnaast is het aantal kinderen in de leeftijd 4 tot 12 ook de grootste leeftijdsgroep onder jongeren in Waddinxveen, zoals te zien in de onderstaande grafiek. Een sterkere procentuele groei van een grote doelgroep heeft logischerwijs meer impact. Rekenvoorbeeld: een groei van 10% voor een groep van 100 inwoners betekent een toename van 10 personen. Een groei van 10% voor een groep van 1000 inwoners betekent een toename van 100 personen.
7
In de onderstaande tabel is per leeftijdscategorie weergegeven hoeveel kinderen in Waddinxveen gebruik maken van jeugdhulp en welk percentage van de Waddinxveense jeugd in die leeftijdscategorie dat betreft. Het gebruik van jeugdhulp verschilt aanzienlijk tussen de verschillende leeftijdscategorieën. Leeftijdscategorie 0 tot 4 4 tot 12 12 tot 18 18 tot 24
Aantal kinderen met jeugdhulp in 2024 55 564 371 5
Percentage met jeugdhulp 2024 2,7% 16,4% 14,4% 0,3%
Aantal kinderen met jeugdhulp in 2025
65 672 396 8
Percentage met jeugdhulp 2025 3,0% 18,4% 15,3% 0,4%
Tabel 1. Percentage kinderen en jongeren met jeugdhulp in Waddinxveen
Met name kinderen in de basisschoolleeftijd (4 tot 12 jaar) maken relatief vaak gebruik van jeugdhulp. In 2025 betreft dit 672 kinderen, wat neerkomt op 18,4% van alle Waddinxveense kinderen in deze leeftijdscategorie. Ten opzichte van 2024 is zowel het aantal kinderen als het percentage gestegen. Ook onder jongeren in de middelbare schoolleeftijd (12 tot 18 jaar) is het gebruik van jeugdhulp relatief hoog. In 2025 maakten 396 jongeren gebruik van jeugdhulp, oftewel 15,3% van deze leeftijdsgroep. Hiermee is ook binnen deze categorie sprake van een stijging ten opzichte van 2024. Bij de jongste kinderen (0 tot 4 jaar) en jongvolwassenen (18 tot 24 jaar) ligt het gebruik van jeugdhulp aanzienlijk lager. Wel is ook binnen deze groepen sprake van een lichte toename ten opzichte van het voorgaande jaar. De cijfers laten daarmee zien dat de grootste vraag naar jeugdhulp zich concentreert bij kinderen en jongeren in de schoolgaande leeftijd. In totaal maakten in 2025 1.141 kinderen gebruik van jeugdhulp ten opzichte van 995 in 2024. Een toename van bijna 15%. Belangrijk om te benadrukken is dat het aantal jongeren in elke leeftijdscategorie (ongeacht of ze jeugdhulp ontvangen of niet) in Waddinxveen uitzonderlijk hard groeit. Met name de leeftijdscategorieën 0 t/m 3 en 4 t/m 11 laten sinds de start van de oplevering van de eerste huizen in de Triangel een sterke groei zien.
In onderstaande grafieken is deze groei te zien, in vergelijking tot de landelijke ontwikkeling van deze leeftijdsgroepen.
8
De overige twee leeftijdsgroepen 12 tot 18 en 18 tot 23 houden nog min of meer gelijke tred met de landelijke ontwikkeling van die groepen, maar de verwachting is dat deze in de toekomst ook sterk zullen gaan groeien (zie ook sectie 5.2.2 van deze memo). Dit komt simpelweg doordat de kinderen in de voorliggende groepen ouder worden. Deze ontwikkeling is wel al te zien in de bovenstaande grafieken. De groep 0 tot 4 is in 2016 begonnen met groeien. De groei van de groep 4 tot 12 start een jaar later, enzovoorts. Onder de streep zien we dus dat Waddinxveen (in vergelijking met Nederland als geheel) een aantal zeer sterk toenemende leeftijdsgroepen heeft en dat van alle leeftijdsgroepen jongeren een groter aandeel jeugdhulp ontvangt. 2.2.2 Wat horen we uit de praktijk In gesprek met interne en externe collega's wordt het beeld van het toenemende aantal aanvragen herkend en bevestigd. Daarbij is de ervaring dat er daarbij vaker concreet om inzet van specifiek jeugdhulpaanbod wordt gevraagd, in plaats van dat de hulpvraag wordt neergelegd en er om advies wordt gevraagd.
Deze ontwikkeling benadrukt het belang van de transformatieopgave in het sociaal domein en de ontwikkelrichting vanuit de Hervormingsagenda Jeugd, waarbij wordt ingezet op ontwikkeling van goede gespreksvaardigheden van de consulenten of andere mogelijke verwijzers die met, over het algemeen de ouders van deze jeugdigen, in contact komen. Op die manier zal steviger moeten worden ingezet op de analyse van de hulpvraag en de daarbij best passende ondersteuning.
2.3 Differentiatie naar verwijzer De gemeente is niet de enige wettelijke verwijzer voor jeugdzorg. Ook bijvoorbeeld huisartsen en Gecertificeerde Instellingen (GI) mogen een verwijzing afgeven. De financiering van de zorgkosten
9
valt ook wanneer iemand via een andere verwijzer is doorverwezen onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Informatie over afgegeven verwijzingen is relevant en daarom onderdeel van de analyse. 2.3.1 Wat zien we als we tellen Binnen de jeugdzorg zijn er 7 soorten verwijzers die een verwijzing voor jeugdzorg kunnen afgeven. In termen van kosten is de gemeente de grootste verwijzer, zoals te zien is in de onderstaande grafiek. 43% van de kosten in 2025 kwamen voort uit verwijzingen die door de gemeente zijn gedaan. Dat is een groot aandeel, maar geen absolute meerderheid. In 2025 heeft een aantal verwijzers significant meer jongeren verwezen naar specialistische jeugdhulp dan in 2024. Hierbij vallen met name de jeugdarts (als onderdeel van het CJG) en de medisch specialisten op. De kosten voor jeugdzorg voor jongeren die door jeugdartsen en de medisch specialisten stegen ten opzichte van 2024 respectievelijk met 95% en 73%.
De onderstaande tabel geeft per verwijzer weer: Met hoeveel procent de kosten uit verwijzingen zijn gestegen (de oranje staven). Met hoeveel procent het aantal jongeren is gestegen of gedaald t.o.v. 2024 (de groene staven). Met hoeveel procent de gemiddelde kosten per persoon zij gestegen of gedaald (de blauwe staven). Bijvoorbeeld: de kosten voor jeugdzorg voor jongeren die zijn verwezen door een GI zijn in 2025 met 32% gestegen t.o.v. 2024. De GI's hebben echter 21% minder jongeren verwezen. De reden dat de kosten met 32% zijn gestegen wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde kosten per persoon met 64% zijn gestegen.
10
Jeugdarts Voor de jeugdarts wordt de kostenstijging van 95% (bijna een verdubbeling) ten opzichte van 2024 geheel verklaard doordat het aantal jongeren dat door de jeugdarts is verwezen naar een vorm van jeugdhulp is verdubbeld (zie de groene staven in de bovenstaande grafiek). Van 97 kinderen in 2024 naar 194 kinderen in 2025. Meer verwijzingen betekent in dit geval simpelweg meer kosten. Door de jeugdarts is met name meer verwezen naar Individuele behandeling en naar Specialistische GGZ. De grootste stijging aan kosten is toe te wijzen aan het product Geïntegreerde specialistische behandeling dat niet zozeer meer beschikt is, maar waarvan de gemiddelde kosten per persoon met 67% zijn gestegen. Opvallend is ook dat in plaats van één keer in 2024, in 2025 34 keer is verwezen naar Generalistische Basis GGZ, vermoedelijk ten behoeve van diagnostiek. Gemiddeld zijn de kosten voor jeugdhulp per kind dat door een jeugdarts is verwezen licht gedaald (2%; zie de blauwe staven in de bovenstaande grafiek). Medisch specialist Elke geregistreerde medisch specialist mag direct verwijzen naar jeugdzorg en de jeugd-ggz. Dit wordt de 'medische verwijsroute' genoemd. Hieronder vallen onder anderen kinder- en jeugdpsychiaters, kinderartsen, revalidatieartsen, ziekenhuispsychologen en klinisch psychologen.
In 2025 waren er ‘maar’ 20% meer jongeren met actieve jeugdhulp die waren verwezen door medisch specialisten, maar de kosten stegen met 73%. De stijging van €184.000 binnen de categorie ‘verblijf na verwijzing door een medisch specialist’ wordt verklaard doordat in 2025 voor het eerst gebruik is gemaakt van intensieve GGZ-verblijfszorg. In 2024 kwam deze vorm van zorg niet voor. Gemeente Het sociaal team van de gemeente verwijst het meest naar vormen van begeleiding, waar de overige specialisten, inclusief de huisartsen, het meest verwijzen naar diagnostiek en/of behandeling. Ook hier zijn de aantallen verwijzingen en de totale kosten gestegen, maar niet in de mate van die van andere verwijzers.
11
Gecertificeerde instellingen Opvallend is dat de GI in 2025 aanzienlijk minder jongeren heeft verwezen naar specialistische jeugdhulp, maar dat de kosten per persoon voor jongeren die wel jeugdhulp ontvingen met 68% zijn gestegen. Zelfverwijzer/ geen verwijzer Het aantal zelfverwijzers is iets gestegen ten opzichte van 2024. Dit betreft allemaal onderzoek naar (ernstige) dyslexie. Een school mag hiervoor zelf naar de GGZ verwijzen. We zien dus dat de vraag hiernaar en daarmee ook de gesignaleerde dyslexieproblematiek onder kinderen toeneemt. 2.3.2 Wat horen we uit de praktijk Een belangrijk gegeven bij verwijzingen door huisartsen, jeugdarts en andere medisch specialisten is dat zij over het algemeen een functionele verwijzing (‘briefje’) afgeven met daarin een beschrijving van wat de patiënt nodig heeft. De aanbieder bepaalt vervolgens zelf welke jeugdzorgproduct wordt ingezet, welke intensiteit en duur er wordt geregistreerd en welke productcode wordt gedeclareerd. Doordat de aanbieder de productcode kiest: - Wordt de zorginhoudelijke beoordeling gekoppeld aan financiering door dezelfde partij - Ontstaat mogelijk een prikkel om binnen de beschikbare producten te kiezen voor een duurdere of intensievere zorgvorm Bij de gemeente is dit omgekeerd.
De gemeente bepaalt zoveel mogelijk (soms eist een aanbieder een specifiek product of tarief) zelf het product en daarmee de financiering. Bovenstaande maakt Waddinxveen meer afhankelijk van contractmanagement en evaluatie en dialoog achteraf. Conclusie kan eveneens zijn dat: - In geval van verwijzingen door de gemeente er meer sturing en grip is op type zorg en impact op financiering - De medische route een gevonden instroomkanaal is met grotere verschillen in kosten. - Met als resultaat minder directe gemeentelijke grip op de kosten via deze instroomroute De toegenomen kosten per persoon doen vermoeden dat ook de GI's te maken krijgen met complexere casuïstiek waarbij een hoge intensiteit en duur van zorg nodig is of waarbij verblijf noodzakelijk is.
12
3
Lopende ontwikkelingen
Het financiële tekort verhoogde de urgentie om te komen tot een analyse op de data over zorggebruik en de daarbij komende kosten. Deze analyse sec biedt geen directe, eenvoudig toepasbare of eendimensionale oplossingen voor de stijging in de kosten en hoe deze in de toekomst te beperken. Dat komt onder andere doordat er over de hele breedte van het jeugddomein, op landelijk, regionaal en lokaal niveau verschillende ontwikkelingen spelen. Het hele speelveld is in ontwikkeling en deze ontwikkelingen houden allemaal verband met elkaar en werken allemaal mee aan het perspectief om te komen tot een sociaal domein waarbinnen voldoende, passende en betaalbare ondersteuning beschikbaar is. Voor de context van de analyse en vooral richting het perspectief en de acties zijn er drie ontwikkelingen extra toegelicht: De Hervormingsagenda jeugd, het Plan van aanpak sociaal domein en de daarbij behorende maatregelen en de doorontwikkeling van Wadwijzer.
3.1 Hervormingsagenda Jeugd Het domein Jeugdzorg is al jaren in ontwikkeling. De landelijke trend van een toenemende vraag naar jeugdhulp en daarmee gepaarde kosten hebben in 2023 geleid tot de Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket aan afspraken en is opgesteld in samenwerking tussen het Rijk, gemeenten, cliënten, professionals en zorgaanbieders. Het doel is om de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Deze opgave is groot en complex, en vindt plaats van lokaal tot regionaal en landelijk niveau. De VNG heeft enkele belangrijke punten uit de Hervormingsagenda onder elkaar gezet:
De reikwijdte van Jeugdwet wordt mogelijk beperkt, waardoor alleen bij ernstige zorgbehoeften jeugdhulp behoeft te worden geboden. Hulpverlening wordt meer gericht op de oorzaken van zorgbehoeften, zoals ouderproblematiek of bestaanszekerheid (inkomen en wonen). Er wordt gestreefd naar betere samenwerking tussen jeugdhulp, volwassenenzorg, bestaanszekerheid en onderwijs, met lokale inbreng van gemeenten. Verantwoordelijkheid voor specialistische zorg verschuift naar regionale niveaus, zoals jeugdhulpregio's. Gemeenten en partners moeten hierin actief zijn, met specifieke eisen voor goed functioneren. Er wordt gewerkt aan standaardisatie van processen, vooral bij specialistische hulpverlening, om variatie te verminderen en kosten te besparen. Residentiële hulpverlening wordt omgevormd naar kleinschaligere en geïntegreerde vormen, met geleidelijke afbouw van bestaande capaciteit. Investeringen komen er om de kwaliteit en effectiviteit van hulpverlening te verbeteren, met speciale aandacht voor een organisatie die deze verbetering coördineert. Er wordt flink geïnvesteerd in betere informatievoorziening en sturing door middel van data en monitoring, om een duidelijker beeld te krijgen van hoe het jeugdhulpstelsel functioneert en hoe gemeenten en aanbieders presteren.
Gemeenten staan niet aan de lat voor bijvoorbeeld het wijzigen van de wet, maar de uitwerking van deze verandering landt in de wijze waarop lokaal aanbod georganiseerd en beschikbaar moet zijn. Op die manier verhouden alle ontwikkelingen uit de Hervormingsagenda zich tot elkaar. Uiteindelijk is de verwachting dat de hele operatie een besparing oplevert. Van een afstandje bekeken staan gemeenten binnen de Hervormingsagenda met name voor de opgaven om samenwerking en afstemming met (lokale) partijen te verbeteren, de beweging tot normaliseren op gang te brengen en daar ook op de sturen in de toegang tot jeugdhulp en een pedagogische basis in te richten die ertoe bijdraagt dat de totale vraag naar jeugdhulp weer afneemt.
13
Een belangrijke ontwikkeling die vanuit de Hervormingsagenda wordt ingezet en direct van toepassing is op de gemeenten is de vorming van een stevig lokaal team, dat zelf (basis)hulp biedt bij gezinnen en huishoudens. In Waddinxveen staat deze ontwikkeling direct in verbinding met de doorontwikkeling van Wadwijzer (zie 3.3).
3.2 Het Plan van aanpak sociaal domein Bij de Programmabegroting 2026 – 2029 is het ‘Plan van aanpak sociaal domein’ vastgesteld om een taakstelling te behalen van structureel €524.000 vanaf 2026. De effecten van deze maatregelen worden pas vanaf 2027 verwacht. Dit plan van aanpak is opgesteld om voor Waddinxveen een helder beeld te creëren over de noodzakelijke veranderingen of transformaties voor de komende jaren. Dit is nodig om toekomstbestendig te zijn: zodat er voldoende en passend aanbod en ondersteuning is voor inwoners met een zorgvraag. Maar ook om grip en sturing te kunnen houden op de financiële uitdagingen. In het Plan van aanpak is rekening gehouden met de opgaven en ontwikkelingen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Maatregelen zijn erop gericht om de noodzakelijke transformatie te realiseren. Een brede en robuuste (pedagogische) sociale basis en een stevig lokaal team zijn noodzakelijke ingrediënten voor deze transformatieopgave. Het financiële tekort wat in 2025 is ontstaan, benadrukt de noodzaak van het uitvoeren en implementeren van de reeds voorgestelde maatregelen. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de maatregelen op het gebied van jeugdzorg. Waar mogelijk en van toepassing is een nadrukkelijk verband met de voorliggende analyse toegevoegd.
Maatregel In lijn met de landelijke beweging tot afbakening van de Jeugdwet en onze eigen beleidsmatige ambitie, scherpen wij de kaders aan waarbinnen een beroep kan worden gedaan op de maatwerkvoorzieningen van de Jeugdwet en definiëren wij duidelijker de reikwijdte van de gemeentelijke verantwoordelijkheid
Verband analyse De analyse laat een volumegroei zien in met name specialistische begeleiding en GGZ-zorg. Dit bevestigt het vermoeden dat lichte tot middelzware hulpvragen snel(ler) worden opgeschaald naar maatwerkvoorzieningen. Daarnaast zien we groei van diagnostiekvragen, toenemende complexiteit in gezinnen en een algehele stijging van het aantal jongeren in zorg. Dit onderstreept dat de instroombreedte van de Jeugdwet onder druk staat. Het aanscherpen van de reikwijdte van de Jeugdwet blijft daarom noodzakelijk.
Afbakening Wet primair onderwijs en jeugdwet (HAJ)
De analyse laat zien dat veel problematiek start in de schoolgaande leeftijd met toenemende inzet van specialistische begeleiding. Daarnaast worden onder andere groei van het aantal thuiszitters en stijging van het aantal diagnostiekvragen benoemd. Dit bevestigt dat de grens tussen onderwijs en jeugdhulp aandacht behoeft. Dit om te voorkomen en waar mogelijk terug te draaien dat - Zorg sneller wordt ingezet bij schoolproblemen - Jeugdhulp wordt ingezet waar mogelijk een schoolinterventie passend is De maatregel blijft relevant om medicalisering van schoolproblematiek te voorkomen. De analyse laat zien dat de grootste
Verbeteren samenwerking met huisartsen
14
(verwijzer) (HAJ)
Verbeteren samenwerking met Gecertificeerde Instellingen (GI)
Doorvoeren en handhaven aangepaste beleidsregels leerlingenvervoer Invoeren / uitbreiden multidisciplinair werken bij complexe casussen (HAJ)
Analyse van data over zorggebruik, zodat we kunnen sturen op passend (collectief) aanbod
Verkenning en afbakening vraaggericht aanbod basishulp
Beleidslijn normaliseren implementeren
kostenstijging via medisch verwijzers (jeugdartsen en medisch specialisten) verloopt, met: - 95% kostenstijging via jeugdartsen - 73% kostenstijging onder medisch specialisten - Sterke groei in GGZ en behandeltrajecten Dit maakt duidelijk dat de medische route een belangrijke aanjager is voor instroom in de GGZ en mogelijk duurdere en intensievere trajecten. Een betere samenwerking met de huisartsen blijft daarom cruciaal om waar mogelijk lichtere alternatieven eerder in te zetten en instroom in specialistische zorg te dempen. Hoewel niet dominant in de cijfers, wijst de analyse op toenemende complexe problematiek en verblijfstrajecten. Dit duidt op zwaardere casussen waarin GI's vaak betrokken zijn. Verbeteren van de samenwerking blijft belangrijk om waar mogelijk eerder in te grijpen in complexe trajecten en door- en uitstroom te verbeteren. We onderzoeken, naar voorbeeld van Gouda, de mogelijkheid en meerwaarde van het inzetten van een procesregisseur externe verwijzers specifiek gericht op de verwijzingen van en samenwerking met de GI. Deze maatregel blijft gehandhaafd, maar heeft weinig tot geen link met de huidige analyse. De analyse laat duidelijke signalen zien van toenemende complexiteit in casuïstiek.
Dit maakt multidisciplinair werken essentieel om: - Eerder integrale oplossingen te organiseren - Escalatie naar specialistische zorg te voorkomen - Eventueel door middel van inzet van een doorbraakmethode financiën op een andere manier in te zetten dan via de geijkte (jeugdhulp) route. De analyse laat een sterke groei zien in specifieke productcodes en een forse stijging via enkele verwijzers. Dit maakt dat actief sturen op data noodzakelijk blijft om: - Snel(ler) afwijkende kostenpatronen te signaleren - Gericht voorliggend en/of collectief aanbod te kunnen ontwikkelen op de zorgvormen waar veel vraag naar is De analyse doet deels vermoeden dat de instroom bij de basishulp onder druk staat. Zicht hierop blijft van groot belang om in samenwerking met partners de preventieve capaciteit te versterken De analyse laat een groei in zorggebruik zien, de meeste zorg voor jongeren in de (basis)schoolleeftijd en toename van complexe
15
Verbeterslag op het gebied van Pgb's
gezinssituaties. Dit wijst op een trend van meer en eerder hulp vragen voor problematiek die deels ook in het ‘normale leven’ ligt. Een in de gemeente breed gedragen beeld van normaliseren blijft van belang om: - Medicalisering tegen te zijn - Inzet van jeugdhulp te begrenzen - De druk op specialistische zorg te verminderen De analyse doet vermoeden dat er sprake is van een toename van Pgb als alternatief voor niet gecontracteerd zorgaanbod. Een verbeterslag blijft relevant om rechtmatigheid en doelmatigheid te borgen en Pgb niet als ‘vluchtroute’ voor duurdere zorg te laten fungeren.
3.3 Doorontwikkeling Wadwijzer In 2018 is de netwerkorganisatie Wadwijzer gestart. De verschillende organisaties die in Wadwijzer samenwerken bieden de inwoners informatie en advies en lichte kortdurende ondersteuning in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De partners in Wadwijzer en de gemeente hebben geconstateerd dat de opdracht en organisatievorm van Wadwijzer niet altijd duidelijk is. Het is daarom tijd voor nieuwe afspraken. Eind 2025 heeft het college, in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd, besloten een stevig lokaal team te realiseren dat voldoende en de juiste hulp levert tegen aanvaardbare kosten voor de uitvoering van de collectieve voorzieningen Wmo en Jeugdhulp. Dit is de opdracht en taak bij de doorontwikkeling van Wadwijzer. De opdracht voor Wadwijzer wordt in 2026 geformuleerd, zodat deze in de eerste helft van 2027 kan worden uitgezet via een subsidietender. Met ingang van 2028 is de nieuwe Wadwijzer actief. Onderdeel van het formuleren van de opdracht is het opnieuw schetsen van financiële kaders, passende bij de gewenste en noodzakelijke uitvoering. Onze Visie Sociaal Domein en de afspraken over stevige lokale teams in de Hervormingsagenda jeugd leggen de basis voor de opdracht voor de nieuwe Wadwijzer.
Inwoners met vragen kunnen terecht bij de nieuwe Wadwijzer en worden geholpen zo kort als het kan met informatie en advies en zo lang als nodig is met basishulp en een eventuele doorverwijzing naar specialistische hulp. De eerste insteek is altijd de inzet van het eigen sociale netwerk of de sociale omgeving bestaande uit verenigingen, welzijnswerk en vrijwilligers. Als dit onvoldoende is onderzoekt de professional welk collectief ondersteuningsaanbod inzetbaar is. Een mogelijk volgende stap is basishulp en tenslotte geïndiceerde hulp. Het bieden van specialistische hulp valt buiten de scope van het nieuwe Wadwijzer. Bij de uitwerking van de opdracht voor de nieuwe Wadwijzer is een goede aansluiting en afstemming met het sociaal team nodig. Voor de uitvoering van de Jeugdwet levert het sociaal team ook ondersteuning en dienstverlening. Voorkomen moet worden dat dubbel werk geleverd wordt of dat er gaten zijn in de ondersteuning. Het scherp formuleren van de opdracht van de nieuwe Wadwijzer brengt dus ook het scherp formuleren van de taken van het sociaal team met zich mee. Hier geldt nadrukkelijke samenhang met een aantal van de maatregelen zoals deze in het Plan van aanpak sociaal domein zijn opgenomen.
16
4
Perspectief
In de analyse wordt achteruit gekeken om de enorme stijging in kosten voor jeugdzorg te verklaren. Het beeld uit deze analyse bevestigd de noodzaak voor een transformatie binnen het sociaal domein; een beweging die in het Plan van aanpak eind 2025 meer vorm en richting heeft gekregen. Zoals ook in de tabel met maatregelen uit het Plan van aanpak (onder 3.2) zichtbaar wordt, sluiten de maatregelen zoals eind 2025 opgeschreven en ingezet ook aan bij de grote knelpunten uit de analyse. Daarnaast geeft de analyse aangrijpingspunten voor een aantal andere concrete acties, welke worden beschreven onder 4.1. Tot slot wordt onder 4.2 beschreven hoe we toe werken naar een realistische begroting voor 2027 en verder.
4.1 Acties 4.1.1 Doortonwikkeling van de monitoring in het sociaal domein De manier waarop ontwikkelingen in het sociaal domein op dit moment worden gemonitord is voornamelijk reactief en incident gedreven. We kijken achteraf op hoofdlijnen wat er gebeurd is (hoeveel er is uitgegeven, welke zorg is verleend, etc.) en doen alleen nader onderzoek als we niet goed kunnen duiden wat heeft plaatsgevonden. Daarnaast is er geen vastgestelde monitoringscyclus waarbij op vaste momenten door de juiste personen naar de juiste data wordt gekeken. Dit biedt onvoldoende basis om tussentijds bij te kunnen sturen. Ook is de monitoring op dit moment nauwelijks geautomatiseerd, waardoor het relatief arbeidsintensief is. Om meer grip te hebben op de ontwikkelingen binnen het sociaal domein worden er drie dashboards gerealiseerd. Eén voor elk onderdeel van het sociaal domein (Jeugdwet, Wmo en de Participatiewet). Deze dashboards gaan live de stand van zaken en de historische ontwikkelingen voor dat deel van het sociaal domein weergeven op het gebied van o.a. uitgaven, aantal personen, aantal beschikkingen, omvang van de beschikkingen en het soort ondersteuning. Daarnaast maken deze dashboards het mogelijk om eenvoudig bepaalde perioden of wijken met elkaar te vergelijken. Voor elk van deze dashboards wordt daarnaast een monitoringscyclus opgetuigd.
Dit maakt het mogelijk om op vaste momenten naar de meest recente ontwikkelingen te kijken, deze te duiden, zo nodig nader onderzoek te doen en vervolgens bij te sturen. Om de effecten van de maatregelen om de transformatie van het sociaal domein en de taakstelling het sociaal domein te realiseren wordt een aparte periodieke rapportage gemaakt. Deze rapportage bevat deels gegevens die afkomstig zijn uit de hierboven beschreven dashboards, maar ook meer kwalitatieve gegevens. Deze rapportage gaat inzicht geven in de voortgang van: - De realisatie van de hoofdopgaven van het Plan van aanpak Sociaal Domein - De uitvoering van de onderliggende maatregelen - De maatschappelijke effecten en de uitvoeringsresultaten die de maatregelen opleveren - Het bewaken van de financiële doelstellingen 4.1.2 Doorontwikkeling van contractmanagement Het contractmanagement voor jeugd en WMO is belegd bij de Gemeenschappelijke regeling Jeugd & WMO Midden-Holland. Deze GR is sinds 2025 opgericht, gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe contracten voor jeugd. Zowel het toenemende gebruik van jeugdhulp als ook de kostenontwikkeling geven aanleiding om de komende periode nadrukkelijk aandacht te geven aan de rollen en taken van het contractmanagement en welke behoefte hieraan is vanuit de gemeenten die onderdeel uitmaken van de GR. Daarnaast wordt de GR gevraagd om, op basis van bijvoorbeeld
17
declaraties en productieverklaringen meer proactief verdiepende inzichten te geven over geleverde zorg en de relatie tot de stijging. Tot slot zal de mogelijkheid worden verkend in hoeverre de GR in staat is om een model voor prognoses voor toekomstig zorggebruik te ontwikkelen voor de gemeenten in de regio. Naast bovenstaande doorontwikkeling, roept de inzet en werkwijze van sommige aanbieders vragen op. Deze vragen worden als signaal richting het contractmanagement doorgegeven zodat er een gesprek met de betreffende aanbieders gevoerd kan worden. Over eventuele opvolging en borging zullen concrete afspraken met contractmanagement gemaakt worden. 4.1.3 Intensiveren van de samenwerking met andere verwijzers De gemeente is voor Jeugdzorg niet de enige wettelijke verwijzer. Dat betekent dat ook huisartsen, jeugdartsen en andere medisch specialisten een doorverwijzing mogen afgeven. Maar ook bijvoorbeeld een rechter mag bepalen dat er zorg nodig is. De gemeente bekostigt al de zorg en ondersteuning die geleverd wordt, dus ook wanneer anderen hier naartoe hebben verwezen. Uit de analyse blijkt dat een aantal verwijzers naar een significant deel van de bekostigde zorg verwijzen. Vanuit de gemeente is hierop geen directe invloed uit te oefenen.
In de maatregelen binnen het Plan van aanpak heeft de samenwerking met verwijzers al aandacht, maar de analyse over 2025 geeft aanleiding om dit te intensiveren. Onderstaande ontwikkelingen lopen en krijgen vervolg: - Met de Jeugdartsen heeft de gemeente korte lijnen, wat betekent dat er op casuïstiekniveau overlegd wordt met het sociaal team. Ook sluiten zij met enige regelmaat aan bij het sociaal team om ervaringen uit te wisselen en gewenste wijze van doorverwijzen met elkaar te bespreken. - Met de huisartsen wordt gesproken over de inzet van een jeugdconsulent van het sociaal team in de huisartsenpraktijk. Het gesprek hierop stagneert tot op heden met name door het gebrek aan huisvesting onder de huisartsen. - Er ligt een voorstel voor een samenwerkingskaart voor alle verwijzers waarop duidelijk te zien is waar een inwoner terecht kan voor voorliggende hulp of een verwijzing. Ook vindt twee jaarlijks (beleids)overleg plaats tussen de gemeente, jeugdartsen en een afvaardiging van de huisartsen. 4.1.4 Meer focus op de ontwikkelopgave van het sociaal team Het Plan van aanpak sociaal domein omschrijft maatregelen en randvoorwaarden om de opgelegde taakstelling te behalen. Onderdeel van dit plan van aanpak is ook de ontwikkelopgave van het sociaal team.
Het is noodzakelijk dat er binnen het sociaal team wordt gewerkt vanuit een breed gedragen visie, dat er heldere werkinstructies zijn en dat een team goed functioneert. Deze basis is van belang om met een ouder een gesprek over ‘normaliseren’ te kunnen voeren wanneer de problemen van het kind op tafel liggen. Of om een vraag om specialistische hulp zorgvuldig onderbouwd te kunnen afwijzen. Om hier meer aandacht aan te besteden is er in de afgelopen periode een start gemaakt met een aantal acties welke, onderbouwd door de voorliggende analyse, voortgang zullen behouden. Er is: -
-
Een werkgroep ‘Normaliseren’ in het leven geroepen die zich bezighoudt met het binnen de gemeente breed uitdagen van de visie op normaliseren en eigen kracht Een extra casuïstiekmoment voor Jeugd opgezet waarbij beschikkingen die meer dan 4 uur jeugdhulp per week betreffen, gezamenlijk worden besproken en door een gedragswetenschapper en kwaliteitsmedewerker worden getoetst. Een nieuw Pgb plan voor de inwoner opgesteld en wordt er door de consulenten bij de zorgaanbieder op vastgestelde kwaliteitscriteria getoetst
18
4.2 Blik op de toekomst Het uitvoeren van een uitgebreide analyse was noodzakelijk om het tekort uit 2025 te kunnen verklaren. De analyse biedt echter ook een stevige basis om de begroting voor 2027 en verder op te baseren. 4.2.1 Afsluiting van 2025 Ondanks het tekort op jeugdzorg is de totale jaarrekening van gemeente Waddinxveen positief. Bij het vaststellen van de jaarrekening wordt het tekort van ruim €1.5 miljoen gedekt uit het resultaat. Daarnaast wordt met het vaststellen van de jaarrekening voorgesteld om de in de septembercirculaire ontvangen middelen ter compensatie voor de kosten op jeugdhulp over de jaren 2023 en 2024 te doteren aan de egalisatiereserve voor het sociaal domein. Hiermee ontstaat er meer ruimte om het vermoedelijke tekort voor 2026 te kunnen dekken. In de tweede bestuursrapportage wordt meer inzicht gegeven in de verwachting voor 2026 en de financiële consequenties daarvan. 4.2.2 Begroting 2027 Voor het opstellen van de begroting wordt een zo realistisch mogelijke prognose gemaakt voor de toekomst, op basis van de huidige situatie. Om de prognose te maken wordt de realisatie van het afgelopen jaar gebruikt en er worden percentages toegevoegd voor volumegroei en indexering.
2025 heeft bevestigd dat die manier van prognosticeren niet sluitend is en met name de inzichten op basis van leeftijdscategorie geven duidelijke aanleiding om op een andere manier naar bevolkingsgroei en ontwikkeling te kijken als het jeugdzorg betreft. Daarnaast maakt het feit dat de Jeugdwet een openeinde regeling is en de gemeente bovendien niet de enige verwijzer is prognoses altijd onzeker. Onder 4.1.1 is toegelicht op welke wijze verbeterde monitoring zal helpen bij het verbeteren van de prognoses. Hieronder wordt op basis van het meenemen van de ontwikkeling van leeftijdsgroepen kort inzichtelijk gemaakt waarom deze informatie cruciaal is voor de begroting van 2027 en verder. Onderstaande grafiek laat de verwachte ontwikkeling van het aantal kinderen in Waddinxveen tussen 2026 en 2035 zien. Het totaal aantal jongeren tot 23 jaar zal naar verwachting toenemen van 10.315 naar 13.410.
De verschillende leeftijdsgroepen zullen echter op verschillende snelheden groeien, zoals zichtbaar in de volgende grafiek. Deze grafiek laat voor elke leeftijdsgroep tot en met 2025 zien wat de verwachte
19
procentuele groei is t.o.v. 2025. Zoals te zien zullen de leeftijdsgroepen waarbinnen jongeren het meeste aanspraak maken op jeugdzorg (4-11 en 12 -17) hard (blijven) groeien en met nog ongeveer de helft toenemen. Voor de andere leeftijdsgroepen is de verwachte groei minder sterk. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de verwachte groei voor de groepen 0-3 en 18-23 naar Waddinxveense begrippen gematigd is, maar in vergelijking meer de landelijke verwachting alsnog zeer sterk is te noemen.
Om een beeld te geven wat de ontwikkeling van het aantal jongeren zou kunnen betekenen voor het aantal jongeren dat jeugdzorg gebruikt is in de onderstaande tabel doorgerekend hoeveel jongeren in 2035 jeugdzorg zouden hebben in Waddinxveen. Belangrijke aanname bij deze doorrekening is dat in 2035 hetzelfde percentage van de jongeren jeugdzorg zou gebruiken als in 2025.
0-3 4-11 12-17 18-23 Totaal
Aantal jongeren met jeugdzorg 2025 65 672 396 8 1141
Aantal jongeren jeugdzorg 2035
met 78 976 518 84 1657
De bovenstaande ontwikkeling komt neer op een verdere stijging van het aantal jongeren met jeugdzorg met 45%. Het plan van aanpak sociaal domein en de hervormingsagenda jeugd bevatten maatregelen om deze ontwikkeling te dempen (zie ook paragraaf 3 van deze memo). Advies VNG, mei 2026 De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder leiding van Tamara van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van de besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten. In het Overhedenoverleg van 13 april jl. heeft het kabinet de afspraak rond de Commissie-Van Ark herbevestigd. Daarbij heeft het kabinet onderstreept dat dit advies zwaarwegend en maatgevend is. Het ligt daarom voor de hand dat in de Voorjaarsnota 2027 (gedeeltelijk) compensatie zal volgen indien de kostenstijging zich voortzet en deze niet verwijtbaar is aan gemeentelijk handelen. Daarom kan het volgens de VNG niet zo zijn dat gemeenten op dit moment vanwege de oplopende kosten
20
voor de jeugdzorg tal van bezuinigingen moeten doorvoeren op andere beleidsterreinen. Of lasten moeten verhogen om de begroting vanaf 2028 sluitend te krijgen. Dit levert op de korte termijn onzekerheid op voor ons als gemeente. Deze onzekerheid maakt dat de VNG zich genoodzaakt ziet om ook dit jaar een begrotingsadvies af te geven. Naast de lokale inzichten die worden meegenomen in het structureel bijstellen van het benodigde budget voor jeugdhulp wordt ook het afgegeven begrotingsadvies van de VNG, met betrekking tot het begroten van de jeugdzorg in de programmabegroting 2027-2030 ter harte genomen. Het advies bestaat uit onder andere de volgende onderdelen: Maak de begroting ten minste voor boekjaar 2027 structureel en reëel sluitend Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten Neem passages op over de stelposten in de risicoparagraaf
21