3. Was-wordt-lijst GR Hecht transitie GHOR
Tekst van het document
Was-wordt tabel GR Hecht transitie onderdeel GHOR van Hecht naar Veiligheidsregio HM Rode tekst is tekst die gewijzigd wordt gelet op de transitie; Groene tekst is de tekst zoals deze wordt met de wijziging; Blauwe tekst wordt verwijderd. Links zoals de tekst nu is en rechts zoals wordt voorgesteld, daaronder een eventuele toelichting op de wijziging. Alleen de bepalingen waarin zich een wijziging voordoet zijn in deze tabel opgenomen. GR was Overwegende dat: - sinds het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling RDOG HM wetswijzingen van onderliggende wet- en regelgeving hebben plaatsgevonden waaronder de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Tijdelijke wet ambulancezorg; - de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden haar handelsnaam heeft gewijzigd in Hecht en deze wijziging wenst te formaliseren; - deze wijzingen nopen tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling RDOG HM; - dit tevens gelegenheid biedt enkele onvolkomenheden in de gemeenschappelijke regeling RDOG HM te herstellen.
GR wordt Overwegende dat: - sinds het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling Hecht de Veiligheidsregio Hollands Midden en Hecht onderzoek hebben gedaan naar een herpositionering van het onderdeel GHOR; - de uitkomst van dit onderzoek is geweest, dat de beste positionering van de GHOR, gelet op de wetgeving en de samenwerkingsverbanden, binnen de Veiligheidsregio Hollands Midden is; - een overgang van de GHOR van Hecht naar de Veiligheidsregio Hollands Midden in gang is gezet; - deze overgang noopt tot een wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht.
Toelichting De herpositionering van de GHOR binnen de Veiligheidsregio Hollands Midden heeft een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Hecht noodzakelijk gemaakt. De achtergrond van deze wijziging is neergelegd onder Overweging. Gelet op: Gelet op: - de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke - de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet publieke gezondheid, de regelingen, de Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio’s, de Wet ambulancezorgWet veiligheidsregio’s, de Wet ambulancezorgvoorzieningen, de Wet kinderopvang, de Wet op voorzieningen, de Wet kinderopvang, de Wet op de lijkbezorging, de Jeugdwet, de Wet de lijkbezorging, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet verplichte ggz, de Archiefwet 1995, de Wet verplichte ggz, de Archiefwet 1995, de Wet forensische zorg, de Penitentiaire forensische zorg, de Penitentiaire Beginselenwet, de Beginselenwet verpleging Beginselenwet, de Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden, de Wet justitiële en terbeschikkinggestelden, de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de Wet strafvorderlijke gegevens, de Wet Politiegegevens, de Wet verplichte Meldcode Politiegegevens, de Wet verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de Wet huiselijk geweld en kindermishandeling, de Wet tijdelijk huisverbod en andere relevante
wet- en tijdelijk huisverbod en andere relevante wet- en regelgeving; regelgeving; - de Gemeenschappelijke Regeling Hecht zoals - de Gemeenschappelijke Regeling Hecht; ingegaan op...; - de Gemeenschappelijke Regeling - de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden; Veiligheidsregio Hollands Midden zoals ingegaan op 1 april 2014;
- de bevoegdheden van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling.
- de bevoegdheden van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling.
Toelichting Tot nu toe werd altijd de datum van inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling genoemd. Omdat altijd de laatst gewijzigde vastgestelde versie van een regeling geldt, is de datum nu achterwege gelaten. Artikel 4 Artikel 4 Het openbaar lichaam heeft ten doel de Het openbaar lichaam heeft ten doel de belangen te behartigen van de aan de regeling belangen te behartigen van de aan de regeling deelnemende gemeenten op het terrein van de deelnemende gemeenten op het terrein van de openbare gezondheidszorg, de volksgezondheid, openbare gezondheidszorg, de volksgezondheid, kwetsbare inwoners op het grensvlak van zorg kwetsbare inwoners op het grensvlak van zorg en veiligheid, geneeskundige hulpverlening in en veiligheid en de ambulancezorg. het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de ambulancezorg. Toelichting Deze taak wordt genoemd in de Wet veiligheidsregio's. Artikel 5, eerste lid Artikel 5, eerste lid Het openbaar lichaam heeft tot taak: (…) Het openbaar lichaam heeft tot taak: a. het in stand houden van een regionale a.
het in stand houden van een regionale gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, tevens ingevolge artikel 14, tweede lid, van de tevens ingevolge artikel 14, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid aangeduid als Wet publieke gezondheid aangeduid als gemeentelijke gezondheidsdienst; gemeentelijke gezondheidsdienst; b. uitvoering te geven aan de in hoofdstuk II van b. uitvoering te geven aan de in hoofdstuk II van de Wet publieke gezondheid aan het college de Wet publieke gezondheid aan het college opgedragen taken; opgedragen taken; c. het in stand houden van een meldkamer c. het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg als onderdeel van een ambulancezorg als onderdeel van een gemeenschappelijke meldkamer en het gemeenschappelijke meldkamer en het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg verlenen of doen verlenen van ambulancezorg als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, door de daartoe ambulancezorgvoorzieningen, door de daartoe aangewezen Regionale aangewezen Regionale Ambulancezorgvoorziening Hollands Midden; Ambulancezorgvoorziening Hollands Midden; d.
de organisatie van de geneeskundige hulpverlening als bedoeld in artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s en in artikel 2 van de Wet publieke gezondheid; e. uitvoering te geven aan hetgeen bepaald is in d. uitvoering te geven aan hetgeen bepaald is in de paragrafen 1 en 2 van Afdeling 4 van de Wet de paragrafen 1 en 2 van Afdeling 4 van de Wet kinderopvang; kinderopvang; f. de organisatie en uitvoering van e. de organisatie en uitvoering van gemeentelijke lijkschouwing in het kader van de gemeentelijke lijkschouwing in het kader van de Wet op de lijkbezorging; Wet op de lijkbezorging;
g. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; h. het inrichten en in stand houden van een netwerksamenwerking tussen deelnemende gemeenten en organisaties op het terrein van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving, met als doel: i. het bieden van begeleiding en/of zorg- en hulpverlening in het belang van het voorkomen, verminderen en bestrijden van criminaliteit, recidive, (ernstige) overlast en; II. het voorkomen en verminderen van onveilige situaties voor personen in Hollands Midden; j. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt voor overlast en zorgen (waaronder dreigende crisis) met als doel het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen en het coördineren van de benodigde hulpverlening; k. het instellen en in stand houden van een dienst voor crisisinterventies en procesregie voor kwetsbare jeugdigen en hun ouders; l. het instellen en in stand houden van begeleiding aan jeugdigen die lichte strafbare feiten hebben gepleegd en hun ouders ter preventie van (verder) afglijden in crimineel gedrag; m. uitvoering te geven aan het bepaalde in paragraaf 1 van Hoofdstuk 5 Wet verplichte ggz. Toelichting Onderdeel d kan er in zijn geheel uit. Artikel 23 1.
Het algemeen bestuur benoemt in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden de directeur Publieke Gezondheid. 2. Het algemeen bestuur maakt afspraken met het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden over de procedure bij benoeming, functioneren, beoordelen en ontslag van de directeur Publieke Gezondheid. 3. De directeur Publieke Gezondheid is belast met de uitvoering van de taken en bevoegdheden die aan hem bij of krachtens de Wet publieke gezondheid, bij of krachtens enige andere wet of bij deze regeling zijn toegekend. 4. De directeur Publieke Gezondheid draagt over het programma Geneeskundige Hulpverlening verantwoording af aan het
f. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; g. het inrichten en in stand houden van een netwerksamenwerking tussen deelnemende gemeenten en organisaties op het terrein van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving, met als doel: h. het bieden van begeleiding en/of zorg- en hulpverlening in het belang van het voorkomen, verminderen en bestrijden van criminaliteit, recidive, (ernstige) overlast en; II. het voorkomen en verminderen van onveilige situaties voor personen in Hollands Midden; i. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt voor overlast en zorgen (waaronder dreigende crisis) met als doel het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen en het coördineren van de benodigde hulpverlening; j. het instellen en in stand houden van een dienst voor crisisinterventies en procesregie voor kwetsbare jeugdigen en hun ouders; k. het instellen en in stand houden van begeleiding aan jeugdigen die lichte strafbare feiten hebben gepleegd en hun ouders ter preventie van (verder) afglijden in crimineel gedrag; l. uitvoering te geven aan het bepaalde in paragraaf 1 van Hoofdstuk 5 Wet verplichte ggz.
Artikel 23 1. Het algemeen bestuur benoemt in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden de directeur Publieke Gezondheid. 2. Het algemeen bestuur maakt afspraken met het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden over de procedure bij benoeming, functioneren, beoordelen en ontslag van de directeur Publieke Gezondheid. 3. De directeur Publieke Gezondheid is belast met de uitvoering van de taken en bevoegdheden die aan hem bij of krachtens de Wet publieke gezondheid, bij of krachtens enige andere wet of bij deze regeling zijn toegekend.
bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden. 5. De functies directeur Publieke Gezondheid en secretaris/algemeen directeur kunnen ook door één persoon worden uitgevoerd. 6. Het algemeen bestuur stelt voor de directeur Publieke Gezondheid een instructie vast. 7. Overige leden van de directie, niet zijnde de directeur Publieke Gezondheid en de algemeen directeur, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 8. Het dagelijks bestuur regelt de taken en bevoegdheden van deze directieleden.
4. De functies directeur Publieke Gezondheid en secretaris/algemeen directeur kunnen ook door één persoon worden uitgevoerd. 5. Het algemeen bestuur stelt voor de directeur Publieke Gezondheid een instructie vast. 6. Overige leden van de directie, niet zijnde de directeur Publieke Gezondheid en de algemeen directeur, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 7. Het dagelijks bestuur regelt de taken en bevoegdheden van deze directieleden.
Toelichting Over het onderdeel GHOR draagt de DPG uitsluitend verantwoording af aan het bestuur van de VR. Deze bepaling kan dus in zijn geheel vervallen. Artikel 26 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene en financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening van het jaar daarvoor aan de raad. 2. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk twaalf weken voorafgaand aan het tijdstip waarop de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van toelichting, toe aan de raad. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raad kan binnen twaalf weken na toezending bij het dagelijks bestuur zijn zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 26 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene en financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening van het jaar daarvoor aan de raad. 2. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk twaalf weken voorafgaand aan het tijdstip waarop de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van toelichting, toe aan de raad. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raad kan binnen twaalf weken na toezending bij het dagelijks bestuur zijn zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 14 september van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 7. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 9. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat het algemeen bestuur bij verordening kan bepalen ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzingen van het bepaalde in dit artikel mag worden afgeweken. 10. Van het bepaalde in dit artikel kan in ieder geval worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die de gemeentelijke bijdragen niet aantasten, alsmede geen wijziging inhouden van het algemeen en financieel beleid. 11. Het dagelijks bestuur vraagt advies aan het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden over de programmabegroting en programmarekening Geneeskundige Hulpverlening, over de bestemming van het resultaat van dit programma en over het deelprogramma infectieziektebestrijding. 12.
Het algemeen bestuur wijkt slechts af van het advies van het bestuur van de Veiligheidsregio over de programmabegroting en rekening Geneeskundige Hulpverlening en het deelprogramma infectieziektebestrijding na overleg tussen beide besturen. 13. Het openbaar lichaam publiceert binnen twee weken na vaststelling zowel de begroting als de jaarrekening op de website van het openbaar lichaam.
6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 14 september van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 7. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 9. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat het algemeen bestuur bij verordening kan bepalen ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzingen van het bepaalde in dit artikel mag worden afgeweken. 10. Van het bepaalde in dit artikel kan in ieder geval worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die de gemeentelijke bijdragen niet aantasten, alsmede geen wijziging inhouden van het algemeen en financieel beleid. 11. Het dagelijks bestuur vraagt advies aan het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden over het deelprogramma infectieziektebestrijding.
12. Het algemeen bestuur wijkt slechts af van het advies van het bestuur van de Veiligheidsregio over het deelprogramma infectieziektebestrijding na overleg tussen beide besturen. 13. Het openbaar lichaam publiceert binnen twee weken na vaststelling zowel de begroting als de jaarrekening op de website van het openbaar lichaam.
Toelichting Het programma GHOR (en de begroting en jaarrekening) zal worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Hollands Midden. Dit heeft tot gevolg, dat dit onderdeel niet meer in de begroting van Hecht zal worden opgenomen. Het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden hoeft daarover dus ook niet meer om advies te worden gevraagd. Met betrekking tot het vragen van advies over het deelprogramma infectieziektebestrijding wijzigt er niets. Artikel 27 Artikel 27
1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Als verdeelsleutel voor de bijdrage in de kosten van de taken genoemd in artikel 5, eerste lid, wordt gehanteerd het aantal inwoners, of indien van toepassing het aantal kinderen tot 4 jaar, volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is, dan wel indien bedoelde bevolkingscijfers op genoemd tijdstip niet openbaar gemaakt zijn, de laatste door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Uitzonderingen hierop zijn de taken zoals genoemd onder c en e van artikel 5, eerste lid. De kosten voor de taak onder e van artikel 5 worden verrekend op basis van het aantal en type verrichtingen. 3. Voor de kosten die voortvloeien uit taken genoemd in artikel 5, tweede lid, is uitsluitend een bijdrage verschuldigd door de opdrachtgever. 4. Bij de berekening van de gemeentelijke bijdragen wordt rekening gehouden met bijdragen van het Rijk en van andere organisaties. 5. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot iedere 1e werkdag van het kwartaal een kwart van de verschuldigde bijdrage. 6.
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 7. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert de in de dit artikel bedoelde bijdragen in zijn begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. 8. Indien zich een substantiële verandering in de doeluitkering rampenbestrijding voordoet waardoor de financiering van óf de Veiligheidsregio óf de uitvoering van taken van de geneeskundige hulpverlening in het geding komen, treedt het bestuur in overleg met het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden om tot een afgestemd voorstel voor
1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Als verdeelsleutel voor de bijdrage in de kosten van de taken genoemd in artikel 5, eerste lid, wordt gehanteerd het aantal inwoners, of indien van toepassing het aantal kinderen tot 4 jaar, volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is, dan wel indien bedoelde bevolkingscijfers op genoemd tijdstip niet openbaar gemaakt zijn, de laatste door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Uitzonderingen hierop zijn de taken zoals genoemd onder c en e van artikel 5, eerste lid. De kosten voor de taak onder e van artikel 5 worden verrekend op basis van het aantal en type verrichtingen. 3. Voor de kosten die voortvloeien uit taken genoemd in artikel 5, tweede lid, is uitsluitend een bijdrage verschuldigd door de opdrachtgever. 4. Bij de berekening van de gemeentelijke bijdragen wordt rekening gehouden met bijdragen van het Rijk en van andere organisaties. 5. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot iedere 1e werkdag van het kwartaal een kwart van de verschuldigde bijdrage. 6.
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 7. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert de in de dit artikel bedoelde bijdragen in zijn begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
een oplossing te komen aan de deelnemende gemeenten. Artikel 38 De regeling gaat in op 1 januari 2024.
Artikel 38 De regeling gaat in op 1 januari 2025.